CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 4 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Het uiten van wensen en bedenkingen over het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit over de herijking van de governance van stichting Waternet (VN2024-007428)7.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

Portefeuille

Water (excl. Varen)

Agendapunt

0

Datum besluit

28 mei 2024, College van B&W Onderwerp

Het uiten van wensen en bedenkingen over het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit over de herijking van de governance van stichting Waternet De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders, 1. Kennis te nemen van het (voorgenomen) hooflijnenbesluit van het college van B&W om naar aanleiding van het gevolgde traject herijking governance Waternet, op een vernieuwde manier te gaan samenwerken: a. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) verder gaan als twee afzonderlijke organisaties, die niet meer gezamenlijk een organisatie vormen, maar vanuit hun eigenstandige sturing en organisatie hun taken in de waterketen gaan uitvoeren maar wel, waar dat geboden is, intensief blijven samenwerken. b. Het hoofdlijnenbesluit zal verder uitgewerkt worden tot een uitwerkingsbesluit om de samenwerking in de stichting Waternet te beëindigen, , de herijking af te ronden, waarbij: i) zoals bepaald in de samenwerkingsovereenkomsten tussen Amsterdam, AGV en stichting Waternet en de statuten van stichting Waternet een plan van scheiding wordt opgesteld inclusief bijbehorende afspraken en de herijking van de governance van de stichting Waternet dat de grondslag zal vormen van het uitwerkingsbesluit; ii) daartoe de in de toelichting genoemde voorwaarden, zoals overeengekomen tussen AGV en Amsterdam, worden verder uitgewerkt: • • • • • • • • • • •

Eindbeeld en tijdpad Transitiepad Niemand stuurloos Enkelvoudige aansturing Huisvesting en werklocaties Goede zorg voor personeel Samenwerkingsovereenkomst Zakelijk en praktisch binnen één keten Duidelijke boedelscheiding Frictiekosten binnen kaders en met respect voor draagkracht Verbonden partijen

iii) alle relevante conceptbesluiten en -stukken met betrekking tot voorgenomen wijzigingen zullen met relevante toezichthoudende partijen afgestemd worden, om voorafgaand aan formele indiening te kunnen nagaan of de voorgenomen inrichting van de besturing en conceptstukken aan de aanbevelingen en wettelijke eisen voldoen. iv) de uitwerking van dit hoofdlijnenbesluit middels het uitwerkingsbesluit zal worden afgerond met een definitief besluitover de herijking van van de samenwerking (inclusief de governance van) binnen de stichting Waternet. Het streven van college en AGV is om eind 2024 tot definitieve besluitvorming over te gaan. In het uitwerkingsbesluit wordt ook de beoogde datum van de start van

Gegenereerd: v1.9

1

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

de nieuwe organisaties en de toekomstige samenwerking aangegeven, waarbij het streven is januari 2026 van start te gaan. v) de totale kosten worden geraamd op € 2 miljoen voor de uitwerkingsfase tot aan definitieve besluitvorming in de vorm van een uitwerkingsbesluit (eind 2024) en deze kosten worden gedekt uit de begroting van stichting Waternet. vi) het college met AGV de bestuurlijke vervolgstappen heeft bepaald om te komen tot de wijziging van de governance en herijking van de watertaken 2. Te verklaren dat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van B&W inzake het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit van het college van B&W om naar aanleiding van het gevolgde traject herijking governance Waternet, op een vernieuwde manier te gaan samenwerken. Waarbij het uitgangspunt is dat de gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) verder gaan als twee afzonderlijke organisaties, die niet meer gezamenlijk een organisatie vormen, maar vanuit hun eigenstandige sturing en organisatie intensief blijven samenwerken. 3. Kennis te nemen van de beëindiging van onderzoeksfase naar NV drinkwater in relatie tot ‘Vernieuwde stichting’ en nader onderzoek naar de drinkwatertaak te betrekken bij de verdere uitwerking, op welke wijze Amsterdam nu en toekomst haar taken wil (laten) uitvoeren. 4.

Kennis te nemen van de start per 15 april 2024 van het kwartier maken voor de afdeling Water bij de directie Verkeer en Openbare Ruimte. Wettelijke grondslag

Artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet juncto artikel 8 van de Verordening op de raadscommissies Artikel 169 vierde lid van de Gemeentewet Bestuurlijke achtergrond

Inleiding Op het gebied van water zien we grote opgaves op ons af komen. Zorgen voor voldoende drinkwater, het bewaken van de waterkwaliteit, bescherming tegen overstromingen, extreme hoosbuien en droogte: het zijn allemaal onderwerpen die steeds urgenter worden en waarmee we strategisch aan slag moeten. Daar hebben we elkaar en onze andere waterpartners hard bij nodig. Dat vraagt focus op de inhoud en niet op de structuur. Want het is nodig dat zowel het waterschap als de gemeente optimaal kunnen sturen op de eigen taken om deze uitdagingen te lijf te gaan. Onze huidige samenwerkingsstructuur is kwetsbaar gebleken, ook volgens de Rekenkamer en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Daarom gaan we organisatorisch uit elkaar, maar gaan we de strategische samenwerking op onze gezamenlijke opgaves juist versterken. Daarbij is ook samenwerking met andere gemeenten, bedrijven van belang. De komende tijd gaan we alle afspraken gezamenlijk uitwerken. Met als doel twee veerkrachtige zelfstandige organisaties, die vanuit hun eigen taken – en met behulp van de kennis en deskundigheid van onze geweldige medewerkers – intensief met elkaar samen blijven werken. Achtergrond AGV en Amsterdam hebben samenwerking en uitvoering van hun watertaken georganiseerd via de stichting Waternet. In 2021 is, mede naar aanleiding van aanbevelingen van Inspectie Leefomgeving

Gegenereerd: v1.9

2

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

en Transport (ILT en RMA een herijkingstraject gestart. Ook diende naar aanleiding van uitspraken van de Belastingdienst over de toepassing van de koepelvrijstelling nader onderzoek te worden verricht naar de wijze waarop aan de fiscale vereisten voor instandhouding ervan zou kunnen worden voldaan. Het doel van het herijkingstraject was meervoudig: • versterken van de aansturing van Waternet door zowel Amsterdam als AGV; • versterken van de (beleidsbepalende en opdracht gevende) rol van de gemeente op de Amsterdamse watertaken; • versterken van de directe sturing van het waterschap op de waterschapstaken; • versterken van de identiteit van het waterschap; • beter scheiden van bestuur en toezicht; • verbeteren van de verantwoording door de stichting aan beide bestuurlijk opdrachtgevers. Het herijkingstraject is in juli 2021 gestart met een gezamenlijke bestuursopdracht, die eind 2021 tot een principebesluit heeft geleid, in lijn met de Nota Beleidskader Verbonden Partijen 2021. Het principebesluit, tevens de afronding van de denkfase van de bestuursopdracht en start van de onderzoeksfase, is vastgelegd in het collegebesluit van 2 november 2021/besluit van het Algemeen bestuur van AGV van 8 december 2021. Bij raadsbrief van 3 november 2021 is de raad hierover geïnformeerd.

Op 12 juli 2022 is de raad via een raadsbrief geïnformeerd over de voortgang van de uitwerking van het principebesluit. Daarbij werd de raad onder andere geïnformeerd over het verder onderzoeken van “stichting B” als variant voor het governancemodel voor stichting Waternet. Ook staat hierin beschreven dat de drinkwatertaak een btw-belaste prestatie is en er onderzocht zal worden hoe deze taken ondergebracht kunnen worden in een NV Drinkwater met behoud van de synergievoordelen van Waternet en het behoud van de koepelvrijstelling. Eind 2022 bleek Stichting B in de verdere uitwerking van het model niet voldoende aan te sluiten bij de verschillen in sturingsfilosofie van het waterschap AGV en de gemeente Amsterdam. Eerder was al gebleken dat andere varianten evenmin voldoende draagvlak hadden bij beide opdrachtgevers (Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) en Stichting A). Dat heeft ertoe geleid dat is gezocht naar een aangepaste stichtingsvorm die wellicht wel bij beiden zou kunnen passen, te weten de Vernieuwde Stichting Waternet. In januari 2023 hebben het Algemeen Bestuur (AB) van AGV en het college van Amsterdam een besluit genomen om dit modelnader te onderzoeken en uit te werken voordat een definitief besluit kon worden genomen. De raad is hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief op 2 februari 2023.

Bij deze besluitvorming is gewezen op de diverse risico’s en uitwerkingsvragen. Met dit collegebesluit is ook de strategische samenwerkingsagenda vastgesteld en dit onderdeel van de herijkingsopgave afgerond. Daarnaast heeft de raad op 16 maart 2023 ingestemd met de start van de onderzoeksfase NV Drinkwater. Met als doel om te bezien of een NV van beperkte omvang, waarbij uitvoering van de drinkwatertaken wordt voortgezet binnen de stichting Waternet voor behoud van synergievoordelen, verenigbaar is met het toepassen van een btw-koepelvrijstelling voor stichting Waternet. Op grond van dit besluit heeft een nadere uitwerking plaatsgevonden van het model van de Vernieuwde Stichting. Daarbij bleken de risico's groter en lastiger oplosbaar dan in januari 2023 gedacht. Ook bleek dat met dit model niet wordt voldaan aan de voorwaarden die de Belastingdienst stelt voor de toepassing van de btw-koepelvrijstelling voor de riolerings- en waterschapstaken. Op basis hiervan zijn de gemeente en AGV tot de conclusie gekomen dat

Gegenereerd: v1.9

3

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

aanvullend onderzoek noodzakelijk was. Dat heeft geleid tot een aanvullend onderzoek naar een variant die nog niet eerder was onderzocht, te weten de variant Ontvlechting. Op 26 september 2023 is het college hierover bijgepraat met een presentatie en op 5 oktober 2023 zijn AB (via een vertrouwelijke sessie) en raad hierover geïnformeerd (via een met AGV afgestemde raadsinformatiebrief). Op 12 oktober 2023 heeft het AB besloten om een klankbordgroep in te richten, om zich te buigen over de vraag of het AB moest instemmen met een onderzoek, en over de vragen. Ook is een motie aangenomen (M005 van 12 oktober 2023).. In een vertrouwelijke sessie op 16 november 2023 is de raad geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen, de risico’s en de noodzaak van een technisch onderzoek op korte termijn. Op 23 november 2023 heeft het AB ingestemd met een aanvullend technisch onderzoek naar ontvlechting en besloten tot een 2e aanvullend gemeenschappelijk onderzoek over de synergie en complexiteit van de huidige samenwerking. Op 28 november volgde een gezamenlijk bestuurlijk besluit in het BOGO over het uitvoeren van beide aanvullende onderzoeken, waarna deze zijn gestart. Onderbouwing besluit

De bestuursopdracht en het principebesluit (eind 2021) over de herijking van de governance van de watertaken, hebben geleid tot 6 uit te werken onderdelen van de herijking: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

De uitwerking van een governancemodel voor een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie; De oprichting van een separate NV Drinkwater onder aansturing van Amsterdam; De uitwerking van een Strategische Unit Water Amsterdam voor de beleidsbepalende; opdrachtgevende en toezichthoudende rol en de versterking van de organisatie op de Amsterdamse watertaken; De uitwerking/reorganisatie van de AGV-bestuursdienst (gestart per 1 september 2023); Agenda strategische samenwerking Amsterdam en AGV (afgerond januari 2023); Agenda regionale samenwerking met andere waterpartners.

Op de onderdelen a, b en c neemt B&W van de gemeente Amsterdam en het Algemeen bestuur van Waterschap een hoofdlijnenbesluit en zal definitieve besluitvorming worden voorbereid voor respectievelijk de gemeenteraad en het Algemeen bestuur van het waterschap. Het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit, om naar aanleiding van het gevolgde traject herijking governance Waternet op een vernieuwde manier te gaan samenwerken. 1.

Uitgangspunt hierbij is dat de Amsterdam en AGV verder gaan als twee afzonderlijke organisaties, die niet meer gezamenlijk in een organisatie vormen, maar vanuit hun eigenstandige sturing en organisatie hun taken in de waterketen gaan uitvoeren maar wel, waar dat geboden is, intensief blijven samenwerken.

Gevolgde traject In januari 2023 hebben het AB van AGV en college van Amsterdam een besluit genomen over het voorgenomen model van de Vernieuwde Stichting Waternet op hoofdlijnen. Met dit voorgestelde model hebben Amsterdam en AGV geprobeerd de twee gewenste sturingsvormen - waarbij AGV direct wil sturen (verlengd bestuur) en Amsterdam wil sturen op enige afstand conform haar verbonden partijenbeleid en de vereisten van de wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) - in

Gegenereerd: v1.9

4

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

één model bij elkaar te brengen. Bij dit besluit is opdracht gegeven om het model van de vernieuwde stichting nader te onderzoeken en uit te werken of er implicaties voor de sturing, organisatie en uitvoering van de watertaken zijn en pas daarna een definitief besluit te nemen over de governance.. AGV heeft ingestemd met dit besluit, maar tegelijkertijd aanvullende wensen geformuleerd, onder andere over de beoogde Raad van Toezicht. Ook moest rekening gehouden worden met nadere eisen van ILT en Belastingdienst en moesten financiële en juridische consequenties van het model in beeld worden gebracht. In oktober 2023 zijn AB en raad geïnformeerd dat we bij de uitwerking van het model op problemen en risico’s zijn gestuit die niet onbekend waren, maar groter en lastiger te mitigeren dan eerder gedacht. Ook hebben we steeds meer ervaren geconstateerd dat de verschillende sturingsparadigma’s van Amsterdam en AGV moeilijk verenigbaar, consistent en duurzaam werkbaar te maken zijn binnen het ontwerp Vernieuwde Stichting als gezamenlijk rechtspersoon en daarbij volledig te voldoen aan de vereisten uit de WBTR. Op basis hiervan zijn Amsterdam en AGV gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat dit vroeg om nader aanvullend onderzoek ontvlechting en aanvullend onderzoek over de meerwaarde van samenwerking. De onderzoeken zijn inmiddels afgerond (bijlagen 2 t/m 5).

Deze uitkomsten samen met alle reeds eerder verzamelde informatie, vormen de basis voor een integrale en evenwichtige bestuurlijke afweging. We hebben gezamenlijk afgesproken dat bij deze afweging de volgende organisatiemodellen worden betrokken: 1. 2. 3. 4.

De Vernieuwde stichting Waternet van januari 2023; Stichting B; Ontvlechting in twee entiteiten Een separate Drinkwater NV; deze sub-variant kan zowel bij de Vernieuwde Stichting als bij Stichting B.

Perspectieven De aandachtspunten per organisatiemodel hangen samen met het perspectief van waaruit wordt gekeken. Hierbij worden de volgende perspectieven onderscheiden. 1.

2.

3.

4.

Gegenereerd: v1.9

Publiek belang Voor AGV en Amsterdam staat het dienen van het publieke belang centraal: waterkwantiteit, waterkwaliteit, bescherming tegen wateroverlast, voorkomen van watertekort, bescherming van drinkwaterbronnen, voorzien in schoon drinkwater, afvoer en verwerking van afvalwater en binnenwaterbeheer. Dit publieke karakter impliceert democratisch gelegitimeerde sturing op beleid en uitvoering. Bestuurlijk ordentelijk Alhoewel de wijze waarop verschilt, is het voor zowel AGV als Amsterdam essentieel om beter kaders te kunnen stellen, verantwoording te kunnen vragen en af te kunnen leggen en beter zicht te hebben en sturen op risico's en uitvoering. Dit ordentelijk regelen vergt consequente rolneming van college, raad, DB, AB en directie en bestuur, naast het binnen de kaders van de wet inrichten van bestuur, directie en toezicht. Samenwerking gericht op meerwaarde Samenwerking is geen doel op zich, maar noodzakelijk vanuit de meerwaarde die het oplevert, nu en gezien toekomstige opgaven. Ten aanzien van de samenwerking rond de watercyclus betekent dit het borgen van een aanpak die de strategie, kracht en impact van de uitvoering verbindt en versterkt, onaankelijk van de wijze van samenwerking. Professionele organisatie De taakuitvoering dient op orde te zijn: (financieel) gezond, robuust, duurzaam en wendbaar, verrassingsvrij en transparant.

Voor burgers, inwoners en bedrijven moet de

5

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

5.

organisatie benaderbaar, servicegericht, vertrouwd en begrijpelijk zijn. Met oog voor ieders belang en met ruimte voor participatie en inspraak. Medewerkersbelang Huidige en toekomstige medewerkers moeten goed hun werk kunnen doen, op basis van duidelijke opdrachten, kaders en richtlijnen en zonder last van bestuurlijke complexiteit. Hierdoor kunnen zij optimaal hun kennis en kunde inzetten voor de publieke taken en meerwaarde creëren, trots zijn op hun werk en blijft de aantrekkingskracht van de werkgever behouden.

Afwegingskader Voor de afweging is het in 2021 gehanteerde afwegingskader (memo ontwerpende principes governance Waternet, augustus 2021) geüpdatet. Dit heeft geleid tot enkele (beperkte) aanpassingen. Het aangepaste afwegingskader governance varianten is bijgevoegd als bijlage 6 en 6a. Uitkomsten onderzoeken In het syntheserapport (bijlage 1 en 1a) zijn de uitkomsten van alle eerdere onderzoeken en de twee aanvullende onderzoeken verzameld en op basis hiervan de implicaties, inclusief voor- en nadelen, van de vier organisatiemodellen op een rij gezet. Dit leidt tot het volgende beeld. Vernieuwde stichting De variant vernieuwde Stichting, met een statutaire directeur per kolom, zonder algemeen directeur als onaankelijk voorzitter en een Raad van Toezicht met beperkte bevoegdheden, komt tegemoet aan de gezamenlijke wens tot directe sturing op de eigen kerntaken, met uitzondering van de gezamenlijke uitvoering, dienstverlening en bedrijfsvoering die bij deze variant gezamenlijk wordt aangestuurd. Ook komt deze variant tegemoet aan het voorkomen van een dubbele pet voor bestuurders. Wel blijft op ambtelijk/directie niveau de dubbele pet in stand[1] door de deelname van de secretaris-directeur van AGV in de directie . Hiermee blijft de problematiek van belangenverstrengeling binnen de organen van de stichting bestaan.

De combinatie hiervan met het verschil in sturing per opdrachtgever en de rol van de Raad van Toezicht, die afwijkend van een reguliere RvT rol zeer beperkt wordt ingericht, zorgt ervoor dat dit model zonder vergaande aanvullende governance afspraken op zichzelf niet direct verenigbaar is met de WBTR. De spanning met de vereisten van de WBTR blijft daarom onverminderd bestaan, net als het verschil in sturingsparadigma en de daarmee samenhangende complexiteit. Dit ondanks intensieve wederzijdse inspanningen om deze verschillen te overbruggen. Doordat niet is gekozen voor een onaankelijk algemeen directeur, of de toevoeging van een reguliere onaankelijke Raad van Toezicht past dit model niet zonder meer bij algemene uitgangspunten van good governance, zoals een eenduidige heldere governance inrichting volgens de WBTR vereisten en zal het risico op bestuurlijke escalatie bij verschillen van inzicht en belangen eerder toe- dan afnemen en wordt het volhouden van een consistente interne en externe koers bemoeilijkt. Voorts is behoud van de koepelvrijstelling niet mogelijk. Daar staat tegenover dat de bestaande synergievoordelen grotendeels behouden kunnen blijven. Concluderend, zowel de spanning met de WBTR als de eerder geconstateerde risico's en problemen blijven grotendeels in stand.

Hierdoor levert het model van de Vernieuwde stichting onvoldoende de gewenste en noodzakelijke verbeteringen voor de governance. Stichting B

Gegenereerd: v1.9

6

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

Doordat bij stichting B beide opdrachtgevers op enige afstand sturen middels dienstverleningsovereenkomsten en stichting B wordt aangestuurd door een professionele, onaankelijke directie onder toezicht van een onaankelijke Raad van Toezicht wordt het dubbele pettenprobleem voorkomen en voldoet de variant aan de vereisten van de WBTR. Ook lijken bij dit model de synergievoordelen grotendeels behouden kunnen blijven. Behoud van de koepelvrijstelling is daarentegen niet mogelijk. Gezien de wens tot sturing vanuit de gemeente conform het verbonden partijen beleid, met een duidelijke opdrachtgever en opdrachtnemer relatie, sluit dit organisatiemodel goed aan bij de gewenste sturing door Amsterdam, maar onvoldoende bij de sturingsfilosofie van AGV, waarbij de stichting als verlengd lokaal bestuur als meest optimaal wordt gezien. Daarom is er onvoldoende draagvlak voor dit model. Ontvlechting in twee entiteiten Dit organisatiemodel zoals geschetst in het rapport van KPMG (bijlage 2) maakt directe sturing op de eigen taken mogelijk en biedt de meeste mogelijkheden voor het ontwikkelen van een eigen identiteit en vergroten van de zichtbaarheid door AGV. Er is geen sprake meer van dubbele petten en het verschil in sturingsparadigma en complexiteit neemt sterk af of verdwijnt volledig op het moment dat er sprake is van twee volledig zelfstandige entiteiten.

Het (eind)model voldoet aan de WBTR en aan de aanbevelingen van ILT en RMA. Ook biedt deze variant de mogelijkheid om de consequenties van het vervallen van de koepelvrijstelling voor AGV te mitigeren. Nadeel van deze variant is het potentiële synergieverlies, al is de veronderstelde synergie binnen de huidige organisatievorm volgens KPMG minder groot dan verwacht. Zoals in het rapport Synergievoordelen en –nadelen samenwerking (bijlage 3) is te lezen kunnen veel van de voordelen uit samenwerking ook op andere wijze bereikt worden, zoals door het maken van afspraken. Hierbij maakt het afstemmen vanuit eigenstandige posities een effectieve afweging van belangen op bestuurlijk niveau eenvoudiger. Dit geldt niet voor de afvalwaterketen. Hier zal de synergie op een andere wijze geborgd moeten worden. Een aandachtspunt bij dit organisatiemodel is dat de omvang van de incidentele en structurele kosten niet in beeld is gebracht. De door Waternet ingeschatte kosten geven een geactualiseerd beeld van de financiële en personele implicaties van deze variant (zie bijlage 2b). Bij de definitieve besluitvorming wordt dit onderzocht en nader onderbouwd. Separate Drinkwater NV Voor de Vernieuwde stichting en Stichting B zijn er sub-varianten met een separate NV Drinkwater denkbaar.

De basisopzet van de organisatiemodellen verandert hierdoor niet, waardoor dergelijke varianten grotendeels dezelfde implicaties hebben als beschreven onder ‘Vernieuwde Stichting’ en 'Stichting B’. Dit betekent dat ook deze varianten onvoldoende tegemoetkomen aan de bestuurlijke wensen en eisen van beide opdrachtgevers, ILT en RMA. En onvoldoende passende oplossingen bieden voor het governancevraagstuk bij Waternet. In opdracht van de gemeente Amsterdam is het eerder in gang gezette onderzoek naar een separate NV Drinkwater in relatie tot de Vernieuwde Stichting afgerond en bij de afweging van de diverse varianten betrokken. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij dit onderzoek slechts een NV van beperkte omvang is onderzocht, waarbij de uitvoering zou worden voortgezet binnen de organisatie van stichting Waternet met het oog op behoud van synergievoordelen en gelijktijdig behoud van de btw-koepelvrijstelling. Tijdens de onderzoeksfase naar deze bestuurlijke voorkeursvariant NV Drinkwater is gebleken dat met de eerder voorgestelde organisatie inrichting (alleen een administratieve NV Drinkwater) niet wordt voldaan aan de voorwaarden die de Belastingdienst stelt voor de toepassing van de btw-koepelvrijstelling voor de riolerings- en waterschapstaken. Het is onmogelijk gebleken om opvolging te geven aan de aanbevelingen van ILT en RMA binnen de bestuurlijke uitgangspunten

Gegenereerd: v1.9

7

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

tussen Amsterdam en AGV om de watercyclusorganisatie in stand te houden en tegelijkertijd de btw-koepelvrijstelling te behouden. Met deze conclusie is de onderzoeksfase NV Drinkwater door de gemeente Amsterdam beëindigd. Reflecties op varianten De ondernemingsraad van Waternet heeft op verschillende momenten in het proces geraagd en ongevraagd geadviseerd over de herijking van de governance. Bij herhaling hebben zij aandacht gevraagd voor de volgende onderwerpen: • Tekortkomingen aanpakken en werken aan een verbeterde organisatie • Versterken van de governance • Behoud van een watercyclus organisatie. Ten behoeve van het BOGO van 25 april jl. heeft zij haar reflecties gegeven op de uitkomsten tot dan toe (bijlage 8). Daarin concludeert de Ondernemingsraad dat het ongevraagd advies Herijking governance Waternet van oktober 2021 nog steeds van kracht is: hierin geeft de OR aan dat de variant Stichting B het meest wenselijk is. Tevens roept de OR de bestuurlijk opdrachtgevers wederom op tot het nemen van een standvastig besluit en wel op korte termijn. De onzekerheid over de richting van de organisatie duurt erg lang en medewerkers hebben daar last van. De medewerkers blijven hard nodig om te werken aan de maatschappelijk opgaven. Ook door de directie van Waternet is een reflectie gegeven naar aanleiding van de aanvullende onderzoeken.

Deze reflecties zijn gedeeld in het BOGO van 25 april jl. (bijlage 9). De directie geeft daarbij per variant een aantal overwegingen mee. Tevens heeft de ILT, zoals eerder al genoemd, vanuit haar verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de drinkwatertaak en het toezicht daarop reflecties gedeeld op de af te wegen varianten (bijlage 7In haar brief schrijft zij onder andere: “Op basis van de uitwerking lijken varianten voor een nieuwe stichtingsvorm niet te kunnen voldoen aan het principe dat eigendom en bedrijfsvoering (beheer en exploitatie) van de drinkwatertaak in één hand komen te liggen. In deze varianten zien we dat nu nog niet precies is aangegeven hoe een centrale aansturing en toezicht ten aanzien van de drinkwatertaak er uit zou zien. Het aanstellen van een directeur drinkwater leidt op zichzelf nog niet tot de door de Drinkwaterwet voorgeschreven centrale bestuurlijke aansturing”. Conclusie Op basis van alle onderzoeken hebben AGV en (het college van B&W van) Amsterdam gezamenlijk geconcludeerd dat het niet mogelijk is gebleken om tot een organisatiemodel te komen waarin de huidige gezamenlijke manier van werken in één organisatie in stand kan blijven. Er is geen model voorhanden dat voldoet aan alle gestelde doelen en de gedefinieerde randvoorwaarden, ontwerpprincipes en toetsingscriteria.

AGV en de Amsterdam zijn daarom tot de conclusie gekomen dat om de gewenste en noodzakelijke ketensamenwerking goed te borgen een anders moet worden georganiseerd, in lijn met de besturingsfilosofie van beide organisaties en vergelijkbaar met hoe de watertaken in de rest van het land zijn georganiseerd waarbij de uitvoering van de watertaken aangestuurd en uitgevoerd worden vanuit aparte organisaties met zelfstandige verantwoordelijkheid en verantwoordingsprocessen. Het vernieuwde model zorgt voor het beter dienen van het publieke belang en het maakt democratische gelegitimeerde sturing op beleid beter uitvoerbaar. Daarnaast is het voor beide bestuurlijke opdrachtgevers beter mogelijk om kaders te stellen die passen bij de eigen manier van sturing. Ten aanzien van de samenwerking rond de watercyclus is het belang dat er een aanpak komt die de strategie, kracht en impact van de uitvoering verbindt en versterkt, onaankelijk van de wijze van samenwerking. Dit betekent nog steeds dat de organisatie voor burgers, inwoners en

Gegenereerd: v1.9

8

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

bedrijven benaderbaar, servicegericht, vertrouwd en begrijpelijk moet zijn. Dus ook met oog voor ieders belang en met ruimte voor participatie en inspraak AGV en Amsterdam vinden het belangrijk dat huidige en toekomstige medewerkers hun werk goed kunnen doen, op basis van duidelijke opdrachten, kaders en richtlijnen en zonder last van bestuurlijke complexiteit. Hierdoor kunnen zij optimaal hun kennis en kunde inzetten voor de publieke taken en meerwaarde creëren, trots zijn op hun werk en blijft de aantrekkingskracht van het waterwerk behouden. Toelichting op onderdelen hoofdlijnenbesluit Ad 1) Het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit, om naar aanleiding van het gevolgde traject herijking governance Waternet op een vernieuwde manier te gaan samenwerken: a. Uitgangspunt hierbij is dat de Amsterdam en AGV verder gaan als twee afzonderlijke organisaties, die niet meer gezamenlijk in een organisatie vormen, maar vanuit hun eigenstandige sturing en organisatie hun taken in de waterketen gaan uitvoeren maar wel, waar dat geboden is, intensief blijven samenwerken. Amsterdam bepaalt later de organisatievorm waarop ze haar watertaken wil (laten) uitvoeren. De Nota beleidskader verbonden partijen 2021 van de gemeente Amsterdam geeft de beleidslijnen voor oprichting, beheer en afstoten van verbonden partijen van de gemeente Amsterdam. In de nota staat het publieke belang centraal.

Dit houdt in dat de gemeente alleen taken uitvoert die voortkomen uit een gemeentelijk publiek belang. Daarbij geldt dat de gemeente beziet of volledige gemeentelijke betrokkenheid noodzakelijk is, vervolgens kijkt of de markt een activiteit kan uitvoeren, of dat de gemeente andere instrumenten tot haar beschikking heeft waarmee het publieke belang ook of beter kan worden geborgd dan via een verbonden partij. Komende periode zal door de gemeente aan de hand van het in de nota opgenomen denkkader opnieuw worden bekeken op welke wijze de Amsterdamse drinkwater- riolering- en waterbeheertaken die nu door de stichting Waternet worden uitgevoerd het beste uitgevoerd kunnen worden. b.

Het uitwerken van het hoofdlijnenbesluit tot een uitwerkingsbesluit om de samenwerking in de stichting Waternet te beëindigen en de governance Waternet op basis hiervan aan te passen en de herijking af te ronden en hiertoe: i) zoals bepaald in de samenwerkingsovereenkomsten tussen Amsterdam, AGV en stichting Waternet en de statuten van stichting Waternet een plan van scheiding, inclusief bijbehorende afspraken en de herijking van de governance van de stichting Waternet op te stellen dat de grondslag zal vormen van het uitwerkingsbesluit Hoewel hier niet sprake is van een beëindigingsgrond als bedoeld in de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomsten tussen de Amsterdam, AGV en stichting Waternet en de statuten van stichting Waternet, maar partijen met dit hoofdlijnenbesluit nu minnelijk willen komen tot beëindiging/wijziging van de samenwerkingsovereenkomsten, wordt wel toepassing gegeven aan de afspraak dat bij beëindiging een plan van scheiding wordt opgesteld. Volgens de samenwerkingsovereenkomsten dient de directie van Waternet binnen zes maanden na het ingaan van de opzeggingstermijn van twee jaren een plan van scheiding op te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de vereffening en een nieuwe organisatiestructuur uiteen wordt gezet.

Omdat hier niet sprake is van een opzegging wordt afgesproken dat ter voorbereiding op definitieve besluitvorming middels het uitwerkingsbesluit het plan van scheiding wordt opgesteld dat de grondslag zal vormen voor de definitieve besluitvorming. In dit plan van scheiding komen tenminste de volgende punten terug:

Gegenereerd: v1.9

9

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Voorstel governance en inrichting eigen organisatie AGV, uitvoering Amsterdamse taken en (tijdelijke nog) gezamenlijk uit te voeren taken, inclusief implicaties voor mensen en middelen en inclusief juridische conceptteksten; Voorstel voor transitie van huidige latende organisatie (exitstrategie) naar nieuwe ontvangende organisaties; Voorstel voor inhoud en inrichting samenwerking op nieuwe/additionele maatschappelijke opgaven; Uitwerking van (voorstel tot omgang met) randvoorwaarden van beide opdrachtgevers; Uitwerking van uitgangspunten (juridisch, financieel, fiscaal en beleidsmatig, inclusief sociaal plan en splitsing activa en passiva); Voorstel incidentele en structurele financiering; Overzicht risico’s en beheersmaatregelen, inclusief advies over verhouding implementatie tot de Regeling Grote Projecten van de gemeente Amsterdam; Voorstel inrichting bestuurlijke en ambtelijke sturing op implementatie en wijze van betrokkenheid van de medezeggenschap. Bijbehorende concept-overeenkomsten die inhoud geven aan de te maken afspraken over zowel de beëindiging van de samenwerking als de nieuwe vorm van samenwerking

Voor de uitwerkingsfase wordt direct na het hoofdlijnenbesluit een projectplan uitgewerkt, waarin de projectstructuur, aanpak, planning, doorlooptijd en financiële aspecten worden gedetailleerd. Amsterdam Plan van aanpak implementatiefase Na het hoofdlijnenbesluit volgt uitwerking en een uitwerkingsbesluit. Alle stappen en bijbehorende werkzaamheden voor de implementatiefase zullen in een implementatieplan worden uitgeschreven tijdens de uitwerkingsfase. Het implementatieplan zal onderdeel uitmaken van het uitwerkingsbesluit. Met de definitieve besluitvorming eind 2024 (uitwerkingsbesluit) start de implementatiefase. Onderdeel van het uitwerkingsbesluit zijn ondermeer definitieve datum beëindiging huidige samenwerkingsovereenkomsten, alle formele ontvlechtings- en oprichtingshandelingen, zoals organisatiebesluiten, reglementen en bijbehorende overeenkomsten. Via regulier gezamenlijk bestuurlijk overleg worden de beide opdrachtgevers periodiek geïnformeerd en betrokken. ii) de in de toelichting genoemde voorwaarden, zoals overeengekomen tussen AGV en Amsterdam, worden verder uitgewerkt in een plan van scheiding: 1. Eindbeeld en tijdpad 2. Transitiepad 3. Niemand stuurloos 4. Enkelvoudige aansturing 5. Huisvesting en werklocaties 6. Goede zorg voor personeel 7. Samenwerkingsovereenkomst 8. Zakelijk en praktisch binnen één keten 9. Duidelijke boedelscheiding 10.

Frictiekosten binnen kaders en met respect voor draagkracht 11. Verbonden partijen Toelichting op deze onderwerpen: 1.

Gegenereerd: v1.9

Eindbeeld en tijdpad

10

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

Volledige ontvlechting naar 2 organisaties, die op basis van een concreet samenwerkingsprogramma op onderdelen samenwerken. Het hoofdlijnenbesluit is de start om de ontvlechting nu verder in tijd en inhoud (eindbeeld en tijdpad) uit te werken tot een definitief besluit (uitwerkingsbesluit). Streefdatum voor start eindbeeld is 1 januari 2026. 2. Transitiepad (streefdata) Vanaf hoofdlijnenbesluit wordt de hele boedel geïnventariseerd. Vóór ultimo 2024 is een voorstel voor het plan van scheiding gemaakt (de verdeling op hoofdlijnen gemaakt waarin ook voorlopige aansturing van de latende en ontvangende organisaties wordt benoemd). Uitkomst wordt voorgelegd in een definitief besluit eind 2024. Dat besluit met bijbehorende overeenkomsten is het juridisch relevante moment van beëindiging van huidige overeenkomsten. In 2025 worden binnen de stichting Waternet de eenheden ontvlochten. Ultimo 2025 wordt de ontvlochten situatie geformaliseerd. 3. Niemand stuurloos Ontvlechting wordt pas geëffectueerd zodra er, ‘ontvangende’ organisaties zijn, inclusief zeggenschap en medezeggenschap en benodigde staf en ondersteuning. 4.

Enkelvoudige aansturing Voor ontvlochten eenheden geldt per moment van ontvlechting sturing, zeggenschap en medezeggenschap van de ontvangende organisaties (in oprichting), voor nog niet ontvlochten eenheden blijft sturing, zeggenschap en medezeggenschap ongewijzigd bij de latende organisatie. 5. Huisvesting en werklocaties Ten aanzien van alle vestigingen worden concrete afspraken gemaakt over eigendom, beheer en exploitatie, rekening houdend met de aard van de werkzaamheden op locatie en de wensen ten aanzien van herkenbaarheid en zichtbaarheid. 6. Goede zorg voor personeel Er valt niemand tussen wal en schip. Alle medewerkers krijgen een plek in één van beide ontvangende organisaties, met behoud van hun arbeidsvoorwaarden. 7. Samenwerkingsovereenkomst Ultimo 2024 wordt als onderdeel van het plan van scheiding met in achtneming van de ontvlechting een nieuwe strategische samenwerkingsovereenkomst voorgelegd, waarin concreet is opgenomen aan welke doelen, ambities en taken gezamenlijk wordt gewerkt, hoe die samenwerking er praktisch uitziet, bijvoorbeeld in een regionaal Waterhuis, welke mensen en middelen daarvoor door beide opdrachtgevers beschikbaar worden gesteld en tot welke resultaten de samenwerking moet leiden.

De gewenste thema’s in de samenwerkingsovereenkomst zijn tenminste: (a) de 6 strategische thema’s van de al bestaande samenwerkingsagenda; (b) operationele thema’s toekomstige afvalwaterverwerking en industriewaterlevering; (c) onderzoeks- en innovatieagenda. De partijen verbinden zich meerjarig aan deze thema’s. 8. Zakelijk en praktisch binnen één keten Waar sprake is van onvermijdelijke/gewenste samenwerking binnen (een deel van) één keten, bijvoorbeeld in de afvalwaterketen, wordt vastgesteld of er werkzaamheden middels bijvoorbeeld dienstverleningsovereenkomsten bij elkaar kunnen worden belegd, teneinde de huidige synergie te behouden. 9. Duidelijke boedelscheiding Ten aanzien van alle activa (assets, erfpacht, goodwill) worden eigendom, beheer, exploitatie en bediening bepaald conform de Samenwerkingsovereenkomst 1997 en 2005. Daar waar de actuele wijze van inzet voor de uitvoering van taken aanleiding geeft om hiervan af te wijken, worden daarover in het uitwerkingsbesluit concrete afspraken vastgelegd. 10. Frictiekosten binnen kaders en met respect voor draagkracht Bij besluitvorming over het plan van scheiding middels het uitwerkingsbesluit wordt tevens de verdeling van frictiekosten bepaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de

Gegenereerd: v1.9

11

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

draagkracht van beide organisaties. Beide hebben immers belang bij het bestaan en goed kunnen functioneren van de ander. De frictiekosten mogen niet leiden tot overschrijding van de (door toezichthouders) opgelegde financiële kaders en de normen voor prudent vermogensbeheer. Beide organisaties streven er naar de tarieven niet extra te verhogen ten gevolge van de frictiekosten. 11. Verbonden partijen Ten aanzien van alle verbonden partijen wordt voor eind 2024 de toekomstige deelname bepaald. Alle overige aangereikte aandachtspunten en voorwaarden kunnen in de uitwerkingsfase worden geadresseerd en een plek krijgen. iii) alle relevante conceptbesluiten en -stukken met betrekking tot voorgenomen wijzigingen zullen met relevante toezichthoudende partijen als ILT afgestemd worden, om voorafgaand aan formele indiening te kunnen nagaan of de voorgenomen inrichting van de besturing en conceptstukken aan de vereisten voldoen. De nieuwe inrichting moet voldoen aan de eisen van wet en regelgeving, zoals de Drinkwaterwet. Voordat een besluit na verdere uitwerking uitgevoerd kan worden, zal de inrichting beoordeeld en goedgekeurd moeten worden door de relevante toezichthoudende partijen. Om vooraf te kunnen nagaan of de inrichting voldoet, is voorafgaande afstemming van belang.

iv) de uitwerking van dit hoofdlijnenbesluit zal worden afgerond met definitieve besluitvorming over de herijking van de governance van de stichting Waternet. Het streven is om eind 2024 tot definitieve besluitvorming over te gaan. In dit uitwerkingsbesluit wordt ook de beoogde datum van de start van de nieuwe organisaties en de toekomstige samenwerking aangegeven, waarbij het streven is januari 2026 van start te gaan. c. De geraamde totale kosten van € 2 miljoen voor de uitwerkingsfase tot definitieve besluitvorming in de vorm van een uitwerkingsbesluit (eind 2024) en de dekking van deze kosten uit de begroting van stichting Waternet. In de vervolgfase wordt gefocust op de opstelling van het plan van scheiding door de directie. Hiervoor is een budget t.w.v. € 2 miljoen geraamd. d. De voorziene bestuurlijke vervolgstappen om te komen tot de wijziging van de governance en herijking van de watertaken. Hoofdlijnenbesluit (huidige besluit): Waterschap AGV • • • •

29 mei Dagelijks bestuur (ter besluitvorming voorgenomen besluit richting CIE) 13 juni Commissie Bestuur, Middelen en Democratie (beeldvormend) 18 juni Commissie Bestuur, Middelen en Democratie (oordeelvormend en adviserend) 11 juli Algemeen bestuur (hooflijnenbesluit)

Gemeente Amsterdam • 28 mei College van B en W (ter besluitvorming – voorgenomen besluit) • Nog te bepalen - Technische raadssessie raad; • 4 juli Raadscommissie Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water: wensen en bedenkingen. De leden van de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit worden hierbij uitgenodigd; • 17 juli Gemeenteraad: wensen en bedenkingen;

Gegenereerd: v1.9

12

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

• Nog te bepalen - College van B en W: hoofdlijnenbesluit over de herijking van de governance van de stichting Waternet tot beëindiging samenwerking Waternet. Definitief uitwerkingsbesluit Besluit tot beëindiging samenwerking Waternet en afronding herijking: Waterschap AGV • Dagelijks bestuur waterschap AGV • Algemeen bestuur waterschap AGV Gemeente Amsterdam • College van BW • Gemeenteraad Ad 2. Te verklaren dat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van B&W inzake het (voorgenomen) hooflijnenbesluit van het college van B&W om naar aanleiding van het gevolgde traject herijking governance Waternet, op een vernieuwde manier te gaan samenwerken. Waarbij het uitgangspunt is dat de gemeente Amsterdam en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) verder gaan als twee afzonderlijke organisaties, die niet meer gezamenlijk een organisatie vormen, maar vanuit hun eigenstandige sturing en organisatie intensief blijven samenwerken. In de Nota beleidskader verbonden partijen 2021 zijn de uitgangspunten en bestuurlijke rolverdeling bij de oprichting, beheer en afstoting van verbonden partijen zoals Waternet opgenomen. In de nota is opgenomen dat een voorgenomen besluit tot het afstoten van een verbonden partij voor wensen en bedenkingen aan de raad voorgelegd, indien het besluit ingrijpende gevolgen heeft.

Alhoewel de nadere uitwerking nog moet plaatsvinden, zijn het maatschappelijke belang en de gevolgen voor medewerkers naar verwachting zo impactvol, dat het college de raad voorafgaand in de gelegenheid wil stellen eventuele wensen en bedenkingen hierover kenbaar te maken, opdat deze bij de nadere uitwerking kunnen worden betrokken. In de raadsvoordracht is de kern van de afweging die het college heeft gemaakt samengevat. Het college zal het voorgenomen besluit voor wensen en bedenkingen voorleggen aan de raad. Daarbij houdt het college met nadruk de optie open tot een andere weging te komen als de wensen en bedenkingenprocedure van de raad daar aanleiding toe geeft. Ad 3. Kennis te nemen van beëindiging van onderzoeksfase naar NV drinkwater in relatie tot ‘Vernieuwde stichting’ en nader onderzoek naar de drinkwatertaak te betrekken bij de verdere uitwerking, op welke wijze Amsterdam nu en toekomst haar taken wil (laten) uitvoeren. Sinds 2006 zijn de drinkwatertaken van de gemeente Amsterdam toegevoegd aan het samenwerkingsverband tussen Amsterdam en AGV in Stichting Waternet. De drinkwatertaken worden uitgevoerd door Waternet namens Amsterdam. De uitvoering van deze taken is een met omzetbelasting (btw) belaste activiteit.

De Belastingdienst heeft medio 2021 aangegeven, dat die omstandigheid in strijd is met de toepasbaarheid van de door Waternet toegepaste btw-koepelvrijstelling. Een voorwaarde voor de toepasbaarheid is namelijk, dat de koepelleden geen btw-belaste activiteiten inbrengen in de koepel. De btwkoepelvrijstelling houdt in dat geen btw hoeft te worden berekend over de personeelskosten, die Waternet doorberekent aan Amsterdam en AGV voor de inzet op niet-belaste activiteiten. Het gaat daarbij jaarlijks om aanzienlijke bedragen, die – wanneer wel btw zou moeten worden

Gegenereerd: v1.9

13

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

berekend – voor AGV tot een aanzienlijke lastenverzwaring zou leiden. Vanuit de wens om de samenwerking met AGV in Waternet te continueren is voorjaar 2023 de onderzoeksfase naar een verzelfstandiging van de drinkwatertaak in een naamloze vennootschap gestart. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij dit onderzoek slechts een NV van beperkte omvang is onderzocht, waarbij de uitvoering zou worden voortgezet binnen de organisatie van stichting Waternet voor behoud van synergievoordelen en gelijktijdig behoud van de btw-koepelvrijstelling. In de loop van 2023 is het onderzoek gepauzeerd toen bij de uitwerking van het model van de Vernieuwde Stichting Waternet de risico's groter en lastiger oplosbaar bleken dan eerder gedacht. Vanuit de wens om ook organisatiemodellen zonder drinkwater mee te nemen, is in opdracht van Amsterdam het eerder in gang gezette onderzoek naar een separate NV Drinkwater in relatie tot de Vernieuwde Stichting afgerond en bij de afweging van de diverse varianten betrokken. Tijdens de onderzoeksfase naar deze bestuurlijke voorkeursvariant NV Drinkwater is gebleken dat met de voorgestelde organisatie inrichting niet wordt voldaan aan de voorwaarden die de Belastingdienst stelt voor de toepassing van de btw-koepelvrijstelling voor de riolerings- en waterschapstaken.

Het is onmogelijk gebleken om opvolging te geven aan de aanbevelingen van ILT en RMA binnen de bestuurlijke uitgangspunten tussen Amsterdam en AGV om de watercyclusorganisatie in stand te houden en tegelijkertijd de btw-koepelvrijstelling te behouden. Met deze conclusie is de onderzoeksfase NV Drinkwater beëindigd. Ad 4. Kennis te nemen van de start per 15 april 2024 van het kwartier maken voor de afdeling Water bij de directie Verkeer en Openbare Ruimte. Het college wil de sturing en organisatie op de Amsterdamse watertaken versterken door het oprichten van een afdeling Water (voorheen: strategische unit) voor de beleidsbepalende, opdrachtgevende en toezichthoudende rol van de gemeente en om daarmee tevens de eigen kennis en expertise op de watertaken versterken. Om een eerste antwoord te geven op gestelde kritiekpunten van het ILT en de RMA is op 1 maart 2023 gestart met een tijdelijk Team Water (raadsinformatiebrief 2 februari 2023), om alvast het onderdeel bestuursadvisering (gericht op wethouder, college en raad) en financieel advies op de watertaken te versterken. De afgelopen maanden is een onaankelijk onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop de gemeentelijke watertaken zijn georganiseerd bij Waternet en is op basis hiervan een voorstel uitgewerkt voor de organisatie van de nieuw op te richten afdeling Water. Op 15 april is formeel de afdeling Water gestart.

Deze afdeling bevindt zich in de kwartiermakersfase. De afdeling Water gaat de sturing op de gemeentelijke watertaken verbeteren.

Gegenereerd: v1.9

14

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

[1] Sinds 1 augustus 2023 is de arbeidsovereenkomst van de secretaris-directeur bij Waternet beëindigd en is de secretaris-directeur direct in dienst getreden bij AGV, vooruitlopend op de nieuwe governance structuur. Financiële onderbouwing Tabel 2: Financiële consequenties van de beslispunten BATEN Product Rioolheffing en 2.7 Drinkwatertarieven

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

I

€ 1.200.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 1.200.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

Totaal LASTEN Product

I/S

2.5

I

€ 1.500.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Kosten uitvoeringsfase via 2.7 stichting Waternet

I

€ 1.200.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 2.700.000,00

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Kosten uitvoeringsfase Amsterdamse inzet

Totaal

I=Incidenteel S=Structureel Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting

De financiële consequenties zijn gedekt in de lopende begroting. De kosten van de uitvoeringsfase van de bestuursopdracht worden begroot op €2,0 miljoen, welke lopen via de begroting van Stichting Waternet en worden aan het einde van 2024 afgerekend met de gesloten systemen van de drinkwatertarieven en de rioolheffing. Dit gebeurt volgens de vaste verdeelsleutel van de stichting, waarbij 60% van de kosten voor gemeente Amsterdam komen en 40% voor waterschap Amstel-, Gooi- & Vechtstreek (dus €1,2 miljoen in programmaonderdeel 2.7 van de Amsterdamse begroting). Deze middelen worden gedekt uit de door het college vastgestelde tarieven van de rioolheffing en drinkwatertarieven voor jaar 2024. Daarnaast worden kosten gemaakt voor Amsterdamse betrokkenheid op deze bestuursopdracht. In Begroting 2024 heeft het college besloten om voor de jaren 2024 en 2025 €2,1 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze bestuursopdracht. Voor de uitvoeringsfase wordt begroot dat €1,5 miljoen nodig is. Dit wordt gedekt uit de bij Begroting 2024 beschikbaar gestelde middelen. Conclusie

Gegenereerd: v1.9

15

Gemeenteraad

VN2024-007874 Directie Middelen en Control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

Niet van toepassing

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2024-033211

Bijlage 1. Syntheserapport BOGO 9 april 2024.pdf (pdf)

AD2024-033209

Bijlage 1a. Overzichtstabel varianten.pdf (pdf)

AD2024-033210

Bijlage 2. KPMG rapport onderzoek ontvlechting Waternet.pdf (pdf)

AD2024-033212

Bijlage 2a. Oplegger KPMG rapport.pdf (pdf)

AD2024-033213

Bijlage 2b. Actualisatie inschatting ontvlechtingskosten.pdf (pdf)

AD2024-033214

Bijlage 3. Rapport Synergievoordelen en complexiteit samenwerking.pdf (pdf)

AD2024-033215

Bijlage 4. Notitie beschrijving organisatie huidige watertaken.pdf (pdf)

AD2024-033216

Bijlage 5. Notitie samenwerking AGV en Amsterdam andere waterschappen, gemeenten en PWN.pdf (pdf)

AD2024-033217

Bijlage 6. Memo ontwerpende principes (2021).pdf (pdf)

AD2024-033218

Bijlage 6a. Afwegingskader governance varianten.pdf (pdf)

AD2024-033219

Bijlage 7. Brf ILT aan WH en SB m.b.t. herijking bestuurlijke structuur.pdf (pdf)

AD2024-033220

Bijlage 8. 24.001163 reflectie OR op governance april 24.pdf (pdf)

AD2024-033221

Bijlage 9. Reflecties directie tbv bestuurlijke afweging toekomst Waternet.pdf (pdf)

AD2024-033208

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

V& OR, Dries van der Eerden, dries.van.der.eerden@amsterdam.nl, 06 29571047

Gegenereerd: v1.9

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14311006/1