Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2024-009214 Economische Zaken
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024
Portefeuille
Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol)
Agendapunt
25
Datum besluit
18 juni 2024 Onderwerp
Geen zienswijze inbrengen op het ontwerp wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Gelet op het gewijzigde ontwerp Gemeenschappelijke regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, zoals opgenomen in bijlage 1; Ten aanzien van het gewijzigde ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied geen zienswijze in te dienen (zoals het college van B en W adviseert). Wettelijke grondslag
• artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr); • artikel 29 van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied. Bestuurlijke achtergrond
Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijker regelingen (Wgr) gewijzigd. Het doel van deze wijziging is om de positie van gemeenteraden en provinciale staten ten opzichte van de gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal wijzigingen is al direct in werking getreden, maar een deel dient binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt te worden in de gemeenschappelijke regeling, omdat hier keuzes gemaakt moeten worden. Dat geldt ook voor de Gemeenschappelijke Regeling CNB. Hiervoor is een besluit nodig van de vier aangesloten NZKG-gemeenten. Het bestuur van het CNB NZKG heeft een ontwerp wijzigingsvoorstel GR CNB NZKG opgesteld en biedt dit aan voor zienswijze aan de vier gemeenteraden. Onderbouwing besluit
Algemeen: Centraal Nautisch Beheer De Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (CNB) is een samenwerkingsverband van de gemeente Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad. Dit samenwerkingsverband is opgericht om een veilige, vlotte en duurzame afwikkeling van het scheepsvaartverkeer te bevorderen in het Noordzeekanaalgebied. Het Bestuur van het CNB bestaat uit de havenwethouders van de vier CNB-gemeenten. Daarnaast heeft het CNB een adviesraad, bestaande uit een vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat, Zeehaven IJmuiden en Tata Steel. Het CNB voert in mandaat de nautische rijkstaken uit. De taken van het CNB worden uitgevoerd door de Divisie Havenmeester van Havenbedrijf Amsterdam N.V. (DHM). Het hoofd DHM, (de Havenmeester) is tevens directeur van het CNB. Door een wijziging van Wgr moeten alle gemeenschappelijke regelingen worden aangepast. Het college heeft de bevoegdheid om in te stemmen met een (nieuwe/gewijzigde) gemeenschappelijke
Gegenereerd: v1.19
1
Gemeenteraad
VN2024-009214 Economische Zaken
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024
regeling maar heeft hiervoor de toestemming van de gemeenteraad nodig. Bovendien wordt de gemeenteraad eerst in de gelegenheid gesteld om ten aanzien van de nieuwe regeling een eventuele zienswijze in te brengen. Kennis te nemen van het gewijzigde ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, zoals opgenomen in bijlage 1. Op 1 juli 2022 trad een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking. De wijziging heeft tot doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. De kaderstellende en controlerende rollen die gemeenteraden hierbij hebben worden versterkt. Op grond van artikel 1 van de Wgr moet de ontwerptekst van de gewijzigde GR voorgelegd worden aan de raden van de deelnemende gemeentes voor een zienswijze. Voor de GR CNB ligt de ontwerptekst nu voor. De wijzigingen geven geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Er kan worden ingestemd met de wijzigingen in de regeling. Dit stellen we als zienswijze voor aan de gemeenteraad. Hieronder volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen: Actieve informatieplicht (Artikel 17, lid 2 en 3 Wgr) Vanuit de Wgr bestaat er een actieve informatieplicht, zodat raden en staten hun taken goed uit kunnen voeren.
Artikel 7 lid 2 GR CNB wordt om die reden gewijzigd en aangevuld met de bepaling: “Ook zonder dat het college daarom verzoekt, verschaft het bestuur het college alle inlichtingen die deze nodig heeft voor de uitoefening van hun taken.” Artikel 7 lid 3 GR CNB wordt aangevuld met de bepaling: “In het kader van de inlichtingenplicht als bedoeld in lid 2 stuurt het bestuur voorafgaand aan zijn vergadering de agendapunten van de bestuursvergadering aan de raad van de gemeenten. Het bestuur stuurt binnen een maand na zijn vergadering de concept-besluiten aan de raad van de gemeenten.” Adviescommissie De Wgr biedt de mogelijkheid voor het bestuur om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen naar aanleiding van een voorstel van raden en staten. Artikel 7 GR CNB is om die reden aangevuld met een lid 5 waarin het volgende is opgenomen: “Op voorstel van de raden van de gemeenten stelt het bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die bestaat uit leden die de raden uit hun midden aanwijzen. Het bestuur stelt de bevoegdheden, taken en werkwijzen van de commissie vast, nadat de raden hun wensen en bedenkingen daaromtrent kenbaar hebben kunnen maken.” Het nieuwe volledig Artikel 7 GR CNB luidt nu als volgt: Artikel 7: Verantwoording 1.
Gegenereerd: v1.19
Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen.
2
Gemeenteraad
VN2024-009214 Economische Zaken
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024
2.
3.
4. 5.
Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat collegegevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt op het tijdstip dat het college daarom verzoekt. Ook zonder dat het college daarom verzoekt, verschaft het bestuur het college alle inlichtingen die deze nodig heeft voor de uitoefening van hun taken. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verantwoording en inlichtingen aan de raden. In het kader van de inlichtingenplicht als bedoeld in lid 2 stuurt het bestuur voorafgaand aan zijn vergadering de agendapunten van de bestuursvergadering aan de raad van de gemeenten. Het bestuur stuurt binnen een maand na zijn vergadering de concept-besluiten aan de raad van de gemeenten. Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen worden ontslagen indien dit lid niet langer het vertrouwen van dat college bezit. Op voorstel van de raden van de gemeenten stelt het bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die bestaat uit leden die de raden uit hun midden aanwijzen. Het bestuur stelt de bevoegdheden, taken en werkwijzen van de commissie vast, nadat de raden hun wensen en bedenkingen daaromtrent kenbaar hebben kunnen maken.
Uitbreiding zienswijzen (Artikel 10, lid 5 en 6 Wgr) Naast de jaarlijkse zienswijze op de ontwerpbegroting van de CNB NZKG biedt de nieuwe Wgr ook de mogelijkheid om zienswijzen te geven op andere bestuurlijke besluiten binnen de CNB NZKG. Om deze reden is een nieuwe artikel (art. 17) opgenomen in de GR CNB. Zie specifiek Artikel 17, lid 1, 2 en 3 GR CNB. Participatie (Artikel 10 lid 7 en 8 Wgr) De Wgr stelt dat in de GR nadrukkelijk moet worden vastgelegd of er de mogelijkheid bestaat voor participatie. Dit regels inzake participatie zijn opgenomen in Artikel 17 lid 4 GR CNB. Het nieuwe aan de GR CNB toegevoegde Artikel 17 luidt als volgt: Artikel 17: Besluiten na Zienswijzen 1.
De volgende besluiten van het bestuur dienen, voordat ze worden vastgesteld, voorgelegd te worden aan de raden voor het indienen van een zienswijze:
1. 2.
besluiten als bedoeld in artikel 6, vierde lid; besluiten waarvan de leden van het bestuur unaniem van oordeel zijn dat het om een politiek gevoelige kwestie gaat die het gehele gebied van de regeling betreft dan wel belangrijke impact heeft op het grondgebied van alle aangesloten gemeenten.
1.
Voordat het bestuur een besluit neemt over een van de onderwerpen als bedoeld in het eerste lid, biedt het de raden van de deelnemende gemeenten de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen. Het bestuur laat de raden schriftelijk en gemotiveerd weten wat zijn oordeel is over de zienswijze(n), voordat het een besluit neemt. Belanghebbenden (ingezetenen en bedrijven) worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten als bedoeld in het eerste lid onder c. Zodra het bestuur het concept-beleid heeft vastgesteld, gaat de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van start. Wanneer inzake de voorbereiding van besluiten
2. 3.
Gegenereerd: v1.19
3
Gemeenteraad
VN2024-009214 Economische Zaken
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024
geen relevante zienswijzen voor het beleid worden ingediend, wordt er geen participatie georganiseerd op de uitvoering en evaluatie. Uittreding (Artikel 9, lid 1 Wgr) De gewijzigde Wgr bepaalt dat er in de GR duidelijke afspraken opgenomen moeten worden over uittreding. Om die reden is Artikel 22, lid 2 GR CNB (het oude artikel 21) uitgebreid met bepalingen waaraan een uittreding moet voldoen. Artikel 22 GR CNB luidt nu als volgt: Artikel 22 Uittreding 1. 2.
3.
Een college kan uittreden uit de regeling. Het bestuur regelt de financiële en de overige gevolgen van de uittreding. Deze zijn bindend voor het uittredende college. Uitgangspunt is dat het voortbestaan van de regeling niet in gevaar mag komen, dat er geen bedragen aan het uittredende college worden betaald en dat het uittredende college het CNB betaalt voor de verleende diensten en de kosten van de uittreding. Contracten met de uittredende gemeente worden ontbonden met inachtneming van het in dit lid bepaalde. De uittreding gaat niet ten koste van het vermogen van het CNB. Voor de uittreding maken de deelnemende gemeenten in elk geval afspraken over de volgende onderwerpen: Hoe wordt uittreding kenbaar gemaakt; wat is het aanvangsmoment van de procedure; welke partij stelt een uittredingsplan op en berekent de uittreedsom; wat is het moment van feitelijke uittreding; wat zijn de kaders van het uittredingsplan en voor de berekening van de uittreedsom; wanneer wordt de GR aangepast en hoe is de besluitvorming. De uittreding kan, behoudens door het bestuur toegestane afwijking, slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van het eerstvolgende jaar, volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.
Wijziging van de regeling In artikel 23 GR CNB (het ouder artikel 22) wordt de procedure rondom een wijziging van de GR geregeld. In de nieuwe GR krijgen de gemeenteraden meer zeggenschap bij een voorstel van wijziging door een van de colleges. Voortaan hebben zij het recht om een zienswijze hierop in te dienen. Om die reden zijn lid 3 en lid 4 toegevoegd aan Artikel 23 GR CNB. Het gewijzigde Artikel 23 GR CNB (het oude artikel 22) luidt nu als volgt: Artikel 23: Wijziging 1. 2. 3.
4.
5.
Gegenereerd: v1.19
Het bestuur kan een voorstel voor wijziging van de regeling aan de colleges zenden. Een wijziging is tot stand gekomen wanneer de colleges van de gemeenten daartoe unaniem hebben besloten Binnen 8 weken nadat het college de concept-wijziging aan de raden heeft gestuurd, kunnen de raden hun zienswijze indienen, dan wel laten weten dat ze ervan afzien. Het college stelt, als het een wijziging aan de raad voor zienswijzen heeft ingediend, de wijziging vast en stelt raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen en de wijziging. De raden van de gemeenten beslissen binnen 13 weken na toezending van de wijziging van de regeling over de toestemming tot wijziging. De termijn van 13 weken start op het moment dat de deelnemende colleges de raden verzoeken om toestemming te verlenen voor het wijzigen van de regeling.. De raden van de gemeenten kunnen hun toestemming onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang Het bestuur regelt de eventuele gevolgen van de wijziging.
4
Gemeenteraad
VN2024-009214 Economische Zaken
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024
Evaluatie (Artikel 11a Wgr) In de GR moeten afspraken worden gemaakt over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De evaluatie kan gaan over de regeling zelf of over het functioneren van het samenwerkingsverband. De deelnemende raden kunnen verzoeken om afwijking van de regeling van evaluatie. Hiervoor is een nieuw artikel opgenomen in de GR CNB, dat luidt als volgt: Artikel 28: Evaluatie Ten aanzien van de evaluatie van de regeling en de uitvoering ervan geldt dat geen vaststaande frequentie is vastgelegd. Het bestuur bepaalt – bij meerderheid van stemmen – of, wanneer en eventueel voor welke nader te bepalen onderdelen van de GR een evaluatie van meerwaarde is. De aansluitende uitvoering van de evaluatie wordt verzorgd door het bestuur en wordt aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Afwijking van de regeling omtrent evaluatie is mogelijk als de deelnemende raden daarom verzoeken. Controle instrumenten De Wgr biedt ook de mogelijkheid voor het opnemen van aanvullende controle-instrumenten. Hiervoor geldt hetzelfde als voor het punt hier boven: de bevoegdheid (recht van enquête en onderzoek door rekenkamer) volgt rechtstreeks uit de Gemeentewet/Provinciewet. Technische wijzigingen Daarnaast is van de mogelijkheid gebruikt gemaakt om ook een aantal technische wijzigingen door te voeren.
De belangrijkste hiervan zijn dat begripsbepalingen in overeenstemming zijn gebracht met de Omgevingswet en dat er in de bestaande zienswijze procedure voor het vaststellen van begroting en jaarrekening (Artikel 14 en 15 GR CNB) enkele technische verbeteringen zijn aangebracht Te verklaren dat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld een zienswijze over te brengen, waarbij het college van B en W adviseert om het gewijzigde ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied geen zienswijze in te dienen. De raad wordt gevraagd of zij een zienswijze willen indienen op de gewijzigde GR CNB, waarbij wordt opmerkt dat de wijzigingen voor het college geen aanleiding vormen tot het indienen van een zienswijze. Vervolg Na verwerking van de zienswijzen van de vier gemeenteraden wordt de gewijzigde GR CNB ter instemming voorgelegd aan het bestuur van het CNB. Vervolgens wordt de definitieve GR CNB voor instemming voorgelegd aan de vier gemeenteraden. Financiële onderbouwing Overige toelichting
Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Conclusie
Gegenereerd: v1.19
5
Gemeenteraad
VN2024-009214 Economische Zaken
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 17 juli 2024
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2024-039430
Bijlage 1. Ontwerp wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling CNB NZK.pdf (pdf)
AD2024-040631
Bijlage 2. Ontwerp wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling CNB NZKG met wijzigingen bijhouden.docx (msw12)
AD2024-039402
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Economische Zaken en Cultuur, Hans van Wijk, 06-5109 5144, h.van.wijk@amsterdam.nl Juridisch Bureau, Herman Verhaar, 06-8363 8564, h.verhaar@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.19
6