Gemeenteraad Voordracht (7).pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2023-024510 Werk, Participatie en Inkomen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023
Portefeuille
Sociale Zaken
Agendapunt
0
Datum besluit
21 november 2023 Onderwerp
Vaststellen Verordening handhaving en verrekening boete Wet inburgering 2021 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. 2. 3.
tot het vaststellen van de Verordening handhaving en verrekening boete Wet inburgering 2021 gemeente Amsterdam; tot de inwerking laten treden van de verordening met ingang van 1 januari 2024; kennis te nemen van het door het college vastgesteld handhavingskader Wet inburgering 2021.
Wettelijke grondslag
Artikel 149 van de Gemeentewet Wet inburgering 2021 Bestuurlijke achtergrond
Onder de Wet inburgering 2021 (hierna Wi2021) hebben gemeenten de verantwoordelijk om tijdens het inburgeringstraject te handhaven op de inspanningsverplichting van inburgeraars. Het doel van handhaving is dat de inburgeraar zo snel mogelijk op een zo hoog mogelijk niveau inburgert in de Nederlandse samenleving door het voltooien van het inburgeringstraject. Op 21 november 2023 is het handhavingskader Wi2021 onder voorbehoud door het college vastgesteld. In het kader is uitgewerkt hoe wij als Amsterdam uitvoering geven aan onze handhavende taak onder de Wi2021. Onderbouwing besluit
In Amsterdam hebben wij op dit moment nog niet gehandhaafd op grond van de Wi2021, omdat het handhavingskader Wi2021 nog niet was vastgesteld. Wij hebben ervoor gekozen om een beleidsvisie te formuleren en een handhavingskader uit te werken omdat de strikte en rigide benadering van handhaving uit de Wi2021 niet in lijn is met onze visie op handhaving van de Wi2021. Uitgangspunt is dat we uit gaan van vertrouwen en de intrinsieke motivatie van de inburgeraar en in de wijze van handhaving oog houden voor de menselijke maat. De keuzen in het kader maken het vaststellen van een gemeentelijke verordening noodzakelijk. Ad 1) Het vaststellen van de verordening handhaving en verrekening boete Wet inburgering 2021 gemeente Amsterdam; De bevoegdheid tot verrekenen (artikel 2 van de verordening) Artikel 4.93, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat verrekening van een geldschuld met een bestaande verordening alleen mogelijk is als in de bevoegdheid daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. De Wet inburgering 2013 had hiervoor een apart voorschrift, maar deze
Gegenereerd: v1.88
1
Gemeenteraad
VN2023-024510 Werk, Participatie en Inkomen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023
bevoegdheid is in de Wi2021 niet teruggekomen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat dit een bewuste keuze is geweest van de wetgever. De Verordening handhaving en verrekening boete Wet inburgering 20221 maakt het mogelijk om een boete op grond van de Wi2021 te verrekenen met de algemene bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Het college stelt voor om deze verordening vast te stellen, omdat: 1.
2. 3.
Zonder een verordening als wettelijke grondslag een inburgeraar toestemming moet verlenen voor de verrekening. Het is echter niet wenselijk om de bevoegdheid tot verrekening aankelijk te maken van de keuze van de inburgeraar vanwege de aankelijkheidsrelatie met de gemeente; Het college een boete op grond van de Wi2021 niet met een aanmaning en dwangbevel (vergelijk artikel 4.117 Awb en artikel 5.10 Awb) in hoeft te vorderen; Het college met deze verordening zicht en regie houdt op de financiën van de inburgeringsplichtige met een bijstandsuitkering. Hierdoor kan er tijdig worden bijgestuurd om financiële problemen te voorkomen, mocht een bestuurlijke boete daartoe aanleiding geven.
Bij het invorderen van de bestuurlijke boetes op grond van de Wi2021 past de gemeente Amsterdam sociale incasso toe. Dat houdt in dat we in samenspraak met de inburgeraar kijken naar de mogelijkheden van aflossing. Daarnaast houden we ook altijd rekening met een beslagvrije voet van 95% van de dan van toepassing zijnde bijstandsnorm. Zienswijze (artikel 3 van de verordening) De verordening regelt dat de inburgeringsplichtige altijd de mogelijkheid heeft om zijn zienswijze naar voren te brengen als het college het voornemen heeft om een boete op te leggen, ongeacht de hoogte van de voorgenomen bestuurlijke boete. Ook als de bestuurlijke boete lager is dan €340,- wordt de zogenaamde zware procedure gevolgd: we stellen altijd een boeterapport op en de inburgeringsplichtige wordt altijd in de gelegenheid gesteld om de eigen zienswijze naar voren te brengen. Artikel 5.53 Awb bepaalt dat voor de bevoegdheid voor het toepassen van de zware procedure een wettelijk voorschrift nodig is. De vast te stellen verordening regelt deze bevoegdheid en maakt dit tot een verplichting. Ad 2) tot het inwerking laten treden van de verordening met ingang van 1 januari 2024; Om de Wet inburgering 2021 met ingang van 1 januari 2024 te kunnen handhaven met toepassing van het handhavingskader treedt deze verordening in werking op deze datum, te weten 1 januari 2024.
Ad 3) kennis te nemen van het door het college vastgesteld handhavingskader Wet inburgering 2021. De gemeente moet handhavend optreden als een inburgeraar niet verschijnt bij- of meewerkt aan de brede intake en/of niet of onvoldoende meewerkt aan de afspraken uit het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verantwoordelijk voor het vaststellen van de inburgeringsplicht en het handhaven op de inburgeringstermijn. Het handhavingskader van de gemeente Amsterdam is bij deze voordracht gevoegd. Het handhavingskader Wet inburgering 2021 gaat in op de volgende zaken: 1. Amsterdamse handhavingsvisie inburgering; 2. Samenhang met de Participatiewet; 3. Amsterdamse invulling van handhaving van de Wi2021; 4. Het opleggen en incasseren van de boetes en de noodzaak van een gemeentelijke verordening.
Gegenereerd: v1.88
2
Gemeenteraad
VN2023-024510 Werk, Participatie en Inkomen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023
1. Amsterdamse handhavingsvisie inburgering We gaan uit van vertrouwen en de intrinsieke motivatie van de inburgeraar. Door gedegen informatievoorziening, het positief motiveren van de inburgeraar en maatwerk zet de gemeente zich in om fouten en misstanden te voorkomen. Een waarschuwing voor een boete kan al een preventieve werking hebben. We zien daadwerkelijk sanctioneren echt als allerlaatste middel om inburgeraars te stimuleren hun verplichtingen na te komen en te voorkomen dat het inburgeringstraject vertraagt waardoor DUO boetes oplegt aan het eind van de rit. 2. Samenhang met de Participatiewet Gemeenten hebben beleidsvrijheid om te kiezen voor handhaving van de inburgeringsverplichtingen op grond van de Wi2021 of op grond van de Participatiewet (P-wet) in het geval van inburgeraars met een algemene bijstandsuitkering. Deze vrijheid hebben gemeenten als het gaat om inburgeringsverplichtingen uit de Wi2021 die niet heel evident aan een van de beide wetten zijn toe te schrijven. Hiervan is sprake als een inburgeraar zich niet houdt aan de vastgestelde intensiteit van de Module Arbeidsmarkt en Participatie en de leerroute (zie bijlage I, pag. 7 van het handhavingskader Wi2021). Amsterdam kiest voor een uniforme aanpak van handhaving voor alle groepen inburgeraars. Dat betekent dat Amsterdam in geval van samenloop van de P-wet en de Wi2021, handhaaft op grond van de Wi2021.
Bij samenloop is een boete op grond van de Wi2021 een passender middel, omdat een maatregel door de hoogte ervan zoveel stress kan veroorzaken en daarmee een averechts effect kan hebben op het succesvol voltooien van de inburgering. 3. Handhaving in Amsterdam De Wi2021 en nadere regelgeving laten weinig ruimte voor een eigen, gemeentelijke invulling aan het handhavingsproces. Het proces en de boetes voor het niet verschijnen bij de brede intake zijn strak ingeregeld. Deze strikte en rigide benadering is niet in lijn met de Amsterdamse visie waarbij vertrouwen en oog voor de menselijke maat uitgangspunten zijn. Daarom kiest Amsterdam ervoor om daar waar redelijk en in het belang van de inburgeraar af te wijken van het wettelijk kader (zie kopje “advies, afstemming en participatie” voor de risico’s en maatregelen). Dit leidt tot de volgende keuzes bij de uitvoering van onze handhavende taak: • Extra uitnodiging(en) en/of (informele) waarschuwing(en), zowel tijdens de brede intake als na de start van de inburgeringstermijn. Hiermee creëren we extra contactmomenten om de inburgeraar te informeren over diens inburgeringsverplichtingen en diegene te motiveren zich in te spannen.
• De gefixeerde boete van €250,- voor het niet meewerken aan de brede intake wordt maximaal één keer opgelegd in plaats van twee keer tijdens de brede intake, zodat minder stress ontstaat dan bij stapeling van boetes. • De laagste categorie boete van €50,- (bij het niet meewerken aan de afspraken uit het PIP) wordt vervangen door een waarschuwing mits een inburgeraar gehoor geeft aan de uitnodiging voor een zienswijzegesprek en bereidheid tot naleving toont. • Een inburgeraar wordt altijd in de gelegenheid gesteld om de eigen zienswijze naar voren te brengen, ongeacht de hoogte van een voorgenomen boete. 4. Het opleggen en incasseren van de boetes en de noodzaak van een gemeentelijke verordening Voor het opleggen en incasseren van de boetes gaat de afdeling Inburgering en Taal samenwerken met het boeteteam en het terugvorderteam van Handhaving Werk en Inkomen. Opleggen van de boete We kiezen ervoor om het al dan niet opleggen van een bestuurlijke boete te beleggen bij het boeteteam van WPI en niet bij de klantbegeleider, omdat:
Gegenereerd: v1.88
3
Gemeenteraad
VN2023-024510 Werk, Participatie en Inkomen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023
1. 2.
Het al dan niet opleggen van een boete altijd objectief en onbevooroordeeld dient plaats te vinden; Het boeteteam beschikt over de expertise die nodig is om te beoordelen of een boete kan worden opgelegd en de hoogte daarvan te bepalen.
Incasseren van de boete De bestuurlijke boetes op grond van de Wi2021 kunnen (na een aanmaning) worden ingevorderd met een dwangbevel. In het geval van inburgeraars met een algemene bijstandsuitkering is er ook nog een mogelijkheid om de boetes te verrekenen met de algemene bijstand. Hiervoor moet de gemeenteraad een gemeentelijke verordening vaststellen. Zonder verordening als wettelijke grondslag moet een inburgeraar toestemming verlenen voor de verrekening. Het is echter niet wenselijk om de mogelijkheid van verrekening aankelijk te maken van de keuze van de inburgeraar vanwege de aankelijkheidsrelatie met de gemeente. Voor beide doelgroepen (inburgeraars met en zonder bijstandsuitkering) past Amsterdam sociale incasso toe bij het incasseren van de boetes. Financiële onderbouwing Overige toelichting
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
Niet van toepassing
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2023-089378
02112023 Handhavingskader Wet inburgering 2021.pdf (pdf)
AD2023-089384
28112023 Verordening handhaving en verrekening boete Wet inburgering 2021.pdf (pdf)
AD2023-085512
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
WPI, Yassmina Benamar, 06-28949597, y.benamar@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.88
4