CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 30 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-013800)2.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VN2025-014638 directie middelen en control

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 12 november 2025

Agendapunt

Financiën (36) A0

Datum besluit

16 september 2025

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gelezen hebbende de Begroting 2026 (bijlage 1) waarin onder andere zijn opgenomen:

a. De hoofdlijnen; b. De baten en lasten per programma en per programmaonderdeel; c. De toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; d. De investeringsruimte per domein e. De (verplichte) paragrafen; f. De bijlagen bij de begroting 1. Het beginsaldo van de begroting van de programmaonderdelen 2.1 tot en met 2.6, 6.1 tot en met 6.3 en 7.3 gewijzigd vast te stellen conform bijlage 2.

2. De begroting 2026 en het bijbehorende erratum vast te stellen en kennis te nemen van de

meerjarenraming. 3. 16,1 miljoen toe te voegen aan de reserve Vermogensopbouw deel overige activa uit de reserve Duurzame opvanglocaties, de reserve Kwaliteitsimpuls Groen en uit incidenteel budget inlooplocatie programma 6 ten behoeve van investeringen. 4. De reserve Zuidas op te heffen, waarmee 189,7 vrijvalt, en het projectbudget van Zuidasdok toe te voegen aan de reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong en het Vereveningsfonds. 5. De reserve IJ-oeververbindingen op te heffen, waarmee 0,2 miljoen wordt onttrokken en het programmabudget van Stadsverbetering wordt verhoogd. 6. 0,9 miljoen van de Reserve Coalitiemiddelen vrij te laten vallen voor seksuele voorlichting op scholen. 7. 0,4 van de reserve ROMInWest vrij te laten vallen. 8. De afkoopsommen erfpacht neutraal bij te stellen. 9. 59,1 miljoen van de verschillende pensioenvoorzieningen van wethouders vrij te laten vallen en toe te voegen aan een nieuwe centrale pensioenvoorziening. 10. De reserve Herplantfonds per 1 januari 2026 om te zetten naar een voorziening 11. De aangepaste Egalisatiereserve drinkwater vast te stellen. 12. De aangepaste Egalisatiereserve Jeugd vast te stellen. 13. De aangepaste Egalisatiereserve Inkomensdeel en conjunctuur vast te stellen. 14. De frictiekosten van 6,1 miljoen voor het jaar 2025 te dekken uit de Frictiekostenreserve. 15.

De negatieve saldi van de begroting in de jaren 2026, 2027 en 2028 te onttrekken aan de Algemene reserve en het positieve saldo van het jaar 2029 toe te voegen aan de Algemene reserve.

VN2025-014638 directie middelen en control

RAAD Wettelijke grondslag

Gemeentewet, artikel 190, lid 1. Het college biedt jaarlijks aan de raad de begroting van de gemeente ter vaststelling aan. Gemeentewet, artikel 191, lid 1. De raad stelt de begroting vast in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Gemeentewet, artikel 191, lid 2. Het college zendt de door de raad vastgestelde begroting voor 15 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten. Bestuurlijke achtergrond

Op 18 september 2025 is de Begroting 2026 van de gemeente Amsterdam aangeboden. De Begroting 2026 wordt in de Algemene beschouwingen en op 16, 29 en 30 oktober, 5 en 6 november behandeld in de raadscommissies. Op 13 november 2025 ligt de begroting ter instemming voor in de gemeenteraad. Om te voldoen aan artikel 191 van de Gemeentewet, waarin is opgenomen dat de vastgestelde begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten moet worden gezonden, wordt een besluit tot vaststelling van de gemeentelijke begroting voorgelegd. Deze datum is medebepalend voor de beslissing van de gedeputeerde staten om repressief (en geen preventief) toezicht uit te oefenen. De Begroting 2026 bevat de voor de raad relevante financiële en beleidsinhoudelijke informatie. De vast te stellen begroting bestaat uit:

• De hoofdlijnen van de Begroting 2026. • De programmabegroting ingedeeld naar op de gemeente Amsterdam toegesneden

programmaonderdelen met de daaraan verbonden baten en lasten. • De verplichte paragrafen volgend uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • De onverplichte paragrafen. Conform de beleidsnota Reserves en voorzieningen 2021 worden besluiten met betrekking tot het instellen, opheffen en wijzigen van reserves aan de raad voorgelegd. Onderbouwing besluit

1. Het beginsaldo van de begroting van de programmaonderdelen 2.1 tot en met 2.6, 6.1 tot en met 6.3 en 7.3 gewijzigd vast te stellen conform bijlage 2. Na vaststelling van de Begroting 2025 heeft een systeemconversie plaatsgevonden waarbij projectbudgetten die op verschillende plekken in de administratie stonden onder één programmaonderdeel en doelstelling zijn geplaatst. Daarnaast heeft een automatische koppeling plaatsgevonden van reservemutaties aan de juiste programmaonderdelen. Dit zijn technisch neutrale begrotingswijzigingen die in de vastgestelde Begroting 2025 zijn verwerkt vooruitlopend op de mutaties van de Voorjaarsnota 2025. Een en ander leidt tot een gewijzigde beginstand in een aantal onderdelen in de beleidsprogramma's 2, 6 en 7. De wijzigingen zijn opgenomen in bijlage 2.

VN2025-014638 directie middelen en control

RAAD 2. De begroting 2026 en het bijbehorende erratum vast te stellen en kennis te nemen van de meerjarenraming. In de gemeentewet is opgenomen dat de raad de begroting voor het komende jaar vaststelt en kennisneemt van de meerjarenraming voor inzicht in het verloop van de financiële positie. In de financiële verordening is daarnaast vastgelegd dat de begroting ook voorstellen bevat voor wijziging van de begroting van het lopende jaar. Met het vaststellen van de begroting autoriseert de raad deze wijzigingen. De begroting actualiseren we op 3 momenten gedurende het begrotingsjaar: bij de voorjaarsnota (voor het zomerreces), bij de begroting voor het volgende jaar (na het zomerreces) en bij de najaarsnota (aan het einde van het jaar). In de hoofdlijnen geeft het college een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting en komt de budgettaire situatie aan de orde. Het college zet uiteen met welke autonome ontwikkelingen en inzichten in de uitvoering van de begroting ze wordt geconfronteerd en welke keuzes voor de komende jaren zijn gemaakt. De Begroting 2026 is opgebouwd uit 8 genummerde beleidsprogrammas (onderverdeeld in programmaonderdelen), het overzicht A (Algemene dekkingsmiddelen) en het overzicht B (Bestuur en organisatie). In hoofdstuk 3 beschrijven we wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en welke middelen we hiervoor hebben.

Ook dit jaar hebben we een stap gezet om het inzicht in de begroting te vergroten. Als uitwerking van de bestuursopdracht inzicht in beleid, geld en keuzes hebben we de deelbudgetten aan de doelenboom toegevoegd. Ook hebben we duurzaamheid beter verankerd in de doelenboom (motie 716.23). De deelbudgetten nemen de plaats in van oude activiteiten. Hierdoor hebben we per doel de koppeling gemaakt met de bijbehorende deelbudgetten. Deze deelbudgetten hebben we actief gemaakt. We hebben de omschrijving van één woord uitgebreid, zodat duidelijk is waar we als gemeente aan werken en wat we willen bereiken.Zo zijn de deelbudgetten de nieuwe activiteiten geworden. Aan de deelbudgetten zijn zoveel mogelijk de bestaande indicatoren gekoppeld. Waar dat niet mogelijk was, zijn nieuwe indicatoren ontwikkeld. In totaal zijn er 85 nieuwe indicatoren toegevoegd. Om duurzaamheid beter te verankeren in de begroting hebben we de doelenboom aangepast en waar nodig nieuwe indicatoren duurzame indicatoren toegevoegd. Door onze duurzame doelen expliciet op te nemen in de doelenboom, wordt duurzaamheid een integraal onderdeel van de sturing en besluitvorming binnen de organisatie. De duurzaamheidsindicatoren zijn zichtbaar door het gebruik van nieuwe duurzaamheidsiconen.

De begroting bevat naast programmas ook een toelichting op programmaoverstijgende onderwerpen, zoals investeringen die de gemeente heeft gedaan of van plan is te doen en welke risicos we lopen als gemeente. Deze programmaoverstijgende onderwerpen worden beschreven in de paragrafen. De investeringsparagraaf gaat in op de investeringsruimte en investeringsportfolios per domein en de afwegingen die we hierbij hebben gemaakt. In de bijlagen zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen en het projectenportfolio (het overzicht van de investeringsprojecten). Het projectenportfolio laat zien welke nieuwe

3 Gegenereerd: v1.2

VN2025-014638 directie middelen en control

RAAD investeringsprojecten deel uitmaken van het meerjarige portfolio en hoeveel uitgaven in 2026 worden gedaan, ook voor de reeds lopende investeringsprojecten. 3. 16,1 miljoen toe te voegen aan de reserve Vermogensopbouw deel overige activa uit de reserve Duurzame opvanglocaties, de reserve Kwaliteitsimpuls Groen en uit incidenteel budget inlooplocatie programma 6 ten behoeve van investeringen. Duurzame opvanglocaties: 12 miljoen hevelen we over uit de reserve Duurzame opvanglocaties zodat dit bedrag kan worden toegevoegd aan de investeringsruimte Maatschappelijke voorzieningen en geoormerkt wordt voor de incidentele aankoop opvanglocaties. Renovatie van zes parken: 3,3 miljoen hevelen we over uit de reserve Kwaliteitsimpuls Groen zodat dit bedrag kan worden toegevoegd aan de investeringsruimte Openbare ruimte en mobiliteit om het eerder vastgestelde bestedingsvoorstel voor renovatie van zes parken doorgang te laten vinden. Inlooplocatie: 0,85 miljoen hevelen we over uit incidenteel budget in programma 6 naar de reserve Vermogensopbouw voor de verbouwing van een pand voor inlooplocatie voor het Expertiseplatform Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en het Centrum voor Seksueel Geweld. 4. De reserve Zuidas op te heffen, waarmee 189,7 vrijvalt, en het projectbudget van Zuidasdok toe te voegen aan de reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong en het Vereveningsfonds.

De reserve Zuidas wordt opgeheven met ingang van 2025. Het bedrag van 189,7 miljoen dat bestemd is voor het project Zuidasdok wordt deels toegevoegd aan de reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong in programma 2 ( 162,9 miljoen). De geplande uitgaven worden uit dezelfde reserve onttrokken. Het deel voor de ontwikkeling van woningen en bedrijven blijft onderdeel van programmaonderdeel 1.2 Grond. Deze middelen ( 26,8 miljoen) vallen vrij en worden toegevoegd aan het Vereveningsfonds. 5. De reserve IJ-oeververbindingen op te heffen, waarmee 0,2 miljoen wordt onttrokken en het programmabudget van Stadsverbetering wordt verhoogd. De reserve IJ-oeververbindingen wordt opgeheven. De middelen zijn aan de reserve onttrokken en aan het programmabudget van Stadsverbetering toegevoegd. 6. 0,9 miljoen van de Reserve Coalitiemiddelen vrij te laten vallen voor seksuele voorlichting op scholen. Vrijval middelen lerarencampus uit de Reserve Coalitiemiddelen voor seksuele voorlichting op scholen. 7. 0,4 van de reserve ROMInWest vrij te laten vallen. Bij de Begroting 2025 is de reserve ROMInWest opgeheven. Deze is ondergebracht in een centraal ingestelde financieringsreserve. Als gevolg van de opheffing van de reserve ROMInWest valt de nog beschikbare reservering van de kapitaallasten vrij ten gunste van de algemene middelen voor een bedrag van 0,2 miljoen in 2025 en 0,2 miljoen in 2026. 8.

De afkoopsommen erfpacht neutraal bij te stellen

4 Gegenereerd: v1.2

VN2025-014638 directie middelen en control

RAAD De afkoopsommen van Erfpacht worden verhoogd. De afkoopsommen bestaan uit de afkoop bij voortdurende 1e uitgifte, tussentijdse afkoop, afkoopsommen bij overstap. Een stijging of daling van de afkoopsommen heeft geen direct effect op de ruimte in het beeld, omdat de grondwaarde wordt toegevoegd aan de reserve afkoopsommen en de meerwaarde aan de reserve financiering afkoopsommen. Per saldo wordt er ruim 24 miljoen in 2025, 34 miljoen in 2026, 42 miljoen in 2027, 2028 en 2029 aan de reserves toegevoegd. 9. 59,1 miljoen van de verschillende pensioenvoorzieningen van wethouders vrij te laten vallen en toe te voegen aan een centrale pensioenvoorziening. Bij deze begroting worden de beginstanden van de verschillende pensioenvoorzieningen overgeboekt naar één nieuwe centrale pensioenvoorziening. De hoogte van de totale pensioenvoorziening verandert niet met deze wijziging. Het nieuwe paspoort van de voorziening Pensioenregeling APPA oud-bestuurders is opgenomen in bijlage 3. 10. De reserve Herplantfonds per 1 januari 2026 om te zetten naar een voorziening. In de Voorjaarsnota 2025 is besloten over de opheffing van de reserve Herplantfonds. Het paspoort hiervoor dient nog te worden aangepast. Het Herplantfonds was een reserve en wordt per 1 januari 2026 omgezet naar een voorziening.

Eind 2024 stond de balans op 0,4 miljoen, waarvan naar verwachting 0,2 miljoen in 2025 wordt besteed. De toevoegingen aan de voorziening zijn afhankelijk van het aantal bomen dat gekapt wordt (en die niet direct terug geplant kunnen worden) en de onttrekking van het aantal bomen dat herplant wordt. Het eindsaldo per 31 december 2025 zal worden ingebracht in de nieuwe voorziening. Voor deze omzetting dient het paspoort aangepast te worden. Het aangepaste paspoort van de reserve Herplantfonds is opgenomen in bijlage 3. 11. De aangepaste Egalisatiereserve drinkwater vast te stellen. In de Voorjaarsnota 2025 is besloten over de aanpassing van de Egalisatiereserve drinkwater. Het paspoort van de egalisatiereserve drinkwater voldoet niet aan de Drinkwaterwet en de reserve wordt daarom omgezet in een projectreserve. Een deel van de reserve wordt ingezet voor andere doeleinden, zoals het dekken van het tekort van 5,6 miljoen in 2022 en investeringen in de watertaken. De verwachting is dat de reserve nog drie jaar zal bestaan (tot en met 2028), omdat de planning is dat de drinkwatertaak daarna buiten de gemeenteorganisatie zal worden gepositioneerd, waarschijnlijk in een NV. Het paspoort bij de reserve Drinkwater dient hiervoor te worden aangepast. Het aangepaste paspoort van de Egalisatiereserve drinkwater is opgenomen in bijlage 3. 12.

De aangepaste Egalisatiereserve Jeugd vast te stellen. De egalisatiereserve Jeugd loopt eind 2025 af. Voorgesteld wordt om deze te verlengen gezien de aanhoudende grote financiële onzekerheden rond de jeugdzorg, zowel aan de inkomsten- als de uitgavenkant. De rijksinkomsten voor Jeugd vanuit het Gemeentefonds, cluster Individuele voorzieningen Jeugd, zijn de komende tijd erg onzeker. Bij de Meicirculaire 2025 zijn extra middelen aan gemeenten toegekend voor 2025-2027 en zijn extra kortingen doorgevoerd vanaf 2028. Begin 2027 volgt een tweede rapportage van de commissie Van Ark, waarin de balans opgemaakt wordt over de vorderingen op de Hervormingsagenda Jeugd en het realiteitsgehalte van de besparingen. Dit is een jaar eerder dan oorspronkelijk bedacht was.

5 Gegenereerd: v1.2

VN2025-014638 directie middelen en control

RAAD Onze meerjarenbegroting Jeugd loopt de komende jaren sterk terug (met circa 55 miljoen richting 2029). De besparingen zijn vooral geboekt ten laste van de aanvullende jeugdhulp. Veel van deze besparingen zijn nog lang niet zeker. De kosten van de aanvullende jeugdhulp zijn de afgelopen twintig jaar sterk gestegen. Het terugdringen hiervan zal zeer grote inspanning vragen, met onzeker resultaat. De maximale omvang van de reserve is 15 miljoen. De huidige stand is 1,3 miljoen. Het aangepaste paspoort van de Egalisatiereserve Jeugd is opgenomen in bijlage 3. 13. De aangepaste Egalisatiereserve Inkomensdeel en conjunctuur vast te stellen. Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Om de gunstige ontwikkeling op de BUIG te kunnen betrekken in meerjarige ramingen wordt voorgesteld om een structureel resultaat op de BUIG te ramen en deze vrij te laten vallen ten gunste van de algemene middelen. Hierbij ontstaat wel het risico dat bij teruglopende resultaten op de BUIG er middelen vanuit de egalisatiereserve ingezet moeten worden om de afdracht aan de algemene middelen te kunnen realiseren.

Aanvullende afspraken zijn in het paspoort vastgelegd om het risico van uitputting van de egalisatiereserve te voorkomen. Om ook in de toekomst tot een positief resultaat op de BUIG te realiseren, om de egalisatiereserve te vullen, is het nodig extra investeringen te doen. De omvang van de benodigde investering moet in lijn zijn met de omvang van de extra investeringen die de afgelopen collegeperiodes zijn gedaan. Om die reden is bij de voorjaarsnota een deel van de afdracht herbestemd voor inzet binnen het begrotingsprogramma Sociale Zaken en Armoedebestrijding. Het gaat hierbij om blijvende investeringen in re-integratie en bestaanszekerheid. Deze afspraken zorgen voor wijzigingen in het paspoort van de egalisatiereserve inkomensdeel en conjunctuur. Het aangepaste paspoort is opgenomen in bijlage 3. 14. De frictiekosten van 6,1 miljoen voor het jaar 2025 te dekken uit de Frictiekostenreserve. Frictiekosten zijn noodzakelijke kosten die gemaakt worden voor het realiseren van structurele besparingen. Alle frictiekosten zijn per definitie incidentele kosten. Bij de begroting zijn de aanvragen voor de frictiekosten geactualiseerd. De totale omvang van deze aanvragen is 6,1 miljoen in 2025 en 28,7 miljoen voor de jaren 2026 tot en met 2029. 15.

De negatieve saldi van de begroting in de jaren 2026, 2027 en 2028 te onttrekken aan de Algemene reserve en het positieve saldo van het jaar 2029 toe te aan de Algemene reserve. We onttrekken de negatieve saldi van de begroting in 2026, 2027 en 2028 aan de Algemene reserve en voegen het positieve saldo in het jaar 2029 aan de Algemene reserve toe. Dit betekent een onttrekking 23 miljoen in 2026, 32 miljoen in 2027 en 4 miljoen in 2028. We voegen 3 miljoen in 2029 toe. Daardoor vertoont de Begroting 2026 meerjarig en structureel een sluitend beeld. In de hoofdlijnen van de Begroting 2026 is meer informatie over de stand en normhoogte van de algemene reserve te vinden.

6 Gegenereerd: v1.2

VN2025-014638 directie middelen en control

RAAD Participatie

Voor de begroting is een uitzondering opgenomen in H2, art.3 sub 3 onder d van de Participatieverordening Gemeente Amsterdam. Financiële onderbouwing

Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting

De financiële consequenties van de besluitvorming zijn verwerkt in de begroting. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

Niet van toepassing Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2025-065998

Bijlage 1 - Begroting 2026 Gemeente Amsterdam.pdf (pdf)

AD2025-065999

Bijlage 3 - Paspoorten reserves .docx (msw12)

AD2025-066000

Bijlage 2 Wijzigingen beginsaldo Begroting 2026.pdf (pdf)

AD2025-066003

Gemeenteraad (2) Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-066004

Erratum Begroting 2026 DEF.pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Directie Middelen en Control: Cora bakker, cora.bakker@amsterdam.nl, 06 29653647 Guy Monod de Froideville, g.monod.de.froideville@amsterdam.nl, 06 43758303

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16103194/1