CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 6 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel 'Ruimte voor waardevol ondernemerschap' van de leden Minderhoud en Namane en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (VN2025-001378)5.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAD

VN2025-001378 Griffie

Initiatiefvoorstel voor de Raadsvergadering van 5 en 6 maart 2025

Van Van Datum Portefeuille Agendapunt

De leden Minderhoud en Namane Minderhoud, Namane 5 november 2024 en gewijzigd op 28 gebruari 2025 Gemeentelijk vastgoed 13

Onderwerp Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel Ruimte voor waardevol ondernemerschap van de leden Minderhoud en Namane en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel. De gemeenteraad van Amsterdam besluit gezien het initiatiefvoorstel van de leden Minderhoud en Namane getiteld Ruimte voor waardevol ondernemerschap van 5 november 2024 en gewijzigd op 28 februari 2025; mede gezien de behandeling van het voorstel in de raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering van 22 januari 2025; 1) in te stemmen met genoemd initiatiefvoorstel; 2) het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: a) kaders en uitgangspunten te ontwikkelen voor het bepalen van maatschappelijke meerwaarde van commerciële voorzieningen, in lijn met de waardentafel zoals genoemd in voorliggend initiatiefvoorstel; b) een pilot te draaien waarbij het zorgen van ruimte voor deze voorzieningen wordt belegd bij gemeentelijk vastgoed in samenwerking met de stadsdelen, waarbij deze; i) de gewenste commerciële voorzieningen in een pilotgebied zo integraal mogelijk in kaart brengt in samenwerking met bewoners en andere stakeholders door middel van een waardentafel (binnen de kaders van de Participatieverordening en andere geldende gemeentelijke kaders); ii) bestaand en eventueel nieuw (strategisch) vastgoed exploiteert ten behoeve van de gewenste voorzieningen

binnen het pilotgebied; iii) aanvullend onderzoekt welk (ruimtelijk) instrumentarium ingezet kan worden om lokaal te sturen op commercieel vastgoed met maatschappelijke meerwaarde; c) dit initiatiefvoorstel onderdeel te maken van de nieuwe Gemeentelijke Vastgoedstrategie; 3) kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel. Wettelijke grondslag artikel 147a, lid 1 van de Gemeentewet

Initiatiefvoorstel Echt Amsterdams. Dat is een grote bek en een klein hartje. Het is omkijken naar elkaar. Het is eigenzinnigheid. Amsterdam is een plek om je te blijven verwonderen. Waar al die verschillende mensen samenkomen, en tot betere ideeën komen. De ziel van onze stad komt tot uiting op straat, op onze sportvelden, in de theaters, in de bruine kroeg. En ook onze ondernemers geven onze stad smoel. De PvdA wil dat lokale en authentieke ondernemers die de stad kleur geven de kans hebben om te ondernemen, en dat bewoners terecht kunnen in hun buurt voor wat ze nodig hebben. Winkelstraten in de buurt zijn vooral een plek waar Amsterdammers zélf graag komen, waar voor alle inkomensgroepen en leefstijlen wat wils is, waar zaken bijdragen aan een gevoel van veiligheid en saamhorigheid. Maar veel ondernemers die Amsterdam echt Amsterdam maken, of die mensen gewoon nodig hebben in hun buurt, hebben het moeilijk. Steeds vaker zien we dat de markt wat we van waarde vinden wegdrukt. Ondernemers die afhankelijk zijn van commercieel vastgoed, hebben te maken met concurrentie van bedrijven die flink de portemonnee kunnen trekken. Grote ketens die schaalvoordeel hebben. Zaken die vooral aan mensen met diepe zakken verkopen of bedrijven die alleen maar komen halen, maar weinig komen brengen. Steeds meer winkelstraten beginnen op elkaar te lijken.

Kleine ondernemers stoppen na decennia door oplopende huren. Zaken waar bewoners behoefte aan hebben, verdwijnen uit het straatbeeld. In ruil daarvoor krijgen we ketens, eenheidsworst, of zaken die zich vooral voegen naar het publiek wat het meeste geld uitgeeft. Hoe komt de Amsterdamse kleine boetiek, de boekenwinkel, de groenteboer maar ook bijvoorbeeld de huisarts er nog tussen? De PvdA wil dat er ruimte is in de stad voor die ondernemingen waar Amsterdammers op zitten te wachten. We moeten zorgen dat niet alleen het geld stuurt wat er gebeurt in de stad, maar dat we voorrang bieden aan wat Amsterdammers waardevol vinden en voldoende ruimte houden voor kleine ondernemers. Amsterdammers kunnen zonder problemen aanwijzen wat ze niet willen. Uitzonderingen daargelaten, is een slechte winkelstraat een plek waar géén Amsterdamse buurtbewoners komen om te winkelen, waar géén aanbod is voor mensen van alle inkomensgroepen en leefstijlen, winkels niet bijdragen aan een gevoel van veiligheid en saamhorigheid en waar lokale en authentieke ondernemers géén ruimte hebben om te ondernemen: winkelstraten waar het particulier belang van grote ketens, toeristenwinkels en andere commerciële voorzieningen zegeviert boven het (bredere) belang van Amsterdammers en de stad.

Hoe een goede invulling van commercieel vastgoed er uitziet is dus niet enkel en alleen aan de markt, maar ook aan de Amsterdammer. Lokaal verschilt dat: waar op de Zuidas behoefte is aan een fietsenmaker of groenteboer, is dat in de Nieuwmarktbuurt bijvoorbeeld een speelgoedzaak. Buurtbewoners en lokale ondernemers moeten meer regie terugkrijgen van de markt en de gemeente moet dit zo goed mogelijk faciliteren door verder te kijken dan enkel het commerciële belang van een winkelstraat, maar juist ook naar de maatschappelijke meerwaarde van commerciële voorzieningen die bijdragen aan de brede welvaart. Daarom dienen wij dit voorstel in.

Het voorstel draagt de gemeente op om aan de slag te gaan met het instrument “waardentafel’’ bij de invulling van commercieel gemeentelijk vastgoed, zoals beschreven in het rapport “Rijk als rentmeester: sturen op maatschappelijke meerwaarde’’, opgesteld door het College van Rijksadviseurs. Het instrument is bedoeld om actief en in een vroeg stadium het gesprek aan te gaan over de mogelijke maatschappelijke waarden van Rijksvastgoed. Indieners zijn van mening dat het instrument ook van grote waarde kan zijn voor gelijksoortige afwegingen die spelen bij investeringen in gemeentelijk vastgoed. De waardentafel helpt bij het benoemen en in kaart brengen van de maatschappelijke waarden die een investeringsbeslissing in vastgoed versterken of verzwakken. Het rapport adviseert om een ingevulde waardentafel als vaste verantwoordingsparagraaf op te nemen in besluitvormingsdocumenten en moet worden gezien als middel om moeilijk te definiëren maatschappelijke waarden te vertalen naar concrete afwegingen.1 Dit is een fundamentele koerswijziging in vergelijking met de geldende Nota Gemeentelijke Vastgoedstrategie (2014), die commercieel vastgoed grotendeels als een last beschouwt en waar grotendeels wordt ingezet op afstoten.

Hoofdstuk 1: scope 1.1. Ruimtelijke scope Ruimtelijke scope: gebiedsontwikkeling Lokaal ondernemerschap staat op verschillende fronten onder druk. In dit initiatiefvoorstel is gekozen om drie “probleemgebieden’’ te onderscheiden. Voor elk van de probleemgebieden worden aparte oplossingen geboden die soms gedeeltelijk overlappen. 1) Binnen de bestaande stad: we zien dat stijgende huurprijzen en de aanwezigheid van ketens en kapitaalkrachtige bedrijven steeds meer lokale ondernemers verdringen. Bestaande en startende lokale ondernemers, met een aanbod dat hoofdzakelijk gericht is op Amsterdammers, kunnen daar niet mee concurreren. De lokale kaasboer, fietsenmaker en boekenwinkel verdwijnen steeds vaker uit bestaande buurten, ten gunste van kapitaalkrachtige winkelformules, zoals ketens en winkels exclusief gericht op toeristen en dagjesmensen. Dit tast de leefbaarheid van onze buurten aan. 1) Binnen de nieuw te bouwen stad: de stad creëert de komende jaren nieuwe wijken op plekken waar voorheen enkel onbebouwde klei lag, en zelfs op plekken waar de klei nog onder water stond. Zeeburgereiland en IJburg worden uitgebreid, twee gebieden die vooralsnog een groot tekort aan winkels hebben, met weinig ruimte voor lokaal en authentiek ondernemerschap.

Ook breidt de stad uit door voorheen zelfstandige gemeenten op te nemen, zoals Weesp, waar het voorzieningenniveau in bepaalde wijken soms ook achterblijft. 2 3 4 5 2) Binnen de transformerende stad: de Omgevingsvisie 2050 en de Ontwikkelstrategie 2035 beschrijven beide de noodzaak tot “verdichting’’: er moeten meer woningen en 1https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/projecten/Adviezen-publicaties/publicatie/2020/10/13/rijk-als-

rentmeester 2https://www.gebiedsontwikkeling.nu/artikelen/bewoners-amsterdams-zeeburgereiland-ik-ga-hier-langzaam-dood-van-

verveling/ 3 https://www.parool.nl/amsterdam/het-intens-saaie-zeeburgereiland-een-toendra-met-5000-huizen~b27e3587/ 4https://www.parool.nl/amsterdam/is-het-te-laat-voor-de-verveelde-jeugd-op-ijburg-als-de-bioscoop-er-is-ben-ik-

allang-weg~bb5e59e2/ 5 https://openresearch.amsterdam/image/2021/5/21/staat_van_de_gebieden_openbaar_def.pdf

voorzieningen gebouwd worden op bestaande industriegebieden, bedrijventerreinen of wijken met weinig woningen, zoals de Zuidas, Overamstel en NDSM-werf. Ook hier staat de ruimte voor lokaal en authentiek ondernemerschap onder druk en hebben wijken soms moeite een ‘’buurtgevoel’’ te creëren. 6 Onderstaande kaart maakt inzichtelijk waar deze gebieden zich bevinden

Ruimtelijke scope: reikwijdte commerciële voorzieningen Commerciële voorzieningen met maatschappelijke meerwaarde bedienen gebieden van verschillende schaalniveaus: van buurt, stadsdeel tot gehele stad. Het is belangrijk hierin onderscheid te maken. De scope van dit initiatiefvoorstel betreft voornamelijk buurtgerichte commerciële voorzieningen, waarbij op basis van de Participatieverordening in overleg met het stadsdeel en stedelijke directies, in samenspraak met de lokale buurt en bewoners, ook breder gerichte commerciële voorzieningen meegenomen kunnen worden (zoals een nachtclub) of grootschalige horeca. 1.2. Inhoudelijke scope Gebruikte definitie maatschappelijke meerwaarde Om de maatschappelijke meerwaarde van vastgoed te bepalen, is het essentieel om de twee kernbegrippen maatschappelijk vastgoed en maatschappelijke meerwaarde te definiëren. Maatschappelijke meerwaarde is net als maatschappelijk vastgoed een containerbegrip zonder een eenduidige definitie. Voor het definiëren van dit kernbegrip wordt maatschappelijk vastgoed in de context meegenomen, omdat maatschappelijke meerwaarde in dit voorstel een groot raakvlak heeft met vastgoed.

6https://www.parool.nl/amsterdam/iedereen-wil-een-levendige-zuidas-maar-het-vlot-nog-niet-echt-voor-een-

groenteboer-is-de-huur-hier-gewoon-te-hoog~b94262ac/

Maatschappelijke meerwaarde, in sommige contexten ook wel maatschappelijk rendement genoemd, is moeilijk uit te drukken in financiële gegevens, maar in grote mate wel meetbaar gemaakt door middel van indicatoren. Binnen maatschappelijk vastgoed zijn twee aspecten sterk aan elkaar verbonden, namelijk het financiële rendement en de maatschappelijke meerwaarde. Hierbij is het financiële rendement bij gemeenten momenteel goed inzichtelijk in tegenstelling tot de maatschappelijke meerwaarde. Daarnaast wordt gesteld dat het financiële rendement op maatschappelijk vastgoed sterk afhangt van de maatschappelijke meerwaarde die het object genereert. Maatschappelijke meerwaarde is de ruimtelijke en sociale waarde die vastgoed genereert aan de omgeving. Hierbij is voornamelijk de impact die het vastgoed heeft op de omgeving van belang (College van Rijksadviseurs, 2020), en niet zozeer de eigenaar van het vastgoed (publiek of privaat). Maatschappelijk vastgoed maakt in die zin de realisatie van (economische en) maatschappelijke meerwaarde mogelijk door middel van beleidsdoelen die worden opgesteld door de overheidsinstanties. Tegelijkertijd kan ook via particuliere (ontwikkelaars en vastgoedeigenaren) of semi-overheidsorganisaties (deelnemingen) gestuurd worden op het bevorderen en waarborgen van maatschappelijke meerwaarde van vastgoed.

Dit voorstel legt zich toe op het bevorderen en waarborgen van de (lokale) maatschappelijke meerwaarde van gemeentelijk vastgoed, waarin afhankelijk van de (lokale) context een keuze gemaakt wordt over de gewenste commerciële invulling.

Hoofdstuk 2: Definiëren van de lokale maatschappelijke waarde van commerciële voorzieningen 2.1. Wat is de ziel van de buurt in relatie tot commerciële voorzieningen? Op de vraag wat de ‘’ziel van de buurt’’ is en welke rol commerciële voorzieningen daarin kunnen spelen, bestaat geen eenduidig antwoord. De ziel van een buurt is in die zin de Spiegel van Neregeb uit de Harry Potter-boeken: iedereen ziet in de ziel van de buurt wat diegene het meest begeert. Voor de een draagt de bruine kroeg daaraan bij, voor de ander een boekenwinkel of een kebabzaak. De exacte invulling van de ziel van een buurt, met name met betrekking tot commerciële voorzieningen, ligt daarom open. Het is dan ook onmogelijk om tot een generiek beleidsstuk te komen voor de gehele stad, gezien de ziel van iedere buurt en voor iedere Amsterdammer wat anders kan betekenen. Is de ziel van een stad of buurt dan geheel ongrijpbaar? Een luchtkasteel? Een niet in te vullen containerbegrip? Geenszins. De belangrijkste aspecten van het leven in een stad zijn tenslotte ongrijpbaar. Een praatje bij de groenteboer, goede relaties met de buren, een gevoel van saamhorigheid en veiligheid in de wijk, een gevoel van vrijheid te zijn wie je bent.

Indieners beschouwen de ziel van de stad vooral als een richtsnoer dat ondersteuning biedt bij het nemen van de juiste keuzes over de inrichting van onze buurten, een kompas dat beleidsmakers uitdaagt verder te kijken dan een hoofdzakelijk financiële/markttechnische invulling van de ruimte in de stad, door niet te beginnen bij het doorrekenen van plannen maar bij de maximale maatschappelijke meerwaarde die een plan kan toevoegen. Of zoals het College van Rijksadviseurs (CRa) de invulling van ‘’maatschappelijke meerwaarde’’ samenvat:

‘’Het bepalen van maatschappelijke waarde is al met al geen wiskunde. Het is een zaak van interpretatie, van belangen en politieke keuze ‘’…..’’ In de woorden van Lucebert: ‘alles van waarde is weerloos’, daarbij doelend op dat je het niet kunt ‘pakken’, maar dat het wel datgene is dat het leven rijk maakt.’’ - pag. 21, Rijk als Rentmeester, CRa, 2020. ‘’Datgene wat het leven rijk maakt’’ staat in verschillende delen van onze stad onder druk. In de binnenstad worden winkels en ondernemers waar Amsterdammers graag komen in toenemende mate verdrongen door winkels die Amsterdammers het liefst mijden. Buiten de binnenstad worden geliefde (soms tijdelijke) horeca en cultuurvoorzieningen, maar ook kenmerkende ambachtelijke en lokaal verankerde zaken, vervangen door woningbouw en kantoorruimtes. De voorbeelden zijn legio: van de Marktkantine en de School in West, tot de lokale kaasboer en slager in het Centrum, en Neef Louis in Noord. Commerciële voorzieningen die een fundamenteel onderdeel van de ziel van de buurt vormen, worden dan ook het best gedefinieerd als ‘’die voorzieningen die het leven in een buurt rijk maken’’. Een gebrek aan deze voorzieningen maakt de kwaliteit van leven in een buurt dan ook minder rijk.

Voor dit gebrek aan rijkdom is ook geen gebrek aan voorbeelden: de overweldigende dominantie van toeristenzaken in het centrum, tot het gebrek aan alledaagse voorzieningen als een bakker, groenteboer op de Zuidas of horeca op Oostenburg. Voorgaande definitie en voorbeelden onderstrepen het punt dat de ziel van de stad diffuus is, en niet gevat kan worden in één generieke definitie die toepasbaar is op de gehele stad. De ziel van de stad is vooral een mozaïek van meerdere zielen, lokaal gedefinieerd en verankerd in onze buurten. Dit voorstel zet dan ook niet in op één toepasbare definitie, maar schept de kaders en uitgangspunten om lokaal te bepalen welke commerciële voorzieningen het leven in de buurt zo rijk mogelijk maken - en hoe hier ruimte voor gecreëerd kan worden. 2.1. Bepalen lokale maatschappelijke meerwaarde: de weging Investeringen in het aanwinnen, verdelen en exploiteren van gemeentelijk vastgoed t.b.v. commerciële voorzieningen vragen allereerst om het expliciet meenemen van maatschappelijke waarde in de besluitvorming. Een aantal aspecten is daarbij van belang: maatschappelijke meerwaarde moet vanaf het begin onderdeel zijn van de overwegingen en toegevoegd worden aan de business case in elke fase. Dit kan ook op basis van kwalitatieve argumenten, omdat maatschappelijke waarde niet altijd op dezelfde manier meetbaar is als de financiële kant van de businesscase.

Het erkennen van kwalitatieve aspecten is essentieel om maatschappelijke waarden daadwerkelijk te waarderen en mee te nemen, wat betekent dat er ook rekening gehouden moet worden met onzekerheden en veranderlijkheid. Het vaststellen van maatschappelijke waarde is geen exacte wetenschap, maar eerder een kwestie van interpretatie, belangen en politieke keuzes. Vaak worden deze 'zachte' elementen buiten beschouwing gelaten, juist omdat ze moeilijk vast te grijpen zijn. Zoals ook het citaat in het rapport van het CRa wordt benadrukt, zei Lucebert: "alles van waarde is weerloos", wat benadrukt dat het niet tastbaar is, maar wel de kern vormt van wat het leven rijk maakt.7 Indieners pleiten, in lijn met het College van Rijksadviseurs, ervoor om deze elementen juist 7https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/projecten/Adviezen-publicaties/publicatie/2020/10/13/rijk-als-

rentmeester

wél mee te nemen in de afwegingen, omdat moeilijk meetbaar niet hetzelfde is als onbelangrijk of onmeetbaar. Dit sluit aan bij bredere economische veranderingen, waarbij de focus verschuift van groei en cijfers naar een evenwicht tussen waarden als leefbaarheid en duurzaamheid, zoals beschreven in modellen zoals de donut-economie en Nieuw Economisch Peil.8 Als meetmethode is de methode van subjectieve objectiveerbaarheid een werkbare optie, zoals die ook wordt toegepast bij de beoordeling van architectonische en stedenbouwkundige plannen. Hierbij wordt een door alle betrokkenen geaccepteerde groep samengesteld die gezamenlijk, op basis van vooraf vastgestelde thema’s, beoordeelt hoe een ontwerp presteert. Er wordt onderscheid gemaakt tussen thema’s die kwantificeerbaar zijn, waarvoor dit ook wordt gedaan, en thema’s die niet kwantificeerbaar zijn, waarbij dit achterwege blijft. Het is van belang om de beperkingen en mogelijkheden van cijfers te erkennen en dit mee te nemen in de afwegingen. Het doel is te laten zien hoe de keuze voor bepaalde commerciële voorzieningen kan bijdragen aan bredere beleidsdoelen. 2.3. Het model van keuze: de waardentafel Het CRa heeft in 2020 de opdracht gegeven om een advies te schrijven over het bevorderen en waarborgen van de maatschappelijke waarde van Rijksvastgoed.

Dit advies heeft geleid tot een raamwerk dat maatschappelijke waarde duidt en dat vertaald kan worden naar een afwegingskader voor het nemen van investeringsbesluiten. Het advies is niet een-op-een toepasbaar, maar biedt van alle denkrichtingen en methoden wel het beste de handvatten voor het bevorderen en waarborgen van zo veel mogelijk (lokale) maatschappelijke meerwaarde van commerciële voorzieningen in Amsterdam. Uit het onderzoek naar verschillende studies omtrent de ‘maatschappelijke waarde voor de context’, zijn een aantal categorieën van maatschappelijke waarden geanalyseerd en gedefinieerd. Hierbij is het mogelijk dat de categorieën door verschillende betrokkenen op een andere manier worden geïnterpreteerd. Voorliggend voorstel houdt hier rekening mee, zo zijn niet alle categorieën uit het rapport meegenomen in het voorstel. Zoals eerder aangegeven krijgen de verschillende waarden lokaal kleur op basis van de Participatieverordening en worden ze door middel van verschillende ruimtelijke instrumenten mogelijk gemaakt. Het volgende hoofdstuk beschrijft de wijze waarop dit moet gebeuren. Onderstaande categorieën van het advies van de CRa dragen in de context van voorliggend voorstel bij aan het grijpbaar maken van het ongrijpbare, en dienen als richtsnoer voor het bepalen van de rol van commerciële voorzieningen bij het waarborgen en versterken van de ziel van de buurt.

Publieke en sociale maatschappelijke voorzieningen Hierbij is gekeken naar de mate waarin de investering daadwerkelijk waarde toevoegt aan de omgeving door het vergroten en verrijken van de bestaande beschikbare voorzieningen. Een voorbeeld hiervan is in welke mate de investering waarde toevoegt aan maatschappelijke voorzieningen (zoals sport, recreatie, zorg en cultuur) door middel van een betere benutting en bezetting, door bijvoorbeeld langer open te blijven en een plek voor buurtgroepen te bieden. Gezondheid, duurzaamheid en klimaatadaptiviteit van de leefomgeving 8 https://openresearch.amsterdam/nl/page/102086/een-nieuw-amsterdam-economisch-peil

In welke mate draagt de investering bij aan de omgeving met betrekking tot duurzaamheid (klimaatadaptiviteit), gezondheid en beschikbaarheid van de natuur? Deze vraag staat centraal binnen deze categorie. Een voorbeeld is in welke mate de investering in sport of vrijetijdsbesteding bijdraagt aan een gezondere leefomgeving voor buurtbewoners. Kwaliteit openbare ruimte en leefomgeving De kwaliteit van de openbare ruimte en leefomgeving speelt in de definitie vooral in op het behouden of realiseren van hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte. Zo kan er bij de keuze van commerciële voorzieningen meer ruimte worden gecreëerd voor ondernemers die een bijdrage leveren aan een schone straat, een mooie pui en een goed onderhouden pand, dat het aangezicht en de daarmee de leefbaarheid van de gehele buurt verbetert. Leefbaarheid, (sociale) veiligheid en cohesie Deze categorie heeft een direct verband met de beleidsdoelen vanuit het Sociaal Domein en Veiligheid en geeft inzicht in welke mate de investering een bijdrage levert aan de leefbaarheid, veiligheid en sociale cohesie van de omgeving. Dus welke maatschappelijke bijdrage het levert aan het verbeteren van de leefbaarheid in een buurt.

Daarnaast is de mate van participatie en zelfredzaamheid van bewoners in een buurt van belang, net als het bevorderen van de samenleving (van bewoners en gebruikersgroepen) door te investeren in inclusiviteit en sociale cohesie. Productaanbod speelt hier ook een rol: wanneer de laatste bakker uit een buurt dreigt te verdwijnen en bewoners aangeven daar behoefte aan te hebben, moet de gemeente zich via beschikbare instrumenten inspannen hier wat aan te doen. Ditzelfde geldt als er in een buurt überhaupt geen bakker of supermarkt is. Door tegemoet te komen aan de wensen en behoeften van bewoners kan de sociale cohesie vergroot worden, eenzaamheid worden bestreden en de leefbaarheid verbeteren. Ook ruimere openingstijden met toegankelijke en uitnodigende voorzieningen die een plek bieden om samen te komen dragen hieraan bij, en kunnen een rol spelen bij de verdeling van ruimte. Economisch potentieel Ten slotte staat in de laatste categorie centraal welke bijdrage de investering levert aan de economische ontwikkeling. Voorbeelden hiervan is de werkgelegenheid, (betere) werkgelegenheidsvoorwaarden, bijdrage van de economische draagkracht en het versterken van de lokale economie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de mate waarin een lokale onderneming stageplekken of banen voor mensen uit de buurt creëert.

Hoofdstuk 3: De waardentafel in de praktijk 3.1. Wie kan de waardentafel het beste voorzitten en toepassen? Het sturen op deze maatschappelijke waarden is om allerlei redenen complex. Allereerst omdat deze waarden alleen al in het publieke domein vele ‘eigenaren’ kent: het sturen op maatschappelijke waarden vergt het ontstijgen van en het leggen van verbindingen tussen beleidsterreinen en verschillende directies binnen de gemeente - maar ook tussen de gemeente en (semi-)particuliere partijen wanneer het gaat om instrumenten als erfpacht en Omgevingsplannen. Lettende op het lijstje aan waardencategorieën in hoofdstuk 2.3., zijn op gemeenteniveau vrijwel alle politieke portefeuilles betrokken bij een of meer van de genoemde waarden. Alhoewel het

zwaartepunt van de verantwoordelijkheid voor commerciële voorzieningen met maatschappelijke meerwaarde door middel van de inzet van gemeentelijk vastgoed bij de afdeling van dezelfde naam ligt, zijn ook ruimtelijke ordening, veiligheid, financiën en publieke ruimte betrokken. Het integraal beslissen op basis van een totaalplaatje is erg lastig omdat iedere beslissing over de inzet van gemeentelijke vastgoed uiteindelijk alle betrokken beleidsonderwerpen aangaat. Ten tweede ‘vallen’ de genoemde maatschappelijke waarden voor de omgeving van de commerciële voorzieningen bij een diversiteit aan partijen, niet alleen in verschillende bestuurslagen maar ook op gebiedsniveau in de fysieke omgeving, terwijl de investeringsbeslissing op een plaats wordt genomen waar lang niet alle ‘geraakten’ een plek aan tafel hebben. Bovendien is het niet gebruikelijk dat alle ‘geraakten’ letterlijk een stem/vertegenwoordiging in het debat over te realiseren waarden hebben. Een derde element dat het sturen op maatschappelijke waarde ingewikkeld maakt, is dat er steeds verschillende disciplines, met ieder hun eigen taal en waarderingsstelsels, samen moeten werken.

Het gaat dan om de verbinding tussen de financiële waardering (wat zijn de financieel-economische waarden en lasten) en de inhoudelijke waardering (welk ‘rapportcijfer’ krijgt een investering als het gaat om het realiseren van een bepaalde maatschappelijke kwaliteit), waarbij verschillende kwaliteiten ook nog hun eigen schaal en manier van meten kennen. Er wordt dus per definitie geprobeerd appels met peren te vergelijken. Een vierde element in het sturen op maatschappelijke waarde is het effect van de tijd: de waardering zelf is dynamisch en verandert in de loop van de jaren, ten gevolge van allerhande ontwikkelingen en het veranderen van inzichten. Dat betekent dat een beslissing die vandaag wordt genomen mét zorgvuldige inachtneming van maatschappelijke waarde, over een aantal jaar in een veranderde context totaal anders wordt beschouwd. Het gesprek over maatschappelijke waarde kent daarmee zowel een inhoudelijke kant (over welke waarden hebben we het, hoe meten we ze en hoe wegen we deze waarden onderling?), een organisatorische kant (wie zijn degenen die de maatschappelijke waarde veroorzaken en genieten? Wie zijn degenen die ze bepalen, beoordelen, keuzes maken?) als een financiële kant (hoe waarderen we en wie betaalt wat?). Het CRa benadrukt dat deze drie elementen slechts in samenhang kunnen worden bezien en bestuurd.

Er zijn dus een aantal cruciale onderdelen die een plek zouden moeten krijgen in de afwegingen rondom welke commerciële voorzieningen lokaal de voorkeur hebben, en die moeten zo integraal mogelijk meegenomen worden. Binnen de gemeente zou de besluitvorming over commerciële voorzieningen zo domeinoverstijgend (in nauwe samenwerking met relevante directies en de buurt) moeten plaatsvinden. Gemeentelijk vastgoed kan hier een doorslaggevende rol in spelen en de leiding nemen, door deze besluitvorming plaats te laten vinden op basis van de Participatieverordening (waarin wordt beschreven hoe de buurt betrokken dient te worden) en de inhoudelijke afweging over investeringsbesluiten te coördineren.

Hoofdstuk 4: Huidige situatie Amsterdam 4.1. De rol van maatschappelijke meerwaarde bij de regie op commerciële voorzieningen binnen de gemeente Amsterdam: stand van zaken

De stad bouwt de aankomende jaren aan een fijne en leefbare stad waarin alle Amsterdammers een thuis kunnen vinden ongeacht hun inkomen of achtergrond. Een ongedeelde stad waar Amsterdammers kunnen wonen in gemengde en complete buurten. Een fijn, laagdrempelig en divers voorzieningenaanbod met ruimte voor lokaal en authentiek ondernemerschap speelt daarbij een cruciale rol. Commerciële voorzieningen met maatschappelijke meerwaarde dragen bij aan de leefbaarheid en sociale cohesie in de buurt en in onze stad. Wanneer het goed gaat met de ondernemers die deze voorzieningen exploiteren in een straat of gebied straalt dit af op de omgeving, iets wat we als stad moeten koesteren en bevorderen. Ruimtelijk gezien wordt het belang van de maatschappelijke meerwaarde van commerciële voorzieningen al ruimschoots erkend door de gemeente. Zo benadrukt de Omgevingsvisie 2050 het belang van een divers winkelaanbod op loopafstand en het belang voor de leefbaarheid van Amsterdamse wijken door in te zetten op “meerkernige ontwikkeling’’ en het bevorderen van de wijkeconomie. Samen Stadmaken vormt een belangrijk onderdeel van de Omgevingsvisie 2050, waarmee ruimte wordt geboden aan bewoners om individueel of samen mee te doen met de inrichting van de buurt door ruimte te bieden aan lokaal ondernemerschap en voorzieningen.9 De recent gepresenteerde Ontwikkelstrategie 2035 borduurt hierop voort.

Zo wordt ingezet op “verdichting’’ waardoor er meer ruimte voor winkels en andere voorzieningen ontstaat binnen Amsterdamse wijken, maar wordt ook het belang van betaalbare ruimte voor lokaal ondernemerschap onderstreept: “Op buurtniveau is nabijheid van voorzieningen echter minstens zo belangrijk om kansenongelijkheid tegen te gaan, is het belangrijk dat bewoners voor een zo groot mogelijk deel van hun dagelijkse behoeften in hun buurt of directe omgeving terecht kunnen. Momenteel is dit niet in alle delen van de stad het geval. Daarom zetten we bij nieuwe ontwikkelingen in op het vernieuwen en versterken van ‘voorzieningenclusters’ (winkels, zorg, onderwijs, sport). Hierbij is extra aandacht voor economisch zwakkere functies van maatschappelijk belang die door hoge vastgoedprijzen onder druk komen te staan. Door bestaande voorzieningen beter te benutten blijven bestaande netwerken en structuren rondom voorzieningen behouden en kunnen deze worden uitgebouwd.’’ – pag. 30, Ontwikkelstrategie 2035.10 Daarnaast richt het bredere economisch beleid van de gemeente zich op brede welvaart, waarin lokaal ondernemerschap ook een belangrijke rol speelt.

De gemeente erkent dat marktwerking soms gecorrigeerd moet worden en zet zich in voor een betere positie van kleine en startende ondernemers, onder meer door gesprekken aan te gaan over huurmatiging - van de lokale vastgoedeigenaar tot en met Brussel. Er worden experimenten gestart om ondernemers weerbaarder te maken tegen een economie die gebouwd is op durfkapitaal. Er zijn tal van programma’s om te ondernemers te helpen om hun ambities realiseren, en er wordt veel samengewerkt met ondernemers en collectieven, bijvoorbeeld rond leefbaarheid en winkeldiversiteit. 11 4.2. De rol van gemeentelijk vastgoed

9 https://openresearch.amsterdam/nl/page/41852/omgevingsvisie-amsterdam-2050 10 https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/bouwen-buurten-toekomst/ 11 https://openresearch.amsterdam/image/2023/10/25/een_nieuw_amsterdam_economisch_peil.pdf

De meest recente ‘’Nota Gemeentelijke Vastgoedstrategie’’ komt uit 201412. Het is daarbij vooral relevant te kijken naar de geformuleerde beleidsdoelen, waarbij wordt verteld dat: ‘’In vergelijking met particuliere portefeuilles is er sprake van een grote diversiteit binnen de gemeentelijke portefeuille. De inventarisatie kwamen wij 10 beleidsdoelen tegen op basis waarvan de gemeente vastgoed in bezit heeft of huurt.’’ - pag. 12, Nota Gemeentelijke Vastgoedstrategie En dat de gemeente daarnaast: ‘’Vastgoed in bezit (heeft) dat geen direct beleidsdoel dient. Dit is gedefinieerd als "commercieel vastgoed’’. - pag. 12, Nota Gemeentelijke Vastgoedstrategie In de nota wordt uitvoerig beschreven dat de gemeente geen ‘’belegger’’ is en dat commercieel vastgoed gelijkstaat aan vastgoed dat geen ‘beleidsdoel’ dient. Tegelijkertijd wordt wel erkend dat commerciële exploitatie soms overlap kent met maatschappelijke exploitatie: ‘’Bij gemeentelijke doelstellingen op het gebied van arbeid en economie komen we op het grensvlak van maatschappelijk en commerciële exploitatie van vastgoed. De gemeente wenst in sommige gevallen middels vastgoed een bepaalde commerciële activiteit te steunen, bijvoorbeeld broedplaatsen voor startende ondernemers en kunstenaars, het kunnen sturen op branchering in een bepaald winkelgebied.’’ pag.

25, Nota Gemeentelijke Vastgoedstrategie’’ Er wordt echter onvoldoende gedacht aan de waardering en borging van maatschappelijke meerwaarde die commercieel vastgoed kan toevoegen aan een gebied. De strategie die hieruit voortvloeit bestaat dan ook grotendeels uit het zoveel mogelijk afstoten van commercieel vastgoed. Een gemiste kans. Gezien bovenstaande draagt dit initiatiefvoorstel het college op een koerswijziging in te zetten en commercieel vastgoed wél als strategisch belangrijk te bestempelen bij het behalen van een breed scala aan beleidsdoelen, waarbij het uitbreiden van de gemeentelijke vastgoedportefeuille kan worden gezien als bijdrage aan het behalen van bepaalde beleidsdoelen.

Hoofdstuk 5: Welke methodiek wordt gebruikt voor het waarborgen van voldoende commerciële voorzieningen met maatschappelijke meerwaarde? 5.1. Methodiek: een kaderstellende, faciliterende en meewerkende gemeente Dit initiatiefvoorstel begon met het beantwoorden van de vraag ‘’wat is maatschappelijke meerwaarde van commerciële voorzieningen?’’, door het uiteenzetten van een methode om deze vraag lokaal te beantwoorden. Het antwoord is diffuus, en de conclusie is dan ook dat de gemeente dit niet zelf hoeft te concretiseren. Het is belangrijk dat Amsterdammers het begrip lokaal invullen, op basis van heldere kaders en uitgangspunten. Hierbij staat voorop dat winkels en ondernemingen worden beschouwd als meer dan enkel commerciële voorzieningen, maar als onderdeel van de ziel van de stad met (zoveel als mogelijk) meetbare maatschappelijke meerwaarde voor een buurt.

12https://bouwstenen.nl/fileswijkplaats/2014-01-

31%20Stedelijke%20Vastgoedstrategie%20Gemeente%20Amsterdam%20(def).pdf

Na het uiteenzetten van de scope, de uitgangspunten en doelstellingen, de huidige context en de beoogde uitvoerder, is het nu tijd om de methodiek uiteen te zetten. Voorliggend voorstel borduurt qua methodiek en doelstelling voort op het eerder aangenomen initiatiefvoorstel ‘’Ruimte voor maatschappelijke organisaties’’ en de ‘’Ontwikkelstrategie 2035’’. In het eerder genoemde voorstel staat voorop dat de stad zo veel mogelijk vormgegeven moet worden door en voor Amsterdammers op een zo lokaal mogelijke schaal, met een regievoerende, kaderstellende en faciliterende overheid en een minder grote rol voor enkel en alleen de markt. De pilot waar dit voorstel toe oproept moet, op basis van de geldende Participatieverordening, samenwerking met de buurt en eerder genoemde relevante gemeentelijke directies, uitgevoerd worden door de in dit voorstel beschreven waardentafel lokaal toe te passen en gemeentelijk vastgoed zo in te zetten dat er zoveel mogelijk maatschappelijke meerwaarde ontstaat door middel van een commerciële invulling. De methode moet uiteindelijk landen in de nieuwe gemeentelijke vastgoedstrategie, die op korte termijn wordt verwacht.

Dat komt schematisch neer op het volgende zandloperdiagram: Gemeente: opstellen en vaststellen methode om lokale maatschappelijke meerwaarde te bepalen en financieren: hoe wordt bepaald welke aspecten (aanbod, openingstijden, etc.) van een winkel/onderneming belangrijk/nodig zijn voor een buurt (door middel van participatieverordening.) en samen met wie (welke interne directies/diensten))?

Gemeentelijk vastgoed i.s.m. relevante directies en buurt:: toepassen methode om lokaal de maatschappelijke meerwaarde van het winkel/ondernemingsaanbod te bepalen, welke aspecten van een winkel/onderneming (aanbod, openingstijden, etc.) zijn belangrijk/nodig voor een buurt?

‘’Ziel van de buurt’’: welke maatschappelijke meerwaarde wordt verlangd van winkels/ondernemingen binnen een buurt (op verschillende eerder genoemde aspecten van Waardentafel)?

Waarborgen ‘’ziel van de buurt’’ door gericht en lokaal maatregelen te nemen bij waarborgen commerciële voorzieningen met maatschappelijke meerwaarde door strategische inzet gemeentelijk vastgoed

Uitbreiden en strategisch inzetten van gemeentelijk vastgoed mede mogelijk gemaakt door middel van ruimtelijke instrumenten, zoals omgevingsplanwijzigingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15220337/1