CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 10 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Algemene Beschouwingen over de begroting 2025 VN2024-0132024.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 09 oktober 2024

Agendapunt

Financiën 3

Datum besluit

B&W van 10 september 2024

Portefeuille

Onderwerp

Algemene Beschouwingen over de begroting 2025 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gelezen hebbende de Begroting 2025 (bijlage 1) waarin onder andere zijn opgenomen: a. De hoofdlijnen; b. De baten en lasten per programma en per programmaonderdeel; c. De toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; d. De investeringsruimte per domein e. De (verplichte) paragrafen; f. De bijlagen bij de begroting 1. De begroting vast te stellen en kennis te nemen van de meerjarenraming. 2. In totaal € 24,1 miljoen van de reserve egalisatie inkomensdeel en conjunctuur, reserve coalitiemiddelen, de reserve Amsterdam Investeringsfonds en het Amsterdams noodfonds te laten vrijvallen. 3. In lijn met het coalitieakkoord middelen toe te voegen aan de reserve Coalitiemiddelen 22-26. De middelen zijn bestemd voor klimaat en energiebeleid (€ 40,0 miljoen) en achterstallig onderhoud (€ 45 miljoen). 4. De bijdrage vanuit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen met € 10 miljoen te verlagen vanaf 2025 en vanuit het Vereveningsfonds de onrendabele toppen voor de warmtenetten te dekken. 5. De reserve Vastgoed Weesp op te heffen. 6. De reserve XaaS op te heffen en de middelen in de reserve vrij te laten vallen. 7. De reserve stadsbehoud en achterstallig onderhoud op te heffen en het restant over te hevelen naar het programmabudget Stadsbehoud en programmabudget Bruggen en Kademuren. 8.

De projectreserve realisatie duurzame opvanglocaties met een looptijd van 2024 tot en met 2026 in te stellen en € 8,2 miljoen aan de reserve toe te voegen. 9. De aangepaste Egalisatiereserve Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) vast te stellen. 10. De aangepaste reserve Laadinfra vast te stellen. 11. De toevoeging van € 150 miljoen aan de Algemene reserve vanuit de overstapregeling erfpacht terug te draaien en hetzelfde bedrag door te boeken naar de reserve vermogensopbouw in 2025.

1 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

12. Tot het dekken van € 3,4 miljoen aan ontvlechtingskosten van stichting Waternet voor 2025 uit de frictiekostenreserve. 13. De besparing die gerealiseerd wordt vanuit het Eigen Risico Dragerschap (ERD) toe te voegen aan de frictiekostenreserve (€ 1,1 miljoen). 14. Tot het onttrekken van de negatieve saldi van de begroting in 2025 en 2028 aan de Algemene reserve en het toevoegen van de positieve saldi in de jaren 2026 en 2027 aan de Algemene reserve. 15. Kennis te nemen van de Notitie Financiële Stresstest 2024-2028.

Wettelijke grondslag

Gemeentewet, artikel 190, lid 1. Het college biedt jaarlijks aan de raad de begroting van de gemeente ter vaststelling aan. Gemeentewet, artikel 191, lid 1. De raad stelt de begroting vast in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Gemeentewet, artikel 191, lid 2. Het college zendt de door de raad vastgestelde begroting voor 15 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten

Bestuurlijke achtergrond

Op 19 september 2024 is de Begroting 2025 van de gemeente Amsterdam aangeboden. De Begroting 2025 wordt in de Algemene beschouwingen en op 16, 23 en 24 oktober, 6 en 7 november behandeld in de raadscommissies. Op 14 november 2024 ligt de begroting ter instemming voor in de gemeenteraad. Om te voldoen aan artikel 191 van de Gemeentewet, waarin is opgenomen dat de vastgestelde begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten moet worden gezonden, wordt een besluit tot vaststelling van de gemeentelijke begroting voorgelegd. Deze datum is medebepalend voor de beslissing van de gedeputeerde staten om repressief (en geen preventief) toezicht uit te oefenen. De Begroting 2025 bevat de voor de raad relevante financiële en beleidsinhoudelijke informatie. De vast te stellen begroting bestaat uit: • De hoofdlijnen van de Begroting 2025. • De programmabegroting ingedeeld naar op de gemeente Amsterdam toegesneden programmaonderdelen met de daaraan verbonden baten en lasten. • De verplichte paragrafen volgend uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • De onverplichte paragrafen. Conform de beleidsnota Reserves en voorzieningen 2021 worden besluiten met betrekking tot het instellen, opheffen en wijzigen van reserves aan de raad voorgelegd.

Bij de bespreking van de Voorjaarsnota 2024 in de commissie Duurzaamheid en Circulaire Economie heeft wethouder De Jager toegezegd, dat bij de begroting een concreet bestedingsvoorstel voor de

2 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

extra inzet van € 50 miljoen voor energietransitie en klimaatbeleid zal worden gedaan. In aanvulling op de bij de voorjaarsnota toegekende € 50 miljoen incidenteel heeft het college bij de begrotingsbespreking besloten € 15 miljoen structureel voor energietransitie en klimaatbeleid beschikbaar te stellen. Bij deze begrotingsstukken ontvangt de raad het meerjarige bestedingsvoorstel voor zowel het incidentele als het structurele bedrag (bijlage 4).

Onderbouwing besluit

1. De begroting vast te stellen en kennis te nemen van de meerjarenraming. In de gemeentewet is opgenomen dat de raad de begroting voor het komende jaar vaststelt en kennisneemt van de meerjarenraming voor inzicht in het verloop van de financiële positie. In de financiële verordening is daarnaast vastgelegd dat de begroting ook voorstellen bevat voor wijziging van de begroting van het lopende jaar. Met het vaststellen van de begroting autoriseert de raad deze wijzigingen. De begroting actualiseren we op 3 momenten gedurende het begrotingsjaar: bij de voorjaarsnota (voor het zomerreces), bij de begroting voor het volgende jaar (na het zomerreces) en bij de najaarsnota (aan het einde van het jaar). In de hoofdlijnen geeft het college een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting en komt de budgettaire situatie aan de orde. Het college zet uiteen met welke autonome ontwikkelingen en inzichten in de uitvoering van de begroting ze wordt geconfronteerd en welke keuzes voor de komende jaren zijn gemaakt. De Begroting 2025 is opgebouwd uit 8 genummerde beleidsprogramma’s (onderverdeeld in programmaonderdelen), het overzicht A (Algemene dekkingsmiddelen) en het overzicht B (Bestuur en organisatie). In hoofdstuk 3 beschrijven we wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en welke middelen we hiervoor hebben.

De begroting bevat naast programma’s ook een toelichting op programmaoverstijgende onderwerpen, zoals investeringen die de gemeente heeft gedaan of van plan is te doen en welke risico’s we lopen als gemeente. Deze programmaoverstijgende onderwerpen worden beschreven in de paragrafen. De investeringsparagraaf gaat in op de investeringsruimte en investeringsportfolio’s per domein en de afwegingen die we hierbij hebben gemaakt. In de bijlagen zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen en het projectenportfolio (het overzicht van de investeringsprojecten). Het projectenportfolio laat zien welke nieuwe investeringsprojecten deel uitmaken van het meerjarige portfolio en hoeveel uitgaven in 2025 worden gedaan, ook voor de reeds lopende investeringsprojecten. Het beleid voor reserves en voorzieningen is tegen het licht gehouden. Bij deze begroting wordt de raad, in een aparte raadsvoordracht, gevraagd in te stemmen met een nieuwe beleidsnota Reserves en voorzieningen en wijzigen van de Financiële verordening 2024. De voorgestelde wijzigingen zijn doorgevoerd in de Begroting 2025. Motie 167 - Zonder geld geen gemeenten (Bobeldijk, Van Pijpen, Veldhuyzen, Khan, Asruf, Garmy en Schmit) Amsterdam heeft de oproep van de motie onder de aandacht gebracht bij de formerende partijen via

3 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

de woordvoerders Financiën - die ook mede-onderhandeld hebben over het Hoofdlijnenakkoord van PVV, BBB, VVD en NSC. Ook is de oproep onder de aandacht gebracht bij woordvoerders Financiën van andere grote fracties in de Tweede Kamer en bij een select aantal woordvoerders BZK in de Tweede Kamer. Daarnaast is de inhoud van de motie meegenomen in de inzet van de VNG richting Voorjaarsnota 2024 (van het Rijk). Vervolgens heeft het demissionaire kabinet met de Voorjaarsnota 2024 extra geld bij gelegd door de opschalingskorting vanaf 2026 af te schaffen. Daarmee is het ravijn vanaf 2026 iets gedempt en komt het landelijk uit op ongeveer € 2,3 miljard. In het Hoofdlijnenakkoord van PVV, BBB, VVD en NSC zijn geen verdere aanvullingen op het gemeentefonds afgesproken. De druk op de gemeentefinanciën bij een ongewijzigd takenpakket blijft vooralsnog hoog. Het college stelt voor motie 167 met de publicatie van de Begroting 2025 af te handelen, maar het onderwerp zal dan ook de komende tijd aandacht blijven vragen. 2. In totaal € 24,1 miljoen van de reserve egalisatie inkomensdeel en conjunctuur, reserve coalitiemiddelen, de reserve Amsterdam Investeringsfonds en het Amsterdams noodfonds te laten vrijvallen.

Vrijval uit de reserve egalisatie inkomensdeel en conjunctuur (€ 19,7 miljoen): Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. In 2023 en 2024 zijn de lasten, de uitkeringen voor bijstandsgerechtigden, lager dan de inkomsten vanuit het Rijk. Op basis van het af te dekken risico voor de reserve egalisatie inkomensdeel en conjunctuur is daarom geconstateerd dat een deel van deze reserve vrij kan vallen ten gunste van de algemene middelen. Vrijval resterende coalitiemiddelen Nationaal Slavernijmuseum (€ 3,1 miljoen): vrijval ter dekking van de hogere investeringssom en hogere lasten voor de museumorganisatie. We hebben investeringsruimte vrij gemaakt om het gebouw te realiseren. Ook is op 29 mei 2024 een bestuursovereenkomst met het Rijk afgesloten. Hierbij is overeengekomen dat Amsterdam € 2,2 miljoen meer aan de museumorganisatie bijdraagt. Dit wordt gecompenseerd door een evenredige bijdrage van het Rijk aan de investering waardoor het investeringsbudget gelijk blijft. Vrijval uit de reserve Amsterdam Investeringsfonds (AIF) (€ 1,0 miljoen): Op basis van de te ontvangen aflossingen op de AIF-leningen kan een deel van deze reserve vrijvallen.

Vrijval Amsterdams noodfonds uit de reserve coalitiemiddelen (€ 0,3 miljoen): In de Begroting 2023 hebben we in het Amsterdamse noodfonds twee keer € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor het MKB en maatschappelijke organisaties. Na verwerking van alle geraamde uitgaven resteert er in het noodfonds nog € 0,3 miljoen. Dit restant laten we in deze begroting vrijvallen. De vrijval van deze reserves zetten we in deze begroting om een aantal urgente opgaven en knelpunten aan te pakken. Deze lichten we in de hoofdlijnen van de begroting toe. 3. In lijn met het coalitieakkoord middelen toe te voegen aan de reserve Coalitiemiddelen 22-26. De middelen zijn bestemd voor klimaat en energiebeleid (€ 40,0 miljoen) en achterstallig onderhoud (€ 45 miljoen). De reserve Coalitiemiddelen 22-26 is gevormd in 2022. De middelen in deze reserve betreffen niet alleen de incidentele intensiveringen uit het coalitieakkoord, maar ook latere intensiveringen die de doelstellingen uit het coalitieakkoord ondersteunen. Zo is in 2022 een toevoeging van € 20,0 miljoen gedaan voor een noodfonds voor het MKB en maatschappelijke organisaties. Bij de Voorjaarsnota heeft de raad ingestemd om, in lijn met het coalitieakkoord, middelen toe te

4 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

voegen aan de reserve Coalitiemiddelen 22-26. Deze middelen worden ingezet voor energietransitie en verduurzaming (€ 10,0 miljoen) en betaalbare huisvesting voor leraren (€ 15,0 miljoen). Wij vragen nu opnieuw instemming voor het toevoegen van middelen aan de reserve. Dit zijn aanvullende middelen voor klimaat en energiebeleid (€ 40,0 miljoen) en middelen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud (€ 45 miljoen). De kerngegevens van de reserve worden hiermee als volgt: - Doel: De reserve Coalitiemiddelen is bedoeld om de specifieke incidenteel aangewezen middelen in lijn met het coalitieakkoord 2022-2026 beschikbaar te houden. - Type reserve: Egalisatiesreserve (vanaf 2025: projectreserve) - Maximale omvang: De omvang wordt bepaald door specifiek besloten toevoegingen. - Systeemafspraken toevoegingen: In het coalitieakkoord 22-26 is een bedrag van € 305,6 miljoen opgenomen aan middelen die ten tijde van het sluiten van het akkoord nog niet aan bestedingsjaren waren toe te rekenen. Deze middelen zijn daarom in een reserve opgenomen. Het ritme van de toevoegingen wordt expliciet door de raad besloten. Daarnaast is in 2022 incidenteel € 20 miljoen voor een Amsterdams noodfonds voor het MKB (€ 10 miljoen) en maatschappelijke organisaties (€ 10 miljoen) toegevoegd.

In lijn met het coalitieakkoord worden verder middelen toegevoegd voor klimaat en energiebeleid (€ 50,0 miljoen), achterstallig onderhoud (€ 45,0 miljoen) en betaalbare huisvesting voor leraren (€ 15,0 miljoen). - Systeemafspraken onttrekkingen: onttrekkingen vinden plaats wanneer de specifiek incidenteel aangewezen (coalitie)middelen die in de reserve zijn opgenomen tot besteding komen. Het aangepaste paspoort van de reserve Coalitiemiddelen 22-26 is opgenomen in bijlage 2. 4. De bijdrage vanuit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen met € 10 miljoen te verlagen vanaf 2025 en vanuit het Vereveningsfonds de onrendabele toppen voor de warmtenetten te dekken. De slechte economische ontwikkelingen van de afgelopen periode met extreem hoge prijsstijgingen, grondprijsdaling en vertraging van gronduitgiften zetten het Vereveningsfonds onder druk. De ambitie is te blijven investeren in betaalbare woningen, stedelijke vernieuwing en gelijke kansen. Een verlaagde afdracht draagt bij aan de robuustheid van het fonds en het kunnen waarmaken van de ambities. We verlagen vanaf 2025 de structurele winstafdracht van € 30 naar € 20 miljoen. Hierbij maken we de keuze de onrendabele toppen voor de warmtenetten uit het Vereveningsfonds te dekken.

Op die manier kunnen we bijvoorbeeld de Sluisbuurt-Noord realiseren en kan woningbouw met afhankelijkheid van een warmtenet in de toekomst gerealiseerd worden. 5. De reserve Vastgoed Weesp op te heffen. Het doel van deze reserve is ‘Dekking van toekomstige exploitatietekorten van maatschappelijke organisaties voor gemeentelijk vastgoed in Weesp middels subsidieverstrekking.’ De middelen uit de reserve zijn bij de Voorjaarsnota 2024 vrijgevallen. De reserve is leeg en wordt waarom opgeheven. 6. De reserve XaaS op te heffen en de middelen in de reserve vrij te laten vallen. De reserve Xaas is per 1 januari 2025 opgeheven en het geld dat nog in de reserve zit valt vrij. De reserve had als doel om pieken in de uitgaven voor digitaliserings- en ICT projecten te egaliseren. Het uitgavenpatroon voor deze projecten is inmiddels zodanig dat we jaarlijks ongeveer evenveel middelen aan de reserve toevoegen en onttrekken. De reserve is daarom niet langer nodig. We

5 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

ramen de benodigde budgetten rechtstreeks in de programma’s. 7. De reserve stadsbehoud en achterstallig onderhoud op te heffen en het restant over te hevelen naar het programmabudget Stadsbehoud en programmabudget Bruggen en Kademuren. De reserve Stadsbehoud en de reserve Achterstallig onderhoud worden per 1 januari 2025 opgeheven. Er komt een regulier gefinancierd programmabudget Stadsbehoud vanaf boekjaar 2025 met een onderverdeling naar de verschillende assets. De nog ontbrekende onderdelen, zoals Programma Bruggen en Kademuren (PBK) en Water, worden onderdeel van het programma Stadsbehoud zodat een integraal beeld ontstaat van alle assets in de openbare ruimte. Ultimo 2024 resteert een begroot saldo in de reserve Stadsbehoud van € 3,7 miljoen en in de reserve Achterstallig Onderhoud van € 1,3 miljoen. Deze middelen worden in 2025 overgeheveld naar het programmabudget Stadsbehoud en programmabudget Bruggen en Kademuren. 8. De projectreserve realisatie duurzame opvanglocaties met een looptijd van 2024 tot en met 2026 in te stellen en € 8,2 miljoen aan de reserve toe te voegen. We willen de komende jaren meer investeren in het realiseren van duurzame langjarige opvanglocaties. We stellen voor het realiseren van duurzame opvanglocaties een bedrag van € 8,2 miljoen beschikbaar.

Het verwachte overschot uit de bekostigingsregeling opvang ontheemde Oekraïners 2023 van circa € 22,4 miljoen wordt (na definitieve vaststelling Rijk) aan dit bedrag toegevoegd. In totaal is een bedrag van € 30,6 miljoen beschikbaar om in de komende twee jaar panden voor duurzame opvanglocaties te realiseren. De kerngegevens van de reserve worden hiermee als volgt: - Doel: De reserve is bedoeld voor het verwerven van eigen pand(en) c.q. langdurige huren van pand(en) om duurzame opvanglocaties te realiseren voor de verschillende doelgroepen (Asiel, Oekraïners en Ongedocumenteerden). - Type reserve: Overige bestemmingsreserve (vanaf 2025: projectreserve) Het paspoort van de projectreserve is opgenomen in bijlage 2. 9. De aangepaste Egalisatiereserve Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) vast te stellen. De huidige egalisatiereserve is ingesteld voor de door het rijk te ontvangen middelen en uitgaven voor extra ondersteuning van mensen in kwetsbare posities en het voorkomen dat mensen in zulke posities terechtkomen. Deze middelen zijn door het rijk toegekend naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK), die onderzoek deed naar de fraudeaanpak bij de kinderopvangtoeslag. Voor gemeentelijke hulp aan de gedupeerden van de kinderopvangproblematiek (KOT) ontvangen we middelen vanuit de Hersteloperatie Toeslagen.

Ook deze middelen willen we middels de egalisatiereserve beschikbaar houden voor de doelgroep. In 2023 is er € 13,6 miljoen uitgegeven voor de KOT en is er € 16,2 miljoen gedeclareerd. In 2024 verwachten we zo'n € 24 miljoen uit te geven en op dit moment € 24,7 miljoen te declareren bij het Rijk. Dit is echter nog een prognose en kent nog forse onzekerheden. Omdat we het te declareren bedrag over 2024 nog niet goed kunnen inschatten willen we de maximale omvang van de egalisatiereserve met € 10 miljoen verhogen. De kerngegevens van de reserve worden hiermee als volgt: - Doel: De reserve is bedoeld voor het egaliseren van uitgaven voor mensen geraakt door de

6 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

kinderopvangtoeslagaffaire, waarvoor uit verschillende bronnen van het Rijk middelen worden ontvangen. Enerzijds voor extra ondersteuning van mensen in kwetsbare posities en voorkomen dat mensen in zo’n positie terecht komen die door het rijk toegekend naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Anderzijds om de ontvangen middelen die specifiek zijn ontvangen voor hulp aan gedupeerden mensen als gevolg van de kinderopvangtoeslagproblematiek (KOT) beschikbaar te houden voor de doelgroep. - Type reserve: Egalisatiereserve - Maximale omvang: € 30,0 miljoen - Systeemafspraken toevoegingen: Toegevoegd worden alle middelen die niet - worden (begrotingsbasis) of zijn besteed aan de verschillende actielijnen vanuit de door het rijk vrijgemaakte aanvullende middelen POK. Ook wordt een positief verschil tussen de gedeclareerde bedragen inzake de hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek en de gemaakte kosten verrekend met de reserve. - Systeemafspraken onttrekkingen: Onttrekkingen vinden plaats als de bestedingen in het kader van de uitvoering van de actielijnen 2 tot en met 7 hoger zijn dan de van de in dat jaar ontvangen vanuit de door het rijk ontvangen middelen voor die actielijnen. Ook worden, als de uitgaven inzake KOT hoger zijn dan de gedeclareerde kosten het verschil uit deze reserve onttrokken.

Het aangepaste paspoort van de reserve is opgenomen in bijlage 2. 10. De aangepaste reserve Laadinfra vast te stellen. De nieuwe contracten voor de laadinfrastructuur en exploitatie zijn gesloten met Total Energies en Equans. Met deze partijen zullen structureel inkomsten per kWh van maximaal € 0,05 afgedragen worden aan de gemeente Amsterdam. De reserve laadinfrastructuur wordt nu aangepast van een overige bestemmingsreserve naar een egalisatiereserve. Dit is nodig om de middelen flexibel te kunnen inzetten omdat ze niet in hetzelfde ritme worden uitgegeven als ontvangen en zowel uitgaven als inkomsten onzeker zijn. De reserve wordt verlengd tot 2030 om te voldoen aan het Strategisch plan Laadinfrastructuur 2020-2030. Hiermee waarborgen we dat de financiering voor de realisatie en opzetten van beheer van laadinfrastructuur consistent blijft en wordt verlegd naar nieuwe contractpartners. Een maximale omvang van de reserve van € 12,0 miljoen zorgt ervoor dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om de geplande uitgaven te dekken. De kerngegevens van de reserve worden hiermee als volgt: - Doel: Het bestemmen van Total en Equans inkomsten te ontvangen bijdragen voor de ontwikkeling van de laadinfrastructuur - Type reserve: Egalisatiereserve - Maximale omvang: € 12,0 miljoen - Systeemafspraken toevoegingen: Toegevoegd wordt de inkomsten van Total en Equans.

Deze inkomsten zijn variabel en afhankelijk van afgenomen energie. - Systeemafspraken onttrekkingen: Onttrekkingen vinden plaats voor de realisatie van de laadinfrastructuur zoals opgenomen in het Strategisch plan Laadinfrastructuur 2020-2030. Het aangepaste paspoort van de reserve is opgenomen in bijlage 2. 11. De toevoeging van € 150 miljoen aan de Algemene reserve vanuit de overstapregeling erfpacht terug te draaien. In de Begroting 2021 is de algemene reserve ingezet om meerjarige tekorten als gevolg van corona te dekken. Tegelijk is een herstelplan opgesteld om de algemene reserve weer op niveau te brengen. Hiertoe werden de verwachte opbrengsten van 500 miljoen uit de overstapregeling erfpacht

7 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

toegevoegd aan de algemene reserve. Dat was voorzien in drie tranches van € 150 miljoen in 2021, € 150 miljoen in 2022 en € 200 miljoen in 2023. Naderhand is dat voor de laatste twee tranches achterwege gelaten. Inmiddels is de algemene reserve weer op een zodanig niveau dat ook de eerste tranche van € 150 miljoen weer kan worden teruggeboekt. 12. Tot het dekken van € 3,4 miljoen aan ontvlechtingskosten van stichting Waternet voor 2025 uit de frictiekostenreserve. Naar aanleiding van het besluit om Waternet te ontvlechten gaan er kosten gemaakt worden om dit te realiseren. Er dient een keuze gemaakt te worden hoe het Amsterdamse deel van de incidentele kosten, te weten € 3,4 miljoen per jaar voor 2025 en 2026, te dekken. Voorstel is om dit voor het jaar 2025 beschikbaar te stellen uit de frictiekostenreserve. 13. De besparing die gerealiseerd wordt vanuit het Eigen Risico Dragerschap (ERD) toe te voegen aan de frictiekostenreserve (€ 1,1 miljoen). De besparing die gerealiseerd wordt vanuit het Eigen Risico Dragerschap (ERD) wordt grotendeels ingezet om de taakstelling binnen directie P& O op te lossen. Het overige deel van de besparing van € 1,1 miljoen zal worden toegevoegd aan de frictiekostenreserve. 14.

Tot het onttrekken van de negatieve saldi van de begroting in 2025 en 2028 aan de Algemene reserve en het toevoegen van de positieve saldi in de jaren 2026 en 2027 aan de Algemene reserve. We onttrekken de negatieve saldi van de begroting in 2025 en 2028 aan de Algemene reserve en voegen de positieve saldi in de jaren 2026 en 2027 aan de Algemene reserve toe. Dit betekent een onttrekking € 33,3 miljoen in 2025 en € 20,7 miljoen in 2028. We voegen € 11,0 miljoen in 2026 en € 64,4 miljoen in 2027 toe. Daardoor vertoont de Begroting 2025 meerjarig en structureel een sluitend beeld. 15. Kennis te nemen van de Notitie Financiële Stresstest 2024-2028. Het is belangrijk om te weten waar we als Gemeente Amsterdam financieel staan en dat college en raad een beeld hebben van mogelijke gevolgen als het komt tot een crisis. Daartoe doet het college jaarlijks in samenwerking met Stichting Economisch Onderzoek (SEO) een stresstest op onze financiën. De stresstest geeft een financiële doorkijk op sociaaleconomische en financiële crisisscenario’s. Ook geeft de stresstest een inschatting van mogelijke financiële gevolgen van andere scenario’s: pandemie, droogte en overstroming. Dat zijn voor de gemeente Amsterdam relevante en plausibele scenario’s.

De uitkomsten van de stresstest zijn zuivere effecten op ons begrotingssaldo zonder rekening te houden met beleidsinterventies die het college in reactie op een crisis kan doen. Omdat beleidsinterventies keuzes met zich meebrengen die buiten het bereik van de financiële stresstest vallen, kan ook geen oordeel worden gegeven over de vraag of de gemeente voor de stresstest ‘geslaagd’ of ‘gezakt’ is. De stresstest geeft vooral aanvullend inzicht in de financiële positie. Uit de stresstest blijkt dat vooral de zwaardere sociaaleconomische en financieel-economische crisisscenario’s met forse rentestijgingen en inflatie de gemeente in moeilijke omstandigheden kunnen brengen. Na twee jaar leiden ze zonder ingrijpen tot een negatief begrotingssaldo. Dat geeft bij de huidige stand en prognoses van de algemene reserve voldoende tijd voor beleidsmaatregelen om de financiële weerbaarheid te vergroten. Van de onderzochte klimaatschokken zal vooral een overstroming vergaande financiële

8 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-013202 directie middelen en control

consequenties hebben. In dergelijke situaties kan de gemeente niet zonder steun van het Rijk de gevolgen opvangen. Tot slot: crisis-scenario’s geven weer wat kan gebeuren, niet wat zal gebeuren. De uitkomsten van zijn geen prognoses noch voorspellingen. De stresstest geeft de gemeente vooral aanvullend inzicht in haar financiële positie De crisis-scenario’s geven weer wat kan gebeuren, niet wat zal gebeuren. De uitkomsten zijn geen prognoses noch voorspellingen.

Participatie

Niet van toepassing.

Financiële onderbouwing

Overige toelichting

De financiële consequenties van de besluitvorming zijn verwerkt in de begroting.

Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.

Geheimhouding

Niet van toepassing.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Ter Inzage

Registratienr.

Naam

AD2024-056739

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2024-056743

BIjlage 1 Begroting 2025 Amsterdam.pdf (pdf)

AD2024-056744

Bijlage 3 - Notitie Financiele Stresstest 2024-2028.docx (msw12)

AD2024-056745

Bijlage 2 - Paspoorten reserves.docx (msw12)

AD2024-056946

Bijlage 4 - Bestedingsplan Energietransitie en Klimaat- en Energiebeleid.pdf (pdf)

Registratienr.

Naam

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Directie Middelen en Control Ella Krommendijk, ella.krommendijk@amsterdam.nl, 06 – 3926 8596 Arjan Langeveld, arjan.langeveld@amsterdam.nl, 06 – 1482 4996

9 Gegenereerd: v1.1

VN2024-013202 directie middelen en control

RAAD

10 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14621310/1