Gemeenteraad Voordracht.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-021092 Onderwijs jeugd en zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 06 oktober 2021
Portefeuille
Onderwijs
Agendapunt
0
Datum besluit
24 augustus 2021 Onderwerp
Instemmen met de wijziging van de statuten van Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia De gemeenteraad van Amsterdam besluit
In te stemmen met de wijziging van de statuten van Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia, het schoolbestuur van het Barlaeus Gymnasium en het Vossius Gymnasium. Deze wijziging is nodig om de statuten in overeenstemming te brengen met de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, die per 1 juli 2021 in werking is getreden. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige statuten houden in: 1. Toegevoegd is dat het bestuur ten minste een keer per jaar de Raad van Toezicht (RvT) schriftelijk op de hoogte stelt van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. 2. Aangepast is dat bestuursleden bij een direct of indirect persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht en wordt de stichting vervolgens door de Raad van Toezicht vertegenwoordigd. 3. Toegevoegd is dat een lid van de Raad van Toezicht niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. 4.
Toegevoegd is dat in geval van belet en/of ontstentenis van een of meer bestuursleden de overblijvende bestuursleden het gehele bestuur waarnemen. 5. Toegevoegd is dat naast bij ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht ook bij belet van alle RvT-leden door de voorzieningenrechter een voorzitter van een nieuw te benoemen Raad van Toezicht wordt benoemd. Ook is er een definitie van ‘belet’ betreffende de RvT opgenomen. Wettelijke grondslag
Artikel 42b lid 7 Wet op het Voortgezet Onderwijs, dat bepaalt dat de statuten van een stichting die een openbare school in stand houdt, slechts gewijzigd kunnen worden na instemming van de gemeenteraad. Bestuurlijke achtergrond
Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia heeft het bevoegd gezag over twee Amsterdamse scholen voor voortgezet onderwijs: het Vossius Gymnasium en het Barlaeus Gymnasium. Volgens de Wet op het Voortgezet onderwijs artikel 42b lid 7 is bepaald dat statuten van schoolbesturen die openbare scholen in stand houden, slechts kunnen worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad. Onderbouwing besluit
Alle aanpassingen zijn gemaakt om de statuten in overeenstemming te brengen met de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, die per 1 juli 2021 in werking is getreden. Onderstaand vindt u de artikelsgewijze wijzigingen in de statuten.
Gegenereerd: v1.4
1
Gemeenteraad
VN2021-021092 Onderwijs jeugd en zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 06 oktober 2021
Ad 1. In artikel 11, lid 4 is toegevoegd dat het bestuur de Raad van Toezicht ten minste een keer per jaar schriftelijk op de hoogte stelt van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. Dit vormt een uitbreiding op vereiste informatievoorziening in de huidige statuten. Artikel 11, lid 4 luidt nu als volgt: Het bestuur legt aan de Raad van Toezicht verantwoording af over het gevoerde beleid. In dat kader verstrekt het bestuur de Raad van Toezicht tijdig gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de Raad van Toezicht naar het oordeel van de raad nodig of dienstig zijn. Voorts stelt het bestuur tenminste een keer per jaar de Raad van Toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controle systemen. De Raad van Toezicht kan ter zake nadere regels stellen. Ad 2. In artikel 12, lid 2 is aangepast dat bestuursleden bij een direct of indirect persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming in het bestuur.
Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht en wordt de stichting vervolgens door de Raad van Toezicht vertegenwoordigd. In de vorige statuten was hier niks over opgenomen. Artikel 12, lid 2 luidt nu als volgt: Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in de voorgaande zin. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht en wordt de stichting vervolgens door de Raad van Toezicht vertegenwoordigd. De Raad van Toezicht wordt in dat geval vertegenwoordigd door de gehele raad, dan wel door de voorzitter (of bij diens afwezigheid: de vicevoorzitter) tezamen met een ander lid van de Raad van Toezicht. Ad 3. In artikel 15, lid 16 is toegevoegd dat een lid van de Raad van Toezicht niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. In de vorige statuten was hier niks over opgenomen.
Artikel 15, lid 16 luidt nu als volgt: Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting. Zijn aanwezigheid telt niet mee voor het bepalen van een quorum. Het desbetreffende besluit wordt alsdan door de overige leden van de Raad van Toezicht genomen. Wanneer alle leden van de Raad van Toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, wordt het besluit genomen door de voltallige Raad van Toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. Ad 4. In artikel 8, lid 13 en 14 is toegevoegd dat in geval van belet en/of ontstentenis van een of meer bestuursleden de overblijvende bestuursleden, of het overblijvende lid, het gehele bestuur
Gegenereerd: v1.4
2
Gemeenteraad
VN2021-021092 Onderwijs jeugd en zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 06 oktober 2021
waarneemt. Wanneer het enige lid of alle leden van het bestuur hun functie niet kunnen uitoefenen, wordt het bestuur waargenomen door een door de Raad van Toezicht aan te wijzen derde. Deze waarneming zal niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Artikel 8, lid 13 en 14 luiden nu als volgt: 8.13 Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van het bestuur nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, het gehele bestuur waar. 8.14 Bij ontstentenis of belet van het enige lid of van alle leden van het bestuur wordt het bestuur waargenomen door een onverwijld door de Raad van Toezicht, met inachtneming van het hierboven in dit artikel bepaalde, aan te wijzen derde. In alle gevallen zal een dergelijke waarneming van het bestuur door de door de Raad van Toezicht aangewezen derde niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een lid van het bestuur zijn functie (tijdelijk) niet kan uitoefenen wegens schorsing, vermissing of (langdurige) ziekte, als gevolg waarvan het lid van het bestuur redelijkerwijs niet in staat geacht kan worden zijn functie te vervullen. Ad 5.
In artikel 14, lid 8 is toegevoegd dat naast bij ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht ook bij belet van alle RvT-leden door de voorzieningenrechter een voorzitter van een nieuw te benoemen Raad van Toezicht wordt benoemd. Ook is er een definitie van ‘belet’ met betrekking tot de RvT opgenomen. Artikel 14, lid 8 luidt nu als volgt: Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht zal door de voorzieningenrechter van het arrondissement waar de stichting is gevestigd, op verzoek van hetzij een afgetreden lid van de Raad van Toezicht, hetzij het bestuur, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde een voorzitter van een nieuw te benoemen Raad van Toezicht worden benoemd, die tot taak heeft conform deze statuten en het reglement voor bestuur en toezicht een nieuwe Raad van Toezicht samen te stellen en te benoemen. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een lid van de Raad van Toezicht zijn functie (tijdelijk) niet kan uitoefenen wegens schorsing, vermissing of (langdurige) ziekte, als gevolg waarvan het lid van de Raad van Toezicht redelijkerwijs niet in staat geacht kan worden zijn functie te vervullen. Financiële onderbouwing Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
N.v.t.
Welke stukken treft u aan
Gegenereerd: v1.4
3
Gemeenteraad
VN2021-021092 Onderwijs jeugd en zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 06 oktober 2021
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-077404
Bijlage 1. AKTE statutenwijziging stichting OSZG.pdf (pdf)
AD2021-077403
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
OJZD/Onderwijs, Tessa de Swart, 06-39006025, t.swart@amsterdam.nl OJZD/Onderwijs, Sofieke Dirksen, 06-53542045, s.dirksen@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.4
4