CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 29 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het initiatiefvoorstel 'Geef het goede voorbeeld en betaal de echte prijs' van het lid Hofland en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (VN2025-000333)2.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAD

VN2025-000333 griffie andreas 2

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 29 januari 2025 Van

De leden R.P.. Hofland

Datum

11 januari 2024

Portefeuille

Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie

Agendapunt

11 Onderwerp

Instemmen met het initiatiefvoorstel 'Geef het goede voorbeeld en betaal de echte prijs' van het lid Hofland en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gezien het initiatiefvoorstel 'geef het goede voorbeeld en betaal de echte prijs' van het lid Hofland van 11 januari 2024; mede gezien de behandeling van het initiatiefvoorstel in de raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire Economie van 28 november 2024;

1. In te stemmen met genoemd initiatiefvoorstel; 2. het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: a. de toeleveringsketens van de eigen organisatie van de gemeente Amsterdam stapsgewijs transparant te maken door ze te (laten) toetsen op kwetsbaarheden op het gebied van maatschappelijke-, milieu- en klimaatimpact; b. true pricing toe te passen in een concrete aanbesteding. Deze testcase vorm te geven door samen met toeleveranciers de milieuprijs van CO2 te berekenen en deze in de reguliere inschrijfprijs van een aanbesteding te verwerken; 3. kennis te nemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel.

Wettelijke grondslag

Artikel 147a, lid 1 van de Gemeentewet

Initiatiefvoorstel

Inleiding Het eerste wat een middelbare scholier tijdens de economieles leert is dat onze economie draait op vraag en aanbod. Het basisprincipe van de economie waarin wij al enkele eeuwen opereren is dat de prijs van een product wordt bepaald door de mate van beschikbaarheid, afgezet tegen de grootte van de vraag. Dit onschuldig klinkende principe heeft in de werkelijkheid grote gevolgen. Het heeft gezorgd voor een economie van massaproductie; productieprocessen die erop zijn gericht zo veel en snel mogelijk te kunnen voldoen aan de vraag naar een product. Sinds een aantal decennia gebeurt dit zelfs op internationale schaal. Op deze manier worden producten goedkoop gehouden. Zo betalen wij nu bijvoorbeeld voor 300 gram varkensvlees in de supermarkt ongeveer 3,50 euro en worden Nederlandse varkens over de hele wereld gegeten. In de huidige prijs van veel producten worden de verborgen kosten, zoals maatschappelijke kosten en klimaatimpact, niet meegenomen. In het huidige systeem zijn de prijzen van schadelijke producten en diensten daardoor kunstmatig laag. Hierdoor gaat onze planeet naar de knoppen. En de rekening voor die kosten krijgt de 1 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-000333 griffie andreas 2

belastingbetaler nu achteraf, dat is oneerlijk. Het economische systeem zoals we dat kennen moet veranderen. Een systeem van verborgen kosten Door het huidige economische system, dat is gebouwd op massaproductie, stoten we veel te veel broeikasgassen uit. Volgens het laatste IPCC-rapport van de Verenigde Naties is de mens “onherroepelijk” verantwoordelijk voor het opwarmen van de aarde.1 De aarde is inmiddels1,1°C warmer vergeleken met de periode 1850-1900.2 Ondanks goede intenties claimt het rapport bovendien dat het nauwelijks meer te vermijden is dat de aarde warmer wordt dan de afgesproken 1.5 graad in het klimaatakkoord van Parijs akkoord.3 Door opwarming van de aarde komen hittegolven, droogtes, hoosbuien en cyclonen vaker en intenser voor. Dit heeft effect op ecosystemen; diersoorten sterven uit, plantsoorten komen minder vaak voor, het arctisch gebied smelt en warmwaterkoraal sterft af. Ook mensen raken vaker ontheemd. Eilandstaten, inheemse samenlevingen, voedselboeren en huishoudens met een laaginkomen worden het hardst en meest getroffen.4 Hoesung Lee, voorzitter van het IPCC geeft aan dat er hoop is als we urgent actie ondernemen: ”het laat ook zien dat, als we nu handelen, we nog steeds een leefbare en duurzame toekomst voor iedereen kunnen veiligstellen.”5 Massaproductie zorgt voor grote schade aan dier, mens, milieu en klimaat.

Laten we met de bioindustrie een voorbeeld dicht bij huis nemen: er worden bomen gekapt in onder anderen de Amazone om ruimte te maken voor soja, wat gebruikt wordt voor veevoer voor de Nederlandse veeboeren. Onze grote bio-industrie stoot vervolgens schadelijke gassen vrij, zoals methaan. Het kappen van bossen over de hele wereld en het uitstoten van schadelijke gassen dragen direct bij aan de klimaatverandering. Daarbij stoot de vleesindustrie grote hoeveelheden stikstof uit. Deze stikstof slaat lokaal neer en tast in grote mate de kwaliteit van Nederlandse natuurgebieden aan. Ook heeft 1 op de 5 kinderen met astma de ziekteverschijnselen te danken aan een te hoge concentratie van stikstof in de lucht.6 Daarnaast tast het houden van dieren in megastallen het dierenwelzijn aan. Al deze aspecten van in dit geval bio-industrievlees zorgen elders weer voor kosten; kosten die in ons huidige systeem voor de consument onzichtbaar zijn. Deze kosten zijn namelijk niet meegenomen in de economische prijs van varkensvlees in de supermarkt. Die is namelijk veel lager dan de prijs als de kosten voor de bovengenoemde neveneffecten in de prijs zouden worden meegenomen. De vraag naar schadelijk varkensvlees blijft hierdoor kunstmatig hoog. Dit systeem, waarbij maatschappelijke-, milieu- en klimaatkosten verborgen worden gehouden, heeft geleid tot de huidige klimaatcrisis.

Want zolang bedrijven kunstmatig lage prijzen kunnen blijven vragen voor schadelijke producten of diensten, heeft de consument weinig vrijheid om te kiezen voor het product dat de minste schade aanricht. Ook betekenen de kunstmatig lage prijzen van schadelijke producten dat innovatieve bedrijven met duurzame oplossingen slecht kunnen concurreren op de vrije markt. En juist deze innovatie is nodig om onze economie te verduurzamen. De echte prijs maakt de duurzame keuze aantrekkelijker Als deze verborgen kosten wél zichtbaar zijn, en worden doorberekend in de prijs van producten, betekent dit logischerwijs dat producten die schade aanbrengen aan dier, mens, milieu en klimaat duurder worden. De duurzame keuze wordt zo dus goedkoper én daarmee aantrekkelijker. Dit is het uiteindelijke doel van true pricing. Het duurzame alternatief wordt niet alleen aantrekkelijker voor de consument, maar ook voor een investeerder. Oftewel, true pricing stimuleert hiermee de duurzame innovatie die nodig is om ons uit deze klimaatcrisis te helpen. Laten we een voorbeeld nemen in de gebouwde omgeving: als er betaald moet worden voor de CO2uitstoot, van bijvoorbeeld een nieuw te bouwen brug, dan wordt het toepassen van hergebruikt

2 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-000333 griffie andreas 2

cement of beton financieel een stuk aantrekkelijker. Wat maakt dat de consument, in dit geval de gemeente, een duurzame keuze kan maken op basis van de echte prijs, én dat bedrijven worden gemotiveerd om materialen te hergebruiken. Investeerders die zien dat de goedkope keuze de duurzame keuze wordt, zien minder risico in investeringen in duurzame oplossingen. De economie draait immers om vraag en aanbod en de vraag naar de goedkoopste oplossing is vaak het grootst. Het doel van het true pricing systeem is niet om producten duurder te maken, maar om transparantie te bieden van de reële kosten van de ketens. Zodat de ketens aangepast kunnen worden en de productie duurzamer wordt. Zo wordt uiteindelijk de laagste echte prijs betaald. Met een eerlijke prijs, en daarmee een gelijk speelveld voor duurzame alternatieven, hebben investeerders meer vertrouwen. Dit werkt als katalysator op de markt waardoor de prijs van duurzame producten daalt. De gemeente Amsterdam als voorbeeld: laat zien dat het kan Het doel van de gemeente is dat alle gemeentelijke organisaties in 2025 volledig uitstootvrij zijn. Op het gebied scope 3-emissies, dus de emissies van dat wat we inkopen, lopen we voor wat betreft uitstootreductie achter.

Terwijl de klimaatimpact van onze stad voor 70 tot 90% komt door ons materiaalgebruik, dit blijkt uit de Monitor Amsterdam Circulair.7 De stad wil in 2030 dan ook 50% minder primair abiotische (nieuwe, niet-hernieuwbare) grondstoffen gebruiken, en in 2050 volledig circulair zijn. De manier waarop de gemeente haar inkoopinstrument hiervoor inzet, is cruciaal voor het behalen van deze doelstellingen. De gemeente Amsterdam koopt jaarlijks namelijk voor ongeveer 3 miljard euro producten en diensten in. Dat maakt true pricing een krachtig instrument om dichterbij onze doelstellingen te komen. True pricing is complex. Hoe bepaal je bijvoorbeeld de prijs van mensenrechtenschending? Of van dierenleed? Of van verslechtering van de bodemkwaliteit? En hoe koppel je dit aan eenheden van producten? Wij realiseren ons dat een dergelijke omslag in onze economie wat van ons vraagt. Maar als we serieus zijn over de omslag naar een duurzamere economie, dan is het betalen van echte prijzen daar simpelweg een voorwaarde voor. Dit gaat echter niet over één nacht ijs. Daarom stellen wij voor om te beginnen met twee behapbare acties die ons dichter bij het uiteindelijke doel brengen: de toeleveringsketens van de eigen organisatie van de gemeente Amsterdam transparant te maken en bij aanbestedingen mededingers de milieuprijzen van CO2-uitstoot te laten betalen.

Voorstel D66 stelt het college voor om: 1. De toeleveringsketens van de eigen organisatie van de gemeente Amsterdam transparant te maken door ze te (laten) toetsen op kwetsbaarheden op het gebied van maatschappelijke-, milieuen klimaatimpact. De prijs van producten is een belangrijke factor voor het consumptiegedrag, en zo lang er geen transparantie bestaat rondom de maatschappelijke-, milieu- en klimaatschade die wordt aangericht met dit consumptiegedrag kunnen we er ook niets aan veranderen. Consumenten kunnen pas kiezen voor de laagste prijs, als ze weten wat de echte prijs van een product is. Nu wordt deze mogelijkheid consumenten ontnomen door een gebrek aan transparantie. Daarom is juist deze transparantie nodig voor de omslag naar een duurzame economie. Een dergelijke omslag in onze economie vergt samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden. D66 stelt voor om als gemeente Amsterdam een voorbeeld te zijn; door de voorstrekkersrol te vervullen. Om zo te laten zien dat het mogelijk is, zij het in kleine stapjes. Als leveranciers, op verzoek van de gemeente, hun ketens transparant maken, hebben immers ook andere afnemers hier profijt van.

3 Gegenereerd: v1.1

VN2025-000333 griffie andreas 2

RAAD Daarom verzoeken wij het college om de toeleveringsketens van de eigen organisatie transparant te maken, te beginnen met één keten. Te beginnen bij één keten met een grote impact en veel invloed vanuit de gemeente. Daarvoor komen wat D66 betreft een aantal specifieke ketens in aanmerking. Allereerst, achten wij de inkoopketens van koffie en thee hiervoor geschikt. En daarnaast, in het fysieke domein, stellen wij de inkoopketen van openbare verlichting voor. Deze ketens maken impact en zijn relatief eenvoudig te analyseren. Transparant maken betekent dat 1) duidelijk is hoe de keten eruitziet van begin tot eind, en 2) welke schade er waar in de keten wordt toegebracht aan mens, dier, milieu of klimaat. En daar waar mogelijk wordt deze schade uitgedrukt in concrete cijfers en prijzen. De reeds ontwikkelde materiaalstromenanalyse en duurzaamheidsmonitoringstool kunnen hierbij van pas komen. Als de keten transparant is, zoals in het bovenstaande beschreven. Dan is de volgende stap dat de aanbieder de echte prijs ontvangt, tenzij voldoende gemotiveerd wordt om dit niet te doen. Daarbij vraagt de gemeente van haar partners, binnen en buiten de stad, om ook de echte prijs te betalen, waarbij ook het tenzij-principe wordt gehanteerd. 2. True pricing toe te passen in een concrete aanbesteding.

Deze testcase vorm te geven door samen met toeleveranciers de milieuprijs van CO2 te berekenen en deze in de reguliere inschrijfprijs van een aanbesteding te verwerken. De gemeente laat duidelijk zien dat het waarde hecht aan een duurzame organisatie. In het handelingskader ‘Duurzaam inkopen voor Amsterdam’ vertaalt de gemeente haar duurzaamheidsdoelstellingen naar doelen en handelingen bij inkooptrajecten. Dit kader is bedoeld voor opdrachtgevers, inkopers en afdelingen betrokken bij inkoopprocedures en aanbestedingen. Amsterdam stuurt hierin op vijf belangrijke doelstellingen, namelijk energiezuinig, uitstootvrij, CO2neutraal, circulair en klimaatadaptatief. Daarnaast is de gemeente van plan om via ‘de Toepassingsregel Duurzame Investeringen’ interne CO2-beprijzing in te voeren bij gemeentelijke investeringsvoorstellen boven de miljoen euro. Hierbij worden de negatieve effecten van (extra) CO2-uitstoot als kosten uitgedrukt en meegenomen bij het nemen van beslissingen. Er wordt echter geen daadwerkelijke prijs voor deze uitstoot betaald, wat D66 met dit voorstel wil bewerkstelligen. Op dit moment geeft de economische prijs binnen deze kaders van de inkoop, hoe duurzaam ook, de doorslaggevende factor. Hoewel duurzame doelen in inkoop vooraan staan kunnen ketens alsnog een negatieve invloed hebben op de leefbaarheid van Amsterdammers.

Sommige ketens beschadigen het klimaat, anderen hebben effect op de gezondheid van Amsterdammers. Deze nadelige neveneffecten worden momenteel niet meegenomen in prijzen van toeleveranciers. D66 Amsterdam wil dat de gemeente in haar aanbestedingen eist dat bedrijven hun CO2-uitstoot berekenen en de maatschappelijke kosten van hun CO2-uitstoot verwerken in de (economische) inschrijfprijs van de aanbesteding. D66 vindt namelijk dat de bedrijven die zowel competitief op kwaliteit zijn als lage maatschappelijke kosten maken het verdienen om gemeentelijke aanbestedingen van de grootste stad van Nederland te winnen. Het is van belang om deze eis aan de voorkant te stellen zodat er in het aanbestedingsproces geen tijd verloren gaat of extra procedures worden begonnen die de boel vertragen. D66 snapt uiteraard de potentieel verregaande gevolgen van true pricing op het aanbestedingsbeleid van de gemeente. Het is geenszins de bedoeling om de stad plat te leggen in tijden van een woningen kansencrisis. Wij stellen daarom voor om true pricing middels een pilot toe te passen in een concrete aanbesteding binnen de gemeentelijke afdeling inkoop. Wij verzoeken de testcase vorm te geven zoals hierboven omschreven; door samen met toeleveranciers de milieuprijs van CO2 te berekenen en deze in de reguliere inschrijfprijs van een aanbesteding te verwerken.

4 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-000333 griffie andreas 2

De methode van prijsberekening voor de uitstoot van CO2 is belangrijk om toeleveranciers op een eerlijke manier mee te laten betalen aan de door hun gemaakte maatschappelijke kosten. Dit kan via verscheidene methodes. D66 stelt voor om de CO2-prijs per ton te berekenen middels de milieuprijzen-methode, zoals is uitgewerkt in het Handboek milieuprijzen 2023 door CE Delft. D66 staat echter open voor een andere manier van prijsberekening indien dat de haalbaarheid van het voorstel vergroot en de uitvoerbaarheid voor de gemeente vergemakkelijkt. Milieuprijzen geven de maatschappelijke schade van milieuvervuiling weer en drukken deze uit in euro’s per kilogram vervuilende stof. Het Handboek Milieuprijzen stelt dat milieuprijzen kunnen worden berekend op stofniveau, milieuthema-niveau of welvaartsniveau. Met het berekenen van milieuprijzen op stofniveau kan de gemeente bij aanbestedingen aan bedrijven vragen om (1) CO2uitstoot van hun product/dienst te berekenen en (2) de milieukosten van hun CO2-uitstoot per bovenop de inschrijfprijs vastgesteld door de gemeente op te tellen. Met het eisen van een milieuprijs voor CO2-uitstoot bovenop de economische prijs bij aanbestedingen stimuleert de gemeente de markt om duurzame oplossingen te bedenken die minder CO2 uitstoten.

Daarnaast worden de er recht gedaan aan de negatieve gevolgen van CO2-uitstoot door een prijs te betalen die de maatschappelijke kosten van CO2-uitstoot daadwerkelijk bekostigd. Met dit voorstel wil D66 de markt bewust maken van haar ketenverantwoordelijk en laten kiezen voor duurzame alternatieven. D66 is benieuwd hoe marktpartijen reageren op een prijsprikkel en of dit de verduurzaming van de markt kan aanjagen, waardoor duurzame alternatieven sneller de voorkeursoptie worden. Wij zien graag de uitwerking en resultaten van dit voorstel tegemoet. Indien succesvol wil D66 het meten van CO2-uitstoot en het betalen van een eerlijke prijs invoeren voor het algehele gemeentelijke aanbestedingsbeleid. Voor D66 is het betalen van een prijs die de CO2-uitstoot bekostigd de eerste stap in het implementeren van true pricing. Het handboek van CE Delft heeft namelijk de milieuprijs voor 3.000 stoffen berekend. Na een succesvolle implementatie van milieuprijs per kilo CO2 is het, wat D66 betreft, wenselijk om de milieuprijs van andere stoffen met verborgen maatschappelijke kosten te berekenen en te laten betalen. Op deze manier implementeert de gemeente stapvoets true pricing in haar aanbestedingen voor een rechtvaardige samenleving. 1 https://www.ipcc.ch/reports/ 2 Ibid 3 Ibid 4 https://www.nrc.nl/nieuws/2023... 5 https://nos.nl/collectie/13871...

6 Wat doet Longfonds voor gezonde lucht | Longfonds 7 https://onderzoek.amsterdam.nl...

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2025-001233

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

5 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-000333 griffie andreas 2

Ter Inzage

AD2025-001234

Bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel Geef het goede voorbeeld en betaal de echte prijs van het lid Hofland.pdf (pdf)

Registratienr.

Naam

6 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15067722/1