CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 5 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het gewijzigd initiatiefvoorstel 'Amsterdams geld voor Amsterdam: inkopen met waarde(n)' van het lid IJmker en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel (VN2025-002412)5.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 05 maart 2025 Van

De leden

Datum

21 februari 2025

Portefeuille

Coördinatie Inkoop

Agendapunt

17 Onderwerp

Instemmen met het gewijzigd initiatiefvoorstel Amsterdams geld voor Amsterdam: inkopen met waarde(n) van het lid IJmker en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel De gemeenteraad van Amsterdam besluit

gezien het initiatiefvoorstel van het lid IJmker, getiteld: ‘Amsterdams geld voor Amsterdam: inkopen met en van waarde(n)' van 16 juli 2024 en gewijzigd op 24 februari 2025; mede gezien de behandeling in de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit van 23 januari 2025; I. in te stemmen met genoemd initiatiefvoorstel; II. het college van burgemeester en wethouders te verzoeken:

1. meer te sturen op de maatschappelijke impact van inkoop door de informatiepositie van de gemeente te versterken als het gaat om Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI), en daarom in beeld te brengen: a. welke informatie nu al beschikbaar is in huidige inkoopsystemen; b. welke informatie nog mist en wat ervoor nodig is om deze informatie te kunnen registreren en monitoren; c. hierbij minimaal de volgende informatie op te nemen: i. geografisch: waar gaat het geld heen - Amsterdam, regio, internationaal; ii. sectorieel: hoeveel gaat er naar welke sector; iii. bedrijfstype: niet alleen onderscheid tussen mkb en grootbedrijf, maar bijvoorbeeld ook of het om een coöperatie of sociale onderneming gaat; iv. maatschappelijk resultaten: in hoeverre de inkoopuitgaven bijdragen aan de maatschappelijke waarden zoals vastgesteld in het huidig inkoopkader; 2. de waarden zoals geformuleerd in het huidige inkoopkader (sociaal, mkb, duurzaam, gezond, inclusief) te vertalen naar concrete doelstellingen voor de verschillende inkoopcategorieën; en voor deze categorieën een meerjarenstrategie te ontwikkelen; 3. een jaarlijkse rapportage te ontwikkelen en te delen met de raad om te sturen op gewenste maatschappelijke resultaten, met daarin in ieder geval: a. voortgang van meerjarenstrategie voor verschillende productcategorieën; b.

overzicht van behaalde maatschappelijke resultaten aan de hand van de geformuleerde doelstellingen; c. inzicht in de afweging tussen verschillende (maatschappelijke en financiële) belangen;

1 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

4. te leren van succesvolle en minder succesvolle aanbestedingstrajecten tot nu toe en hierbij verschillende partijen, met succesvolle en minder succesvolle ervaringen, te betrekken; 5. deze nieuwe aanpak binnen de organisatie te verspreiden en bestendigen; en te delen met ankerinstituties en andere maatschappelijke partners om hierin samen te werken; 6. te zorgen dat de gewenste partijen kunnen aansluiten op deze aanpak door: a. ‘Meet the Buyer’ events te organiseren om te zorgen dat potentiële leveranciers de gemeente kunnen vinden en vice versa; b. samen te werken met o.a. programma CWB en de MeentCoop incubator voor nog niet bestaand aanbod; 7. een pilot uit te werken om een lokaal betaalsysteem te testen in Amsterdam en hierbij te kijken naar hoe dit de gewenste resultaten kan versterken; III. kennis te nemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel.

Wettelijke grondslag

artikel 147a, lid 1 van de Gemeentewet

Initiatiefvoorstel

Inleiding In onze stad wordt ontzettend veel geld verdiend en uitgegeven. Cijfers over economische groei laten zien dat de Amsterdamse economie aardig hersteld is na de coronacrisis (respectievelijk 6,3% en 8,0% groei in 2021 en 2022[1]). Tegelijkertijd is de vraag waar al dat geld heen gaat en wie daarvan profiteert. En hoewel economen een zogenoemd “trickle down” effect voorspelden, waarbij iedereen van economische groei zou profiteren, zien we in de praktijk dat dit allerminst het geval is. Het neoliberale beleid van de afgelopen decennia heeft voor een kleine groep winnaars en een grote groep “verliezers” gezorgd. De huidige economie werkt voor enkelen geweldig, maar voor de meeste mensen niet. Zo stroomt veel van het verdiende geld de stad weer uit en zien bewoners en lokale ondernemers hier nauwelijks effect van. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het geld dat wordt uitgegeven in de stad ook ten goede komt aan lokale ondernemers en de gemeenschap en bijdraagt aan andere maatschappelijke ambities van Amsterdam? Met dit voorstel vraagt GroenLinks aandacht voor een vaak onderbelichte rol van de gemeente waar ontzettend veel potentie achter schuilgaat: de gemeente als inkoper. Amsterdam geeft jaarlijks 3,1 miljard euro[2] uit aan het inkopen van producten en diensten. Dit geld gaat naar verschillende ondernemingen en organisaties, binnen en buiten de stad.

Inkoop wordt vaak technocratisch benaderd. In de klassieke aanpak van aanbestedingen wordt gekeken naar kostenbesparing en bekende, grote marktpartijen die misschien al langer bepaalde diensten leveren. En zo gebeurt het met enige regelmaat dat aanbestedingsprocedures niet uitpakken op de manier zoals van tevoren gedacht of gewenst was. Denk aan de Kwekerij Osdorp, de Fixbrigade of onlangs de deelbakfietsen. Vaak wordt in de discussie teruggegrepen op juridische argumenten, ‘het kan niet anders, want we moeten ons houden aan Europese aanbestedingsregels’. En ja, natuurlijk is rechtmatigheid belangrijk, maar er lijkt soms ook een misverstand te zijn over wat nou wel en niet mogelijk is binnen de bestaande regels. Het goede nieuws is dat er meer mogelijk is dan vaak gedacht wordt. Zo maken de in 2014 ingevoerde EU richtlijnen het mogelijk dat aankopen speciaal gericht worden op kleine en middelgrote lokale ondernemingen en dat bij publieke bestedingen 2 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

bredere economische, sociale en milieudoelstellingen worden meegenomen.[3] Ook binnen de Nederlandse aanbestedingswet wordt voorgeschreven dat de aanbieder “zo veel mogelijk maatschappelijke waarde” moet leveren bij het aangaan van een schriftelijke overeenkomst.[4] Niet alleen naar kosten kijken dus. 3,1 miljard euro is ontzettend veel geld. Daarmee kunnen wij een verschil maken in onze stad en onze economie. Met dit voorstel wil GroenLinks laten zien hoe het anders kan: inkoop gebruiken voor een sterke sociale en lokale economie; zorgen dat Amsterdams geld ten goede komt aan Amsterdam. Hoe het ook kan Wat gebeurt er als we de 3,1 miljard die we elk jaar uitgeven zouden gebruiken voor de soort economie die we willen in de stad? Wanneer we bij de besteding van die miljarden kijken naar hoe het zo veel mogelijk lokaal, sociaal en duurzaam kan? Oftewel, wat als we onze benadering van inkoop verschuiven van een rigide, bureaucratisch en kostengedreven proces naar iets dat reële, sociale en duurzame voordelen oplevert en bijdraagt aan de transformatie van de economie van Amsterdam? Terecht is er regelmatig ook kritiek op aanbestedingen, wat vaak gaat over de vraag wanneer aanbesteden wel of niet de juiste oplossing is.[5] Dit voorstel focust zich op wanneer we wél aanbesteden, en welke mogelijkheden er juist binnen het aanbestedingsproces zijn; dat zijn er vaak meer dan gedacht.

Prijs hoeft niet altijd leidend te zijn en andere waarden en beleidsdoelen kunnen worden meegenomen in deze processen. Zoals eerder genoemd wordt maatschappelijke waarde zelfs expliciet genoemd in de Nederlandse aanbestedingswet. Een andere interessante kans die de aanbestedingswet biedt is de zogenaamde percelenregeling.[6] Deze regeling maakt het mogelijk om één specifieke partij te contracteren voor een bepaald deel van een opdracht door een opdracht met een totale waarde boven een Europees drempelbedrag op te delen in kleinere percelen. Een andere mogelijkheid is het innovatiepartnerschap.[7] Deze procedure kan gebruikt worden voor de aanschaf van producten en diensten die nog niet op de markt beschikbaar zijn. Stel dat de gemeente op zoek is naar een partij die een bepaalde dienst of product kan leveren of aanbieden, maar hier zijn nog geen bestaande partijen voor, dan kunnen via deze innovatiepartnerschap-procedure lokale initiatieven uitgenodigd worden om dit aanbod te creëren. Er is nog weinig ervaring met het gebruiken van deze procedure, dus hier ligt een kans voor Amsterdam om de eerste stappen te zetten met deze nieuwe vorm van aanbesteden. Deze voorstellen gaan verder dan alleen inkoop.

Om meer impact te realiseren met ons inkoopbudget is het belangrijk om inkoop in relatie te zien tot andere beleidsvoorstellen en transformaties waar we als gemeente mee bezig zijn. Al eerder pleitte GroenLinks voor een nieuwe blik op inkoop. Lokaal inkopen was ook onderdeel van het initiatiefvoorstel ‘‘Een lokaal verankerde economie: Community Wealth Building in Zuidoost’ uit 2020.[8] Een van de belangrijke elementen van Community Wealth Building is anders kijken naar inkoop, namelijk zorgen dat het geld dat wordt uitgegeven ook in de stad of wijk blijft, en de aanbesteding of inkoop plaatsvindt bij partijen die werkelijk het beste voorhebben met de gemeenschap en klimaat. Een belangrijk element hierbij is ook de inzet op lokale coöperaties en andere initiatieven, waar maatschappelijke waarden centraal staan in plaats van winstmaximalisatie. Door inkoop te zien als onderdeel van de economie die we als stad willen stimuleren, wordt het een krachtig instrument. Uiteindelijk willen we dat het geld dat wij als gemeente uitgeven (jaarlijks 3,1 miljard) ook terechtkomt in onze stad, en niet wegvloeit naar aandeelhouders die weinig betrokken zijn bij Amsterdam. Wat hierbij kan helpen is een lokaal betaalsysteem waarbij deze lokale circulatie van geld gewaarborgd blijft, waarover later meer.

De economische transformatie die we hierbij voor ogen hebben sluit ook goed aan bij de recent vastgestelde visie op de lokale economie ‘Nieuw Amsterdams Economisch Peil’ waarin een sterke lokale economie centraal staat.[9] Situatie nu in Amsterdam

3 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

Als we kijken naar maatschappelijke inkoop, is het huidige beleid van de gemeente Amsterdam voor een groot deel bepaald in het visiedocument ‘Inkopen met Invloed’.[10] Het uitgangspunt van Inkopen met Invloed is dat bij elke aanbesteding gekeken wordt naar het maatschappelijke effect vanuit zes verschillende thema’s: duurzaamheid, gezondheid, inclusie en diversiteit, innovatie, regionaal en mkb en sociaal. Hiermee wil Amsterdam met haar inkoopbeleid bijdragen aan maatschappelijke opgaven in de stad. Eind 2022 heeft Amsterdam ook het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) getekend, een initiatief van overheden om duurzame en sociale oplossingen te kiezen. Naast het visiedocument is er ook de leidraad ‘sociaal opdrachtgeverschap',[11] die samenhangt met het thema ‘sociaal’ uit het eerder genoemde visiedocument. De leidraad moet opdrachtgevers stimuleren om naast te focussen op economische activiteit ook sociale waarde toe te voegen, bijvoorbeeld door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Amsterdam streeft ernaar om dit mee te nemen in de eigen inkoop en samen te werken met bedrijven die oog hebben voor sociale waarden. Binnen het sociale thema is het streven minimaal 5% sociale winst, dat wil zeggen dat bij de uitvoering van elke aanbesteding 5% van de opdracht besteed moet worden aan maatschappelijke doelen.

Het doel is met name arbeidsparticipatie bevorderen en werkgelegenheid creëren voor bijvoorbeeld mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het Bureau Social Return helpt met het in kaart brengen van organisaties, faciliteert opdrachtgevers en inkopers in de verschillende fases van het inkoopproces en het geeft inzicht in de uiteindelijke sociale impact. Bureau Social Return evalueert ook aan het eind van een opdracht of de social return-verplichting naar verwachting is bereikt en met welke sociale impact of sociale toegevoegde waarde.[12] Deze uitkomsten nemen zij mee bij toekomstige inkooptrajecten. Voor de andere thema’s uit het visiedocument ‘Inkopen met Invloed’ is minder concreet vastgelegd welke doelen hieraan gekoppeld zijn en is er ook geen specifieke ondersteuning beschikbaar zoals een Bureau Social Return. De gemeente probeert opdrachtgevers en ondernemingen ‘te stimuleren’ om te voldoen of rekening te houden met de thema’s opgenomen in het visiedocument. Zonder concreet beleidsdoel is het lastig om te zien of we met ons inkoopbeleid ook bereiken wat we voor ogen hebben. Concrete doelen kunnen helpen richting en sturing te geven aan ons inkoopbeleid en daarmee positieve invloed op de stad te vergroten. Zo zien we nu dat de praktijk soms achterblijft bij de mooie doelstellingen op papier.

De Fixbrigade won niet de aanvraag, ondanks dat zij duidelijk succesvol bijdroegen aan het verminderen van energiearmoede en daarbij kwetsbare doelgroepen wisten te bereiken.[13] Naast het opstellen van concrete beleidsdoelen, is het ook van belang om achteraf te zien op welke manier de aanbesteding daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de stad. Het college verantwoordt zich via de jaarrekening in de paragraaf Bedrijfsvoering over inkoop, en vanaf 2022 is daar sociaal inkopen en social return aan toegevoegd. Op de overige thema’s uit het visiedocument ‘Inkopen met Invloed’ wordt geen specifieke verantwoording gedaan. Daarnaast wordt geen van de thema’s gemonitord. Dat betekent dat we op dit moment geen inzicht hebben in hoe onze aanbestedingen maatschappelijk effect hebben, we niet zien op welke thema’s dat maatschappelijk effect zich bevindt, en we uiteindelijk dus niet kunnen sturen op gewenste maatschappelijke impact. We zien kansen om dat inzichtelijker te krijgen en daarmee meer mogelijkheden om te sturen, en zo inkoop te gebruiken voor een meer lokale, sociale en duurzame economie. Voorbeelden andere steden Zoals onder andere tijdens de expertsessie georganiseerd door GroenLinks in november 2023 duidelijk werd, zijn er allerlei steden die bezig zijn met waardengedreven inkoop. Een van de bekendste voorbeelden is misschien wel Preston.

Een van de uitgangspunten van het inkoopbeleid in Preston is om bij elke aanbesteding te onderzoeken of deze lokaal gedaan kan worden. Niet alleen de

4 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

uitgaven van de gemeente zelf, maar ook die van andere ankerinstituten zoals ziekenhuizen, scholen en woningbouwverenigingen. Dit is niet vanzelf gebeurd. Preston heeft heel bewust haar inkoopbeleid onder de loep genomen en is actief gaan sturen op meer lokaal inkopen. Voorafgaand is eerst in kaart gebracht waar deze lokale instellingen hun geld aan uitgaven, en werden lokale aanbieders onder de aandacht van deze instellingen gebracht. Waar in 2012 zo’n 5% lokaal in de gemeente Preston werd uitgeven, groeide dit in 2016 tot meer dan 18%.[14] Het leverde Preston de titel ‘meest verbeterde gemeente’ in het Verenigd Koninkrijk op. Preston is niet de enige die stappen heeft gezet met hun inkoopbeleid. Ook in Manchester zijn ze aan de slag gegaan met waardengedreven inkoop. Het eerste wat de stad deed was inkoop samenbrengen op één afdeling, waardoor kosten verminderden. Samen met the Centre for Local Economic Strategies analyseerden ze waar hun geld naartoe ging en hoe de keten eruitzag. Ze berekenden de bijdragen van de leveranciers aan bepaalde indicatoren (bijv. aantal gecreëerde banen) en verankerden in hun inkoopbeleid dat bij de gunning van een contract maatschappelijke waarden voor 20% meewegen in het besluit.

Bij dit alles werden leveranciers in de keten nauw betrokken, dat zorgde voor een brede beweging die zich inzette voor lokale en duurzame inkoop in Manchester.[15] Ook andere steden zetten stappen met hun inkoopbeleid. In de stad Bregenz in Oostenrijk zochten ze een cateraar voor publieke scholen en kinderdagverblijven. Bij de beoordeling van de tender kregen bedrijven onder andere punten voor duurzaamheid en sociaal werkgeverschap. Hierdoor won een organisatie met oog voor duurzaamheid en die werkgelegenheid biedt aan mensen met een handicap en langdurig werklozen. In Catalonië in Spanje hebben ze in 2018 een nieuw raamwerk gelanceerd voor schoonmaakbedrijven, met daarin voorwaarden over gendergelijkheid, gezondheid, en veiligheid (zoals beperkingen met het werken met gevaarlijke stoffen). Zo vragen ze de bedrijven die meedoen met de tender aan te tonen hoe zij bijvoorbeeld gendergelijkheid binnen hun organisatie bevorderen. Een commissie monitort of het raamwerk op de juiste manier wordt toegepast en of bedrijven de voorwaarden naleven.[16] Waar dit voorstel toe oproept Om via inkoop bij te dragen aan een sterke lokale economie komt GroenLinks met de volgende voorstellen. 1.

Verbeter de informatiepositie van de gemeente als het gaat om Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) Kunnen sturen op waar je als gemeente je geld aan uitgeeft, begint met inzicht in waar het geld op dit moment heen gaat. Daarom is het belangrijk om inzichtelijk te maken waar de 3,1 miljard die de gemeente Amsterdam uitgeeft aan inkoop heen gaat. Amsterdam is goed op weg om transacties van de gemeente bij te houden, hierin wordt bijvoorbeeld al meegenomen wie de leverancier is, wanneer de transactie is uitgevoerd en hoe lang het contract loopt.[17] Tegelijkertijd, zoals eerder genoemd, is er nog een hoop verbetering nodig om de sturing op en de verantwoording over de inkoop duidelijker en beter te krijgen. Wat GroenLinks betreft is dit dan ook het perfecte moment om voorbij de technocratische benadering van inkoop te kijken. Dat zal geen makkelijke opgave zijn, en een lange adem vragen, maar het is wel noodzakelijk om meer impact te creëren met ons inkoopbudget. Door deze waardengedreven blik op inkoop mee te nemen in de huidige ontwikkelingen, kunnen we uiteindelijk beter analyseren en beoordelen of we verandering willen aanbrengen in waar het geld heen gaat, en wat voor soort verandering dat zou moeten zijn.

Zo krijgen we bijvoorbeeld inzichtelijk dat er misschien veel geld gaat naar lokale bedrijven, maar dat dit bijna nooit sociale ondernemingen zijn die rekening houden met duurzaamheid. Of dat misschien de meerderheid van ons inkoopbudget

5 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

verdwijnt uit de stad. Dat geeft ons inzicht om andere keuzes te maken en in het vervolg bij aanbestedingen daar rekening mee te houden en procedures zo in te richten dat we het type bedrijven of organisaties stimuleren die we willen stimuleren. Dat begint met inzichtelijk krijgen van welke informatie we al hebben en welke informatie nog mist en wat er voor nodig is om deze informatie te kunnen registreren en monitoren. Wij stellen voor minimaal over de volgende aspecten informatie te registreren en monitoren:

   

Geografisch: waar gaat het geld heen - Amsterdam, regio, internationaal; Sectorieel: hoeveel gaat er naar welke sector; Bedrijfstype: niet alleen onderscheid tussen mkb en grootbedrijf, maar bijvoorbeeld ook of het om een coöperatie of sociale onderneming gaat; Maatschappelijk resultaten: in hoeverre de hoeverre de inkoopuitgaven bijdragen aan de maatschappelijke waarden zoals vastgesteld in het huidig inkoopkader.

2. Vertaal het huidige inkoopkader naar concrete doelstellingen voor verschillende inkoopcategorieën Om te zorgen dat onze inkoop bijdraagt aan de economie die we willen is het essentieel dat we concrete doelstellingen formuleren. Deze doelen moeten gaan over welk maatschappelijk effect we willen bereiken via ons inkoopbudget. Het moet duidelijk maken welke lokale, economische, sociale en duurzame resultaten we nastreven die we via aanbestedingen willen bereiken. Zoals gezegd kent het thema ‘sociaal’ al een dergelijk concreet doel, namelijk het streven van minimaal 5% sociale winst. Om uiteindelijk beter te kunnen sturen op waar ons geld heen gaat, is het goed als we voor alle waarden uit ‘inkopen met invloed’ concrete doelstellingen opstellen. GroenLinks stelt voor om deze doelstellingen op het niveau van productcategorieën te formuleren, zodat daarbij ook een meerjarenstrategie kan worden ontwikkeld op productniveau. Deze doelstellingen kunnen bijvoorbeeld gaan over arbeidsvoorwaarden zoals minimumloon, werkgelegenheid creëren in specifieke buurten, maatregelen die gendergelijkheid bevorderen, en voldoen aan de OESO-richtlijnen rondom mensenrechten en ketenverantwoordelijkheid.

Niet elk criterium zal relevant zijn voor elke productcategorie of aanbestedingsprocedure maar een strategie waarin deze aandachtspunten zijn opgenomen zorgt ervoor dat er duidelijk is hoe we hier naar toe willen werken. Door concrete doelstellingen te formuleren wordt duidelijk op welke criteria we willen sturen in aanbestedingen, de vragen die daarover kunnen worden gesteld tijdens een aanbestedingsproces, hoe de inschrijvingen kunnen worden geëvalueerd en hoe die resultaten kunnen worden gemonitord tijdens de levering van producten en diensten. Deze strategie is dus aanvullend op de al bestaande gemeentelijke inkoopstrategie die vooral focust op financiële en technische aspecten van aanbestedingen en eventuele risico’s die daarbij komen kijken. Zoals eerder genoemd bestaat er ook al het visiedocument ‘Inkopen met invloed’ maar ontbreekt hierbij een strategie die ook stuurt op daadwerkelijke uitkomsten en impact. Om te zorgen dat er ook breder gekeken wordt naar maatschappelijke effecten van aanbestedingen is een strategie met duidelijke doelstellingen hiervoor essentieel. Dit document moet eenvoudig te gebruiken en duidelijk zijn voor verschillende inkoopadviseurs en opdrachtgevers die in verschillende beleidsdomeinen actief zijn. 3.

Ontwikkel een jaarlijkse rapportage om te sturen op gewenste maatschappelijke resultaten Het verbeteren van de informatiepositie van de gemeente als het gaat om MVOI en het opstellen van 6 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

concrete doelstellingen moeten hand in hand gaan met goede monitoring. Zoals eerder beschreven helpt het om te weten waar het geld heen gaat zodat we hierop kunnen sturen. Vervolgens is het van groot belang om ook te monitoren wat de resultaten zijn van waar we ons geld aan uitgeven. Zo kunnen we zien of ons inkoopbudget ook daadwerkelijk bijdraagt aan de nodige maatschappelijke opgaven en economische transformatie in de stad. Het ontwikkelen van een jaarlijkse rapportage sluit aan bij de geformuleerde doelstellingen op het niveau van productcategorieën zoals beschreven onder punt 2. Door al deze informatie in een jaarlijkse rapportage te bundelen krijgen we niet alleen beter inzicht in de resultaten van ons inkoopbeleid, maar verbeteren we ook de sturingspositie van zowel de organisatie als de raad. Om goed te kunnen monitoren is het belangrijk om de juiste informatie te verzamelen: zowel over leveranciers (zoals voorgesteld onder punt 1) als over de concrete doelstellingen die we hebben geformuleerd (duurzaam, sociaal, lokaal, etc. (punt 2)). Dit helpt ook om te evalueren of we inderdaad de gewenste effecten bereiken met deze nieuwe manier van inkopen of dat er nog meer nodig is. Hierbij is het ook belangrijk om samen met succesvolle leveranciers een manier te vinden om naast kwantitatieve data ook meer kwalitatieve uitkomsten en impact te kunnen identificeren.

Ook biedt een dergelijke rapportage de kans om inzichtelijk te maken welke afweging is gemaakt bij bepaalde aanbestedingen: wanneer bijvoorbeeld duidelijk wordt dat door financiële of operationele factoren minder maatschappelijk resultaat behaald is, is het duidelijker waar je op kan sturen om bij een volgende keer wel dat gewenste resultaat te behalen. 4. Leer van succesvolle en minder succesvolle aanbestedingstrajecten tot nu toe Naast het verzamelen van meer informatie over huidige en toekomstige aanbestedingen, is het ook waardevol om te kijken naar succesvolle en minder succesvolle aanbestedingstrajecten die tot nu toe zijn doorlopen. Welke aanbestedingstrajecten zijn goed verlopen en hebben positief bijgedragen aan maatschappelijke doelstellingen? Niet minder belangrijk zijn de lessen die we kunnen halen uit de minder succesvolle aanbestedingstrajecten; waarom waren zij minder succesvol en wat zou in het vervolg helpen om die aanbestedingen wel te doen slagen? Daarbij is het ook van belang het perspectief van partijen uit de stad mee te nemen. Bijvoorbeeld door zowel met leveranciers die na een aanbestedingstraject een dienst of product aan de gemeente zijn gaan leveren, als bedrijven of ondernemingen die een aanbesteding hebben verloren, in gesprek te gaan.

Dit geeft een beeld van waar aanvragers in het proces tegenaan lopen en waar volgens hen nog ruimte voor verbetering zit. 5. Deel kennis en ervaring van deze aanpak binnen de eigen organisatie en met ankerinstituties en andere maatschappelijke partners Het inkoopproces wordt vaak gezien als het domein van een gecentraliseerd inkoopteam of dat van gespecialiseerde inkopers van bepaalde producten en diensten. Er zijn echter veel belanghebbenden die betrokken moeten worden bij aanbestedingen, of het nu gaat om degenen die de diensten ontwerpen (opdrachtgevers), economische teams die kennis hebben van de potentiële markt, beleidsteams die kennis hebben van specifieke resultaten die kunnen worden bereikt, of om contractmanagers die verantwoordelijk zijn voor het garanderen van een effectieve uitvoering van het contract. Het is daarom van belang dat de strategieën zoals ontwikkeld onder punt 2 verder verspreid wordt binnen de gemeente Amsterdam, in ieder geval onder degenen met kennis van specifieke lokale economische, sociale en duurzame uitdagingen; degenen met kennis van specifieke soorten goederen, diensten en werken die de gemeente wil aanschaffen; degenen met kennis van aanbestedingsprocedures en evaluatietechnieken; en degenen die ervaring hebben met het monitoren van de impact.

Zo zorgen we ervoor dat de strategie werkelijk door alle afdelingen gezamenlijk wordt ontworpen en beheerd. Er is ook betrokkenheid van senior inkoop- en juridische 7 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

functionarissen nodig om ervoor te zorgen dat het raamwerk past binnen de bestaande technische aspecten van de inkoopstrategie. Een volgende stap is dan om dit ook te delen met ankerinstituties en andere maatschappelijke partners in de stad. Ankerinstituties zijn net als de gemeente belangrijke economische spelers in de stad en hebben ieder hun eigen inkoopbeleid en aanpak hiervoor. Er ligt dus een enorme kans om hierin samen op te trekken. Al eerder heeft GroenLinks gevraagd om bijvoorbeeld met kennisinstellingen in gesprek te gaan over hoe zij via hun inkoop lokale ondernemers en coöperaties kunnen stimuleren.[18] Als onderdeel van het programma ‘Wij Maken Samen Nieuw-West’ worden al de eerste stappen gezet om samen te werken met ankerinstituties. Een van de actielijnen van het programma die bijdragen aan een duurzame lokale economie gaat over inkoop. De actielijn is met name gericht op het creëren van werkgelegenheid en bijdragen aan bestaanszekerheid in het stadsdeel: “Bij het uitgeven van geld aan inkoop en aanbestedingen, het aannemen van personeel en de investeringen die we doen, richten we ons zoveel mogelijk op Nieuw-West en de daar bestaande of te vormen werknemerscoöperaties.”[19] Dit gebeurt in nauwe samenwerking met andere grote instellingen in het stadsdeel.

Een netwerk van ankerinstituties, en andere partijen zoals bijvoorbeeld woningcorporaties, kan nog meer impact realiseren door samen te werken en specifieke ervaringen met succesvolle of juist minder succesvolle aanbestedingen te bespreken om zo via hun uitgaven grotere lokale, economische, sociale, duurzame impact te realiseren. Op de langere termijn zou de hierboven beschreven strategie van de gemeente Amsterdam kunnen worden uitgebreid naar het beleid en de praktijk van meewerkende partijen. 6. Zorg dat de gewenste partijen kunnen aansluiten op deze aanpak Om dit voorstel te laten slagen is het belangrijk om niet alleen naar onze eigen inkoopprocedures te kijken maar ook naar het aanbod van leveranciers. Bij veel trajecten zijn overheidsinstanties al bezig met de markt voordat een aanbesteding überhaupt begint. Zo’n marktverkenning kan ook als uitkomst hebben dat er nog onvoldoende aanbod is voor de impact die wij als gemeente willen bereiken. Ook kan het een probleem zijn dat we te vaak met de vertrouwde partijen in zee gaan die niet bijdragen aan onze gewenste maatschappelijke impact. Als we echt stappen willen zetten met waardengedreven inkoop is het belangrijk om goed in beeld te brengen wie de potentiële leveranciers zijn die bijdragen aan onze gewenste lokale, economische, sociale en duurzame resultaten.

Daarom stellen we voor om zogenaamde ‘Meet the Buyer-events’ te organiseren waar lokale ondernemers en organisaties de kans krijgen om meer te horen over welke waarden de gemeente centraal zet in haar inkoopbeleid. Lokale organisaties en bedrijven die interessant zijn voor de gemeente en aansluiten op onze doelstellingen moeten vervolgens in een database vastgelegd worden zodat het voor iedereen inzichtelijk is welke potentie in de stad aanwezig is. De database moet worden geïnformeerd op basis van de uitgavenanalyse die wordt uitgevoerd als onderdeel van dictum 1, en moet zich vooral richten op gebieden of stadsdelen waar sprake is van economische achterstand en de lokale economie extra ondersteuning kan gebruiken om dit een daadwerkelijk transformatief voorstel te laten zijn. De basis van deze database zou het al bestaande Koop Lokaal platform kunnen zijn.[20] Dit soort ‘Meet the Buyer’ events bieden ook een kans om in gesprek te gaan over waar lokale ondernemers en organisaties tegenaan lopen in aanbestedingsprocedures. Hierbij moet goed gekeken worden naar hoe je het aanbestedingsproces zo vormgeeft dat ook kleinere spelers een kans hebben. Op dit moment is het inschrijven op een aanbesteding een ingewikkeld en tijdrovend proces. Grotere bedrijven of ondernemingen hebben vaak meer capaciteit en ervaring in huis om de 8 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

aanvraag succesvol te voltooien. Juist als we lokale, sociale en duurzame ondernemingen willen aantrekken, moeten we zorgen dat we het aanbestedingsproces zo inrichten dat zij makkelijker een aanvraag kunnen indienen. Uit marktanalyse kan ook blijken dat er nog geen bestaande aanbieders zijn voor bepaalde diensten of producten die voldoende aansluiten bij onze doelstellingen. Dit biedt kansen om gebruik te maken van het innovatiepartnerschap, een bestaande procedure binnen de Europese aanbestedingsregels zoals eerder genoemd. Hierin is het belangrijk om samen te werken met het Community Wealth Building programma dat met het recent opgerichte MeentCoop initiatief werkt aan het verstevigen van de gemeenschapseconomie. Deze incubator draagt eraan bij dat ontwikkeling en groei plaatsvindt van lokale (kleine) ondernemers, community organisaties, coöperaties en non profit organisaties die de gemeenschap centraal zetten. Oftewel, organisaties die waarde toevoegen aan de wijk en de stad, in plaats van gericht te zijn op winstmaximalisatie. Door het ontwikkelen en uitbreiden van deze modellen van eigenaarschap van bedrijven en organisaties zorgen we ervoor dat geld in de lokale economie terugvloeit in plaats van dat die als winst naar anonieme aandeelhouders gaan.

Om deze organisaties ook te laten groeien is het van belang dat we via ons inkoopbeleid hierop aansluiten en ook zelf de markt creëren en stimuleren die we willen in de stad, met goede werkgelegenheid en onze waarden voorop. 7. Werk een pilot uit om een lokaal betaalsysteem te testen in Amsterdam Zoals eerder gezegd, de lokale economie wordt sterker wanneer we zorgen dat er meer geld in de stad blijft. Het coalitieakkoord ‘Amsterdams Akkoord 2022-2026’ onderschrijft deze ambitie en bevat het idee van een pilot met een digitale lokale munt om lokale ondernemers en organisaties te versterken. GroenLinks stelt met dit voorstel voor om in plaats van in te zetten op een specifieke munt of valuta, aan de slag te gaan met een lokaal betaalsysteem dat de doelstellingen van waardengedreven inkoop en lokaal inkopen ondersteunt en versterkt. Het idee van lokaal inkopen is dat het geld dat wordt uitgegeven (door de gemeente en/of ankerinstituties) terechtkomt bij onze lokale economie. Er bestaat dan een risico dat dat geld na die eerste uitgave vervolgens alsnog ‘verdwijnt’ uit de stad en terechtkomt bij bedrijven of organisaties die weinig bijdragen aan onze lokale economie. Een lokaal betaalsysteem kan dit effect voorkomen. Met zo’n systeem wordt geld geoormerkt, bijvoorbeeld als ‘Amsterdamse euro’ in plaats van een gewone euro.

Anders dan de gewone euro moet de Amsterdamse euro eerst enkele malen lokaal worden uitgegeven voordat deze naar buiten mag vertrekken. De Amsterdamse euro’s op de lokale rekeningen mogen pas na een bepaalde tijd naar een gewone rekening overgemaakt worden, en dan tegen een kleine heffing (bijvoorbeeld 5%). Er zijn meerdere voorbeelden van hoe een lokaal betaalsysteem succesvol kan bijdragen aan een sterke lokale economie. In 1931 al kozen ze in het Oostenrijkse dorp Wörgl voor een systeem waarin het geld lokaal besteedde en zorgden ze dat dit ook lokaal zou blijven door te stimuleren dat dit geld tussen lokale ondernemers bleef rondgaan. De economische effecten worden vandaag de dag nog steeds beschreven als het ‘Wonder van Wörgl’.[21] Maar er zijn ook recentere voorbeelden. Na de financiële crisis in 2008 werd in de Londense wijk Brixton de Brixton pound geïntroduceerd om lokale ondernemingen te stimuleren. En op het Italiaanse eiland Sardinië circuleert de Sardex. Waar ‘gewone’ euro’s al na een of twee transacties verdwijnen naar elders, circuleert de Sardex gemiddeld zesmaal lokaal. Sardex helpt nu jaarlijks meer dan 10.000 deelnemende kleine bedrijven aan extra omzet.

Alle onderlinge transacties bij elkaar zijn ondertussen goed voor rond de 150 miljoen Sardex, het equivalent van 150 miljoen euro.[22] De Italiaanse regering probeert nu het succes van Sardinië te herhalen in andere regio’s. 9 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

Een ander inspirerend voorbeeld is dat van Santa Coloma, in de buurt van Barcelona. Daar ontdekte de gemeente dat ongeveer 80% van haar subsidies en aanbestedingen na één extra transactie al de stad uit verdween. Ondanks diverse ‘koop lokaal’ acties was de impact dus beperkt. Als oplossing besloot de gemeente om subsidies en aanbestedingen exclusief via een speciaal type betaalrekening uit te geven, waar alleen lokale bedrijven en instituten vervolgens gebruik van konden maken. Het geld op deze rekeningen mocht pas na een bepaalde tijd naar een gewone rekening overgemaakt worden. Omdat het geld de rekeningen niet kon verlaten, ontstond er een sterke vraag naar lokaal aanbod, waardoor het netwerk gestaag groeide. Momenteel groeit het jaarlijkse transactievolume richting de 2 miljoen, en blijkt dat elke euro die lokaal in omloop is gebracht door de gemeente, gemiddeld bijna 6 keer van hand wisselt binnen de stad per jaar.[23] Zo’n alternatief lokaal betaalsysteem heeft dus een soort multiplier effect: lokaal inkopen is een eerste stap, een lokaal betaalsysteem zorgt ervoor dat het gewenste effect nog veel groter wordt. Zoals de voorbeelden laten zien, speelt de gemeente hierbij een doorslaggevende rol.

In de eerste plaats door zelf lokaal in te kopen via een lokaal betaalsysteem en zo lokale ondernemers in het netwerk te trekken, maar ook door andere grote inkopers te stimuleren hetzelfde te doen. Met een lokaal verankerd betaalsysteem stimuleren we lokale consumptie en creëren zo werk en inkomen voor Amsterdammers. Het zorgt ervoor dat geld terechtkomt bij lokale ondernemers en organisaties die netjes belasting betalen, in plaats van bij multinationals die hun winsten met schimmige constructies wegsluizen naar een belastingparadijs. Zo komt het geld ten goede aan onze lokale economie en draagt het bij aan het verminderen van ongelijkheid in de stad. Recent verscheen het onderzoeksrapport ‘Lokaal Geld in Nieuw-West’ waarin duidelijk wordt uiteengezet hoe een dergelijk betaalsysteem eruit kan zien in Amsterdam.[24] De onderzoekers concluderen dat ‘er een vruchtbare context in Nieuw-West aanwezig is om een lokaal betaalnetwerk te realiseren’. Gezien dit onderzoek nu al is afgerond, stelt GroenLinks voor om dit onderzoek op te volgen met een concrete pilot en hier nadrukkelijk de samenwerking op te zoeken met inkoopbeleid en hoe het de punten zoals beschreven in dit voorstel kan versterken en ondersteunen. [1] Zie Staat van de Stad XII, https://onderzoek.amsterdam.nl...

[2] Jaarverslag 2023 [3] Artikel 41 EU Richtlijn 2014/24 [4] Artikel 1.4, lid 2 Aw 2012 [5] Zie bijvoorbeeld motie van de SP over aanbesteden in de zorg (november 2022)

https://amsterdam.raadsinforma... [6] Artikel 2.18 en 2.19 Aanbestedingswet 2012 [7] Artikel 31 EU Richtlijn 2014/24 en artikel 2.31a Aanbestedingswet 2012 [8] https://amsterdam.raadsinforma...

10 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-002412 griffie andreas 2

[9] https://amsterdam.raadsinforma...

[10] https://amsterdam.raadsinforma...

[11] https://amsterdam.raadsinforma...

[12] idem [13] https://www.parool.nl/amsterda...

[14] Van Arkel, H. (2021). De Koop-Lokaal-Booster. Samen handelen voor een sterke MKB., hoofdstuk 2. [15] https://apolitical.co/solution...

[16] https://www.pianoo.nl/sites/de...

[17] https://amsterdam.raadsinforma...

[18] https://amsterdam.raadsinforma...$

[19] Zie pagina 62, https://amsterdam.raadsinforma...$

[20] https://kooplokaalnederland.nl/$

[21] Zie ook https://www.vn.nl/circulair-geld/$

[22] idem. [23] https://www.gramamoneda.cat/do...$

[24] https://amsterdam.raadsinforma...$

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Ter Inzage

Registratienr.

Naam

AD2025-009957

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-009960

Bestuurlijke reactie iv Amsterdams geld voor Amsterdam inkopen met waarden.pdf (pdf)

Registratienr.

Naam

11 Gegenereerd: v1.1

VN2025-002412 griffie andreas 2

RAAD

12 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15190185/1