Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
VN2025-014328 rve participatie
RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 10 december 2025
Agendapunt
Sociale Zaken (14) 31
Datum besluit
11 december 2025
Portefeuille
Onderwerp
Vaststellen van het verlengen van de bijverdienpremie voor bijstandsgerechtigden in 2026 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Gelet op de uitkomst van de analyse van het financieel stimuleren van deeltijdwerk voor mensen met een bijstandsuitkering: meer mensen aan het werk en minder bijstandsuitgaven; Gelet op de hoofdlijnen van de landelijke inkomstenvrijlating voor bijstandsgerechtigden met deeltijdwerk, die vanaf 2027 gaat gelden onder de vernieuwde Participatiewet;
1. De bijverdienpremie voor bijstandsgerechtigden die in deeltijd werken voort te zetten in 2026;
2. De kosten hiervan te dekken door:
I. Besteding van € 1,2 miljoen extra rijksmiddelen die de gemeente ontvangt in verband met de invoering van de wet Participatiewet in balans; II. Het beschikbaar stellen van maximaal € 3 miljoen uit de egalisatiereserve Inkomensdeel en conjunctuur.
Wettelijke grondslag
1. Participatiewet, artikel 7: taak college bij ondersteuning naar werk; 2. Re-integratieverordening Participatiewet, artikelen 2.5, vijfde lid, en 3.1: bevoegdheid
college om nadere regels vast te stellen, met name ook met betrekking tot het verlenen van een premie; 3. Gewijzigde financiële verordening Amsterdam 2023, art. 15 / Beleidsnota Reserves en voorzieningen 2025: voor onttrekking aan reserve is goedkeuring van de raad nodig. Bestuurlijke achtergrond
De Amsterdamse bijverdienpremie is ingevoerd in 2018 en is begin 2024 voor het laatst verlengd, tot eind 2025. Invoering vond indertijd plaats in het kader van een gemeentelijk bijstandsexperiment. De ervaringen bij het experiment waren mede aanleiding om de premie voort te zetten. Een overweging was daarnaast dat de bijverdienpremie bijdraagt aan de bestaanszekerheid van bijstandsgerechtigden die in deeltijd gaan werken. In de raadscommissie Werk en Economie is op 20 juli 2017 de motie van de leden Groot Wassink, Verheul en Bijleveld aangenomen inzake de start van een Amsterdams experiment in de bijstand. Met de raadsinformatiebrief Amsterdams experiment Participatiewet, d.d. 31 oktober 2017, stemde het college in met dit experiment (behandeld in de raadscommissie Werk en Economie op 6 december 2017). Het experiment liep van begin 2018 tot 1 maart 2021 en had betrekking op ca. 5.000 deelnemers. In 2020 vond een eerste evaluatie plaats van het experiment met de tussentijdse evaluatie Amsterdams experiment met de bijstand, OIS. Zowel de uitstroom uit de bijstand naar werk als de bijverdiensten uit parttime werk, waren onder de deelnemers aan het experiment hoger dan onder
VN2025-014328 rve participatie
RAAD de vergelijkingsgroep. Samen hebben ze een positief effect op de bijstandslasten; per saldo maken de lagere bijstandslasten minimaal de premiebetaling van € 4,6 miljoen goed (zie raadsbrief Beantwoording toezegging evaluatie Amsterdams experiment met de bijstand, d.d. 20 mei 2020, behandeld de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs op 26 augustus 2020). Vanaf 1 maart 2021 is de aanspraak op bijverdienpremie verbreed naar alle bijstandsgerechtigden met deeltijdwerk (raadsbrief Bijverdienpremie voor alle bijstandsgerechtigden die parttime werken, d.d. 20 december 2020, behandeld in de commissie WIO op 27 januari 2021). De looptijd liep aanvankelijk af op 31 december 2022. In de raadsbrief Iedereen kans op werk, d. d. 6 december 2022, is - onder meer - aangegeven dat Amsterdam deeltijdwerk wil blijven stimuleren (behandeld in de raadscommissie SED op 18 januari 2023). Op 6 december 2022 is besloten de looptijd met een jaar te verlengen, tot eind 2023 – zie de raadsbrief Amsterdams experiment bijstand – inzichten uit de nameting (T3) en stand van zaken vervolginzet college, d.d. 16 januari 2023 (behandeld in de raadscommissie SED op 8 februari 2023). Gedurende het experiment ontving 77% van de deelnemers een bijverdienpremie. Gemiddeld ontving een premie-ontvanger € 3.516 gedurende het onderzoek (experiment en de T3-meting).
Van deelnemers die zeggen een premie te hebben ontvangen, vindt 81% deze ‘heel belangrijk’ en nog eens 15% ‘belangrijk’. Op 30 januari 2024 is – tegelijk met de invoering van een experimentele uitstroompremie – de looptijd van de bijverdienpremie verlengd met twee jaar, tot eind 2025. De uitbetaling van de bijverdienpremie aan jongeren is gelijk getrokken met andere bijstandsgerechtigden (raadsbrief Invoeren experimentele uitstroompremie voor bijstandsgerechtigden die aan het werk gaan, d.d. 30 januari 2024, behandeld in de raadscommissie SED op 17 april 2024). Onderbouwing besluit
Effecten van bijverdienbeleid Een recente analyse van de uitkomsten van bijverdienbeleid wees uit dat dit een positief effect heeft op de arbeidsdeelname van bijstandsgerechtigden. Uit de vergelijking met gemeenten zonder eigen bijverdienregeling, aanvullend op de wettelijke vrijlatingen, bleek het volgende:
• Door de ruimere bijverdienregelingen gingen meer bijstandsgerechtigden werken. Na twee jaar was dit effect +0,9 procentpunt (+16%). Het effect nam toe over de tijd.
• Gemiddeld ging ook het aantal gewerkte uren omhoog, namelijk met 0,5 uur per maand na 2 jaar. • Een significant effect op volledige uitstroom uit de bijstand werd niet waargenomen voor deze groep.
Hiermee bestaan er aanwijzingen voor een positief effect van de bijverdienpremie op de bijstandsuitgaven, mogelijk in de orde van € 2,7 miljoen. Ter onderbouwing hiervan en van mogelijke toekomstige beleidskeuzes zal in Q4-2025/Q1-2026 een data-onderzoek uitgevoerd worden. In het uitgevoerde onderzoek[1] zijn de arbeidsparticipatie en uitstroom van bijstandsgerechtigden in Amsterdam en Rotterdam vergeleken met andere grote Nederlandse steden die geen verruimde bijverdienregelingen hadden, zowel voor als na invoering van de regelingen. Voor het onderzoek zijn aan de hand van CBS-data mensen gevolgd die januari 2020 bijstand ontvingen. In Amsterdam is de bijverdienpremie begin 2021 voor alle bijstandsgerechtigden ingevoerd. [1] Het uitgevoerde onderzoek wordt naar verwachting eind 2025 gepubliceerd en bouwt voort op een eerdere analyse (Incentivizing social assistance recipients - Quasi-experimental evidence from trials with earnings exemptions in the Netherlands; Kim van Berkel, 2023)
2 Gegenereerd: vCURRENT
VN2025-014328 rve participatie
RAAD Nieuw landelijk bijverdienbeleid vanaf 2027 Op 1 januari 2027 treedt de wet Participatiewet in balans in werking. Als onderdeel hiervan wordt in plaats van het huidige restrictieve vrijlatingsbeleid, een generieke inkomstenvrijlating ingevoerd binnen de Participatiewet. Hierna worden het huidige en het nieuwe wettelijke stelsel toegelicht. Het naderende nieuwe landelijke regime en de positieve ervaringen met de bijverdienpremie, zijn voor Amsterdam redenen om de bijverdienregeling met één jaar te verlengen. In 2026 kan dan met in achtneming van de nieuwe generieke vrijlating worden beoordeeld of hierop een gemeentelijke aanvulling nodig is. De Amsterdamse bijverdienpremie bedraagt in principe 30% van de netto inkomsten van een deeltijdwerker. Wanneer op deze inkomsten een vrijlating is toegepast, wordt het vrijgelaten bedrag op de premie in mindering gebracht. Is bijvoorbeeld bij iemand 25% vrijlating toegepast, dan bedraagt de premie in principe nog 5% van het loon. Momenteel is volgens de Participatiewet alleen in enkele specifieke situaties een gedeeltelijke vrijlating van arbeidsinkomsten mogelijk: - bij deeltijdwerkers 27+: 25% (maximaal 6 maanden en maximaal € 278 per maand) - bij mensen die om medische reden minder uren kunnen werken: 15% (max.
€ 176,35 p.m.); - bij mensen die werken met loonkostensubsidie Participatiewet: voor een periode van 12 maanden eveneens 15% / max. € 176,35 p.m.; deze periode kan worden verlengd; - bij alleenstaande ouders (27+) met een kind tot 12 jaar: 12,5% (max. € 173,87, max. 30 maanden). Het aantal Amsterdamse deeltijdwerkers met een inkomstenvrijlating is beperkt; medio 2025 ging het om ca. 200 mensen (8% van de ruim 2.500 deeltijdwerkers met aanvullende bijstand). Deels komt dit door de strikte voorwaarden, deels omdat een vrijlating invloed kan hebben op bijvoorbeeld de huur- en zorgtoeslag. Bij een premie is dit niet het geval; één of twee keer per jaar kan de gemeente belastingvrij een premie verstrekken. Met de wet Participatiewet in balans wordt de situatie vanaf 2027 anders: elke bijstandsgerechtigde kan dan twaalf maanden aanspraak maken op een vrijlating van 15%; het vrijlatingsbedrag per maand is niet gemaximeerd. Bij een alleenstaande (met een bijstandsuitkering van bijvoorbeeld € 1.400 per maand), kan de vrijlating in een maand tot € 210 bedragen. Bij twee mensen die samen € 2.000 bijstand ontvangen, kan de nieuwe generieke 15%-vrijlating in een maand maximaal € 300 bedragen. Bij een deeltijdinkomen dat gelijk is aan de bijstandsnorm bestaat geen recht meer op bijstand en daarmee ook niet op een vrijlating.
Met het oog op deze nieuwe 15%-vrijlating krijgen gemeenten al in 2026 extra middelen via het zogenoemde BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten). Met de nieuwe landelijke 15%-vrijlating hebben deeltijdwerkers met bijstand in principe direct al een financieel voordeel, doordat niet hun hele loon met de bijstand wordt verrekend. Dit is een voordeel ten opzichte van de bijverdienpremie die maar tweemaal per jaar kan worden toegekend. Wel zal de 15%-vrijlating bijna altijd lager zijn dan de huidige bijverdienpremie. Tot een inkomen van ca. € 900 per maand, bedraagt het financiële voordeel van de 15%-vrijlating de helft van de huidige bijverdienpremie. Dan gaat het om mensen die tot ca. 15 uur per week het minimumloon verdienen. Vanaf dit inkomensniveau neemt het financiële verschil langzaam af tot nul (bij € 1.800 netto per maand). Ca. 0,5% van de deeltijdwerkers zal er straks enigszins op vooruit gaan. Ad 1. De bijverdienpremie voor bijstandsgerechtigden die in deeltijd werken voort te zetten in 2026 Op jaarbasis stromen ruim 700 mensen uit naar werk, die eerder in deeltijd hadden gewerkt. Gemiddeld gaan elke maand circa 125 Amsterdamse bijstandsgerechtigden van start met deeltijdwerk. Elk halfjaar ontvangen momenteel ca. 3.750 Amsterdamse bijstandsgerechtigden een
3 Gegenereerd: vCURRENT
VN2025-014328 rve participatie
RAAD bijverdienpremie omdat zij deeltijdwerk hadden gedaan; deze premie bedraagt tot 30% van iemands verdiensten. De Amsterdamse bijverdienpremie draagt eraan bij dat bijstandsgerechtigden met deeltijdwerk op jaarbasis meer te besteden hebben. Uit eerder onderzoek komt naar voren dat hierdoor meer bijstandsgerechtigden in deeltijd aan het werk gaan. Voor alle mensen in de bijstand die in deeltijdwerk werken of overwegen om dit te gaan doen, is het van belang dat zij ook in 2026 kunnen blijven rekenen op de Amsterdamse bijverdienpremie zoals die de laatste vijf jaar heeft bestaan. Daarom wordt aan de raad voorgesteld om met een verlenging van dit premiebeleid in 2026 in te stemmen. Ad 2 - De kosten hiervan te dekken door: I. Besteding van € 1,2 miljoen extra rijksmiddelen die de gemeente ontvangt in verband met de invoering van de wet Participatiewet in balans; II. Het beschikbaar stellen van maximaal € 3 miljoen uit de egalisatiereserve Inkomensdeel en conjunctuur Dit wordt hierna toegelicht bij de financiële onderbouwing. Participatie
Niet van toepassing. Het voorgestelde besluit betreft de tijdelijke voortzetting van bestaand beleid dat ten goede komt aan bijstandsgerechtigden, in afwachting van de invoering van nieuwe landelijke regels rondom bijverdiensten. Financiële onderbouwing
LASTEN Product
I/S
Jaar T
Jaar T + 1
Jaar T + 2
Jaar T + 3
Participatiewet in balans
I
€0
€1200000
€0
€0
BUIG-complex / Egalisatiereserve Inkomensdeel en Conjunctuur
I
€0
€3000000
€0
€0
€0
€4200000
€0
€0
Totaal
I=Incidenteel S=Structureel Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting
Voor de bijverdienpremie was in programma 7 voor 2024 en 2025 € 4,2 miljoen per jaar begroot aan premielasten. Ook voor 2026 bedraagt de raming aan premielasten € 4,2 miljoen. De afgelopen jaren zijn de kosten voor de bijverdienpremie meerjarig incidenteel gedekt vanuit de BUIG en vanuit incidentele middelen. Voor het overgangsjaar 2026 (in aanloop naar de invoering van de wettelijke 15%-vrijlating in 2027) wordt voorgesteld de uitgaven te dekken uit extra middelen die
4 Gegenereerd: vCURRENT
VN2025-014328 rve participatie
RAAD Amsterdam in 2026 ontvangt in verband met de invoering van de generieke 15%-inkomstenvrijlating (ca. € 1,2 miljoen). Daarnaast wordt voorgesteld tot maximaal € 3,0 miljoen te dekken uit de Egalisatiereserve Inkomensdeel en Conjunctuur. Immers de positieve resultaten vanuit de Bijverdienpremie vloeien uiteindelijk ook terug naar het BUIG-complex, waaronder de Egalisatiereserve Inkomensdeel en Conjunctuur. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
N.v.t. Welke stukken treft u aan
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2025-064505
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Werk Participatie Inkomen, Jens Roep, tel. 06 2956 6716, e-mail j.roep@amsterdam.nl
5 Gegenereerd: vCURRENT