CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 9 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Toegankelijkheid van buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf. (VN2025-012967)1.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAD

VN2025-012967 rekenkamer

Voordracht voor de raadsvergadering van 08 oktober 2025

Agendapunt

Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling (47) A12

Datum besluit

n.v.t.

Portefeuille

Onderwerp

Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Toegankelijkheid van buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf. De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gezien de voordracht van het presidium,

1. Kennis te nemen van het rapport van de rekenkamer, getiteld Toegankelijkheid van

buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf, waarin de hoofdconclusie is: Niet alle buurthuizen zijn breed toegankelijk. De gemeente heeft belemmeringen echter niet goed in beeld en benut de eigen instrumenten onvoldoende om aan alle vormen van toegankelijkheid te werken. 2. De vier aanbevelingen uit het rapport over te nemen: o Aanbeveling 1: maak ambities concreet en realistisch o Aanbeveling 2: breng de stand van zaken in beeld o Aanbeveling 3: formaliseer en systematiseer werken aan toegankelijkheid o Aanbeveling 4: werk aan verschillende vormen van toegankelijkheid 3. Het college van burgemeester en wethouders te vragen om deze aanbevelingen uit te voeren. Wettelijke grondslag

Artikel 185 van de Gemeentewet (toesturen rekenkamerrapport voorzien van aanbevelingen aan de raad). Artikel 185a van de Gemeentewet (het college informeert de raad jaarlijks over de opvolging van de rekenkameraanbevelingen). Bestuurlijke achtergrond

In Amsterdam zijn ruim 180 buurthuizen, een overkoepelende term waar we in dit onderzoek zowel de grotere Huizen van de Wijk als de kleinere buurtkamers onder verstaan. Met de Amsterdamse buurthuizen (en andere voorzieningen in de sociale basis) wil de gemeente zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, sociale cohesie, zorgpreventie en kansengelijkheid stimuleren. Goede toegankelijkheid is volgens de gemeente een randvoorwaarde om deze doelen te bereiken. Die toegankelijkheid geldt voor activiteiten, diensten en fysieke ruimten van voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning evenals voor de communicatie hierover. De Rekenkamer Amsterdam heeft onderzoek gedaan om na te hoe toegankelijk de Amsterdamse buurthuizen zijn. Net als de gemeente vat de rekenkamer in dit onderzoek toegankelijkheid breed op als de mogelijkheid om voor iedereen die dat wil gebruik te maken van de diensten die in een buurthuis worden aangeboden. De rekenkamer onderzocht acht vormen van toegankelijkheid (aanwezigheid, nabijheid, fysieke toegankelijkheid, openingstijden, betaalbaarheid, informatietoegankelijkheid, bekendheid en sociale toegankelijkheid) en wat de gemeente doet om de toegang tot buurthuizen te waarborgen.

RAAD

VN2025-012967 rekenkamer

Over de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad De Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat het beleid en de uitvoering van de gemeenten Amsterdam en Zaanstad kritisch onderzoekt. De rekenkamer onderzoekt of de gemeenten hun afspraken nakomen, dit volgens de regels doen en niet te veel geld uitgeven. Daarnaast geeft de rekenkamer aanbevelingen voor verbeteringen. Het doel is om bij te dragen aan transparantie, goed bestuur en verbeteringen in het gemeentelijk beleid. Bestuurlijke reactie en nawoord De rekenkamer waardeert de positieve en constructieve reactie van het college. Het college heeft kennisgenomen van de conclusies en neemt de meeste aanbevelingen in zijn geheel over. Daar waar het college aanbevelingen gedeeltelijk wil overnemen, begrijpt de rekenkamer de redenatie van het college. Het college ziet veel kansen om – naast de manieren waarop het al aan toegankelijkheid werkt – verschillende vormen van toegankelijkheid verder te verbeteren. In de bestuurlijke reactie heeft het daartoe een gedetailleerd plan van aanpak uitgewerkt en budget aangekondigd om een impuls te geven aan de toegankelijkheid van buurthuizen. In ons nawoord geven we het college naar aanleiding van zijn reactie nog drie aandachtspunten mee. Onderbouwing besluit

Ad 1: Hoofdconclusie van het rekenkamerrapport Toegankelijkheid van buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf De hoofdvraag van het onderzoek is: ‘Hoe toegankelijk zijn buurthuizen en wat doet de gemeente om toegang tot deze voorzieningen te waarborgen?’ De hoofdconclusie luidt als volgt: Niet alle buurthuizen zijn breed toegankelijk. De gemeente heeft belemmeringen echter niet goed in beeld en benut de eigen instrumenten onvoldoende om aan alle vormen van toegankelijkheid te werken. De gemeente Amsterdam wil en verwacht dat buurthuizen breed toegankelijk zijn en draagt dat in haar beleid ook uit. Het onderzoek van de rekenkamer laat een gemengd beeld zien van de toegankelijkheid van de Amsterdamse buurthuizen. De betaalbaarheid van buurthuizen is over het algemeen goed. Op sommige vormen van toegankelijkheid – zoals nabijheid en sociale toegankelijkheid - gaan er tegelijkertijd dingen goed en minder goed. En op weer andere vormen mankeert er veel. Over het geheel genomen is er veel ruimte voor verbetering bij zowel buurtkamers als Huizen van de Wijk. De tekortkomingen in toegankelijkheid van buurthuizen raken vooral Amsterdammers uit groepen die gemiddeld kwetsbaarder zijn. Dat komt doordat buurthuizen voornamelijk belangrijk zijn voor Amsterdammers uit deze groepen.

Om informatie te verzamelen over de toegankelijkheid van buurthuizen kan de gemeente verschillende beleidsinstrumenten inzetten, zoals de Subsidieregeling sociale basis (vanaf 2025: Subsidieverordening sociale basis). In de praktijk gebeurt dat niet systematisch en eenduidig waardoor het beeld dat de gemeente heeft van toegankelijkheid van buurthuizen onvolledig en mogelijk te positief is. Om toegankelijkheid te stimuleren heeft de gemeente verschillende instrumenten en zet die ook in. Het effect van de instrumenten is echter beperkt. Dat komt doordat het ingewikkeld is om te werken aan toegankelijkheid. Maar ook ontbreken er randvoorwaarden in de manier waarop de gemeente werkt aan toegankelijkheid, zoals evenredige aandacht voor verschillende vormen van toegankelijkheid, concrete eisen op het gebied van toegankelijkheid en een eenduidige aanpak.

2 Gegenereerd: v1.3

RAAD

VN2025-012967 rekenkamer

Ad 2: Aanbevelingen De rekenkamer deed vier aanbevelingen aan het college. Hieronder wordt elke aanbeveling kort toegelicht. De volledige teksten van de aanbevelingen zijn terug te vinden in het bestuurlijk rapport.

• Aanbeveling 1: maak ambities concreet en realistisch

De rekenkamer raadt het college aan om te definiëren wat het precies nastreeft op de verschillende vormen van toegankelijkheid waaraan het belang hecht. Daarin zijn mogelijke stappen: toegankelijkheid te zien als een nog te bereiken doel, de verschillende voor het college relevante vormen van toegankelijkheid definiëren en prioriteren, en per vorm een realistisch ambitieniveau bepalen. • Aanbeveling 2: breng de stand van zaken in beeld De rekenkamer raadt het college aan om toegankelijkheid en eventuele tekortkomingen daarin systematisch en eenduidig in kaart te brengen om te weten waar verbeteringen nodig en mogelijk zijn. Mogelijke onderdelen hiervan zijn: bestaande inspanningen op gebied van toegankelijkheid van verschillende afdelingen en teams samenbrengen, beter gebruikmaken van de mogelijkheden die de Subsidieverordening sociale basis biedt om toegankelijkheid in kaart te brengen en oplossingen faciliteren. • Aanbeveling 3: formaliseer en systematiseer werken aan toegankelijkheid De rekenkamer raadt het college aan om werken aan toegankelijkheid uit de informele en incidentele sfeer te halen. Daarvoor is het van belang om een en ander vast te leggen en taken en verantwoordelijkheden te beleggen. Niet om te bureaucratiseren, maar wel om duidelijkheid en eenduidigheid te scheppen.

Zo kan het college handvatten en kaders bieden voor de pragmatische insteek die in de uitvoering leeft en weten de ambtelijke organisatie en maatschappelijke organisaties welke stappen zij kunnen zetten om de toegankelijkheid van een buurthuis te verbeteren. • Aanbeveling 4: werk aan verschillende vormen van toegankelijkheid De rekenkamer raadt het college aan om in ieder geval te behouden wat goed gaat en laaghangend fruit aan te pakken. Daarnaast is het belangrijk werk te maken van de complexere uitdagingen om toegankelijkheid te verbeteren, op basis van een realistische afweging tussen ambities en (on)mogelijkheden. Ad 3: Uitvoeren aanbevelingen en plan van aanpak Sinds juni 2020 neemt de gemeenteraad van Amsterdam bij het behandelen van rekenkamerrapporten het volgende besluit: Het college van burgemeester en wethouders te vragen om een plan van aanpak te maken voor de opvolging van de aanbevelingen en dit plan van aanpak binnen een half jaar aan te bieden aan de gemeenteraad. In oktober 2020 hebben het presidium (namens de raad), de gemeentesecretaris (namens het college van B en W) en de rekenkamer afspraken gemaakt over gewenste concreetheid van de bestuurlijke reactie. Daarbij is afgesproken dat voor elke aanbeveling in ieder geval de volgende vragen door het college worden beantwoord in de bestuurlijke reactie:

• Wat is de aanbeveling? • Gaat het college de aanbeveling uitvoeren en waarom wel of niet? • Hoe zal aan deze aanbeveling uitvoering worden gegeven (op hoofdlijnen)? • Wanneer zullen die werkzaamheden zijn afgerond? • Op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd? Als al deze elementen op een concrete wijze in de bestuurlijke reactie aan de orde komen, dan kan dat een afzonderlijk plan van aanpak overbodig maken.

3 Gegenereerd: v1.3

RAAD

VN2025-012967 rekenkamer

In de bestuurlijke reactie beantwoordt het college alle voorgaande vragen. Daarom vraagt de rekenkamer in het besluit niet om een plan van aanpak. Jaarlijkse rapportage over de opvolging van de rekenkameraanbevelingen Het college is sinds 1 januari 2023 wettelijk verplicht om de raad jaarlijks te informeren over de opvolging van de rekenkameraanbevelingen. Het college heeft dit voor het laatst gedaan in het Jaarverslag 2024 (april 2025). Participatie

n.v.t. Financiële onderbouwing

De financiële gevolgen zijn afhankelijk van het plan van aanpak dat het college van burgemeester en wethouders maakt voor de opvolging van de aanbevelingen. Het college heeft in de bestuurlijke reactie aangegeven in 2026 € 540.000 beschikbaar te zullen stellen vanuit incidentele Wmomiddelen om een impuls te geven aan het toegankelijker maken van buurthuizen.

Geheimhouding

n.v.t. Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2025-057829

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-057841

02 Bestuurlijk rapport Toegankelijkheid van buurthuizen (pdf)

AD2025-057842

03 Onderzoeksrapport Toegankelijkheid van buurthuizen (pdf)

AD2025-057843

01 Aanbiedingsbrief aan de gemeenteraad (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Carolien de Blok (projectleider onderzoek Toegankelijkheid van buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf) tel.: 06-82 69 89 33 e-mail: c.deblok@rekenkamer-amsterdam.nl

4 Gegenereerd: v1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16072426/1