Gemeenteraad Voordracht.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2023-020741 Grond en Ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023
Portefeuille
Grond en Ontwikkeling
Agendapunt
0
Datum besluit
B&W 10 oktober 2023 Onderwerp
Vaststellen Bodemregels onder de Omgevingswet De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. 2. 3. 4.
5.
6.
Het TAM-Voorbereidingsbesluit bodem Amsterdam vast te stellen (bijlage 1), waarin het beleidsneutrale deel van de aanvullende bodemregels is opgenomen Het TAM-Voorbereidingsbesluit staalslakken en grondstabilisatie Amsterdam vast te stellen (bijlage 2), waarin niet-beleidsneutrale aanvullende bodemregels over het toepassen van staalslakken en grondstabilisatie zijn opgenomen Het wijzigingsbesluit Nota Bodembeheer 2023 vast te stellen, waardoor alleen de onderdelen van de Nota Bodembeheer die betrekking hebben op de bodemkwaliteitskaart van kracht blijven (bijlage 3) Mandaat te verlenen aan het college voor het nemen van niet-beleidsmatige (wijzigings)besluiten over de bodemkwaliteitskaart en het aanvaarden van een bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente als grondslag voor de milieuverklaring bodemkwaliteit Kennis te nemen van het ‘Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam’: een publieksvriendelijke handleiding voor de uitvoeringspraktijk waarin bodembeleid en bodemregels, zoals deze gelden vanaf de ingangsdatum van de Omgevingswet, in samenhang zijn beschreven (bijlage 4a en 4b) Kennis te nemen van de aan de Omgevingswet aangepaste Amsterdamse richtlijn voor bodemonderzoek (bijlage 5, ARVO 2024 publieksversie)
Wettelijke grondslag
Artikel 108 jo artikel 147 lid 2 Gemeentewet: De gemeenteraad is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente Omgevingswet, Artikel 4.1, eerste lid: Bij omgevingsplan, waterschapsverordening en omgevingsverordening kunnen met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Omgevingswet, Artikel 4.3, eerste lid a en b: Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de volgende activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving: a. bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en het in stand houden van bouwwerken, b. milieubelastende activiteiten. Omgevingswet Artikel 4.6, tweede lid: Bij regels als bedoeld in artikel 4.3 kan worden bepaald dat in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening over daarbij aangewezen onderwerpen maatwerkregels kunnen worden gesteld. Omgevingswet, Artikel 4.14, eerste lid: De gemeenteraad kan voor een locatie een voorbereidingsbesluit nemen met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels. Tweede lid: Het voorbereidingsbesluit wijzigt het omgevingsplan met voorbeschermingsregels.
Derde lid, a en b: Voorbeschermingsregels strekken ertoe te voorkomen dat de locatie minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van het doel van de regels, bedoeld in het eerste lid, en kunnen alleen inhouden: a. een verbod of een verbod om zonder voorafgaande
Gegenereerd: v1.13
1
Gemeenteraad
VN2023-020741 Grond en Ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023
melding of zonder omgevingsvergunning daarbij aangewezen activiteiten te verrichten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar nog niet plaatsvinden, b. de aanwijzing van onderwerpen waarvoor het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan stellen of voorschriften aan een omgevingsvergunning kan verbinden. Vierde lid: De voorbeschermingsregels in het omgevingsplan vervallen na een jaar en zes maanden, of, als binnen die termijn het besluit tot vaststelling of wijziging van het omgevingsplan waarvan de regels, bedoeld in het eerste lid, deel uitmaken is bekendgemaakt, op het tijdstip waarop dat besluit in werking treedt of is vernietigd. Bestuurlijke achtergrond
De beslispunten in deze voordracht vormen (behalve beslispunt 2) samen een technische oplossing om, ondanks de stelselwijziging, met de bodemregels zo beleidsneutraal mogelijk over te kunnen gaan naar de Omgevingswet. Dit is in lijn met het collegebesluit van 18 maart 2019 over de uitgangspunten voor het omgevingsplan. Het ‘Beleidskader b0dem onder de Omgevingswet Amsterdam’ (verder Beleidskader) is de publieke opvolger van de Nota Bodembeheer en beschrijft het zo beleidsneutraal mogelijk omgezette bodembeleid en alle omgevingsplanregels die betrekking hebben op bodem vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Alle regels in het Beleidskader die afwijken van de rijksregels in de Omgevingswet of de rijksregels aanvullen, zijn onderdeel van de voorbereidingsbesluiten uit de beslispunten 1 en 2. Op 1 punt zijn de aangepaste bodemregels niet beleidsneutraal. Op 1 februari 2022 (VN2022-001662) heeft het college ingestemd met het voorbereiden van het opnemen van een meldingsplicht in het omgevingsplan, voorafgaand aan het toepassen van risicovolle bouwstoffen zoals staalslakken, conform het advies van Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (bijlage 6). Deze meldplicht is onderdeel van het voorbereidingsbesluit uit beslispunt 2. Op 25 oktober 2022 heeft het college ingestemd met de gewijzigde Nota Bodembeheer.
Dit in verband met het in werking kunnen laten treden van de vernieuwde bodemkwaliteitskaart, inclusief Weesp. TAM Het voorvoegsel 'TAM' bij de voorbereidingsbesluiten staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregelen. Deze maatregelen zijn onderdeel van een werkafspraak om de periode te overbruggen tussen het inwerkingtreden van de Omgevingswet en een goed werkend Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Aanleiding is de kamerbrief van 27 mei 2021, waarin TAM wordt aangekondigd om het inwerkingtreden van de Omgevingswet mede mogelijk te maken. Met de werkafspraak TAMvoorbereidingsbesluit wordt gemeenten, provincies en het Rijk de mogelijkheid geboden om juridisch een Omgevingswet voorbereidingsbesluit op te stellen op basis van de techniek van de Wro (namelijk RO Standaarden 2012), en te publiceren via Ruimtelijkeplannen.nl. Bij deze werkafspraak is de plannaam belangrijk: de plannaam begint met “TAM-voorbereidingsbesluit”, gevolgd door een spatie en de naam van het besluit. Hiermee wordt het onderscheid gemaakt tussen een Wro voorbereidingsbesluit en een voorbereidingsbesluit onder de Omgevingswet. Onderbouwing besluit
De beslispunten in deze voordracht vormen (behalve beslispunt 2) samen een technische oplossing om, ondanks de stelselwijziging, met de bodemregels zo beleidsneutraal mogelijk over te kunnen gaan naar de Omgevingswet. Dit is in lijn met het collegebesluit van 18 maart 2019 over de uitgangspunten voor het omgevingsplan.
Gegenereerd: v1.13
2
Gemeenteraad
VN2023-020741 Grond en Ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023
Ad 1) Het TAM-Voorbereidingsbesluit bodem Amsterdam vast te stellen (bijlage 1), waarin het beleidsneutrale deel van de aanvullende bodemregels is opgenomen Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaat er van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan voor de gemeente Amsterdam. Dit omgevingsplan bevat onder meer de bruidsschat: regels over onderwerpen die op dit moment nog op rijksniveau gelden, maar onder de Omgevingswet bij de gemeente komen te liggen. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming, de Bouwverordening (deze gaan op in de Omgevingswet) en het overhevelen van bodemtaken naar alle gemeenten, bevat de bruidsschat diverse regels over bodemgerelateerde activiteiten, zoals bouwen op verontreinigde bodem. Daarnaast stelt het Rijk regels vast over het ontgraven, het verplaatsen en op of in de bodem aanbrengen (toepassen) van grond, baggerspecie of bouwstoffen en het saneren van de bodem in het Bal (dat tegelijk met de Omgevingswet in werking treedt). De regels in het tijdelijk omgevingsplan en het Bal komen op een aantal punten niet overeen met de (beleids)regels zoals deze zijn vastgelegd in de Nota Bodembeheer. Om zo beleidsneutraal mogelijk over te gaan op de Omgevingswet zijn beleidsneutrale aanvullende bodemregels opgesteld. Dit zijn maatwerkregels en omgezette bruidsschatregels die in het omgevingsplan worden opgenomen.
Met maatwerkregels kan van de regels van het Bal worden afgeweken, of kunnen deze worden aangevuld. Bij het formuleren van de aanvullende bodemregels is rekening gehouden met de doelen van de Omgevingswet. Indien de beleidsneutrale aanvullende bodemregels niet van kracht worden op het moment van het inwerking treden van de Omgevingswet leidt dit binnen 1 kalenderjaar tot 3 verschillende elkaar opvolgende juridische regimes: 1. 2. 3.
Het huidige regime onder de Wet Bodembescherming en Nota Bodembeheer; Het regime van de rijksregels en het tijdelijke omgevingsplan, vanaf ingangsdatum Omgevingswet tot het vaststellen van het definitief Omgevingsplan (6 tot 9 maanden); Het regime van de rijksregels en het definitief Omgevingsplan waarin de huidige regels en het (uitvoerings-)beleid vanuit de Nota Bodembeheer zo beleidsneutraal mogelijk zijn omgezet naar omgevingsplanregels, via maatwerkregels en aangepaste bruidsschatregels (de beleidsneutrale aanvullende bodemregels).
Een ‘jojo-beleid’ wat hiervan het gevolg is, is ongewenst voor initiatiefnemers omdat de praktische uitvoerbaarheid en planningen van projecten in de knel kunnen komen. Ook zal dit consequenties hebben voor de VTH-processen (vergunningverlening, toezicht en handhaving) en voor de gezondheid en het milieu, die onvoldoende beschermd zijn met alleen de rijksregels en de bruidsschat. Zo zijn er door het Rijk geen saneringswaarden voor PFAS vastgesteld, en is de saneringswaarde voor lood niet in de lijn met de laatste wetenschappelijke inzichten van RIVM en GGD. In de periode van regime 2 kan niet teruggevallen worden op de eerder lokaal vastgestelde normen voor graven en saneren. Om de bestaande praktijk (regime 1) bij inwerkingtreding van de Omgevingswet te kunnen voortzetten (zo beleidsneutraal mogelijk), wil Amsterdam zo snel mogelijk de bodemregels van het omgevingsplan laten gelden (regime 3). De snelste manier is het nemen van een voorbereidingsbesluit, waarmee vooruitlopend op een reguliere wijziging van het omgevingsplan alvast aanvullende eisen aan activiteiten kunnen worden gesteld. Het voorbereidingsbesluit wijzigt het omgevingsplan met voorbeschermingsregels en kan tegelijk met de Omgevingswet in werking treden, de periode van regime 2 wordt overgeslagen. Het voorbereidingsbesluit bodem is opgenomen als bijlage 1 bij deze voordracht.
Gegenereerd: v1.13
3
Gemeenteraad
VN2023-020741 Grond en Ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023
Ad 2) Het TAM-Voorbereidingsbesluit staalslakken en grondstabilisatie Amsterdam vast te stellen (bijlage 2), waarin niet-beleidsneutrale aanvullende bodemregels over het toepassen van staalslakken en grondstabilisatie zijn opgenomen Het Bal bevat regels over het toepassen van bouwstoffen. Staalslak is een bijproduct van de staalproductie. Het ontstaat bij de omzetting van ruwijzer naar staal. De gestolde staalslak is een steenachtig materiaal en kan worden toegepast als bouwstof op of in de bodem. Voor staalslakken gelden toepassingsvoorwaarden, zoals “droogligging” (boven het grondwaterniveau) en geen contactmogelijkheid met oppervlaktewater, vanwege de zeer hoge pH-waarde (lage zuurgraad). Ook door de toepassing van bouwstoffen bij grondstabilisatie kan een hoge pH-waarde ontstaan en is het van belang toe te zien op de stoffen die in de bodem ter stabilisatie worden aangebracht. Voor bouwstoffen waarvan het risico schuilt in de plaats en de wijze van de toepassing zelf, zoals bij staalslakken(mengsels) en bij grondstabilisatie, is een meldingsplicht vooraf vanuit oogpunt van preventie dringend gewenst. De toepassing van deze bouwstoffen met een hoge pHwaarde (zuurgraad) is landelijk onvoldoende gereguleerd. Het huidige wettelijk kader biedt geen mogelijkheid tot een meldplicht vooraf. De Omgevingswet maakt het opleggen van deze meldplicht wel mogelijk.
In navolging van het collegebesluit van 1 februari 2022 (VN2022-001662) zijn omgevingsplanregels uitgewerkt over een meldplicht voorafgaand aan het toepassen van risicovolle bouwstoffen zoals staalslakken, conform het advies van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) (bijlage 6). Om de regels zo spoedig mogelijk in werking te laten treden en omdat ze niet beleidsneutraal zijn, zijn ze opgenomen in een apart voorbereidingsbesluit. Het voorbereidingsbesluit is opgenomen als bijlage 2 bij deze voordracht. Ad 3) Mandaat te verlenen aan het college voor het bekendmaken van de onder 1 en 2 genoemde voorbereidingsbesluiten met als grondslag de Omgevingswet In het vigerende bevoegdhedenbesluit ambtelijke organisatie Amsterdam is de directeur Ruimte en Duurzaamheid (onder)gemandateerd voor het bekendmaken van voorbereidingsbesluiten, met als grondslag de Wet ruimtelijke ordening. De (onder)mandaten onder de Omgevingswet zijn nog niet vastgelegd. Indien de raad het college hiervoor mandateert, kan het college de directeur Ruimte en Duurzaamheid mandateren.
Ad 4) Het wijzigingsbesluit Nota Bodembeheer 2023 vast te stellen, waardoor alleen de onderdelen van de Nota Bodembeheer die betrekking hebben op de bodemkwaliteitskaart van kracht blijven (bijlage 3) De bodemkwaliteitskaart, vastgesteld op 25 oktober 2022, wordt geen onderdeel van het Omgevingsplan maar blijft gelden met als grondslag het (gewijzigde) Besluit bodemkwaliteit. In het Wijzigingsbesluit Nota Bodembeheer Amsterdam 2023 (bijlage 3) worden alle onderdelen van de Nota Bodembeheer die geen verband houden met de bodemkwaliteitskaart ingetrokken. Bij de eerst volgende update van de bodemkwaliteitskaart (medio 2026) zal de bodemkwaliteitskaart als los product bestuurlijk worden vastgesteld. Ad 5) Mandaat te verlenen aan het college voor het nemen van niet-beleidsmatige (wijzigings)besluiten over de bodemkwaliteitskaart en het aanvaarden van een bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente als grondslag voor de milieuverklaring bodemkwaliteit In de huidige situatie is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om niet beleidsmatige wijzigingen van de Bodemkwaliteitskaart vast te stellen. Een vernieuwd mandaat is nodig omdat in de Omgevingswet de bevoegdheid voor het vaststellen en wijzigingen van
Gegenereerd: v1.13
4
Gemeenteraad
VN2023-020741 Grond en Ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023
de bodemkwaliteitskaart bij de raad is belegd. Het is gewenst dat ook onder de Omgevingswet over ondergeschikte wijzigingen door het college van burgemeester en wethouders kan worden besloten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het actualiseren van de statistische onderbouwing van de bodemkwaliteitskaart. Ook is het gewenst dat, net als onder de huidige regelgeving, het college onder de Omgevingswet mandaat krijgt om de bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente als grondslag voor een milieuverklaring bodemkwaliteit te aanvaarden. Hierbij gaat het om de grondslag als bedoeld in artikel 25c, derde lid van het Besluit bodemkwaliteit (milieuverklaring bodemkwaliteit). Ad 6) Kennis te nemen van het ‘Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam’: een publieksvriendelijke handleiding voor de uitvoeringspraktijk waarin bodembeleid en bodemregels, zoals deze gelden vanaf de ingangsdatum van de Omgevingswet, in samenhang zijn beschreven (bijlage 4a en 4b) Onder de Omgevingswet staan de bodemregels op verschillende plaatsen. Daarbovenop is de omzetting van bodemregels naar de Omgevingswet een wijziging in systematiek, termijnen en begrippen. Het zal voor het werkveld (aannemers, adviesbureaus en Amsterdammers) wennen zijn om hiermee om te gaan.
Het Beleidskader (bijlage 4a en 4b) is een leidraad voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk onder de Omgevingswet en biedt een overzicht en beschrijving van het beleid en de regels die onder de Omgevingswet in Amsterdam gelden voor het ontgraven, het verplaatsen en op of in de bodem aanbrengen (toepassen) van grond, baggerspecie of bouwstoffen en het saneren van de bodem bij het bouwen op verontreinigde bodem. Uiteindelijk zal ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) de gebruikers helpen om de regels te doorlopen. Daarvoor wordt nog gewerkt aan zgn. ‘toepasbare regels’. Om de overgang naar de nieuwe bodemregels goed te maken wordt door Amsterdam samen met OD NZKG een communicatieplan opgesteld, in aanvulling op de nog te verwachten rijkscommunicatie. Ad 7) Kennis te nemen van de aan de Omgevingswet aangepaste Amsterdamse richtlijn voor bodemonderzoek (bijlage 5, ARVO 2024 publieksversie) De ARVO wordt gebruikt als basis voor het uitvoeren van onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en wegverhardingen. Met deze update is de ARVO aangepast aan de Omgevingswet. Financiële onderbouwing Overige toelichting
n.v.t. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan
Gegenereerd: v1.13
5
Gemeenteraad
VN2023-020741 Grond en Ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2023-076131
Bijlage 1 Bekendmaking TAM-Voorbereidingsbesluit Bodem Amsterdam conceptbesluit.docx (msw12)
AD2023-076132
Bijlage 2 Bekendmaking TAM-Voorbereidingsbesluit staalslakken en grondstabilisatie Amsterdam conceptbesluit.docx (msw12)
AD2023-076133
Bijlage 3 Bekendmaking Wijzigingsbesluit Nota Bodembeheer 2023 conceptbesluit.docx (msw12)
AD2023-073375
Bijlage 4a Beleidskader Bodem Omgevingswet concept 20231003.pdf (pdf)
AD2023-073376
Bijlage 4b Beleidskader Bijlagen Bodem Omgevingswet concept 20231003 (1).pdf (pdf)
AD2023-073378
Bijlage 5 ARVO 2024 publieksversie 20231003.pdf (pdf)
AD2023-070910
Bijlage 6 Advies OD NZKG over meldingsplicht staalslakken en grondstabilisatie dd 20210920.pdf (pdf)
AD2023-070887
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Grond en Ontwikkeling, Henriette van Hoek, 06-15051038, h.van.hoek@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.13
6