CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Kunstenplan 2025-2028 (VN2024-016571)7.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

Voordracht voor de raadsvergadering van 11 december 2024

Portefeuille Agendapunt

Kunst en Cultuur 7

Datum besluit

Onderwerp

Vaststellen van het Kunstenplan 2025-2028 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

de nota ‘Kunstenplan 2025-2028’ inclusief het financieel kader (p. 58) vast te stellen.

Wettelijke grondslag

Artikel 108 van de Gemeentewet Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2025-2028 Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, hoofdlijnen en kunstenplan 2023

Bestuurlijke achtergrond

De gemeente Amsterdam ondersteunt professionele en in Amsterdam actieve instellingen op het gebied van kunst en cultuur op basis van het Kunstenplan. Ter voorbereiding op het Kunstenplan stelt het gemeentebestuur de Hoofdlijnennota vast, in lijn met de op 17 december 2009 door de gemeenteraad vastgestelde nota ‘Nieuwe Kunstenplansystematiek’. De Hoofdlijnennota is het centrale beleidsdocument waarin het gemeentebestuur het kunst en cultuurbeleid voor een periode van vier jaar vastlegt en ook het kader vastlegt voor instellingen die een subsidieaanvraag willen indienen. Op 18 december 2019 heeft de gemeenteraad de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, hoofdlijnen en kunstenplan 2019 vastgesteld. Op grond van deze verordening heeft het college tot taak om, volgend op de Verkenning van de Amsterdamse Kunstraad, de contouren op te stellen (artikel 2.2.). De contouren vormen de vooruitblik op de komende Kunstenplanperiode met een beschrijving op hoofdlijnen van de beleidsdoelstellingen welke de basis vormt voor gesprekken met de cultuursector. Op 22 december 2022 heeft de Amsterdamse Kunstraad de Verkenning 2022 gepubliceerd. De Verkenning 2022 vormt een belangrijke basis voor het formuleren van beleid door het gemeentebestuur en dient als input voor de Hoofdlijnennota en het Kunstenplan 2025-2028.

Op 19 juli 2023 heeft de gemeenteraad de Contouren Kunstenplan 2025-2028 vastgesteld. Naar aanleiding van de Contouren Kunstenplan 2025-2028 heeft de wethouder Kunst en Cultuur diverse gesprekken gevoerd met de kunst- en cultuursector. Naast kleinere bijeenkomsten vond ook een breed sectorgesprek plaats op 9 juni 2023, waarvan de uitkomsten mee zijn genomen in de verdere uitwerking van het beleid en de totstandkoming van de nota Hoofdlijnen Kunstenplan 20251 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

2028. Op 25 september 2023 hebben de zeven stadsdelen en het stadsgebied Weesp een advies uitgebracht op de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028. De Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 zijn ter advisering voorgelegd aan de Amsterdamse Kunstraad. Op 18 oktober 2023 heeft de kunstraad het advies Groei vraagt om Groei gepubliceerd. Op 9 november 2023 heeft de gemeenteraad de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 vastgesteld. Als bijlage van de Hoofdlijnen is ook de regeling Vierjarige subsidies 2025-2028 van het Amsterdams Fonds voor de Kunst vastgesteld. Op 20 december 2023 heeft de gemeenteraad het Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 2023-2027 vastgesteld. Op 16 mei 2024 heeft het college de Voorjaarsnota 2024 gepresenteerd. Hierbij zijn meerjarig incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld voor het Kunstenplan 2025-2028 en muziekeducatie. Op 14 juni 2024 heeft de Amsterdamse Kunstraad het advies Voor de Toekomst, voor de stad gepubliceerd. Op 9 juli 2024 heeft het college een besluit genomen over de verdeling van de subsidies voor de zeven instellingen die in het Kunstenplan 2025-2028 onder verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Op 1 augustus 2024 heeft het AFK de besluiten bekend gemaakt van de toegekende subsidies binnen de regeling Vierjarige subsidies 2025-2028.

Op 15 oktober 2024 heeft het college een besluit genomen over de verdeling van extra incidentele middelen te behoeve van extra ondersteuning van zeven instellingen die op de zaaglijn van het AFK binnen de regeling Vierjarige subsidies 2025-2028 terecht zijn gekomen. Ook heeft het college besloten om als onderdeel van het Kunstenplan 2025-2028 alsnog de door het AFK geadviseerde bedrag voor drie instellingen toe te kennen die onder de zaaglijn zijn gekomen, maar onderdeel uitmaken van de investeringsagenda van de gemeente. Op 8 november 2024 heeft de Amsterdamse Kunstraad het advies Samenspel gepubliceerd.

Onderbouwing besluit

Onderzoek economische en maatschappelijke waarde is van kunst en cultuur voor Amsterdam In het eerste kwartaal van 2024 heeft Kunst en Cultuur onderzocht wat de economische en maatschappelijke waarde is van kunst en cultuur voor Amsterdam. Ook is gekeken naar de rol die kunst en cultuur in Amsterdam hebben voor de rest van Nederland. Niet eerder is een dergelijke analyse gedaan. Een samenvatting van dit onderzoek is toegevoegd aan bijlage 2 van deze voordracht. Reactie college motie 646 Een perspectief van groei voor de Amsterdamse kunst en cultuur Met de vaststelling van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 heeft de gemeenteraad de motie 646 Een perspectief van groei voor de Amsterdamse kunst en cultuur van de leden Van der Veen (GroenLinks), Minderhoud (PvdA), Moeskops (D66), Veldhuyzen ((Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Garmy (Volt), Bobeldijk (SP), Emmerik (Partij voor de Dieren), Khan (DENK) aangenomen. De motie verzoekt het college om verschillende perspectieven van groei in kaart te brengen: voorstellen die

2 Gegenereerd: v1.1

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

RAAD kunnen leiden tot meer geld voor de Amsterdamse kunst en cultuur waarbij men bijvoorbeeld kan denken aan meer publiek-private samenwerking en een lobby voor de groei van het gemeentefonds naar rato van het aantal nieuwe inwoners. Daarbij gebruik te maken van recente ontwikkelingen, onderzoeken en successen uit onder meer andere steden binnen en buiten Nederland. Berenschot heeft in 2024 in opdracht van Kunst en Cultuur een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om het budget binnen de gemeentebegroting voor kunst en cultuur te vergroten. Volgens Berenschot is een optie hiervoor een grotere uitname uit het voor Amsterdam beschikbare budget uit het gemeentefonds. De andere optie is volgens de onderzoekers een bijdrage uit de gemeentelijke inkomsten via de toeristenbelasting. Het onderzoek, inclusief aanbevelingen, is toegevoegd aan bijlage 3 van deze voordracht.

Reactie college motie 645 Kunst als oplossing Ook is uitvoering gegeven aan de door de raad aangenomen motie 645 Kunst als oplossing van de leden Moeskops (D66), Minderhoud (PvdA), Van der Veen (GroenLinks), Veldhuyzen ((Lijst AhmadiVeldhuyzen), Garmy (Volt), waarbij het college is verzocht om culturele activiteiten als oplossingsrichting voor maatschappelijke vraagstukken in alle stedelijke domeinen mee te nemen; hiertoe collegebreed op elke portefeuille te bezien of en hoe kunst en cultuur kan worden ingezet om maatschappelijke uitdagingen te verbeelden of oplossingen op vraagstukken te vinden, zowel binnen het sociaal als fysieke domein; en de raad te informeren over het gedane onderzoek mede door middel van een overzicht van de vraagstukken waarin kunst en cultuur kan en wordt ingezet. Berenschot heeft gedurende 2024 – in opdracht van Kunst en Cultuur – een vervolgonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van het eerder in 2023 opgestelde rapport In de schijnwerpers, in opdracht van de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Tweede Kamer. Als eerste overheid in Nederland is nu met het nieuwe onderzoek voor de gemeente Amsterdam gedetailleerd in kaart gebracht hoe de culturele sector kan bijdragen aan maatschappelijke opgaven – op basis van een overzicht van de portefeuilles binnen het college.

Berenschot biedt met hun verkenning niet alleen inzicht in de mogelijke inzet van kunst en cultuur binnen de brede opgaven van de stad, maar geeft ook inspiratie, handvatten en handelingsperspectief aan verantwoordelijken binnen de gemeente om met behulp van culturele bijdragen aan de slag te gaan met actuele maatschappelijke vraagstukken. Het onderzoek is toegevoegd aan bijlage 4 van deze voordracht. Om aan de motie te voldoen, wordt het onderzoek nu meegestuurd als onderdeel van het Kunstenplan 2025-2028. Aangezien dit onderzoek betrekking heeft op de brede portefeuille van het college, zal het onderzoek begin 2025 ter bespreking in het college worden gebracht, waarna een inhoudelijke reactie richting de gemeenteraad eind eerste kwartaal 2025 ter besluitvorming wordt voorgelegd. Reactie college motie 639 Verbeteren bestaanszekerheid en ontwikkelkansen kunstenaars Amsterdam Met de vaststelling van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 is de motie 639 Verbeteren bestaanszekerheid en ontwikkelkansen kunstenaars Amsterdam van de leden Minderhoud (PvdA), Moeskops (D66), Van der Veen (GroenLinks), Veldhuyzen ((Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Garmy (Volt) en Emmerik (Partij voor de Dieren) aangenomen.

De motie roept het college op te verkennen om – gebaseerd op de Stimuleringsregeling Eigentijdse Dans van het AFK – een nieuwe regeling te ontwikkelen waarmee kunstenaars in alle sectoren een tegemoetkoming kunnen ontvangen voor ruimte voor onderzoek, ontwikkeling of productie. Voor dansers voert het AFK op dit moment de Stimuleringsregeling Eigentijdse Dans uit. In deze regeling worden dansfreelancers heel concreet ondersteund met een bijdrage tussen € 2.000 en € 3.000 als tegemoetkoming in huurkosten voor ruimte voor repetitie montage of onderzoek. Er is veel vraag van dansers naar deze regeling: doorgaans is binnen 10 minuten het maximale aantal

3 Gegenereerd: v1.1

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

RAAD aanvragen bereikt voor het beschikbare budget. Maar de behoefte aan tegemoetkoming in huur voor makersruimte wordt breder gevoeld in het culturele veld en is niet alleen beperkt tot de danssector. Een aanvullende regeling is nodig zodat kunstenaars in alle sectoren een tegemoetkoming kunnen ontvangen voor ruimte voor onderzoek, ontwikkeling of productie. In lijn met de motie heeft het AFK de regeling Ruimte voor Makers ontwikkeld. De nieuwe regeling is toegankelijk voor professionele kunstenaars met woon- of werkadres in Amsterdam, kunstenaars met een vakopleiding én voor autodidacten, die een groot deel van het culturele werkveld in Amsterdam uitmaken. Met een bijdrage van maximaal € 3.000 worden de uitvoeringslasten van een kunstenaar substantieel teruggebracht. Een eerste inschatting is dat met het beschikbare budget meer dan 115 kunstenaars ondersteund kunnen worden. Het zal ook mogelijk zijn om naast deze regeling ook aanspraak te maken op de projectregeling van het AFK, mits de kosten niet overlappen. Het college maakt voor de uitvoering van de regeling Ruimte voor Makers in 2025 en 2026 incidenteel € 0,25 miljoen per jaar vrij. Dekking hiervoor is gevonden door een incidentele bijdrage van € 0,5 miljoen, via een eenmalige uitgifte uit de Egalisatiereserve Kunstenplan. In het eerste kwartaal van 2025 wordt de regeling ter vaststelling aan het college voorgelegd.

Reactie college motie 637 Publiek-privaat cultuurstimuleringsfonds Bij de vaststelling van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028, heeft de gemeenteraad ook motie 637 Publiek-privaat cultuurstimuleringsfonds van de leden Moeskops (D66), Minderhoud (PvdA), Van der Veen (GroenLinks) en Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen) aangenomen. De motie verzoekt het college te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn tot het realiseren van een publiek-privaat cultuurstimuleringsfonds, waar particuliere donaties door een publiek bestuur in de cultuursector worden verdeeld. Sinds 2023 werkt de gemeente gericht samen met diverse private cultuurfondsen. Hierbij verhouden we ons onder andere tot het samenwerkingsverband met onder andere het Cultuurfonds, Fonds 21, de Vriendenloterij en de VandenEnde Foundation op het gebied van DigitAll en het Blockbusterfonds XTRA. Met deze partijen vinden op dit moment ook bestuurlijke en ambtelijk gesprekken om in kaart te brengen waar deze fondsen extra steun kunnen bieden voor Amsterdamse instellingen, als gevolg van de besluiten van de Rijkscultuurfondsen en het AFK voor 2025-2028. Ook zoeken we samenwerkingen op met fondsen zoals het Gieskes-Strijbesfonds en de ELJA Foundation. De vraag om steun vanuit de cultuursector is groter dan wat de gemeente op dit moment kan bieden.

Mede door de maatregelen van het kabinet - de zal de druk op private steun voor cultuur steeds groter worden. Daarom is het niet opportuun om in navolging van de motie een eigen privaat fonds op te richten en de markt voor private giften voor cultuur extra te drukken. De gemeente pakt een rol in de publieke financiering voor cultuur. Private fondsen en filantropen pakken hun eigen rol. De meerwaarde zit volgens het college in het zoeken van publiek-private samenwerking en afstemming. Niet in concurrentie met elkaar. Hiermee volgen we ook de opdracht uit het coalitieakkoord om meer publiek-private samenwerking te bevorderen. Update beleid kunst- en cultuureducatie In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 is een nieuw convenant kunst- en cultuureducatie tussen schoolbesturen, cultuureducatieve instellingen en de gemeente aangekondigd. Dit convenant moest aansluiten bij de kinderen en jongeren in Amsterdam van nu, maar ook de uitdagingen van deze tijd, zoals het lerarentekort en de hoge werkdruk op de scholen. Daarnaast was het, door de gestegen docentkosten, financieel ook niet meer haalbaar om de gratis voorziening muziek uit het Basispakket (13 uur muziekles voor leerlingen van groep 3 t/m 8) te behouden zoals die sinds 2013 wordt ingezet op de scholen.

In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 kondigden we een onderzoek aan naar de stand van zaken van cultuureducatie in het primair en speciaal onderwijs en naar het draagvlak onder scholen voor het voornemen tot een transitie van gratis naar betaald aanbod.

4 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

Het onderzoek – uitgevoerd in het voorjaar van 2024 - onder scholen, met een respons van 55 procent, toont een aantal positieve zaken. Bijna alle scholen geven aan dat in alle klassen ongeveer 2 uur per week aan cultuureducatie wordt besteed. De vakken muziek en beeldend worden in grote mate in doorlopende leerlijnen aangeboden op school. Dit geldt in mindere mate voor theater en dans, deze vakken worden vooral projectmatig aangeboden. Verder geeft ruim 90% van de scholen muziekles via het Basispakket of op andere wijze. De meeste scholen willen de basisvoorziening muziek het liefst behouden. Gezien de uitdagingen waar scholen voor staan, is deze voorziening niet alleen van inhoudelijke waarde op de scholen, maar ook een manier waarop scholen ontzorgd worden. Het loslaten van dit aanbod en meer keuzevrijheid voor de scholen, vraagt echter organiserend vermogen en extra middelen. Het risico is dat scholen die het al moeilijk hebben daarom geen of minder gebruik meer zouden maken van de voorziening. Dit mogelijke risico heeft ertoe geleid dat het college in het kader van de Voorjaarsnota 2024 heeft besloten extra middelen (€ 1 miljoen per jaar) meerjarig incidenteel vrij te maken voor de periode 2025-2028 om het gratis muziekonderwijs zoals dat nu wordt aangeboden te behouden voor de komende vier jaar.

Het college ziet muziek als een basisvoorziening en vindt dat alle kinderen hier recht op hebben. De lessen worden sinds 2003 verzorgd door de vijf muziekscholen Aslan Muziekcentrum, Muziekschool Amsterdam, Muziekschool Amsterdam Noord, Leerorkest en Muziekcentrum Zuidoost. Deze muziekscholen, verenigd in de Stichting Mosa (Muziek op School in Amsterdam), blijven hierbij gezamenlijk verantwoordelijk voor een dekkend raster en rooster over de stad voor de inzet van de vakdocenten muziek. In stadsgebied Weesp worden de binnenschoolse muzieklessen verzorgd door de Gooise Muziekschool. Zij zullen in de periode 2025-2028 de 13 uur gratis muziekles voor groep 3 t/m 8 verzorgen voor de scholen in Weesp. Voor het uitvoeren van deze gratis activiteit krijgen zij een subsidie via het stadsdeel. Met het besluit tot extra middelen van het college blijft de kern van het convenant behouden: 13 uur gratis muziekonderwijs per jaar voor alle kinderen in het primair en speciaal onderwijs van groep 3 tot en met 8. De voorzieningen blijven dankzij de extra middelen vrijwel ongewijzigd. Om deze reden is het niet nodig om voor de komende vier jaar een nieuw convenant af te sluiten. De voorzieningen uit het Basispakket kunst- en cultuureducatie zijn al opgenomen in de VLOA en worden voor een periode van 4 jaar gecontinueerd.

De voorwaarden om gebruik te maken van de voorzieningen worden geactualiseerd. Subsidies muziek- en cultuureducatie Muziekeducatie-instellingen Op 11 juli 2024 heeft het college de Amsterdamse Kunstraad verzocht advies uit te brengen over de subsidieaanvragen van de muziekinstellingen binnen het cluster cultuureducatie (Muziekschool Amsterdam, Aslan Muziekcentrum en het Leerorkest) in het kader van de voorbereiding van het Kunstenplan 2025-2028. Hierbij dienen de aanvragen beoordeeld te worden aan de hand van de in de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 vastgestelde criteria: artistiek belang, belang voor de stad, diversiteit en inclusie en uitvoerbaarheid. Bij de beoordeling van het artistiek belang gaat het daarbij specifiek om: • de centrale visie van de instelling op cultuureducatie en talentontwikkeling; • de inhoud van de cultuureducatieve activiteiten in het onderwijs en op welke wijze deze voortvloeien uit de centrale visie; • verbindingen met andere kunstdisciplines en leergebieden binnen de context van het onderwijs, vanuit de leerlijn muziek; • inhoudelijke samenwerkingsverbanden met andere culturele instellingen voor o.a. bezoeken op locatie;

5 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

• de samenhang en doorstroming tussen muziekeducatie onder schooltijd en de vrije tijd; • de positionering van de instelling in het cultuureducatieve veld, zowel in Amsterdam als nationaal; • innovatie en het stimuleren van ontwikkelingen binnen het domein van muziek- en cultuureducatie. Bij de beoordeling van belang voor de stad gaat het specifiek om: • de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de muziekscholen om, samen met Muziekschool Amsterdam Noord en Muziekcentrum Zuidoost, het muziekonderwijs in het basispakket (13 uur per jaar voor groep 3 t/m 8) gratis te blijven aanbieden aan alle scholen voor primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs in Amsterdam; • de bestaande en nieuwe (structurele) samenwerkingsverbanden met scholen voor primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, en de intenties en beoogde resultaten hiervan (met name het bereikte aantal leerlingen onder schooltijd en in de vrije tijd); • de bestaande en nieuwe (structurele) coalities en samenwerkingsverbanden met welzijnsinstellingen en culturele instellingen, en de intenties en beoogde resultaten hiervan; • de wijze waarop verbindingen worden gelegd met de omliggende buurt en/of andere buurten en gebieden in de stad.

Hierbij diende het college rekening te houden met een subsidieplafond in de periode 2025-2028 voor de muziekinstellingen in het cluster cultuureducatie van €7.222.143,- (prijspeil. 2024) per jaar. Hierbij ingegrepen het door het college in het kader van de voorjaarsnota 2024 besloten (onder voorbehoud van besluitvorming door de gemeenteraad over de begroting 2025) van €747.034 per jaar voor 20252028 Deze bijdrage is bedoeld om het muziekonderwijs in het basispakket (13 uur per jaar voor groep 3 t/m 8) gratis te kunnen blijven aanbieden. Op 8 november 2024 heeft de kunstraad het advies Samenspel uitgebracht. Samenvatting advies In de verdeling van de kunstenplansubsidie voor de drie muziekscholen adviseert de kunstraad om de basis in stand te houden en de incidentele middelen die de instellingen ontvingen structureel te maken. Daarnaast adviseert de kunstraad om vraaggestuurd aanbod vanuit de scholen te faciliteren. Op het gebied van de culturele codes zetten de muziekscholen volgens de kunstraad actieve stappen, maar is nog vooruitgang te boeken. De kunstraad ziet bij de instellingen stevige ambities hun aanbod zo toegankelijk mogelijk te maken, voor zoveel mogelijk leerlingen. De instellingen benoemen verscheidene samenwerkingen en ook op gebied van fair practice stellen de muziekscholen zichzelf doelen.

Wel zijn er verschillen, zoals in het bewustzijn over diversiteit en inclusie. Inclusie vraagt volgens de kunstraad om een meerstemmige aanpak en een effectieve en vakkundige implementatie in de gehele organisatie. Aanbod en een leeromgeving waarin zowel leerlingen als docenten gehoord, gezien en gewaardeerd worden is, zeker in het cultuuronderwijs, onmisbaar. Een voorwaarde om de ambities te realiseren is volgens de kunstraad stevig inclusief leiderschap. In de drie aanvragen miste de kunstraad reflectie op de positie die de muziekscholen innemen binnen de keten van cultuureducatie en de gedeelde verantwoordelijkheid voor een gebalanceerd aanbod in de stad. Daarnaast liggen er op het gebied van governance flinke opgaven bij de muziekinstellingen. Van de aanschaf en verbouwing van een pand, de versteviging van de organisatie tot aan een bestuurlijke fusie, met als doel nog beter in muziekeducatie-aanbod te kunnen voorzien. De kunstraad adviseert daarom een uitgebreide, tussentijdse monitoring van de drie muziekscholen. Met het oog op de wenselijke verbreding van het Basispakket Kunst- en Cultuureducatie en een eventueel nieuw convenant in de toekomst, zal de kunstraad het gemeentebestuur op een later moment aandachtspunten meegeven. Het college neemt het advies van de kunstraad over en stelt de subsidies vast aan de hand van de

6 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

volgende verdeling: Instelling

Subsidie per jaar voor 2025-2028

Aslan Muziekcentrum

€ 1.562.573

Leerorkest

€ 1.276.189

Muziekschool Amsterdam Totaal

€ 4.513.380 € 7.352.142

Dekking hiervoor is beschikbaar via: • Een structureel bedrag van € 6.475.109 per jaar, beschikbaar gesteld met de door de gemeenteraad vastgestelde Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028; • Een meerjarig incidenteel bedrag van € 747.034 per jaar, beschikbaar gesteld met het besluit van het college in het kader van de Voorjaarsnota 2024 om het gratis muziekonderwijs zoals dat nu wordt aangeboden te behouden voor de komende vier jaar; • de door het college beschikbaar gestelde nominale compensatie op subsidies van 1,8% voor 2025. Cultuureducatie-instellingen Met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 zijn ook de financiële kaders meegegeven voor de invulling van de dienstverlenende taken binnen het cluster cultuureducatie, uitgevoerd door Voucherbeheer, Mocca en het Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam. Deze zijn op enkele punten naar aanleiding van de actualiteit herzien waarmee nu de definitieve bedragen voor deze instellingen worden vastgesteld. Voucherbeheer (Cultuur+Ondernemen) Scholen ontvangen cultuurvouchers (digitale tegoeden) voor het inkopen van culturele activiteiten. De scholen hebben de ruimte deze tegoeden naar eigen inzicht in te zetten. Het bedrag wordt opgehoogd van € 22 naar €25 per leerling in het primair onderwijs, vmbo en praktijkonderwijs (eerste twee leerjaren) en van € 66 naar €75 per leerling in het SO, SBO en het VSO.

Hiervoor ontvangt Voucherbeheer een extra bijdrage van € 176.000 per jaar uit de stelpost cultuureducatie. Het overige deel wordt opgevangen door een jaarlijkse onttrekking uit het sinds 2006 door Cultuur+Ondernemen opgebouwde bestemmingsfonds. Cultuur+Ondernemen voegt aan dit bestemmingsfonds jaarlijks eventuele overschotten en positieve rentebaten toe. Mocca Mocca blijft de rol vervullen van adviseur en intermediair tussen scholen en culturele instellingen. Daarbij ligt de focus op het stevig verankeren van het cultuureducatiebeleid in de scholen. De rol van de interne cultuurcoördinator en een breed gedragen actueel cultuureducatiebeleidsplan zijn hiervoor cruciaal. Mocca begeleidt scholen hierin en zal dit monitoren. Mocca blijft ook de penvoerder voor Amsterdam van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit vanuit het Rijk, inmiddels voor de vierde periode (2025-2028). In deze periode zet het programma in op de hele keten, dus ook op het vmbo en mbo. Voor de Cultuurbus krijgt Mocca € 50.000 extra uit de stelpost cultuureducatie, ter compensatie van de gestegen brandstofprijzen. Hiermee kan de ambitie van 50.000 leerlingen per jaar gelijk blijven aan die van de vorige Kunstenplanperiode.

Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam Het Jeugdfonds Sport en Cultuur Amsterdam (JFSCA) vergoedt de contributie voor culturele activiteiten voor kinderen van ouders met een laag inkomen, zodat alle kinderen die dat willen de 7 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

mogelijkheid hebben hun talenten te ontwikkelen. Tot halverwege 2025 is de grens waarop huishoudens recht hebben op vergoedingen via JFSCA verhoogd van 120% naar 150% van het wettelijke sociaal minimum. De gemeente onderzoekt of deze verhoging voor een langere periode kan worden gehandhaafd. Door de coronapandemie was er een flinke terugval in het aantal aanvragen voor een vergoeding voor culturele activiteiten bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Ook in de jaren 2022 en 2023 trok het aantal aanvragen maar heel langzaam aan. Mede door verschillende initiatieven van het JFSCA laat de prognose voor 2024 zien dat de aanvragen weer in een stijgende lijn zitten. Met het fonds wordt voor de komende vier jaar een groeiambitie geformuleerd van 2650 aanvragen in 2025 naar 3500 in 2028. De verdeling van de meerjarige subsidies voor 2025-2028 voor de drie dienstverlenende cultuureducatieinstellingen Mocca, JFSCA en Voucherbeheer wordt hiermee per jaar vastgesteld op: Instelling

Subsidie per jaar voor 2025-2028

Mocca

€ 1.591.091

JSFCA

€ 2.275.456

Voucherbeheer

€ 1.706.376

Totaal

€ 5.572.923

Dekking hiervoor vindt plaats via: • de structurele bedragen beschikbaar gesteld voor de drie instellingen met de door de gemeenteraad vastgestelde Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028; • een dotatie van € 226.000 uit de stelpost Cultuureducatie binnen de begroting Cultuur ten behoeve van Mocca (€ 50.000) en Voucherbeheer (€ 176.000); • de door het college beschikbaar gestelde nominale compensatie op subsidies van 1,8% voor 2025; Internationalisering Kunst en cultuur spelen een belangrijke rol in het internationale profiel van Amsterdam. De stad biedt een podium voor internationale talenten en programmering binnen alle kunstdisciplines. Daarmee is Amsterdam een belangrijke aanjager van internationale, culturele en creatieve samenwerking. Andersom zijn vele Amsterdamse kunstenaars, makers en grote én kleine culturele instellingen aanwezig op het wereldtoneel. Bijna 50% van alle Nederlandse culturele activiteiten in het buitenland komen uit Amsterdam. Daarnaast vormt cultuur een middel om de waarden waar Amsterdam voor staat – zoals vrijheid, openheid, eigenzinnigheid en creativiteit – uit te dragen. Internationalisering is daarmee een belangrijke pijler van kunst en cultuur in Amsterdam. Het Rijk werkt op dit moment maatregelen uit waarbij ook zal worden bezuinigd op de beschikbare middelen voor het internationaal cultuurbeleid.

Het gaat hier om een stapsgewijze bezuiniging van zeker € 3,5 miljoen euro per jaar tot 2029 (ruim 16% op de totale begroting voor internationaal cultuurbeleid). Vanaf 2029 stijgt dit zelfs verder tot een korting van meer dan 40%. Een korting op het landelijk budget voor internationalisering heeft direct impact op de positie van Amsterdam als internationale cultuurstad en ook gevolgen voor Amsterdamse makers en instellingen. Naar verwachting zal dit onder andere leiden tot: • minder bezoekersprogramma’s en buitenlandse collectieve reizen, o.a. georganiseerd vanuit de

8 Gegenereerd: v1.1

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

RAAD Rijkscultuurfondsen en ambassades. Dit zijn voor de sector belangrijke programma’s om verdere professionalisering en samenwerking in de sector en tussen kunstenaars en instellingen te stimuleren; • minder landelijke middelen voor internationale activiteiten van Amsterdamse culturele instellingen; • minder capaciteit en budgetten bij de Nederlandse ambassades en consulaten voor culturele samenwerking met als gevolg dat opgebouwde expertise en netwerken deels verloren zullen gaan; • een grote bezuiniging (33 procent met ingang van 2025) op de Rijksbijdrage voor het Prins Claus Fonds, dat in Amsterdam zit. Dit fonds speelt al meer dan 28 jaar een belangrijke rol in het bevorderen van de ontwikkeling, internationale uitwisseling en kennismaking van makers en talent uit 144 landen met Nederlandse - en voor een overgroot deel Amsterdamse - culturele instellingen en makers. Juist in een tijd waarin het Rijk internationaal een terugtrekkende beweging maakt – en in het vieringsjaar van Amsterdam 750 waarin het internationaal onderscheidend karakter van de Amsterdamse cultuursector een belangrijke pijler is - willen we als Amsterdam nadrukkelijk naar voren brengen hoe belangrijk internationale culturele samenwerking en verbinding is voor de stad.

In dit kader is een aanpassing in voorbereiding voor de regelingen voor projectsubsidies van het AFK in 2025-2028 waarbinnen voor het eerst ruimte zal worden gemaakt voor steun voor internationale projecten. Met deze stap kan alsnog aan Amsterdamse makers en instellingen de mogelijkheid worden geboden tot uitwisselingen, kennisdeling, (verdere) professionalisering, netwerkopbouw en nieuwe samenwerkingen. Een uitwerking hiervan – in samenwerking met het AFK - volgt in begin 2025. Instellingen in het Kunstenplan zullen door Kunst en Cultuur waar mogelijk geadviseerd en gefaciliteerd worden met kennis en netwerken ten behoeve van de internationale ambities. In dit kader zal er ook een uitgebreide analyse worden uitgevoerd van de internationale plannen zoals verwoord in de ondernemingsplannen van de Kunstenplaninstellingen. Kunst en Cultuur haalt in de komende periode de strategische en inhoudelijke samenwerkingen met de Nederlandse ambassades en posten extra aan, en werkt hiervoor ook nauw samen met DutchCulture, de Eenheid Internationaal Cultuurbeleid (ICE) van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook blijven we samenwerken met het ministerie van OCW en de Rijkscultuurfondsen op internationaal cultuurbeleid. Dit onderwerp krijgt daarom ook expliciet aandacht in het convenant met samenwerkingsafspraken op cultuur tussen het Rijk en de gemeente Amsterdam voor 20252028.

Daarnaast wordt voor 2025 en 2026 binnen de cultuurbegroting incidenteel € 0,25 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor een speciaal internationaal uitwisselingsprogramma gericht op de Amsterdamse culturele sector, uitgevoerd door het Prins Claus Fonds. Jaarlijks gaat het om het faciliteren van zo’n tien samenwerkingen tussen Amsterdamse instellingen (waar mogelijk ook broedplaatsen en nachtcultuurinstellingen) en internationale kunstenaars uit het netwerk van het Prins Claus Fonds. Dit zal resulteren in tentoonstellingen, optredens, lezingen en andere publieke presentaties verspreid over de stad. Ook zal er jaarlijks een kennisdeelsessie met de brede Amsterdamse cultuursector worden georganiseerd. Ook wordt extra ingezet op de bestuurlijke relaties in Europa en de wereld op kunst en cultuur. Sinds 2013 is Amsterdam lid van het World Cities Culture Forum (WCCF). Dit is een wereldwijd netwerk van bestuurders uit meer dan 40 creatieve steden over de hele wereld. Het netwerk deelt onderling ideeën en oplossingen op het gebied van kunst- en cultuurbeleid. In oktober 2025 zal in Amsterdam de World Cities Culture Summit plaatsvinden. De leden van het WCCF komen dan samen in onze stad om het belang van kunst en cultuur binnen het stedelijk beleid te bespreken en nieuwe samenwerkingen te ontwikkelen.

Amsterdam zal deze conferentie aangrijpen om zich te profileren als internationale cultuurstad, waarbij de kracht van internationale samenwerking, de doorwerking

9 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

van het verleden in het heden en waarden als openheid, tolerantie en creativiteit centraal zullen staan. Deze unieke gelegenheid wordt gekoppeld aan de viering van Amsterdam 750 en aan de inspanningen van de gemeente op cultuur binnen Europa. Ook zal een samenwerking worden aangegaan met het ministerie van Buitenlandse Zaken, internationale fondsen en DutchCulture, en worden de cultureel attachees van diverse Nederlandse ambassades en posten uitgenodigd om aan te sluiten bij de conferentie. Een uitwerking wordt aan het einde van het eerste kwartaal van 2025 ter vaststelling in het college gebracht. Beleidskader Sociale Veiligheid De culturele instellingen in Amsterdam, in het bijzonder de instellingen die subsidie ontvangen van de gemeente in het kader van het Kunstenplan, hebben de verantwoordelijkheid om een veilige werkomgeving te creëren. Als gemeente gaan wij niet over de bedrijfsvoering van culturele instellingen. Wel zien we het als onze taak om het onderwerp sociale veiligheid te (blijven) agenderen en instellingen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. In de afgelopen jaren is het college gestart om dit onderwerp bespreekbaar te maken binnen de cultuursector. Door rondetafelgesprekken te organiseren met slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag en leiders binnen de cultuursector die dit bespreekbaar hebben gemaakt.

Door alle besturen en Raden van Toezicht van de instellingen binnen het Kunstenplan direct aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, om dit onderwerp aandacht te geven als onderdeel van hun toezichthoudende rol. En door samen met een vertegenwoordiging van de Amsterdamse culturele sector (ACI) en andere belanghebbende partijen zoals Mores, Platform ACCT, Cultuur+Ondernemen, Code Diversiteit & Inclusie en de NAPK een werkgroep te starten om concreet beleidsinstrumenten te ontwikkelen om sociale veiligheid te bevorderen binnen de sector. Binnen de monitoring van de instellingen binnen het Kunstenplan 2021-2024 heeft dit onderwerp al een plek gekregen. En met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 is aan instellingen gevraagd om in de subsidieaanvragen ook te reflecteren op sociale veiligheid en om aan te geven op welke manier ze daar aandacht aan geven. Met het Kunstenplan 2025-2028 voeren we een beleidskader Sociale Veiligheid in. Het beleidskader zal bestaan uit 5 concrete lijnen: 1. Verantwoording en monitoring Kunstenplan 2025-2028 Als onderdeel van de verantwoording wordt van instellingen gevraagd om ook verslag te doen van ontwikkelingen of stappen die zijn gezet om de sociale veiligheid te borgen of te bevorderen binnen de organisatie.

Met betrekking tot sociale veiligheid dienen de instellingen zich ook te verhouden tot de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie. Sociale veiligheid zal een standaard onderwerp zijn van de agenda voor de monitorgesprekken. Betrokken ambtenaren van de gemeente en medewerkers van het AFK zullen ook trainingen krijgen om de gesprekken over dit onderwerp goed te kunnen voeren. Om dit gesprek op een goede manier met de instelling te kunnen voeren, wordt van instellingen verwacht dat bij het monitorgesprek niet alleen de directeur of directeur-bestuurder deelneemt. Ook een toezichthouder van de instelling zal gevraagd worden om aan dit gesprek deel te nemen. Per jaar kijkt Kunst en Cultuur integraal en op hoofdlijnen naar de uitkomsten van de behandeling van dit onderwerp. Op basis van thematiek of specifieke onderwerpen kan hiermee extra beleid worden ontwikkeld om zo goed te voorzien in de behoefte van instellingen om sociale veiligheid te borgen binnen de organisaties. 2. Positioneren raden van toezicht en besturen van instellingen Naast het standaard deelnemen van een toezichthouder aan de monitorgesprekken, zetten we in op het vergroten van het bewustzijn onder toezichthouders om hun verantwoordelijkheid te nemen met betrekking tot sociale veiligheid.

Hiervoor werken we samen met de Nederlandse Vereniging Toezichthouders Cultuur (NVTC). Met de NVTC verkennen we hoe reeds ontwikkelde handreikingen en trainingen op het onderwerp sociale veiligheid voor toezichthouders breed verspreid kunnen worden onder de Amsterdamse culturele instellingen. Daarnaast werken we samen aan de brede

10 Gegenereerd: v1.1

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

RAAD behandeling van het onderwerp sociale veiligheid tijdens de jaarlijkse conferentie van de NVTC voor zijn leden. Hierbij betrekken we ook het samenwerkingsverband Amsterdamse Culturele Instellingen (ACI) waarmee we specifiek kijken naar de mogelijkheden voor het organiseren van een training sociale veiligheid en toezichthouderschap voor Amsterdamse culturele instellingen. Toezichthouders en directies dienen daarnaast – als onderdeel van de subsidierelatie – de gemeente of het AFK te informeren indien er zich gevallen hebben voorgedaan. En hierbij te melden hoe - in relatie tot wat zich heeft voorgedaan - gehandeld zal worden. 3. Ondersteuningsprogramma Voor 2025-2028 voeren we een ondersteuningsprogramma Sociale Veiligheid uit. Met dit programma willen we concrete middelen bieden voor de sector – in het bijzonder kleine(re) instellingen die vaak middelen of slagkracht missen - om de veiligheid te kunnen borgen op de werkvloer. Dit programma zal in ieder geval bestaan uit: - kennisdeling en handreikingen: een laagdrempelig online informatiepunt waarin kennis lokaal en landelijk is verzameld en waar instellingen terecht kunnen voor good practices. - informatie over meldpunten: op het online informatiepunt zal ook een overzicht worden opgenomen van bestaande meldpunten gericht op ongewenst en onveilig gedrag in de culturele sector, zoals Mores.

- trainingen: samen met het platform Amsterdam Divers en Inclusief (ADI) bieden we trainingen aan instellingen gericht op sociale veiligheid en weerbaarheid. - voucherprogramma: we starten in 2025 met een voucherprogramma waarmee kleine culturele instellingen gezamenlijk een externe vertrouwenspersoon aan kunnen stellen. Zo borgen we dat ook minder slagkrachtige organisaties in staat zijn om maatregelen te nemen waarmee een veilige werkvloer mogelijk gemaakt kan worden. 4. Samenwerken met de sector De werkgroep Sociale Veiligheid van de gemeente en de ACI geven we binnen het beleidskader een rol van aanjager van het ondersteuningsprogramma. Het ziet toe op de uitvoering van het programma en komt waar nodig met aanpassingen of aanvullingen. Zodoende fungeert het ook als platform voor dit onderwerp voor de culture sector van onze stad. Naast deelnemende culturele instellingen zullen ook de NAPK, AFK, Mores afwisselend worden uitgenodigd om deel te nemen. 5. Landelijk agenderen en samenwerken Voor de uitvoering van het beleidskader stemmen we af met het ministerie van OCW en de G4steden – mede in het licht van de subsidiesystematiek en verantwoording in relatie tot sociale veiligheid. De wens is om waar mogelijk samen op te trekken, kennis te delen en landelijk een gelijke lijn te trekken. Ook trekken we hierbij op met landelijke organisaties zoals Platform ACCT.

Besluit subsidies Kunstenplan in relatie Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 20232027 Bij de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 is een verbinding gemaakt met de ruimtelijke investeringsagenda voor kunst en cultuur voor wat betreft de instellingen die vallen onder verantwoordelijkheid van de gemeente in 2025-2028. Het gemeentebestuur heeft op advies van de Kunstraad er voor gekozen in verband met de ruimtelijke investering de Meervaart en het Bijlmer Parktheater direct te financieren. De verbinding met de ruimtelijke investeringsagenda voor kunst en cultuur is echter niet doorgetrokken naar de regeling Vierjarige subsidies 2025-2028 van het AFK. Hierdoor is een omissie in de systematiek van het Kunstenplan geslopen. Met als gevolg dat de situatie zich nu voordoet dat er niet kan worden voorzien in de exploitatie van drie instellingen waar een vergelijkbaar gemeentelijk belang speelt - vastgelegd door de gemeenteraad in december 2023 met het Strategisch Huisvestingsplan Kunst en Cultuur 2023- 2027. Het betreft hier Dat! School en Likeminds (als onderdeel van de podiumvoorziening in het Hamerkwartier) en Bostheater Amsterdam. Deze drie instellingen behoren tot de categorie positief

11 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

beoordeeld maar geen toekenning wegens ontoereikend budget. Ook zouden in het geval van Bostheater Amsterdam met het besluit van het AFK de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken in 2021 voor cofinanciering met de gemeente Amstelveen niet nagekomen kunnen worden. De gemeente Amstelveen financiert het podium structureel met € 75.000 per jaar. Om deze ongewenste situatie te voorkomen, wordt een reparatie aangebracht. Het college maakt alsnog het door het AFK geadviseerde bedrag voor de aanvragen binnen de regeling Vierjarige subsidies 2025-2028 van Dat! School en Likeminds en Bostheater Amsterdam beschikbaar. Via de gemeente ontvangen deze drie instellingen een meerjarig incidentele subsidie te verlenen voor de periode 2025-2028, op basis van Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 4:23, derde lid, onder d. De subsidies per jaar voor de periode 2025-2028 – inclusief nominale compensatie voor 2025 – voor deze drie instellingen bedragen per jaar: Instelling

Subsidie per jaar voor 2025-2028

Dat! School

€ 153.861

Likeminds

€ 503.910

Bostheater Amsterdam Totaal

€ 432.650 € 1.090.421

Dekking hiervoor is gevonden binnen de begroting Cultuur via: • een incidenteel bedrag van € 1.8 miljoen, door een eenmalige uitgifte uit de bestemmingsreserve Kunstenplan; • een bijdrage van € 0,53 miljoen per jaar door middel van een ombuiging binnen de begrotingspost Exploitatie nieuwe culturele voorzieningen 2025-2028 en deze post structureel ten behoeve van de doelstellingen te verlagen; • een structurele bijdrage van € 0,1 miljoen per jaar, door middel van een ombuiging binnen de begroting Cultuur en hiermee deze in de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 aangekondigde structurele bijdrage vanuit de begroting Cultuur aan de werkdesk Kunst en Cultuur te schrappen (zie hieronder); • de door het college voorgestelde nominale compensatie voor 2025. Werkdesk Kunst en Cultuur De Werkdesk Kunst en Cultuur is in 2021 ontstaan uit het steunplan kunst en cultuur binnen Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam om te anticiperen op de behoeften op het gebied van werkgeverschap, personeelsbeleid en het wegvallen van werk door de coronacrisis en de veranderingen op de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. Veranderingen en uitdagingen op dit gebied volgen elkaar in hoog tempo op. Dienstverlening bestaat onder andere uit het aanbieden van loopbaan- en businesscoaching voor zzp’ers en medewerkers en strategische personeels- en arbeidsmarktadviezen voor werkgevers.

Daarnaast is er de mogelijkheid om om- of bijscholing van zzp’ers, werknemers en werkgevers in de culturele en creatieve sector van onze stad (mede) te financieren. Op landelijk niveau is in 2020 naar aanleiding van de arbeidsmarktagenda 201-2023 Platform ACCT opgericht om de arbeidsmarkt van de culturele en creatieve sector blijvend te versterken en de (inkomens)positie van mensen die in deze sector werken te verbeteren. Platform ACCT wordt nu landelijk ondersteund vanuit de basisinfrastructuur 2025-2028. De Werkdesk Kunst en Cultuur fungeert als aandrijfmotor om, via publiek-private samenwerking, de Amsterdamse, landelijke en 12 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

Europese dienstverlening en regelingen van PACCT en andere arbeidsmarkt gerelateerde initiatieven beter bij de culturele en creatieve sector te brengen. De met de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 aangekondigde bijdrage vanuit de begroting Cultuur schrappen we. In het licht van de uitdagingen waar de sector nu voor staat, vindt het college het wel belangrijk dat de dienstverlening van de Werkdesk Kunst en Cultuur wordt voortgezet, maar kiezen we voor een nog te bepalen nieuwe dekking in de gemeentebegroting. Hiervoor kijken we onder andere naar een slimme verbinding tussen de portefeuilles Kunst en Cultuur, Sociale Zaken en Arbeidsmarkt. In het eerste kwartaal van 2025 komen we met een uitwerking.

Participatie

n.v.t.

Financiële onderbouwing

Overige toelichting

Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten Lasten (mln)

product

I/S

2025

2026

2027

2028

Kunstenplan 25-28

3.2

I/S

168,8

168,8

166,6

166,6

2025

2026

2027

2028

160,7

160,7

160,7

160,7

Dekking (mln)

product

Hoofdlijnen Kunstenplan

3.2

I/ S I/S

nominaal 2025

3.2

I/S

2,64

2,64

2,61

2,61

Extra middelen Kunstenplan

3.2

I

0,25

4,0

2,38

2,38

behoud cultuur educatie

3.2

I

0,74

0,74

0,74

0,74

Aanvullende Onttrekking Reserve Totaal dekking

3.2

I

4,5

0,8

0,2

0,2

3.2

I/ S

168,8

168,8

166,6

166,6

Toelichting De totale lasten voor het Kunstenplan bedragen € 168,8 miljoen in 2025 en 2026, en € 166,6 miljoen in 2027 en 2028. Deze lasten worden gedekt door: 1. Het beschikbare budget opgenomen in de hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 voor € 160,7 miljoen per jaar 13 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-016571 rve kunst en cultuur

2. De toegekende nominale ontwikkeling van gemiddeld 1,8% bedraagt € 2,6 miljoen per jaar 3. Met de Voorjaarsnota 2024 is aanvullend incidenteel € 12,0 miljoen beschikbaar gesteld voor culturele instellingen in het Kunstenplan 2025-2028, waarvan € 3,0 miljoen wordt gedekt door een onttrekking aan de reserve Kunstenplan. 4. Met de Voorjaarsnota 2024 is incidenteel € 1,0 miljoen extra per jaar beschikbaar gesteld voor het behoud van gratis muziekonderwijs in 2025-2028, waarvan € 0,7 miljoen in het Kunstenplan is opgenomen, € 0,3 miljoen is beschikbaar voor muziekscholen die niet in het Kunstenplan zijn opgenomen, zoals de Gooise Muziekschool. 5. Bovenop de onttrekking voor € 0,8 miljoen aan de reserve Kunstenplan die in de hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2025-2028 is opgenomen, wordt € 5,7 miljoen aan de reserve onttrokken. De totale onttrekking aan de reserve in het Kunstplan 2025-2028 bedraagt daarmee € 6,6 miljoen. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking).

Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2024-070499

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2024-070583

Bijlage 3. Verkenning verhogen gemeenteinkomsten voor Kunst en Cultuur - Amsterdam - Berenschot - rapport - 22 maart 2024.pdf (pdf) Bijlage 1. Nota Kunstenplan 2025-2028.pdf (pdf)

AD2024-070584 AD2024-070585 AD2024-070586 AD2024-070587 AD2024-070588 AD2024-070589

Ter Inzage

Registratienr.

Bijlage 2. Factpack Amsterdam als cultuurcluster - Impactanalyse van rijkssubsidie op Amsterdamse kunst- en cultuursector.pdf (pdf) Bijlage 4a. Creatief perspectief - culturele bijdragen aan Amsterdamse opgaven - rapport Berenschot - 12 november 2024.pdf (pdf) Bijlage 4b. Creatief perspectief - culturele bijdragen aan Amsterdamse opgaven - appendix Berenschot - 12 november 2024.pdf (pdf) Bijlage 5. Toekenningen regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan 2025-2028 Amsterdams Fonds voor de Kunst, november 2024.docx (msw12) Bijlage 6. Aanscherping richtlijnen Meerjarenonderhoudsplan (MOP) en verantwoording.docx (msw12) Naam

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

EZC, Kunst en Cultuur, Araf Ahmadali, a.ahmadali@amsterdam.nl, 06-10440876

14 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938105/1