CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Participatieverordening gemeente Amsterdam (VN2024-007953)3.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Portefeuille

Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel)

Agendapunt

9

Datum besluit

College van B en W, 21 mei 2024 Onderwerp

Vaststellen Participatieverordening gemeente Amsterdam De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. 2. 3. 4. 5. 6.

De Participatieverordening gemeente Amsterdam vast te stellen naar aanleiding van de inspraakreacties en de adviezen van de dagelijks besturen van de stadsdelen; Kennis te nemen van de Nota van beantwoording concept Participatieverordening gemeente Amsterdam; Kennis te nemen van de spelregels voor samenwerking tussen buurtplatformen en gemeente, als onderlegger bij de artikelen over buurtplatformen in de verordening; Kennis te nemen van de beantwoording van motie 513, over het opnemen van interne en externe communicatie als uitgangspunt van het participatieplan; Kennis te nemen van de beantwoording van de toezegging om te rapporteren over de beoogde cultuurverandering in de gemeentelijke organisatie ten aanzien van democratiseringsprocessen; Kennis te nemen van de informatie over de Participatiewerkplaats.

Wettelijke grondslag

Artikel 149 Gemeentewet De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Artikel 150 Gemeentewet De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, Artikel 80 (aandelen motie). Bestuurlijke achtergrond

Landelijk wordt door gemeenten gewerkt aan de omzetting van bestaande inspraakverordeningen naar participatieverordeningen. Dit volgt uit het wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ dat gemeenten verplicht om in een verordening vast te leggen op welke wijze zij hun inwoners betrekken bij het maken van plannen en beleid en hoe zij het uitdaagrecht vormgeven. Gemeente Amsterdam loopt met de vaststelling van de participatieverordening vooruit op het wetsvoorstel. Het door de gemeenteraad vastgestelde Beleidskader Participatie en het Beleidskader Buurtrechten uit 2021 zijn vertaald naar de voorliggende participatieverordening. Tevens zijn op basis van de evaluatie van de proeftuin buurtplatformrecht de buurtplatformen in de verordening opgenomen bij het onderdeel netwerkparticipatie. Het college heeft op 9 mei 2023 de routekaart participatieverordening vastgesteld en de raad hierover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Op 23 november 2023 is de conceptverordening door het college vrijgegeven voor inspraak. De inspraakperiode liep van 6 december 2023 tot 31 januari 2024. De adviesperiode voor de stadsdelen liep tot 29 februari. Er is naar aanleiding van de inspraakreacties en de adviezen

Gegenereerd: v1.25

1

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

van de dagelijks besturen de afgelopen maanden toegewerkt naar een definitieve verordening die ter vaststelling aan u wordt aangeboden. Onderbouwing besluit

Ad. 1 De Participatieverordening gemeente Amsterdam vast te stellen naar aanleiding van de inspraakreacties en de adviezen van de dagelijks besturen van de stadsdelen De gemeenteraad wordt gevraagd de Participatieverordening gemeente Amsterdam vast te stellen. De Amsterdamse participatieverordening zet in op betere participatie. Dat betekent niet per definitie meer participatie of meer zeggenschap, maar participatie die zorgvuldig, transparant en navolgbaar is. Goed ingerichte participatie kan leiden tot een positieve houding en ervaring ten aanzien van het proces (procedurele rechtvaardigheid) en benut de kennis en ervaring van bewoners bij de ontwikkeling van de stad. Met deze verordening maakt de gemeente de beweging van toetsend en controlerend achteraf naar een expliciete en bewuste afweging voorafgaand aan elk proces. In de participatieverordening zijn drie vormen van participatie opgenomen: bewonersparticipatie, overheidsparticipatie (buurtrechten) en netwerkparticipatie (samenwerkingsafspraken met buurtplatforms). De verordening stelt proces- en kwaliteitseisen aan de manier waarop participatie wordt ingezet. De verordening is tot stand gekomen met inbreng vanuit verschillende directies met de grootste participatieopgave.

Een integrale werkgroep is betrokken geweest bij de verordeningstekst en bij de beantwoording van de inspraakreacties en de adviezen uit de stadsdelen. Op de volgende punten is de verordening of toelichting aangepast naar aanleiding van de inspraakreacties, adviezen van de dagelijks besturen en juridische adviezen: In de verordening: 1. Het toevoegen van een extra onderdeel in artikel 3: In afwijking van het eerste lid kan het college het participatieplan vast stellen als het college een beslissing van de raad voorbereidt op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel b van de Gemeentewet tenzij de gemeenteraad aangeeft het plan te willen vaststellen. Hoewel de gemeenteraad bij bepaalde onderwerpen het bevoegd bestuursorgaan is worden de meeste onderwerpen door het college voorbereid, inclusief het vaststellen van het participatieplan. Om beter aan te sluiten bij deze praktijk is deze toevoeging opgenomen. Wel is de mogelijkheid opgenomen dat de gemeenteraad desgewenst wel het participatieplan vaststelt; 2. Artikel 3, lid 1: schrappen van de zinsnede ‘een deelfase van’. Deze formulering is onduidelijk en roept discussie op; 3. Artikel 3, lid 4: schrappen laatste deel van de zin (‘indien daarmee een specifieke, afgebakende doelgroep wordt bediend’) want dit blijkt al uit de toelichting; 4.

Het toevoegen van een extra lid in artikel 4: Participatie vindt plaats zo vroeg mogelijk in het proces. Na veel reacties over onduidelijkheid over het moment dat participatie wordt ingezet is gekozen een extra lid toe te voegen om te verduidelijken dat participatie aan het begin van een proces plaats vindt en niet pas aan het einde; 5. In artikel 5, lid 1, onderdeel a ii, is de schuingedrukte zinsnede toegevoegd: <... wordt toegelicht wat de ingeschatte wensen of belangen van inwoners en andere belanghebbenden zijn met betrekking tot het participatieproces en de inhoud.> Een aantal insprekers vroeg nadere verduidelijking waarop de inschatting van belangen betrekking heeft; 6. Het schrappen van artikel 7. De Gemeentewet kent naast de burgemeester en de raad, het college van burgemeester en wethouders. Het college heeft wettelijke bevoegdheden, de wethouders zijn

Gegenereerd: v1.25

2

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

onderdeel van dit college. Het past niet om buiten dit wettelijke systeem anderen bevoegdheden te geven of verplichtingen op te leggen. Lid a en b worden beschreven in artikel 3. Lid c zal worden geplaatst onder artikel 8 (was artikel 9); 7. Het hernoemen van artikel 8. De titel van artikel 8 wordt ‘Zorgplicht participatieproces'. Hiermee worden genoemde onderdelen een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting; 8. Het toevoegen van ‘begrijpelijke, toegankelijke en betrouwbare communicatie door de gemeente’ in artikel 8, onderdeel d. Dit benadrukt het belang van toegankelijke communicatie bij participatie waarover veel reacties binnen zijn gekomen; 9. Het schrappen van artikel 12, eerste lid, onderdeel e, dit betreft het aanmaken van een social handprint op de MAEX, omdat dit een onnodig bemoeilijkende voorwaarde was voor initiatiefnemers; 10. Het toevoegen van artikel 16 vanwege samenwerkingsafspraken als uitkomst van de proeftuin Buurtplatformrecht; In de toelichting zijn de belangrijkste aanpassingen: 11. Het herschrijven van de toelichting in heldere taal, omdat veel insprekers de ontoegankelijkheid van de tekst benadrukten; 12.

Het toevoegen van een extra alinea over hoe de gemeente in een participatieplan moet beschrijven welke inspanningen worden geleverd om ondervertegenwoordigde groepen te bereiken en in een verslag moet beschrijven tot welke resultaten dit heeft geleid. Insprekers miste context bij inspanningen en ondervertegenwoordigde groepen; 13. Het expliciteren van het begrip belanghebbenden. Veel insprekers vonden dat de dat de definitie van belanghebbende te nauw was. Zo worden buurtplatforms en belangenorganisaties nu expliciet benoemd; 14. Het toevoegen van een aantal zinnen over de rollen en mandaten van de dagelijks besturen bij artikel 3 lid 2 in reactie op de adviezen vanuit de stadsdelen; 15. Het duiden en geven van voorbeelden in de toelichting bij de uitzonderingsgronden in artikel 3. Insprekers en stadsdelen vragen hierbij om meer context. Ad 2. Kennis te nemen van de Nota van beantwoording concept Participatieverordening gemeente Amsterdam. In totaal zijn 140 reacties ontvangen waarvan 49 unieke reacties. Veel reacties gingen in op twee of drie onderdelen van de participatieverordening en 67 reacties richten zich uitsluitend op netwerkparticipatie. In veel reacties wordt het feit dat er nu een verordening is positief gewaardeerd. Maar er zijn ook veel suggesties gedaan, waarvan de meeste gaan over het verbeteren van de uitvoeringspraktijk van participatie.

In de bijgevoegde ‘Nota van beantwoording inspraak en adviezen’ is een overzicht opgenomen van de input en de wijze waarop dit is verwerkt. De ingekomen adviezen en inspraakreacties hebben op enkele punten geleid tot aanvulling en verduidelijking in de artikelen of de toelichting. Een aantal onderwerpen komt vaker terug in de Nota van beantwoording. Deze zijn gecategoriseerd in de drie vormen van participatie:

Gegenereerd: v1.25

3

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Burgerparticipatie 1. Als gevolg van persoonlijke ervaringen met bewonersparticipatie bestaat weinig optimisme over de werking van de verordening in de praktijk als de politiek en de gemeentelijke organisatie niet tot een cultuuromslag bereid zijn. De verordening is voor een groot deel een antwoord op ervaringen zoals deze door enkele insprekers naar voren zijn gebracht. Door in de participatieverordening duidelijk vast te leggen aan welke proces- en kwaliteitseisen voldaan moet worden en door voor de gemeentelijke organisatie een nadrukkelijke norm te stellen wordt tegemoetgekomen aan zorgen over de wijze waarop participatie soms nog wordt georganiseerd. Tegelijkertijd is het werken met de participatieverordening niet van de één op de andere dag in de praktijk veranderd en blijft het samenwerken aan de stad ingewikkeld. De representatieve democratie met verkozen volksvertegenwoordigers heeft het primaat op beslissingen. Goede participatie kan deze verrijken en daarmee versterken. Ook bij meer vergaande vormen van zeggenschap is het verkozen bestuur dat deze ruimte geeft. De verordening vraagt vooral ook een cultuuromslag, en een open houding om te blijven leren en innoveren.

Vanuit het gegeven dat participatie een onderwerp is waar we gedurende de komende jaren met alle betrokkenen in verder willen leren, wordt gezamenlijk met Amsterdammers, ambtenaren en andere experts op het gebied van participatie in co-creatie een leerprogramma ontwikkeld, onder de naam Participatiewerkplaats. 2. De in de verordening opgenomen proces- en kwaliteitseisen zouden ook moeten gelden voor externe partijen die een Omgevingsvergunning aanvragen. Veel reacties gingen over de relatie tussen de participatieverordening en de Omgevingswet. Hiervoor is een schema opgesteld om helder te maken hoe een en ander zich tot elkaar verhoudt. Kortweg: de participatieverordening regelt de proces- en kwaliteitseisen voor de initiatieven die de gemeente neemt. De participatieverordening geldt niet voor marktpartijen of particulieren die een vergunning aanvragen. Overigens worden producten als de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan of een stedenbouwkundig plan indien ze gewijzigd worden om initiatieven vanuit bijvoorbeeld de markt mogelijk te maken, wel conform de participatieverordening vastgesteld. Dit zijn producten van de gemeente. Voor aanvragen omgevingsvergunning, waaronder ook de gevallen waarbij participatie verplicht is, is een participatiehandreiking opgesteld door de gemeente.

Hierin staat omschreven wat proces- en kwaliteitseisen zijn die de gemeente verwacht van participatie uitgevoerd door initiatiefnemers. Gezien de vele reacties op dit punt is het zaak de komende periode dit onderscheid goed te blijven maken en uit te dragen. 3. Er wordt onvoldoende omschreven hoe de gemeente van plan is om ondervertegenwoordigde groepen te betrekken. Insprekers pleiten voor een verplichting op resultaten, in plaats van op inspanning. Dit onderwerp verdient extra en specifieke aandacht en participatie is pas geslaagd als alle perspectieven worden gehoord. De organisatie besteedt de komende periode aandacht aan hoe ondervertegenwoordigde groepen beter kunnen worden bereikt bij participatie. Bij het opzetten van het participatieproces wordt de organisatie gestimuleerd vooraf een goed beeld te vormen van de manier waarop deze (extra) inspanningen het proces beïnvloeden en de tijd en capaciteit die daarvoor nodig is. In het verslag wordt geflecteerd op de inspanningen die zijn geleverd en de resultaten die dat oplevert (een resultaatverplichting op de inspanningen). Middels training en scholing wordt de organisatie beter toegerust om dit onderwerp aan te pakken. In de

Gegenereerd: v1.25

4

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

participatiemonitor volgen we tenslotte de resultaten van de inspanning die de verordening eist op participatie. Overheidsparticipatie (buurtrechten) 4. Initiatief in de verordening Er zijn ten aanzien van buurtrechten opmerkingen binnengekomen over het opnemen van andere vormen van initiatief in de verordening. De samenwerking met initiatieven in de stad is belangrijk. Dit doen we op verschillende manieren, onder meer door ondersteuning van initiatief met financiële middelen. Dit is al vastgelegd in bestaande regelingen. Daarnaast vinden we het belangrijk we als gemeente openstaan voor samenwerking met initiatief in de stad, juist ook zonder de juridische insteek van een verordening. Het buurtrecht in de verordening is één van de middelen waarmee het college initiatiefnemers ruimte wil geven. 5. Ondersteuning van initiatief Er zijn ook veel reacties en adviezen gekomen op het buurtrecht die wijzen op de mogelijke complexiteit voor initiatiefnemers. Worden initiatieven wel geholpen? Waarom duurt het zo lang om te beslissen? Het overnemen van taken die normaal door de gemeente worden uitgevoerd, worden inderdaad niet ‘zomaar’ overgedragen. Aangezien het overnemen van taken afstemming vraagt met veel partijen, en mogelijk ook consequenties heeft voor lopende afspraken met uitvoerende partijen, kan het definitief toekennen en starten ogenschijnlijk langduren.

Het gaat in de verordening wel om maximale termijnen. Als het sneller kan, doen we dat. Het aanvragen van een buurtrecht vraagt inderdaad wat van een initiatief. Het initiatief moet kunnen aantonen dat het in staat is de taken goed en langdurig uit te kunnen voeren. Tegelijk worden in een verordening altijd de zaken geregeld juist ook voor het geval het níet goed gaat. We evalueren hoe de verordening in de praktijk uitpakt en of de huidige werkwijze mogelijk vereenvoudigd kan worden. Doel is de initiatieven positie en ruimte te geven. Er is vanaf het begin ondersteuning, ook bij het uitwerken van een voorstel. Vaak begint deze ondersteuning al in de gebiedsteams, maar ook het Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief is er speciaal voor de begeleiding en opstartfase. Als een buurtrecht doorgaat, wordt een eigen accounthouder vanuit het ambtelijk apparaat toegewezen. Netwerkparticipatie (buurtplatformen) 6. De rol van buurtplatformen 67 keer is de reactie binnengekomen waarin wordt gevraagd om a) de rol van buurtplatformen te benoemen in het deel van de participatieverordening dat gaat over burgerparticipatie en b) het buurtplatformrecht op te nemen in het tweede deel van de participatieverordening. Er is één reactie binnengekomen waarin juist bezwaar geuit wordt tegen het geven van een aparte status aan buurtplatformen.

De rol van buurtplatformen bij burgerparticipatie is toegevoegd in de toelichting op de verordening, waar de term belanghebbenden nader staat uitgewerkt. Buurtplatformen staan daar expliciet genoemd als één van de belanghebbenden. In de concept verordening die is voorgelegd voor inspraak en advies, stond bij het onderdeel netwerkparticipatie nog een lege bladzijde opgenomen. Inmiddels is, op basis van de evaluatie van de proeftuin buurtplatformrecht, artikel 16 over buurtplatformen toegevoegd in de verordening, waarin buurtplatformen erkend worden als meerjarige samenwerkingspartner van de gemeente. De gemeente verplicht zich in de verordening om samenwerkingsafspraken te maken met de platformen.

Gegenereerd: v1.25

5

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Ad. 3 Kennis te nemen van de spelregels voor samenwerking tussen buurtplatformen en gemeente, als onderlegger bij de artikelen over buurtplatformen in de verordening. Op 30 januari 2024 heeft het college besloten om de buurtplatformen op te nemen in de participatieverordening als samenwerkingspartner van de gemeente en zich te verplichten met hen samenwerkingsafspraken te maken. Aanvullend hierop is afgesproken dat er spelregels worden geformuleerd om, in de periode dat er nog geen beleidskader is vastgesteld, in de praktijk goed samen te kunnen werken. Deze spelregels zijn in een aantal sessies opgesteld door vertegenwoordigers van buurtplatformen en ambtenaren die in de praktijk vaak werken met buurtplatformen. De uitgangspunten en spelregels zijn de basis voor de buurtplatformen en de gemeente om tot goede samenwerking te komen. De spelregels zijn toegevoegd als bijlage ter kennisname en verhouden zich tot artikel 16 van de verordening. Ad. 4 Kennis te nemen van de beantwoording van motie 513, over het opnemen van interne en externe communicatie als uitgangspunt van het participatieplan. In de gemeenteraadsvergadering van 19 juli 2023 heeft de gemeenteraad bij de behandeling van agenda punt 29 motie 513 van raadslid Broersen van VOLT aangenomen.

Daarin wordt het college gevraagd om bij de vertaling van het beleid naar de participatieverordening onder Artikel 4 (participatieplan) zowel interne als externe communicatie mee te nemen als eis voor de inhoud van het participatieplan. Het college onderstreept het belang dat de indieners in de motie benoemen: aandacht voor de interne en externe communicatie. In het participatieplan dienen onderbouwde keuzes te staan voor onder meer het doel, de mate van invloed, de werkvormen, de doelgroepen, de inspanningen die nodig zijn om ondervertegenwoordigde groepen te bereiken. Het plan vormt daarmee een middel om met deelnemers te communiceren over de keuzes die zijn gemaakt voor het te volgen participatieproces. Communicatie is daarbij een essentieel onderdeel. In artikel 8 van de verordening wordt daar in verschillende onderdelen op ingegaan (onderdeel a en d). Dit betreft de externe communicatie. De interne communicatie komt aan de orde in de ambtelijke voorbereiding van het participatieplan. Om een participatieplan te kunnen schrijven wordt er intern afgestemd tussen verschillende afdelingen en directies. In het stappenplan participatie en de ambtelijke instructies voor het participatieplan sjabloon is aandacht voor de interne communicatie. Zo zijn er instructies over rolverdeling, afstemmen van kaders en randvoorwaarden, en context en voorgeschiedenis.

De plek voor de interne communicatie landt in de voorbereiding voor het participatieplan en wordt daar niet expliciet beschreven. De interne communicatie is onderdeel van het instrumentarium dat de gemeentelijk organisatie inzet om een goed participatieproces in te zetten. De externe communicatie wordt geborgd in het participatieplan. Hiermee wordt de motie (TA2023-000923) door het college als afgehandeld beschouwd. Ad. 5 Kennis te nemen van de beantwoording op de toezegging te rapporteren over de beoogde cultuurverandering in de gemeentelijke organisatie t.a.v. democratiseringsprocessen.

Gegenereerd: v1.25

6

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

In het kader van de evaluatie van de proeftuin buurtplatformrecht is gesproken over betere samenwerking tussen systeem- en leefwereld en de cultuurverandering die dit vraagt. De verordening is ambitieus en bevat veel aanvullende verplichtingen voor de gemeente ten opzichte van de Algemene inspraakverordening, die met de Participatieverordening vervalt. Dit vraagt om voldoende ambtelijke kennis van de verordening, zorgvuldige uitvoering ervan en een goede evaluatie van de werking in de praktijk. Ook vraagt het vakbekwaamheid van alle betrokken partijen. Een cultuurverandering vraagt altijd tijd, maar in aanloop naar de inwerkingtreding van de verordening zijn wel verschillende maatregelen genomen om een andere manier van werken te helpen versnellen. Daarbij gaat het om de volgende drie zaken: 1.

2. 3.

Aandacht voor goede implementatie: Aan de uitvoerbaarheid van de verordening wordt grote waarde gehecht. Door middel van praktijktoetsen is, samen met de betrokken integrale werkgroep, de uitvoerbaarheid getoetst. Ook zijn door de directies met de grootste participatieopgave implementatieplannen opgesteld waarin wordt aangegeven welke activiteiten de komende periode worden ondernomen om de vakbekwaamheid over participatie te vergroten. Aandacht voor goede monitoring en evaluatie: De monitor, opgesteld ten behoeve van de jaarlijkse evaluatie, volgt hoe de verordening in de praktijk functioneert. De evaluatie biedt, waar nodig, een goede basis voor aanscherping van de verordening. Aandacht voor vakbekwaamheid in participatie: goede participatie vraagt vakbekwaamheid van alle betrokkenen. In de participatiewerkplaats (zie beslispunt 6) wordt een leeromgeving en een leerprogramma ontwikkeld dat is gericht op samen leren en steeds beter worden in participatieprocessen. Dit wordt in cocreatie ontwikkeld.

Hiermee wordt de toezegging (TA2024-000423) door het college als afgehandeld beschouwd. Ad 6. Kennis te nemen van de informatie over de Participatiewerkplaats Vanuit het gegeven dat participatie een onderwerp is waar we gedurende de komende jaren met alle betrokkenen in verder willen leren, wordt gezamenlijk met Amsterdammers, ambtenaren en andere experts op het gebied van participatie in co-creatie een leerprogramma ontwikkeld, onder de naam Participatiewerkplaats. Ook raadsleden worden uitgenodigd voor onderdelen van dit proces. Het doel is de vakbekwaamheid bij participatie te verhogen en zo de participatie in de praktijk te verbeteren. In de Participatiewerkplaats wordt in een aantal bijeenkomsten toegewerkt naar dit leerprogramma.

Gegenereerd: v1.25

7

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Het programma geeft handvatten voor bewoners, ambtenaren en bestuurders om beter te leren participeren. Financiële onderbouwing Tabel 2: Financiële consequenties van de beslispunten BATEN Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

S

€ 1.900.000,00

€ 1.900.000,00

€ 1.900.000,00

€ 1.900.000,00

€ 1.900.000,00

€ 1.900.000,00

€ 1.900.000,00

€ 1.900.000,00

LASTEN

Participatieverordening Totaal

I=Incidenteel S=Structureel Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting

De participatieverordening heeft als uitgangspunt dat de uitvoering gebeurt binnen bestaande capaciteit en middelen van de directies en stadsdelen/stadsgebied. De organisatie heeft zich daarop voorbereid, de uitvoering van de verordening wordt gemonitord. Hieruit moet blijken of dit uitgangspunt klopt. Uitvoering van de participatieverordening inclusief het buurtplatformrecht kan leiden tot extra inzet van mensen en middelen en mogelijke vertraging van projecten in de gebiedsontwikkeling. Dit kan op gespannen voet staan met de grote woningbouwopgave. Het kan ook tot besparingen leiden omdat processen beter verlopen. Bij de jaarlijkse evaluatie is dit een uitdrukkelijk aandachtspunt. Om de organisatie te ondersteunen bij het werken met de verordening, is er binnen programma B3 democratisering t/m 2026 deels structureel en deels vanuit coalitiemiddelen budget (totaal 1,9 miljoen) beschikbaar voor het ondersteunen van de organisatie bij de uitvoering van de drie onderdelen in de verordening, bewonersparticipatie, buurtrechten en buurtplatformen (inclusief een basisbudget voor de buurtplatforms), evaluatie en monitoring. Na 2026 is binnen B3 democratisering structureel nog ca 1 miljoen beschikbaar.

Door een taakstelling van 0,9 miljoen in programma B vanaf 2027 wordt gezorgd voor structurele dekking voor het organiseren, aanjagen en ondersteunen van de organisatie bij de uitvoering van de verordening. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

n.v.t.

Gegenereerd: v1.25

8

Gemeenteraad

VN2024-007953 Digitalisering, Innovatie en Informatie

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2024-033640

Achtergrondinformatie Participatiewerkplaats.docx (msw12)

AD2024-033637

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2024-036360

Infographic Wat regelt de participatieverordening (pdf)

AD2024-036354

Nota van Beantwoording participatieverordening.pdf (pdf)

AD2024-033641

Participatieverordening gemeente Amsterdam.docx (msw12)

AD2024-033643

Uitgangspunten en spelregels voor de samenwerking tussen buurtplatformen en gemeente (msw12)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Digitalisering en Innovatie, May-Britt Jansen, May-britt.jansen@amsterdam.nl, 0633317093

Gegenereerd: v1.25

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14297043/1