Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 02 april 2025
Agendapunt
Ruimtelijke Ordening 7
Datum besluit
College van B&W, d.d. 25 februari 2025
Portefeuille
Onderwerp
Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming: a. de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius, besluit mer-beoordeling en besluit hogere waarde met de omgevingsvergunning Houtsma voor de activiteit bouwen; b. dat het college heeft vastgesteld dat de voorgenomen herontwikkeling en transformatie van het gehele industrieterrein naar een gemengd woon-werkgebied niet zal leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, dat het college voor het bestemmingsplan met medeweging daarvan heeft beoordeeld dat geen milieueffectrapport behoeft te worden gemaakt en dat dit op 21 november 2023 is bekendgemaakt; c. het positieve advies Hoogbouw Effectrapportage (HER) van Monumenten en Archeologie; d. het positieve advies van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost op het voorontwerpbestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius; e. de twee zienswijzen die over het ontwerpbestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius zijn ingebracht; 2. de zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1.e) te beantwoorden overeenkomstig gesteld is in de bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen, die onderdeel uitmaakt van dit besluit; 3.
het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius, bestaande uit de verbeelding, regels en vergezeld van toelichting met bijlagen, met identificatienummer NL.IMRO.0363.M1808BPSTD-VG01, in elektronische en analoge vorm, gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen, in overeenstemming met de van dit besluit onderdeel uitmakende Nota van Beantwoording zienswijzen en Nota van wijzigingen, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie, versie 31-10-2019; 4. geen grondexploitatieplan vast te stellen; 5. dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.
Wettelijke grondslag
Artikel 4.6, tweede lid, sub a, onder 2, Invoeringswet Omgevingswet
1 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
Op grond van dit artikel blijft het oude recht van toepassing op de vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan, als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, tot het bestemmingsplan van kracht is geworden. Artikel 3.1, Wet ruimtelijke ordening Op grond van dit artikel stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan vast waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en waarbij regels worden gegeven omtrent het gebruik van die grond en van de zich aldaar bevindende bouwwerken. Artikel 3.8, Wet ruimtelijke ordening Op grond van dit artikel is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing met dien verstande dat eenieder een zienswijze bij de gemeenteraad mag indienen omtrent het ontwerpbestemmingsplan. Artikel 6.12, tweede lid, Wet ruimtelijke ordening Op grond van dit artikel stelt de gemeenteraad geen exploitatieplan vast indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is.
Bestuurlijke achtergrond
Aanleiding Al langere tijd wordt gewerkt aan de transformatie van het gezoneerde industrieterrein Cruquius. De herontwikkeling van het Cruquiuseiland zorgt dat een verouderd en rommelig bedrijventerrein, afgekeerd van het water, verandert in een aantrekkelijk en levendig woon- en werkgebied aan het water. De herontwikkeling geschiedt gefaseerd in deelgebieden. Op 19 september 2017 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost met een principebesluit besloten in principeakkoord te gaan met het initiatief voor de transformatie van deelgebied 7, Kop van Cruquius. Het principebesluit is genomen op basis van het door een initiatiefnemer ingediende initiatiefdocument Deelgebied Kop van Cruquius van 31 mei 2017. Ook is ingestemd met het voorbereiden van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan op basis van het initiatiefdocument. Doel Het initiatief dat met het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt betreft nieuwbouw voor een woon- en werkprogramma ter vervanging van bedrijfsbebouwing in deelgebied 7. Het gebied krijgt hierdoor een nieuwe inrichting. Deze voorgenomen ontwikkeling is binnen de regels van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan en wordt in navolging van het principebesluit planologisch juridisch mogelijk gemaakt met voorliggend bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan heeft tot doel om te dienen als actueel toetsingskader om omgevingsvergunningen te verlenen. Begrenzing plangebied Het plangebied van Cruquius Deelgebied 7, Kop van Cruquius ligt op het uiteinde van het Cruquiuseiland, aan het einde van de Cruquiusweg (voormalig nr. 152/154). Aan de zuidkant van de
2 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
locatie ligt het perceel van bedrijfsverzamelgebouw Cruquiuskwartier (Cruquiusweg 109-111) en de Locomotiefstraat. Aan de oostzijde ligt het Amsterdam-Rijnkanaal en aan de westzijde de Entrepothaven. Aan de noordzijde ligt de mond van het Amsterdam-Rijnkanaal die overgaat in het IJ. Eerdere besluitvorming
Voorontwerpbestemmingsplan
Op 19 september 2017 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost besloten om het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius voor te bereiden. Op 11 mei 2021 heeft het dagelijks bestuur (DB) van het stadsdeel Oost besloten het voorontwerpbestemmingsplan vrij te geven voor vooroverleg en advies. Over het voorontwerpbestemmingsplan is advies gevraagd aan de stadsdeelcommissie van stadsdeel Oost. Daarvoor is het voorontwerpbestemmingsplan op 22 juni 2021 behandeld in de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie heeft een tweetal adviezen gegeven, een opmerking gemaakt en een vraag gesteld. De reactie van de stadsdeelcommissie gaf geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan en op 06 september 2022 heeft het DB besloten om het bestemmingsplan over te dragen aan de wethouder ruimtelijke ordening voor het verder in procedure brengen ervan.
Ontwerpbestemmingsplan en ontwerp besluit hogere waarden
Op 20 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius en het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder, bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 7, Kop van Cruquius vrijgegeven voor terinzagelegging in het kader van de wettelijke voorbereiding van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening.
Besluit over wijziging Programma na vrijgave ontwerpbestemmingsplan
De initiatiefnemer-ontwikkelaar heeft in 2022 het verzoek gedaan voor aanpassen van het programma waarover eerder door het DB met het principebesluit van 19 september 2017 een positief standpunt in was genomen en waarop het door het college op 22 september 2022 vrijgegeven ontwerp bestemmingsplan was gebaseerd. Om een haalbare businesscase te krijgen om te kunnen starten met de bouw van de eerste twee gebouwen in het plangebied (de zogeheten bouwplannen ‘Houtsma Noord’ en ‘Houtsma Zuid’) is aan het DB verzocht om het aantal m2 werken te reduceren en het aantal m2 wonen te verruimen. Op 23 september 2023 heeft het DB van het stadsdeel Oost positief besloten op dat verzoek. Het gevolg van dat besluit is een ambtshalve wijziging van het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan dat voor vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden.
Onderbouwing besluit
Ad 1a. Kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius, besluit mer-beoordeling en besluit
3 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
hogere waarde met de omgevingsvergunning Houtsma voor de activiteit bouwen; Op 20 december 2021 is op verzoek van de initiatiefnemer, namens het college van burgemeester en wethouders besloten tot een gecoördineerde behandeling en bekendmaking van het (ontwerp)bestemmingsplan, het besluit over de mer beoordeling, het besluit hogere waarde en de (ontwerp)omgevingsvergunning Houtsma voor de activiteit bouwen en de hierop betrekking hebbende stukken. Dit als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Na vaststelling van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius wordt de omgevingsvergunning Houtsma Noord en Zuid verleend. De bekendmaking van de besluiten zijn gecoördineerd volgens de gemeentelijke coördinatieregeling. Dit betekent dat de besluiten gelijktijdig worden bekendgemaakt. Ad 1b. Kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming dat het college heeft vastgesteld dat de voorgenomen herontwikkeling en transformatie van het gehele industrieterrein naar een gemengd woon-werkgebied niet zal leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, dat het college voor het bestemmingsplan met medeweging daarvan heeft beoordeeld dat geen milieueffectrapport behoeft te worden gemaakt en dat dit op 21 november 2023 is bekendgemaakt. Het college heeft op 16 januari 2018 de (aanmeld)notitie m.e.r.
beoordeling Cruquiusgebied, (d.d. 13 juni 2017) vastgesteld. Dit betreft een m.e.r.-beoordeling voor de transformatie van het Cruquiusgebied waarin het programma van meerdere deelgebieden tezamen is beoordeeld. Uit de aanmeldnotitie is gebleken dat de voorgenomen herontwikkeling en transformatie van het gehele industrieterrein naar een gemengd werk- en woongebied niet zal leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat geen milieueffectrapport behoeft te worden gemaakt. De datum van de aanmeldnotitie is daarna gewijzigd naar 15 mei 2018 vanwege een tekstuele aanpassing over de afstand tot de bunkerschepen die niet juist stond vermeld. De conclusies van de aanmeldnotitie zijn niet gewijzigd en besluit daarover heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2020. Voor de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is door het college op 20 september 2022 beoordeeld dat de huidige ontwikkeling van voorliggend bestemmingsplan voor deelgebied 7 past binnen het totaalprogramma dat in de vastgestelde aanmeldnotitie is beoordeeld. En dat voor het bestemmingsplan geen Milieu Effect Rapportage (MER) behoeft te worden opgesteld. Dit is bekendgemaakt op 21 november 2023. De aanmeldnotitie is bijlage 8 van de toelichting van het bestemmingsplan. Ad 1c.
Kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming het positieve advies Hoogbouw Effectrapportage (HER) van Monumenten en Archeologie Het bestemmingsplan maakt onder meer de nieuwbouw mogelijk van een gebouw met een hoogte van 63 meter. Op grond van zowel de Hoogbouwvisie Amsterdam 2011, die gold tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan, als het huidige Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024 wordt dat in deze omgeving aangemerkt als ‘hoogbouw’. Het plangebied ligt net binnen de zogeheten ‘2 km bufferzone’ rond het UNESCO-gebied. In navolging van het hoogbouwbeleid zoals geldend tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan is voor deze beoogde nieuwbouw een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) opgesteld. De HER is in 2018 voor advies voorgelegd aan Monumenten en Archeologie (M&A). Het advies van M&A van 10 september 2018 is positief omdat het past in de ambities en uitgangspunten van de structuurvisie van destijds. Het positieve advies van M&A is als bijlage bijgevoegd. Met de bekendmaking op 13 augustus 2024 is de Hoogbouwvisie Amsterdam 2011 ingetrokken en vervangen door het Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024. De eerder opgestelde HER en het advies van M&A van destijds laten zich in samenhang lezen als een zogeheten ‘inpassingstudie’ zoals bedoeld in het huidige Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024.
De locatie ligt in gebied waarin volgens het Hoogbouwbeleid Amsterdam 2024 hoogbouw met een hoogte van circa
4 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
70 meter of lager als het LIB beperkend is, als onderdeel van het stedelijk weefsel is toegestaan. Ad 1d. Kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming het positieve advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost op het voorontwerpbestemmingsplan; De uitgangspunten van het initiatiefdocument van 19 september 2017 zijn nader uitgewerkt en verwerkt in het voorontwerpbestemmingsplan van 11 mei 2021. Het dagelijks bestuur heeft het voorontwerpbestemmingsplan op 22 juni 2021 voor advies voorgelegd aan de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie heeft geadviseerd om rekening te houden met de eventuele komst van openbaar vervoer in het huidige profiel en om ruimte te maken voor detailhandel. Opgemerkt is dat er weinig sociale huurwoningen aanwezig zijn in het gebied. Gevraagd is of de woningen gas-loos worden. De adviezen, opmerking en vragen van de stadsdeelcommissie leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. De overwegingen daartoe zijn als volgt: Met de gekozen positionering van de gebouwen is eventuele komst van openbaar vervoer mogelijk. De afspraken met de initiatiefnemer ten aanzien van de woningbouwprogrammering dateren uit de tijd voor de ‘40-40-20’ regeling. De bestaande afspraken met de initiatiefnemer daarover worden gerespecteerd.
Detailhandel is in het Cruquiustransformatiegebied eerder mogelijk gemaakt in een ander nabijgelegen deelgebied. De woningen in deelgebied 7 worden gas-loos. Het advies van het dagelijks bestuur van 06 september 2022 over het in procedure brengen van het bestemmingsplan is positief. Ad 1e. Kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming de ingebrachte zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius; Het ontwerpbestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius heeft met ingang van 22 november 2023 tot en met 02 januari 2024, voor eenieder voor zienswijzen ter inzage gelegen. Er is door twee organisaties zienswijzen ingediend. De zienswijzen richten zich in het bijzonder op de toetsing van het plan aan diverse water gerelateerde kaders. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius. Hierin is per zienswijze geconcludeerd of en welke consequenties de zienswijze heeft voor het bestemmingsplan. Voor de volledige beantwoording van de zienswijzen en de consequenties daarvan voor het bestemmingsplan wordt verwezen naar de Nota van Beantwoording zienswijzen. Ad 2.
Besluit de zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1.e) te beantwoorden overeenkomstig gesteld is in de bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen, die onderdeel uitmaakt van dit besluit; De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius. Hierin is per zienswijze geconcludeerd of en welke consequenties de zienswijze heeft voor het bestemmingsplan. Uit de nota is op te maken dat een deel van de zienswijzen aanleiding geeft om de motivering van het bestemmingsplan op onderdelen aan te passen. Dit betreft de inhoud van paragraaf 5.2.2 op het onderdeel ‘profiel van vrije ruimte’ en de inhoud van paragraaf 5.3 van de toelichting op het onderdeel ‘aanvaarrisico’. Een deel van de zienswijzen geeft geen aanleiding tot wijziging van regels, verbeelding of motivering van het bestemmingsplan. Dit omdat uit de kaderstelling waaraan in de betreffende zienswijzen wordt gerefereerd, bij nadere lezing, een andere lering wordt getrokken dan de lering die de indiener van de zienswijze daaruit trekt. Een deel van de zienswijzen geeft aanleiding tot aanpassingen in het juridische deel van het
5 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
bestemmingsplan. Dit betreft onder meer het in de regels borgen van de uitvoering van een maatregel die onderdeel is van de verantwoording van het groepsrisico externe veiligheid en het bij recht toestaan van de nieuwbouw op de zogeheten deellocatie ‘De Werkmeester’. Dit laatste met uitzondering van een zone aanvaarrisico die op de verbeelding wordt opgenomen aan de noordzijde van de zogeheten deellocatie ‘De Werkmeester’. Het opnemen van een dergelijke zone aanvaarrisico met bouwverbod voor het noordelijke deel van de locatie ‘De Werkmeester’ volgt uit de nadere analyse die is uitgevoerd vanwege de zienswijze van Rijkswaterstaat op het onderdeel/onderwerp “Aanvaarrisico/ aanvaarbeveiliging” (zienswijze 3.1.3 van de Nota van Beantwoording zienswijzen). Dit vanwege de ligging van het plangebied langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit is één van de drukst bevaren kanalen van Nederland. Uit de naar aanleiding van de zienswijze van Rijkswaterstaat uitgevoerde nadere analyse over het aanvaarrisico volgt dat het op voorhand niet voor 100% kan worden uitgesloten dat nieuwbouw op de beoogde deellocatie ’De Werkmeester’ geraakt wordt in geval van een calamiteit. En dat de verwachte stootbelastingen in geval van calamiteit dermate groot zijn, dat de constructie van de nieuwbouw daar op die locatie op kan worden gedimensioneerd.
Dit inzicht van de nadere analyse en het voorzorgsbeginsel geven aanleiding om nu in het bestemmingsplan een bouwverbod op te nemen voor de betreffende zone van 13 meter bij de deellocatie ‘De Werkmeester’. Dit aangevuld met de mogelijkheid om met een besluit omgevingsvergunning, onder voorwaarden, later in de tijd af te kunnen wijken van dat bouwverbod. De voorwaarden voor afwijking van het bouwverbod zien toe op het treffen van maatregelen die ertoe gaan leiden dat de nieuw beoogde gebouwen niet kunnen worden aangevaren, dan wel dat dan kan worden aangetoond dat de constructie dermate sterk is, dat het risico op bezwijken klein genoeg is om te voldoen aan de wettelijke constructie-eisen. Ook voor de zogeheten deellocatie ‘Houtsma’ is uit de nadere analyse op te maken dat niet voor 100% kan worden uitgesloten dat een deel van nieuwbouw op die locatie langs het AmsterdamRijnkanaal, geraakt kan worden. In de nadere analyse is beoordeeld of het risico op potentiële slachtoffers te aanvaarden is. Uit de analyse is op te maken dat het groepsrisico naar verwachting onder de zogeheten oriënterende waarde ligt. Onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico is het overwegen van het treffen van maatregelen ter reductie van de kans op slachtoffers.
Uit de nadere analyse is op te maken dat reductie mogelijk is met het treffen van constructieve maatregelen in het ontwerp van de nieuwbouw. Omdat er dan naar verwachting geen sprake meer zal zijn van meer dan 10 potentiële slachtoffers, wordt geconcludeerd dat het groepsrisico aanvaardbaar is. Het treffen van deze gebouwconstructie gerelateerde maatregel wordt daarvoor geborgd in de regels van het bestemminsplan. Het aanvaarden van het groepsrisico onder de oriënterende waarde geschiedt met het vaststellen van het bestemmingsplan. Ad 3 – Besluit het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius, bestaande uit de verbeelding, regels en vergezeld van toelichting met bijlagen, met identificatienummer NL.IMRO.0363.M1808BPSTD-VG01, in elektronische en analoge vorm, gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen, in overeenstemming met de van dit besluit onderdeel uitmakende Nota van Beantwoording zienswijzen en Nota van wijzigingen, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie, versie 31-10-2019 Voorgesteld wordt om het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius zowel naar aanleiding van zienswijzen, als ook ambtshalve, gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan vast te
stellen. Dit in overeenstemming met wijzigingen zoals verwoord in de bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen en de bijgevoegde Nota van wijzigingen. In het navolgende volgt een korte beschrijving van het geldende regime, programma van het bestemmingsplan en aandachtspunten.
6 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
• Geldend regime Het voorliggende bestemmingsplan vervangt een deel van het bestemmingsplan Cruquius dat op 9 april 2013 is vastgesteld. Voorts worden regels overgenomen uit het bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders dat op 7 oktober 2021 is vastgesteld. • Wat verandert er ten opzichte van het geldende bestemmingsplan? Het nieuwe bestemmingsplan wijzigt ter plaatse van het plangebied de geldende bedrijfsbestemming in een gemengde bestemming voor de realisatie van woningen en werkruimte voor creatieve functies, bedrijven, dienstverlening, horeca en maatschappelijke functies. De nieuwbouw die wordt mogelijk gemaakt is anders gesitueerd dan de bestaande gebouwen en is hoger dan de bestaande gebouwen. Het plangebied maakt niet langer onderdeel meer uit van het gezoneerde industrieterrein Cruquius, maar komt in de zone van het resterende deel van het gezoneerde industrieterrein te liggen. • Programma Het bestemmingsplan maakt verdeeld over een vijftal bouwvelden/gebouwen de realisatie mogelijk van in totaal circa 463 woningen in maximaal 59.000 m2 bvo en minimaal 1.300 m2 bvo tot maximaal 4.400 m2 bvo werkruimte voor creatieve functies, bedrijven, dienstverlening, horeca en maatschappelijke functies. Een van deze bouwvelden betreft de verplaatsing van een bestaand karakteristiek gebouw voor een nieuwe publieke horecafunctie.
Dit door sloop van het gebouw op de huidige locatie en herbouw in de nieuwe publieke openbare ruimte elders in het plangebied. De omvang van de woonfunctie is maximaal 59.000 m2 bvo. Dit behelst circa 463 woningen verdeeld over een vijftal bouwvelden/gebouwen. Hiervan is 52 een sociale huurwoning en vallen er 5 bij aanvang in de categorie middenhuur. De overige 406 woningen betreft vrije sector huurappartementen, vrije sector koopappartementen en grondgebonden woningen in de vrije sector. Het aantal sociale huurwoningen betreft 11% van het totaal beoogde woningbouwprogramma en het percentage middenhuur 1%. Aandachtspunten: • Stedelijke kaders en beleid Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de stedelijke kaders opgesteld en vormt geen strijd met provinciaal beleid en rijksbeleid. • Wonen De gemeenteraad heeft op 19 juli 2017 de Woonagenda 2025 en op 20 december 2017 het stedelijk kader voor sociale en middensegment huurwoningen in particuliere plannen vastgesteld. In de woonagenda is woningbouwprogrammering voor Amsterdam opgenomen. Uitgangspunt bij woningbouw is 40% sociale huur, 40% middelduur en 20% dure huur en koop (hierna: ‘40-40-20’) en dat borging ervan primair privaatrechtelijk plaatsvindt. In de samenwerkingsovereenkomst (SOK) van 14 december 2017 zijn voor dit plan met de initiatiefnemer afspraken vastgelegd over het te realiseren programma.
Het voorliggende plan voldoet niet aan de ‘40-40-20’ verdeling. Omdat de contractuele afspraken in de SOK dateren van voor de vaststelling van het stedelijk kader voor sociale en middensegment huurwoningen is dit volgens ‘spelregel 3’ van het beleid van de woonagenda toegestaan. • Geluid Het bestemmingsplan heeft tot doel om woningbouw mogelijk te maken op een locatie waar nu nog geen geluidgevoelige functies zijn toegestaan. De beoogde nieuwbouw ligt nabij een bestaand bedrijfsverzamelgebouw. Om te voorkomen dat deze bestaande inrichting wordt belemmerd in haar bedrijfsvoering als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan, worden in de regels van het bestemmingsplan geluid-gerelateerde voorwaarden gesteld aan de nieuwbouw met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast wordt met het bestemmingsplan geregeld dat het plangebied
7 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
zelf niet langer deel uitmaakt van het gezoneerde industrieterrein Cruquius (het ‘industrieterrein’), maar dat het in de wettelijke onderzoekszone van het industrieterrein komt te liggen (de ‘zone’). Op grond van de Wet geluidhinder dienen voor de nieuwe geluidgevoelige functies hogere waarden te worden vastgesteld vanwege geluid van het resterende deel van het gezoneerde industrieterrein Cruquius werkgebied. Er is positief geadviseerd door de TAVGA en er wordt voldaan aan het Amsterdams Geluidsbeleid. Het vaststellen van hogere waarden is een bevoegdheid van het college. • Parkeren Het autoparkeren wordt voor bewoners van de woningen en voor gebruikers en bezoekers van de werkruimten voorzien in de inpandige parkeergarages van de nieuwe appartementengebouwen. Het bezoekersparkeren voor het wonen vindt in de openbare ruimte plaats. Er wordt voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid. • Stedenbouwkundig – Spelregels 2012 Als stedenbouwkundig kader voor het transformatiegebied Cruquius zijn in 2012 een spelregelkaart en bijbehorende spelregels door de toenmalige deelraad van het stadsdeel Oost vastgesteld. Nadien is met het principebesluit van 19 september 2017 van het algemeen bestuur van het stadsdeel over het initiatiefdocument voor deelgebied 7 besloten om voor de situering van de gebouwen op onderdelen af te wijken van de spelregelkaart.
Het bestemmingsplan sluit voor de situering van de gebouwen aan op het principebesluit van 19 september 2017. Dit betekent dat er een plein aan de zijde van de Entrepothaven komt en dat er ten opzichte de spelregelkaart een extra straatje (in de spelregels aangeduid als ‘snede’) wordt gecreëerd waardoor er meer mogelijkheid is voor het beleven van het water vanuit de openbare ruimte. En dit betekent ook dat het op de spelregelkaart als ‘karakteristieke bebouwing’ aangemerkte gebouw met de aanduiding ‘behoudens waardig object’ in navolging van het principebesluit op dit plein wordt herbouwd. Volgens de spelregels geldt voor de gebouwen een maximale hoogte van 60 meter voor een hoogteaccent en voor de overige gebouwen maximaal 21 meter. Met het principebesluit van 19 september 2017 van het stadsdeel over het initiatiefdocument is eerder een bestuurlijke afweging gemaakt over een toegestane afwijking van de bouwhoogten van de spelregels. Destijds is met dat besluit de afweging gemaakt dat de bouwhoogten van de spelregels mogen worden overschreden voor de realisatie van een hogere verdiepingshoogte van begane grond voor een kwalitatieve plint wat doorwerkt in de totale bouwhoogte.
In voorliggend bestemmingsplan is de eerder gemaakte bestuurlijke afweging vertaald naar het toestaan van het overschrijden van de maximale hoogte van 60 meter van de spelregelkaart met maximaal 3 meter voor het meest noordelijk gelegen gebouw. En met het toestaan van een overschrijding van de maximale bouwhoogte van 21 meter van de spelregelkaart met 4 meter voor het meest westelijk gelegen gebouw en 2 meter voor de gebouwen op de andere locaties. Onderdeel van het plan is realisatie van werkruimte. Volgens de in 2012 vastgestelde spelregels is voor de begane grond een verdeling van 50% wonen en 50% werken wenselijk, maar is uitruiling tussen bouwvelden mogelijk. Dit is in voorliggend plan aan de orde. Daarbij is ook een afwijking van de verdeling aan de orde. De motivering daarvoor is de ligging van het deelgebied en het potentiële vestigingsklimaat. Aangezien Cruquius deelgebied 7, Kop van Cruquius aan het einde van een doodlopende weg ligt, zonder openbaar vervoer, is het erg lastig om hier bedrijvigheid te realiseren. Om een haalbare businesscase te krijgen, zodat op korte termijn gestart kan worden met de bouw van de eerste twee gebouwen (Houtsma) op de Kop van Cruquius heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost op 12 september 2023 besloten om op dit onderdeel af te wijken van de Spelregelkaart Cruquius.
In plaats van 3.400 m2 bvo niet-woonfuncties mag er minimaal 1.700 m2 bvo niet-wonen worden gerealiseerd. Elders in Cruquius, worden in deelgebied 9 (voorheen bekend als locatie ‘Steenkist’ aan de Cruquiusweg 77) 400 m2 bvo extra niet-woonfuncties gerealiseerd, daarom geldt voor deelgebied 7 een minimum van 1.300 m2.
8 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
• Stedenbouwkundig - Zichtbaarheid, schaduw en windhinder hoogbouw Het bestemmingsplan maakt onder meer de nieuwbouw mogelijk van een gebouw met een hoogte van 63 meter waarvoor een HER is opgesteld om de effecten in beeld te brengen op het (stedelijk) landschap en omgeving (zie beslispunt 1b) en voor wat betreft de aspecten zichtbaarheid, schaduw en windhinder. De bezonningsstudie laat zien dat de nieuwbouw niet zorgt voor veel extra schaduw op de omliggende bebouwing. De nieuwbouw ligt op de kop van een schiereiland en is daar aan drie zijden omringt door water. Gedurende de dag valt de schaduw voornamelijk op het water of gedurende een relatief korte periode in het jaar, zeer kortstondig op een klein deel van omliggende bebouwing. Uit het windhinderonderzoek blijkt dat er enkele knelpunten zijn. Deze worden opgelost door het planten van bomen. Het planten van bomen heeft een positief effect op de reduceren van de windhinder en is daarom in het bestemmingsplan via een voorwaardelijke verplichting opgenomen. • Duurzaamheid Het plan voor deelgebied 7 is onderdeel van de transformatie van een verouderd en rommelig geluid gezoneerd industrieterrein met bodemvervuiling in een nieuw woon- en werkgebied. Onderdeel van het beoogde plan is natuur inclusief bouwen. Dit zal gedaan worden door zwaluwnesten in de metselwerk gevels op te nemen en kasten voor vleermuizen.
Tevens zullen in de inrichting van de openbare ruimte groen elementen worden opgenomen die in samenhang met het gebouw een duurzaam leefgebied creëren. Voor duurzame energie wordt gebruik gemaakt van een WKOinstallatie en zonnepanelen. De initiatiefnemer is onder meer voornemens om in gebouwen voorbereidingen te treffen om te anticiperen op een toekomst met meer elektrisch vervoer. • Planschade Onderdeel van de samenwerkings- en anterieure-overeenkomst voor het gehele bestemmingsplangebied is dat planschade bij de ontwikkelende partij kan worden verhaald. Het voorliggende bestemmingsplan wordt daarmee financieel uitvoerbaar geacht. Ad 4 Besluit geen grondexploitatieplan vast te stellen Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening mogelijk gemaakt. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden is een anterieure overeenkomst gesloten voordat het bestemmingsplan is vastgesteld. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken over het verhaal van kosten op afdoende wijze vastgelegd. Kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd. Voorts is er geen noodzaak om een tijdvak of fasering te bepalen of nadere eisen, regels of een uitwerking van regels te stellen. Dit betekent dat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt.
Ad 5 Besluit dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is De Crisis- en herstelwet (Chw) is van toepassing, omdat in bijlage I van de Chw als categorie van gevallen onder andere is genoemd de ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wro ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden. Voorliggend bestemmingsplan moet worden gezien als een onderdeel van deze categorie, aangezien er sprake is van de herstructurering van een woon-werkgebied binnen het Cruquiuswerkgebied. Bovendien heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in vaste jurisprudentie bepaald dat de Chw van toepassing kan zijn in een geval waarin uitsluitend sprake is van planologische herstructurering van een bedrijventerrein. Als gevolg daarvan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing.
9 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
De werking van de Chw dient bij het besluit te worden aangegeven en brengt onder meer met zich mee dat bij een eventueel beroep alle beroepsgronden in het beroepschrift dienen te worden opgenomen, en deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Verder verloopt de behandeling van het beroep versneld.
Participatie
Niet aan de orde
Financiële onderbouwing
Overige toelichting
N.v.t. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.
Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Ter Inzage
Registratienr.
Naam
AD2025-006419
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2025-011410
02. Regels.pdf (pdf)
AD2025-011411
03. Bijlagen bij de regels.pdf (pdf)
AD2025-011412
01. Verbeelding.pdf (pdf)
AD2025-011413 AD2025-011415
06. MA advies HER - Cruquius deelgebied 7-Kop Cruquius.pdf (pdf) 08. Nota van Beantwoording Zienswijzen BP.pdf (pdf)
AD2025-011416
07. Advies DB - Cruquius deelgebied 7.pdf (pdf)
AD2025-011417
09. Nota van Wijzigingen BP.pdf (pdf)
AD2025-011588
04. Toelichting.pdf (pdf)
AD2025-011653
05. Bijlagen bij de toelichting.pdf (pdf)
Registratienr.
Naam
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ruimte & duurzaamheid, Erwin de Bos, 06 22 34 27 99, e.de.bos@amsterdam.nl Project Management Bureau, Natascha van Bennekom, 06 46014886,
10 Gegenereerd: v1.1
VN2025-001602 rve ruimte en duurzaamheid
RAAD
n.van.bennekom@amsterdam.nl.
11 Gegenereerd: v1.1