CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 31 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Projectnota Marineterrein, instemmen met de voorbereiding investeringsbesluit en kennisnemen van de afdoening van motie 1409.17 over de Principenota Marineterrein en start gesprekken ten behoeve van aankoop Marineterrein. (VN2023-022065)6.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

Portefeuille

Grond en Ontwikkeling

Agendapunt

28

Datum besluit

College van B&W, 19 september 2023. Onderwerp

Vaststellen Projectnota Marineterrein, instemmen met de voorbereiding investeringsbesluit en kennisnemen van de afdoening van motie 1409.17 over de Principenota Marineterrein en start gesprekken ten behoeve van aankoop Marineterrein. De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. De Projectnota Marineterrein vast te stellen, waarmee het kader wordt vastgelegd voor de ontwikkeling van het Marineterrein tot een innovatief stadskwartier, verbonden met de stad en gericht op het bedenken, testen en toepassen van duurzame oplossingen voor stedelijke vraagstukken, in lijn met de bestuursovereenkomst 2013 met het Rijk. Met de Projectnota wordt in essentie vastgelegd dat: a. Het Marineterrein ontwikkeld wordt via een geleide adaptieve ontwikkelstrategie: fasegewijs, binnen de vastgestelde kaders, lerend van elke stap in de ontwikkeling en bijsturen waar nodig; b. Er maximaal 185.000 m2 bruto vloeroppervlak (BVO) aan bovengrondse bebouwing komt op het hele terrein (inclusief bestaande te handhaven gebouwen). Hiervan is: 1. 2.

maximaal 35.000 m2 BVO voor de kazerne van Defensie; 150.000 m2 BVO aan bebouwing in het Dok en het stadspark, waarvan (inclusief ondersteunende voorzieningen): 1. 40% wonen (ca. 800 woningen) 2. 40% voor werken 3. 20% voor leren

c. De stedenbouwkundige hoofdopzet bestaat uit een flexibel en robuust raamwerk met een intensief bebouwd deel (het Dok) met straten en routes en bebouwde stroken van wisselende breedtes en hoogtes, in combinatie met een uitnodigend stadspark aan het Oosterdok en een compacte kazerne van Defensie aan de noordoostzijde van het terrein; d. De hoogte van de bebouwing varieert van overwegend 20 tot 30 meter, met twee hoogteaccenten tot maximaal 40 meter; e. De gebouwen adaptief ontwikkeld worden zodat deze ook op de lange termijn flexibel in gebruik zijn en daarmee duurzaam toekomstbestendig; f. De hoogte van de plint van de gebouwen in principe 4,5 meter is om maximaal ruimte te geven aan ontmoeting en interactie tussen wat in de gebouwen gebeurt en daarbuiten; g. De openbare ruimte op het Marineterrein ruimte biedt voor het testen van oplossingen voor stedelijke vraagstukken; h. De in de cultuurhistorische verkenning Marine Etablissement 2018 van de gemeente Amsterdam als monument(waardig) en behoudenswaardig aangewezen gebouwen op het terrein ingepast worden in de plannen;

Gegenereerd: v1.19

1

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

i. Het Dok en het stadspark autovrij worden, waarbij het benodigde parkeren voor zowel de kazerne als het Dok en stadspark opgelost wordt in een parkeergarage onder het sportveld van Defensie; j. De energie- en waterhuishouding klimaatneutraal worden; k. Er een plan van aanpak participatie voor de volgende planfase wordt opgesteld in afstemming met brede vertegenwoordiging van stakeholders die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het terrein; l. Door middel van curatorschap langdurig gestuurd wordt op het invulling geven aan de ambities en uitgangspunten op het gebied van programma, maatschappelijke en economische meerwaarde, ruimtelijke en architectonische kwaliteit. 2. Kennis te nemen van het afdoen van motie 1409 (voormalig raadslid Nuijens e.a.) van 9 november 2017, n.a.v. het Principebesluit Marineterrein, door het College. 3. Kennis te nemen van de door het college vastgestelde Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein, waarin opgenomen de verzamelde inspraakreacties. 4. Kennis te nemen van het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum, m.b.t. de Nota van Uitgangspunten, Nota van Beantwoording inspraakreacties en Participatieparagraaf en de wijze waarop het college dit advies heeft verwerkt. 5. Kennis te nemen van de ideeën van een groep buurtbewoners voor een andere invulling van het Marineterrein, in aanvulling op de inspraakreactie.

6.Kennis te nemen van de voorbereiding van een investeringsbesluit waarin de definitieve ruimtelijke, programmatische en financiële uitgangspunten aan de raad worden voorgelegd als onderdeel van het investeringsbesluit, alsmede de bijbehorende onderzoeken. 7. Kennis te nemen van de bijlage financiële paragraaf (GEHEIM) bij de Projectnota Marineterrein met het voorlopig ingeschatte saldo van € 0,- op netto contante waarde per 01-01-2023. 8. Kennis te nemen van de belangrijkste risico's: a. Het effect van de parkeergarage op waterhuishouding b. Het verwijderen van bestaande kabels en leidingen c. De staat van de huidige kadeconstructies d. De staat van de bestaande opstallen en benodigde investeringen 9. Kennis te nemen van het activeren van de begrote proceskosten om te komen tot een investeringsbesluit, beeldkwaliteitsplan, wijziging omgevingsplan Amsterdam en participatieplan, ad € 3,6 mln als immateriële vaste activa binnen het regime van het Vereveningsfonds. 10. Kennis te nemen van het besluit van het college van B&W om na vaststelling van de Projectnota door de raad de gesprekken met het Rijksvastgoedbedrijf zal starten teneinde het terrein aan te kunnen kopen. 11. Kennis te nemen van geheimhouding die op grond van artikel 87 van de Gemeentewet op de Financiële paragraaf (bijlage 10 bij deze voordracht) is opgelegd.

Dit in verband met de belangen genoemd in artikel 5.1 lid 2 sub b van de Wet open overheid. De geheimhouding is opgelegd tot 15 jaar na het vaststellen van de Projectnota, t.w. 8 november 2038, of tot het moment waarop de gemeenteraad besluit deze op te heffen. Wettelijke grondslag

Gegenereerd: v1.19

2

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

Artikel 108 jo artikel 147, tweede lid, van de Gemeentewet: De gemeenteraad is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente. Artikel 87 Gemeentewet: De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust, Woo art. 5.1 lid 2 sub b: Het openbaar maken van informatie blijft achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de financiële en economische belangen. De economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter. Artikel 5 lid 1 tot en met 3 van de Gewijzigde financiële verordening Amsterdam 2023. Artikel 169 Gemeentewet en artikel 80 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam: Op grond van artikel 169 Gemeentewet wordt de raad geïnformeerd over de wijze waarop de motie is afgedaan. Bestuurlijke achtergrond

De concept Nota van Uitgangspunten (NvU) is op 9 november 2021 door het college van B&W vrijgegeven voor inspraak. De NvU is het ruimtelijk programmatisch kader voor de beoogde ontwikkeling en is na de inspraak integraal opgenomen in de Projectnota als afsluiting van de haalbaarheidsfase. De NvU heeft de instemming van het Rijk. In de bestuursovereenkomst Marineterrein 2013, artikel 7, is opgenomen dat het projectbesluit wordt genomen door de raad. Eerder genomen relevante besluiten: • Collegebesluit van 5 november 2013 ten aanzien van het voornemen de Bestuursovereenkomst Ontwikkeling Marineterrein te ondertekenen, waarin Rijk en Gemeente vastleggen gezamenlijk op te trekken voor de ontwikkeling van het Marineterrein. Ondertekening heeft plaatsgevonden op 5 december 2013. Nummer: BD2013-012007 • Raadsbesluit 27 november 2013 ‘Uiten van wensen en bedenkingen terzake van de Strategienota, getiteld: ‘Het Marineterrein’ en bijbehorende Financiële Paragraaf, instemmen met de kaders voor de uitvoering van de ontwikkeling van het Marineterrein en beschikbaar stellen van € 5,5 miljoen vanuit het Amsterdams Investeringsfonds. Nummer: 1062 (Gemeenteblad afd.1) • Collegebesluit van 18 juli 2017 ten aanzien van het vaststellen van de Principenota Marineterrein. Nummer: ZD2017-003737 • Motie 1409 (voormalig raadslid Nuijens e.a.) van 9 november 2017 n.a.v.

het Principebesluit Marineterrein van het College, waarbij verzocht is meer ruimte voor wonen op te nemen en voorzieningen en sport een aanzienlijke rol te geven in de plannen. • Collegebesluit van 10 juli 2018 om raad te informeren met een brief over het proces en de consequenties van het besluit van Defensie om met een groter programma dan eerder overeengekomen aanwezig te blijven op het Marineterrein en de door rijk en gemeente daarop gemaakte Samenwerkingsafspraken (d.d. 9 juli 2018). Nummer: ZD2018-004460 • Collegebesluit van 10 maart 2020 om de raad te informeren met een brief d.d. 17 maart 2020 over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg tussen gemeente en rijk van 20 februari 2020, waarin besloten is wat de basis is voor de uitwerking naar een Nota van Uitgangspunten (NvU). Nummer: VN2020-003352 • Collegebesluit van 9 november 2021 inzake vrijgeven voor inspraak van de concept Nota van Uitgangspunten Marineterrein. De commissie RO heeft de raadsinformatiebrief hierover op 15 december 2021 voor kennisgeving aangenomen. Nummer: VN2021-030248

Gegenereerd: v1.19

3

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

• Collegebesluit van 18 april 2023 ten aanzien van het aanwijzen tot gemeentelijk monument van de muur aan de Kattenburgerstraat. Nummer: VN2023-008757 Onderbouwing besluit

Ad 1 Vaststellen van de Projectnota Marineterrein In 2013 is met het vaststellen van de Strategienota voor het Marineterrein en het met het Rijk sluiten van de bestuursovereenkomst de aanzet gelegd voor de ontwikkeling van het Marineterrein als een van de innovatieve werkplekken van de stad. Deze ambitie is met de Principenota in 2017 verder vastgelegd en met het openstellen van het terrein is gestart met het in tijdelijkheid invulling geven aan deze ambitie. Met de Projectnota wordt nu het ruimtelijk en programmatisch kader vastgelegd waarbinnen het Marineterrein zich verder kan ontwikkelen tot innovatief stadskwartier, verbonden met de stad en de samenleving. De plek waar creatieve geesten, denkers en makers samen komen om oplossingen te bedenken en testen voor stedelijke vraagstukken zoals bijvoorbeeld klimaatadaptatie, hittestress, eenzaamheid onder ouderen of logistiek in een verdichtende stad. Een aantrekkelijke stedelijke omgeving die de proeftuin is voor de stad van morgen, met een unieke combinatie van kennisinstellingen, bedrijven, woningen, Defensie, sport en een uitnodigend stadspark aan het Oosterdok. Het vaststellen van een Projectnota en daarmee het nemen van een projectbesluit is normaliter de bevoegdheid van het college van B&W.

De reden waarom dit besluit voor het Marineterrein aan de raad wordt voorgelegd is omdat dit is afgesproken in de bestuursovereenkomst. Leeswijzer bijlagen De Projectnota zelf is in beeld en tekst samengevat in bijlage xx. Onderdeel van de Projectnota is echter ook een groot aantal bijlagen. Van de bijlagen 4 en 10 t/m 21 xx t/m xx is op de volgende wijze een samenvatting weergegeven in de stukken: • • • • •

Nota van Uitgangspunten (NvU): in beeld en tekst samengevat in bijlage 11. Cultuurhistorisch onderzoek en cultuurhistorische verkenning: H.1 blz. 18 NvU. Verslagen consultatie: in de stukken zelf bijlage 14 en 15 Nota van Beantwoording (NvB): in bijlage 7, Opbrengst participatie en inspraak. Alle onderzoeken (bijlage 16 t/m 21): samenvattende conclusies zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van de Projectnota, bijlage 1. • Financiële Paragraaf (GEHEIM): in het stuk zelf, bijlage 10. Ad 1 a Geleide adaptieve ontwikkelstrategie Een innovatief stadskwartier vraagt om een ontwikkelstrategie die daarbij past. De wereld verandert snel en het is belangrijk om steeds in te kunnen spelen op veranderende behoeftes. Daarom is voor de ontwikkeling van het Marineterrein gekozen voor een adaptieve ontwikkelstrategie. Dat betekent geen blauwdruk voor de hele ontwikkeling, maar een fasegewijze ontwikkeling van het gebied. Zodat experimenten de ruimte krijgen, geleerd kan worden van elke ontwikkeling, en nadrukkelijk de lessen die daaruit getrokken worden toegepast kunnen worden in een volgende fase. Met bijsturing van onze werkwijze voor op wat dat moment nodig is om de ambities voor het terrein te verwezenlijken. Ad 1 b Programma Voor het realiseren van een innovatiedistrict is een mix van werken/leren en wonen nodig, inclusief ondersteunende functies, waarbij de overhand ligt bij werken/leren.

De verhouding die daarbij als leidraad (Metromix, een publicatie van het college van Rijksadviseurs) wordt gehanteerd is 70% werken/leren en 30% wonen en voorzieningen. Deze verhouding was ook opgenomen in de

Gegenereerd: v1.19

4

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

Principenota. Naar aanleiding van de motie 1409.17 van de leden Nuijens c.s., waarin gevraagd is om meer ruimte voor wonen op te nemen, is onderzocht of meer wonen ingepast kan worden zonder areuk te doen aan het realiseren van een maatschappelijk en economisch waardevol innovatiedistrict. Het resultaat hiervan is opgenomen in de Projectnota, te weten een verhouding van 40% wonen en 60% werken/leren, inclusief ondersteunende voorzieningen. Deze verdeling geldt voor het vrijkomende deel van het Marineterrein, aangezien de gemeente geen zeggenschap heeft over de programmering van de kazerne die in eigendom blijft van het Rijk. Op basis van een volumestudie is berekend dat er ongeveer 185.000 m2 bruto vloeroppervlak (BVO) aan bebouwing op het gehele terrein ingepast kan worden, waarbij in deze verkennende fase gerekend is met een overmaat aan verdiepingshoogte voor de flexibiliteit in gebruik van de gebouwen. Door in deze fase nog lucht in het raamwerk te houden, wordt ruimte geboden voor alternatieven en optimalisaties in de planuitwerking. Vanuit de inspraak op de NvU is nadrukkelijk verzocht om dit metrage te maximeren, zodat niet alles maximaal volgebouwd zal worden.

Daarom is het bouwvolume als volgt opgenomen in de Projectnota: • Maximaal 185.000 m2 BVO bovengronds volume aan bebouwing op het hele terrein (inclusief te behouden bestaande gebouwen), waarvan: • Maximaal 35.000 m2 BVO voor de kazerne van Defensie; • 150.000 m2 BVO aan bebouwing in het Dok en stadspark, waarvan (inclusief ondersteunende voorzieningen): • 40% wonen (ca. 800 woningen) • 20% leren • 40% werken Ad 1 c en d Stedenbouwkundig raamwerk en bouwhoogte Voor het ontwikkelen van een adaptief innovatief stadskwartier is gekozen voor een stedenbouwkundig raamwerk met een ogenschijnlijk eenvoudige hoofdopzet die zowel ondergronds (qua kabels en leidingen) als bovengronds (qua gebouwen en openbare ruimte) robuust én flexibel is. Het is geen stedenbouwkundig plan, maar een opzet waarbinnen aanpassingen in de tijd mogelijk zijn zonder dat hiervoor ingrijpende aanpassingen nodig zijn in de hele onderen bovengrondse structuur. Het stedenbouwkundig raamwerk is het ruimtelijk kader voor de gefaseerde ontwikkeling en bestaat uit drie delen: het op het zuiden georiënteerde Stadspark aan het Oosterdok, het Dok met afwisselende breedtes van straten en stroken en de Kazerne van Defensie aan de Kattenburgerstraat. Dit raamwerk is samen met Atelier Rijksbouwmeester tot stand gekomen.

De Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Amsterdam heeft positief geadviseerd op deze stedenbouwkundig hoofdopzet (adviesnummer 2021-4). De verhouding bebouwd/ onbebouwd is ten opzichte van de Principenota gewijzigd. Waar de Principenota uitging van een verhouding 50/50 is het uitgangspunt binnen het raamwerk 30% bebouwd en 70% onbebouwd. De bebouwing is sterk geconcentreerd in het Dok, waardoor er meer openbare ruimte en ruimte voor groen ontstaat. Door het concentreren van het beoogde bouwvolume wordt de overwegende bouwhoogte 20 tot 30 meter. Daarnaast zijn twee hoogbouwaccenten mogelijk tot maximaal 40 meter. Dit past binnen het hoogbouwbeleid van de gemeente en is conform het advies van de Hoogbouwadviescommissie. Hoger bouwen gaat ten koste van de leeaarheid in het gebied en de omgeving. Meer of hogere hoogbouwaccenten kunnen niet in verband met de richtlijnen voor het beschermd stadsgezicht van de oude binnenstad als Unesco werelderfgoed. Uit de inspraakreacties is gebleken dat met name de direct omwonenden van het Marineterrein bezwaar hebben tegen de in het raamwerk opgenomen bouwhoogtes aan de Kattenburgerstraat en de Dijksgracht. Het zijn echter maximale bouwhoogtes. Bij de verdere planuitwerking zal duidelijk worden welke bouwhoogtes daadwerkelijk nodig zijn. De NvU schetst vanuit het perspectief van

Gegenereerd: v1.19

5

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

de direct omwonenden de ‘worst case’ wat betreft de bouwhoogte. Door de flexibiliteit in het raamwerk en de combinatie met het maximaliseren van het bouwvolume zal er variatie in de bouwhoogte komen. Het in deze fase van de planvorming verlagen van de maximale bouwhoogtes aan de randen gaat ten koste van de flexibiliteit in de uitwerking. Ad 1 e en f Adaptieve gebouwen voor flexibel gebruik en bouwhoogte plint Omdat nu nog niet precies te zeggen is wat over 10 of 15 jaar nodig is voor het realiseren van de ambities voor het Marineterrein, is het uitgangspunt om duurzaam toekomstbestendige gebouwen te realiseren. Gebouwen die in de tijd kunnen wisselen van functie zonder dat ze gesloopt of grootschalig getransformeerd hoeven te worden. Dit is erg belangrijk in het kader van duurzaamheid. Dat betekent dat er in deze fase gerekend wordt met een verdiepingshoogte waarbij zowel bedrijven als kennisinstellingen als woningen gerealiseerd kunnen worden. Er wordt niet voorgeschreven wat de verdiepingshoogte moet zijn, als de gebouwen maar adaptief en flexibel in gebruik worden. Omdat ontmoeting en interactie tussen mensen en activiteiten binnen en buiten de gebouwen van essentieel belang is voor een goed functionerend innovatief stadskwartier, is het noodzakelijk dat de plinten van de gebouwen (de onderste laag van de gebouwen) daaraan bijdragen.

Daarom wordt voor de plint in principe een hoogte van 4,5 meter als uitgangspunt gehanteerd. Ad 1 g Openbare ruimte als testgebied De focus van het Marineterrein als innovatief stadskwartier ligt op het bedenken, testen en toepassen van duurzame oplossingen voor stedelijke vraagstukken. Oplossingen die bijdragen aan de leeaarheid van de stad. Dat zal in en op de gebouwen plaatsvinden, maar het betekent ook dat de buitenruimte plek moet bieden om te testen. Testruimte is nodig voordat het toegepast kan worden in de stad. Dit heeft invloed op de inrichting van de buitenruimte (al dan niet mogelijk in combinatie met Puccini) en het beheer ervan. In de volgende planfase zal samen met de community op het Marineterrein en de gemeentelijke adviseurs voor Puccini en beheer onderzocht worden hoe die testruimte verder ingevuld kan worden. Ad 1 h Inpassen van monument(waardige) en behoudenswaardige gebouwen Bijzondere gebouwen op het terrein worden zeer gewaardeerd door omwonenden en gebruikers van het Marineterrein. Uitgangspunt bij de herontwikkeling is dat als orde 1 en 2 (monumentwaardige en behoudenswaardige) aangewezen gebouwen behouden blijven en zijn ingepast in het stedenbouwkundig raamwerk. In opdracht van de gemeenteraad wordt door Monumenten en Archeologie een waarderingskaart opgesteld voor Havens, Industrie en Kantoren.

In een concept waarderingskaart is de huidige invulling van het Marineterrein vooralsnog in zijn geheel opgenomen, omdat het huidige ensemble van gebouwen en groen op dit terrein als zodanig aangemerkt kan worden. Door met de herontwikkeling te kiezen voor verdichting op het Marineterrein kunnen niet alle huidige gebouwen behouden blijven. Met het vaststellen van de Projectnota zal de concept waarderingskaart hierop aangepast worden, waarbij het deel van het Marineterrein waarop nieuwbouw gerealiseerd wordt buiten de waarderingskaart blijft. Ad 1 i Autovrij Dok en Stadspark Om alle ruimte te geven aan ontmoeting en interactie en de leeaarheid van het gebied is gekozen om het Dok en Stadspark autovrij te maken. De kazerne van Defensie is dat niet, maar dat is in de huidige situatie ook niet het geval. De behoefte aan parkeer en stallingsruimte voor hun voertuigen neemt niet toe ten opzichte van de huidige behoefte. Een autovrij gebied betekent niet dat er geen parkeerplaatsen gerealiseerd hoeven te worden. Het Marineterrein is vooralsnog conform

Gegenereerd: v1.19

6

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

het parkeerbeleid van de gemeente aangewezen als een B-locatie. Dat betekent dat minimaal voor de vrije sectorwoningen en bezoekers parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Bij ca. 800 woningen betekent dit ongeveer 200 parkeerplaatsen. Deze zullen gerealiseerd worden in een parkeergarage onder het sportveld van Defensie, net als de voor de kazerne benodigde parkeerplaatsen. Vooralsnog is het uitgangspunt dat de parkeergarage in eigendom komt van Defensie en Defensie is akkoord met het gecombineerde gebruik van de garage. Dit betekent dat bij de verdere uitwerking van de plannen afspraken gemaakt moeten worden met Defensie over de exploitatie en het gebruik van de parkeerplaatsen voor het publieke deel. Om een autovrij terrein goed te laten functioneren is een goede ontsluiting voor fietsers en voetgangers nodig. Daarvoor wordt een extra entree vanaf de Kattenburgerstraat gerealiseerd voor gecombineerd auto/voetgangers en fietsers, waardoor de huidige hoofdentree geheel voor voetgangers en fietsers ingericht kan worden. De tijdelijke brug over de Dijksgracht zal vervangen worden voor een definitieve brug voor langzaamverkeer. Uit verkeersonderzoek is gebleken dat geen extra investering nodig is in de bereikbaarheid met het OV.

De huidige busverbinding in de Kattenburgerstraat en de tramverbinding op het Piet Heinkade volstaan in combinatie met de uitbreiding van de toegankelijkheid voor langzaamverkeer. Ad 1 j Duurzaamheid en klimaat De energiehuishouding op het Marineterrein is op de langere termijn klimaatneutraal. De nieuwe bebouwing is van meet af aan gasloos. De ambitie is om ook de bestaande bebouwing gasloos te maken (ook die van de Kazerne). De duurzame energie infrastructuur wordt geschikt gemaakt voor verschillende bronnen van elektriciteit en warmte-koude. Ook de waterhuishouding van het Marineterrein wordt klimaatneutraal. Dit houdt in dat er zoveel mogelijk water wordt opgevangen en vertraagd afgevoerd. Het Marineterrein is in 2050 zo goed mogelijk voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. Op de langere termijn heeft het Marineterrein een circulair systeem voor afvalstromen (grondstoffen). De nieuw- en verbouw op het Marineterrein zal zoveel mogelijk op circulaire wijze plaatsvinden. Er wordt gestreefd naar maximaal hergebruik van bestaande materialen uit de gebouwen en de infrastructuur, en naar een minimale milieulast van de gebouwen en infrastructuur. Ad. 1 k Participatie na het projectbesluit In de Projectnota is de participatiestrategie opgenomen voor de eerste vijf jaar nadat college en raad besloten hebben over de Projectnota.

De eerste stap na het projectbesluit is het opstellen van een plan van aanpak participatie. Dit gebeurt in samenwerking met de huidige en toekomstige gebruikers van het Marineterrein Het doel van de participatie in de periode 2023-2027 is om de verbinding te leggen en te behouden tussen wat er nu al gebeurt en gaat gebeuren op het Marineterrein en de bewoners en ondernemers van de stad Amsterdam. Dit zodat de plannen voor de toekomstige ontwikkeling zo goed mogelijk aansluiten bij de ambitie voor het terrein, de wensen en behoeften van de huidige en toekomstige gebruikers. Ad. 1 L Curatorschap Het bewaken van de ambities voor het terrein en het bijsturen op wat nodig is gebeurt door middel van curatorschap. Dit curatorschap wordt in de huidige situatie, in opdracht van Rijk en gemeente samen, ingevuld door Bureau Marineterrein. Zij exploiteert, beheert en programmeert

Gegenereerd: v1.19

7

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

in tijdelijkheid de vrijgekomen panden en terreindelen om alvast invulling te geven aan de ontwikkeling van het gebied tot een van de innovatiedistricten van de stad. Als het terrein verkocht wordt (zie onderbouwing beslispunt 10) en er meerdere eigenaren/erfpachters zullen zijn, moet ook de manier waarop het curatorschap wordt ingevuld veranderen. In de volgende planfase zal een voorstel voor een passende invulling van het curatorschap worden uitgewerkt. Ad. 2 Afdoening Motie 1409 (voormalig raadslid Nuijens e.a.) van 9 november 2017 op de Principenota In 2017 heeft het college van B&W de Principenota voor het Marineterrein vastgesteld, waarmee de initiatieffase werd afgerond en de haalbaarheidsfase (fase 2 plaberum) werd gestart. Daarop heeft de raad de motie 1409 Nuijens e.a. (9 november 2017) aangenomen waarin het college verzocht werd voor de verdere uitwerking van de planvorming Marineterrein, in de samenwerking met het Rijk in te brengen dat: • Er aanzienlijk meer ruimte voor wonen gewenst is dan de 20% uit het principebesluit; • Het Marineterrein niet de aangewezen of enige plek is voor internationale, innovatieve bedrijven; • Op het Marineterrein een significante rol voor maatschappelijke functies en voorzieningen, waaronder zorg, sport, onderwijs en creativiteit, is weggelegd.

De Projectnota geeft invulling aan deze motie door het percentage wonen ten opzichte van het principebesluit te verdubbelen van 20% naar 40%. Daarnaast is duidelijker als uitgangspunt gehanteerd dat bedrijven en instellingen die zich nu en in de toekomst vestigen op het Marineterrein moeten passen binnen de ambitie voor dit terrein: een plek waar bedrijven en instellingen de samenwerking zoeken om vernieuwende oplossingen voor stedelijke vraagstukken te bedenken, testen en toe te passen. De maximale omvang van 250 werkplekken maakt dat het gebied niet geschikt is voor heel grote bedrijven die het gebied zouden kunnen domineren. Het vertrekken van te grote bedrijven biedt weer nieuwe mogelijkheden voor innovatie. Door de keuze om een deel van het terrein te bebouwen met een stedelijke dichtheid is er veel ruimte voor groen, sport, beweging, voorzieningen en ontmoeting en kan kunst en creativiteit een belangrijke bijdrage leveren aan het komen tot innovatieve oplossingen. Een plek die verbonden is met de stad, maar impact kan hebben tot ver daarbuiten. Met het vaststellen van de Projectnota wordt invulling gegeven aan de motie waarmee deze is afgedaan. Ad. 3 Nota van Beantwoording De NvU is, als ruimtelijk en programmatisch onderdeel van de Projectnota, op 9 november 2021 door het college van B&W vrijgegeven voor inspraak. De NvU is een gezamenlijk product van gemeente en Rijk.

Tijdens de inspraakperiode zijn 329 inspraakreacties ingediend door zowel individuele insprekers als organisaties. De inspraakreacties inclusief beantwoording zijn verwerkt in de Nota van Beantwoording (NvB) Marineterrein, welke door het college van B&W op 19 september 2023 is vastgesteld. De NvB maakt samen met de NvU integraal onderdeel uit van de Projectnota. Het verwerken van de inspraakreacties is het sluitstuk van een groter participatietraject. Om tot de concept NvU te komen is meerdere keren het gesprek gevoerd met de omgeving op en rond het Marineterrein. Die gesprekken hebben vooruitlopend op de inspraak al geleid tot aanpassing van de concept NvU. In bijlage 7 is weergegeven welke wijzigingen al zijn doorgevoerd in de concept NvU voorafgaand aan de inspraakperiode, wat de meest voorkomende inspraakreacties zijn geweest en welke wijzigingen in de NvU zijn doorgevoerd naar aanleiding van de inspraakreacties.

Gegenereerd: v1.19

8

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

Ad. 4 Advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum en wijze van verwerking door college van B&W Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum (DB) heeft op 4 juli 2023 advies uitgebracht over de voor het stadsdeel relevante delen van de Projectnota, te weten de Nota van Uitgangspunten, Nota van Beantwoording inspraakreacties en de participatieparagraaf. Het DB staat achter de NvU waarbij een nieuw stuk stad wordt toegevoegd met een spannend innovatief karakter en nagedacht wordt over oplossingen voor stedelijke vraagstukken. Waar economische en maatschappelijke duurzaamheid samengaan met architectuur en stedenbouw. Met als mooi streven dat het toekomstige Marineterrein een inspiratiebron wordt voor de ontwikkeling van andere gebieden. Met name over het onderdeel leren is het stadsdeel heel enthousiast, waarbij via de huidige en nieuwe instellingen de verbinding met bijvoorbeeld de Oostelijke Eilanden kan worden gelegd. Het DB geeft ook aan niet voorbij te kunnen gaan aan de huidige vraagstukken die spelen in de binnenstad, zoals verwoord in de Aanpak Binnenstad, en de belangen en input van de omwonenden van het Marineterrein. Daarom wenst het DB op een aantal onderwerpen advies mee te geven aan het college. Het advies is uitgebreid en zorgvuldig en is in zijn geheel als bijlage 5 opgenomen bij deze voordracht. De kern van deze adviezen is als volgt: • • • • • •

Onderzoek mogelijkheden meer ruimte voor wonen; Doelgroep bewoners buurt/stad vs doelgroep innovatiedistrict; Laat het stedenbouwkundig raamwerk aansluiten op de buurt; Onderzoeken of loslaten overmaat voor wonen deel meer woningen oplevert; Koop als gemeente het Marineterrein aan; Betrek de buurt en specifieke organisaties bij participatieplan en behandel de buurtbewoners als partner en ervaringsdeskundigen; • Melden van overige punten stadsdeelcommissie. Het college heeft haar dank en waardering uitgesproken naar het DB voor het advies en sluit zich er voor een groot deel op aan. De volledige reactie van het college per punt op het advies is in bijlage 6 bij deze voordracht weergegeven. Ad. 5 Kennis te nemen van de ideeën van een groep buurtbewoners Een groep betrokken buurtbewoners, de Werkgroep Ontwikkeling Marineterrein (WOM), heeft zich voorafgaand aan en tijdens de inspraakperiode gemeld met een eigen visie op de ontwikkeling van het Marineterrein. De inspraakreactie van de WOM is, net als alle andere inspraakreacties, opgenomen in de NvB. De WOM heeft de visie vertaald in een maquette, welke bij voortschrijdend inzicht door hen aangepast wordt. Op 6 en 20 juni jl. hebben zij een beeld hiervan als aanvulling op de inspraakreactie aangeleverd voor de bespreking van de NvU in de stadsdeelcommissie.

Het verzoek van het DB van stadsdeel Centrum is om dit aanvullende stuk van de WOM (bijlage 8), inclusief korte reactie van het gemeentelijke projectteam (bijlage 9),ter kennisname toe te voegen aan de stukken voor de gemeenteraad, zodat ook de raad kennis kan nemen van de ideeën van de WOM. Daarmee wordt recht gedaan aan de inzet en betrokkenheid van de WOM. De WOM heeft na de bespreking in de stadsdeelcommissie gemeld dat zij het daar verstrekte beeld van de maquette ondertussen weer hebben aangepast op basis van voortschrijdend inzicht, maar dat de onderliggende visie hetzelfde is gebleven.

Gegenereerd: v1.19

9

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

De ideeën van de WOM voor de invulling liggen nadrukkelijk voor ter kennisname en niet als keuze. De NvU is een gezamenlijk product van gemeente én Rijk die niet zonder instemming van het Rijk eenzijdig door de gemeente kan worden aangepast. Een aantal uitgangspunten van de WOM komen overeen met wat is opgehaald in de consultatierondes en de inspraak en zijn ook, in afstemming met het Rijk, als uitgangspunten in de NvU verwerkt. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de wens van veel (aaneengesloten) groen, groene gevels en daken, het behouden van (zoveel mogelijk) bomen en bestaande gebouwen en het maximeren van het totale bouwvolume. Maar bepaalde uitgangspunten van de WOM passen niet binnen de afspraken met het Rijk (bijvoorbeeld voor de inpassing kazerne, het hanteren van een verdiepingshoogte die niet geschikt is voor werken en leren en het loslaten van het realiseren van een maatschappelijk én economisch waardevol innovatiedistrict). De stedenbouwkundige vertaling van de WOM heeft nadrukkelijk ook niet de instemming van het Rijk. In aanvulling op het stuk van de WOM is daarom als toelichting een korte notitie toegevoegd van het gemeentelijk projectteam met een reactie op de ideeën van de WOM.

De stedenbouwkundige vertaling van de WOM is weliswaar geen keuze, maar het gesprek met de WOM hierover en het mogelijk samen laten komen van ideeën zal ook na vaststelling van de Projectnota wel gevoerd blijven worden. Net als het gesprek met andere betrokken partijen. Ad. 6 Kennis te nemen van de voorbereiding van een investeringsbesluit Na het vaststellen van de Projectnota zal verder worden gewerkt aan het opstellen van een investeringsnota. Deze zal te zijner tijd worden voorgelegd aan de raad. Hierin worden de gemaakte keuzes om tot een haalbare stedenbouwkundige invulling te komen, inclusief een daarmee samenhangende financiële paragraaf met de financiële onderbouwing daarvan, voorgelegd. Ad. 7 Financiële paragraaf Voor het plangebied Marineterrein is de financiële haalbaarheid getoetst met behulp van de grondexploitatie-opzet. Deze grondexploitatie bevat de rekentechnische uitgangspunten, (globale) kostenramingen en (globale) opbrengstenramingen met een planning van de te maken kosten en de te realiseren opbrengsten. De grondexploitatie brengt de financiële vertaling in beeld van de realisatie van circa 150.000 m2 BVO van programma, alsmede de benodigde investering om het gebied te verwerven, bouw- en woonrijp te maken. De looptijd van de grondexploitatie betreft, vanaf het moment van verwerving, circa 15 jaar in verband met de geleidelijke adaptieve ontwikkeling.

Aangezien het terrein niet in eigendom is van de gemeente en de businesscase de basis vormt voor de complexwaarde van de grond inclusief opstallen, is zonder winstoogmerk de verwervingssom van het ‘complex’ de afgeleide van de ingeschatte opbrengsten en kosten van de ontwikkeling. Dit betekent dat in de huidige doorrekening, rekening houdend met faseringseffecten, het saldo van de grondexploitatie inclusief verwervingssom € 0,- is op Netto contante waarde van 1-1-2023. Ad. 8 Kennis te nemen van de belangrijkste risico's a. Effect parkeergarage op waterhuishouding Kostbare voorzieningen is mogelijk nodig op terrein Marineterrein (indien niet mogelijk op defensieterrein). In de volgende fase wordt samen met het Rijk nader onderzoek verricht naar het

Gegenereerd: v1.19

10

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

effect van de parkeergarage op de waterhuishouding en mogelijke oplossingen hiervoor. Al dan niet op het terrein van Defensie of het af te stoten terrein van het Rijk. Eventueel restrisico beheersen richting programma van eisen voor de parkeergarage. b. Het verwijderen van bestaande kabels en leidingen Betreft extra kosten voor verwijdering van kabels en leidingen ten opzichte van de raming die in het rekenmodel is opgenomen. In de volgende fase richting Investeringsnota- en besluit wordt nader onderzoek verricht om meer inzicht te verkrijgen in de kabels en leidingen die nog niet in beeld zijn. Dit zal waar mogelijk gedaan worden door middel van het graven van proefsleuven. c. De staat van de huidige kadecontructies Betreft extra kosten om kadeconstructies op het voor V& OR gewenste niveau te brengen. In het rekenmodel is op basis van deskresearch een inschatting gemaakt van de onderhoudskosten door V& OR. De experts van V& OR en het Rijksvastgoedbedrijf trekken gezamenlijk op om te bepalen in hoeverre hier nog extra onderzoek moet worden verricht om de ramingen aan te scherpen. d. De staat van de bestaande opstallen en benodigde investeringen De bestaande te handhaven gebouwen zullen eerst verbouwd moeten worden, om (nieuwe) programma onderdelen te kunnen huisvesten. Betreft extra kosten voor sloop (en eventueel aanheling) en sanering.

In de volgende fase richting Investeringsnota- en besluit wordt nader onderzoek verricht om mogelijke risico’s te verkleinen. Ad. 9 Kennis te nemen van het activeren van de begrote proceskosten Na vaststelling van de Projectnota zal gewerkt worden aan het opstellen van de volgende producten: • een nieuwe overeenkomst met het Rijk ter vervanging van de bestuursovereenkomst uit 2013; • een investeringsbesluit met daarin een verder uitgewerkt stedenbouwkundig kader, een schetsontwerp openbare ruimte, het programma en de kosten en opbrengsten; • een beeldkwaliteitsplan; • een wijziging op het omgevingsplan Amsterdam voor het hele terrein; • een gedragen participatieplan, in samenwerking met de omgeving van het Marineterrein opgesteld. Deze producten (met uitzondering van het participatieplan) zullen alle ter vaststelling worden voorgelegd aan de raad. Het opstellen van een wijziging op het omgevingsplan Amsterdam vindt al in deze fase plaats, omdat er nu geen bestemmingsplan of ander juridisch planologisch kader is voor het Marineterrein (het is een zogenaamde witte vlek). Om er voor te zorgen dat vergunningen voor de eerste nieuwe bebouwing (voor de kazerne) getoetst kunnen worden is het noodzakelijk om gelijktijdig met het investeringsbesluit ook een wijziging op het omgevingsplan Amsterdam ter vaststelling aan de raad voor te leggen.

De begrote proceskosten zijn gebaseerd op de te verwachten personele inzet en de uit te voeren onderzoeken. Het komen tot een investeringsbesluit zal meer tijd vragen dan gebruikelijk, omdat naast de gebruikelijke planuitwerking voor een investeringsbesluit ook de gesprekken met het Rijk ten behoeve van de verwerving van het terrein moeten worden afgerond en een nieuwe overeenkomst moet worden gesloten. Dit zijn geen gebruikelijke onderdelen bij een investeringsbesluit waar de

Gegenereerd: v1.19

11

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

grond al in eigendom is van de gemeente. Ook het opstellen van een gedragen participatieplan in samenwerking met de omgeving van het Marineterrein zal, gezien het grote aantal betrokken partijen en verschillende belangen, meer tijd vragen dan gebruikelijk. De proceskosten worden gedekt door de in de toekomst te openen grondexploitatie. De kosten moeten binnen vijf jaar ten laste van de vast te stellen grondexploitatie gebracht worden. Indien onverhoopt de verdere planvorming wordt gestopt, worden de gemaakte proceskosten rechtstreeks met het Vereveningsfonds verrekend. Ad. 10 Kennis te nemen dat het college van B&W de gesprekken met het Rijksvastgoedbedrijf zal starten ten behoeve van de mogelijke aankoop van het terrein. Met het projectbesluit worden de kaders voor de ontwikkeling van het terrein vastgesteld. Deze kaders zijn de basis voor het Rijksvastgoedbedrijf waarop zij het verkoopproces zullen starten. Het college van B&W heeft de wens uitgesproken om als gemeente het terrein aan te willen kopen op basis van deze kaders en daarbij de randvoorwaarde meegegeven dat er een sluitende businesscase gerealiseerd kan worden. Het college van B&W zal, nadat de raad de Projectnota heeft vastgesteld, formeel dit verzoek doen aan het Rijksvastgoedbedrijf en de gesprekken daarover starten. De directeur Grond en Ontwikkeling is gemandateerd om deze gesprekken te voeren.

Dit is vastgelegd met het ‘besluit van de directeur Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent Ondermandaat- en onder(vol)machtigingsbesluit directeur Grond en Ontwikkeling, onder punt III’. Wanneer deze gesprekken tot een voor zowel Rijk als gemeente acceptabel resultaat leiden, wordt dit resultaat middels een investeringsbesluit voorgelegd aan de raad. Pas met het investeringsbesluit wordt het aankoopbesluit definitief en moeten de financiële middelen daarvoor beschikbaar gesteld worden. Daadwerkelijke levering van het terrein zal niet eerder plaatsvinden dan als de nieuwe kazerne van Defensie gerealiseerd is. Ad. 11 Kennis te nemen van geheimhouding die op grond van artikel 87 van de Gemeentewet op de Financiële paragraaf is opgelegd. Het college heeft op 19 september 2023 geheimhouding opgelegd op de financiële paragraaf (bijlage 10). Dit in verband met de belangen genoemd in artikel 87 Gemeentewet, Woo art. 5.1 lid 2 sub b. De geheimhouding is opgelegd tot 15 jaar na het vaststellen van de Projectnota, t.w. 8 november 2038, of tot het moment waarop de gemeenteraad besluit deze op te heffen. Met voortijdige openbaarmaking van deze bijlage wordt de financiële positie van de gemeente ondermijnd, zowel in relatie tot de gesprekken met het Rijk over mogelijke aankoop als in relatie tot de uitgifte van kavels aan ontwikkelende partijen na verwerving.

Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting

De proceskosten zullen jaarlijks in het kader van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties Vereveningsfonds en Zuidas (MPG) op basis van een actuele lijst van projecten in de fasen 2 en 3 van het Plaberum aan de raad worden voorgelegd. Deze aanvraag is gebaseerd op de werkplannen die voor de betreffende plannen worden gemaakt. De kosten moeten binnen vijf jaar ten laste van de vast te stellen grondexploitatie gebracht worden. Indien onverhoopt de verdere planvorming wordt gestopt, worden de gemaakte proceskosten rechtstreeks met het Vereveningsfonds verrekend.

Gegenereerd: v1.19

12

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

Met het projectbesluit wordt ingestemd met het beschikbaar stellen van ca. € 3,6 mln. aan proceskosten. De begrote proceskosten zijn gebaseerd op de te verwachten personele inzet en de uit te voeren onderzoeken om te komen tot een investeringsbesluit inclusief een schetsontwerp voor de openbare ruimte, alsmede om de gesprekken te voeren met het Rijk omtrent de verwerving en het opstellen van een nieuwe overeenkomst met het Rijk. Daarnaast wordt een wijziging op het omgevingsplan Amsterdam opgesteld voor het hele terrein, een beeldkwaliteitsplan en een participatieplan in samenwerking met de omgeving van het Marineterrein. Een indicatieve verdeling van de proceskosten per product is hieronder weergegeven. Product

Indicatie proceskosten

Investeringsnota

€ 1,5 mln

Onderhandelingen met Rijk

€ 0,25 mln

Overeenkomst met Rijk

€ 0,1 mln

Wijziging Omgevingsplan

€ 1,0 mln

Beeldkwaliteitsplan

€ 0,15 mln

Participatieplan

€ 0,6 mln

De verdeling van de kosten zal per jaar worden bepaald op basis van het op te stellen werkplan gebiedsontwikkeling. Deze en al gerealiseerde proceskosten worden gedekt door de toekomstige te openen grondexploitatie. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

Zie onderbouwing beslispunt 11. De geheimhouding op bijlage 10 wordt opgelegd tot 8 november 2038

Welke stukken treft u aan

Gegenereerd: v1.19

13

Gemeenteraad

VN2023-022066 Grond en Ontwikkeling

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 november 2023

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2023-075976

1. Projectnota Marineterrein augustus 2023.pdf (pdf)

AD2023-075985

11. Bijlage PN 1 Nota van Uitgangspunten d.d. 15 september 2022.pdf (pdf)

AD2023-075986

12. Bijlage PN 1a Cultuurhistorisch onderzoek en waardering terrein en gebouwen.pdf (pdf)

AD2023-075987

13. Bijjlage PN 1b Marine Etablissement cultuurhistorische verkenning 2018.pdf (pdf)

AD2023-075988

14. Bijlage PN 1c Informatie- en consultatieronde eindverslag 2017.pdf (pdf)

AD2023-075989

15. Bijlage PN 1d eindverslagconsultatie 2020-2021.pdf (pdf)

AD2023-075990

16. Bijlage PN 3a onderzoek archeologie Marineterrein 2022.pdf (pdf)

AD2023-075991

17. Bijlage PN 3b onderzoek bodem Marineterrein 2022 2023.pdf (pdf)

AD2023-075992

18. Bijlage PN 3c onderzoek waterbodem Marineterrein 2022.pdf (pdf)

AD2023-075993

19. Bijlage PN 3d onderzoek natuur en bomen Marineterrein 2022.pdf (pdf)

AD2023-075977

2. Samenvatting Projectnota Marineterrein.pdf (pdf)

AD2023-075994

20. Bijlage PN 3e onderzoeken veiligheid, geluid, licht, lucht, stikstof 2022 2023.pdf (pdf)

AD2023-075995

21. Bijlage PN 3f onderzoek verkeer 2021.pdf (pdf)

AD2023-075975

3. Motie 1409 (Nuijens e.a.) van 9 november 2017.pdf (pdf)

AD2023-075978

4. Bijlage PN 2 Nota van beantwoording NvU Marineterrein.pdf (pdf)

AD2023-075979

5. DB advies Marineterrein stadsdeel Centrum.docx (msw12)

AD2023-075980

6. Reactie college op advies DB stadsdeel Centrum.docx (msw12)

AD2023-075981

7. Opbrengst participatie en inspraak.docx (msw12)

AD2023-075982

8.Buurtplan WOM Marineterrein.pdf (pdf)

AD2023-075983

9. Reactie buurtplan WOM.docx (msw12)

AD2023-075984

GEHEIM - 10. Financiele Paragraaf Projectnota Marineterrein 2023.docx (msw12)

AD2023-075807

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Grond en Ontwikkeling, Marlene Rienstra, 0651541298, m.rienstra@amsterdam.nl & Tessel Putter, 06 39269658, t.putter@amsterdam.nl

Gegenereerd: v1.19

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13372843/1