CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Amsterdam - Staat van de stad XIII

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de reactie op motie 275.24 van 26 juni 2024 van raadslid Schmit (D66) over Brede welvaart (VN2026-001004)53.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

| Samenvatting in kernpunten

De Staat van de Stad Amsterdam XIII Ontwikkelingen in participatie en leefsituatie

1

Onderzoek en Statistiek (O&S)

De Staat van de Stad Amsterdam XIII Ontwikkelingen in participatie en leefsituatie

September 2025

4

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

Colofon Onderzoek en Statistiek (O&S) Gemeente Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl redactie.os@amsterdam.nl Eindredactie Ellen Lindeman Auteurs Lieselotte Bicknese

Hester Booi

Jorren Bosga

Geert Buis

Nora Dam

Michiel van Dartel

Tanja Fedorova

Nico de Graaff

Feiko de Grip

Rogier van der Groep

Merijn Heijnen

Sharita van Herwijnen

Renske Hoedemaker

Idske de Jong

Eva Karaçay

Hetty van Kempen

Merel Kieft

Joris Klingen

Ellen Lindeman

Shy Moehamatdjalil

Isabel Orlemans

Mathilde van Rijsewijk

Leyla Reches

Iris Regeer

Sara Rubingh

Natalie Runtuwene

Anneloes van Schaik

Ranu Sewdas

Bart Sleutjes

Annika Smits

Frederique van Spijker

Mersiha Tepić

Sjors Verhaar

Nina Vos

Sara de Wilde

Merel van der Wouden

M.m.v. Lotje Cohen & Christine van Spankeren Met dank aan De tegenlezers vanuit verschillende afdelingen van de Gemeente Amsterdam en verder aan Jeroen Boelhouwer (SCP) en Monique Kremer (UvA) en aan de vele inwoners die de vragenlijst hebben ingevuld. Grafische vormgeving Public Cinema Fotografie Fotobank Amsterdam Amsterdam, september 2025

Inhoud

Samenvatting in kernpunten

7

Inleiding17 1.

Bevolking en woningmarkt

23

2.

Welzijn: de Leefsituatie-index, geluk en tevredenheid

41

3.

Economie53

4.

Duurzaamheid65

5.

Mobiliteit83

6.

Gezondheid en zorg

91

7.

Participatie in onderwijs

103

8.

Participatie in Arbeid

117

9.

Inkomen129

10.

Maatschappelijke participatie

11.

Vrijetijdsbesteding151

12.

Politieke participatie

169

13.

Leefbaarheid en Veiligheid 

179

14.

Stapeling en ruimtelijke verdeling van participatie

197

15.

De Staat van de Stad in perspectief van brede welvaart

205

Bijlage I Methode enquête De Staat van de Stad Amsterdam

218

Bijlage II Domeinen en indicatoren Leefsituatie-index 

220

143

6

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

| Samenvatting in kernpunten

Samenvatting in kernpunten

Dit is de dertiende rapportage van de tweejaarlijkse monitor De Staat van de Stad Amsterdam van de afdeling Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam. De monitor biedt sinds 2000 een overzicht van hoe de stad ervoor staat in termen van de leefsituatie en participatie op tal van terreinen. De monitor beschrijft de situatie in de stad als geheel, de positie van verschillende groepen inwoners en verschillende gebieden in de stad, en ontwikkelingen daarin. Daarbij gaat het om primaire participatie (op de gebieden onderwijs, inkomen en betaald werk) en sociaal-culturele participatie (maatschappelijke participatie, vrijetijdsbesteding, politiek participatie). Ook komen thema’s aan bod die daarmee samenhangen: bevolkingssamenstelling, woningmarkt, economie, duurzaamheid, mobiliteit, gezondheid en zorg, en leefbaarheid en veiligheid. De rapportage geeft daarnaast een overzicht van het algemene welzijnsniveau in de vorm van de Leefsituatie-index, het ervaren geluksgevoel, tevredenheid over levensdomeinen en vertrouwen in de toekomst. Deze rapportage besteedt, evenals de vorige editie, ook aandacht aan een breed kader van welzijn in de vorm van de brede welvaart. De gegevens in deze monitor zijn onder andere gebaseerd op een daarvoor door O&S opgezette tweejaarlijkse enquête onder volwassen inwoners van de gemeente.

Het veldwerk voor De Staat van de Stad enquête vond plaats van september tot en met december 2024. Daarnaast is gebruik gemaakt van vele andere (interne en externe) gegevensbronnen, waaronder enquête- en registerdata. Hieronder staan de resultaten samengevat in de vorm van de kernpunten uit de hoofdstukken.

1 Bevolking en woningmarkt Bevolking ‘ De Amsterdamse bevolking nam in 2024 met 2.626 inwoners toe. Daarmee kwam een einde aan de gemiddelde groei van 10.000 inwoners per jaar sinds 2008. ‘ De groei kwam vooral lager uit doordat minder mensen zich vanuit het buitenland in Amsterdam vestigden (-7.100), minder mensen vanuit Nederland naar de stad verhuisden (-2.800) en meer inwoners naar het buitenland vertrokken (-2.300). ‘ In 2024 kreeg de stad er meer woningen (+6.000) bij dan inwoners (+2.626). De gemiddelde woningbezetting daalde van 1,94 naar 1,92. ‘ De afgenomen vestiging vanuit het binnenland zien

we vooral terug onder 18- tot en met 24-jarigen. De afgenomen vestiging vanuit het buitenland zien we onder alle leeftijdsgroepen terug. ‘ Ten opzichte van 2023 was er in 2024 meer vertrek naar Amstelveen en minder vestiging vanuit Rusland, India, Cranendonck (met een centrale opvanglocatie voor asielzoekers), Turkije en Oekraïne. ‘ Tussen 2000 en 2025 groeide Amsterdam met 28 procent. Daarmee groeide de stad sterker dan gemiddeld in Nederland (+14 procent), net zo sterk als Heerenveen, Wageningen en Doetinchem, en minder sterk dan bijvoorbeeld Utrecht en Almere (+61 procent). ‘ Het aandeel geboren Amsterdammers nam tussen 2000 en 2025 af van 45 procent naar 35 procent. ‘ Van de Amsterdammers is 62 procent in Nederland geboren. Landelijk is dat 83 procent. Daarnaast is 13 procent van de Amsterdammers in Europa geboren en 25 procent buiten Europa. Landelijk is 6 procent in Europa geboren en 11 procent daarbuiten. ‘ In 2025 zijn drie op de tien 65-plussers buiten Europa geboren. In 2000 was dat aandeel nog één op de tien. Het aantal buiten Europa geboren 65-plussers nam toe van 9.400 naar 39.000. ‘ De gemiddelde woonduur in de stad nam af van 20 naar 18 jaar. Het kortst is de woonduur voor jongvolwassenen die in Europa geboren zijn: 3 jaar. De woonduur nam juist toe voor inwoners die buiten Europa geboren zijn.

‘ In Amsterdam geboren kinderen hebben steeds vaker ouders die elders in Nederland of in Europa geboren zijn en minder vaak ouders die in Amsterdam of buiten Europa geboren zijn. In 2025 heeft 31 procent van de in Amsterdam geboren kinderen tenminste één ouder die elders in Nederland (en niet in Amsterdam) geboren is. In 2000 was dat nog 17 procent. ‘ Amsterdam telt 10.000 laagbetaalde arbeidsmigranten: 16 procent van het totaal aantal arbeidsmigranten in de stad. Daarvan hebben 6.000 mensen een EU nationaliteit. ‘ De verwachting is dat het inwonertal tot 2055 toeneemt tot 1.105.000 inwoners, 171.000 meer dan begin 2025. Daarbij is rekening gehouden met een toename van 117.000 woningen. Woningmarkt ‘ De Amsterdamse woningvoorraad nam in 2024 toe met 6.032 nieuwe woningen tot 486.767 woningen, het grootste deel daarvan betreft nieuwbouw. ‘ Ongeveer 30 procent van de woningvoorraad betreft koopwoningen, 47 procent is huur in het

7

8

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

sociale segment en 24 procent in de vrije sector. Het aandeel particuliere vrije sector huurwoningen blijft groeien. 21 procent van de woningvoorraad behoort tot dit segment. Recent verhuisden komen het vaakst in dit segment terecht: 43 procent. ‘ Huurders in de particuliere vrije sector zijn een relatief groot deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten (37 procent). Dit geldt ook voor huurders van een sociale corporatiewoning, met name door hun energiekosten (35 procent). ‘ Een koopwoning kostte in 2024 gemiddeld €618.000, dit is ongeveer gelijk met de gemiddelde prijs in 2022. De prijs ligt hoger dan landelijk (€451.000) en dan in de rest van de G4. ‘ De Amsterdamse woningmarkt draagt sterker dan in de rest van Nederland bij aan een groter wordende vermogensongelijkheid. Het gat in vermogen tussen huizenbezitters en niet huizenbezitters is tussen 2013 en 2023 aanzienlijk groter geworden. ‘ Huurwoningen zijn in de tweede helft van 2024 vaker verkocht door beleggers aan eigenaarbewoners en deze woningen worden verkocht voor een lagere verkoopprijs dan de gemiddelde verkoopprijs in de stad. Dit is waarschijnlijk een reactie op een aantal fiscale maatregelen en ingevoerde wetten die het verhuren van woningen minder financieel aantrekkelijk maken. ‘ Er is meer aanbod aan huurwoningen in het duurste segment dan vraag. In de overige segmenten is er meer vraag dan aanbod.

Met name het aanbod in het sociale huursegment blijft ver achter bij de vraag. Door de hoge druk op de woningmarkt komen sommige huishoudens die eigenlijk vraag hebben naar andere segmenten in de duurdere huursegmenten terecht. ‘ Jonge werkenden in de Amsterdamse zorg en het onderwijs wonen steeds minder vaak in Amsterdam. Ook wonen jonge werkenden bij de politie relatief weinig in de stad. Dit vergroot de kans dat deze mensen ook buiten Amsterdam gaan werken en dus de Amsterdamse arbeidsmarkt verlaten.

2W  elzijn: de Leefsituatie-index, geluk en tevredenheid ‘ Het welzijnsniveau, in de vorm van de Leefsituatieindex (SLI), herstelt zich langzaam na de coronapandemie. Bij de index neemt vooral participatie op vrijetijdsdomeinen toe, maar het domein gezondheid blijft iets achter op het niveau van voor de coronapandemie. ‘ Vanaf 55 jaar en ouder liggen de gemiddelde SLIscores onder het gemiddelde. Het welzijnsniveau voor de leeftijd van 18 tot en met 34 jaar en voor 75-jarigen en ouder is weer op het niveau van voor de coronapandemie maar de overige leeftijdsgroepen blijven daarop achter. ‘ Evenals andere jaren is het welzijnsniveau relatief laag onder Amsterdammers met een lage sociaaleconomische status. Het herstel

na de coronacrisis gaat minder hard voor de middengroepen. ‘ Inwoners met een migratie­achtergrond van buiten Europa hebben een lager welzijnsniveau dan anderen. Deze verschillen verkleinen wanneer rekening wordt gehouden met verschillen in generatie, leeftijd en opleiding. ‘ De verschillen tussen stadsdelen met een welzijnsniveau onder het gemiddelde - Zuidoost, Nieuw-West en Noord - en de overige stadsdelen nemen toe. ‘ De gebieden Osdorp en Geuzenveld, Slotermeer in Nieuw-West, de gebieden in Zuidoost en vooral het gebied Noord-West in stadsdeel Noord hebben een relatief ongunstige leefsituatie die ook niet is verbeterd. ‘ Tweederde van de volwassen Amsterdammers ziet zichzelf als een gelukkig mens. Dit aandeel ligt lager dan landelijk en dan in andere grote steden. Wel lijkt in 2024 de sterke daling van het geluksgevoel sinds 2010 te stagneren. ‘ Vrouwen en jongvolwassenen zijn iets gelukkiger dan in 2022, mannen en 35- tot 55-jarigen zijn juist minder gelukkig. Amsterdammers met een lage sociaaleconomische status zijn veruit het minst vaak gelukkig. Dit zien we terug in de verdeling van geluk in de stad: in Zuidoost en Nieuw-West ligt het aandeel gelukkigen lager dan in Weesp, Centrum en Zuid. ‘ De levenstevredenheid van Amsterdammers blijft in 2024 stabiel op een gemiddeld rapportcijfer van 7,2.

Jongvolwassenen laten een positieve ontwikkeling zien, maar 45- tot 65-jarigen, Amsterdammers met een niet-Europese migrati­e­ achtergrond en zij met een lage sociaale­ conomische status blijven achter. ‘ Amsterdammers zijn, net als overige Nederlanders, meer tevreden met (aspecten van) hun eigen leven dan met de maatschappij. De tevredenheid met de samenleving en politiek blijft dalen, vooral de tevredenheid met de regering ligt in 2024 laag (4,3 als gemiddeld rapportcijfer). ‘ Zes op de tien volwassen Amsterdammers hebben (veel) vertrouwen in de toekomst. Dat is vergelijkbaar met in 2022, maar is aanzienlijk minder dan in 2018 (77%). Inwoners met een lage sociaaleconomische status en een matige of slechte gezondheid hebben relatief weinig vertrouwen in de toekomst.

3 Economie ‘ De Amsterdamse economie heeft zich hersteld na de coronacrisis en groeit in een hoger tempo dan de landelijke economie. ICT en zakelijke diensten stuwen de regionale economie. ‘ Het aantal vestigingen en banen neemt jaarlijks toe in Amsterdam, maar door de krapte en flexibilisering op de arbeidsmarkt groeit het aantal banen sinds 2020 minder snel dan voorheen. Het aantal (kleine) vestigingen en eenmanszaken (waaronder zzp’ers) groeit harder dan het aantal banen.

| Samenvatting in kernpunten

‘ Met betrekking tot het aantal banen is de sector advies en onderzoek de grootste sector van Amsterdam. De andere sectoren die veel banen bieden zijn zorg, ICT, detailhandel en horeca. ‘ ICT en advies en onderzoek zijn qua aantal banen de snelst groeiende sectoren. Bij horeca en zorg valt de snelle toename van het aantal vestigingen op, waarbij de banengroei laag is. Dit is een teken dat hier vooral meer zzp’ers werken, een trend die ook landelijk te zien is. Daarnaast is het aandeel basisopgeleide en jonge werknemers bij horeca en detailhandel relatief hoog: in de sectoren ICT en advies en onderzoek zijn deze aandelen juist laag. ‘ Een deel van de Amsterdamse economie draait om de bedrijfstakken die samen worden gerekend tot de bezoekerseconomie. Sommige van deze bedrijven zijn sterker afhankelijk van toerismetrends en aantallen bezoekers die naar Amsterdam komen (hotels), dan andere die ook Amsterdammers bedienen (winkels, restaurants en taxi’s). ‘ Na de coronacrisis neemt het toeristische dagbezoek sneller toe dan het verblijfsbezoek in Amsterdam. Het aantal verblijfsbezoekers ligt in 2024 nog onder het pre-coronaniveau. Het aantal overnachtingen is wel gestegen doordat verblijfsbezoekers gemiddeld langer in de stad blijven dan vóór de coronapandemie.

‘ De werkgelegenheid in de bedrijfstakken geassocieerd met toerisme neemt na 2022 weer toe, maar het aantal banen is nog niet op het niveau van 2019. Het aantal vestigingen ligt wel boven het niveau van 2019. In tegenstelling tot het aantal vestigingen in de toeristische sector, daalt het aantal vestigingen in de detailhandel gestaag, maar aantal banen blijft ongeveer gelijk. ‘ Een andere benadering voor de economische dynamiek is door te kijken naar ecologische factoren, zoals (efficiënt) verbruik van grondstoffen en energie en hergebruik van materialen. De economische groei in Amsterdam gaat in de laatste jaren gepaard met een daling van het materiaalverbruik. Eén van de verklaringen hiervoor is de oriëntatie van de Amsterdamse economie op dienstsectoren die meer waarde toevoegen, maar niet materiaalintensief zijn. Van alle sectoren is de industrie de meest energie-intensieve sector. ‘ Het aantal banen in de circulaire economie is in de afgelopen tien jaar toegenomen, onder andere door de groei in reparatiesector, in het bijzonder de reparatie van computers.

4 Duurzaamheid ‘ Planetaire grenzen worden wereldwijd overschreden; Amsterdamse inwoners en bedrijven dragen hieraan bij door consumptie van grondstoffen en spullen. ‘ Structurele daling in grondstoffen­gebruik is nodig om klimaatopwarming te verkleinen. ‘ Veertig procent van het grondstoffengebruik in Amsterdam betreft fossiele grondstoffen. ‘ Mede door meer geïsoleerde woningen is er een daling in aardgasverbruik, ondanks de groei van

de stad. Ongeveer een vijfde van de gebouwde omgeving is aardgasvrij. ‘ Opwekking van zonne- en windenergie neemt toe. In 2024 werd 60 procent van de hernieuwbare elektriciteit in Amsterdam opgewekt door zon en 40 procent door wind. Dat is maar 7 procent van de totale elektriciteitsbehoefte in Amsterdam in 2023. ‘ De helft van de Amsterdammers koopt minder nieuwe spullen en eet minder dierlijke producten vanwege het klimaat. ‘ Minder vlees eten kan de CO2-uitstoot van het Amsterdamse dieet met 15 procent verlagen. ‘ In Amsterdam wordt 166 kiloton voedsel per jaar verspild. Ongeveer de helft van deze verspilling vindt plaats in de horeca en bij huishoudens. ‘ Minder consumptie van elektronica en kleding bespaart ook CO2-uitstoot elders; ruim 60 procent van de Amsterdammers koopt elke 6 maanden of vaker nieuwe kleding. ‘ De voornaamste gevolgen van klimaatverandering voor de stad zijn hittestress, wateroverlast, droogte en toenemend risico op overstromingen. Sommige groepen, zoals ouderen en bewoners met een lage sociaaleconomische status, zijn daar kwetsbaarder voor. ‘ Fijnstof PM10 voldoet ook in 2024 aan WHO adviesrichtlijn. ‘ In Amsterdam zijn er gemiddeld 4.800 deeltjes microplastics per kilogram aarde. ‘ De drinkwater-richtwaarde voor PFAS is niet gehaald in 2023. Wel is de hoeveelheid PFAS in drinkwater afgenomen, dankzij het vaker schoonmaken van koolstoffilters.

‘ De Amsterdammer verbruikte in 2024 gemiddeld 152 liter water per dag, een stijging van 10 liter ten opzichte van 2021. ‘ Wereldwijd neemt biodiversiteit af; 37 procent van de inheemse wilde plantensoorten in Nederland dreigen te verdwijnen. Ongeveer driekwart van de Nederlandse plantensoorten komt in Amsterdam voor. ‘ In Amsterdam zien we meer watervogels en bosvogels dan 30 jaar geleden. Maar het gaat slechter met weidevogels, padden en bruine kikkers. Vlinders doen het landelijk slecht, maar in Amsterdam iets beter. Er zijn meer libellen door klimaatverandering (39 soorten).

5 Mobiliteit ‘ Amsterdammers verplaatsten zich in 2023 weer net zoveel als voor de uitbraak van het coronavirus in 2020, namelijk 2,5 verplaatsingen per dag. ‘ De fiets blijft het populairste vervoermiddel in Amsterdam. Er wordt steeds meer elektrisch gefietst, maar het aandeel is lager dan gemiddeld in Nederland. ‘ Een kwart van de volwassen Amsterdammers heeft een auto. Het aantal elektrische auto’s neemt snel toe in Amsterdam. Zowel het totale aandeel elektrische auto’s (16%) als het aandeel elektrische auto’s onder auto’s in particulier bezit (8%) zijn in Amsterdam hoger dan gemiddeld in Nederland.

9

10

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

‘ In Amsterdam worden maatregelen getroffen om de uitstoot van het verkeer te verminderen en om de leefomgeving te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn de milieuzones, het invoeren van een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur op veel wegen en de proef met de knip in de Weesperstraat. ‘ Het aantal ritten dat gemaakt wordt met het openbaar vervoer in Amsterdam nam toe, maar is nog niet op het niveau van voor de coronapandemie. De reizigers zijn doorgaans positief over de ritten. ‘ Na jaren van daling nam het aantal verkeersongevallen met letsel weer toe. Ook het aantal doden in het Amsterdamse verkeer is in 2024 hoger dan in eerdere jaren. Een meerderheid van de slachtoffers bestaat uit fietsers.

6 Gezondheid en zorg ‘ De gezonde levensverwachting bij geboorte ligt in Amsterdam in de periode 2019-2021 op gemiddeld 63,6 jaar, ruim drie jaar korter dan landelijk. Deze levensverwachting hangt sterk samen met sociaaleconomische status (SES). De gezonde levensverwachting is 13 jaar korter in wijken met veel inwoners met een lage SES in vergelijking met wijken met weinig inwoners met een lage SES. ‘ Kanker en hart- en vaatziekten zijn de meest voorkomende doodsoorzaken (respectievelijk 27% en 21%). Het aantal sterfgevallen door hart- en vaatziekten neemt af, de afgelopen twintig jaar met 10 procentpunten. ‘ Zeven op de tien Amsterdammers van 18 jaar en ouder (68%) ervaren een goede gezondheid, maar dit aandeel is nog niet terug op het niveau van voor de coronapandemie. Er blijven grote verschillen bestaan: Amsterdammers met een laag inkomen, maximaal een vmbo- of mbo-1-opleiding, een migratieachtergrond en op hogere leeftijd voelen zich minder gezond dan gemiddeld in Amsterdam. ‘ Dertig procent van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder heeft een langdurige ziekte, aandoening of handicap. Van deze groep ervaart 91 procent belemmeringen in het dagelijks leven, zoals bij activiteiten thuis, op school of werk en/of in de vrije tijd.

‘ Twaalf procent van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder heeft een hoog risico op een angststoornis of depressie, in 2022 was dit aandeel 16 procent en in 2020 9 procent. ‘ Jongvolwassenen in Amsterdam beoordelen vaker hun eigen mentale gezondheid als ‘gaat wel’ of ‘slecht’ (56%) dan gemiddeld in Nederland (49%). ‘ Sterke eenzaamheid komt vaker voor in Amsterdam (18%) dan landelijk (13%), met de hoogste percentages onder jongere leeftijdsgroepen, inwoners met een basisschool- of een vmbo-/mbo1-opleiding. ‘ Vier op de tien Amsterdammers van 18 jaar en ouder hebben overgewicht. Overgewicht komt vaker voor bij mannen, oudere Amsterdammers, en

inwoners met een basisschool- of een vmbo-/mbo1-opleiding. ‘ Bijna zes op de tien Amsterdammers van 18 jaar en ouder (58%) voldoen aan de landelijke beweegrichtlijn. Daarmee scoren Amsterdammers hoger dan landelijk (49%). ‘ Slechts 29 procent van de Amsterdammers van 16 jaar en ouder voldoet aan de groentenorm van minimaal 250 gram groente per dag en 67 procent eet vijf keer of meer per week fruit. Negen procent geeft aan onvoldoende financiële middelen te hebben voor gezond eten. ‘ Het percentage rokers onder Amsterdammers van 18 jaar en ouder is gedaald van 24 procent in 2022 naar 21 procent in 2024, maar blijft hoger dan het landelijke gemiddelde (16%). Jongvolwassenen gebruiken relatief vaak nicotine, alcohol, en (hard) drugs vergeleken met het landelijke gemiddelde. ‘ In 2023 maakte 9 procent van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder gebruik van Wmovoorzieningen, met een hoger gebruik onder Amsterdammers met maximaal een vmbo- of mbo-1-opleiding, een laag inkomen, of hogere leeftijd. Door de vergrijzing en personeelstekorten in de zorgsector wordt een toenemende vraag naar ondersteuning verwacht, wat mogelijk leidt tot (nog) langere wachtlijsten. ‘ Dertien procent van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder ontving in het afgelopen jaar hulp vanwege hun gezondheid, waarbij leeftijd, sociaaleconomische status en de ervaren gezondheid belangrijke factoren zijn.

Hulp kwam voornamelijk uit het eigen netwerk (63%), terwijl een derde professionele hulp kreeg en 16 procent particuliere hulp. ‘ Eén op de elf Amsterdammers van 18 jaar en ouder verleent mantelzorg, waarbij vooral vrouwen en oudere Amsterdammers dit doen.

7 Participatie in onderwijs ‘ Het aantal leerlingen in het Amsterdamse basisonderwijs daalt. In het voortgezet onderwijs is nu nog sprake van een toenemend leerlingenaantal, maar over een aantal jaar zal ook hier het leerlingenaantal dalen. In het speciaal onderwijs stijgt het aantal verwijzingen en op de voorscholen is het aantal peuters de afgelopen jaren stabiel. Het bereik van de voorschool is gestegen onder peuters met een risico op een taalof onderwijsachterstand. ‘ Zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs is er een groot lerarentekort. Het aantal studenten aan de Amsterdamse lerarenopleidingen neemt af. Wel blijkt uit de landelijke tekortmeting van het ministerie van OCW dat het Amsterdamse lerarentekort voor het eerst in jaren is gedaald. ‘ Het aandeel leerlingen dat in groep 8 het streefniveau voor lezen en rekenen haalt is gestegen. Driekwart haalt het streefniveau voor lezen en de helft haalt het streefniveau voor rekenen. Het aandeel leerlingen dat het streefniveau voor taal haalt is gedaald. Iets

| Samenvatting in kernpunten

meer dan de helft van de leerlingen haalt dit streefniveau. Deze ontwikkelingen zien we ook landelijk terug. ‘ Sinds schooljaar 2023/’24 maken leerlingen in groep 8 de doorstroomtoets. Bij bijna de helft van de Amsterdamse leerlingen kwam uit de toets een lager advies dan hun voorlopig schooladvies. Dit aandeel ligt hoog in vergelijking met de rest van Nederland. Bij een kwart van de leerlingen wees de toets op een hoger advies. Dit aandeel ligt lager dan landelijk. ‘ Het aantal havo- en vwo-leerlingen op Amsterdamse middelbare scholen blijft stijgen. In schooljaar 2023/’24 nam het aandeel leerlingen met een advies voor havo of vwo licht af maar steeg het aandeel leerlingen met een dubbeladvies havo/vwo. In de Centrale Loting en Matching hebben deze leerlingen de kleinste kans om op hun school van voorkeur terecht te komen. ‘ Steeds meer ouders van leerlingen zijn hbo- of wo-opgeleid. We zien zowel in het primair als voortgezet onderwijs dat er meer scholen zijn met veel leerlingen van hbo-/wo-opgeleide ouders. Dit heeft gevolgen voor de segregatie in het onderwijs. ‘ Amsterdamse leerlingen slagen minder vaak voor hun eindexamen dan landelijk, vooral voor vmbo-t en havo. Dit verschil neemt toe. Daarnaast halen leerlingen in Amsterdam binnen zeven jaar vaker geen diploma dan gemiddeld in Nederland.

Het verschil tussen Amsterdam en Nederland is het grootst onder leerlingen met een havo- en havo/ vwo-advies. Ook groeit deze groep. ‘ Op de Amsterdamse universiteiten is het studentenaantal, mede door de komst van internationale studenten, sterk gegroeid in de afgelopen jaren. In het mbo en hbo is het aantal nieuwe studenten daarentegen gedaald. ‘ Mbo-studenten hebben minder vaak studiesucces dan gemiddeld in Nederland. Studenten behalen studiesucces als zij een diploma halen binnen de tijd die ervoor staat plus eventueel een jaar extra. Het aandeel studenten met studiesucces daalde in eerdere jaren, maar is in studiejaar 2022/’23 weer iets gestegen. In vergelijking met de rest van Nederland komen Amsterdamse mbo-starters minder snel aan een baan.

8 Participatie in arbeid ‘ Amsterdam heeft in 2024 ruim 751.000 inwoners van 15 tot 75 jaar: de potentiële beroepsbevolking. De Amsterdamse potentiële beroepsbevolking groeit sneller dan gemiddeld in Nederland. ‘ De bevolkingsgroei was de afgelopen jaren het sterkst in de leeftijdsgroep van 67 tot 75 jaar. Door deze vergrijzing zijn er steeds minder werkende inwoners per gepensioneerde. Het wordt hierdoor nog belangrijker dat zoveel mogelijk mensen kunnen meedoen op de arbeidsmarkt. ‘ De afgelopen jaren nam deze arbeidsparticipatie toe en in 2024 is deze historisch hoog. Van de potentiële beroepsbevolking had 73,4 procent

betaald werk. In 2023 was dat nog 72,9 procent en in 2013 66,5 procent. De afgelopen jaren nam de arbeidsparticipatie het sterkst toe onder groepen waar deze eerder relatief laag was, zoals jongeren, 55-plussers, basisopgeleiden en mbo-opgeleiden. ‘ De meerderheid van de Amsterdamse werkenden heeft een voltijdsbaan (59%). Dat is vaker dan gemiddeld in Nederland (52%), vooral doordat Amsterdamse vrouwen vaker fulltime werken. ‘ Nadat de werkloosheid tijdens de coronacrisis opliep tot 6,6 procent, is deze in 2022 sterk gedaald en sindsdien weer licht gestegen naar 5,1 procent in 2024. Dit blijft lager dan in Rotterdam, maar hoger dan in Nederland, Utrecht en Den Haag. Ook het aantal Amsterdammers met een werkloosheidsuitkering (WW) is in 2023 en 2024 toegenomen. ‘ Na een jarenlange afname is het aantal Amsterdammers dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in 2023 toegenomen tot circa 34.000. Landelijk is er al sinds 2019 sprake van een toename. ‘ Het aantal openstaande vacatures is na een piek in 2022 de afgelopen jaren wat afgenomen, maar de arbeidsmarkt blijft naar verwachting krap als gevolg van vergrijzing. Terwijl het totaal aantal vacatures afnam, bleef dit verder groeien in de zorg en het onderwijs. In deze sectoren en bij de overheid gaan de komende jaren veel mensen met pensioen.

‘ Van de Amsterdamse werkenden heeft 48 procent een vast contract, 30 procent een tijdelijk contract en 22 procent werkt als zelfstandige. Landelijk hebben meer mensen een vast contract (56%), maar in 2024 nam dit aandeel ook in Amsterdam toe. ‘ Amsterdammers werken vergeleken met heel Nederland relatief vaak in dienstverlenende sectoren met verschillende specialisaties, zoals de IT- of de financiële sector. Dit karakter is de afgelopen jaren nog iets versterkt doordat in deze sectoren het aantal Amsterdamse werknemers het sterkst is gegroeid. ‘ In 2024 geeft ruim driekwart van de Amsterdamse werkenden aan tevreden of zeer tevreden te zijn met hun werk (78%). Eén op de drie werkenden ervaart een te hoge werkdruk. Dit komt het vaakst voor in het onderwijs, de zorg en de energievoorziening sector. ‘ Ruim 6 op de 10 werkende Amsterdammers werkt weleens vanuit huis. Dat is vaker dan gemiddeld in Nederland. De mate waarin mensen thuis (kunnen) werken verschilt sterk naar opleidingsniveau en de daaraan gerelateerde banen. Van de werkenden met een basisopleiding werkt 16 procent thuis, tegenover 83 procent van de hbo-/wo-opgeleiden.

9 Inkomen ‘ In 2023 had een mediaan Amsterdams huishouden jaarlijks 39.400 euro te besteden. Dit is een stijging van 13 procent ten opzichte van 2021. Deze groei is iets sterker dan landelijk, maar het inkomen blijft lager liggen dan landelijk.

11

12

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

‘ In Amsterdam wonen relatief veel huishoudens met zeer lage (17%) en zeer hoge inkomens (15%), waardoor de inkomensongelijkheid relatief groot is. De inkomensongelijkheid is hiermee vergelijkbaar met de afgelopen jaren. ‘ Economische zelfstandigheid onder Amsterdammers groeit. Desondanks is nog steeds 29 procent van de Amsterdamse vrouwen en 22 procent van de mannen niet economisch zelfstandig. ‘ Huishoudens hadden in 2023 een mediaan vermogen van €13.600. Dit is vergelijkbaar met 2022, maar een stijging van €4.800 in vergelijking met 2019. Eigen woningbezitters hebben doorgaans een hoger vermogen dan huurders en de kloof hiertussen is in Amsterdam groter dan landelijk. ‘ Het aandeel Amsterdammers met een problematische schuld is de afgelopen jaren licht gedaald; in 2023 had 7 procent van de Amsterdammers een schuld die zij als een probleem ervoeren. Achterstanden in het betalen van de vaste lasten en private schulden komen het vaakst voor. ‘ Hoewel de koopkracht in Amsterdam is gestegen, geeft een derde van de Amsterdammers aan moeite te hebben om financieel rond te komen. Onder Amsterdammers met een laag inkomen loopt dit op tot driekwart. ‘ Het aantal Amsterdamse huishoudens dat moet rondkomen van een laag inkomen is gedaald tot 69.600 in 2022. Daarmee zijn 15,9 procent van de Amsterdamse huishoudens minimahuishoudens.

‘ Een deel van de Amsterdammers maakt geen gebruik van gemeentelijke inkomensvoorzieningen, terwijl ze daar wel recht op hebben. Het gaat om één op de tien Amsterdammers die recht hebben op kindregelingen die daar geen gebruik van maken, en om één op de vier Amsterdammers die geen gebruik maken van de stadspas of het gratis OV voor ouderen. Onbekendheid en wantrouwen in de overheid spelen hierbij een rol. ‘ Sinds oktober 2024 neemt het aantal huishoudens dat ingeschreven staat bij Voedselbank Amsterdam iets toe, tot 1.566 in januari 2025. De meest voorkomende huishoudtypen zijn alleenstaanden en eenoudergezinnen. ‘ Eind 2023 maakten 30.790 huishoudens gebruik van algemene bijstand voor thuiswonenden, dit is 7,5 procent van de Amsterdamse huishoudens. Dit is een daling ten opzichte van 2015, toen maakten 38.620 huishoudens gebruik van een bijstandsuitkering. ‘ Tussen 2023 en 2033 verwachten we dat de huidige bijstandspopulatie verder vergrijst en verder daalt tot ongeveer 28.000 huishoudens.

10 Maatschappelijke participatie ‘ Het aandeel dat wekelijks contact heeft met vrienden neemt in 2024 weer licht toe, contact met familie neemt verder licht af. Beide liggen nog niet op het niveau van voor de coronapandemie. Daarnaast daalt het contact met buren en buurtbewoners in 2024 weer, na een stijging in

2022. Amsterdammers hebben minder regelmatig sociale contacten dan gemiddeld in Nederland. ‘ Vrouwen, 18- tot en met 34-jarigen, hbo-/woopgeleiden en stellen zonder kinderen hebben vaker wekelijks contact met vrienden en familie. Amsterdammers van 55 jaar en ouder, met een basisopleiding en stellen met kinderen hebben juist vaker contact met hun buren. Bewoners van Weesp en Noord hebben relatief veel buurtcontact. ‘ In 2024 heeft 10 procent van de Amsterdammers minder dan eens per week sociaal contact en voelt 18 procent zich sterk sociaal geïsoleerd. Dit aandeel is sinds de coronapandemie niet afgenomen. Amsterdammers met een laag inkomen, zonder startkwalificatie, alleenstaanden en 55- tot 65-jarigen voelen zich relatief vaak sociaal geïsoleerd. ‘ Hoewel jongvolwassenen (18-24 jaar), in vergelijking tot oudere Amsterdammers, nog relatief veel sociaal contact onderhouden, neemt hun frequente contact met naasten af en nemen hun gevoelens van sociale isolatie toe. Dit hangt samen met een lagere tevredenheid over hun sociale kring. ‘ Hoewel intensief gebruik van sociale media onder jongvolwassenen samenhangt met gevoelens van sociale isolatie, ervaart een deel van deze groep juist een positieve invloed op sociale contacten. Dit wijst erop dat de impact van sociale media samenhangt met zowel gebruiksals persoonskenmerken.

‘ Zowel in Amsterdam als landelijk stijgt het aandeel vrijwilligers na een dip tijdens de coronapandemie: in Amsterdam van 31 procent in 2020 naar 36 procent in 2024. Ook het aandeel vrijwilligers bij sportverenigingen neemt toe. ‘ Informele hulpverlening daalt: van 61 procent van de Amsterdammers in 2016 naar 56 procent in 2024. Vrouwen, Amsterdammers van 55 jaar en ouder en zzp’ers bieden vaker deze hulp. Studenten en hbo-/wo-opgeleiden geven vaak aan dat ze bereid zijn te helpen, maar doen dit minder vaak. ‘ In 2024 is 27 procent van de Amsterdammers gelovig, een stabilisatie na jaren van daling. De grootste groep gelovigen is verwant aan de Islam. Het aandeel dat regelmatig een kerk- of moskee bezoekt blijft stabiel. Sinds 2022 geldt dit voor 9 procent van Amsterdammers.

11 Vrijetijdsbesteding ‘ Bijna acht op de tien volwassen Amsterdammers heeft één of meerdere hobby’s (78 procent) en dit aandeel neemt sinds de coronaperiode toe. ‘ Amsterdam heeft een gevarieerd aanbod aan culturele voorzieningen. Naast het bekende aanbod van theaters, musea en filmhuizen zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe attracties bijgekomen, vaak specifiek gericht op jongeren en/of toeristen, waaronder escaperooms, en belevingsconcepten. ‘ Het aandeel Amsterdammers dat de verschillende typen uitgaansgelegenheden bezoekt neemt toe.

| Samenvatting in kernpunten

‘ Amsterdammers en andere groepen gaan weer flink uit en bezoeken veel culturele instellingen. ‘ In 2024 zijn er bijna 33 duizend banen in de kunsten cultuursector en bijna 20 duizend banen in de media en entertainment-sector. ‘ De inkomensontwikkeling binnen de culturele sector laat een positieve trend zien, vooral onder medewerkers met een hbo- of wo-opleiding of een vast contract. ‘ Bijna de helft van de volwassen Amsterdammers is lid van een vereniging of organisatie (47 procent). Dit aandeel is na een daling tijdens de coronacrisis weer gestegen. Lidmaatschap van een sportvereniging komt het vaakste voor (28 procent). ‘ Van alle volwassen Amsterdammers sport 71 procent wekelijks. Dat is meer dan in 2023 en vergelijkbaar met 2022. Ruim twee op de tien volwassen Amsterdammers sport niet (22 procent). ‘ Het sporten in verenigingsverband neemt sinds een dip tijdens de coronacrisis weer langzaam toe. Hoewel het individueel en ongeorganiseerd sporten na de coronajaren afnam, groeit dit recent opnieuw. ‘ Vrijwel alle Amsterdammers hebben thuis toegang tot internet. Ook onder ouderen met een laag inkomen is dit sterk toegenomen sinds 2022. ‘ Vrijwel alle volwassen Amsterdammers maken gebruik van sociale media (95 procent). De meest gebruikte media zijn WhatsApp, Youtube en Instagram. Ook gebruikt een meerderheid streamingdiensten (70 procent).

‘ Het gebruik van TikTok groeit sterk: van 8 procent in 2022 naar 21 procent in 2024. Van de 18- tot en met 24-jarigen gebruikt de helft dit medium. Het gebruik van Facebook neemt steeds verder af: van 61 procent in 2020 naar 47 procent in 2024. ‘ Bijna de helft van de volwassen sociale media gebruikers in Amsterdam zit één tot drie uur per dag op sociale media (49 procent), maar dit verschilt sterk per leeftijdsgroep. Van de groep 18 tot en met 24 jaar zit een derde drie tot vijf uur per dag op sociale media. Amsterdammers ouder dan 44 jaar besteden juist relatief vaak minder dan een uur per dag aan sociale media. ‘ Sociale media hebben volgens volwassen Amsterdammers een positieve invloed op hun contacten met familie en vrienden. Vooral Amsterdammers jonger dan 35 jaar ervaren relatief vaak een negatieve invloed op nachtrust, concentratievermogen, dagelijkse bezigheden en zelfbeeld. ‘ Volwassen Amsterdammers gaan steeds vaker in het buitenland op vakantie (73 procent), inmiddels weer vaker dan vóór de coronapandemie. De helft is het afgelopen jaar ook meerdere keren op vakantie geweest.

12 Politieke participatie ‘ De meest recente verkiezingen in Amsterdam gingen over het Europees Parlement. 46,9% van de Amsterdammers ging naar de stembus. De opkomst voor deze verkiezingen laat een stijgende

lijn zien sinds 1999. Dat geldt ook voor de andere verkiezingen in de stad, behalve de meest recente Tweede Kamer- en gemeenteraadsverkiezingen. De opkomst verschilt net als bij de andere verkiezingen sterk tussen stadsdelen, in Zuidoost en Nieuw-West gaan structureel minder inwoners naar de stembus. ‘ De mate van politieke interesse van Amsterdammers blijft stabiel. Daarin zien we geen verschillen tussen leeftijdsgroepen, maar wel naar opleidingsniveau en migratieachtergrond. Jongvolwassenen met een basisopleiding en jongvolwassenen die zelf in Nederland zijn geboren en van wie beide ouders in het buitenland zijn geboren zijn minder geïnteresseerd in politiek. ‘ De tevredenheid met de regering is de afgelopen jaren verder gedaald. Het gemiddelde rapportcijfer onder Amsterdammers is eind 2024 een 4,3. Het Amsterdamse bestuur krijgt, net als andere jaren, wel een voldoende van Amsterdammers. De afgelopen jaren schommelt het rapportcijfer rond de 6,0. ‘ Een kwart van de Amsterdammers zette zich in 2024 in voor buurt of stad. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2014. Amsterdammers in de stadsdelen Noord, Zuid en Centrum zetten zich relatief vaak in. ‘ Jongere Amsterdammers (16 tot 29 jaar) plaatsen zichzelf op de politieke links-rechtsschaal net links van het midden, net als Amsterdammers van 25 jaar en ouder.

Gemiddeld gezien zijn jonge Amsterdammers in 2021 iets linkser dan eerdere jaren. De afgelopen jaren plaatsen jongere Amsterdammers gemiddeld zich vaker uiterst rechts of uiterst links. ‘ Waar jonge vrouwen zich redelijk stabiel links van het politieke midden plaatsen, lijken jonge mannen richting links te verschuiven. Daarmee worden positioneringsverschillen tussen jonge mannen en vrouwen kleiner dan een paar jaar geleden.

13 Leefbaarheid en veiligheid Leefbaarheid ‘ Amsterdammers geven hun eigen woonbuurt gemiddeld een 7,5. Dit rapportcijfer is sinds 2015 nauwelijks veranderd. ‘ Het vertrouwen in de ontwikkeling van de eigen buurt neemt bijna overal licht af. De afname is sterker in stadsdeel Centrum en het gebied Osdorp. In het eerste geval vanwege de drukte en in het tweede geval vanwege langdurige sociale problematiek zoals armoede en criminaliteit. ‘ Bewoners van stadsdeel Zuid zijn het meest tevreden met hun leefomgeving en geven deze een 8. De waardering van bewoners voor hun buurt staat in stadsdeel Centrum onder druk en is nu vergelijkbaar met die in West, Oost en Weesp (circa 7,8). ‘ In de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West is de ervaren leefbaarheid lager dan gemiddeld. Noord en Zuidoost kenden eerder een periode van verbetering, maar de waardering voor Noord

13

14

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

is nu enkele jaren stabiel (7,3), terwijl deze in Zuidoost langzaam afneemt (7). In Nieuw-West blijven verbeteringen uit, mede door vertraging in de stedelijke vernieuwing. Het cijfer voor de buurt schommelt hier al jaren rond een 6,6. ‘ De tevredenheid met de eigen woonbuurt wordt sterk bepaald door hoe tevreden men is met de eigen woonsituatie, wat de sfeer is in de buurt en diverse sociaaleconomische kenmerken. Bewoners hebben het liefst dat in hun buurt ook gewerkt wordt en dat er voorzieningen zijn. Veel toeristische bedrijvigheid, zoals in Centrum, is echter slechter voor de leefbaarheid van de buurt. ‘ Aantrekkelijk groen in de openbare ruimte heeft een positief effect op de leefbaarheid. Ruim negen op de tien Amsterdammers vinden het groen in de stad (erg) belangrijk voor hun gevoel van rust, geluk en woonplezier. Veiligheid ‘ In 2024 verbeterde de geregistreerde criminaliteitsindex voor het eerst sinds 2021. De daling kwam voornamelijk door een daling van de high-volume criminaliteit. ‘ De politie registreerde in 2024 iets meer delicten dan in 2023 maar door de groei van de stad nam de geregistreerde criminaliteit per 1.000 inwoners af. Bepaalde vormen van vermogensdelicten zoals woninginbraken nemen af. ‘ Het aandeel Amsterdamse jongeren tussen de 12 en 24 jaar dat in 2024 verdachte was van een misdrijf gepleegd in Amsterdam bleef stabiel t.o.v. vorige jaren.

Het aandeel jeugdige verdachte was hoger in de jongste leeftijdscategorie (12-17 jaar) dan de oudere leeftijdscategorie (18-24 jaar). ‘ 18 procent van de Amsterdammers wordt slachtoffer van online criminaliteit. Minder dan de helft van de slachtoffers doet melding bij een instantie en slechts 17% doet aangifte bij de politie. ‘ Van de inwoners van Amsterdam-Amstelland geeft 38 procent aan het afgelopen jaar signalen van huiselijk geweld te hebben opgevangen in de omgeving. Dit is hoger onder jongvolwassenen van 17 tot 25 jaar, waar de helft dit heeft opgevangen. ‘ Het percentage Amsterdammers dat in de laatste 12 maanden discriminatie ervaarde stijgt sinds 2021. Amsterdammers ervaren het vaakst discriminatie op basis van ras of huidskleur. ‘ 8 procent van de Amsterdammers ervaart overlast van personen met verward gedrag in de buurt. Er zijn grote verschillen in de stad. In Burgwallen-Oude Zijde, Burgwallen Nieuwe Zijde, Westlandgracht, De Punt, de Dapperbuurt en de Oosterparkbuurt wordt bovengemiddeld veel overlast ervaren. ‘ Ongeveer de helft van de Amsterdammers maakt zich (heel) veel zorgen over drugscriminaliteit die verband houdt met cocaïne. In Nieuw-West en Zuidoost zijn de meeste vermoedens van harddrugsproductie. In Centrum zijn de meeste vermoedens van de verkoop van harddrugs.

14 Cumulatie en ruimtelijke verdeling van participatie ‘ Kwetsbaarheid op de hulpbronnen inkomen, opleiding, werk en gezondheid vergroot de kans op problemen op allerlei andere terreinen. Voorbeelden hiervan zijn een ongunstige woonsituatie, somberheid en sociale isolatie. Naarmate het aantal kwetsbare hulpbronnen toeneemt, neemt ook de kans op problemen op meer domeinen toe. ‘ De combinatie van kwetsbaarheid op hulpbronnen en problemen beïnvloedt de kans op geluk en het gemiddelde welzijnsniveau, zoals gemeten met de Standaard Leefsituatie-Index (SLI). ‘ Ruim de helft van de volwassen Amsterdammers (55%) kent geen tot weinig stapeling van kwetsbare hulpbronnen of problemen. Van hen zegt 83 procent een gelukkig mens te zijn. Zij hebben een gemiddelde SLI van 112. ‘ Ruim een op de vijf volwassen Amsterdammers heeft te maken met een combinatie van relatief veel kwetsbaarheid op hulpbronnen en relatief veel probleemdomeinen. Van deze groep vindt 31 procent zichzelf een gelukkig mens en de gemiddelde SLI is 87. ‘ Onder de minst kwetsbare Amsterdammers bevinden zich relatief veel mensen die samen met een partner leven, jonger zijn dan 45 jaar, man zijn en/of geen migratieachtergrond hebben of één uit Europa, Amerika, Oceanië of Azië. ‘ In Zuid, Centrum en Weesp wonen relatief weinig meest-kwetsbare Amsterdammers.

In die stadsdelen zien we ook op andere indicatoren van participatie en leefsituatie dat de situatie boven het gemiddelde uitsteekt in Amsterdam. ‘ In Zuidoost, Noord en Nieuw-West wonen relatief veel meest-kwetsbare mensen en zien we op verschillende indicatoren van participatie en leefsituatie dat de situatie onder het gemiddelde van Amsterdam uitkomt. ‘ Van de gebieden scoren Geuzenveld, Slotermeer; Osdorp en Bijlmer-Centrum op diverse indicatoren onder het Amsterdams gemiddelde, en ook ongunstig op kwetsbaarheid. In Oud-Zuid en Centrum-Oost zien we juist dat er op de meeste gebieden boven het gemiddelde van de stad gescoord wordt en gunstig op kwetsbaarheid.

15 Conclusies: Amsterdam in perspectief van brede welvaart ‘ De brede welvaart in het ‘hier en nu’ is in Amsterdam gunstig op het gebied van materiele welvaart en arbeid en vrije tijd, met een hoge werkgelegenheid en voorzieningenniveau. Op het gebied van milieu en veiligheid zijn er grote uitdagingen. ‘ De brede welvaart ‘later’ is eveneens scheef verdeeld. Het menselijk kapitaal, in de vorm van veel hbo-/wo-opgeleiden, is hoog. Maar het natuurlijk kapitaal, in de vorm van natuurgebieden en het opwekken van duurzame energie, is laag.

| Samenvatting in kernpunten

‘ Amsterdam draagt door de grote werkgelegenheid en voorzieningenniveau bij aan de brede welvaart ‘elders’, buiten Amsterdam. Tegelijkertijd gaat dit gepaard met een beslag op de brede welvaart ‘later’, in de vorm van grote mobiliteitsstromen die veelal nog gebruik maken van fossiele brandstoffen. ‘ De brede welvaart in welzijn en samenleving laat een wisselend beeld zien, dat soms gunstiger en soms minder gunstig is dan gemiddeld in Nederland. Tijdens en net na de coronaperiode vertoonde het welzijn en samenleven een negatieve trend, maar deze is gestabiliseerd. ‘ Stadsdeel Zuidoost heeft een relatief lage brede welvaart en op het gebied van welzijn en samenleving nam die verder af, tegen de stedelijke trend in. ‘ Nieuw-West heeft ook een relatief lage welvaart. Het stadsdeel heeft wel positieve ontwikkelingen in arbeidsparticipatie en een toename van hbo-/ wo-opgeleiden, maar blijft achter op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. ‘ Noord maakt grote ontwikkelingen door als gevolg van nieuwbouw en de instroom van nieuwe groepen. Dat weerspiegelt zich in een stijgende trend in de brede welvaart, die op veel vlakken nu rond het gemiddelde van de stad ligt. ‘ Stadsgebied Weesp staat er op veel punten gunstig voor, evenals de stadsdelen Zuid en Centrum. In Centrum zijn er op het gebied van milieu en leefbaarheid wel problemen.

‘ In Oost en West ligt de brede welvaart vaak op of net boven het gemiddelde van de stad. West kent negatieve ontwikkelingen zoals afnemend burencontact en veel uitstoot van fijnstof. Oost staat er relatief gunstig voor op ruimtelijke kwaliteit en samenleven, met name in de deelname aan vrijwilligerswerk. ‘ De economische gestuurde internationalisering van de stad gaat gepaard met een grotere omloopsnelheid in de bevolking en een kortere woonduur. Dit zet de leefbaarheid en betrokkenheid bij de stad onder druk. ‘ De economische- en bevolkingsgroei was laag in 2024 en lijkt daarmee wat af te vlakken. Dit kan ruimte bieden aan andere vormen van brede welvaart dan economische groei. ‘ De ongelijkheden in de brede welvaart in de stad verschuiven. De genoten opleiding blijft een scherpe scheidslijn, maar daarnaast lijkt het accent te verschuiven van inkomen naar vermogen. De vermogensongelijkheid tussen bijvoorbeeld huishoudentypen is sterk vergroot in de afgelopen 10 jaar. ‘ Segregatiepatronen verschuiven. Tot tien jaar terug was er vooral de zorg dat groepen met een lage sociaaleconomische status gesegregeerd leefden. Nu is er sprake van een toenemende segregatie van groepen met een hoge sociaaleconomische status. Dit kan de brede welvaart voor groepen die daarbuiten vallen ondermijnen. ‘ De economische groei gaat niet meer gepaard met meer materiaalverbruik.

Dit komt omdat de groei voor een belangrijk deel bestaat uit sectoren met

een laag materiaalverbruik zoals de dienstensector en de ICT. ‘ De stedelijke ontwikkeling in de vorm van woningbouw en infrastructuur gaat nog wel gepaard met een hoog materiaalverbruik. Dit legt een groot beslag op de brede welvaart later. ‘ Op het gebied van verduurzaming van mobiliteit laat Amsterdam een relatief gunstig beeld zien. Het aandeel elektrische auto’s is hoger dan gemiddeld in Nederland en het deelvervoer wordt meer gebruikt.

15

16

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

Inleiding Deze rapportage vormt de dertiende editie van de monitor De Staat van de Stad Amsterdam. De monitor beschrijft hoe de gemeente Amsterdam en zijn bewoners ervoor staan op tal van terreinen en ontwikkelingen daarin. In deze inleiding worden de doelstellingen en onderzoeksvragen van deze monitor beschreven. Daarnaast worden de opzet en methode van onderzoek kort toegelicht en de opbouw van de rapportage.

Auteur: Ellen Lindeman

18

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

De Staat van de Stad Amsterdam is in het jaar 2000 als monitor opgezet vanuit een behoefte aan systematische gegevens over ontwikkelingen op het sociale domein in de stad. De monitor wordt uitgevoerd door O&S (Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam) die eens in de twee jaar daar een rapportage over naar buiten brengt. Dit is inmiddels de dertiende editie. De vorige edities vindt u op de website van O&S (onderzoek.amsterdam.nl) in het dossier Staat van de Stad. De rapportage De Staat van de Stad Amsterdam biedt een overzicht van hoe de stad er voor staat in termen van de leefsituatie en participatie van inwoners van de gemeente Amsterdam op tal van terreinen. Het gaat daarbij om ontwikkelingen in participatie in de brede zin van het woord, zoals primaire participatie (op de gebieden onderwijs, inkomen en betaald werk) en sociaal-culturele participatie. Het biedt ook een overzicht van thema’s die daarmee samenhangen, zoals demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de woningmarkt, economische ontwikkelingen, en de thema’s mobiliteit, duurzaamheid, gezondheid en leefbaarheid en veiligheid. In deze rapportage wordt, evenals in de vorige editie, aandacht besteed aan een breed kader van welzijn in de vorm van de brede welvaart. De gegevens in de monitor zijn gebaseerd op een daarvoor opgezette enquête en daarnaast op vele andere (interne en externe) gegevensbronnen.

Doelstellingen en onderzoeksvragen De monitor De Staat van de Stad heeft drie hoofddoelstellingen: 1. Verwerving van gestructureerde informatie over sociaal-culturele ontwikkelingen in de stad. Zo wordt als het ware een periodieke ‘Staat van Amsterdam’ binnen het sociale domein gepresenteerd. 2. Afstemming tussen verschillende monitoren. De Staat van de Stad vormt een monitor waarbij informatie op verschillende terreinen van participatie en leefbaarheid bij elkaar gebracht worden die (ten dele) ook afzonderlijk in andere dashboards, rapportages en monitoren aan bod komen. 3. Monitorfunctie. De resultaten van elke Staat van de Stad worden gerelateerd aan die van de voorafgaande metingen (vanaf het jaar 2000). Zo kunnen conclusies over ontwikkelingen in de stad worden getrokken. De monitor De Staat van de Stad bestaat uit gestructureerde informatie over sociaaleconomische en sociaal-culturele ontwikkelingen in de stad. Het gaat daarbij om de situatie in de stad als geheel en de positie van verschillende groepen inwoners en verschillende gebieden in de stad en ontwikkelingen daarin. In het vervolg van deze rapportage worden de

inwoners van de gemeente Amsterdam voor het gemak ook wel kortweg aangeduid als ‘Amsterdammers’, hoewel we ons ervan bewust zijn dat hier ook ‘Weespers’ onder vallen. Daarbij staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 4. Wat is momenteel het algemene welzijnsniveau van volwassen Amsterdammers en groepen Amsterdammers, aan de hand van de Leefsituatieindex, ervaren geluk, tevredenheid en vertrouwen in de toekomst? En welke veranderingen zien we daarin in vergelijking met voorgaande jaren? 5. Hoe is het gesteld met de leefomstandigheden in de stad die samenhangen met participatie (qua bevolkingssamenstelling, woningmarkt, economie, mobiliteit, duurzaamheid, leefbaarheid en veiligheid) en hoe is de gezondheid van Amsterdammers? En in welke mate zijn hier de afgelopen jaren veranderingen in opgetreden? 6. In welke mate participeren (groepen) Amsterdammers in de samenleving op het gebied van onderwijs, arbeid, welvaart, vrijetijdsbesteding, maatschappelijke, culturele en politieke participatie? 7. Hoe is het welzijnsniveau en de participatie van Amsterdammers ruimtelijk verdeeld? Welke verschillen zien we tussen gebieden in de stad en hoe ontwikkelen deze zich door de tijd? 8.

Welke groepen hebben een achterstand op één of meer van deze terreinen, gelet op achtergrondkenmerken als leeftijd, geslacht, arbeidsmarktpositie en opleidingsniveau? Wat zijn de kwetsbare groepen in de stad? En welke groepen doen het juist goed? En zijn hier de afgelopen jaren veranderingen in opgetreden?

Thema’s: terreinen van participatie en leefbaarheid Perspectief vanuit brede welvaart Brede welvaart (BW) komt steeds meer prominent naar voren in discussies en heeft ook plaats in Amsterdamse beleidsambities, zoals in het Amsterdamse Coalitieakkoord 2022-2026. Naast materiele welvaart (zoals economische groei en inkomen), gaat het bij brede welvaart juist ook om het welzijn van mensen, dus over gezondheid, toegang tot onderwijs, arbeidsmarktsituatie, milieu, leefomgeving, sociale cohesie, ontplooiing, veiligheid etc. Ook is er bij brede welvaart oog voor hoe het huidig welzijn van inwoners van een land of regio (‘hier en nu’) samenhangt met het welzijn van mensen buiten de regio (‘elders’) en het toekomstig welzijn (‘later’). Hierbij is aandacht voor verschillen tussen

| Inleiding

groepen inwoners en gebieden. Immers de brede welvaart is niet gelijk verdeeld. De opzet van De Staat van de Stad monitor sluit aan bij de in de brede welvaartsgedachte genoemde thema’s en vooral aan het ‘hier en nu’ perspectief. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan verschillen tussen bevolkingsgroepen en gebieden in de stad. In het laatste hoofdstuk worden de resultaten besproken vanuit een brede welvaartsperspectief. Dit doen we aan de hand van de regionale Monitor Brede Welvaart van het CBS en de Amsterdamse vertaling hiervan op stadsdeelniveau. Het gaat om hoe ontwikkelingen op het ene terrein gevolgen hebben voor andere terreinen, hoe ze elkaar (kunnen) beïnvloeden. Verwachten we dat verbetering op een thema leidt tot verslechtering op andere thema’s of versterkt het elkaar? Voortgang op één domein kan zorgen voor voortgang op andere domeinen. Dan is er sprake van synergie. Voortgang op één domein kan ook zorgen voor achteruitgang op andere domeinen. Dan wordt er gesproken over een afruil. Bijvoorbeeld het bouwen van meer woningen zal ten koste gaan van de hoeveelheid groen of openbare ruimte en heeft gevolgen voor het milieu. De cijfers van de indicatoren van de brede welvaart zijn terug te vinden in het brede welvaart dashboard van O&S.

Terreinen van participatie De afzonderlijke participatieterreinen die in deze monitor behandeld worden, bestaan uit een aantal primaire participatievormen en een aantal sociaalculturele terreinen. Het gaat om de volgende primaire participatievormen met de volgende hoofdthema’s:

‘ Onderwijs: onderwijsdeelname en -prestaties van de Amsterdamse jeugd. Onder andere toetsresultaten, schoolverzuim, doorstroom, voortijdig schoolverlaten, volwasseneneducatie. ‘ Arbeid: deelname aan betaalde arbeid en een analyse van werkloosheid onder groepen. ‘ Inkomen: inkomens- en uitkeringsgegevens, rondkomen van het inkomen, armoede, schulden en schuldhulpverlening. Verder gaat De Staat van de Stad in op de volgende sociaal-culturele participatiedomeinen:

‘ Maatschappelijke participatie: waaronder sociale contacten en sociaal isolement, het verrichten van vrijwilligerswerk en informele hulp, religieuze betrokkenheid. ‘ Vrijetijdsparticipatie zoals cultuur en sport: het hebben van hobby’s, internetgebruik, uitgaansactiviteiten en cultuurdeelname, lidmaatschap van verenigingen, sportdeelname en het op vakantie gaan. ‘ Politieke participatie: waaronder politiek vertrouwen, politieke interesse, stemintentie, politieke voorkeur en stemgedrag.

De Staat van de Stad gaat ook over basisvoorwaarden en gevolgen van participatie en leefomstandigheden, namelijk:

‘ Bevolking en woningmarkt: beschrijft de algehele context waarin participatie en leefbaarheid plaatsvinden, aan de hand van demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de woningmarkt. De rapportage start dan ook met deze informatie om context te bieden voor de daaropvolgende hoofdstukken. ‘ Economie: de thema’s arbeid en inkomen en de mogelijkheden tot participatie hangen nauw samen met de economische situatie en ontwikkelingen daarin. Hierbij gaat het o.a. over de gevolgen van de coronacrisis, de bezoekerseconomie (toerisme) en circulaire economie. ‘ Duurzaamheid: de concentratie en activiteiten van bewoners en bedrijven hebben invloed op het milieu en de duurzaamheid van de stad. Hierbij gaat het om (duurzame) energieverbruik, afval en verontreiniging binnen Amsterdam en de luchtkwaliteit in relatie tot de planetaire grenzen. ‘ Mobiliteit: een goed bereikbare stad en goede mobiliteitsmogelijkheden zijn voorwaarden voor participatie. Verschillende vormen van mobiliteit komen hier aan bod. ‘ Gezondheid: gezondheid is een basisvoorwaarde voor participatie en een belangrijk onderdeel van het welzijn. Daarnaast kan participatie van invloed zijn op de (ervaren) gezondheid.

Hierbij wordt gekeken naar levensverwachting, ervaren gezondheid, , gerapporteerde aandoeningen en fysieke beperkingen, leefstijlfactoren, psychisch welzijn, ontvangen informele en formele zorg en verleende mantelzorg. ‘ Leefbaarheid en veiligheid: o.a. het oordeel van Amsterdammers over hun woonomgeving, de ervaren sociale cohesie en overlast, onveiligheidsgevoelens, ondermijning, criminaliteitscijfers en ervaren discriminatie. Diversiteit naar achtergrondkenmerken De Staat van de Stad is in het algemeen gericht op de positie van volwassen inwoners van 18 jaar en ouder, met uitzondering van de doelgroep in het hoofdstuk Onderwijs. Om inzicht te krijgen in groepen die een achterstand hebben op één of meerdere terreinen, of juist een gunstige positie, wordt in de monitor gekeken naar verschillen op de volgende achtergrondkenmerken en zo mogelijk naar combinaties daarvan: a. Leeftijd: in maximaal 7 klassen, al naar gelang het thema verschilt hierin soms de indeling. b. Geslacht: man of vrouw, voor de categorie ‘anders’ is te weinig informatie beschikbaar. c. Huishoudsamenstelling: alleenwonend, stel zonder kinderen, stel met kinderen, eenoudergezin.

19

20

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

d. Migratieachtergrond: aan de hand van geboorteland respondent en diens ouders. e. Opleiding, hoogst behaald onderwijsniveau, afgesloten met een diploma: basis (max. mbo-1: basisonderwijs, vmbo, mbo-1), middelbaar (havo, vwo, mbo-2 t/m 4), hbo of wo. f.

Inkomen: maandelijks netto inkomen van het huishouden in klassen.

Ad d) Indeling naar migratieachtergrond. In navolging van het CBS hanteert O&S sinds 2022 een nieuwe indeling naar migratieachtergrond. Daarbij worden de termen ‘bevolking met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond’ niet meer gebruikt. De hoofdindeling westers/ niet-westers hebben we vervangen door: geen migratieachtergrond, migratieachtergrond uit Europa (exclusief Nederland), migratieachtergrond vanuit buiten Europa. Wat ook veranderd is, is dat de herkomst van personen meer wordt bepaald door het land waarin zij zelf geboren zijn. Zo werden voorheen personen die in het buitenland waren geboren, maar van wie beide ouders in Nederland waren geboren, tot de groep zonder migratieachtergrond gerekend. Dat is veranderd: de herkomst van deze personen wordt bepaald door het land waarin zij zijn geboren. Indien de data het toelaten maken we verder onderscheid in deze 8 groepen:

‘ geen migratieachtergrond ‘ Europa (exclusief Nederland) ‘ Turkije ‘ Marokko ‘ Suriname ‘ Overig Afrika (exclusief Marokko) ‘ Overig Azië (exclusief Turkije) ‘ Overig Amerika en Oceanië. Bij beschrijving van verschillen tussen groepen naar migratieachtergrond kijken we zo mogelijk ook naar verschillen binnen deze groepen, zoals naar generatie, leeftijd en afgeronde opleiding. Ruimtelijke verschillen Ook kijken we in de monitor naar ruimtelijke verschillen in de stad die vaak een reflectie zijn van verschillen in samenstelling van de inwoners op bovenstaande achtergrondkenmerken. Daarbij gaat het om vergelijking tussen de zeven stadsdelen en het stadsgebied Weesp en tussen de 25 gebieden zoals benoemd voor de gebiedsgerichte aanpak van de gemeente. Indien mogelijk en relevant wordt er ook op kleiner gebiedsniveau, zoals wijken en buurten, gerapporteerd. Meer gegevens over verschillen tussen gebieden is te vinden op de website van O&S, zoals in het Basis Bestand Gebieden Amsterdam (BBGA) en Gebied in Beeld. Daarnaast worden in deze rapportage de gegevens over Amsterdam (zo mogelijk) in regionaal perspectief geplaatst (zoals de MDRA) en vergeleken met die van de andere drie grote steden van de G4, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, en met Nederland gemiddeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16551100/1