Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
VN2026-003150 griffie andreas 2
RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 07 mei 2026
Agendapunt
Raadsaangelegenheden (7) 0
Datum besluit
voorzitter van de raad
Portefeuille
Onderwerp
Niet inwilligen van het inleidend verzoek om een referendum te houden over een alternatief burgervoorstel 'Een mensenrechtenstad in woord én daad' De gemeenteraad van Amsterdam besluit
gelet op het advies van de Initiatief- en referendumcommissie d.d. 31 maart 2026; het inleidend verzoek d.d. 16 februari 2026 om een referendum te houden over het alternatieve burgervoorstel 'Een mensenrechtenstad in woord én daad' niet in te willigen. Wettelijke grondslag
Artikelen 2, 3, 16, 17 en 18 van de Referendumverordening Amsterdam (hierna: verordening) Bestuurlijke achtergrond
• Op 16 februari 2026 heeft de voorzitter van de raad een inleidend verzoek ontvangen om
een referendum te houden over het alternatieve burgervoorstel 'Een mensenrechtenstad in woord én daad'. • Dit inleidend verzoek vormt de eerste stap in de referendumprocedure. • De Initiatief- en referendumcommissie (hierna: referendumcommissie) heeft op 31 maart 2026 advies uitgebracht over dit inleidend verzoek. • De referendumcommissie oordeelt dat het inleidend verzoek niet toelaatbaar is en adviseert de gemeenteraad om het inleidend verzoek niet in te willigen. • Het inleidend verzoek voldoet wel aan de vormvereisten. Maar het initiatiefvoorstel waarvoor het alternatieve burgervoorstel een tegenvoorstel is en het alternatieve burgervoorstel zelf vallen niet onder de bevoegdheid van de raad. • De gemeenteraad beslist uiteindelijk of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. • De gemeenteraad kan het advies van de referendumcommissie volgen, maar mag hiervan gemotiveerd afwijken. • Tegen het besluit van de gemeenteraad kan door belanghebbenden bezwaar worden gemaakt Onderbouwing besluit
Juridisch kader Op het moment dat het inleidend verzoek werd ingediend, gold de Referendumverordening Amsterdam. Deze verordening bepaalt hoe een inleidend verzoek moet worden beoordeeld. De referendumcommissie geeft advies over de vraag of een inleidend verzoek kan worden toegelaten. De gemeenteraad betrekt dit advies bij zijn besluit om een inleidend verzoek wel of niet in te willigen.
VN2026-003150 griffie andreas 2
RAAD De verordening stelt aan inwilligen van een inleidend verzoek voorwaarden. Zo moet er sprake zijn van een verzoek van kiesgerechtigden dat voldoende wordt ondersteund. Daarnaast moet het verzoek betrekking hebben op één van de drie referendumvormen die Amsterdam kent. Ook mag het onderwerp van het verzoek niet onder de uitzonderingen vallen die in de verordening zijn opgenomen. Tot slot het verzoek moet betrekking hebben op een aangelegenheid die onder de bevoegdheid van de raad valt. Taak referendumcommissie Voor een goed en zorgvuldig bestuur is het belangrijk dat de gemeenteraad besluiten goed voorbereidt. Dat betekent dat alle relevante informatie wordt verzameld en dat belangen zorgvuldig worden afgewogen. Daarom heeft de gemeenteraad een referendumcommissie ingesteld. Deze bestaat uit vijf onafhankelijke en deskundige leden, die door de gemeenteraad zijn benoemd. De referendumcommissie beoordeelt elk verzoek om een referendum objectief en volgens de regels uit de verordening. Daarna brengt de referendumcommissie een advies uit aan de gemeenteraad. Dit advies helpt de gemeenteraad om een goed onderbouwd besluit te nemen over het wel of niet inwilligen van een inleidend verzoek. De gemeenteraad kan het advies van de referendumcommissie volgen maar mag ook besluiten om gemotiveerd af te wijken van het advies van de referendumcommissie.
Advies referendumcommissie De referendumcommissie heeft op 31 maart 2026 een advies uitgebracht over het inleidend verzoek om een referendum te houden over een alternatief burgervoorstel 'Een mensenrechtenstad in woord én daad'. Dit advies is als bijlage bijgevoegd en maakt onderdeel uit van de besluitvorming. De referendumcommissie is van mening dat het inleidend verzoek en het daarbij gevoegde alternatief burgervoorstel voldoet aan de (aanvullende) vormvereisten die de verordening stelt (omvang, duidelijkheid omtrent de identiteit van de initiatiefnemers (namen, adressen), benodigde ondersteuningsverklaringen, koppeling aan een aangelegenheid die in de raad aan de orde is). Hoewel er een overlap is tussen het inleidend verzoek en het aanhangige initiatiefvoorstel van de leden Ahmadi (De Vonk) en Khan (DENK) waarvoor het burgervoorstel een alternatief beoogt te bieden, is ook voldoende duidelijk op welke punten de initiatiefnemers een verschillend (al dan niet verderstrekkend) voorstel doen. Dat een inleidend verzoek voldoet aan de (aanvullende) vormvereisten is nog niet toereikend om het inleidend verzoek in te willigen. Daarvoor is nodig dat het onderwerp van het alternatief burgervoorstel niet valt onder de uitzonderingen die in de verordening zijn neergelegd. De referendumcommissie komt tot de conclusie dat dit niet het geval is.
De laatste voorwaarde is dat het moet gaan om een aangelegenheid die onder de bevoegdheid van de raad valt. De referendumcommissie is van mening dat het onderwerp van zowel het inleidend verzoek om een referendum te houden over een alternatief burgervoorstel 'Een mensenrechtenstad in woord én daad' als het ontwerpraadsbesluit – dus het initiatiefvoorstel 'Boycot, Desinvestering en Sancties tegen Israël' – betrekking hebben op een onderwerp die niet onder de bevoegdheid valt van de gemeenteraad. De referendumcommissie geeft in haar advies daarvoor twee argumentatielijnen, namelijk dat buitenlands beleid buiten de bevoegdheid van de gemeenteraad valt en dat standpunten over standpunten niet referendabel zijn. De referendumcommissie concludeert dat niet aan alle voorwaarden uit de verordening wordt voldaan. Voorgaande leidt ertoe dat de referendumcommissie de gemeenteraad adviseert om het inleidend verzoek om een referendum te houden over een alternatief burgervoorstel 'Een mensenrechtenstad in woord én daad' niet toe te laten en dus niet in te willigen. Oordeel gemeenteraad De referendumcommissie heeft haar advies zorgvuldig opgesteld. De argumenten zijn duidelijk en de 2
Gegenereerd: vCURRENT
VN2026-003150 griffie andreas 2
RAAD conclusies zijn logisch onderbouwd. Daarom wordt voorgesteld dat de gemeenteraad dit advies overneemt en ten grondslag legt aan het besluit om het inleidend verzoek om een referendum te houden over een alternatief burgervoorstel 'Een mensenrechtenstad in woord én daad' niet in te willigen. Volledigheidshalve wordt meegegeven dat de initiatiefnemers als belanghebbenden de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken tegen het besluit van de gemeenteraad als zij het daar niet mee eens zijn. Participatie
n.v.t. Financiële onderbouwing
Dit besluit heeft geen financiële consequenties. Geheimhouding
n.v.t. Welke stukken treft u aan
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2026-014164
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Raadsgriffie, referendum@amsterdam.nl
3 Gegenereerd: vCURRENT