CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 11 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Verordening op de Vermakelijkhedenretributie te water 2025 (VN2025-006971)1.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

8 alinea's met “heffing”: 15 21 22 26 27 28 32 40

RAAD

VN2025-006971 rve belastingen

Voordracht voor de raadsvergadering van 11 juni 2025

Agendapunt

Financiën 19

Datum besluit

13 mei 2025

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen Verordening op de Vermakelijkhedenretributie te water 2025 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Vast te stellen de Verordening op de vermakelijkhedenretributie te water 2025

Wettelijke grondslag

Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet, dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 229 lid 1 sub c van de Gemeentewet is de wettelijke basis voor de Verordening op de vermakelijkhedenretributie te water. Op grond van dit artikel kan een gemeente een retributie heffen ter zake van het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt.

Bestuurlijke achtergrond

De verordening op de vermakelijkheidsretributie te water 2020 is vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2019 (Gemeenteblad nr. 290311). Op grond van de verordening wordt vermakelijkheidsretributie (VMR) geheven op vormen van vermaak op het water die tegen vergoeding worden aangeboden, zoals rondvaarten. Met de vaststelling van de Eerste wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 bij raadsbesluit van 9 november 2023 is het tarief per bezoeker, passagier, respectievelijk deelnemer aan vermakelijkheden, voor zover de vermakelijkheid plaatsvindt met, op, in of aan een gemotoriseerd, niet stationerend vaartuig, per 1 januari 2024 verhoogd van € 1,50 naar € 2,50. Met de vaststelling van de Tweede wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 bij raadsbesluit van 13 november 2024 zijn de tarieven geïndexeerd met 3,5% (ramingen CPB augustus 2024), overeenkomstig de afspraken over indexatie van de lokale heffingen uit het coalitieakkoord 2022-2026.

1 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006971 rve belastingen

Onderbouwing besluit

Vaststellen Verordening op de vermakelijkhedenretributie te water 2025 De raad wordt voorgesteld om de Verordening op de vermakelijkhedenretributie te water 2025, zoals opgenomen in bijlage 1, vast te stellen, waarvan de belangrijkste punten zijn:

a. De ingangsdatum van de heffing is 1 juli 2025; b. De tarieven worden ongewijzigd vastgesteld op: o € 2,60 per deelnemer of passagier voor vermakelijkheden op een gemotoriseerd vaartuig; o € 0,80 per deelnemer of passagier voor vermakelijkheden op een nietgemotoriseerd voertuig; c. In het algemeen deel van de toelichting op de verordening wordt ingegaan op de afweging van belangen die heeft plaatsgevonden ten aanzien van de heffing van de vermakelijkhedenretributie, en meer specifiek de gehanteerde tarieven; d. De Verordening op de VMR te Water 2020 komt te vervallen, met dien verstande dat die van toepassing blijft op die gevallen die zich tot het in werking treden van de nieuwe verordening hebben voorgedaan. Ontwikkelingen in de rechtspraak Op 9 november 2023 heeft de raad de Eerste wijzigingsverordening Vermakelijkheidsretributie te water 2020 vastgesteld en daarmee het tarief voor passagiers van rondvaartboten vanaf 2024 verhoogd van € 1,50 naar € 2,50 voor een boottocht. Hoewel het debat over een eerlijke en redelijke bijdrage van de aanhoudend groeiende stroom bezoekers aan de stad via de vermakelijkhedenretributie (VMR) al jaren intensief wordt gevoerd, is in de toelichting bij de verordening geen uitgebreide motivering en belangenafweging voor het hogere tarief vastgelegd in de verordening.

Waar de belastingrechter verordeningen tot voor kort vooral marginaal toetste op het verbod op willekeurige en onredelijke belastingheffing, wordt steeds vaker nadrukkelijk getoetst of er bij de vaststelling van nieuwe tarieven een goede belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het ontbreken van een motivering en belangenafweging kan voor de rechter aanleiding zijn om de hogere tarieven in een procedure buiten toepassing te verklaren. Gelet op deze ontwikkelingen, stelt het college voor om deze motivering en belangenafweging expliciet vast te stellen in een nieuwe Verordening op de vermakelijkhedenretributie te Water 2025. Omdat de verordening uitgaat van een kwartaal als tijdvak voor de heffing (belastingplichtigen dienen op kwartaalbasis aangifte te doen), kan de raad een nieuwe verordening vaststellen met ingangsdatum 1 juli 2025. Daarmee kan discussie over het ontbreken van de motivering en belangenafweging worden uitgesloten over de aanslagen VMR vanaf het derde kwartaal van dit jaar. Tegelijk met de Verordening op de vermakelijkhedenretributie te Water 2025 wordt de raad voorgesteld om de Derde wijzigingsverordening op de vermakelijkheidsretributie te water 2020 vast te stellen, waarmee met terugwerkende kracht een aanvullende toelichting wordt vastgelegd.

Met het vaststellen van de Verordening op de vermakelijkhedenretributie te Water 2025 komt de Verordening op de VMR te Water 2020 te vervallen, met dien verstande dat die van toepassing blijft op die gevallen die zich tot het in werking treden van de nieuwe verordening hebben voorgedaan. De tarieven blijven ongewijzigd. Toelichting in de verordening

2 Gegenereerd: v1.1

VN2025-006971 rve belastingen

RAAD In het algemeen deel van de toelichting in de verordening wordt als volgt ingegaan op de afweging van belangen die heeft plaatsgevonden ten aanzien van de heffing van VMR, en meer specifiek de gehanteerde tarieven: De gemeentelijke belangen Een belangrijk doel voor de gemeente van de heffing van VMR is het genereren van opbrengsten van degenen die profijt hebben van de gemeentelijke voorzieningen in verband met de kosten die de gemeente maakt ter zake van vermakelijkheden. Dat belang is ook al onderkend bij de invoering van de VMR te water in 1995. Bij die invoering zijn de bezwaren van de rederijen nadrukkelijk gehoord en gewogen. Bij de invoering van de VMR te water in 1995 is een indicatie gegeven van de kosten die de gemeente maakt waar aanbieders en gebruikers van rondvaarten profijt van hebben, te weten ongeveer ƒ 53.000.000 (circa € 24.000.000). Daarbij was nog geen rekening gehouden met de kosten van de gemeente voor onderhoud en verlichting van monumenten, afmeervoorzieningen, extra reinigingskosten en dergelijke meer. Sinds de invoering van de VMR te water in 1995 is het aantal bezoekers aan de stad alsmaar toegenomen. Deze voor de bedrijfsvoering van de exploitanten gunstige ontwikkeling heeft voor de gemeente geresulteerd in sterk toegenomen financiële lasten voor het aanbrengen en in stand houden van diezelfde voorzieningen waarvan de exploitanten profiteren.

Het is evident dat de gemeentelijke kosten anno nu fors hoger zijn en een veelvoud bedragen van de opbrengsten van de VMR te water, die voor kalenderjaar 2024 zijn geraamd op € 12.400.000. Het gegeven dat de gemeente tegenwoordig aanzienlijk meer kosten maakt voor de voorzieningen waar de exploitanten hun toegenomen profijt mede aan te danken hebben, rechtvaardigt een verhoging van de VMR. Het is van belang om nog op te merken dat er bij de VMR geen wettelijke opbrengstlimiet geldt. De gemeente hoeft alleen te laten zien dat de vermakelijkheden voor de gemeente kosten met zich meebrengen. Het gemeentelijk belang bij de (verhoging van de) opbrengst van de VMR wordt in dat opzicht dus niet beperkt. De belangen van de belastingplichtigen Anderzijds zijn er de belangen van de belastingplichtigen, te weten degenen die vermakelijkheden geven op het Amsterdamse water, de exploitanten. Het belang van exploitanten is niet alleen gelegen in een zo laag mogelijke heffing. De exploitanten hebben tevens belang bij een aantrekkelijke stad en bij de voorzieningen waarvan zij gebruikmaken en profijt hebben. Zonder deze voorzieningen zou het geven van vermakelijkheden minder aantrekkelijk, of zelfs helemaal niet mogelijk zijn. Het is dus ook in hun belang dat de gemeente voorzieningen treft, in stand houdt en dat kan blijven doen. De opbrengsten uit de VMR dragen daaraan bij.

Relevant ten aanzien van het belang van de exploitanten is verder dat zij de VMR doorberekenen in de prijzen van tickets. Ook dat belang is bij de invoering van de VMR te water in 1995 onderkend. De VMR heeft zo bezien het karakter van een gebruikersheffing: met de VMR wordt (indirect) een bijdrage van bezoekers gevraagd. De bezoekers betalen de heffing bij het kopen van een kaartje. De aanbieder brengt de VMR in rekening via zijn tickets en draagt de heffing af aan de gemeente. Aanpassingen in de tarieven hoeven daarmee geen directe effecten te hebben op de lasten voor de betreffende aanbieders. Indirect kunnen er wel effecten zijn. Wanneer een exploitant besluit de tariefverhoging door te belasten in de prijs van een ticket, leidt dit tot een hogere ticketprijs voor bezoekers. Dit zou voor bezoekers misschien aanleiding kunnen zijn om geen rondvaart te maken. Dergelijke prijselastische effecten zijn echter inherent aan veel belastingen, en vormen in dit geval geen reden voor de 3

Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006971 rve belastingen

gemeente om niet te heffen of af te zien van een verhoging van de tarieven. Passagiers betalen voor een rondvaart – in 2022 door Tripadvisor nog uitgeroepen als ‘beste ervaring ter wereld’ en (een van) de populairste attracties van Amsterdam én van Nederland – gemiddeld een bedrag tussen de € 15 en € 20. De raad heeft voor 2024 het tarief verhoogd van € 1,50 naar € 2,50; een dergelijke tariefverhoging vertegenwoordigt – wanneer deze tariefverhoging volledig wordt doorberekend – een aandeel in de consumentenprijs van 5 – 6,7 %. Een dergelijke verhoging van het tarief beoordelen we niet als onevenredig: de gevolgen voor de exploitanten zijn niet onevenredig nadelig in verhouding tot de doelen van de belastingheffing. We verwachten dat een dergelijke verhoging niet ertoe zal leiden dat substantieel minder rondvaarten zullen worden gemaakt vanwege de in deze orde van grootte gestegen ticketprijs. In het coalitieakkoord 2022-2026 is aangegeven dat de indexatie van de lokale heffingen wordt geharmoniseerd vanaf 2023. Sindsdien worden de gemeentelijke belastingen jaarlijks geïndexeerd. Voor 2025 komt de index voor lokale heffingen uit op 3,5% (ramingen CPB augustus 2024): 2024

2025

Gemotoriseerde, niet stationerende vaartuigen

€ 2,50

€ 2,60

Stationerend vaartuig of niet-gemotoriseerd vaartuig

€ 0,75

€ 0,80

De tariefdifferentiatie is gebaseerd op de omstandigheid dat niet-gemotoriseerde en stationerende vaartuigen zich niet, dan wel veel minder verplaatsen door de grachten dan rondvaartboten en bovendien minder golfslag veroorzaken, en dat als gevolg daarvan minder gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke voorzieningen. De tarieven van € 2,60 en € 0,80 staan nog steeds in verhouding tot het profijt dat de exploitanten hebben van de voorzieningen. Alternatieven Alternatieven in de vorm van het achterwege laten van heffing van VMR of een lager tarief zijn er redelijkerwijs niet. Het doel is het genereren van (meer) opbrengsten ter zake van belastbare feiten die worden begaan door degenen die profijt hebben van de gemeentelijke voorzieningen.

Participatie

Belastingtarieven zijn uitgezonderd in art. 3, derde lid sub d van de Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over burger-, overheids- en netwerkparticipatie. Financiële onderbouwing

Overige toelichting

Met de vaststelling van deze nieuwe verordening verandert er niets aan de tarieven zoals die thans gelden in 2025, maar laat de gemeenteraad alsnog zien welke afwegingen van belangen er op het moment van vaststelling van de wijzigingsverordeningen op de oude verordening bestuurlijk zijn gemaakt en aan de wijzigingen ten grondslag hebben gelegen.

4 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006971 rve belastingen

De tarieven blijven zoals vastgesteld in artikel 5 bij de tweede wijzigingsverordening, te weten € 2,60 per bezoeker, passagier, respectievelijk deelnemer aan de vermakelijkheden, voor zover de vermakelijkheid plaatsvindt met, op, in of aan een gemotoriseerd, niet stationerend vaartuig en € 0,80 per bezoeker respectievelijk deelnemer aan de vermakelijkheden ingeval de vermakelijkheden plaatsvinden met, op, in of aan een stationerend vaartuig of niet-gemotoriseerd vaartuig. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.

Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Ter Inzage

Registratienr.

Naam

AD2025-028455

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-028464

Concept besluit tot bekendmaking Verordening VMR te water 2025.docx (msw12)

Registratienr.

Naam

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Ron Stam, r.stam@amsterdam.nl, 0653524786

5 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15626831/1