CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Derde wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 (VN2024-014060)782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAD

VN2024-014060 rve belastingen

Voordracht voor de raadsvergadering van 11 december 2024

Agendapunt

Financiën 12

Datum besluit

22 oktober 2024

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen van de Derde wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Vast te stellen de Derde wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022

Wettelijke grondslag

Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen vaneen belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn.

Bestuurlijke achtergrond

Op basis van de Verordening Roerenderuimtenbelasting wordt door de gemeente Roerenderuimtenbelasting geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bij raadsbesluit van 1 december 2021 (Gemeenteblad nr. 452102) is de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vastgesteld. De verordening is laatstelijk gewijzigd op 20 december 2023 (Gemeenteblad 2023, 564305). De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet – identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Achttiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn.

Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte.

1 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-014060 rve belastingen

Onderbouwing besluit

De gemeenteraad wordt voorgesteld om de als bijlage 1 bij deze voordracht opgenomen Derde wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vast te stellen, waarmee de volgende wijzigingen worden aangebracht:

  

Aanpassing van de waardepeildatum in art. 5, lid 2 Aanpassing van de tarieven in art. 6 lid 1 Aanpassing van de in art. 11, lid 3 genoemde datum van ingang van de heffing.

De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet - identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Achttiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. De raad wordt gevraagd om de tarieven voor de roerenderuimtebelasting in 2025 als volgt vast te stellen: Aanpassing tarieven (artikel 5) Om de in de begroting 2025 opgenomen opbrengsten OZB te kunnen realiseren, wordt de raad voorgesteld om de tarieven voor het jaar 2025 als volgt vast te stellen:

% van de waarde van de roerende ruimte 2024

% van de waarde van de roerende ruimte 2025

roerende woonruimten

0,0462

0,0577

roerende bedrijfsruimten

0,1868

0,2436

Gebruikersbelasting roerende bedrijfsruimten

0,1355

0,1809

Eigenarenbelasting

Participatie

Belastingtarieven zijn uitgezonderd in art. 3, derde lid sub d van de Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over burger-, overheids- en netwerkparticipatie.

Financiële onderbouwing

2 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-014060 rve belastingen

Overige toelichting

Met de voorgestelde tarieven kunnen de in de begroting opgenomen baten worden gerealiseerd. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking).

Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Ter Inzage

Registratienr.

Naam

AD2024-060218

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2024-065433

Conceptbesluit Derde Wijzigingsverordening Verordening RRB 2022.docx (msw12)

Registratienr.

Naam

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Ron Stam, r.stam@amsterdam.nl

3 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938134/1