CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 12 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Derde wijzigingsverordening op de verordening vermakelijkheidsretributie te water 2020 (VN2025-006849)2.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAD

VN2025-006849 rve belastingen

Voordracht voor de raadsvergadering van 11 juni 2025

Agendapunt

Financiën 18

Datum besluit

13 mei 2025

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen van de Derde wijzigingsverordening op de verordening vermakelijkheidsretributie te water 2020 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Vast te stellen de Derde wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020

Wettelijke grondslag

Artikel 169 van de Gemeentewet: het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de Gemeenteraad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur (lid 1); zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (lid 2). Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet, dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 229 lid 1 sub c van de Gemeentewet is de wettelijke basis voor de Verordening op de vermakelijkhedenretributie te water. Op grond van dit artikel kan een gemeente een retributie heffen ter zake van het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt.

Bestuurlijke achtergrond

Op basis van artikel 229 lid 1 sub c van de Gemeentewet kunnen gemeenten een retributie heffen ter zake van het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in standgehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. De verordening op de vermakelijkheidsretributie te water 2020 is vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2019 (Gemeenteblad nr. 290311). Op grond van de verordening wordt vermakelijkheidsretributie (VMR) geheven op vormen van vermaak op het water die tegen vergoeding worden aangeboden, zoals rondvaarten. Met de vaststelling van de Eerste wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 bij raadsbesluit van 9 november 2023 is het tarief per bezoeker, passagier, respectievelijk deelnemer aan

1 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006849 rve belastingen

vermakelijkheden, voor zover de vermakelijkheid plaatsvindt met, op, in of aan een gemotoriseerd, niet stationerend vaartuig, per 1 januari 2024 verhoogd van € 1,50 naar € 2,50. Met de vaststelling van de Tweede wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 bij raadsbesluit van 13 november 2024 zijn de tarieven geïndexeerd met 3,5% (ramingen CPB augustus 2024), overeenkomstig de afspraken over indexatie van de lokale heffingen uit het coalitieakkoord 2022-2026.

Onderbouwing besluit

Vaststellen Derde wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 De raad wordt voorgesteld de Derde wijzigingsverordening op de verordening op de vermakelijkheidsretributie te water 2020 zoals opgenomen in bijlage 1 vast te stellen, met als belangrijkste punt:

De toevoeging van een aanvullende toelichting behorend bij de Eerste wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 (raadsbesluit van 9 november 2023) om alsnog te laten zien welke belangenafwegingen er op het moment van vaststelling van die wijzigingsverordening bestuurlijk zijn gemaakt en aan de wijziging ten grondslag hebben gelegen.

Op 9 november 2023 heeft de raad de Eerste wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 vastgesteld en daarmee het tarief voor passagiers van rondvaartboten vanaf 2024 verhoogd van € 1,50 naar € 2,50 voor een boottocht. In de toelichting bij de verordening is geen uitgebreide motivering en belangenafweging voor het hogere tarief vastgelegd. Waar de belastingrechter verordeningen tot voor kort vooral marginaal toetste op het verbod op willekeurige en onredelijke belastingheffing, wordt steeds vaker nadrukkelijk getoetst of er bij de vaststelling van nieuwe tarieven een goede belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het ontbreken van een motivering en belangenafweging kan voor de rechter aanleiding zijn om de hogere tarieven in een procedure buiten toepassing te verklaren. Gelet op deze ontwikkelingen, stelt het college voor om deze motivering en belangenafweging alsnog expliciet vast te stellen en in een aanvullende toelichting op te nemen, om te borgen dat bezoekers die op een rondvaartboot stappen en vanaf de grachten van het uitzicht op onze mooie stad genieten een financiële bijdrage aan de stad blijven leveren.

Met de vaststelling van deze aanvullende toelichting verandert er niets aan de tarieven zoals die golden in 2024 en gelden in 2025, maar laat de gemeenteraad alsnog zien welke afwegingen van belangen er op het moment van vaststelling van die wijzigingsverordening bestuurlijk zijn gemaakt en aan de wijziging ten grondslag hebben gelegen. Nadere motivering en belangenafweging VMR te water Sinds 1960 gold het verbod op onredelijke en willekeurige belastingheffing als voornaamste toetsingsnorm bij belastingverordeningen. Het gelijkheidsbeginsel (gelijke behandeling van gelijke gevallen) en het evenredigheidsbeginsel (de gevolgen voor een of meer belastingplichtigen mogen niet onevenredig nadelig zijn in verhouding tot de doelen die met de belastingheffing worden beoogd) waren centrale elementen van deze toets. De afgelopen tijd wordt in de rechtspraak echter steeds meer nadruk gelegd op de zogenaamde exceptieve toetsing. Dat houdt in dat de bestuurs- of belastingrechter in procedures bij het toetsen van de rechtmatigheid van besluiten (waaronder

2 Gegenereerd: v1.1

VN2025-006849 rve belastingen

RAAD belastingaanslagen) ook beoordeelt of de achterliggende regelgeving in overeenstemming is met het recht. Hierbij wordt uitdrukkelijk gekeken naar algemene rechtsbeginselen en getoetst of de belangen van alle betrokken partijen goed zijn mee- en afgewogen bij het wijzigen van belastingverordeningen en daarin opgenomen tarieven. Een arrest van de Hoge Raad van september 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1178) en adviezen van de Advocaat Generaal van februari van dit jaar (ECLI:NL:PHR:2025:98) geven concreet gestalte aan deze ontwikkeling. Daarbij gaat het niet meer alleen over situaties waarin een enkele belastingplichtige of groep van belastingplichtigen centraal staat, maar ook om gevallen waarbij sprake is van een generieke lastenverzwaring voor alle belastingplichtigen, zoals bij de VMR te water. Als de belastingrechter concludeert dat sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebrekkige motivering, kan dit ertoe leiden dat een tarief of tariefverhoging op voorhand wordt afgewezen en de rechter niet meer toekomt aan het toetsen of de voorgestelde verhoging redelijk is. Er zijn inmiddels bezwaren ingediend door rederijen waarin op het ontbreken van een belangenafweging wordt gewezen.

Hoewel in de Eerste wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water geen uitgebreide belangenafweging is opgenomen, wordt het debat over de bijdrage van bezoekers aan de stad al jaren intensief gevoerd in de raad. Al bij de invoering van de VMR in 1995 was het verhalen van een deel van de kosten van het toerisme op degenen die hiervan profiteren de rechtvaardiging. Bij de invoering zijn de bezwaren van de rederijen nadrukkelijk gehoord en gewogen. De rederijen waren geen voorstander van de introductie van de VMR, vanwege de impact op hun winstpotentie. In de belangenafweging van destijds, woog het belang van de gemeente om de branche te laten bijdragen aan de kosten die de gemeente maakt en het profijt dat de rederijen daarvan hebben (‘gebruik van de stad als openluchtmuseum’) zwaarder dan de bezwaren van de branche. Sindsdien staat het vragen van een eerlijke bijdrage van bezoekers steeds centraal in de overwegingen van de gemeente om VMR te heffen. De aanhoudende groei van de bezoekersstromen zorgde vanaf 2015 voor steeds meer drukte, overlast en kosten voor de stad. Op grond hiervan was in het coalitieakkoord 2018-2022 de ambitie opgenomen om bezoekers en toeristen eerlijker te laten gaan bijdragen.

Om de verschillende perspectieven, suggesties en voorkeuren op te halen over een eerlijker bijdrage voor bezoekers aan de stad, is in 2019 een uitgebreide consultatie uitgevoerd onder Amsterdammers, ondernemers en andere belanghebbenden uit de overnachtings-, amusements- en evenementenbranche. De uitkomsten van deze consultatie zijn, samen met een uitgebreide verkenning van de fiscaal-juridische mogelijkheden die toeristenbelasting en vermakelijkhedenretributie bieden, betrokken bij de keuze die bij de Voorjaarsnota 2019 is gemaakt om het tarief voor VMR te water vanaf 2020 te laten stijgen van € 0,66 naar € 1,50 per passagier. De hierbij gemaakte afweging van het college is toegelicht in een raadinformatiebrief en op 13 juni 2019 uitgebreid besproken in uw commissie Financiën en Economische Zaken. Uit het consultatietraject bleek de rondvaartbranche geen voorstander van hogere VMR tarieven. Dat is niet vreemd vanuit het bedrijfseconomisch perspectief van de rederijen, aangezien de VMR wordt doorbelast aan bezoekers die een kaartje kopen. Kaartjes worden hierdoor dus duurder, waardoor bezoekers mogelijk kunnen afzien van een rondvaart. Daar staan de belangen van de gemeente tegenover. Bij de invoering van de VMR te water in 1995 is een indicatie van de kosten gegeven die de gemeente maakt waar aanbieders en gebruikers van rondvaarten profijt van hebben.

Daaruit bleek dat de kosten die de gemeente maakt in de openbare ruimte om, aan en in het water een veelvoud bedroegen van de opbrengsten van de VMR te water. Ook anno nu zijn de kosten die de gemeente maakt vele malen hoger dan de baten van de heffing. Het aantal bezoekers aan de stad is in de afgelopen jaren blijven groeien. Dat zorgt logischerwijs voor extra druk op en extra kosten voor de gemeente voor de openbare ruimte in, aan en op het water.

3 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006849 rve belastingen

De grotere bijdrage van bezoekers die op een rondvaartboot stappen aan de stijgende kosten die de gemeente maakt om deze rondvaart mogelijk te maken waar bij het vaststellen van de Begroting 2024 is gekozen, is daarmee in de optiek van het college zonder meer te rechtvaardigen. Verordening VMR te Water 2025 De VMR is een belangrijk fiscaal instrument om een deel van de kosten die de gemeente maakt en waar de passagiersvaart van profiteert te dekken. Aanbieders van rondvaarten en andere vermakelijkheden op het water kunnen de VMR doorberekenen aan hun passagiers. Het college vindt het daarom opportuun om de motivering en belangenafweging met terugwerkende kracht vast te leggen voor de op dit moment geldende verordening. De belastingrechter kan deze motivering dan betrekken bij mogelijke procedures. Daarnaast wordt voorgesteld om een nieuwe verordening vast te stellen met ingangsdatum 1 juli 2025. Deze verordening wordt tegelijk met de Derde Wijzigingsverordening op de VMR te Water 2020 separaat ter vaststelling aan de raad aangeboden. Hoewel het in het bestuursrecht zonder meer mogelijk is om achteraf een nadere toelichting en motivering bij een al vastgestelde verordening op te nemen, is dat in het fiscaal recht niet gebruikelijk. Het is daarmee niet geheel zeker of de belastingrechter een motivering achteraf accepteert.

Die kans wordt wel reëel geacht, gezien de nadruk die de afgelopen jaren in fiscale procedures op bestuursrechtelijke beginselen wordt gelegd. Door een nieuwe verordening vast te stellen, kan discussie over het ontbreken van de motivering en belangenafweging worden uitgesloten over de aanslagen VMR vanaf het derde kwartaal van dit jaar.

Participatie

Belastingtarieven zijn uitgezonderd in art. 3, derde lid sub d van de Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over burger-, overheids- en netwerkparticipatie. Financiële onderbouwing

Overige toelichting

Met de vaststelling van deze nieuwe verordening verandert er niets aan de tarieven zoals die thans gelden in 2025, maar laat de gemeenteraad alsnog zien welke afwegingen van belangen er op het moment van vaststelling van de wijzigingsverordeningen op de oude verordening bestuurlijk zijn gemaakt en aan de wijzigingen ten grondslag hebben gelegen. De tarieven blijven zoals vastgesteld in artikel 5 bij de tweede wijzigingsverordening, te weten € 2,60 per bezoeker, passagier, respectievelijk deelnemer aan de vermakelijkheden, voor zover de vermakelijkheid plaatsvindt met, op, in of aan een gemotoriseerd, niet stationerend vaartuig en € 0,80 per bezoeker respectievelijk deelnemer aan de vermakelijkheden ingeval de vermakelijkheden plaatsvinden met, op, in of aan een stationerend vaartuig of niet-gemotoriseerd vaartuig. Conclusie

4 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006849 rve belastingen

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.

Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Ter Inzage

Registratienr.

Naam

AD2025-027898

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-027996

Bijlage 1 Besluit tot bekendmaking 3e Wijzigingsverordening VMR te Water 2020.docx (msw12)

Registratienr.

Naam

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Ron Stam, r.stam@amsterdam.nl, 0643758303

5 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15659657/1