Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
VN2025-016613 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 18 februari 2026
Agendapunt
Ruimtelijke Ordening (23) 14
Datum besluit
College van B&W van 6 januari 2026
Portefeuille
Onderwerp
Wijzigen van het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: aanvulling transitieplannen De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Gelet op: a. de stand van zaken en de geleerde lessen van de eerste tranche wijziging Omgevingsplan gemeente Amsterdam; b. het Herzien bestuurlijk uitvoeringskader transitie Omgevingsplan Amsterdam, zoals opgenomen in bijlage 1, met als belangrijkste punten: I. wijziging van het begrip beleidsarm naar beleidsneutraal; II. geen Nota van Uitgangspunten en geen participatie; III. het college bereidt de wijziging van een transitie omgevingsplan voor, hiervoor is bijlage 2 taak 24.1 van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, gewijzigd. 1.De wijziging van het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: aanvulling transitieplannen, zoals opgenomen in bijlage 2 , vast te stellen. Wettelijke grondslag
Artikel 2.8 en 4.14, vijfde lid van de Omgevingswet De gemeenteraad kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan en het nemen van een voorbereidingsbesluit aan het college van B&W delegeren. Afdeling 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht De Awb geeft regels over mandaat en delegatie. Artikel 156 van de Gemeentewet Bestuurlijke achtergrond
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op 17 juli 2024 is het delegatie- en mandaatbesluit gemeente Omgevingsplan Amsterdam vastgesteld
VN2025-016613 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD Onderbouwing besluit
Stand van zaken en de geleerde lessen van de eerste tranche wijziging Omgevingsplan gemeente Amsterdam Uitvoeringskader Tijdens het Bestuurlijk Overleg Stadsdelen/stadsgebied Ruimtelijke Ordening (BOS RO) en Erfgoed van 11 december 2023 zijn de bestuurders geïnformeerd over de transitieopgave van het omgevingsplan en is overeenstemming bereikt over de uitgangspunten voor deze transitie. De uitgangspunten voor de transitie zijn hierna vastgelegd en geformaliseerd in het bestuurlijk uitvoeringskader dat door de wethouder Ruimtelijke Ordening op 16 april 2024 is vastgesteld. Zoals in het uitvoeringskader is aangegeven vraagt deze transitie wendbaarheid in de aanpak. De transitieopgave is fors en het omzetten van bestemmingsplannen is nieuw. We begeven ons dus op onbekend terrein, waardoor het belangrijk is om te monitoren, te evalueren en bij te stellen. Op basis van de ervaringen met de eerste tranche nemen we de geleerde lessen mee in de volgende tranches met bestemmingsplangebieden. Nota van Uitgangspunten In april 2024 is begonnen met de eerste tranche wijziging Omgevingsplan. Er zijn tien deelgebieden geselecteerd. Minimaal één deelgebied in elk stadsdeel/stadsgebied, zodat de transitie ook echt in elk deel van de stad is gestart. Van de tien deelgebieden bevonden zich er drie in zones van gebiedsontwikkeling.
Voor alle deelgebieden afzonderlijk werd gestart met het opstellen van een concept Nota van Uitgangspunten en, conform de participatieverordening, een participatieplan. Vervolgens is er geparticipeerd op de Nota van Uitgangspunten. Het werken met een Nota van Uitgangspunten was een keuze, omdat het niet mogelijk was om te werken met een voorontwerpwijziging omgevingsplan. Een voorontwerp is technisch niet beschikbaar te stellen in het DSO. De software maakt het publiceren van een voorontwerp nog niet mogelijk. Achteraf is echter geconstateerd dat het opstellen van de Nota's van Uitgangspunten en het participatieplan veel tijd hebben gekost en er pas daarna, tijdens het werken aan de omzetting van de regels ten behoeve van het opstellen van het ontwerp wijzigingsbesluit, veel scherper naar voren kwam welke wijzigingen op zouden treden die benoemd hadden kunnen worden in de Nota van Uitgangspunten. Participatie De concept Nota's van Uitgangspunten en participatieplannen zijn besproken in de vergaderingen van de stadsdeelcommissies van de stadsdelen en de bestuurscommissie van het stadsgebied. Met de uitwerking van de participatie is per deelgebied verschillend omgegaan. In sommige gebieden is gekozen voor informeren (per brief) en in andere gebieden zijn ook informatieavonden georganiseerd.
Omdat zowel de transitie als de participatieverordening nog heel nieuw waren, was het zoeken naar een geschikte participatievorm. Ondanks de verschillende uitwerkingen per bestemmingsplangebied zijn de ervaringen dat de opbrengsten van de participatie zeer beperkt waren, in totaal zijn voor alle gebieden slechts negen reacties binnengekomen, die vooral verzoeken om informatie betroffen.
VN2025-016613 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD Vaststellen van de Nota's van uitgangspunten Inmiddels zijn alle Nota's van Uitgangspunten vastgesteld en is er per deelgebied een participatieverslag gemaakt. Ontwerp wijziging Omgevingsplan Momenteel wordt er voor drie deelgebieden een ontwerpwijzigingsbesluit opgesteld. Vijf gebieden moeten wachten tot de regeling voor horeca in de hoofdregeling van het omgevingsplan is verwerkt. Eén gebied behoeft nog afstemming met de ontwikkelaar en stadsdeel Centrum kent zo'n andere huidige regeling in het bestemmingsplan dan de hoofdregeling van het omgevingsplan dat daar meer tijd voor nodig is om dat deelgebied om te zetten. Capaciteit De 1e tranche stond vooral in het teken van leren. De transitie is een nieuw proces, voortkomend uit de wettelijke verplichting van de Omgevingswet, waar nog geen ervaring mee was. Op basis van de eerdere ervaringen met actualisatie van bestemmingsplannen is een aanname gedaan over de benodigde capaciteit voor het omzetten van bestemmingsplannen naar het Omgevingsplan Amsterdam. De inschatting was dat per bestemmingsplan circa 500 uur aan ambtelijke capaciteit nodig zou zijn. Uit het monitoren van de werkelijk bestede uren blijkt nu al dat voor de bestemmingsplannen in de 1e tranche veel meer capaciteit nodig is dan geraamd , namelijk meer dan 800 uur per plan.
Waarbij de eerste 500 uur al voor een groot deel besteed is aan de Nota van Uitgangspunten en participatie. Omdat er in totaal 530 bestemmingsplannen moeten worden omgezet, zou met de huidige werkwijze tot 2032 in totaal ruim 300 fte aan ambtelijke capaciteit nodig zijn. Daardoor komen overige, deels wettelijke, taken (gebiedsontwikkeling, beleidsvernieuwing en advisering bij vergunningsaanvragen) in gevaar. Door het efficiënter maken van de werkwijze (onder andere door mogelijk inzet van ondersteuning via kunstmatige intelligentie) in combinatie met de voorgestelde aanpassingen in het Bestuurlijk uitvoeringskader transitie Omgevingsplan Amsterdam, verwachten wij de benodigde capaciteit drastisch te kunnen verminderen. Rol van de gemeenteraad In het proces hebben we geconstateerd dat in deze technische omzetting de rol van de gemeenteraad wel formeel aan de orde is, maar inhoudelijk beperkt. Er is bekeken welke impact het delegeren van de besluitvorming naar het college heeft voor de raad. De conclusie is dat er geen inhoudelijke consequenties zijn. Op het moment dat er bij de volgende tranche omzettingen wel sprake is van inhoudelijke impact, zal het delegatie besluit weer omgezet worden naar bevoegdheid van de raad. Deze aanpassing van het mandaat-delegatiebesluit geldt alleen voor de beleidsneutrale omzetting van bestemmingsplannen.
Beleidsrijke wijzigingen blijven bij de raad. Het betreft een tijdelijke situatie zolang de omzetting duurt. In het tweede kwartaal van 2026 informeren we de raad over de stand van zaken over de transitie van het omgevingsplan. Herzien Bestuurlijk uitvoeringskader transitie Omgevingsplan Amsterdam De ervaringen uit de eerste tranche leiden tot herziening van het Bestuurlijk uitvoeringskader. Wanneer op de wijze van de eerste tranche wordt doorgegaan kost dat te veel tijd en capaciteit, zonder dat dit iets bijdraagt aan de kwaliteit van de transitie. De verwachting is dat hierdoor de
3 Gegenereerd: vCURRENT
VN2025-016613 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD transitie niet kan worden gehaald binnen de wettelijke termijn. Het college heeft het herziene bestuurlijk uitvoeringskader op 6 januari 2026 vastgesteld. De belangrijkste wijzigingen zijn: Wijziging van het begrip beleidsarm naar beleidsneutraal De transitie van het omgevingsplan voeren we beleidsarm uit. Dit vanwege de voortgang en de planbaarheid van de transitie. De definitie van 'beleidsarm' zoals dat in het uitvoeringskader uit 2024 is toegelicht, blijkt voor meerdere uitleggen vatbaar en biedt nog ruimte voor discussie over welke inhoudelijke wijzigingen moeten worden meegenomen in de omzetting van de bestemmingsplannen. Omdat het beleid niet wijzigt met de wijziging van het omgevingsplan in het kader van de transitie, is beleidsneutraal een betere term. Duidelijk moet zijn dat de transitieplannen zuiver een technische omzetting van de voor dat deelgebied geldende bestemmingsplannen, vastgesteld beleid en onherroepelijke omgevingsvergunningen in afwijking van het bestemmingsplan behelzen. Dit is verwoord in het herziene uitvoeringskader. Daar waar behoefte is om een beleidswijziging door te voeren in het omgevingsplan, zal dit middels een separate wijziging van het omgevingsplan plaatsvinden, met bijbehorende participatie (in het beleidstraject).
Geen Nota van Uitgangspunten en geen participatie De transitie gaat om een technische omzetting van een bestemmingsplan naar het omgevingsplan. De uitgangspunten hiervoor zijn beschreven in het uitvoeringskader. Het is gebleken dat vooraf opstellen van een Nota van Uitgangspunten per deelgebied geen meerwaarde heeft en eerder leidt tot verwarring. Pas bij het daadwerkelijk omzetten van de regels wordt duidelijk waar mogelijke accentverschillen liggen. Deze accentverschillen kunnen bij vrijgave van het ontwerp wijzigingsplan goed worden beschreven. Hierop kan een ieder een zienswijze indienen. Zoals aangegeven betreft het een technische herziening van een eerder vastgesteld bestemmingsplan. De Participatieverordening (artikel 3 lid 3 onder a) geeft aan dat er voor die gevallen geen participatieplan hoeft te worden opgesteld. Uit de eerste tranche is ook gebleken dat participatie bij de transitieplannen geen toegevoegde waarde heeft en juist zorgt voor onduidelijkheid. Er wordt wel, conform wettelijk voorschrift, kennis van gegeven dat voor een bepaald gebied een wijziging van het Omgevingsplan wordt voorbereid. In deze publicatie wordt aangegeven dat het mogelijk is om een zienswijze in te dienen op het ontwerp wijzigingsplan.
Het college bereidt de wijziging van een transitie omgevingsplan voor, hiervoor is bijlage 2 taak 24.1 van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, gewijzigd. In de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 is opgenomen dat de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan binnen een gebied dat niet is aangewezen als stedelijk gebied of project, tot de vrijgave van het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan, bij het dagelijks bestuur ligt. Als afronding van de voorbereiding geeft het dagelijks bestuur advies aan het college betreffende het ter inzage leggen van de ontwerpwijziging. Het dagelijks bestuur betrekt het advies van de stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp bij dit advies. Vanaf het besluit tot terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan ligt de voorbereiding bij het college. Om het proces van de transitie te harmoniseren en stroomlijnen zal het college in alle gevallen de wijzigingen van het omgevingsplan in het kader van de transitie voorbereiden, ook in de gebieden die niet zijn aangewezen als stedelijk gebied. Dit is vergelijkbaar met de procedure die nu reeds voor een technische wijziging van het omgevingsplan wordt gevolgd. De Verordening op de stadsdelen en
4 Gegenereerd: vCURRENT
VN2025-016613 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD het stadsgebied Amsterdam 2022 zal hierop met de wijziging van februari als volgt worden aangepast: De voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan binnen een gebied dat niet is aangewezen als stedelijk gebied of project en ook niet valt onder een technische wijziging of wijziging van het omgevingsplan in het kader van de transitie, ligt tot de vrijgave van het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan bij het dagelijks bestuur. Als afronding van de voorbereiding geeft het dagelijks bestuur advies aan het college betreffende het ter inzage leggen van de ontwerpwijziging. Het dagelijks bestuur betrekt het advies van de stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp bij dit advies. Vanaf het besluit tot terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan ligt de voorbereiding bij de centrale stad. Het dagelijks bestuur van een stadsdeel of het stadsgebied zal voor deze gevallen gelijktijdig met de kennisgeving dat een wijziging wordt voorbereid worden geïnformeerd dat een gebied in het betreffende stadsdeel of stadsgebied zal worden omgezet én wordt gevraagd te adviseren gelijktijdig met het ter inzage liggen van het ontwerpwijzigingsplan. Ad 1. De wijziging van het Delegatie- en mandaatbesluit gemeente Omgevingsplan Amsterdam: aanvulling transitieplannen, zoals opgenomen in de bijlage, vast te stellen.
De Omgevingswet geeft de mogelijkheid aan de gemeenteraad om de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. Met delegatie kan de raad ervoor zorgen dat de uitvoering van het beleid bij het uitvoerende orgaan neergelegd wordt. Dit kan vanuit het oogpunt van capaciteit, efficiency en flexibiliteit wenselijk zijn. In het door de raad op 17 juli 2024 vastgestelde delegatie- en mandaatbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (link: Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam | Lokale wet- en regelgeving) is een tweetal categorieën opgenomen: 1. Het omzetten van kaderstellend beleid en 2. Het opnemen van omgevingsvergunningen in het omgevingsplan. In lijn daarmee wordt dit voorstel voorgelegd. Wanneer de raad beleid heeft vastgesteld die doorvertaling in het omgevingsplan behoeft, kan dit door het college gebeuren. Het gaat immers om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. Ook is in het huidige delegatiebesluit opgenomen dat onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan, worden gedelegeerd aan het college.
In lijn hiermee wordt voorgesteld de door de raad vastgestelde bestemmingsplannen die beleidsneutraal worden omgezet in het omgevingsplan eveneens te delegeren. Ook hiervoor geldt dat de raad over deze plannen al een keer positief heeft besloten. Er wordt met de beleidsneutrale omzetting van het bestemmingsplan naar het omgevingsplan geen wijziging beoogd. Naast het vastgestelde bestemmingsplan worden ook vastgesteld beleid, onherroepelijke omgevingsvergunningen en het verwerken van gewijzigde wet- en regelgeving en beleidsnormen in deze transitieplannen meegenomen. Deze onderdelen heeft de raad al gedelegeerd aan het college (artikel 1 lid 1, 3 en 4 van het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam). Deze aanpassing van het mandaat-delegatiebesluit geldt alleen voor de beleidsneutrale omzetting van bestemmingsplannen. Beleidsrijke wijzigingen blijven bij de raad. Het betreft een tijdelijke situatie zolang de omzetting duurt. Capaciteitsbesparing
5 Gegenereerd: vCURRENT
VN2025-016613 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD Om zoveel mogelijk capaciteit beschikbaar te houden voor vergunningverlening en gebiedsontwikkeling zetten wij in op een combinatie van maatregelen. Voor de technische omzetting van de bestemmingsplannen zetten wij in eigen huis ontwikkelde kunstmatige intelligentie in, die juridische planologen ondersteunt. Dat leidt naar verwachting tot vermindering van de benodigde capaciteit met 25% (88 mensjaren). Daarnaast leidt de combinatie van beleidsneutrale omzetting en vereenvoudiging en versnelling van het besluitvormingsproces naar verwachting tot een verdere vermindering met circa 30% (100 mensjaren). Binnen deze maatregel is het onderdeel delegatie goed voor een vermindering met circa 10 mensjaren. De besparing betreft de hele transitieperiode tot en met 2031. Het gaat dus over een besparing van 188 mensjaren in een periode van 6 jaar. Mondelinge toelichting Iemand die een zienswijze heeft ingediend op een wijziging omgevingsplan die door de raad wordt vastgesteld, kan deze bij de commissiebehandeling mondeling toelichten. Bij vaststelling door het college komt deze mogelijkheid te vervallen. Dat geldt voor alle wijzigingen omgevingsplan die door het college kunnen worden vastgesteld. De Omgevingswet geeft deze mogelijkheid. Omdat het de beleidsneutrale omzetting van bestemmingsplannen betreft, is de verwachting dat er geen inhoudelijke zienswijzen zullen komen.
Mocht dit toch het geval zijn, dan zal het college deze beantwoorden. In het tweede kwartaal van 2026 informeren we de raad hoe het met de transitie van het omgevingsplan gaat. Participatie
Het betreft een interne procedure en daarom is er geen participatie geweest. Participatie op wijzigingen van het omgevingsplan in het kader van de transitie zal plaatsvinden door de ter inzagelegging van de ontwerpwijziging en de mogelijkheid van eenieder om daartegen zienswijzen in te dienen. Financiële onderbouwing
Het opstellen van dit delegatie- en mandaatbesluit valt onder de werkzaamheden voor de Omgevingswet uit jaarprogramma 1. Geheimhouding
N.v.t. Welke stukken treft u aan
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2025-075107
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2026-004087
2. BEKENDMAKING Delegatiebesluit transitie omgevingsplan v19-01.docx (msw12)
AD2026-004145
1. Herzien bestuurlijk uitvoeringskader transitie omgevingsplan Amsterdam.docx (msw12)
6 Gegenereerd: vCURRENT
VN2025-016613 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ruimte en duurzaamheid, Fleur de Groot, bestuurszaken.rd@amsterdam.nl
7 Gegenereerd: vCURRENT