Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
VN2025-007679 rve economie
RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 12 november 2025
Agendapunt
Economische Zaken (24) A11
Datum besluit
College van B&W 9 september 2025
Portefeuille
Onderwerp
Vaststellen van de Wijzigingsverordening Markt- en staanplaatsgelden Amsterdam 2016 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
I. De markttarieven en de tarieven voor staanplaatsen in verband met kostenstijgingen bij de gemeente per 1 januari te indexeren met 3,69% in 2026, 3,43% in 2027, 3,48% in 2028 en 3,33% in 2029. De indexatie heeft betrekking op de volgende tariefcomponenten: a. het basistarief, de toeslag reiniging marktterrein, de toeslag voor inzameling en verwerking van afval op de markten en de toeslagen voor het gebruik van marktboxen en krachtstroom; b. de staanplaatsgelden. II. Vast te stellen de bijgaande Verordening tot wijziging van de Verordening markt- en staanplaatsgelden 2016 (Wijzigingsverordening Markt- en staanplaatsgelden 2016), waarvan de belangrijkste punten zijn: a. de markttariefcomponenten (basistarief, toeslag reiniging, toeslag afval, toeslag krachtstroom en toeslag gebruik marktbox) en staanplaatsgelden, opgenomen in de tarieventabellen in de Verordening markt- en staanplaatsgelden 2016, verhogen met het onder I. opgenomen indexpercentage; b. het laten vervallen van de toeslag afval voor de Westermarkt; c. het laten vervallen van de toeslag reiniging marktterrein op de Noordermarkt op maandag; d. het vaststellen van een promotietoeslag voor de markt in Weesp; e. de wijzigingsverordening te laten ingaan op 1 januari 2026. III.
Instemmen met de overgangsregeling voor de Dappermarkt, waarbij door middel van een herinrichting wordt overgegaan van marktplaatsen van drie strekkende meter naar vier strekkende meter, maar tot en met 30 juni 2026 markttarieven op basis van drie meter worden geïnd (100% korting op de extra meter). Vanaf 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 worden vervolgens tarieven gerekend op basis van 3,5 meter (50% korting). Vanaf 1 januari 2027 wordt het reguliere tarief gerekend voor 4 meter. Wettelijke grondslag
Gemeentewet artikel 216. De raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Gemeentewet artikel 229, lid 1, onder a en b. Rechten (gemeentebelastingen) kunnen worden geheven ter zake van: a. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; b. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.
VN2025-007679 rve economie
RAAD Bestuurlijke achtergrond
De tarieven voor gemeentelijke markten en voor staanplaatsen worden jaarlijks vastgesteld bij de vaststelling van de begroting voor het volgende jaar. Daarbij wordt beoordeeld of een aanpassing nodig is in verband met de stijging van de kosten van de gemeente en of er specifieke aanpassingen nodig zijn voor bepaalde markten of soorten staanplaatsen. Onderbouwing besluit
Ad I. De markttarieven en de tarieven voor staanplaatsen in verband met kostenstijgingen bij de gemeente per 1 januari te indexeren met 3,69% in 2026, 3,43% in 2027, 3,48% in 2028 en 3,33% in 2029 De tarieven voor gemeentelijke markten en voor staanplaatsen worden jaarlijks vastgesteld. Daarbij wordt beoordeeld of een aanpassing nodig is in verband met de stijging van de kosten van de gemeente. Voorgesteld wordt om de tarieven voor markten en staanplaatsen, net als in voorgaande jaren, op 1 januari te indexeren. Dat gebeurt aan de hand van cijfers opgenomen in het door het Centraal Planbureau (CPB) opgestelde Centraal Economisch Plan (CEP) bbp+. Dit is in lijn met de gemeentebrede systematiek voor het indexeren van tarieven die tijdens de Voorjaarsnotaretraite is vastgesteld. Ad I. a. De indexatie heeft betrekking op de volgende tariefcomponenten. Het basistarief, de toeslag reiniging marktterrein, de toeslag voor inzameling en verwerking van afval op de markten en de toeslagen voor het gebruik van marktboxen en krachtstroom Het basistarief, de toeslag reiniging marktterrein, de toeslag voor inzameling en verwerking van afval op de markten en de toeslagen voor het gebruik van marktboxen en krachtstroom worden per 1 januari 2026 met 3,69% verhoogd. Ad I. b.
De staanplaatsgelden Net als in voorgaande jaren worden de tarieven voor staanplaatsen buiten de markt met hetzelfde percentage geïndexeerd als de markttarieven. Ad II. Vast te stellen de bijgaande Verordening tot wijziging van de Verordening markt- en staanplaatsgelden 2016 (Wijzigingsverordening Markt- en staanplaatsgelden 2016), waarvan de belangrijkste punten zijn Voor het doorvoeren van de tariefindexatie en overige tariefwijzigingen zijn wijzigingen aan de verordening Markt- en staanplaatsgelden Amsterdam noodzakelijk. Dit is mogelijk met de bijgaande wijzigingsverordening. Ad II. a. De tariefcomponenten (basistarief, toeslag reiniging, toeslag afval, toeslag krachtstroom en toeslag gebruik marktbox) en staanplaatsgelden, opgenomen in de tarieventabellen in de Verordening markt- en staanplaatsgelden 2016, verhogen met het onder I. opgenomen indexpercentage Zie ad I. Ad II. b. Het laten vervallen van de toeslag afval voor de Westermarkt Uit gesprekken met de marktondernemers is sterk de wens naar voren gekomen om de toeslag voor de inzameling en verwerking van afval te laten vervallen. De Westermarkt kenmerkt zich door zijn
VN2025-007679 rve economie
RAAD non-food karakter waardoor branches die doorgaans veel afval produceren zoals vis en aardappelen, groente en fruit afwezig zijn op de markt. Het afval dat wel gedurende de marktdag wordt geproduceerd, wordt door de ondernemers zelf worden ingezameld en meegenomen voor verwerking. Sinds 1 juli 2025 wordt de toeslag afval voor de Westermarkt niet meer geïnd. Met dit besluit wordt dit per 1 januari 2026 ook in de Verordening markt- en staanplaatsgelden 2016 verwerkt. Ad II. c. Het laten vervallen van de toeslag reiniging marktterrein op de Noordermarkt op maandag De Noordermarkt maandag kenmerkt zich eveneens door een non-food karakter. Branches die doorgaans veel afval produceren zijn vrijwel geheel afwezig op de markt. In vergelijking met andere markten in het gebied produceert de markt weinig afval. Om deze reden is per 1 januari 2024 de toeslag afval voor deze markt komen te vervallen. Inmiddels is gebleken dat de marktondernemers het marktterrein schoon achterlaten. De toeslag reiniging kan daarom eveneens komen te vervallen. Sinds 1 juli 2025 wordt de toeslag reiniging voor de Noordermarkt op maandag niet meer geïnd. Met dit besluit wordt dit per 1 januari 2026 ook in de Verordening markt- en staanplaatsgelden 2016 verwerkt. Ad II. d.
Het vaststellen van een promotietoeslag voor de markt in Weesp Het is wenselijk om voor deze markt een promotietoeslag van € 0,40 per strekkende meter vast te stellen. Ad II. e. De wijzigingsverordening te laten ingaan op 1 januari 2026 De gewijzigde verordening treedt in werking op 1 januari 2026. De voorgaande verordeningen blijven van kracht voor zaken die zich voor die datum hebben voorgedaan. III. Instemmen met de overgangsregeling voor de Dappermarkt, waarbij door middel van een herinrichting wordt overgegaan van marktplaatsen van drie strekkende meter naar vier strekkende meter, maar tot en met 30 juni 2026 markttarieven op basis van drie meter worden geïnd (100% korting op de extra meter). Vanaf 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 worden vervolgens tarieven gerekend op basis van 3,5 meter (50% korting). Vanaf 1 januari 2027 wordt het reguliere tarief gerekend voor 4 meter. Ter versterking van de aantrekkelijkheid, overzichtelijkheid en economische vitaliteit van de Dappermarkt is overgaan van marktplaatsen van drie strekkende meter naar vier strekkende meter. Hierbij is een overgangsregeling van kracht waarbij de ondernemers gefaseerd overgaan van tarieven op basis van 3 meter naar tarieven op basis van 4 meter.
Op basis van de berekeningen bedraagt het totaal aan niet-geïnde extra inkomsten over de periode 1 september 2025 tot 1 januari 2027 naar verwachting ca €250.000, op basis van de huidige vergunde marktplaatsen. Vanaf 2027 wordt het tarief gerekend op basis van 4 meter en valt deze derving van extra inkomsten weg. De herinrichting van de Dappermarkt brengt geen structurele kostenstijging met zich mee. Naast de directe financiële effecten van het tijdelijke overgangstarief, moet ook rekening worden gehouden met de impact van het terugbrengen van het aantal marktplaatsen naar maximaal 156 per dag. Dit maximum impliceert dat op dagen met hoge bezetting er minder plekken beschikbaar zijn dan in de huidige situatie. De hiermee gemoeide inkomstenderving per jaar wordt geschat op € 57.000. Vanaf 2027 wordt deze inkomstenderving gecompenseerd door de extra inkomsten gemoeid met het tarief dat dan wordt gerekend op basis van 4 meter.
3 Gegenereerd: v1.27
VN2025-007679 rve economie
RAAD Participatie
Financiële onderbouwing
Financiële consequenties van de beslispunten BATEN
Markten en straathandel
Product
I/S
Jaar T
Jaar T + 1
Jaar T + 2
Jaar T + 3
3.1
S
€0
€199000
€191000
€201000
€0
€199000
€191000
Totaal
€201000 I=Incidenteel S=Structureel
LASTEN
Markten en straathandel
Product
I/S
Jaar T
Jaar T + 1
Jaar T + 2
Jaar T + 3
3.1
S
€0
€199000
€191000
€201000
€0
€199000
€191000
Totaal
€201000 I=Incidenteel S=Structureel
Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting
De indexeringen zorgen voor een toename van de baten van ongeveer € 199.000. De lasten worden met eenzelfde bedrag verhoogd. Daarmee kunnen de tariefverhogingen geheel worden aangewend voor dekking van kostenstijging die de gemeente verwacht voor de markten. De stijging van de toeslag afval draagt hier ongeveer € 59.000 aan bij. Dit wordt bij de begrotingsronde 2026 toegevoegd aan het budget voor inzameling en verwerking van marktafval. De opbrengst van de verhoging van de toeslag reiniging wordt geraamd op € 51.000. De overige opbrengsten ter hoogte van ongeveer € 89.000 dienen ter dekking van kosten van de afdeling Markten van Stadswerken. Zoals eind 2024 aan de raad gecommuniceerd, zijn de markttarieven niet kostendekkend. Het college kiest ervoor om de tarieven alleen te laten stijgen met het door het CPB geraamde indexpercentage om gestegen gemeentelijke lasten deels te compenseren. De kostendekkendheid wordt hiermee niet verbeterd en loopt verder op. Veertig procent van de lasten wordt gedekt vanuit algemene middelen. Deze voordracht heeft geen betrekking op dit deel van de lasten. De stijging van deze lasten en de bijbehorende benodigde toename van dekking vanuit de algemene middelen worden eveneens verwerkt bij de begroting. Risico's
VN2025-007679 rve economie
RAAD Deze indexatie is exclusief eventuele volumedaling. Volumedaling en daarmee inkomstendaling kan resulteren in een verdere toename van het dekkingstekort. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
n.v.t. Welke stukken treft u aan
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2025-031589
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2025-058762
1. BEKENDMAKING wijziging van de Verordening Markt- en Staanplaatsgelden.docx (msw12)
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Directie EZC, Jerzy Straatmeijer, j.straatmeijer@amsterdam.nl, 06 3445 0813
5 Gegenereerd: v1.27