CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 12 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de vervanging van de doorstroomregeling in het Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 (VN2025-014690)3.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VN2025-014690 rve economie

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 12 november 2025

Agendapunt

Kunst en Cultuur (29) A28

Datum besluit

College van B en W 14 oktober 2025

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen van de vervanging van de doorstroomregeling in het Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gelet op het onderzoeksrapport “Doorstroom in broedplaatsen, een onderzoek”, het advies van het CAWA, het advies van de klankbordgroep en het actieplan “Diverse en toegankelijke broedplaatsen”: 1. In het Amsterdams Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 (raadsbesluit 2024-060A) de volgende wijziging door te voeren: paragraaf 3.11 We werken aan doorstroom te vervangen door: “3.11 We werken aan divers en toegankelijke broedplaatsen Werving van nieuwe huurders is in veel broedplaatsen niet transparant en inclusief genoeg. Het loopt veelal via het netwerk van de vertrekkende huurder, medehuurders, sociale media of broedplaatsbeheerders. Door werving te doen binnen het eigen netwerk blijft de toegankelijkheid van deze plekken beperkt. Het is een makkelijke en prettige methode voor zittende gebruikers en bestuurders maar werkt in een situatie van schaarste ook als onbedoeld uitsluitingsmechanisme voor nieuwkomers. In het bijzonder voor degenen zonder relevant netwerk. Daarom:

• verplichten we nieuwe broedplaatsen vrijkomende ruimte openbaar te publiceren; • stimuleren we bestaande broedplaatsen vrijkomende ruimte openbaar te publiceren en

vragen ze hun werving en selectiemethodes te evalueren met het oog op diversiteit en toegankelijkheid; • zetten we in op beter gebruik van bestaande ruimte door kunstenaars te vragen waar mogelijk hun ruimte te delen en broedplaatsen te vragen op zoek te gaan naar optimalisatie van hun ruimtegebruik; • vergroten van kennis van beleid en beschikbare ruimte door netwerk- en kennissessies te organiseren en een pilot met laagdrempelig verhuur te starten; • werken we aan het maken van nieuwe lokale broedplaatsen door expertmeetings met nieuwe initiatieven te organiseren, de cursus broedplaatsontwikkeling te herstarten en bij broedplaatsontwikkeling actief voorrang te geven aan nieuwe initiatieven.” 2. In het Amsterdams Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 (raadsbesluit 2024-060A) de volgende wijziging door te voeren: in paragraaf 4.5 Commissie voor Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam komt het laatste deel “en of ze voldoen aan de kaders van het doorstroombeleid.” van de laatste zin te vervallen. Wettelijke grondslag

Artikel 149 en 108 van de gemeentewet.

VN2025-014690 rve economie

RAAD Bestuurlijke achtergrond

Op 24 april 2024 werd het Amsterdams Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 vastgesteld in de gemeenteraad. Hierin is een paragraaf over doorstroom in broedplaatsen opgenomen die aangeeft dat creatieven die een ruimte huren waarvoor een positieve CAWA-toets nodig is, na tien jaar gebruik plaats moeten maken voor nieuwe creatieven. In de raadsvergadering van 24 april 2024 is bij de behandeling van het Atelier- en broedplaatsenbeleid de motie Emmerink aangenomen (163.24). Deze luidt als volgt: “Onderzoek naast de effecten van de doorstroom ook de alternatieven en ga in gesprek met de CAWA en de kunstenaars om meer atelierruimte te creëren en doorstroom zoveel mogelijk te beperken.” Op 29 augustus 2024 is in een raadsinformatiebrief aangegeven dat de uitslag van het onderzoek naar verwachting in de zomer/najaar van 2025 zal worden behandeld in de gemeenteraad. Voor kunstenaars waarvan het huurcontract afloopt begin 2026 zou dit betekenen dat zij slechts een half jaar voor een mogelijk gedwongen vertrek weten waar zijn aan toe zijn. Die periode achtte het college te kort. Onderbouwing besluit

Achtergrond Kunstenaars zijn gebaat bij een betaalbaar atelier voor de lange termijn. Dat geeft zekerheid en duidelijkheid en een goede basis voor een succesvolle kunstpraktijk. Daarnaast zoeken steeds weer nieuwe generaties kunstenaars een plek, maar vinden die vaak niet in onze stad. Dat betekent dat we de schaarste zo goed mogelijk moeten verdelen. In het “Herzien Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2015 – 2018” werd daarom voor het eerst een doorstroomregeling opgenomen. In deze eerste doorstroomregeling werd een maximale huurtermijn van 10 jaar vastgelegd voor huurders met een positieve CAWA toets in broedplaatsen en individuele ateliers. Dit doorstroombeleid is in de opeenvolgende beleidsstukken voortgezet en werd onderdeel van het “Amsterdam Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026”. Het college realiseert zich dat een gedwongen vertrek uit een atelier van grote impact is op de carrière van de kunstenaars. Daarom vindt het college het van groot belang om meer inzicht te krijgen in dit verloop voordat de doorstroming regeling in 2026 effect voor huurders heeft. a) Het onderzoeksrapport De doorstroomregeling is geformaliseerd met alle broedplaatsen die na de invoering van de doorstroomregeling in 2016 zijn gestart. Dat is circa 50% van het totaal.

Daarnaast is de regeling van kracht voor alle individuele ateliers van gemeentelijk vastgoed waar vanaf 2016 een nieuwe huurder in is gekomen. Ook ongeveer 50%. De regeling is niet van kracht voor kunstenaarswoningen en atelierwoningen omdat de huurwet voor woningen dat niet toelaat. Dat betekent dat de doorstroomregeling invloed heeft op de werkpraktijk van circa 1.000 werkplekken en daarmee dus minimaal 1.000 kunstenaars, los van eventueel gedeelde ruimte. Het onderzoeksrapport “Doorstroom in broedplaatsen, een onderzoek” over de doorstroomregeling van 10 jaar heeft ten doel om inzicht te verschaffen in de effectiviteit en wenselijkheid van het doorstroombeleid. Hiervoor is gekeken naar de beschikbaarheid van ruimte in de MetropoolRegio Amsterdam (MRA) waarvoor een positieve CAWA-toets benodigd is, in relatie tot de doorstroom en de groei van het aanbod in broedplaatsen, ateliers en atelierwoningen. Het onderzoek heeft

VN2025-014690 rve economie

RAAD geprobeerd te analyseren in hoeverre vrijkomende ruimte aansluit bij de bestaande en verwachte vraag van creatieven. Het onderzoek is uitgevoerd door DSP-Groep en Ipsos I&O in de vorm van deskresearch, interviews en enquêtes. Tijdens de uitvoering van het onderzoek is herhaald overleg geweest met de klankbordgroep die bestaande uit vertegenwoordigers van 26H, CAWA, Kunstenbond, MAQAM, Platform BK, Cultuurgebouw Tugela85, Vereniging 2e Nassaustraat 8 en Vereniging de Verademing. Aan de broedplaatsenquêtes hebben 49 van de 80 broedplaatsen deelgenomen. 554 personen (bestaande uit mensen die momenteel in een broedplaats huren, hebben gehuurd of ruimte zoeken) hebben deelgenomen aan de huurdersenquête. Daarmee kan gesteld worden dat het onderzoek representatief is voor de doelgroep. Daarbij valt op dat er niet veel jongeren zijn onder de deelnemers. Ruim de helft (48%) is tussen de 31 en de 50 jaar, terwijl 43% ouder is dan 50. Een kleinere groep van 9% is 70 jaar of ouder. Conclusies Het onderzoek concludeert dat de veronderstelling dat de doorstroomregeling tot een ‘meer divers, dynamisch en toegankelijk Broedplaatsenaanbod’ zou leiden in de praktijk niet zo uitpakt. Hieraan liggen de volgende oorzaken ten grondslag: 1. Er is natuurlijke doorstroom aanwezig.

De natuurlijke doorstroom in broedplaatsen is gemiddeld 10–15% per jaar, en in de individuele ateliers in het bezit van de gemeente Amsterdam rond de 7%. Binnen het bestand van de 80 broedplaatsen zijn grote variaties in doorstroom te vinden in de tijd (onder andere door meer doorstroom tijdens de pandemie) en per locatie. Uitgaande van het doorstroombeleid waarbij een kunstenaar maximaal 10 jaar mag huren is het doel een d00rstroom van ca. 10%. Deze wordt dus op natuurlijke wijze gehaald. Wanneer de doorstroomregeling van start gaat in 2027 moet 12% van de huurders gedwongen hun ruimte opgeven. Dit loopt per broedplaats echter sterk uiteen. Een derde van de verhuurders geeft aan dat niemand hoeft te vertrekken. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de doorstroomregeling niet van toepassing is op alle broedplaatsen, maar er zijn ook grotere broedplaatsen waar een op de drie huurders volgens de verhuurder zou moeten vertrekken. 2. Er is structureel te weinig geschikt aanbod voor de grote en diverse vraag. 88% van de respondenten geeft aan dat er onvoldoende atelierruimte beschikbaar is in de stad. De zoektocht naar ruimte is daarnaast vaak langdurig (40% zocht langer dan een jaar), en het vertrouwen om iets nieuws te vinden is laag (78% heeft weinig tot zeer weinig vertrouwen).

Elke discipline heeft een eigen specifieke ruimte-eis en dit bemoeilijkt de doorstroom: niet elke kunstenaar kan in elke ruimte werken. Het grootste aandeel van de respondenten is actief als beeldend kunstenaar (67%), gevolgd door vormgeving, film/audiovisueel en muziek. Het beperkte aanbod zorgt er samen met specifieke ruimtevereisten voor dat kunstenaars die door moeten stromen niet zomaar een andere plek zullen vinden in de stad en zich eventueel zelfs gedwongen zullen voelen de stad te verlaten. 3. Voor nieuwkomers en mensen zonder relevant netwerk binnen broedplaatsen werkt de markt niet goed.

3 Gegenereerd: v1.23

VN2025-014690 rve economie

RAAD Het onderzoeksrapport toont aan dat doorstroom in broedplaatsen wel degelijk plaatsvindt, maar dat de werving van nieuwe huurders niet transparant en inclusief genoeg is. Werving loopt veelal via het netwerk van de vertrekkende huurder, medehuurders, sociale media of broedplaatsbeheerders. Door werving te doen binnen het eigen netwerk blijft de toegankelijkheid van deze plekken beperkt, terwijl het doorstroombeleid in 2016 juist werd ingevoerd om de toegankelijkheid van de stad voor nieuw talent te stimuleren. Netwerkwerving creëert zo een toegankelijkheidsprobleem voor nieuwkomers. Het is een makkelijke en prettige methode voor zittende gebruikers en bestuurders maar werkt in een situatie van schaarste ook als uitsluitingsmechanisme voor nieuwkomers. In het bijzonder voor degenen zonder relevant netwerk. Het huidige doorstroombeleid biedt hierdoor geen oplossing voor het vraagstuk van toegankelijkheid. 4. Het beleid roept brede zorgen op over continuïteit en bestaanszekerheid. Huurders ervaren structurele onzekerheid en stress door het doorstroombeleid, hetgeen investeringen in bijvoorbeeld de werkplek, maar ook in de omgeving (het sociale weefsel van de wijk en stad) en de artistieke ontwikkeling belemmert. Broedplaatsen lijken momenteel vooral gevuld te zijn met gevestigde creatieven:

• De meeste huidige huurder-respondenten zijn 31 jaar of ouder, waarvan 43% ouder dan 50

jaar; • Ruim de helft van de respondenten werkt al meer dan 20 jaar als professionele kunstenaar; • Het merendeel heeft een kunstvakopleiding gevolgd; • Ruim 40% huurt sinds 2016 of eerder, dit duidt erop dat deze groep al 10 jaar of langer op dezelfde locatie zit; • Veel respondenten (huurders van CAWA- en niet-CAWA-getoetste ruimtes) zijn al jaren aan hun plek gebonden. De daadwerkelijke verhuursituatie lijkt behoorlijk stabiel te zijn en geeft een redelijke mate van zekerheid. Het maximum van tien jaar uit het doorstroombeleid blijkt een van de kernoorzaken te zijn van het gevoel van onzekerheid. Door het ontbreken van voldoende alternatieve en betaalbare werkruimte kan de verplichte doorstroomregeling zorgen voor het ontbreken van een werkplek voor creatieven die een waardevolle betekenis hebben binnen de lokale en/of landelijke culturele sector. Huurders en verhuurders zijn er dan ook overwegend voor het huidige beleid af te schaffen. Ze zijn echter niet blind voor de schaarste en beperkte toegang. Ze pleiten daarom beiden voor maatwerk, meer transparantie en structurele uitbreiding van het aanbod, in plaats van generieke doorstroomregels. Aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten worden in het rapport de volgende aanbevelingen gedaan: 1. Maak actief wervingsbeleid meer verplicht.

Veel verhuurders rekruteren nieuwe huurders via bestaande netwerken binnen het culturele veld. Daarmee wordt de toegang voor creatieven met een minder groot netwerk (zij die niet tot de ‘incrowd’ behoren) in het culturele veld van Amsterdam beperkt. Om dit te doorbreken noemt het onderzoeksrapport enkele interventies:

• Actieve werving (bijvoorbeeld via brede kanalen of open calls) als voorwaarde opnemen bij gesubsidieerd ruimtebeheer.

4 Gegenereerd: v1.23

VN2025-014690 rve economie

RAAD • Een online overzichtsplatform – vergelijkbaar met Funda voor de woningmarkt – zou kunnen bijdragen aan een eerlijker en inclusiever systeem.

2. Stimuleer maatwerk in plaats van generiek beleid. In sommige broedplaatsen is doorstroom al structureel ingebed, terwijl in andere weinig verloop plaatsvindt. Een generieke maatregel kan daardoor onevenwichtig uitpakken. Adviezen zijn:

• Hanteer een meer maatwerkgerichte benadering; • Maak onderscheid tussen soorten gebruikers; • Koppel verlenging aan actuele beroepspraktijk; • Laat pandspecifieke toetsing leidend zijn, en geef ruimte om doorstroom zelf vorm te geven. 3. Versterk zicht op functioneren van broedplaatsen. Regelmatige ‘visitatie’-achtige bezoeken of lichte evaluaties kunnen bijdragen aan beter inzicht in hoe broedplaatsen functioneren, en of de gewenste sociale, culturele en ruimtelijke doelen worden gerealiseerd. Adviezen zijn:

• Stel een ‘doorstroomthermometer’ in als tegenprestatie voor subsidie; • Monitor en stuur actief op data en dynamiek; • Maak onderscheid tussen typen ruimtes om beleid gerichter toe te passen. 4. Vergroot duidelijkheid en communicatie over beleid. Een groot deel van zowel de huurders als verhuurders blijkt niet goed op de hoogte van het doorstroombeleid. Dit gebrek aan duidelijkheid leidt tot onzekerheid en belemmert betrokkenen in het maken van toekomstplannen.

• Advies: zorg voor goede communicatie over (nieuw) beleid, met duidelijke uitleg over gevolgen, uitzonderingen en ondersteuning.

5. Investeer in duurzame uitbreiding van het ruimteaanbod. Het blijft een structureel knelpunt dat de vraag naar werkruimte permanent groter blijkt dan het aanbod. Duurzame verbetering vraagt om investering in behoud én groei van het aantal fysieke plekken voor kunst en cultuur.

• Advies: blijf inzetten op uitbreiding en behoud van betaalbare werkruimte. 6. Kijk vooruit. Veel broedplaatsen zijn van tijdelijke aard. De tijdelijkheid beïnvloedt het aanbod, plots kunnen er opeens tal van ateliers niet meer bestaan, maar het beïnvloedt ook de vraag; alle huurders moeten ook weer een nieuwe plek vinden.

• Advies: maak een meerjarenplan met een prognose: kijk 10-20 jaar vooruit en zet op een rij hoeveel broedplaatsen en atelierruimtes er komen en gaan.

b) Het advies van de klankbordgroep en de CAWA 5 Gegenereerd: v1.23

VN2025-014690 rve economie

RAAD In voorbereiding op de behandeling van het rapport hebben de klankbordgroep en de CAWA de rapportage doorgenomen en een advies opgesteld aan het college (zie bijlage). De klankbordgroep onderschrijft de conclusies van het rapport, en met name dat het doel van een meer divers, dynamisch en toegankelijk Broedplaatsenaanbod niet wordt bereikt. Zij stelt: “Gedwongen doorstroom draagt niet bij aan de beleidsdoelen, is niet goed uitvoerbaar, ondermijnt een stabiele werkomgeving voor makers en beperkt de sociale cohesie zowel binnen broedplaatsen als in relatie tot de omgeving.“ De klankbordgroep is het van harte eens met de aanbevelingen uit het rapport en ziet in aanvulling daarop de volgende aandachtspunten:

• Van generieke maatregelen naar maatwerk; • Van doorstroom naar instroom; • Van tijdelijk naar duurzaam; • Van geïsoleerd naar gemengd. Ook worden de organisaties vertegenwoordigd in de klankbordgroep graag betrokken bij opvolging en uitwerking van de aanbevelingen uit het rapport. De CAWA staat op hoofdlijnen achter de bevindingen en conclusies uit het rapport. Zij herkent het beeld van een “verdeling van schaarste” en wijst op het structurele tekort aan betaalbare ruimte. CAWA benadrukt voor de komende beleidsperiode vooral de urgentie om nieuwe, permanente woon- en werkplekken voor kunstenaars te realiseren én voor het verduurzamen van bestaande locaties en communities. CAWA adviseert met klem om niet het doorstroombeleid te activeren, maar te kiezen voor praktijkgerichte oplossingen zoals met het verruimen van de toelatingsvoorwaarden waarop de CAWA toetst al een begin is gemaakt. Wenselijker manieren om tot een meer divers, dynamisch en toegankelijk broedplaatsenaanbod te komen zijn volgens de CAWA:

• Divers: Stimuleer lokale autonomie en (meer) zelfbeheer. • Dynamisch: Verbind samenwerkingspartners die willen bijdragen aan het realiseren van

broedplaatsen, aan nieuwe groepen. • Toegankelijk: Ga actief op zoek naar ondervertegenwoordigde groepen en bied actieve ondersteuning. Ga in gesprek en inventariseer: wat heeft men nodig qua communicatie, ruimte en ondersteuning? c) Het Actieplan diverse en toegankelijke broedplaatsen Het college ziet het onderzoek als waardevol met duidelijke aanbevelingen die het broedplaatsenbeleid en doorstroombeleid kunnen aanvullen verbeteren. Bij het opstellen van het doorstroombeleid in 2016 is de veronderstelling gedaan dat, wanneer door doorstroom voldoende ruimte beschikbaar komt in de broedplaatsen en ateliers, dit ook vanzelf bijdraagt aan een betere toegang voor nieuwe creatieven. Het onderzoek maakt duidelijk dat het niet zo werkt. Om tot een betere toegang voor nieuwe creatieven te komen, moet de focus verlegd worden van het fysiek beschikbaar maken van bestaande ruimte naar het kenbaar en toegankelijk maken van de beschikbare ruimte. Het gaat niet over welke ruimte beschikbaar komt, maar over hoe de beschikbare ruimte wordt verdeeld. Het college is daarnaast zeer te spreken over de inzet, het constructieve commentaar en de suggesties van de klankbordgroep en de CAWA. De genoemde aandachtspunten en suggesties zijn

6 Gegenereerd: v1.23

VN2025-014690 rve economie

RAAD in lijn met de aanbevelingen uit het rapport. De leden van de klankbordgroep en CAWA zullen worden uitgenodigd onderdeel te zijn van het proces zodat vernieuwing van het beleid dat, net als de laatste keren, in samenwerking met de doelgroep en betrokken plaatsvindt. Hoewel het onderzoek belangrijke aanbevelingen bevat voor het volgende Atelier en Broedplaatsenbeleid en daar een plek moeten krijgen, is het college van mening dat ook nu direct stappen gezet moeten worden. Daarom heeft het college op 14 oktober 2025 het “Actieplan diverse en toegankelijke broedplaatsen” opgesteld. Het actieplan richt zich op de volgende 4 pijlers: 1. Toegankelijkheid van vrijkomende ruimte Werving voor vrijgekomen ruimte in broedplaatsen loopt veelal via het netwerk van de vertrekkende huurder, medehuurders, sociale media of broedplaatsbeheerders. Dit creëert een ongelijk speelveld en komt de diversiteit en inclusie van broedplaatsen niet ten goede. Om beschikbare ruimte zichtbaarder te make zullen nieuwe broedplaatsen hun aanbod publiek kenbaar moeten maken, worden bestaande broedplaatsen hiertoe aangezet en gaan we met broedplaatsen en belangenorganisaties in overleg hoe vrijkomende ruimt het best kan worden ingevuld. 2. Beter gebruik van bestaande ruimte Binnen bestaande ateliers en broedplaatsen liggen er kansen voor beter gebruik van de eigen ruimte.

Daarom gaan we in overleg met huurders en broedplaatsen verkennen hoe het gebruik van bestaande ruimte kan worden geoptimaliseerd met nam op het gebied van onbenutte ruimte in bestaande gebouwen en meervoudig ruimtegebruik. 3. Actief vergroten van kennis van beleid en netwerk Voor het bemachtigen van een ruimte blijkt het hebben van een relevant netwerk nog te vaak een doorslaggevende factor. Om de instroom toegankelijker en diverser te maken organiseren we netwerk- en kennissessies en onderzoeken we de mogelijkheid om het netwerk van (jonge) kunstenaars te verbeteren door koppeling aan gevestigde kunstenaars, broedplaatsen of culturele instellingen. 4. Lokale broedplaatsen Door broedplaatsen te ontwikkelen met nieuwe groepen en initiatieven komt er van nature aanbod bij wat zich openstelt voor groepen die we momenteel niet of te weinig bereiken. Daarom organiseren we expertmeetings, herstarten we de cursus broedplaatsontwikkeling en geven we bij het ontwikkelen van nieuwe broedplaatsen de voorkeur aan ontwikkeling door nieuwe initiatieven. Daarnaast is het doel een convenant te sluiten met de broedplaatsen en woningcorporaties met als overkoepelend doel het bevorderen van een meer open, dynamisch en toegankelijk broedplaatsenbestand.

Het onderzoek naar doorstroom in broedplaatsen is inmiddels afgerond en daarin is de duidelijke conclusie getrokken dat het huidige doorstroombeleid niet leidt tot een meer dynamisch, toegankelijk en broedplaatsenbestand. Om tot een betere toegang voor nieuwe creatieven te komen moet de focus verlegd worden van het fysiek beschikbaar maken van bestaande ruimte naar het kenbaar en toegankelijk maken van de beschikbare ruimte. Het gaat niet over welke ruimte beschikbaar komt, maar over hoe de beschikbare ruimte wordt verdeeld. Het onderzoeksrapport toont duidelijk aan dat de wijze van werving en selectie belangrijker is dan ooit.

7 Gegenereerd: v1.23

VN2025-014690 rve economie

RAAD Aan de hand van de adviezen uit het rapport, van de klankbordgroep en de CAWA heeft het college het actieplan diverse en toegankelijke broedplaatsen opgesteld. Om de koerswijziging van doorstroom naar instroom goed uit te kunnen voeren is daarnaast een wijziging in het Amsterdam Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 noodzakelijk. Ad 1. In het Amsterdams Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 (raadsbesluit 2024-060A) de volgende wijzigingen door te voeren: paragraaf 3.11 We werken aan doorstroom te vervangen door: “3.11 We werken aan divers en toegankelijke broedplaatsen Werving van nieuwe huurders is in veel broedplaatsen niet transparant en inclusief genoeg. Het loopt veelal via het netwerk van de vertrekkende huurder, medehuurders, sociale media of broedplaatsbeheerders. Door werving te doen binnen het eigen netwerk blijft de toegankelijkheid van deze plekken beperkt. Het is een makkelijke en prettige methode voor zittende gebruikers en bestuurders maar werkt in een situatie van schaarste ook als onbedoeld uitsluitingsmechanisme voor nieuwkomers. In het bijzonder voor degenen zonder relevant netwerk. Daarom:

• verplichten we nieuwe broedplaatsen vrijkomende ruimte openbaar te publiceren; • stimuleren we bestaande broedplaatsen vrijkomende ruimte openbaar te publiceren en

vragen ze hun werving en selectiemethodes te evalueren met het oog op diversiteit en toegankelijkheid; • zetten we in op beter gebruik van bestaande ruimte door kunstenaars te vragen waar mogelijk hun ruimte te delen en broedplaatsen te vragen op zoek te gaan naar optimalisatie van hun ruimtegebruik; • vergroten van kennis van beleid en beschikbare ruimte door netwerk- en kennissessies te organiseren en een pilot met laagdrempelig verhuur te starten; • werken we aan het maken van nieuwe lokale broedplaatsen door expertmeetings met nieuwe initiatieven te organiseren, de cursus broedplaatsontwikkeling te herstarten en bij broedplaatsontwikkeling actief voorrang te geven aan nieuwe initiatieven.” Gezien de uitkomsten van het onderzoek en de daarbij horende adviezen stelt het college voor om de doorstroomregeling in het “Amsterdam Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026” te laten vervallen voor zowel broedplaatsen als individuele ateliers. Voor het beleidsstuk betekent dit dat, met inachtneming van het actieplan diverse en toegankelijke broedplaatsen de bovenstaande wijzigingen aan het Amsterdam Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 worden doorgevoerd. Ad 2.

In het Amsterdams Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 (raadsbesluit 2024-060A) de volgende wijzigingen door te voeren: in paragraaf 4.5 Commissie voor Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam komt het laatste deel “en of ze voldoen aan de kaders van het doorstroombeleid.” van de laatste zin te vervallen. Gezien de voorgestelde wijzigingen onder Ad 1 vervalt ook in paragraaf 4.5 de verwijzing naar het doorstroombeleid. Overgangsregeling De doorstroomregeling wordt in de praktijk vaak verward met de overgangsregeling. In 2016 zijn, gelijk met de invoering van de doorstroomregeling, voor ateliers in het bezit van de gemeente Amsterdam aanvullende selectiecriteria ingesteld (voorheen toptoets). Voor huurders die zijn gestart

8 Gegenereerd: v1.23

VN2025-014690 rve economie

RAAD met huren vooruitlopend op invoering van deze aanvullende criteria geldt dat ze mogelijk blijven huren onder de oude criteria. Deze regeling blijft in stand. Participatie

Het doorstroomonderzoek is volledig gebaseerd op actieve burgerparticipatie. In de oriëntatiefase zijn er interviews afgenomen met broedplaatsbeheerders om inzichten uit het veld op te halen. Vervolgens zijn deze inzichten in een duidingssessie voorgelegd aan een klankbordgroep samengesteld door de gemeente- bestaande uit vertegenwoordigers van: 26H, CAWA, Kunstenbond, MAQAM, Platform BK, Cultuurgebouw Tugela85, Vereniging 2e Nassaustraat 8 en Vereniging de Verademing. De definitieve set enquêtevragen is het resultaat van de knelpunten en thema’s die zijn besproken in deze duidingssessie. Uiteindelijk zijn de vragen in de verdiepingsfase middels een digitale enquête uitgezet onder broedplaatsverhuurders en huurders. De enquêtes zijn ingevuld door de helft van de broedplaatsverhuurders en door 554 huurders (hieronder vallen huurders, zoekenden en voormalig huurders). Financiële onderbouwing

N.v.t. Geheimhouding

N.v.t. Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2025-066241

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-066246

Bijlage 1 - Rapport Doorstroming Broedplaatsen 2025.pdf (pdf)

AD2025-066247

Bijlage 4 - Actieplan diverse en toegankelijke broedplaatsen.pdf (pdf)

AD2025-066248

Bijlage 2 - Advies Klankbordgroep.pdf (pdf)

AD2025-066249

Bijlage 3 - advies CAWA.pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

EZC, afdeling Kunst en Cultuur, Ateliers en Broedplaatsen, Martijn Braamhaar, 06 1296 9172, m.braamhaar@amsterdam.nl Ghanima Kowsoleea, +31681930492, g.kowsoleea@amsterdam.nl

9 Gegenereerd: v1.23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16177476/1