CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht Tweede wijzigingsverordening RRB 2022.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 14 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Tweede wijzigingsverordening Roerende ruimtenbelastingen 2022 (VN2023-021247)742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2023-021246 Belastingen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023

Portefeuille

Financiën

Agendapunt

0

Datum besluit

7 november 2023 Onderwerp

Tweede wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Vast te stellen de Tweede wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 Wettelijke grondslag

Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bestuurlijke achtergrond

Op basis van de Verordening Roerenderuimtenbelasting wordt door de gemeente Roerenderuimtenbelasting geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bij raadsbesluit van 1 december 2021 (Gemeenteblad nr. 452102) is de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vastgesteld. De verordening is laatstelijk gewijzigd op 30 november 2022 (Gemeenteblad 2022, 546925). De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet - identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Zeventiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn.

Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. Onderbouwing besluit

De raad wordt gevraagd om de als bijlage bij deze voordracht opgenomen Tweede Wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vast te stellen, waarmee de volgende wijzigingen worden aangebracht: • Aanpassing van de waardepeildatum in art. 5, lid 2

Gegenereerd: v1.15

1

Gemeenteraad

VN2023-021246 Belastingen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023

• Aanpassing van de tarieven in art. 6 lid 1 • Aanpassing van de in art. 11, lid 3 genoemde datum van ingang van de heffing. De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Zeventiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. De raad wordt gevraagd om de tarieven voor de roerenderuimtebelasting in 2024 als volgt vast te stellen: % van de waarde van de roerende ruimte

% van de waarde van de roerende ruimte

2023

2024

Gebruikersbelasting roerende bedrijfsruimten

0,1370

0,1355

Eigenarenbelasting roerende bedrijfsruimten

0,1911

0,1868

Eigenarenbelasting roerende woonruimten

0,0431

0,0462

Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting

Met de voorgestelde tarieven kunnen de in de begroting 2024 opgenomen baten worden gerealiseerd. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan

Gegenereerd: v1.15

2

Gemeenteraad

VN2023-021246 Belastingen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2023-083416

Conceptbesluit Tweede Wijzigingsverordening Verordening RRB 2022 07112023.docx (msw12)

AD2023-072770

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Ron Stam r.stam@amsterdam.nl 0683559129

Gegenereerd: v1.15

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13556070/1