Gemeenteraad Voordracht (20).pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Portefeuille
Grondzaken
Agendapunt
0
Datum besluit
College van B&W 8 juni 2021 Onderwerp
Instemmen met het toepassen van de Wet voorkeursrecht gemeenten op een deel van de locatie Willem Fenengastraat te Amsterdam (Kauwgomballenkwartier) De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Gezien de voordracht van burgermeester en wethouders, Besluit 1. Kennis te nemen van het besluit van het college van B&W van 20 april 2021 tot het toepassen van de Wet voorkeursrecht gemeenten (ex artikel 6 Wvg) op een deel van de locatie Willem Fenengastraat te Amsterdam. 2. Te concluderen dat er een structuurvisie genaamd 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050, Een menselijke metropool' als planologische grondslag aanwezig is op basis waarvan het gemeentelijk voorkeursrecht kan worden gevestigd en te concluderen dat als eerstvolgende planologische grondslag wordt overgegaan tot het vaststellen van een bestemmingsplan/ omgevingsplan. 3. Aan te wijzen op basis van artikel 4 Wvg voor de duur van drie jaren als perceel waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn, het perceel, zoals dat is aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale tekening met nummer TK-30442674-02 en perceelslijst, inhoudende de kadastrale aanduiding van het in de aanwijzing opgenomen perceel, de grootte, alsmede de namen van de eigenaren en de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, één en ander volgens de openbare registers van het Kadaster per 2 april 2021. 4.
Te concluderen dat het onderhavige besluit van rechtswege vervalt drie jaar na dagtekening van dat besluit, tenzij voor dit tijdstip een bestemmingsplan/omgevingsplan is vastgesteld. 5. Te concluderen dat het hiervoor onder punt 3. genoemde perceel niet eerder in een aanwijzing op grond van de Wvg betrokken is geweest. 6. Dit besluit te publiceren in onder meer het Gemeenteblad en/of de Staatscourant en het ter plaatse verschijnende blad het Parool, opdat het rechtsgevolg als bedoeld in artikel 7, eerste lid Wvg ontstaat. 7. Te concluderen dat er wel een zienswijze is ingediend en dat deze zienswijze geen aanleiding geeft om de raadsvoordracht en/of -besluit aan te passen. Wettelijke grondslag
Vestigingsgrondslag artikel 4 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), alsmede de overige van toepassing zijnde bepalingen van de Wvg en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bestuurlijke achtergrond
Op 2 juli 2020 is het ontwikkelkader 'Kauwgomballenkwartier' vastgesteld. Hierin wordt voorgesteld om het 'Kauwgomballenkwartier' te transformeren naar een gemengde woon-/werkwijk met bijbehorende voorzieningen. Vervolgens is op 7 juli 2021 de structuurvisie genaamd 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050, Een menselijke metropool' vastgesteld. Voor de onderhavige locatie wordt een gewijzigd gebruik ten behoeve van maatschappelijk, groen en/of wonen voorzien. In voornoemde structuurvisie zijn aanwijzingen voor de toegedachte bestemmingen opgenomen. De vigerende
Gegenereerd: v1.8
1
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
structuurvisie vormt dan ook de grondslag voor het te nemen raadsbesluit tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht. Onderbouwing besluit
Ad 1. Kennis te nemen van het besluit van het college van B&W van 20 april 2021 tot het toepassen van de Wet voorkeursrecht gemeenten (ex artikel 6 Wvg) op een deel van de locatie Willem Fenengastraat te Amsterdam. Voorbescherming door college Burgemeester en wethouders kunnen een voorkeursrecht vestigen voor de duur van ten hoogste drie maanden (artikel 6 Wvg), te rekenen vanaf de datum van het collegebesluit. Het voorkeursrecht treedt in werking op de dag na publicatie van de bekendmaking van het besluit in het Gemeenteblad (bij beoogde inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties, voorzien op 1 juli 2021) dan wel de Staatscourant (indien de inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties niet uiterlijk op 7 juli 2021 plaatsvindt). Binnen deze termijn van drie maanden dient de gemeenteraad het voorkeursrecht te hervestigen, anders vervalt het gemeentelijk voorkeursrecht van rechtswege. Vestigingsduur De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht door de raad geldt voor een periode van maximaal drie jaar. Binnen deze periode dient een bestemmingsplan/omgevingsplan te worden vastgesteld en op basis daarvan wordt het (effect van het) voorkeursrecht automatisch verlengd. Doel/resultaat Met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt de gemeente een voorkeurspositie op de grondmarkt in het betreffende gebied, c.q.
een eerste recht van koop op het in het besluit betrokken perceel. De eigenaar en beperkt zakelijk gerechtigde van het betreffende perceel dienen hun eigendom/ beperkte zakelijke recht op het perceel bij voorgenomen vervreemding eerst aan de gemeente te koop aan te bieden. Het gemeentelijk voorkeursrecht maakt het de gemeente mogelijk om een actief grondbeleid te voeren bij de herontwikkeling van het betreffende perceel en door eventuele verwerving zelf de regie te houden bij de uitvoering van haar plannen. Het gemeentelijk voorkeursrecht voorkomt, dat een andere partij zich in het gebied een positie verschaft, waardoor de gemeentelijke regierol kan worden verstoord. Ad 2. Te concluderen dat er een structuurvisie genaamd 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050, Een menselijke metropool' als planologische grondslag aanwezig is op basis waarvan het gemeentelijk voorkeursrecht kan worden gevestigd en te concluderen dat als eerstvolgende planologische grondslag wordt overgegaan tot het vaststellen van een bestemmingsplan/ omgevingsplan. Ad 3.
Aan te wijzen op basis van artikel 4 Wvg voor de duur van drie jaren als perceel waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn, het perceel, zoals dat is aangegeven op de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte kadastrale tekening met nummer TK-30442674-02 en perceelslijst, inhoudende de kadastrale aanduiding van het in de aanwijzing opgenomen perceel, de grootte, alsmede de namen van de eigenaren en de rechthebbenden op de daarop rustende beperkte rechten, één en ander volgens de openbare registers van het Kadaster per 2 april 2021. Ad 4. Te concluderen dat het onderhavige besluit van rechtswege vervalt drie jaar na dagtekening van dat besluit, tenzij voor dit tijdstip een bestemmingsplan/omgevingsplan is vastgesteld. Huidig gebruik/toegedachte bestemmingen
Gegenereerd: v1.8
2
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Voor het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht dient de gemeente aan te geven dat het huidige gebruik afwijkt van de toegedachte bestemmingen. De locatie kent op dit moment een gemengde bestemming en is bedrijfsmatig in gebruik. Aan de onderhavige locatie worden de bestemmingen maatschappelijk, groen en/of wonen toegedacht. Het huidige gebruik wijkt dan ook af van de toegedachte bestemmingen, waardoor aan de (formele) vestigingsvereisten wordt voldaan. Vestigingsgrondslag De planologische grondslag voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht kan niet gevormd worden door het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Overamstel', vastgesteld op 20 januari 2010. Dit bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid tot realisering van de toegedachte aanvullende woonbestemming. Dit bestemmingsplan geeft niet de actuele visie op de beoogde herontwikkeling weer, waardoor dit bestemmingsplan materieel niet ten grondslag aan het voorkeursrechtbesluit kan worden gelegd. In de vigerende structuurvisie genaamd 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050, Een menselijke metropool', vastgesteld op 7 juli 2021, is een dergelijke herontwikkeling van het gebied wel voorzien c.q. zijn aanwijzingen opgenomen voor de toegedachte bestemmingen. De grondslag voor het vestigen van het voorkeursrecht wordt daarom gevormd door artikel 4 Wvg.
Het uitgangspunt is dat de eerstvolgende planologische stap zal zijn de vaststelling van een bestemmingsplan/omgevingsplan. In de concept raadsvoordacht als bijlage bij het collegebesluit d.d. 20 april 2021 tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht was opgenomen dat de vestigingsgrondslag voor het raadsbesluit is gelegen in artikel 5 Wvg, aangezien er op dat moment nog geen structuurvisie (die aan de vestigingsvereisten voldoet) was vastgesteld. In de concept raadsvoordracht van destijds was al wel opgenomen dat er wel een structuurvisie genaamd 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050' ter inzage is gelegd en de binnengekomen zienswijzen daarop worden verwerkt. Dit document had op het moment van het collegebesluit derhalve nog een conceptstatus en kon dan ook (nog) niet als grondslag voor het voorkeursrecht worden opgenomen. Bij het collegebesluit van 20 april jl. is aangegeven dat er indien er ten tijde van het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht sprake is van een vastgestelde structuurvisie 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050', de vestigingsgrondslag door dit document c.q. artikel 4 Wvg wordt gevormd, aangezien er in deze omgevingsvisie/structuurvisie aanwijzingen voor de toegedachte bestemmingen zijn opgenomen.
Inmiddels is duidelijk dat deze structuurvisie ten tijde van het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht is vastgesteld, waardoor deze structuurvisie de vestigingsgrondslag voor het voorkeursrecht vormt. Argumenten De argumenten om het voorkeursrecht te vestigen, zijn de volgende: 1. Het gemeentelijk voorkeursrecht verschaft de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt. Hierdoor wordt de gemeente beter in staat gesteld een grondstrategie te voeren. Het voorkeursrecht, als passief verwervingsinstrument, kan een ondersteuning betekenen van het te voeren verwervingsbeleid. De gemeente kan hierdoor een centrale regierol uitoefenen bij de ontwikkeling van plannen in dit gebied. 2. Het gemeentelijk voorkeursrecht vormt gedurende het planontwikkelingsproces (van ontwerp tot uitvoering) een beschermingsinstrument, waardoor ongewenste verkopen (al dan niet bedoeld als grondspeculatie) kunnen worden tegengegaan. 3. Het voorkeursrecht voorkomt buitensporige grondprijsstijgingen (buiten de normale markteconomische prijsstijgingen). 4. Het voorkeursrecht maakt het in deze de gemeente mogelijk om te interveniëren in het natuurlijke proces van aan- en verkoop binnen de locatie. Bij een voorgenomen gewenste verkoop van een eigenaar/beperkt gerechtigde is in deze als eerste de gemeente aan bod om aan te kopen.
Door deze interventie in het natuurlijke proces van aan- en verkoop kan
Gegenereerd: v1.8
3
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
de gemeente zo mogelijk een langdurig en kostbaar verwervingsproces of onteigening voorkomen. Als de mogelijkheden van de Wvg niet of onvoldoende worden benut, bestaat de kans dat de te herontwikkelen grond in handen van marktpartijen overgaat. Hierdoor kan een evenwichtige ontwikkeling van de plannen worden verstoord. Belangenafweging Het algemeen belang dat gediend is met de vestiging van het voorkeursrecht afwegend tegen het individueel belang, is de conclusie dat het vestigen van het voorkeursrecht zwaarder moet wegen dan het achterwege laten van de toepassing daarvan. De uit de vestiging van het voorkeursrecht volgende plicht die op de beperkt zakelijk gerechtigde wordt gelegd rust niet onevenredig zwaar in verhouding tot het met de vestiging gediende algemeen belang, waarbij is meegewogen dat in de belangen van de beperkt zakelijk gerechtigde die bij de besluitvorming dienen te worden betrokken door de Wvg-wetgever reeds op uitvoerige wijze is voorzien. Gedacht wordt daarbij onder meer aan het feit dat: • de Wvg een uitgebreide rechtsbescherming kent voor de gerechtigden van de aangewezen percelen; • de Wvg reeds in voldoende mate heeft voorzien in de gevallen waarin de gemeente bestaande rechtsverhoudingen dient te respecteren, en de aanbiedingsplicht derhalve niet van toepassing is; • eigenaren (i.c.
erfpachters) en beperkt zakelijk gerechtigden niet worden verplicht hun rechten te verkopen, zij zijn vrij te bepalen of, en wanneer zij tot verkoop wensen over te gaan; • de gerechtigden, wanneer zij in beginsel tot verkoop aan de gemeente willen overgaan, een reële prijs krijgen voor hetgeen zij verkopen en wanneer de eigenaar (i.c. erfpachters) en de gemeente geen overeenstemming kunnen bereiken over de prijs, de rechter een oordeel zal vellen over een reële prijs. Toelichting op de onderhavige situatie Het betreft een perceel gelegen ter plaatse van het Kauwgomballenkwartier te Amsterdam. Specifieker aangeduid als het perceel kadastraal bekend als gemeente Amsterdam, sectie AG, nummer 813, plaatselijk bekend als Willem Fenengastraat 8 en 10, te 1096 BN Amsterdam. Er wordt momenteel gewerkt aan de totstandkoming van de herontwikkeling van het 'Kauwgomballenkwartier'. Onderhavige locatie is een (belangrijk) onderdeel van de beoogde herontwikkeling. De gemeente heeft vernomen dat de onderhavige locatie mogelijk door een derde partij wordt aangekocht. Een dergelijke situatie wordt om meerdere redenen onwenselijk geacht, zie hiertoe ook onder 'Argumenten'. Na eventuele verwerving van het perceel door gemeente biedt dit de mogelijkheid om grip te behouden op de toekomstige herontwikkeling. Kanttekeningen/risico’s Risico's van de vestiging zijn nauwelijks aanwezig.
Het meest in het oog springende risico is dat de gemeente op het moment dat zij een beginselbesluit heeft genomen om het beperkte zakelijk recht te willen verwerven zij op enig moment verplicht zou kunnen worden om het beperkt zakelijk recht inclusief opstallen af te nemen, tegen een door de rechtbank vast te stellen prijs op basis van bijzondere persoonlijke omstandigheden (waarbij vermeld wordt dat bijzondere persoonlijke omstandigheden zeker niet snel aanwezig worden geacht). Bovendien is het risico beperkt, omdat afname geschiedt tegen de werkelijke waarde. Verder is het van belang dat de termijnen in de Wvg worden nageleefd, aangezien dit zonder uitzondering allemaal fatale termijnen betreffen. De 'sanctie' is dat als deze termijnen niet worden
Gegenereerd: v1.8
4
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
nageleefd de beperkt zakelijk gerechtigde gedurende een periode van drie jaar mag vervreemden aan een willekeurige derde. De vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht kan betekenen dat het beperkt zakelijk recht aan de gemeente te koop wordt aangeboden. In geval van voorgenomen verwerving zal de eventuele aankoop dienen te geschieden conform de daarvoor staande normen (de werkelijke waarde), hetgeen op dat moment uiteraard wel financiële consequenties heeft. Indien de gemeente niet reageert binnen de termijn van 6 weken na een aanbod van de beperkt zakelijk gerechtigde, dan volgt sanctie: de beperkt zakelijk gerechtigde is dan gedurende drie jaar vrij om het beperkte recht aan een andere partij te vervreemden. Ad 5. Te concluderen dat het hiervoor onder punt 3. genoemde perceel niet eerder in een aanwijzing op grond van de Wvg betrokken is geweest. Het betreffende perceel is niet eerder in een aanwijzing betrokken geweest, zodat niet in strijd met het herhalingsverbod ex artikel 9c Wvg wordt gehandeld. Ad 6. Dit besluit te publiceren in onder meer het Gemeenteblad en/of de Staatscourant en het ter plaatse verschijnende blad het Parool, opdat het rechtsgevolg als bedoeld in artikel 7, eerste lid Wvg ontstaat.
Communicatie Publicaties De bekendmaking wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad, de Staatscourant en in het plaatselijk blad het Parool en voorts op de gebruikelijke wijze. Kennisgeving belanghebbenden Verder worden de eigenaar en de beperkt zakelijk gerechtigde op het in het besluit betrokken perceel, na de inwerkingtreding van het gemeentelijk voorkeursrecht, over de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht geïnformeerd door middel van een kennisgeving met bijlagen, waaronder een uitgebreide notitie over de betekenis van het gemeentelijk voorkeursrecht. Inschrijving van het voorkeursrecht In de openbare registers van het Kadaster wordt aangetekend dat op genoemd perceel het gemeentelijk voorkeursrecht van toepassing is. Ad 7. Te concluderen dat er wel een zienswijze is ingediend en deze zienswijze geen aanleiding geeft om de raadsvoordracht en/of -besluit aan te passen. Bezwaar, beroep en zienswijzen Tegen het besluit van de raad staat bezwaar en beroep open. Op grond van artikel 6 lid 3 Wvg worden bezwaarschriften, ingediend tegen het besluit van burgemeester en wethouders, thans geacht tegen het raadsbesluit gericht te zijn. Zienswijze De concept-voordracht aan de raad met de daarbij behorende stukken hebben voor eenieder ter inzage gelegen.
Hiervan is openbaar kennis gegeven via een publicatie in de Staatscourant en in plaatselijk huis-aan-huisblad, onder vermelding van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Er is door de heer mr. J.F. de Groot MRICS namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Andritz Asko Emera B.V. (hierna: 'indiener'), gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te (1096 BN) Amsterdam aan de Willem Fenengastraat 10, middels een brief van 17 mei 2021, door de gemeente ontvangen op 17 mei 2021, een zienswijze naar voren gebracht. Ontvankelijkheid
Gegenereerd: v1.8
5
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Indiener is erfpachter van het in het besluit aangewezen perceel en dient dan ook als belanghebbende te worden aangemerkt. De zienswijze is tijdig door de gemeente ontvangen en wordt hierna inhoudelijk behandeld. Strekking van de zienswijze 1. Indiener wijst er op dat het college niet bevoegd was om het perceel op de voet van artikel 6 Wvg aan te wijzen. Reden hiervoor is dat ten aanzien van het perceel een structuurvisie 'Structuurvisie Amsterdam 2040', vastgesteld op 28 april 2011, en een bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Overamstel', vastgesteld op 20 januari 2010, vigerend is. Blijkens zowel de vigerende structuurvisie als het bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming bedrijventerrein. Het perceel wordt conform deze bestemming gebruikt. 2. Indiener citeert een passage uit het Ontwikkelkader Kauwgomballenkwartier, vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 2 juli 2020, waaruit blijkt dat het vigerende bestemmingsplan nog altijd volledig leidend is ten aanzien van het perceel en dat wordt uitgegaan van ontwikkelen binnen het vigerende bestemmingsplan. Hieruit zou volgens indiener volgen dat de gemeente haar voorkeursrecht zou moeten baseren op basis van artikel 3 Wvg (middels een besluit van de gemeenteraad).
Vervolgens geeft indiener aan dat artikel 3 Wvg niet als grondslag voor het voorkeursrecht gehanteerd kan worden, aangezien dan niet aan de vestigingsvereisten wordt voldaan; er is geen sprake van een afwijkend gebruik ten opzichte van het toegekende gebruik. 3. Indiener is van mening dat het besluit is genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (waaronder het formele en materiële zorgvuldigheidsbeginsel, waarin begrepen het beginsel van een zorgvuldige afweging van belangen). 4. Indiener geeft aan dat het college niet bevoegd was om het vestigingsbesluit te nemen, daar de vereiste toegedachte bestemming ontbreekt in het Ontwikkelkader. Zo volgt uit het Ontwikkelkader en enig ander openbaar gepubliceerd formeel genomen beleidsbesluit niet dat ter plaatse van het perceel een school zou zijn geprojecteerd. Volgens indiener vormt het Ontwikkelkader de beleidsmatige basis voor het gevestigde (voorlopige) voorkeursrecht. Naar de mening van indiener is het voor het rechtsgeldig vestigen van een voorkeursrecht onvoldoende dat in het artikel 6-besluit de enkele stelling wordt opgenomen omtrent een 'toegedachte' bestemming, indien die stelling geen grondslag vindt in dat beleidskader, noch in enig ander gepubliceerd en daarmee kenbaar formeel planologisch of stedenbouwkundig voornemen. 5.
Indiener stelt dat er met de vestiging van het voorlopig voorkeursrecht sprake is van strijd met de wet, daar er, zo blijkt uit het Ontwikkelkader, voor het perceel niet wordt toegewerkt naar een bestemmingsplan. 6. Indiener geeft aan dat de vestiging van het voorlopig voorkeursrecht in strijd is met het eigen beleid van de gemeente. Het Ontwikkelkader geeft blijk van een organische gebiedsontwikkeling zonder regie van de gemeente en zonder actief grondbeleid. Indiener citeert enkele passages uit het Ontwikkelkader, waaronder de volgende: 'UITGEEFBARE KAVELS EN ACTIEF GRONDBELEID In het Kauwgomballenkwartier liggen nog twee kleine uitgeeare kavels. Voorlopig beschouwt de gemeente deze kavels als ‘strategische ruimte’ en worden ze de eerste jaren nog niet uitgegeven. Alleen in uitzonderlijke gevallen overweegt de gemeente aankoop van reeds in erfpacht uitgegeven kavels.' 7. Indiener meent dat er sprake is van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Indiener heeft de gemeente op de hoogte gesteld van haar voornemen om de bestaande bedrijfsactiviteiten op het perceel te beëindigen en door middel van het aantrekken van vastgoedadviseurs haar voor te bereiden op een mogelijk toekomstige situatie.
De gemeente heeft de vertrouwelijkheid van deze gesprekken geschonden door op basis van die gesprekken verkregen wetenschap indiener te confronteren met een zonder toepassing van een bestuurlijke
Gegenereerd: v1.8
6
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
voorprocedure gevestigd voorlopig voorkeursrecht dat indiener blokkeert in haar voornemens. Een en ander blijkt ook uit het bestreden besluiten, waarin is opgenomen: 'De gemeente heeft vernomen dat de onderhavige locatie mogelijk door een derde partij wordt aangekocht.' Eén van de mogelijke koersen van indiener zou zelfrealisatie kunnen zijn, al dan niet in verbinding met een derde partij die kennis en kunde heeft op het terrein van gebiedsontwikkeling. Ook een verkoop aan een derde partij die vervolgens initiatieven ontwikkelt die de gemeente beoogt te faciliteren, zou mogelijk zijn. Door het voorlopig voorkeursrechtbesluit te nemen en zich daarbij de belangen die voor indiener voortvloeiend uit het bestaande publiekrechtelijke kader niet aan te trekken, heeft de gemeente gehandeld in strijd met de formele en materiële zorgvuldigheid, in strijd met het vereiste van een zorgvuldige afweging van belangen, in strijd met het vertrouwensbeginsel, in strijd met het beginsel van fair play en in strijd met het verbod van détournement de pouvoir. 8. Indiener is van mening dat er strijd is met de verplichtingen van de gemeente uit hoofde van de erfpachtovereenkomst. Het is de gemeente die het perceel contractueel als bedrijventerrein aan indiener heeft uitgegeven.
Indiener en de gemeente staan derhalve ook tot in elkaar in een privaatrechtelijke (erfpacht)relatie, die de gemeente met haar publiekrechtelijke pet op, op onrechtmatige wijze doorkruist. Er is dan ook sprake van strijd met de goede trouw die de rechtsverhouding tussen contractspartners beheert. Reactie op de zienswijze Ad 1. Ingevolge artikel 6 lid 1 Wvg kunnen burgemeester en wethouders gronden voorlopig aanwijzen, mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Het besluit vervalt van rechtswege drie maanden na dagtekening of zoveel eerder als een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing ingevolge artikel 3, 4 of 5 in werking treedt. De vereisten voor het nemen van een zogeheten artikel 6-besluit zijn derhalve dat: 1) aan de gronden een niet agrarische bestemming is toegedacht, en; 2) het huidige gebruikt afwijkt van die toegedachte bestemming Zoals indiener terecht aangeeft wordt het perceel conform de vigerende bestemming bedrijventerrein gebruikt. De toegedachte bestemmingen zijn echter maatschappelijk, groen en/of wonen met bijbehorende voorzieningen. Het huidige gebruik wijkt dan ook af van de toegedachte bestemmingen, waardoor aan de vestigingsvereisten genoemd in artikel 6 Wvg is voldaan.
Ten overvloede wordt opgemerkt dat de genoemde vigerende structuurvisie 'Structuurvisie Amsterdam 2040', vastgesteld op 28 april 2011 en bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Overamstel', vastgesteld op 20 januari 2010, niet voorzien in de toegedachte bestemmingen en dan ook (materieel) niet als grondslag voor de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht gehanteerd kunnen worden. Ad 2. De gemeente merkt (nogmaals) op dat het vigerende bestemmingsplan niet voorziet in de toegedachte bestemmingen maatschappelijk, groen en/of wonen met bijbehorende voorzieningen. Het bestemmingsplan kan dan ook (materieel) niet ten grondslag worden gelegd aan het voorkeursrechtbesluit door de raad. De gemeente is voornemens om een nieuw bestemmingsplan voor het perceel vast te stellen, dat voorziet in de toegedachte bestemmingen. Zie voor een nadere toelichting over de passage uit het Ontwikkelkader Kauwgomballenkwartier, vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 2 juli 2020 (hierna: 'Ontwikkelkader'), ad 5. Ad 3. Het zorgvuldigheidsbeginsel eist dat een besluit met de nodige zorgvuldigheid wordt voorbereid en inhoudelijk gezien zorgvuldig wordt genomen. De gemeente is van mening dat met inachtneming van het raadsvoorstel, het besluit en alle bijbehorende documenten kan worden geconcludeerd dat het besluit zorgvuldig is voorbereid en zorgvuldig is genomen.
Gegenereerd: v1.8
7
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Het materiële zorgvuldigheidsbeginsel c.q. evenredigheidsbeginsel brengt met zich mee dat de lasten of nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zwaar mogen zijn in verhouding tot het doel dat met het besluit wordt gediend. Het huidige gebruik van het perceel kan gewoon doorgaan, het besluit staat verdere onderhandelingen met de gemeente en de verdere planvorming niet in de weg. De gemeente heeft de belangen verder zorgvuldig afgewogen, zoals in de raadsvoordracht is weergegeven, zodat niet valt in te zien waarom er sprake zou zijn van schending van het evenredigheidsbeginsel. Ad 4. Vooropgesteld is de gemeenteraad het bevoegd orgaan om het vestigingsbesluit te nemen ex artikel 2 Wvg. De gemeenteraad kan het vestigingsbesluit nemen op basis van de verschillende grondslagen genoemd in artikelen 3, 4 en 5 Wvg. Burgemeester en wethouders hebben een (beperkte) vestigingsbevoegdheid; zij kunnen namelijk een voorlopig voorkeursrecht vestigen. Deze bevoegdheid is in het leven geroepen om te voorkomen dat in een vroeg stadium van besluitvorming de grondverwerving door de gemeente door snelle aankopen van andere partijen wordt gefrustreerd (Kamerstukken II 2006/07, 30 938, nr. 3, p. 57), zoals in de onderhavige casus eveneens aan de orde is.
Voor het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht door burgemeester en wethouders is geen grondslag als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 Wvg benodigd. Pas ten tijde van het raadbesluit dient er een grondslag als bedoeld in voornoemde artikelen te zijn. Het Ontwikkelkader zal niet de grondslag voor het raadsbesluit tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht vormen, aangezien er ten tijde van het raadsbesluit een structuurvisie genaamd 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050, Een menselijke metropool' is vastgesteld die aanwijzingen bevat voor de toegedachte bestemmingen. Ten overvloede merken wij nog op dat de maatschappelijke bestemming c.q. een school weldegelijk is voorzien binnen het plangebied en in het Ontwikkelkader. Zie hiervoor onder meer pagina 7 van het Ontwikkelkader, waarin is aangegeven: 'De centrale opgave van het gebied is om de ruimte intensiever te gebruiken voor een combinatie van wonen en werken. Daarbij blijft bestaande bedrijvigheid in het gebied zo veel mogelijk behouden. Het bruto vloeroppervlak (BVO) in het gebied kan aan de hand van dit Ontwikkelkader toenemen van circa 120.000 m2 nu naar ongeveer 285.000 m2 straks. Voor de combinatie van wonen en werken worden bandbreedtes gehanteerd: samen 80 % van het totale vloeroppervlak, waarvan ieder minimaal 30% en maximaal 50%.
De bestaande hotels en nieuwe voorzieningen, zoals een alles-in-één-school, vormen straks samen ongeveer 20% van het totale bruto vloeroppervlak.' In dit stadium van de planvoorbereiding kan niet op perceelsniveau worden aangeduid welke bestemming exact waar zal worden toegekend. Voldoende is dat er een globaal beeld van de toegedachte bestemmingen bestaat. Ad 5. Zoals indiener terecht aangeeft is in het Ontwikkelkader opgenomen dat er voor wat betreft het Kauwgomballenkwartier geen nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld en de initiatieven vanuit de markt het tempo laten bepalen. Voortschrijdend inzicht is dat sommige initiatieven vanuit de markt uitblijven en daarom de gemeente de regie neemt bij de herontwikkeling van een deel van het Kauwgomballenkwartier c.q. het perceel, conform de toegedachte bestemmingen. Voor het met voorkeursrecht belaste perceel zal derhalve een nieuw bestemmingsplan/omgevingsplan worden vastgesteld. Ad 6. De gemeente heeft in haar Ontwikkelkader het voeren van actief grondbeleid niet uitgesloten, zie hiervoor besluitpunt 1 sub b betreffende het instemmen met het Investeringsbesluit Kauwgomballenkwartier en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet van 2 juli 2020, waarin is opgenomen: 'De gemeenteraad van Amsterdam
Gegenereerd: v1.8
8
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders, Besluit 1. In te stemmen met het Ontwikkelkader Kauwgomballenkwartier inclusief bijlagebundel met als belangrijkste aandachtspunten: 'b. Een alles-in-één-school, een buurtplantsoen en een buurtkamer, verbreding van enkele smalle straten en nieuwe doorsteken, extra ecologisch groen moeten uiteindelijk een plek krijgen op reeds uitgegeven kavels. Hiervoor is medewerking nodig van de erfpachters en mogelijk verwerving van gronden;' Ook in de door indiener aangehaalde passage is opgenomen dat de gemeente in geval van 'uitzonderlijke gevallen' overweegt om reeds in erfpacht uitgegeven kavels aan te kopen. Een dergelijk uitzonderlijk geval is hier aan de orde. Zoals hiervoor en in de concept raadsvoordracht is vermeld is er voor het perceel sprake van de toegedachte bestemmingen maatschappelijk, groen en/ of wonen. Meer specifiek is de gemeente voornemens om ter plaatse van het perceel een alles-inéén-school te realiseren. Om tot realisering van deze toegedachte bestemmingen over te gaan blijkt het noodzakelijk dat de gemeente tot verwerving dient over te gaan. Ad 7. De gemeente heeft in eerste instantie gesprekken gevoerd over maatregelen ten behoeve van sanering van door het bedrijf van indiener geproduceerd geluid op toekomstige gevels van geluidsgevoelige bestemmingen in de omgeving.
Na verloop van tijd heeft indiener echter aangegeven te willen verhuizen en het erfpachtrecht te willen verkopen. De gemeente heeft toen aangegeven het perceel te willen aankopen in verband met de voorgenomen herontwikkeling van het perceel ten behoeve van de toebedachte bestemmingen en hierover overleg gevoerd. Om de regie op de herontwikkeling te behouden en te versterken heeft de gemeente besloten een voorkeursrecht te vestigen. Verder merkt de gemeente op dat indiener ondanks het gevestigde voorkeursrecht tot (zuivere) zelfrealisatie kan overgaan. Enkel indien indiener diens erfpachtrecht wil vervreemden, dient indiener dit erfpachtrecht eerst aan de gemeente te koop aan te bieden. De gemeente ziet derhalve niet in dat de belangen van indiener zijn geschaad. Voor wat betreft de strijdigheid van de beginselen van behoorlijk bestuur wordt voor een reactie daarop deels verwezen naar ad 3. Voor wat betreft genoemde strijdigheid met het vertrouwensbeginsel, het beginsel van fair play en het verbod van détournement de pouvoir, reageren wij als volgt. Het vertrouwensbeginsel houdt in dat wie op goede gronden meent er gerechtvaardigd op te mogen vertrouwen dat een bestuursorgaan een bepaald besluit zou nemen, wordt deze in beginsel beschermd door het vertrouwensbeginsel.
In onderhavige situatie heeft de gemeente besloten om het perceel van indiener onder de reikwijdte van het gemeentelijk voorkeursrecht te brengen. De gemeente heeft echter nimmer met indiener afgesproken dat zij haar voorkeursrechtinstrument niet op het perceel van indiener zou inzetten. Sterker nog, de gemeente heeft aan indiener meerdere malen aangegeven het erfpachtrecht aan te willen kopen. Van strijdigheid met het vertrouwensbeginsel is derhalve geen sprake. Het beginsel van fair play houdt in dat de gemeente zich onpartijdig moet gedragen bij het nemen van een besluit, en zich daarbij open en eerlijk moet gedragen. De gemeente heeft getracht een constructieve houding tijdens de eerder gevoerde gesprekken aan te nemen en haar wens kenbaar gemaakt om het erfpachtrecht te willen aankopen. In die zin is zij transparant geweest. Het voornemen om het voorlopig voorkeursrecht te vestigen heeft zij uiteraard niet op voorhand kenbaar gemaakt. Het kenbaar maken van een dergelijk voornemen zou het beoogde effect van het vestigen van het gemeentelijk voorkeursrecht kunnen doorkruisen, doordat er anders transacties tussen indiener en marktpartijen kunnen plaatsvinden, transacties die de gemeente met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht nu juist tracht te voorkomen. Na de vestiging van het voorlopig voorkeursrecht heeft de gemeente daarover tekst en uitleg gegeven en daarmee
Gegenereerd: v1.8
9
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
eveneens aan de wettelijke vereisten aan informatievoorziening voldaan. Niet valt in te zien dat er sprake is van strijdigheid met het beginsel van fair play. Het verbod van détournement de pouvoir houdt in dat de gemeente de gegeven bevoegdheid uitsluitend mag gebruiken waarvoor deze is gegeven. De gemeente beoogt met het gemeentelijk voorkeursrecht een voorkeurspositie op het perceel in het plangebied te verkrijgen en heeft op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten die bevoegdheid ook gekregen. Door de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht en het mogelijk verwerven van het perceel behoudt en versterkt de gemeente de door haar gewenste regierol bij het realiseren van de door de gemeente in het algemeen belang gewenste ruimtelijke herontwikkeling, hetgeen ook het doel is van de uitgeoefende bevoegdheid. De vestiging van het voorkeursrecht is dus wel degelijk in overeenstemming met het doel van de Wet voorkeursrecht gemeenten, zodat er geen sprake is van strijd met het verbod van détournement de pouvoir. Ad 8. Dat het perceel als bedrijventerrein in erfpacht is uitgegeven, brengt niet met zich mee dat de gemeente geen gemeentelijk voorkeursrecht op het perceel kan vestigen. In de vigerende erfpachtovereenkomst is niet opgenomen dat de gemeente geen gebruik mag maken van haar (discretionaire) bevoegdheid om het voorkeursrechtinstrument in te zetten.
Daarbij valt niet in te zien dat er sprake is van strijd met de goede trouw. De gemeente beoogt het perceel te herontwikkelen ten behoeve van de in de raadsvoordracht toegedachte bestemmingen. Ondanks het gevestigde voorkeursrecht kan het huidig gebruik conform de erfpachtovereenkomst normaal blijven plaatsvinden. Conclusie Er is een zienswijze ingediend, er bestaat echter naar aanleiding van de zienswijze geen aanleiding om het voorstel aan de raad aan te passen en/of de concept-raadsvoordracht aan te passen. Tevens is een verzoek tot intrekking van het voorkeursrechtbesluit ex artikel 8 lid 2 juncto lid 1 Wvg gedaan. Daarover wordt separaat door het college besloten en dit besluit wordt aan indiener toegezonden. Financiële onderbouwing Tabel 2: Financiële consequenties van de beslispunten BATEN Product
I/S
Jaar T
Jaar T+1
Jaar T+2
Jaar T+3
Product
I/S
Jaar T
Jaar T+1
Jaar T+2
Jaar T+3
€ 9.000,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 9.000,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
LASTEN
Overige exploitatiekosten
I
Totaal
I=Incidenteel S=Structureel Consequenties gedekt?
Ja
Overige toelichting
Voor de vestiging van het voorkeursrecht worden (beperkt) proceskosten à € 9.000 gemaakt. Deze zullen worden gedekt uit het budget proceskosten van de afdeling Gebiedsontwikkeling van
Gegenereerd: v1.8
10
Gemeenteraad
VN2021-015073 Grond en ontwikkeling
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Grond & Ontwikkeling. Indien tot de aankoop van het betreffende beperkte zakelijke recht wordt besloten, wordt dit gedekt uit de grondexploitatie Kauwgomballenkwartier met nummer 579.35. De genoemde beslispunten hebben financiële consequenties en die zijn reeds gedekt. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
Niet van toepassing
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-056182
1. TE ONDERTEKENEN Perceelslijst ex artikel 4 Wvg.doc (msw)
AD2021-056183
2. TE ONDERTEKENEN Kadastrale tekening met nummer TK-30442674-02.pdf (pdf)
AD2021-056184
3a. Publicatie Staatscourant ex artikel 4 Wvg-01.doc (msw)
AD2021-056185
3b. Publicatie Gemeenteblad ex artikel 4 Wvg-01.doc (msw)
AD2021-056186
4. Publicatie plaatselijk blad parool ex artikel 4 Wvg-01.doc (msw)
AD2021-056187
5. Format brief aan belanghebbende ex artikel 4 Wvg-01.doc (msw)
AD2021-056188
6. Bijlage bij format brief aan belanghebbende ex artikel 4 Wvg-01.doc (msw)
AD2021-056189
7. Eigendomsinformatie.pdf (pdf)
AD2021-056190
8. Zienswijze.pdf (pdf)
AD2021-055401
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Grond & Ontwikkeling, Natascha van Bennekom, 0646014886, N.van.Bennekom@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.8
11