CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2025, inclusief de Jaarrekening 2025 (VN2026-007084)5.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “verslag”: 21 48

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 02 juli 2026

Agendapunt

Financiën (36) 4

Datum besluit

College van B en W van 7 april 2026

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen van het Jaarverslag 2025, inclusief de Jaarrekening De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gelezen hebbende de Gebiedsverslagen 2025 in bijlage 2:

1. Het Jaarverslag 2025 (inclusief de Jaarrekening 2025) van de gemeente Amsterdam zoals

opgenomen in bijlage 1 vast te stellen. 2. Het positieve rekeningresultaat van € 53,1 miljoen over 2025 aan de algemene reserve toe te voegen. 3. De frictiekosten van € 4,1 miljoen ten laste te brengen van de reserve frictiekosten. 4. Een onttrekking aan de reserve Sprong over het IJ van € 3,1 miljoen om te zetten naar een vrijval. 5. De reserve Herplantfonds te laten vrijvallen per 31 december 2025 en het restant van € 0,4 miljoen toe te voegen aan de voorziening herplantfonds. 6. De looptijd van de kredieten groter dan € 25,0 miljoen tot het aangegeven jaar zoals opgenomen in bijlage 3 te verlengen. 7. De kredieten groter dan € 25,0 miljoen zoals opgenomen in bijlage 4 te beëindigen. 8. Kennis te nemen van het Accountantsverslag 2025 gemeente Amsterdam, zoals opgenomen in bijlage 5. 9. Kennis te nemen van de reactie van het college op het Accountantsverslag 2025 gemeente Amsterdam. Wettelijke grondslag

Gemeentewet artikel 197, waarin onder meer is opgenomen dat het college aan de raad over elk begrotingsjaar verantwoording aflegt over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. Gemeentewet artikel 198, waarin onder meer is opgenomen dat de raad de jaarrekening en het jaarverslag vaststelt in het jaar volgend op het begrotingsjaar. Gemeentewet artikel 156, tweede lid, aanhef en onder d, waarin is opgenomen dat de raad in ieder geval niet kan overdragen de bevoegdheid tot de vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 198. Gemeentewet artikel 200, waarin onder meer is opgenomen dat het college de door de raad vastgestelde jaarrekening en het jaarverslag binnen twee weken na vaststelling maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan gedeputeerde staten zendt.

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD Bestuurlijke achtergrond

Met deze voordracht wordt de gemeenteraad het Jaarverslag 2025 (inclusief de Jaarrekening 2025) van de Gemeente Amsterdam formeel ter vaststelling aangeboden. Daarnaast wordt, in lijn met het Jaarverslag 2024, een digitaal dashboard beschikbaar gesteld via de publicatiewebsite. Dit dashboard biedt aanvullend inzicht in de ontwikkeling van de begroting naar realisatie op het niveau van programmaonderdelen gedurende het jaar en de mutaties in reserves. Hiermee wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen van de rekenkamer over het verbeteren van de inzichtelijkheid en voorspelbaarheid van de begroting. Het dashboard maakt geen onderdeel uit van het vast te stellen jaarverslag zelf, maar is bedoeld om aanvullend inzicht te geven. Onderbouwing besluit

Ad 1. Het Jaarverslag 2025 (inclusief de Jaarrekening 2025) van de gemeente Amsterdam zoals opgenomen in bijlage 1 vast te stellen. Conform Gemeentewet artikel 198 worden de jaarrekening en het jaarverslag ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Bijlage 1 bevat het Jaarverslag 2025 inclusief de Jaarrekening 2025. Daarnaast worden de gebiedsjaarverslagen 2025 als bijlage 2 meegezonden. Het college heeft op 14 april 2020 besloten de gebiedscyclus te verbinden aan de P&C-cyclus, onder andere door gebiedsjaarverslagen als bijlage bij de jaarrekening mee te sturen. De gebiedsjaarverslagen 2025 geven inzicht in de bereikte resultaten in de gebieden en worden gelijktijdig met het financiële jaarverslag aangeboden. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de bestuurlijke opdracht. Ad 2. Het positieve rekeningresultaat van € 53,1 miljoen over 2025 aan de algemene reserve toe te voegen. Zoals aangeven door de commissie BBV wordt bij de vaststelling van de jaarrekening door de raad besloten hoe een positief resultaat bestemd en een negatief resultaat gedekt wordt. Het rekeningresultaat is € 53,1 miljoen voordelig. Ad 3. De frictiekosten van € 4,1 miljoen ten laste te brengen van de reserve frictiekosten. Er is een reserve frictiekosten om initiële kosten te dekken van efficiencyverbeteringen die op termijn leiden tot besparingen.

Conform de regeling frictiekosten kunnen alleen de daadwerkelijk gemaakte frictiekosten - die niet gedekt zijn in het resultaat van het desbetreffende organisatieonderdeel - aan de reserve onttrokken worden. In totaal is er voor € 4,6 miljoen aan frictiekosten geweest. Hiervan is € 4,1 miljoen toegekend en ten laste gebracht van de reserve frictiekosten. De onttrekking is onderdeel van het rekeningresultaat. Ad 4. Een onttrekking aan de reserve Sprong over het IJ van € 3,1 miljoen om te zetten naar een vrijval. Uw raad heeft bij de Voorjaarsnota 2025 besloten € 97,9 miljoen van de reserve Sprong over het IJ over te brengen naar de reserve Vermogensopbouw-deel overige activa. In de begroting is dit verwerkt als € 3,1 miljoen onttrekking en € 94,8 miljoen vrijval. In de jaarrekening volgen wij het besluit bij voorjaarsnota en valt € 97,9 miljoen vrij en voegen wij dit toe aan de reserve Vermogensopbouw-deel overige activa. De reserve heeft na deze correctie geen saldo meer en kan worden opgeheven.

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD Ad 5. De reserve Herplantfonds te laten vrijvallen per 31 december 2025 en het restant van € 0,4 miljoen toe te voegen aan de voorziening herplantfonds. Wij zetten het herplantfonds om van een reserve naar een voorziening omdat het fonds gevuld wordt met externe middelen. Naar aard is het daarmee een voorziening. Ad 6. De looptijd van de kredieten groter dan € 25,0 miljoen tot het aangegeven jaar zoals opgenomen in bijlage 3 te verlengen. Ad 7. De kredieten groter dan € 25,0 miljoen zoals opgenomen in bijlage 4 te beëindigen. Kredieten worden, volgens de Regeling investeringen Amsterdam 2024, beëindigd als de looptijd van het krediet is verstreken of als de werkzaamheden ten laste van het krediet zijn afgerond. Als de beheerder van een krediet voor het afronden van het project een verlenging van de looptijd noodzakelijk acht, verzoekt hij dit expliciet bij de jaarrekening. Kredieten groter dan € 25,0 miljoen worden ter vaststelling aan de raad voorgelegd. De te verlengen kredieten groter dan € 25,0 miljoen en de overige kredieten zijn opgenomen in bijlage 3. De te beëindigen kredieten groter dan € 25,0 miljoen en de overige kredieten zijn opgenomen in bijlage 4. Ad 8. Kennis te nemen van het Accountantsverslag 2025 gemeente Amsterdam, zoals opgenomen in bijlage 5.

In het Accountantsverslag 2025 meldt ACAM haar aandachtspunten en adviezen over de beleidsmatige en financiële verslaglegging in het Jaarverslag 2025. Ad 9. Kennis te nemen van de reactie van het college op het Accountantsverslag 2025 gemeente Amsterdam 1. Aanbieding en samenvatting ACAM heeft een goedkeurende controleverklaring verstrekt. Het college hecht waarde aan de bevindingen van ACAM en ziet kansen voor verdere verbeteringen voor de komende periode, waaronder het zorg dragen voor de administratieve hygiëne. Het college is verheugd dat ondanks de problemen die de implementatie van AFIS met zich mee heeft gebracht het is gelukt om tijdig het jaarverslag op te leveren met een goedkeurende verklaring van ACAM. 2. Controleverklaring 2025 De verklaring van ACAM gaat over de getrouwheid. Dit betreft ook de rechtmatigheidsverantwoording die onderdeel is van het jaarverslag. ACAM heeft bij de controle van de jaarrekening 2025 circa € 67 miljoen aan ongecorrigeerde afwijkingen geconstateerd. Deze afwijkingen blijven binnen de daarvoor geldende goedkeuringsgrenzen, waardoor de accountant een goedkeurende verklaring heeft afgegeven. 3.

Reactie op de adviezen van de ACAM De bestuurlijke reactie van het college in deze voordracht volgt de volgorde van de adviezen en aandachtspunten zoals ze gepresenteerd zijn in hoofdstuk 2 van Accountantsverslag 2025 (bijlage 1, pagina 5 tot en met 8). 3.1 AFIS Aandachtspunt: Wij vragen uw aandacht voor het monitoren van de voortgang van de verbetermaatregelen. Reactie college: Het college onderschrijft het aandachtspunt van ACAM voor het monitoren van de voortgang van de

3 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD verbetermaatregelen. De uitwerking van alle aanbevelingen uit de health checks wordt momenteel opgenomen in één integraal stappenplan voor de doorontwikkeling, en op onderdelen herimplementatie, van AFIS. Daarnaast wordt ook de governance van het programma voor deze doorontwikkeling opnieuw bezien, voor een passende sturing en monitoring bij deze nieuwe fase van het programma. Om dit te benadrukken is het programma eind 2025 ook ondergebracht in de regeling grote projecten. 3.2 Begroting versus realisatie Adviezen ACAM: 1. Wij adviseren voor de navolgbaarheid de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting en de jaarrekening op programmaniveau toe te lichten. 2. Wij adviseren te investeren in toelichtingen van vergelijkbare diepgang en kwaliteit. 3. Wij adviseren om tussentijds geen toevoegingen aan de algemene reserve door te voeren. 4. Wij adviseren te onderzoeken in hoeverre het aantal projectreserves verder kan worden afgebouwd. Reactie college: 1: Het college onderschrijft het belang van een goede navolgbaarheid van de verschillen tussen begroting en realisatie. Om dit te versterken is gelijktijdig met het Jaarverslag 2025 een digitaal dashboard gepresenteerd. In dit dashboard wordt op programmaonderdeelniveau het volledige verloop inzichtelijk gemaakt van de primaire begroting naar de realisatie.

Per begrotingsmoment worden de mutaties weergegeven, inclusief bijbehorende toelichting. Hiermee wordt verder gegaan dan het door de accountant voorgestelde programmaniveau. Er is bewust voor gekozen deze toelichtingen via een digitaal dashboard aan te bieden en niet op te nemen in het boekwerk van het jaarverslag, om de omvang daarvan te beperken en de toelichting overzichtelijk en navolgbaar te houden. Het college is van mening dat met deze werkwijze de navolgbaarheid en transparantie voor de raad aanzienlijk zijn verbeterd en dat hiermee invulling is gegeven aan de achterliggende doelstelling van het advies. Aanvullende opvolging van dit advies wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 2: Het college onderschrijft het belang van toelichtingen van voldoende diepgang en kwaliteit. Binnen de P&C-producten wordt hier continu aandacht aan besteed, waarbij wordt gewerkt aan het verbeteren van de duiding van financiële afwijkingen. Het college beschouwt dit advies als een ondersteuning van de reeds ingezette lijn. 3: De accountant adviseert om tussentijds geen toevoegingen aan de algemene reserve door te voeren omdat het zicht op het daadwerkelijke resultaat hierdoor vertroebelt. Het college onderschrijft het belang van transparantie en constateert dat het advies van de accountant hieraan kan bijdragen.

Tegelijk zou hiermee het begrotingsevenwicht ('nul onder de streep') als ankerpunt uit beeld raken omdat er bij een consequente toepassing voor ieder begrotingsjaar voortaan een geprognosticeerde winst of verlies is dat niet in de algemene reserve wordt verwerkt. Daarnaast zou de algemene reserve hierdoor in toenemende mate het karakter krijgen van een gestapeld resultaat van voorgaande jaren, en daarmee het karakter van een risicoreserve enigszins verliezen. Het tussentijdse inzicht in de meerjarige ontwikkeling van de algemene reserve zou hierdoor verminderen. Het college meent daarom beter op andere wijze aan het advies van de accountant tegemoet te komen. Om de navolgbaarheid te verbeteren, zal in het jaarverslag separaat inzicht worden geboden in het resultaat en de ontwikkeling van de algemene reserve gecorrigeerd voor tussentijdse mutaties.

4 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD 4: Het college onderschrijft dat een groot aantal projectreserves de transparantie van de P&Cproducten kan verminderen en is daarom terughoudend met het instellen van nieuwe reserves. Wij hanteren daarom een 'nee tenzij' beleid. Met de nieuwe Nota reserves en voorzieningen 2025 is het aantal projectreserves al verminderd. Daarin is de ondergrens voor het instellen van reserves verhoogd van € 0,2 miljoen naar € 0,5 miljoen, waardoor versnippering verder wordt beperkt. Tegelijkertijd kan de raad ervoor kiezen om voor specifieke projecten een aparte projectreserve aan te houden om zicht te houden op de besteding van middelen. Het instellen van reserves is daarbij een bevoegdheid van de raad. Als voorbeeld noemen wij de projectreserve coalitiemiddelen. 3.3 Waardering grondexploitaties Adviezen ACAM: 1: Wij adviseren de Nota financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte te actualiseren. 2: Wij adviseren om het inkomstenpotentieel bij transformaties inzichtelijk te maken in de besluitvorming- en verantwoordingsdocumenten. 3: Wij adviseren in de besluitvorming de financiële effecten en risico's van het clusteren van grondexploitaties te expliciteren. Reactie college: 1: Het college neemt het advies over van ACAM om de Nota financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte te actualiseren.

Wij hebben het voornemen om de 'Nota financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte' dit jaar te actualiseren. In de Raadsvoordracht Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2027 zal deze nota voor besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De nota waar ACAM in het accountantsverslag 2025 naar verwijst, is inderdaad verouderd. Deze was opgesteld in 2017 en op enkele punten herzien in 2019. Mede gezien de laatste uitgebrachte notitie van Commissie BBV 'Grondbeleid in begroting in jaarstukken', waar alle daar in opgenomen wijzingen met ingang van het jaar 2025 volledig in werking zijn getreden, zijn wij ook van mening dat deze eerdere versie moet worden aangepast. 2: Het advies om het inkomstenpotentieel bij transformaties inzichtelijk te maken in de besluitvorming- en verantwoordingsdocumenten is in lijn met onze werkwijze en het college neemt dit ter harte. In het investeringsbesluit, dat aan de raad wordt aangeboden is in de regel opgenomen welke kavels er in de grondexploitatie zitten, en wat de eigendomssituatie is. Daar zitten ook de kavels tussen waar de gemeente eigenaar van is en die eerder in erfpacht zijn uitgegeven. We zullen duidelijk opnemen welke kavels wel en welke kavels niet als potentiële geraamde transformatiebaten in het investeringsbesluit zijn betrokken.

Na het vaststellen van het investeringsbesluit met het projectsaldo geldt dat, mochten er binnen het grexgebied erfpachters later besluiten om mogelijk toch te willen overgaan tot transformeren dan worden deze wijzigingen van potentiële transformatiebaten in het plan betrokken. Het gewijzigde projectsaldo zie je terug in het jaarlijkse verantwoordingsdocument MPG. Bij materiële wijzigingen wordt tevens in bijlage 5 van het MPG toegelicht dat deze wijziging van de raming van de baten uit potentiële transformatiebaten bestaat. Het ramen van potentiële transformatiebaten is wel wat ingewikkelder dan ACAM in het accountantsverslag 2025 beschrijft. Daarom geven we hieronder graag een toelichting: De definitie transformatie heeft betrekking op een zittende erfpachter die een lopende erfpachtovereenkomst heeft en zelf besluit om deze eerdere overeenkomst in samenspraak met de gemeente te herzien. Aangezien de eerdere gesloten overeenkomst leidend is ligt het initiatief bij de

5 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD erfpachter zelf en heeft het college in de regel weinig dwangmiddelen om de erfpachter te kunnen bewegen. Zelfs wanneer een erfpachter eerder heeft aangegeven om tot transformatie te willen overgaan, vastgelegd in een getekende afsprakenbrief, kan de erfpachter tot het moment van tekenen bij de notaris alsnog besluiten om er kosteloos van af te zien. Geraamde potentiële transformatiebaten binnen een grondexploitatie zijn daarmee per definitie inherent onzeker. De algemene regel die het college hanteert is dat de potentiële transformatiebaten in de grondexploitatiebegroting worden opgenomen wanneer het projectteam inschat dat deze een grote kans, dat wil zeggen een kans groter dan 50%, van slagen heeft. Wanneer er een afsprakenbrief tussen de erfpachter en de gemeente is overeengekomen dan is de richtlijn dat de meerwaarde zoals deze uit de afsprakenbrief kan worden bepaald in de raming wordt betrokken. Het zou situatie afhankelijk ook eerder kunnen. Denk bijvoorbeeld aan gebieden waar projectontwikkelaars reeds grondposities met lopende erfpachtovereenkomsten hebben ingenomen, en in afwachting zijn van de gemeente om daar te kunnen gaan transformeren. 3: Het college neemt het advies over om in de besluitvorming de financiële effecten en risico's van het clusteren van grondexploitaties te expliciteren.

Wij zullen in de herziene 'Nota financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte' die in 2027 aan de raad zal worden voorgelegd specifiek de effecten van het clusteren van deelplannen opnemen. Het college kiest er overigens al jaren voor om bij gebiedsontwikkeling te werken met deelplannen en zolang deze actief zijn te clusteren. Denk bijvoorbeeld aan de grondexploitatiecomplexen IJburg, Zeeburgereiland en de Houthavens. Deze projecten zijn zo langdurig van aard dat ze zelfs een werkend leven van een ambtenaar kunnen overstijgen. Om deze projecten beheersbaar te houden, is het werken met deelplannen met een kortere doorlooptijd, mede om de risico's beter te beheersen, noodzakelijk. Dit is overigens in de lijn met de oude nota zie paragraaf 2 'het opspitsen van het grondexploitatiecomplex in individuele deelplannen' ACAM heeft terecht opgemerkt dat het clusteren van deelplannen ervoor kan zorgen dat er geen of minder tussentijdse winst wordt genomen, en dat het clusteren gevolgen heeft voor de omvang van de jaarlijks te vormen voorziening. Wij hebben tot op heden altijd het uitgangspunt gehanteerd dat het nemen van tussentijdse winst op deelplanniveau, terwijl op clusterniveau niet aan de voorwaarden wordt voldaan, niet wenselijk is.

De tot op heden gehanteerde systematiek sluit ons inziens aan bij het voorzichtigheidsprincipe en het realisatieprincipe, die leidend zijn bij het nemen van tussentijdse winst & het bepalen van de voorziening verliesgevende projecten. Deze principes zorgen ervoor dat de financiële risico's van gebiedsontwikkeling beheersbaar blijven en zijn goed uit te leggen. 3.4 Waardering Afval Energiebedrijf Aandachtspunt ACAM: Wij vragen uw aandacht voor het gegeven dat afhankelijk van de financiële resultaten van het AEB in de toekomst een ander inzicht kan ontstaan over de waarde van de deelneming en de mate waarin de lening kan worden terugbetaald. Reactie college: Het college onderschrijft het aandachtspunt. 3.5 Duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag Aandachtspunt ACAM: Wij vragen uw aandacht voor het blijvend bewaken van de herleidbaarheid en controleerbaarheid van de duurzaamheidsinformatie. Reactie college: Het college onderschrijft het aandachtspunt.

6 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD 3.6 Weerstandsvermogen en risicomanagement Adviezen ACAM: 1: Wij adviseren de wendbaarheid van de begroting expliciet op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bijvoorbeeld door het opnemen van de mate van beïnvloedbaarheid van de programma's. 2: Wij adviseren alle risico's te voorzien van een inschatting van kans en impact zodat de organisatie op basis daarvan een risicoscore kan berekenen. 3: Wij adviseren te onderzoeken of een periodieke analyse op de kwaliteit van het risicomanagementproces toegevoegde waarde oplevert. 4: Wij adviseren de kwaliteit en navolgbaarheid van de informatie over uitvoeringsrisico's in de programmaonderdelen te verbeteren. Reactie college: 1: Het college onderschrijft het advies van de ACAM om de mate van wendbaarheid van de programma's inzichtelijk te maken. Hieraan wordt al invulling gegeven in de digitale begroting, waar per programmaonderdeel de keuzes en de mate van wendbaarheid zijn opgenomen. Dit is een resultaat van de bestuursopdracht Inzicht in Beleid, Geld en Keuzes. Daarom neemt het college het advies niet over. 2: Het college erkent het belang van goede risico-inschattingen voor sturing binnen de organisatie. En dat scores helpen bij de prioritering. Tegelijkertijd plaatsen wij een kanttekening bij het gewicht dat ACAM toekent aan de minimale impact van risico's.

Omdat niet de minimale maar juist de verwachte en de maximale impact bepalend zijn voor de uitkomst van het weerstandsvermogen. Voor risico's voor dat weerstandsvermogen zijn de kans en impact inschatting zonder uitzondering vastgelegd en gevalideerd. Het advies voor deze risico's is daarom overbodig. Voor alle andere risico's – die redelijkerwijze opvangbaar zijn in de begroting van de programma's – schrijven we ook voor dat kans- en impactinschatting wordt vastgelegd. We delen de observatie van ACAM dat dit voor een deel van de andere risico's gebeurt maar voor een aanzienlijk aantal andere risico's niet gebeurt. In gevallen heeft dat te maken met de aard van het risico waardoor kwantificering naar euro niet mogelijk is, of de proces fase waarin een risico is onderkend en kwantificering in latere fases volgt. En in een aantal gevallen is het niet verklaarbaar. Wij zullen daarom meer aandacht geven aan de kwantificering door directies van de andere risico's, zie verder de reactie op advies 3. Het college wil voorkomen dat er gestuurd wordt op schijnzekerheid door te grote focus op de parameters ten koste van de aandacht voor uitlegbaarheid en consistentie van het totale risicobeeld. Daarom richten wij ons bij jaarverslag en begroting op:

• de compleetheid van het risicobeeld; • de afbakening tussen resterende en niet-resterende risico's; • de validatie van de risico's voor het weerstandsvermogen. 3: Het college ziet het advies om te onderzoeken of een periodieke analyse op de kwaliteit van het risicomanagementproces toegevoegde waarde oplevert als een belangrijk punt. Omdat de betrouwbaarheid en kwaliteit van het weerstandsvermogen afhangt van:

• de compleetheid van het risicobeeld; • de afbakening tussen resterende en niet-resterende risico's.

Daarbij steunt het college op de risicomanagementprocessen binnen de organisatie. Het is daarom van belang dat de kwaliteit van deze processen en de vastlegging van de daaruit voortvloeiende risico's op orde zijn. Risicomanagement processen verlopen in fases, het

7 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD beleid is om deze integraal onderdeel te laten zijn (ISO31000) van de reguliere managementcyclus. Waardoor het ook met regelmaat onderwerp is van audits. Het college zal onderzoeken wat een periodieke analyse van het risicomanagement proces daaraan toe kan voegen. En daarbij ook aandacht geven aan de kwantificering door directies van de andere risico's. 4: Wij herkennen het beeld dat de kwaliteit van informatie over risico's in de programmabladen wisselt. Het college neemt dit advies over. Wij zetten in op verbetering van de kwaliteit en uniformiteit van de toelichtingen. Dit is belangrijk voor heldere communicatie met de raad over risico's. 3.7 Administratieve hygiëne Adviezen ACAM: 1: Wij adviseren de kwaliteit van het reguliere administratieve proces en de interne beheersing te versterken, zodat fouten en achterstanden eerder worden gesignaleerd en gecorrigeerd. 2: Wij adviseren in te zetten op een actuele administratie om op den duur een 'hard close' mogelijk te maken. 3: Wij adviseren de wijziging van AFS naar AFIS en de aankomende herziening van het rekeningschema spoedig door te voeren in het Amsterdams Accounting Manual. Reactie college: 1: Het college herkent het advies om de kwaliteit van het reguliere administratieve proces en de interne beheersing te versterken, zodat fouten en achterstanden eerder worden gesignaleerd en gecorrigeerd.

Het advies wordt dan ook overgenomen met de nadruk op het financieel beheer en de informatievoorziening. Risicobeheersing op boekhoudkundige fouten wordt procesmatig en op instructieniveau aangescherpt. 2: Het college herkent het advies om in te zetten op een actuele administratie om op den duur een 'hard close' mogelijk te maken. In het licht van de AFIS-perikelen rondom het afgelopen verslagjaar 2025 meent het college de daaruit geïdentificeerde verbeterpunten leidend te maken in de procesverbetering. Hierin willen wij in 2026 stappen zetten door de interne controlefunctie (balans en realisatie) te versterken en langs de weg van periodeafsluitingen op den duur 'hard close' mogelijk te maken. Het resultaat moet zijn dat bij in elk geval periodieke afsluitmomenten de administratie actueel en juist is en daarmee de betrouwbaarheid van de financiële informatievoorziening beter is geborgd. 3: Het college herkent de bevindingen en neemt het advies over om de Amsterdams Accounting Manual naar AFIS te actualiseren. 3.8 Prestatieverklaringen Advies ACAM: Wij adviseren het proces van prestatie akkoord-verklaren verder te verbeteren en bij de keuze voor het afzien van een verklaring vervangende beheersmaatregelen te treffen. Hierbij kan gedacht worden aan controles met steekproeven of risicogerichte controles.

Reactie college: Het college neemt het advies over om het proces van prestatie akkoord-verklaren verder te verbeteren en bij de keuze voor het afzien van een verklaring vervangende beheersmaatregelen te treffen. Voor het verbeteren van de controle op prestatielevering wordt een opleiding Prestatieverklaring ontwikkeld met de nadruk op de Toepassingsregels inzake de omgang met prestatieverklaringen. Een geactualiseerde Publicatielijst en bekendheid/vindbaarheid daarvan is onderdeel van de opleiding.

8 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD 3.9 Financieel risico bij mogelijk niet naleven Wet DBA Aandachtspunt ACAM: Wij vragen uw aandacht voor de uitkomsten van de inventarisatie en de structurele borging van de naleving van de wet DBA. Reactie college: Als Gemeente Amsterdam willen wij compliant zijn aan wet-, en regelgeving en stellen wij alles in het werk om juistheid en volledigheid af te dwingen. Om te voorkomen dat naheffingen door de Rijksbelastingdienst worden opgelegd hanteert de gemeente een pro-actieve aanpak, waarbij we in gevallen van schijnzelfstandigheid zelf ook tot afdracht van loonbelasting over kunnen gaan. Het is voor de gemeente Amsterdam van groot belang om dit proces goed te beheersen en (financiële) risico's te beperken. De gemeente Amsterdam heeft regelmatig contact met Belastingdienst, waarbij ook dit onderwerp besproken wordt. In algemene zin geldt dat indien en voor zover de gemeente zelf dan wel de Belastingdienst zou oordelen dat er sprake is van een dienstbetrekking, de gemeente als opdrachtgever een naheffing voor loonheffingen en premies werknemersverzekeringen en een boete opgelegd kan krijgen. Dit neemt niet weg dat het voor de gemeente als opdrachtgever van belang is om te voorkomen dat een opdrachtrelatie kan worden aangemerkt als dienstbetrekking.

Daartoe zijn de afgelopen jaren al verschillende beheersmaatregelen in gang gezet en worden - indien nodig - aanvullende maatregelen getroffen. 4.1 Cyberbeveiligingswet Aandachtspunt ACAM: Wij vragen uw aandacht voor het belang van het gesprek over digitale veiligheid tussen de raad en het college. Reactie college: Het college is graag bereid om dit gesprek met de raad te voeren. 4.2 Digitale autonomie Aandachtspunt ACAM: Wij vragen uw aandacht voor de belangrijke uitdaging voor de organisatie in het bewaken van de balans tussen autonomie, continuïteit en informatiebeveiliging. Reactie college: Deze balans is een permanent aandachtspunt voor het college bij de uitwerkingen van digitale autonomie. 4.3 Beheersing SaaS-applicaties Adviezen ACAM: 1: Wij adviseren u voor de SaaS-applicaties afspraken te maken met de leveranciers voor het jaarlijks tijdig verkrijgen van de assurance- rapportages en adviseren u de naleving van deze afspraken te monitoren. 2: Wij adviseren de vroeg in het jaar beschikbaar komende assurance- rapportages met prioriteit te beoordelen. De resultaten van deze beoordeling kunnen dan tijdig betrokken worden geëvalueerd. 3: Wij adviseren, voor zover bestaande afspraken met leveranciers de tijdige beoordeling niet mogelijk maken, om in overleg met de leverancier te sturen op het eerder beschikbaar stellen van de rapportages.

Reactie college: 1: Het advies om voor de SaaS-applicaties afspraken te maken met de leveranciers voor het jaarlijks tijdig verkrijgen van de assurance- rapportages en adviseren u de naleving van deze afspraken te

9 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD monitoren wordt overgenomen. Wij gaan in gesprek met de onderstaande leveranciers om deze rapportages alsnog te verkrijgen:

• Het subsidiesysteem; • Het systeem voor verhuur van sportaccommodaties; • Het beleensysteem van de Stadsbank van Lening; • Het systeem voor grondexploitaties: voor de applicatie Totallink is er een groeimodel

afgesproken. Er zal over 2026 een assurance rapportage type 1 (opzet en bestaan) en over 2027 een assurance rapportage type 2 (opzet, bestaan en werking) worden geleverd; • De twee systemen voor de toekenning van individuele zorg (Wmo en Jeugdwet). Voor het systeem voor de toekenning van individuele zorg (Jeugdwet) zijn inmiddels nieuwe afspraken gemaakt over de aanlevering van de assurance rapportage. 2 en 3: Het college zal bezien of het proces van verkrijgen en beoordelen van assurance-rapportages versneld kan worden. 4.4 Autorisatiebeheer Adviezen ACAM: 1: Wij adviseren een proces in te richten om ongeautoriseerde afwijkingen op of ongeautoriseerde aanpassingen aan uitgegeven toegangsrechten te signaleren, vast te leggen als beveiligingsgebeurtenis en deze als zodanig af te handelen. 2: Wij adviseren de in de BIO voorgeschreven frequentie (1x per kwartaal) voor controle van speciale rechten na te leven, gebruik van speciale rechten te loggen en te monitoren op ongewenste functievermenging waarbij een actuele autorisatiematrix een belangrijke randvoorwaarde is. 3: Wij adviseren u het autorisatiebeheer te uniformeren, indien nodig het ontwerp te herzien en te overwegen om gebruik te gaan maken van de geautomatiseerde mogelijkheden die de leverancier biedt. Verder adviseren wij de periodieke controles op functiescheiding en toegangsrechten in te richten.

Reactie college: 1: Het advies om een proces in te richten om ongeautoriseerde afwijkingen op of ongeautoriseerde aanpassingen aan uitgegeven toegangsrechten te signaleren, vast te leggen als beveiligingsgebeurtenis en deze als zodanig af te handelen wordt overgenomen. Onderzocht zal worden hoe deze beveiligingsgebeurtenissen vast te leggen. 2: De adviezen worden overgenomen. Door de omzetting van het toegangscontroleproces verwachten wij in 2026 een significante verbetering te kunnen realiseren. Voor logging en monitoring geldt dat de inventarisatie van de applicaties waarin logging en monitoring mogelijk is nu moet worden uitgevoerd. Die begint bij een risicoanalyse en volgt de keten Risicoanalyse > Scheiding van functies > Logging > Monitoring. Hiervoor is een plan gemaakt dat zich in de afstemmingsfase bevindt. 3. Het college herkent de bevinding van ACAM. Ook was het advies van ACAM al ter hand genomen en wordt er nu gewerkt aan een procesbeschrijving waarin er sprake is van geautomatiseerde maatregelen op het Autorisatiebeheer AFIS met een specifieke tool van de SAP-leverancier. Net zoals in de AFS-periode met interne Integriteitscontroles op het AFS Autorisatiebeheer worden die nu weer ontwikkeld op de procedurele risicobeheersmaatregelen autorisaties AFIS.

Risicobeheersmaatregelen op conflicterende rollen en toegangsrechten zijn primaire aandachtsgebieden met die Integriteitscontroles.

10 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD Op de veronderstelde werking van de geautomatiseerde maatregel met de specifieke tool zal te zijner tijd de mogelijkheden op een EDP-audit door ACAM worden onderzocht. 4.5 ENSIA-audit Advies ACAM: Wij adviseren om in de verbeterplannen expliciet en concreet op te nemen op welke wijze de tekortkomingen structureel worden opgelost en hoe de effectieve werking van de maatregelen aantoonbaar wordt geborgd (monitoring, interne controles, periodieke toetsing) en welke verantwoordelijken daarbij horen. Reactie college: Het college neemt de aanbeveling over. Er zal onder andere worden bezien of registratie in en monitoring via Fully in Control een nuttig hulpmiddel is. 5.1 Single Information Single Audit Aandachtspunt ACAM: Wij vragen aandacht voor de bredere noodzaak van kwaliteitsbewaking binnen de SiSa-keten. Reactie college: Het college herkent het aandachtspunt op de kwaliteitsbewaking in het SiSa-proces. Het college zet de groei van de vakgroep SiSa door. Deze blijft zich inzetten op de verdere inhoudelijke professionalisering van het proces en het vergroten van het bewustzijn binnen de organisatie. De geconstateerde fouten en onzekerheden in het accountantsverslag 2025 zullen worden besproken met de contactpersonen van de betreffende specifieke uitkering (Spuks) om te komen tot inhoudelijke en procesmatige verbeteringen in de toekomst.

Er wordt meer aandacht besteed aan het aan de voorkant goed inrichten van de procesbeheersing en van de (financiële) administratie bij nieuwe Spuks. Tijdens informatiebijeenkomsten en bij bezoeken aan directie-managementteams met veel Spuk's, zal extra aandacht worden gegeven aan deze onderwerpen en het betrekken van de financieel adviseurs en controllers daarbij. Ook in de SiSahandreiking voor alle betrokkenen bij de SiSa zal expliciet aandacht worden gegeven aan de rollen van het lijnmanagement, financieel adviseurs en van control. De werkzaamheden in het kader van de verantwoording zullen gespreid worden en gerichter aansluiten op de interim controle, zodat de focus in die fase op de procesbeheersing zal komen te liggen. Ten tijde van de jaarafsluiting kan de aandacht dan gaan naar de financiële verantwoording. Hiermee verbeteren we de effectiviteit en efficiëntie van de kwaliteitstoetsen door de coördinerend financieel adviseurs. Participatie

Niet van toepassing. Financiële onderbouwing

Niet van toepassing Geheimhouding

Niet van toepassing.

11 Gegenereerd: v1.6

VN2026-007084 directie middelen en control

RAAD Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2026-032014

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2026-032029

Bijlage 1 - Jaarverslag gemeente Amsterdam 2025.pdf (pdf)

AD2026-032030

Bijlage 2 - Gebiedsjaarverslagen 2025 (Nieuw-West, Oost, Weesp, West, Zuid, Zuidoos).pdf (pdf)

AD2026-032031

Bijlage 3 - Te verlengen kredieten (2).pdf (pdf)

AD2026-032032

Bijlage 4 - Te beëindigen kredieten (2).pdf (pdf)

AD2026-032033

Bijlage 5 - Accountantsverslag 2025 gemeente Amsterdam.pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Directie Middelen en Control: Pernille Stomp, 06-28504129, p.stomp@amsterdam.nl Soufyan Akoudad, 06-39270579, soufyan.akoudad@amsterdam.nl Folkert Jan Arnold, 06-81179908, f.arnold@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17132406/1