CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 11 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de actuele saldi van de actieve grondexploitaties Vereveningsfonds en kennisnemen van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2026 (VN2026-004379)6.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 10 juni 2026

Agendapunt

Grond en Ontwikkeling (22) 9

Datum besluit

College van B en W 14 april 2026

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen van de actuele saldi van de actieve grondexploitaties Vereveningsfonds en kennisnemen van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2026 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. Kennis te nemen van bijlage 1a en 1b 'Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2026' (MPG). 2. Kennis te nemen van het per 31 december 2025 afsluiten van 13 plannen vallend onder het

regime van het Vereveningsfonds zoals opgenomen in bijlage 2 'Overzicht planafsluitingen per 31 december 2025'.

3. Vast te stellen de actuele saldi van de in bijlage 3 'Plansaldi en resterende uitgaven plannen

Vereveningsfonds' van deze raadsvoordracht opgenomen actieve grondexploitaties onder het regime van het Vereveningsfonds en de aanmerkelijke afwijkingen zoals opgenomen in bijlage 4 'Aanmerkelijke afwijkingen'.

4. Kennis te nemen van de tussentijdse winstnemingen 2025 van € 41 miljoen en € 31 miljoen door afsluiting van positieve plannen en het vormen van een restplan.

5. Vast te stellen de geactualiseerde kredieten van de actieve grondexploitaties, waarvan ook

de actuele saldi worden vastgesteld onder beslispunt 3, op basis van de resterende uitgaven per 1 januari 2026.

6. In te stemmen met het beschikbaar stellen van een budget van € 20,5 miljoen ten laste van

het Vereveningsfonds voor de voorbereidingskosten in 2026 met betrekking tot de projecten in de Plaberum fasen 2 en 3 (projecten waarvoor nog geen vastgestelde grondexploitatie of uitvoeringsbesluit is).

7. In te stemmen met het beschikbaar stellen van een budget van € 2,0 miljoen ten laste van het Vereveningsfonds, voor het inzetten als bijdrage voor proceskosten voor het op gang brengen van kleine plannen en pandtransformaties in de stadsdelen met als doel om voornamelijk meer woningbouw mogelijk te maken.

8. Kennis te nemen van de actuele stand van zaken inzake de Vennootschapsbelasting (VPB)-

plicht van het Gemeentelijk Grondbedrijf vanaf boekjaar 2019, met als conclusie dat op basis van de openingsbalans momenteel door de Rijksbelastingdienst is vastgesteld dat er in 2023 en ook in 2024 net als in eerdere jaren geen sprake zal zijn van af te dragen bedragen aan Vennootschapsbelasting. Dit fiscale negatieve resultaat voor de VPB kan worden verrekend met positieve fiscale resultaten van andere VPB-plichtige overheidsactiviteiten waardoor de gemeente als geheel minder VPB hoeft te betalen.

9. In te stemmen met het in de periode van 2025 tot en met 2029 verantwoorden van de

ontvangen middelen uit de Realisatiestimulans (rijkssubsidie) onder 3 afzonderlijke nieuw in

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD te stellen reserveringen.

10. In te stemmen met financieel technische maatregelen ten behoeve van de financiële beheersing van het Vereveningsfonds.

11. Kennis te nemen van het toekomstig verwerken van het uitgangspunt van kostendekkende tarieven in het MPG alsmede de verwerking van de indexatie van het Vereveningsfonds conform gemeentebrede systematiek en het herbezien van de tot nu toe gehanteerde werkwijze voor indexatie van rijksmiddelen.

Wettelijke grondslag

Artikel 189, eerste lid jo artikel 212, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 5, eerste tot en met derde lid van de Financiële verordening Amsterdam 2023. Voor alle taken en activiteiten brengt de raad jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting of een begrotingswijziging. Bestuurlijke achtergrond

Grondexploitaties zijn de meerjarenbegrotingen van de ruimtelijke projecten, waarin de kosten van het verwerven, sloopwerken, bouw- en woonrijp maken van de grond zijn opgenomen evenals de inkomsten uit de erfpachtuitgifte van de grond. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) 2026 wordt gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties in 2025 en er wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Het Besluit Begroting en Verantwoording Grondexploitaties (BBV) verplicht gemeenten om jaarlijks de saldi van de grondexploitaties vast te stellen. Dit gebeurt jaarlijks op basis van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties waarin de grondexploitaties van het Vereveningsfonds zijn opgenomen. Voor grondexploitaties met een tekort moet voor het tekort direct een voorziening worden getroffen. Bij grondexploitaties met een positief saldo wordt pas op de langere termijn de winst genomen nadat de winst gerealiseerd is. Het MPG 2026 dient daarom ook als onderbouwing van de voorzieningen en winstnemingen in de jaarrekening 2025. Het MPG 2026 betreft de stand van zaken van het Vereveningsfonds op 1 januari 2026 Onderbouwing besluit

Voor de groei van de stad staat Amsterdam voor de uitdaging om de woningvoorraad flink uit te breiden met alle bijbehorende ambities zoals betaalbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid, inclusiviteit en het bouwen van een complete stad met de benodigde voorzieningen. Er wordt ongelijk geïnvesteerd in gelijke kansen met de projecten in de stedelijke vernieuwing. Nieuwe plannen blijven nodig om de planvoorraad aan te vullen en de gewenste woningbouwproductie op peil te houden. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2026 (MPG 2026) wordt gerapporteerd over de realisatie van de grondexploitaties in 2025 en een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen.

2 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD Ad 1: Kennis te nemen van bijlage 1a en 1b 'Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2026' (MPG). Het MPG 2026 is de optelsom en analyse van de grondexploitaties in Amsterdam. Een grondexploitatie is de financiële vertaling van een ruimtelijk plan. Eind 2025 zijn er na vaststelling van 5 nieuwe grondexploitaties en na afsluiting van 13 plannen, 145 actieve grondexploitatieplannen. Binnen de grondexploitaties wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een duurzame, leefbare en ongedeelde stad met voldoende ruimte om te wonen, werken en recreëren. Het MPG 2026 bevat zowel een verantwoording over de realisatie in 2025, als een vooruitblik naar de toekomst van de ontwikkelingen in de portefeuille en de afzonderlijke grondexploitaties. Daarmee wordt in het MPG 2026, op basis van de geactualiseerde grondexploitaties een geactualiseerde prognose gegeven van de ontwikkeling van de totale portefeuille. Samengevat laat het MPG 2026 zien dat de situatie van het Vereveningsfonds is verslechterd ten opzichte van het (A)MPG 2025 (stand van zaken juni 2025 en voor kennisgeving aangenomen in de raad van 18 februari 2026). De verslechtering is vooral het gevolg van de daling van de grondwaarde voor middeldure huurwoningen, vertraging door netcongestie, een stijging van de proceskosten en toegenomen risico's.

Om deze verslechtering op te vangen en de vastgestelde plannen te kunnen uitvoeren worden de risicoreserveringen en de Realisatiestimulans, een subsidie van het Rijk, ingezet. Het verdienvermogen voor de komende 15 jaar van de door de raad vastgestelde plannen is geheel nodig voor de afdrachten aan de algemene middelen en de investeringen in bereikbaarheid buiten de plannen. Daarna is het geld op en komt er geen nieuwe vereveningsruimte beschikbaar wat wel nodig is voor het vaststellen van nieuwe plannen met een financieel tekort (stedelijke vernieuwing). Hoeveel jaar nog aan de afdrachten kan worden voldaan is afhankelijk van de mate waarin de risico's gaan optreden. Risico's die ontstaan door oorlogen of als de woningbouw wordt geraakt door netcongestie zijn niet te kwantificeren en daarmee is dus nog geen rekening gehouden. Om ook na 2027 nieuwe vereveningsruimte beschikbaar te hebben voor plannen in de stedelijke vernieuwing en om eventuele extra risico's te kunnen opvangen is het urgent om keuzes te maken waarmee het verdienvermogen toeneemt. Het Vereveningsfonds De stad groeit, door de toename van de bevolking, arbeidsplaatsen, studenten en toeristen. Om voor deze groei de vraag naar woningen op te kunnen vangen heeft het college de ambitie om 7.500 woningen per jaar te bouwen. Daarbij zijn ook afspraken gemaakt met het Rijk over de woningbouwproductie.

Vanuit het Vereveningsfonds wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van (nieuwe) gebieden ten behoeve van de woningbouw en andere gewenste functies. Alle projecten in de gebiedsontwikkeling hebben een begroting (grondexploitatie) waarin kosten en opbrengsten zijn opgenomen en uitgezet in de tijd. Met de plannen die geld opleveren (bijvoorbeeld de Zuidas) worden de plannen met een negatief financieel saldo betaald (bijvoorbeeld de projecten in de stedelijke vernieuwing). Op deze manier is er sprake van 'verevening' binnen het fonds. De gemeente bouwt zelf geen woningen of commercieel vastgoed. Vanuit de grondexploitaties worden kosten gemaakt voor het bouwrijp opleveren van grond, de inrichting van de openbare ruimte en het juridisch/planologisch mogelijk maken van woningbouw en andere functies. Op deze manier maakt de gemeente het mogelijk dat bouwende partijen woningen en ander vastgoed kunnen realiseren. Het Vereveningsfonds wordt gevuld met inkomsten door het in erfpacht uitgeven van bouwrijpe grond. Als er geen grondinkomsten binnenkomen kan er ook niet geïnvesteerd worden in nieuwe plannen.

3 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD De vereveningsruimte is de vrije ruimte in het fonds waarover de gemeenteraad kan besluiten en die zij kan inzetten voor het vaststellen van nieuwe plannen met een financieel tekort. Het vaststellen van negatieve plannen legt direct een beslag op deze ruimte omdat daarvoor een voorziening moet worden getroffen. De portefeuille is veranderd Tussen 2019 en 2026 is de optelsom van alle saldi van de grondexploitaties afgenomen met circa € 1 miljard. Deze afname in de meerjarige doorkijk van het Vereveningsfonds is veroorzaakt door de slechtere economische ontwikkelingen, afdrachten aan de algemene middelen en het toevoegen van meer negatieve plannen. Woningbouwplannen met de ambities uit de voorgaande jaren kosten geld. Dit komt door de verschuivingen in de portefeuille naar meer betaalbare woningen en het ongelijk investeren in gelijke kansen, twee belangrijke ambities van het college. De portefeuille van het Vereveningsfonds is vanaf 2018 in samenstelling veranderd, mede door de bestuurlijke keus om 40% sociale huur, 40% middensegment en 20% vrije sector woningen (40-4020) te bouwen. In tegenstelling tot voor 2018 toen de ambitie in de plannen 30% sociale huur en 70% vrije sector (30-70) was. Dit betekent minder inkomsten voor het Vereveningsfonds.

Nog uit te geven woningbouwprogramma in segmenten Programma segmenten 2018 MPG 2026 Sociale woningen 29% 37% Middensegment 25% 37% woningen Vrije sector woningen 46% 26% Totaal 100% 100% Sinds 2018 is de verschuiving als gevolg van de 40-40-20 ambitie zichtbaar. In 2018 was 54% van de nog te realiseren woningen in de vastgestelde plannen betaalbaar, eind 2025 is dit 74%. Er zijn dus nauwelijks nog plannen met de oude ambitie van 30-70. Ondanks het toevoegen van het nieuwe plan De Nieuwe Kern met 30% vrije sector is het aandeel betaalbare woningen in de portefeuille nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van het MPG 2025. Er is sinds 2018 ook een verschuiving binnen de portefeuille te zien in het type projecten. Om ongelijk te investeren in gelijke kansen kiest het college voor de uitvoering van de stedelijke vernieuwingsprojecten die vaak een groot tekort kennen (zoals Reigersbos, Holendrecht, de Dichtersbuurt & Burgemeester Röellstraat en de Lodewijk van Deijsselbuurt). De portefeuille wordt voornamelijk aangevuld met stedelijke vernieuwings- en transformatieprojecten met vaak een negatief saldo. De projecten in de stedelijke vernieuwing kosten geld en kunnen op dit moment betaald worden door de hoge inkomsten die met name worden verdiend op de Zuidas. Voor de toekomst is er geen dermate financieel positieve gebiedsontwikkeling met een omvang zoals de Zuidas in voorbereiding.

Verdienvermogen De € 25 miljoen vereveningsruimte die begin 2026 beschikbaar is, is reeds gerealiseerd. Het toekomstige verdienvermogen (circa € 750 miljoen) van de door de gemeenteraad vastgestelde plannen is de komende 15 jaar nagenoeg geheel nodig om te kunnen voldoen aan reeds gemaakte afspraken (€ 740 miljoen).

4 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD Prognose verdienvermogen Vereveningsfonds MPG 2026 (* € 1 miljoen) Prognose verdienvermogen MPG 2025 (15 jaar) 870 Verslechtering MPG 2025 - MPG 2026 -220 Inzet Realisatiestimulans +100 Prognose verdienvermogen MPG 2026 (15 jaar) 750 (excl. € extra risico's) Omvang risico's zoals netcongestie nog onbekend Tegenover het verdienvermogen staan de bestedingen: Bestedingen: afdrachten en sparen bovenplans (15 jaar) 740 Conclusie: het verdienvermogen is nagenoeg geheel nodig voor de bestedingen de komende 15 jaar. Reeds gemaakte afspraken die beslag leggen op het verdienvermogen (* € 1 miljoen) Afdracht € 12 miljoen per jaar aan de algemene middelen (gedurende -180 15 jaar) Afdracht reserve schaalsprong (€ 12 miljoen per jaar t/m 2037) -140 Kosten aan bovenplanse bereikbaarheid (€ 25 miljoen per jaar -350 sparen) Risico Zuidasdok -70 Totaal beslag reeds gemaakte afspraken -740 Om de verslechteringen op te vangen is de inzet nodig van de risicoreserveringen en de Realisatiestimulans, een subsidie van het Rijk voor het bouwen van betaalbare woningen. De belangrijkste onderwerpen van het MPG 2026 zijn:

• Het Vereveningsfonds is in 2025 verder verslechterd ten opzichte van het (A)MPG 2025. • Het verdienvermogen is afgenomen door netcongestie en een stijging van de proceskosten.

Ook de grondwaarden voor de middeldure huurwoningen dalen. Er was sprake van een eenmalige stijging door nieuw beleid die verwerkt is in de grondexploitaties maar deze zijn eind 2025 weer gedaald. Verwacht wordt dat deze grondwaarden voor middeldure huurwoningen in de toekomst niet meer stijgen. Hiermee is al rekening is gehouden in het verdienvermogen en de berekening van de vereveningsruimte. Het bouwen van grotere middeldure huurwoningen zet de grondwaarden verder onder druk. • Voor het derde achtereenvolgende jaar is er sprake van negatieve kasstromen. Ook voor de prognoses voor de toekomst is er sprake van negatieve kasstromen. • Het verdienvermogen van de portefeuille van door de Raad vastgestelde grondexploitaties is de komende 15 jaar geheel nodig voor reeds gemaakte afspraken (afdrachten), daarna is het geld op. Er ontstaat met de huidige prognoses de komende 15 jaar geen nieuwe vereveningsruimte. • Om de verslechteringen en de negatieve kasstromen op te kunnen vangen is de inzet van de in het verleden gemaakte risicoreserveringen en de Realisatiestimulans van het Rijk nodig. • Specifiek netcongestie veroorzaakt een langdurige negatieve kasstroom omdat dit het kantoorprogramma raakt waardoor de grondopbrengsten pas later worden gerealiseerd. Hoe langer de negatieve kasstroom aanhoudt, hoe meer de reserve wordt aangetast.

• Daarnaast bestaan er grote risico's die veel impact kunnen hebben op het Vereveningsfonds, maar waarvoor slechts beperkt reserveringen zijn opgenomen: netcongestie treft ook de woningbouw, prijsstijgingen en verdere daling van grondwaarden voor middeldure huur. Potentiële verslechteringen die ontstaan door oorlogen of als de woningbouw wordt geraakt door netcongestie zijn niet te kwantificeren en daarmee is dus nog geen rekening gehouden. In het verdienvermogen zijn toekomstige plannen nog niet meegerekend. 5 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD • Begin 2026 is er € 25 miljoen gerealiseerde vereveningsruimte beschikbaar om door de

gemeenteraad nieuwe plannen vast te stellen met een financieel tekort die nu worden voorbereid en vooral gericht zijn op Stedelijke Vernieuwingsgebieden. • Woningbouwplannen met de huidige ambities (40-40-20) kosten geld; één van de redenen van de verslechtering van het Vereveningsfonds over de afgelopen jaren. Er zijn geen financieel positieve nieuwe kantoorlocaties in voorbereiding. • Er zijn afhankelijkheden tussen woningbouw – rijksmiddelen – investeringen in bereikbaarheid en voorzieningen. Om voor Rijksmiddelen in aanmerking te komen is het afwijken van Rijksbeleid risicovol. Voorwaarden zijn het tijdig realiseren van de maatregelen en de woningbouw. Bovendien bouwt de gemeente meer betaalbare woningen dan gesteld wordt in het Rijksbeleid waardoor er mogelijk een correctie van de subsidies kan plaatsvinden. • Hoe lang kan worden voldaan aan de afdrachten/sparen bovenplans (in totaal € 49 miljoen per jaar) is afhankelijk van de mate waarin de extra risico's optreden. Bijvoorbeeld de gevolgen van oorlogen en of de netcongestie ook de woningbouw raakt. • Keuzes maken is urgent om bij te sturen en het Vereveningsfonds structureel gezond te houden (zie de knoppen in de Bestuursopdracht 'Bouwen aan een complete stad). Ad 2.

Kennis te nemen van het per 31 december 2025 afsluiten van 13 plannen vallend onder het regime van het Vereveningsfonds zoals opgenomen in bijlage 2 'Overzicht planafsluitingen per 31 december 2025'. Grondslag voor het afsluiten van plannen is het feit dat die betreffende plannen technisch en financieel zijn afgerond en dat de resterende saldi zijn afgewikkeld tussen de grondexploitaties enerzijds en het Vereveningsfonds anderzijds. De saldi (boekwaarden) van deze plannen zijn per 31 december 2025 verrekend met het Vereveningsfonds. Voor deze plannen zijn er geen risico's meer. Wel wordt voor enkele afgesloten plannen nog rekening gehouden met nakomende kosten. In alle gevallen zullen deze kosten rechtstreeks verrekend worden met het Vereveningsfonds. Voor 6 van de plannen hebben tussentijds al verrekeningen met het Vereveningsfonds plaatsgevonden, via afboeking van kosten of winstnemingen. Voor één plan wordt bij de planafsluiting een restplan gevormd (onder dezelfde plancode): 570.33 Podiumlocatie. Dit is gericht op het voltooien van de laatste investeringen en werkzaamheden. Het saldo van het restplan is opgenomen in bijlage 3 'Plansaldi en resterende uitgaven'. Het vormen van restplannen is gebruikelijk en komt de beheersing en aansturing ten goede die zich dan alleen nog richt op toekomstige budgetten en ramingen.

Veelal leidt deze omvorming tot betere resultaten bij financieel positieve plannen maar ook soms bij financieel tekort plannen. Voor 5 plannen geldt dat de verrekening per 31-12-2025 niet met het Vereveningsfonds heeft plaatsgevonden, maar dat er sprake is geweest van het overhevelen van de boekwaarde naar een nieuwe grondexploitatie, waarin de betreffende grondexploitaties zijn geïntegreerd. De nieuwe grondexploitaties betreffen 579.22 Muyskenkwartier en 503.40 Arenapoort. Het overzicht van de 13 afgesloten plannen is in te zien in bijlage 2 'Overzicht planafsluitingen per 31 december 2025'. Het plan Amsterdamse bijdrage Zuidas Dok, plancode 580.58, is per 31-12-2025 overgedragen aan V&OR. Daarmee is het regime van de dekking gewijzigd, en behoort het plan niet meer tot de portefeuille van de gebiedsontwikkeling. Ad 3. Vast te stellen de actuele saldi van de in bijlage 3 'Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds' van deze raadsvoordracht opgenomen actieve grondexploitaties onder het

6 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD regime van het Vereveningsfonds en de aanmerkelijke afwijkingen zoals opgenomen in bijlage 4 'Aanmerkelijke afwijkingen'. Algemene toelichting Als een ruimtelijk plan wordt vastgesteld door de gemeenteraad (investeringsbesluit) wordt ook de bijbehorende grondexploitatie vastgesteld. Gedurende de looptijd van het plan ondergaat de grondexploitatie diverse wijzigingen door allerlei factoren, zoals het stijgen of dalen van de prijzen of een aanpassing in het programma. De grondexploitatie wordt daarom regelmatig geactualiseerd. Dat leidt tot veranderde saldi van de plannen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de verwachte saldi van de grondexploitaties jaarlijks door de gemeenteraad worden vastgesteld. Dat gebeurt op basis van het MPG. In het MPG wordt verantwoording afgelegd over wijzigingen in de plannen en de financiële gevolgen daarvan. Daarbij worden de actuele saldi vergeleken met de laatst bestuurlijk vastgestelde saldi, de referentiesaldi (MPG 2025) of indien van toepassing het vastgestelde saldo van een (herzien) investeringsbesluit na het MPG 2025. Categorieën plannen Het vaststellen van de actuele saldi gebeurt met inachtneming van de door de gemeenteraad vastgestelde 'Regeling aanmerkelijke financiële afwijkingen' (vastgesteld in de Raadsvergadering van 10 mei 2017, bij het onderwerp Eindejaarsrapportage Fondsen 2016 (afd. 1/nr. 317).

Van een aanmerkelijke afwijking is sprake als het totaal aan investeringen en/of het totaal aan opbrengsten met 10% of meer is toe – of afgenomen. Daarbij wordt een ondergrens gehanteerd van € 500.000. Als sprake is van een aanmerkelijke afwijking dan vereist de regeling dat die afwijking nader wordt toegelicht en dat daarover afzonderlijke besluitvorming plaatsvindt. Uitzondering hierop vormen afwijkingen die het gevolg zijn van niet beïnvloedbare factoren, nieuw bestuurlijk vastgesteld beleid of eerdere specifieke besluitvorming ten aanzien van een grondexploitatie. Voor deze autonome ontwikkelingen hoeft geen afzonderlijke besluitvorming plaats te vinden. In bijlage 3 'Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds' van de Raadsvoordracht zijn alle plannen opgenomen, waarbij naast de financiële cijfers ook de categorie voor vaststelling van het actuele saldo is aangeduid in de kolom 'Categorie'. De saldi die in bijlage 3 zijn opgenomen onder de kolom 'MPG 2026 p.p. 01-01-2025' zijn gebaseerd op netto contant gemaakte bedragen naar prijspeildatum 1 januari 2025. Toepassing van de regeling aanmerkelijke financiële afwijkingen leidt tot drie categorieën plannen, opgenomen in categorieën a, b en c in dit beslispunt.

• Er is geen sprake van een aanmerkelijke afwijking (a). • Er is sprake van een aanmerkelijke afwijking die het gevolg is van niet beïnvloedbare

factoren, nieuw bestuurlijk vastgesteld beleid of specifieke besluitvorming ten aanzien van een grondexploitatie, onder verwijzing naar bijlage 4 'Aanmerkelijke afwijkingen' (b). Het kan hier om grote bedragen gaan. Voorbeelden van omvangrijke afwijkingen zijn een stijging van de grondwaarden voor het recent vastgestelde plan De Nieuwe Kern á € 37 miljoen en een verslechtering van de transformatie Parnassusweg 101 Vitrum als gevolg van een andere interne toerekening van de meerwaarde erfpacht aan de grondexploitatie á € 41 miljoen. • Er is sprake van een aanmerkelijke afwijking waarbij op basis van (enkele) specifieke elementen een expliciet besluit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad onder verwijzing naar bijlage 4 'Aanmerkelijke afwijkingen' (c).

7 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD • Verder worden ook expliciete besluiten met het financiële effect voorgelegd voor plannen

waarbij geen sprake is van een aanmerkelijk afwijking. Voor deze plannen wordt ook onder categorie c verwezen naar bijlage 4 'Aanmerkelijk afwijkingen'. • Verder worden in bijlage 4 'Aanmerkelijke afwijkingen' ook overige besluiten voorgelegd, die geen direct verband hebben met de actualisatie van de grondexploitatie in het MPG 2026. In onderstaande tabel staan de meest omvangrijke afwijkingen bij categorie C (bedragen x € 1 miljoen). C. Niet autonome afwijkingen met specifiek besluit Besluiten ter kennisname > € 4 miljoen plannr

naam

260.36 Strandeiland inrichting 1e fase 508.06 Sloterdijk I Zuid 509.11 Sloterdijk Poort 579.35 Kauwgomballenkwartier 453.51 Elzenhagen Zuid 503.31 Werkstad Overamstel 223.10 Amstelstation-Amsteloever 453.43 Winkelcentrum Buikslotermeerplein 285.10 Overige kosten Zeeburgereiland 580.18 Beethoven 223.06 Amstelstation Kavel A 228.02 Eenhoorngebied 406.07 Hart Delflandplein lok. B1/B2 526.70 Buiksloterham 217.32 Voorbereidingsgrondexploitatie Schinkelkwartier 516.10/11 Hamerkwartier fase 1 Besluiten ter instemming plannr

naam

580.37 nieuw nieuw

Mahlerlaan 10 Onderstation Gaasperdam Liander Kosten HOV Sloterdijk toerekenen aan cluster grexen Sloterdijk Diemerzeedijk Vrijzicht

nieuw nieuw

fin. effect 28,2 26,1 14,6 10,7 10,1 9,3 8,4 4,3 -4,5 -4,7 -6,0 -6,3 -6,8 -19,5 -30,0 -37,0 fin. effect 2,1 -0,8 -15,5 -5,1 n.n.b.

Alle categorieën zijn opgenomen in bijlage 3 'Plansaldi en resterende uitgaven'. De expliciete besluiten over plannen en toelichtingen hierop zijn opgenomen in bijlage 4 'Aanmerkelijke afwijkingen'. Ad 4. Kennis te nemen van de tussentijdse winstnemingen 2025 van € 41 miljoen en € 31 miljoen door afsluiting van positieve plannen en het vormen van een restplan. In overeenstemming met het BBV voor grondexploitaties en de nota Financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgiften (vastgesteld in de raadsvergadering van 19/20 mei 2020) wordt tussentijds winst genomen. Dit is de winst die vanuit de grondexploitaties wordt toegevoegd aan de reserve. De reserve, en daarmee de vereveningsruimte, nemen hierdoor toe. Dit is dus iets anders dan de afdrachten die worden gedaan aan de Algemene Middelen die ten koste gaan van de vereveningsruimte. De methodiek voor de winstnemingen die verplicht is voorgeschreven door de 8 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD commissie BBV wordt aangeduid als de Percentage of Completion (POC) en is gebaseerd op het realisatiebeginsel en het voorzichtigheidsbeginsel. In bijlage 1b met de toelichting bij het MPG 2026 wordt het systeem verder beschreven. In totaliteit is het plansaldo door tussentijdse winstneming in 2025 met € 41 miljoen verlaagd. De grondexploitaties zijn met dit bedrag verlaagd en dit is toegevoegd aan de reserve. Ad 5. Vast te stellen de geactualiseerde kredieten van de actieve grondexploitaties, waarvan ook de actuele saldi worden vastgesteld onder beslispunt 3, op basis van de resterende uitgaven per 1 januari 2026. In beslispunt 3 worden de actuele saldi van de actieve grondexploitaties onder het regime van het Vereveningsfonds vastgesteld. Niet alleen de plansaldi worden jaarlijks vastgesteld, ook de bijbehorende kredieten worden jaarlijks vastgesteld in een collectief besluit in dit MPG. Dit is conform de regeling Financiële sturing gebiedsontwikkeling zoals door de raad vastgesteld op 23 juni 2016. De kredietbehoefte van de individuele plannen is opgenomen in bijlage 3 'Plansaldi en resterende uitgaven plannen Vereveningsfonds'. Hierbij wordt uitgegaan van de resterende uitgaven vanaf 1-1-2026 volgens de planning in de grondexploitatie waarvoor het actuele saldo ter vaststelling wordt voorgelegd. Ad 6.

In te stemmen met het beschikbaar stellen van een budget van € 20,5 miljoen ten laste van het Vereveningsfonds voor de voorbereidingskosten in 2026 met betrekking tot de projecten in de Plaberum fasen 2 en 3 (projecten waarvoor nog geen vastgestelde grondexploitatie of uitvoeringsbesluit is). In 2026 wordt voorgesteld om € 20,5 miljoen beschikbaar te stellen aan voorbereidingskosten. Het gaat hier om de voorbereidingskosten van planvorming en planinitiatieven gericht op het vaststellen van toekomstige grondexploitaties. De planvorming en planinitiatieven zijn noodzakelijk om de grondproductie ten behoeve van woningbouw over enkele jaren op peil te houden. In Plaberum-termen zijn dit alle activiteiten van het Principebesluit tot het Investeringsbesluit. Jaarlijks worden de hiermee gepaard gaande kosten via het MPG beschikbaar gesteld. Dit bedrag is bestemd voor voorbereidingskosten voor projecten waarvoor eerder principe- of projectbesluiten genomen zijn. De kosten worden geactiveerd naar de balans onder Immateriële Vaste Activa (IMVA). Zodra voor een plan een investeringsbesluit wordt genomen (inclusief grondexploitatie), worden deze voorbereidingskosten 'overgeheveld' naar de grondexploitatie. Daarmee worden deze kosten gedekt binnen het Vereveningsfonds.

Voor de voorbereidingskosten bij plannen waarvoor een negatief saldo op de grondexploitatie wordt verwacht wordt een voorziening voor de immateriële vaste activa gemaakt op basis van de boekwaarde. Evenals de Voorziening Plantekorten staat deze aparte balansrekening debet op de balans in mindering gebracht op het IMVA. Het gaat hierbij ook om bijdragen aan de voorbereidingskosten voor investeringen in groen en infrastructuur welke noodzakelijk zijn voor het bouwen van een complete stad. De regio Amsterdam ontvangt voor deze investeringen rijkssubsidies ten behoeve van het versnellen van de woningbouw. Het Rijk vraagt hiervoor 50% cofinanciering vanuit de regio Amsterdam. De financiële dekking zal gezien de gezamenlijke belangen afkomstig zijn vanuit zowel het investeringsdomein Openbare Ruimte en Mobiliteit (ORM) (bereikbaar houden van de stad als geheel), G&O (bereikbaarheid van de nieuwe gebiedsontwikkeling) en de Vervoersregio (netwerk in de regio). Voor de meeste investeringen is V&OR opdrachtgever en voor de voorbereidingskosten worden jaarlijks via de begroting middelen aangevraagd. Voor de bijdrage aan deze voorbereidingskosten vanuit het Vereveningsfonds heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden.

Daarom wordt bij dit MPG dekking gevraagd van de voorbereidingskosten die toerekenbaar zijn aan de gebiedsontwikkeling in onder meer de gebieden Noord, Zuidoost en Havenstad. Denk hierbij aan de Johan van Hasseltzone, 9

Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD Busstation Bijlmer Arena en de HOV ZaanIJ. Besluitvorming over de toekomstige uitvoeringskosten zal separaat plaatsvinden. De projecten waarvoor het bedrag van € 20,5 miljoen voor voorbereidingskosten beschikbaar wordt gesteld zijn opgenomen in bijlage 5 'Voorbereidingskosten fase 2 en 3'. Ad 7. In te stemmen met het beschikbaar stellen van een budget van € 2,0 miljoen ten laste van het Vereveningsfonds, voor het inzetten als bijdrage voor proceskosten voor het op gang brengen van kleine plannen en pandtransformaties in de stadsdelen met als doel om voornamelijk meer woningbouw mogelijk te maken. Er is een inventarisatie bij de stadsdelen gedaan naar projecten waaraan in 2026 gewerkt wordt in de verkenningsfase van het Plaberum (gebiedsontwikkeling) en de begeleiding van solitaire transformatie-initiatieven (buiten de gebiedsontwikkeling). Op basis van deze inventarisatie dienen de stadsdelen een verzoek in voor een bijdrage uit het Vereveningsfonds ter aanvulling op het budget dat bij het stadsdeel zelf beschikbaar is (met name opdrachtgeversbudget), waarvoor jaarlijks bij het MPG besluitvorming plaatsvindt. In 2025 zijn 3 exploitaties toegevoegd: 997.04 Rivierenhuis, 997.09 De Gashouder Westerpark en 997.10 Kromwijkdreef.

Naast de reeds opgenomen exploitaties 997.03 Middenweg De Buunk en 997.06 Riekerhof is nu sprake van 5 actieve exploitaties onder het regime van de verzamelexploitatie. Voor het jaar 2026 is door de stadsdelen in totaal een aanvraag voor een bijdrage uit het Vereveningsfonds van € 2,0 miljoen gedaan voor de dekking van de proceskosten. Rond de 25 projecten zijn geïnventariseerd voor de verkenningsfase van de gebiedsontwikkeling en de begeleiding van solitaire transformatie-initiatieven die mogelijk in beeld komen voor de verzamelexploitatie. Verder zijn in de aanvraag projecten vanuit regulier erfpachtbeheer opgevoerd. Deze projecten zullen niet onder het regime van de verzamelexploitatie voor solitaire transformaties komen, maar dragen wel bij aan de realisatie van meer woningen. Een voorbeeld van projecten in de verkenningsfase van de gebiedsontwikkeling (Plaberum) is de Woudrichemstraat (Zuidoost). Voor wat betreft de transformatie-initiatieven is het uitgangspunt dat de dekking van de proceskosten uit het Vereveningsfonds aansluit bij de uitgangspunten voor de verzamel-exploitatie 'tijdelijke exploitatie individuele transformaties erfpachtrechten' (sinds 2022 op basis van raadsbesluit bij MPG 2022).

In de verzamel-exploitatie onder het regime van het Vereveningsfonds worden de te realiseren erfpachtmeerwaarde, alsmede de noodzakelijke investeringen (in de openbare ruimte) en proceskosten van de betreffende gebouwtransformatie verantwoord. Kenmerk van de verzamelexploitatie is dat het geheel van solitaire transformaties minimaal budgettair neutraal is voor het Vereveningsfonds. Toelating van de initiatieven tot de verzamelexploitatie is gemandateerd aan de directeur Grond en Ontwikkeling. Bij het MPG wordt achteraf verantwoording afgelegd. Voorbeelden van transformatie-initiatieven die worden voorbereid voor toelating in de verzamelexploitatie zijn Hilversumstraat / Zuidkaap (Noord) en A.J. Ernststraat 199 (Zuid). Ad 8. Kennis te nemen van de actuele stand van zaken inzake de Vennootschapsbelasting (VPB)plicht van het Gemeentelijk Grondbedrijf vanaf boekjaar 2019, met als conclusie dat op basis van de openingsbalans momenteel door de Rijksbelastingdienst is vastgesteld dat er in 2023 en ook in 2024 net als in eerdere jaren geen sprake zal zijn van af te dragen bedragen aan Vennootschapsbelasting. Dit fiscale negatieve resultaat voor de VPB kan worden verrekend met

10 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD positieve fiscale resultaten van andere VPB-plichtige overheidsactiviteiten waardoor de gemeente als geheel minder VPB hoeft te betalen. In lijn met eerdere MPG's wordt de gemeenteraad ook in dit MPG geïnformeerd over de stand van zaken van de Vennootschapsbelasting (VPB) van het gemeentelijke grondbedrijf. In 2016 is de VPB voor overheidsondernemingen ingevoerd. Ook het gemeentelijke Grondbedrijf (G&O waarbinnen alle grondexploitaties worden uitgevoerd) heeft te maken met deze wetgeving. In 2021 hebben de gemeente en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst afgesloten waarbij de door de gemeente aangeleverde fiscale openingsbalans centraal staat. Deze openingsbalans staat centraal omdat het meerdere boven de waarde van de openingsbalans dat (mogelijk) zal worden verdiend zal worden belast met 25% VPB. Dit heeft de afgelopen jaren niet tot een extra VPB-last geleid. Inmiddels is ook een voorlopige aangifte opgesteld van 2023. Deze leidt tot vermindering van de gemeentelijke VPB-last voor de andere overheidsactiviteiten die onder de VPB vallen. De gemeente stelt 1 aangifte op waarbij alle onderlinge activiteiten worden verzameld en negatieve bedragen in mindering worden gebracht op de positieve fiscale resultaten. De verwachting is dat de aangifte 2024 voor het gemeentelijk grondbedrijf niet zal leiden tot een extra VPB-last.

In 2025 heeft de transitie plaatsgevonden van de gebiedsontwikkeling van de Zuidas naar G&O en het Zuidasdok naar V&OR. V&OR is nu dus integraal verantwoordelijk voor het ZuidasDok. De kosten zijn overgeheveld van het Vereveningsfonds naar de reserve Schaalsprong. In 2016 is bij de invoering van de VPB voor de gebiedsontwikkeling het Zuidasdok op aanraden van fiscale experts en met toestemming van de fiscus integraal meegenomen in de jaarlijkse opgave van de VPB. Het is van belang dat deze werkwijze na de transitie zal worden gehandhaafd. Ad 9. In te stemmen met het in de periode van 2025 tot en met 2029 verantwoorden van de ontvangen middelen uit de Realisatiestimulans (rijkssubsidie) onder 3 afzonderlijke nieuw in te stellen reserveringen. De Realisatiestimulans is een specifieke uitkering van het Rijk aan gemeenten. Met deze uitkering steunt het Rijk alle gemeenten in heel Nederland bij het realiseren van betaalbare woningen, met zo min mogelijk administratie. Het Rijk nodigt alle Nederlandse gemeenten uit om hun gestarte woningen te registreren voor een bijdrage uit de Realisatiestimulans. Dit doen de gemeenten via de jaarlijkse SiSa-verantwoording ('Single Information, Single Audit'). Gemeenten krijgen een bedrag van maximaal € 7.000, exclusief btw voor iedere betaalbare woning waarvan de bouw is gestart in het jaar ervoor in de periode 2025 tot en met 2029.

De gemeente ontvangt de bijdrage in het jaar nadat de bouw van de woningen is gestart. De bijdrage is dus achteraf, op basis van de behaalde resultaten. Om in aanmerking te komen voor de Realisatiestimulans, moeten gemeenten kunnen bewijzen dat de bouwwerkzaamheden zijn gestart, én dat woningen betaalbaar zijn. Deze gegevens worden gecontroleerd door de accountant. Het bedrag wordt voor de gehele periode voorzichtig ingeschat op € 115 miljoen. Een risico hierbij is dat de gemeente wordt gekort indien wordt afgeweken van landelijk beleid. De gelden dienen in te worden gezet ten behoeve van financiële tekorten in de gebiedsontwikkeling. Volgens de bestuurlijke afspraken dienen hiervan de bijdragen voor Zuidoost en Nieuw West afzonderlijk te worden bijgehouden en binnen deze gebieden te worden ingezet. De gelden zijn nodig om de verslechteringen in de gebiedsontwikkeling op te vangen. Ten behoeve hiervan wordt gevraagd in te stemmen met het vormen van 3 reserveringen: - NPLV (Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) - gebied Zuidoost (€ 8,96 miljoen in 2025) - NPLV- gebied Nieuw West (€ 2,17 miljoen in 2025)

11 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD - Alle gebieden binnen de gemeente Amsterdam (€ 15,57 miljoen in 2025) Toekomstige bestedingsvoorstellen lopen ambtelijk gecoördineerd binnen G&O langs Fondsbeheer en het jaarlijkse MPG. Ad 10. In te stemmen met financieel technische maatregelen ten behoeve van de financiële beheersing van het Vereveningsfonds. Ten behoeve van de financiële beheersing wordt gevraagd in te stemmen met het instellen van een functionele grondexploitatie voor bovenplanse investeringen die toerekenbaar zijn aan de grondexploitaties Sloterdijk Centrum, Sloterdijk Zuid 1 en de eventueel toekomstige grondexploitatie Sloterdijk 1 Noord. De aan de gebiedsontwikkeling toe te rekenen kosten van € 15,53 miljoen voor de HOV Sloterdijk – CS worden hierin verantwoord. Er volgen de komende jaren nog meerdere bovenplanse investeringen in dit gebied. Daarnaast wordt voorgesteld de betreffende grondexploitaties te clusteren. Het blijven afzonderlijke plannen met een eigen grondexploitatie. Maar door ze binnen het Vereveningsfonds boekhoudkundig te clusteren kunnen de bovenplanse investeringen voor de bereikbaarheid vanuit 1 grondexploitatie worden toegerekend aan de betreffende plannen, zonder dat de kosten bij iedere factuur moeten worden uitgesplitst naar de afzonderlijke plannen.

Voor Zuidoost wordt voorgesteld om een functionele overkoepelende grondexploitatie voor Zuidoost te openen waar de toekomstige toe te rekenen gedeelten van de bovenplanse investeringen van Zuidoost worden opgenomen. In dit gebied is sprake van meer dan 40 maatregelen waarvoor het onwerkbaar is om alle facturen uit te splitsen naar de meer dan 23 grondexploitaties in dit gebied. Ook wordt voor Zuidoost voorgesteld om de lopende grondexploitaties te clusteren die betrekking hebben op het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Voor dit gebied zijn meerdere grondexploitatie-overkoepelende subsidies toegekend waaronder ook de Realisatiestimulans (zie beslispunt 9). Het komt de financiële beheersbaarheid ten goede als deze financieel administratief geclusterd zijn. Het blijven afzonderlijke plannen met een eigen projectbeheersing en grondexploitatie. De clustering vindt alleen plaats als eenheid waarover gerapporteerd kan worden binnen het fonds. Voor Zeeburgereiland/IJburg wordt eveneens voorgesteld alle huidige en toekomstige grondexploitaties te clusteren binnen dit plangebied in samenhang met de toegerekende bovenplanse maatregelen van de Oostflank.

In verband met vertraging als gevolg van netcongestie wordt voor de grondexploitaties van de Zuidas gevraagd om in te stemmen met het aanbrengen van een administratief onderscheid tussen de periode tot en met het jaar 2031 en de periode 2032 tot einde looptijd. Op deze wijze wordt er een Zuidasbrede administratieve scheiding aangebracht en ontstaan er twee Zuidasbrede (geclusterde) grondexploitaties. Er is in beide perioden sprake van een hoge verdiencapaciteit. Door netcongesties worden meerdere kantoorontwikkelingen pas verwacht na 2036 waardoor conform de BBVvoorschriften voor de gehele grondexploitatie geen winst genomen kan worden totdat deze kantoorontwikkelingen zijn gerealiseerd, terwijl ook in de eerdere periode de opbrengsten naar verwachting wel aanzienlijk hoger zijn dan de kosten. Door de administratieve splitsing in de tijd aan te brengen kan over de eerste periode wel winst genomen worden. Hierdoor kan het Vereveningsfonds (de reserve) op korte termijn weer worden gevoed met tussentijdse winstnemingen waardoor er weer vereveningsruimte kan ontstaan. De administratieve splitsing heeft geen gevolgen voor de uitvoering van de plannen. Voor Amstelkwartier fase 2 wordt voorgesteld in te stemmen met het afsluiten van de grondexploitatie in 2026 en te verrekenen ten gunste van de reserve Vereveningsfonds en de restant werkzaamheden op te nemen in Amstelkwartier fase 3.

12 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD Voor de voltooide deelgebieden 1 t/m 6 van Cruquiusgebied wordt voorgesteld deze grondexploitaties te verrekenen ten gunste van de reserve van het Vereveningsfonds en de werkzaamheden van de gebieden 7 en verder uit te voeren. Al bovenstaande financiële maatregelen zijn nog niet verwerkt in de cijfers van het MPG 2026, maar instemming door de raad is noodzakelijk om de winstnemingen in het MPG 2027 rechtmatig te kunnen verantwoorden. In het AMPG 2026 zal over de effecten worden gerapporteerd. Ad. 11 Kennis te nemen van het toekomstig verwerken van het uitgangspunt van kostendekkende tarieven in het MPG alsmede de verwerking van de indexatie van het Vereveningsfonds conform gemeentebrede systematiek en het herbezien van de tot nu toe gehanteerde werkwijze voor indexatie van rijksmiddelen. In het MPG 2026 is gerekend met de aanname van een tariefstijging voor de inzet van de proceskosten en kosten V&T in het jaar 2026 gebaseerd op een nominaal stijgingspercentage van 5%. In het kader van een betere raming van de werkelijke kosten naar de projecten wordt het MPG in lijn gebracht met het uitgangspunt van kostendekkende tarieven. Tegelijkertijd wordt ook het van toepassing zijnde indexatiepercentage van het Vereveningsfonds herzien. Dat staat op dit moment op 2% en wordt in lijn gebracht met de gemeentebrede systematiek voor indexatie.

De verwachting is dat beide genoemde effecten zich grofweg neutraliseren voor het Vereveningsfonds. In het MPG 2026 is met deze effecten nog geen rekening gehouden. Bij het AMPG/MPG 2027 zal aan de hand van de nadere uitwerking op de precieze effecten worden ingegaan. Voor de rijksmiddelen ten behoeve van gebiedsontwikkeling geldt dat tot nu toe is gerekend met indexatie. Onderdeel van de herziening zal zijn in hoeverre er aanleiding bestaat de tot nu toe gehanteerde werkwijze te continueren. Bij de Begroting 2027 en de daaropvolgende actualisatie van het MPG worden de resultaten van herziening van deze werkwijze verwerkt. Participatie

Met deze voordracht worden geen besluiten voorgesteld die participatie behoeven. Participatie over de plannen in de gebiedsontwikkeling heeft reeds plaatsgevonden voorafgaand aan het vaststellen van de investeringsbesluiten. Financiële onderbouwing

Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting

Voor de belangrijkste realisatiecijfers over boekjaar 2025 (zoals kasstromen grondexploitaties, ontwikkeling reserve) en de meerjarenprognoses (zoals kasstromen grondexploitaties en vereveningsruimte) wordt verwezen naar de bijlagen 1a en 1b en de toelichting bij beslispunt 1. Daarnaast zijn in deze voordracht beslispunten voorgelegd met betrekking tot het vaststellen van actuele saldi van grondexploitaties en kredieten (resterende uitgaven), administratief beheer van projecten, financieel-administratieve zaken ten aanzien van de fondsen en de proceskosten in de voorbereidende fasen van grondexploitaties. In onderstaande opsomming worden voor een aantal grootheden de bedragen op totaalniveau weergegeven voor de plannen onder het regime van het Vereveningsfonds.

• € 31 miljoen Planafsluitingen positief saldo per 31-12-2025 • -/- € 9 miljoen Planafsluitingen negatief saldo per 31-12-2025

13 Gegenereerd: v1.39

VN2026-004379 rve grond en ontwikkel

RAAD • € 1.002 miljoen Plansaldi actieve grondexploitaties op netto contante waarde op prijspeildatum 1-1-2025 na winstneming en boekwaardeverrekening • € 41miljoen Tussentijdse winstnemingen 2025 • € 4.310 miljoen Resterende uitgaven actieve grondexploitaties per 1-1-2026 • € 20,5 miljoen Planvormingskosten fase 2 en 3 Plaberum • € 2,0 miljoen Proceskosten stadsdeelplannen initiatieffase 2026

Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

n.v.t. Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2026-020241

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2026-026354

BIJLAGE 1a Meerjaren Perspectief Grondexploitaties 2026.pdf (pdf)

AD2026-026355

BIJLAGE 1b Toelichting MPG 2026.pdf (pdf)

AD2026-026356

BIJLAGE 2 Overzicht planafsluitingen per 31 december 2025.pdf (pdf)

AD2026-026357

BIJLAGE 3 Plansaldi en resterende uitgaven.pdf (pdf)

AD2026-026358

BIJLAGE 4 Aanmerkelijke financiele afwijkingen.pdf (pdf)

AD2026-026359

BIJLAGE 5 Voorbereidingskosten fase 2 en 3.pdf (pdf)

AD2026-030374

Staat van de gebiedsontwikkeling.pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Grond en Ontwikkeling, P. Elhorst, p.elhorst@amsterdam.nl, 06 3056 2087 Grond en Ontwikkeling, M. Munnik, m.munnik@amsterdam.nl, 06 2293 3248

14 Gegenereerd: v1.39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17064680/1