Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
RAAD
VN2024-016134 clusterstaf r en e
Voordracht voor de raadsvergadering van 11 december 2024
Agendapunt
Water (incl. Varen) 29
Datum besluit
College van B en W, 5 november 2024
Portefeuille
Onderwerp
Wijzigen van de Verordening op het binnenwater 2010 en Regeling op het Binnenwater 2020 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. Tot wijziging van de Verordening op het binnenwater 2010, met de wijzigingspunten: 1. Vervangen van het begrip ‘primaire vaarwegen’ voor ‘hoofddoorvaarroutes’. 2. Opnemen in artikel 5.3 de verwijzing naar artikel 2.1.4, eerste lid, aanhef, onder a. en het tweede lid, over pleziervaartuigen.
Wettelijke grondslag
Artikel 147 van de Gemeentewet biedt de gemeenteraad de bevoegdheid gemeentelijke verordeningen vast te stellen.
Bestuurlijke achtergrond
De Verordening op het binnenwater 2010 (VOB) en de Regeling op het binnenwater 2020 (ROB). De VOB bevat het regelgevende kader voor de Amsterdamse binnenwateren. De ROB is een verdere uitwerking van de basisregels uit de VOB.
Onderbouwing besluit
Ad 1a Het begrip ‘dienstvaartuig’ toevoegen aan artikel 1.1.1 (begripsbepalingen) van de Verordening op het binnenwater 2010. Vaartuigen van bijvoorbeeld politie, brandweer of reddingsbrigade vallen momenteel niet onder een van de genoemde begripsbepalingen. Dit moet een aparte definitie worden omdat op deze wijze enerzijds duidelijkheid ontstaat over welke vaartuigen tot deze categorie behoren en anderzijds het mogelijk wordt om specifiek beleid voor deze vaartuigen te ontwikkelen.
De toevoeging aan artikel 1.1.1 luidt als volgt:
dienstvaartuig: door het college aangewezen vaartuig of categorie van vaartuigen dat zonder
1 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-016134 clusterstaf r en e
winstoogmerk ingezet wordt in het algemeen belang.
Ad 1b Het, in de Verordening op het binnenwater 2010, vervangen van het begrip ‘primaire vaarwegen’ voor ‘hoofddoorvaarroutes’ is noodzakelijk omdat dit de gebruikelijke term is voor het bedoelde water en toegepast is in diverse vigerende regelgeving. Het is bijvoorbeeld het uitzonderingsgebied op de uitstootvrije zone waarop schepen de stad kunnen passeren. Ook waren de genoemde wateren niet accuraat. De wateren waar het beleid voor geldt is kleiner dan de genoemde wateren onder de noemer primaire vaarwegen.
Vervangen in artikel 1.1.1 Begripsbepalingen van primaire vaarwegen: het Noordhollandsch Kanaal, het IJ, het Noordzeekanaal, het Zijkanaal G, de Nieuwe Meer/Schinkel/Kostverlorenvaart, het Oosterdok/de Nieuwe Herengracht/de Amstel, de Weespertrekvaart en het Amsterdam Rijnkanaal;
voor:
hoofddoorvaartroutes: de Amstelroute, vanaf het Oosterdok via de Schippersgracht, de Nieuwe Herengracht en de Amstel naar Ouderkerk aan de Amstel; de Kostverlorenvaartroute vanaf het Binnen-IJ via het Westerkanaal, de Singelgracht, de Kattensloot, de Kostverlorenvaart, de Schinkel en het Nieuwe Meer naar de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder;
2 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-016134 clusterstaf r en e
Vervangen van Artikel 2.4.1 Vergunningplicht voor vervoer van personen, lid 3 van: Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing bij doorvaart op de primaire vaarwegen zonder dat in Amsterdam wordt afgemeerd, of indien dat afmeren plaatsvindt op een ligplaats die is aangewezen krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, onderdeel a, en indien de doorvaart geen op Amsterdam gerichte economische activiteit behelst. voor: Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing bij doorvaart op de hoofddoorvaartroutes zonder dat in Amsterdam wordt afgemeerd, of indien dat afmeren plaatsvindt op een ligplaats die is aangewezen krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, aanhef, onder a., en indien de doorvaart geen op Amsterdam gerichte economische activiteit behelst.
Vervangen in de toelichting bij de Verordening op het binnenwater 2010 bij Artikel 2.4.1 Vergunningplicht voor vervoer van personen in alinea vier de eerste zin van: Op grond van het derde lid is geen vergunning nodig voor doorvaart op de primaire vaarwegen voor zover die doorvaart geen op Amsterdam gerichte economische activiteit behelst. voor:
Op grond van het derde lid is geen vergunning nodig voor doorvaart op de hoofddoorvaartroutes voor zover die doorvaart geen op Amsterdam gerichte economische activiteit behelst.
Ad 1c Als gevolg van invoering van het binnenhavengeld in Weesp per 1 januari 2025 dient een verwijzing naar artikel 2.1.4 over pleziervaartuigen te worden toegevoegd aan artikel 5.3.
Vervangen van artikel 5.3 (gebruik van het openbaar water) van: De artikelen 2.1.2, 2.1.3, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.1.8, 2.1.9, 2.1.10 en 2.1.12 zijn van toepassing op het openbaar water in Weesp. voor:
3 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-016134 clusterstaf r en e
De artikelen 2.1.2, 2.1.3, 2.1.4, eerste lid, aanhef, onder a., 2.1.4, tweede lid, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.1.8, 2.1.9, 2.1.10 en 2.1.12 zijn van toepassing op het openbaar water in Weesp.
Participatie
Niet toepassing. Het betreft tekstuele en technische aanpassingen.
Financiële onderbouwing
Overige toelichting
Niet van toepassing. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.
Geheimhouding
Niet van toepassing.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Ter Inzage
Registratienr.
Naam
AD2024-068788
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2024-068791
Raadsbesluit Wijziging Vob.docx (msw12)
AD2024-069446
Collegebesluit aanpassing Rob def.docx (msw12)
Registratienr.
Naam
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Programma Varen, Tom Knijff, 06 123 72 040, t.knijff@amsterdam.nl
4 Gegenereerd: v1.1