CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Amsterdam - Staat van de stad XIII

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de reactie op motie 275.24 van 26 juni 2024 van raadslid Schmit (D66) over Brede welvaart (VN2026-001004)53.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Afb. 6.1 Doodsoorzaken in Nederland en Amsterdam, 2003, 2013 en 2023 (procenten) 100% 25 80%

28

4 10

5 9

60% 33

20% 0%

28 2003 Nederland

23

31

31

28

25

2013

2023

7 8

24

21

29

27

2013

2023

Amsterdam Amsterdam Amsterdam

Niet-natuurlijke doodsoorzaken

Ziekten van hart en vaatstelsel

37

6 8

2003

Nederland Nederland

Overige doodsoorzaken

33

5 10

7 8

27

40%

29

34

Ziekten van ademhalingsstelsel

Nieuwvormingen



bron: CBS Statline, bewerking O&S

(73% in 2020 en 74% in 2018). Wel is er volgens de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen van de GGD in 2024 sprake van een lichte verbetering (74% ten opzichte van 2022 (68%) (GGD, 2025). Afb. 6.2 Goed ervaren gezondheid naar leeftijd, 2020, 2022 en 2024 (procenten) 100% 90%

89 83

81 82

81 81

80%

80

74 72

70%

73

71 64 65

60%

65

60 59

59

63 56 47

50%

52

68 68

54

40% 30% 20% 10% 0%

18-24

25-34

35-44

2020

2022

2024

45-54

55-64

65-74

Onder mannen is het aandeel dat positief is over de eigen gezondheid (71%) vergelijkbaar met het aandeel onder vrouwen (70%). In 2022 waren de verschillen groter, namelijk 74 procent voor mannen en 67 procent voor vrouwen. De ervaren gezondheid hangt sterk samen met de leeftijd: acht op de tien inwoners van 18 tot en met 34 jaar ervaren een goede gezondheid tegenover vijf op de tien inwoners van 65 jaar en ouder (zie afb. 6.2). Binnen de groep van 65 tot en met 74 jaar is het aandeel dat een goede gezondheid ervaart sterk afgenomen ten opzichte van 2022. Een mogelijke verklaring is dat het aandeel inwoners met een langdurige ziekte, aandoening of handicap in deze leeftijdsgroep in diezelfde periode sterk is toegenomen (zie ook volgende paragraaf). Ook bij inwoners van 35 tot en met 44 jaar is sprake van een daling in het aandeel dat een goede gezondheid ervaart, al is deze minder sterk. De ervaren gezondheid van jongvolwassenen

75 plus

totaal

94

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

(18 tot en met 24 jaar) is niet veranderd. Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 van de GGD Amsterdam blijkt eveneens dat inwoners van 16 tot en met 25 jaar hun gezondheid ongeveer even vaak als (zeer) goed beoordelen als in 2022 (GGD, 2025b). Vergeleken met het landelijk gemiddelde onder jongvolwassenen, ervaren Amsterdamse jongvolwassen hun gezondheid als minder goed. Ook speelt iemands sociaaleconomische status een grote rol bij de ervaren gezondheid. Zo ervaart de helft van de inwoners met maximaal een vmbo- of mbo-1-opleiding een goede gezondheid (49%), terwijl dit bij inwoners met een afgeronde hbo- of wo-opleiding op 81 procent ligt. Ook het inkomen is van invloed: terwijl 87 procent van de inwoners met een hoog inkomen (boven €3.200 netto per maand) zich (heel) gezond voelt, is dit 61 procent bij inwoners met een gemiddeld inkomen (€1.3513.200 netto per maand) en 43 procent onder hen met een laag inkomen (tot €1.350 netto per maand). Met name onder inwoners van 65 jaar en ouder zijn deze inkomensverschillen scherp zichtbaar. Slechts een derde van de oudere inwoners met een laag inkomen voelt zich gezond, tegenover circa driekwart van die groep met een hoog inkomen. Inwoners zonder migratieachtergrond geven het vaakst aan zich gezond te voelen (76%).

Inwoners met een Marokkaanse, Turkse, of Surinaamse migratieachtergrond zijn het minst vaak positief over hun gezondheid (respectievelijk 53%, 56% en 57%). Onder inwoners van 55 jaar en ouder met een Turkse migratieachtergrond is slechts twee op de tien

opleidingsniveau, inkomen en leeftijd, 2020, 2022 en 2024 (procenten)

opleiding

52

havo/vwo, mbo-2t/m4

31

hbo of wo

22

inkomen

laag

55

gemiddeld

42

hoog

18

18-24

12

25-34

13

leeftijd

35-44

24

45-54

38

55-64

49

65-74

58

75+ 0%

65 10% 2020

20%

30%

2022

2024

40%

50%

60%

70%

Deze verschillen in bevolkingssamenstelling weerspiegelen zich ook in de gezondheidssituatie per stadsdeel. In stadsdelen als Zuidoost (63%), Nieuw-West (63%) en Noord (63%) ervaren inwoners hun gezondheid gemiddeld minder positief. In stadsdelen als Centrum (76%), Zuid (75%), Oost (74%), West (72%) en stadsgebied Weesp (80%) voelen inwoners zich juist vaker gezond. Deze verschillen zijn vergelijkbaar met de situatie in 2022. Binnen de stad vallen sommige gebieden nog extra op: in Osdorp, Bijlmer-Centrum, Geuzenveld/ Slotermeer, Noord-Oost en Oud-Noord ervaren bewoners het minst vaak hun gezondheid als goed (tussen de 50% en 60%). Langdurige ziekte hangt sterk samen met sociaaleconomische status Dertig procent van de inwoners van 18 jaar en ouder geeft aan last te hebben van één of meer langdurige ziekten, aandoeningen of handicaps. Het kan daarbij ook gaan om ouderdomsklachten en specifieke ouderdomsziekten. Dit aandeel is iets lager dan in 2022 (33%). Naarmate mensen ouder worden stijgt het aandeel dat last heeft van een langdurige ziekte, aandoening of handicap: van 12 procent van de 18- tot en met 24-jarigen tot 65 procent van de 75-jarigen en ouder (zie afb. 6.3). De verschillen naar opleiding zijn net als in 2022 groot.

De helft (52%) van de Amsterdammers met maximaal een vmbo- of mbo-1-opleiding heeft last van een langdurige ziekte, aandoening of handicap, terwijl dit bij inwoners met een afgeronde hbo- of wo-opleiding op 22 procent ligt. Evenals verschillen naar opleiding zijn er ook verschillen naar inkomen. Amsterdammers met een laag inkomen hebben hier vaker last van (55%) dan mensen met een midden inkomen (42%) of een hoog inkomen (18%). Het aandeel Amsterdammers met een langdurige ziekte, aandoeningen of handicap onder mensen met een laag inkomen is in vergelijking met 2022 gedaald (61%). Wanneer we inzoomen op de groep van 55 jaar en ouder, zijn de verschillen ook groot. Binnen deze leeftijdsgroep heeft 74 procent van de Amsterdammers met een laag inkomen hier last van tegenover 42 procent van de Amsterdammers met een hoog inkomen. De verschillen naar sociaaleconomische status weerspiegelen zich ook in de langdurige ziekte, aandoening of handicap per stadsdeel. In de stadsdelen Noord en Nieuw-West komt een dergelijke aandoening het vaakst voor (38% en 36%), en in stadsdeel Zuid het minst vaak (27%).

Afb. 6.3 Last hebben van een langdurige ziekte, aandoening of handicap naar

max vmbo/mbo-1

positief over de eigen gezondheid. Bij inwoners met een Marokkaanse of Surinaamse migratieachtergrond van 55 jaar en ouder is dat ongeveer vier op de tien, terwijl dit zes op de tien is bij inwoners van 55 jaar en ouder zonder migratieachtergrond.

80%

95

6 | Gezondheid en zorg 

Mentale gezondheid Minder Amsterdammers met hoog risico op angststoornis of depressie Amsterdammers hebben in 2024 iets minder vaak een hoog risico op een angststoornis of depressie dan in 2022, zo blijkt uit de GGD Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen. In 2022 was dat 16 procent en in 2024 12 procent. Het zit nog niet op het niveau voor de coronapandemie, in 2020 was dit aandeel 9 procent. Amsterdammers tussen 18 en 34 jaar rapporteren het vaakst deze psychische klachten: 16 procent loopt in deze groep een hoog risico tegenover 12 procent bij 35- t/m 64-jarigen. Bij inwoners van 65 jaar of ouder ligt dit aandeel op 6 procent. In alle leeftijdsgroepen is dit aandeel licht gedaald ten opzichte van 2022, maar het blijft onder 18- t/m 64-jarigen hoger dan in 2020. Niet alleen leeftijd speelt een rol, ook opleidingsniveau. Amsterdammers met een basisschool- of een vmbo-/ mbo-1-opleiding (20%) hebben veel vaker een hoog risico op angststoornis of depressie dan Amsterdammers met een afgeronde hbo- of wo-opleiding (8%). Tot slot verschilt het risico per stadsdeel: inwoners van Noord (18%) lopen het vaakst risico op angststoornis of depressie, aldus de GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen.

Afb. 6.4 Kalm en rustig, energiek, en neerslachtig en somber voelen, 2020, 2022 en 2024 (procenten) kalm en rustig

Een iets groter aandeel (80%) geeft aan te worden belemmerd in de vrijetijdsbesteding, zoals sporten of reizen. Van de werkende (minimaal 12 uur per week) en studerende Amsterdammers met een langdurige ziekte, aandoening of handicap geeft driekwart aan te worden belemmerd bij het uitvoeren van hun dagelijkse bezigheden op school of werk. Dit laatste is de afgelopen jaren gestegen (63% in 2020, 70% in 2022 en 75% in 2024). Onder de Amsterdammers met een langdurige ziekte, aandoening of handicap geeft 91 procent aan belemmeringen te ervaren op ten minste één van de drie genoemde terreinen. Dit komt overeen met 24 procent van de totale Amsterdamse bevolking.

energiek

Driekwart Amsterdammers met een langdurige ziekte ervaart beperking bij dagelijkse bezigheden thuis Als gevolg van langdurige ziekten, aandoeningen of handicaps worden mensen belemmerd bij het uitvoeren van hun dagelijkse bezigheden thuis. Van de Amsterdammers met een langdurige ziekte, aandoening of handicap wordt ruim driekwart (77%) hierin licht of sterk belemmerd.

Grote verschillen in psychisch welbevinden naar geslacht, opleiding en inkomen In De Staat van de Stad enquête is gevraagd naar hoe Amsterdammers zich de afgelopen vier weken voelden. De helft van de volwassen inwoners voelde zich zelden tot nooit neerslachtig of somber (49%, zie afb. 6.4). Dit aandeel is in de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven. Daarnaast voelde 52 procent zich voortdurend of meestal energiek en tweederde (66%) zich voortdurend of meestal kalm en rustig. Deze cijfers zijn ook vergelijkbaar met voorgaande jaren. Mensen die zich psychisch goed voelen, ervaren hun gezondheid ook vaak als goed, en vice versa. Het gevoel van energiek zijn hangt van deze drie metingen het sterkst samen met de ervaren gezondheid.

neerslachtig en somber

Er is een sterke samenhang tussen de ervaren gezondheid en last hebben van een langdurige ziekte, aandoening of handicap. Zeventig procent van de Amsterdammers met een matige tot (zeer) slechte gezondheid heeft last van een dergelijke aandoening.

2020

68

23

10

2022

66

24

10

2024

66

24

10

2020

52

33

15

2022

52

32

17

2024

52

33

15

2020

12

39

49

2022

13

38

50

2024

12

40

49

0%

20% voortdurend

40% soms

60% zelden/nooit

Mannen zijn over het algemeen positiever over hun psychische gezondheid dan vrouwen; zij voelen zich vaker zelden tot nooit neerslachtig of somber (52% versus 46%), en ook vaker kalm of rustig (69% tegenover 63%) en energiek (56% tegenover 49%). Ook opleiding en inkomen spelen een rol. Inwoners met maximaal een vmbo- of mbo-1opleiding ervaren minder vaak een goede psychische gezondheid dan inwoners met een afgeronde hbo- of wo-opleiding. Zo voelt 15 procent van de eerste groep zich voortdurend/meestal neerslachtig of somber, vergeleken met negen procent van de inwoners met een afgeronde hbo- of wo-opleiding (9%). Ook voelen zij zich minder vaak kalm en rustig (60% versus 69%) en energiek (44% versus 58%). Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar naar inkomensklassen: inwoners met een laag inkomen voelden zich vaker neerslachtig of somber (21%) dan inwoners met een hoog inkomen (6%). Zij voelden zich ook minder vaak energiek (32% versus 63%) en minder vaak kalm en rustig (48% versus 72%).

80%

100%

96

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

Amsterdammers vaker sterk eenzaam dan gemiddeld in Nederland Eenzaamheid blijft een belangrijk thema in Amsterdam. Volgens de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen 2024 van de GGD Amsterdam voelt 18 procent van de inwoners zich sterk eenzaam. Ruim een derde (34%) voelt zich matig eenzaam. Sterke eenzaamheid komt vaker voor in Amsterdam dan gemiddeld in Nederland (13%).

procent in 2022 naar 52 procent in 2024. Het aandeel jongvolwassenen dat vaak suïcidale gedachten heeft, is licht afgenomen van 7 procent in 2022 naar 6 procent in 2024. Deze ontwikkelingen volgen grotendeels dezelfde lijn als in de rest van Nederland. Deze trends laten een licht positieve verbetering zien, al blijft de mentale gezondheid van veel jongvolwassenen kwetsbaar.

Mannen geven iets vaker aan zich sterk eenzaam te voelen dan vrouwen (20% tegenover 17%). Ook zijn er duidelijke verschillen tussen leeftijdsgroepen. Sterke eenzaamheid komt minder vaak voor onder Amsterdammers van 65 jaar en ouder (13%) dan onder jongere leeftijdsgroepen (19%). Tegelijkertijd is matige eenzaamheid juist vaker aanwezig onder Amsterdammers van 75 jaar en ouder (43%) dan onder de jongere leeftijdsgroepen (34%).

Leefstijlfactoren

Amsterdammers met een basisschool- of een vmbo-/ mbo-1-opleiding voelen zich vaker sterk eenzaam (25%) dan Amsterdammers met een afgeronde hboof wo-opleiding (15%). Ook lijkt eenzaamheid zich te concentreren bij inwoners in bepaalde delen van de stad. In de stadsdelen Zuidoost (26%), en NieuwWest (23%) komt sterke eenzaamheid het vaakst voor. Mentale gezondheid van Amsterdamse jongvolwassen blijft relatief slechter dan gemiddeld in Nederland Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassen 2024 van de GGD blijkt dat bijna zes op de tien Amsterdamse jongvolwassen (16 tot en met 25 jaar) hun eigen mentale gezondheid ervaren als ‘gaat wel’ of (zeer) slecht (56%). Dit aandeel ligt iets hoger dan het landelijke gemiddelde van 49 procent. Jongvolwassen vrouwen ervaren hun mentale gezondheid minder gunstig dan jongvolwassen mannen. Toch is er sprake van een lichte verbetering vergeleken met 2022. Zo voelen jongvolwassenen zich in 2024 minder vaak sterk eenzaam (24%) dan in 2022 (27%). Ook is er een daling te zien in het aandeel dat (heel) vaak stress ervaart: van 57

Deze paragraaf beschrijft de leefstijl van volwassen Amsterdammers op het gebied van bewegen, overgewicht en middelengebruik. De gegevens in deze paragraaf komen, tenzij anders vermeld, uit de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen 2024 van de GGD Amsterdam. Gelijke kansen op gezondheid voor alle Amsterdammers Gezondheid wordt grotendeels beïnvloed door leefstijl, zoals voldoende bewegen, gezond eten en het vermijden van nicotinegebruik. Juist op deze thema’s zijn er in Amsterdam grote verschillen naar bijvoorbeeld geslacht, leeftijd, inkomen en opleiding. Om deze verschillen te verkleinen en de gezondheid van alle Amsterdammers te verbeteren, is het stedelijk samenwerkingsprogramma Amsterdam Vitaal & Gezond (AV&G) in het leven geroepen. Het is een samenwerkingsverband van de Gemeente Amsterdam, Zilveren Kruis, Cliëntenbelang Amsterdam, Sigra en Elaa. Samen werken zij aan een ambitieus doel: in 2040 moeten alle Amsterdammers gelijke kansen hebben op een goede gezondheid. Voor kwetsbare groepen betekent dit een toename van tien gezonde levensjaren ten opzichte van 2020. AV&G zet in op veranderingen in wonen, ondersteuning en zorg. De stad moet een gezonde metropool zijn waar mensen voldoende ruimte hebben om te groeien, te bewegen en gezond te leven. Zorg moet voor iedereen toegankelijk en beschikbaar zijn.

Daarbij is er ook aandacht voor de mensen die in de zorg werken: zij moeten hun werk met plezier kunnen doen en de waardering krijgen die ze verdienen. Om de voortgang van de stad richting deze doelen te volgen, heeft AV&G

97

6 | Gezondheid en zorg 

leeftijd

geslacht

achtergrondkenmerken en stadsdelen, 2024 (procenten)

opleiding

Vier op de tien Amsterdammers hebben overgewicht Vier op de tien Amsterdammers van 18 jaar en ouder (40%) hebben overgewicht, inclusief obesitas. Dat wil zeggen dat deze personen een BMI van 25 of hoger hebben. Dit komt overeen met de cijfers van 2022 (41%). Twaalf procent van de Amsterdammers heeft obesitas, oftewel ernstig overgewicht (BMI hoger of gelijk aan 30). Vergeleken met het landelijk beeld scoort Amsterdam iets gunstiger: landelijk heeft de helft van de volwassenen overgewicht en kampt 16 procent met obesitas.

Afb. 6.5 A  andeel Amsterdammers met overgewicht (incl. obesitas) naar

45

man vrouw

36

18-64 jaar

38 51

65 jaar of ouder basisschool of vmbo-/mbo-1 havo/vwo, mbo-2t/m4 hbo of wo

57 46 34 31

Centrum

39

West

47

Nieuw-West stadsdeel

een meetmethode ontwikkeld. Hiermee wordt onder meer gekeken naar gezondheidsfactoren, zoals roken, beweging en voeding. De eerste factsheets die een beknopt overzicht geven van de huidige status omtrent deze thema’s én de gezonde levensverwachting zijn te vinden op de website van AV&G.

Zuid

35

Oost

36 42

Noord

45

Weesp

Zes op de tien Amsterdammers voldoen aan beweegrichtlijn Ongeveer zes op de tien volwassen Amsterdammers (58%) voldoen aan de landelijke beweegrichtlijn. Daarmee scoort Amsterdam duidelijk beter dan het landelijke gemiddelde van 49 procent. Deze beweegrichtlijn van 2017 adviseert volwassenen om wekelijks minstens 2,5 uur matig intensieve inspanning te doen, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen, en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten. Mannen voldoen hier iets vaker aan dan vrouwen (61% versus 56%). Ook speelt leeftijd een rol: onder inwoners van 18 tot en met 64 jaar voldoet 61 procent aan de richtlijn, tegenover 44 procent van de inwoners van 65 jaar en ouder. Ook doet de genoten opleiding ertoe. Zo voldoet slechts 40 procent van de Amsterdammers met een basisschool- of een vmbo-/mbo-1-opleiding aan de richtlijn, tegenover 65 procent van de Amsterdammers met een afgeronde hbo- of woopleiding. In de stadsdelen Centrum (67%), West (66%) en Zuid (65%) voldoet het grootste aandeel Amsterdammers aan de richtlijn.

55

Zuidoost tot.

Er bestaan duidelijke verschillen tussen groepen. Zo komt overgewicht vaker voor bij mannen dan bij vrouwen (45% versus 36%, zie afb. 6.5), terwijl obesitas juist meer voorkomt onder vrouwen (10% versus 13%). Amsterdammers tussen de 18 en 24 jaar hebben relatief weinig overgewicht (24%), terwijl dit percentage bij Amsterdammers van 55 jaar en ouder boven de 50 procent is. Ook speelt opleidingsniveau een rol: Amsterdammers met een basisschool of een vmbo-/mbo-1-opleiding hebben vaker overgewicht (57%) dan Amsterdammers met een afgeronde hboof wo-opleiding (34%). De geografische verschillen binnen de stad zijn eveneens groot. In de stadsdelen Zuidoost (55%) en Nieuw-West (47%) is het aandeel met overgewicht (incl. obesitas) het hoogst. In het stadsdeel Centrum ligt dit percentage het laagst (31%).

40

Amsterdam 0%

20%

40%

60%

80%

100%

bron: GGD Amsterdam

Drie op de tien Amsterdammers voldoen aan de groentenorm In 2024 voldoet 29 procent van de Amsterdammers van 16 jaar en ouder aan de groentenorm van minimaal 250 gram groente per dag. Dit blijkt uit een enquête onder deelnemers van het Stadspanel Amsterdam (O&S, 2025b). Ter vergelijking: landelijk voldoet 27 procent van de volwassenen tussen 18 en 80 jaar aan de richtlijn van 200 gram groenten per dag (RIVM/VWS, 2023). Een andere manier om groenteconsumptie in kaart te brengen, is door te kijken naar hoe vaak mensen groente eten. Uit de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen van de GGD Amsterdam blijkt dat 83 procent van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder vijf of meer dagen per week groente eet. Hierbij zijn duidelijke verschillen zichtbaar tussen groepen: van de inwoners met een basisschool of vmbo-/mbo1-opleiding eet 66 procent vijf of meer dagen per week groente, tegenover 89 procent bij inwoners met een afgeronde hbo- of wo-opleiding. Daarnaast eten inwoners met een huishoudeninkomen onder het minimum (70%) minder vaak vijf of meer dagen per week groente dan inwoners met een inkomen boven het minimum (86%). Verder eten vrouwen (86%) vaker vijf of meer dagen per week groente dan mannen (80%). In totaal eet 67 procent van de Amsterdammers vijf of meer dagen per week fruit. Vrouwen eten vaker vijf of meer dagen per week fruit (71%) dan mannen (63%).

Bij fruitconsumptie speelt leeftijd een rol: van de 18- tot en met 34-jarigen eet 62 procent vijf of meer dagen per week fruit, bij de 35-tot en met 64-jarigen is dat 69 procent, en bij Amsterdammers van 65 jaar en ouder is dat zelfs 77 procent. Inwoners

98

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

met een basisschool- of een vmbo-/mbo-1-opleiding (63%) en inwoners met een havo-/vwo- of een mbo2 t/m 4-opleiding (58%) eten minder vaak vijf of meer dagen per week fruit dan de inwoners met een afgeronde hbo- of wo-opleiding (72%). En inwoners met een lager huishoudinkomen eten minder vaak vijf of meer dagen per week fruit (63%) dan inwoners met een hoger inkomen (69%). Tot slot geeft 9 procent van de Amsterdammers van 18 jaar en ouder aan onvoldoende financiële middelen te hebben om gezond te kunnen eten. Dit benadrukt het belang van toegankelijke en betaalbare voeding voor alle inwoners van de stad. Lichte daling in nicotinegebruik, maar nog altijd hoog In 2024 rookt 21 procent van de volwassen Amsterdammers. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2022, toen nog 24 procent aangaf te roken. Ondanks deze afname ligt het percentage rokers in Amsterdam nog altijd hoger dan het landelijke gemiddelde van 16 procent. Van de volwassen Amsterdammers rookt 11 procent dagelijks en is twee procent een zware roker. Mannen roken vaker dan vrouwen: 25 procent tegenover 17 procent. De meeste rokers bevinden zich in de leeftijdscategorie 18 tot en met 34 jaar (27%). Amsterdammers met een havo-/vwo- of een mbo-2 t/m 4-opleiding (26%) roken vaker dan Amsterdammers met een afgeronde hbo- of woopleiding (19%).

Drugs- en alcoholgebruik onder volwassenen blijft stabiel Het gebruik van cannabis en cocaïne onder volwassen Amsterdammers is in 2024 vergelijkbaar met 2022. Eenentwintig procent van de volwassen Amsterdammers heeft in het afgelopen jaar cannabis gebruikt, terwijl 10 procent aangeeft cocaïne te hebben gebruikt. Het gebruik van XTC ligt op 17 procent. Ook het alcoholgebruik blijft stabiel: 12 procent van de volwassen Amsterdammers van 18 jaar en ouder is een zware drinker van alcohol. Daarbij gaat het om het drinken van zes of meer glazen alcohol voor mannen en vier of meer glazen voor vrouwen op minimaal één dag per week. Amsterdammers met een basisschool- of een vmbo-/ mbo-1-opleiding zijn minder vaak zware drinkers (8%) dan Amsterdammers met een havo-/vwo- of een mbo-2 t/m4-opleiding (13%) en Amsterdammers met afgeronde hbo- of wo-opleiding (12%). Verder drinkt 8 procent overmatig, dat wil zeggen: meer dan 21 glazen per week voor mannen en meer dan 14 voor vrouwen.

Amsterdamse jongvolwassen gebruiken relatief vaak nicotine, alcohol en drugs Amsterdamse jongvolwassenen laten in 2024 hogere gebruikscijfers zien dan hun leeftijdsgenoten in heel Nederland. Dit blijkt uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen van de GGD Amsterdam. Zo is 26 procent van hen een zware drinker tegenover 21 procent landelijk. Ook het gebruik van nicotineproducten (roken, vapen en/of snus) ligt hoger in Amsterdam: 37 procent versus 33 procent. Op het gebied van drugsgebruik zijn de verschillen nog groter. Cannabis wordt door 23 procent van de Amsterdamse jongvolwassenen gebruikt tegenover 15 procent landelijk. Ook voor harddrugs verschilt het gebruik: 18 procent in Amsterdam tegenover 9 procent gemiddeld in Nederland. De categorie harddrugs omvat middelen als 2C-B, 3-MMC, 4-MMC, Amfetamine, Cocaïne, GHB, Ketamine, Paddo’s, Truffels en XTC. In Amsterdam is het gebruik van XTC onder jongvolwassenen afgenomen van 11 procent in 2022 naar 9 procent in 2024. Tegelijkertijd is het gebruik van 3-MMC of 4-MMC juist toegenomen van 3 procent in 2022 naar 7 procent in 2024. Het totale gebruik van harddrugs door Amsterdamse jongvolwassenen is gelijk gebleven in de periode 2022-2024.

Hulp vanwege gezondheid Dertien procent ontving hulp vanwege gezondheid Dertien procent van de volwassen Amsterdammers heeft in de afgelopen twaalf maanden vanwege de gezondheid hulp gehad bij huishoudelijke activiteiten, de persoonlijke verzorging en/of de verpleging. Het gaat hierbij zowel om hulp vanuit het eigen netwerk als om professionele hulp. Dit percentage is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Inwoners die last hebben van een langdurige aandoening, ziekte of handicap ontvingen relatief vaak hulp (29%). Ook inwoners met een als 'matig' of 'slecht' ervaren gezondheid ontvingen vaker hulp (respectievelijk 21% en 46%). Vrouwen ontvingen iets vaker hulp dan mannen (15% versus 11%). Leeftijd speelt een belangrijke rol: een derde van de Amsterdammers van 75 jaar of ouder kreeg hulp vanwege de gezondheid (32%). Dit hangt samen met hun veelal slechtere gezondheid. Bij de groep van 65 tot en met 74 jaar lag dit aandeel op 18 procent, terwijl jongere leeftijdsgroepen rond het gemiddelde zaten. Ook opleiding en inkomen hangen samen met het ontvangen van dergelijke hulp. Inwoners met een afgeronde hbo- of woopleiding kregen de helft minder vaak hulp vanwege hun gezondheid dan zij met een maximaal vmbo- of mbo-1-opleiding. Dit is mogelijk te verklaren door de gemiddelde betere gezondheid onder hen met meer opleiding.

Dit geldt mogelijk ook voor inkomen: inwoners met een laag inkomen ontvingen vaker hulp (24%) dan inwoners met een hoog inkomen (8%).

99

6 | Gezondheid en zorg 

Afb. 6.6 Verwachting terecht te kunnen bij naaste omgeving voor hulp vanwege de gezondheid naar leeftijd en inkomen, 2024 (procenten)

inkomen

laag inkomen (tot 1350 netto)

leeftijd

De meeste mensen die hulp ontvingen, kregen dat vanuit hun naaste omgeving (63%), zoals gezinsleden, familieleden, vrienden, kennissen of buren. Ruim een derde ontving professionele hulp zoals de thuiszorg (35%) en 16 procent ontving particuliere hulp zoals een schoonmaker. Dit is vergelijkbaar met 2022. Jongere Amsterdammers van 18 tot en met 29 jaar kregen relatief vaak hun hulp vanuit hun naaste omgeving (73%). Bij oudere Amsterdammers van 55 jaar of ouder en Amsterdammers zonder migratieachtergrond kwam professionele hulp juist vaker voor (resp. 48% en 51%).

38

gemiddeld inkomen (1351-3200)

Relatief veel jonge Amsterdammers zijn zeker dat ze dergelijke hulp kunnen ontvangen (zie afb. 6.6). Terwijl relatief veel Amsterdammers van 55 jaar en ouder verwachten dit zeker niet te kunnen ontvangen. De verwachting om bij je naaste omgeving terecht te kunnen voor hulp hangt sterk samen met sociaaleconomische status. Amsterdammers met een hoog inkomen (63%) en Amsterdammers met een afgeronde hbo- of wo-opleiding (58%) verwachten deze hulp zeker te kunnen krijgen (zie afb. 6.6). Terwijl Amsterdammers met een laag inkomen (23%) en Amsterdammers met maximaal een vmbo- of mbo1-opleiding (17%) relatief vaak verwachten zeker niet terecht te kunnen bij hun naaste omgeving. Ook verwachten Amsterdammer met een Europese migratieachtergrond (59%) en Amsterdammers zonder migratieachtergrond (56%) vaker zeker hulp van hun naasten te kunnen ontvangen dan bijvoorbeeld Amsterdammers met een Marokkaanse (39%) of een Turkse (43%) migratieachtergrond. Tevredenheid over hoe de zorg is geregeld in de stad blijft dalen Hoe tevreden zijn Amsterdammers met hoe de zorg geregeld is in de stad? Vijfendertig procent van de volwassen Amsterdammers geeft een 5 of lager als rapportcijfer, waarbij een rapportcijfer van 1 staat voor zeer ontevreden en 10 voor zeer tevreden. Dit is meer dan in 2022, toen was het namelijk dertig procent. Gemiddeld geven Amsterdammers een 6,0 als rapportcijfer.

Het gemiddelde rapportcijfer daalt de afgelopen jaren: in 2020 gaven Amsterdammers gemiddeld een 6,7 en in 2022 gaf men een 6,3. We zien dat Amsterdammers met een matige tot (zeer) slechte gezondheid minder positief zijn dan Amsterdammers met een goede ervaren gezondheid (5,5 versus 6,3).

23

44

63

18-29

71

30-54

18

30

39

31

20% ja, zeker

misschien

14

27

49

0%

12

33

hoog inkomen (3201 en hoger)

55 en ouder

Verwachting van hulp vanuit netwerk hangt sterk samen met leeftijd en sociaaleconomische status De helft (50%) van de Amsterdammers denkt dat zij bij hun naaste omgeving terecht kunnen wanneer zij vanwege hun gezondheid hulp nodig zouden hebben. Ruim een kwart (27%) denkt dat dit misschien het geval is. Elf procent verwacht zeker geen hulp te kunnen ontvangen, terwijl tien procent het niet weet en drie procent de vraag niet heeft beantwoord. Deze resultaten zijn vergelijkbaar met die van 2022.

27

40% zeker niet

11

17 60%

80%

weet niet, geen antwoord

Eén op de elf Amsterdammers verleent mantelzorg Mantelzorg is een langdurige, intensieve en onbetaalde zorg aan een naaste met een chronische ziekte, beperking of hulpbehoefte. Uit de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen van de GGD komt naar voren dat in 2024 9 procent van de Amsterdammers mantelzorg heeft verleend. Dit aandeel is vrijwel gelijk aan 2022 (10%). Het gaat daarbij om zorg van minimaal 3 maanden en/of minimaal 8 uur in de week. Vrouwen verlenen vaker mantelzorg (11%) dan mannen (8%). Ook verlenen 55- t/m 64-jarigen vaker dan gemiddeld mantelzorg (18%). Mantelzorg verlenen kan van grote invloed zijn op het dagelijks leven van de mantelzorgers, omdat het vaak wordt gecombineerd met bijvoorbeeld zorgtaken voor kinderen en/of werk. Drie procent van de volwassen Amsterdammers voelt zich zwaar belast of overbelast door het geven van mantelzorg. Binnen de groep mantelzorgers gaat het om 26 procent.

Gebruik gemeentelijke zorgvoorzieningen Gebruikers jeugdvoorziening binnen de jeugdwet In 2023 hebben ruim 15.000 Amsterdammers tot 18 jaar gebruik gemaakt van minstens één jeugdvoorziening binnen de jeugdwet, zoals hoogspecialistische jeugdhulp en/of overige specialistische jeugdhulp (O&S, 2023). Dit komt neer op 10 procent van alle jongeren in deze leeftijdsgroep in Amsterdam. Hoogspecialistische jeugdhulp wordt ingezet bij jongeren of gezinnen met meervoudige en complexe problematiek. Dit betreft bijvoorbeeld jongeren met ernstige psychiatrische aandoeningen, jongeren met een verstandelijke beperking of jongeren met verslavingsproblematiek. Vaak spelen bij deze groep meerdere problemen tegelijk op verschillende leefgebieden, zoals onderwijs, armoede, of huiselijk geweld.

9

6

4

5

6

10

13 100%

100

De Staat van de Stad Amsterdam XIII

Bekendheid buurtteams Sinds april 2021 zijn er in Amsterdam buurtteams waar inwoners terecht kunnen voor vragen over andere zorg en gezondheid. Daarnaast kunnen de teams ook helpen bij vragen over wonen, werk, geld, ontmoeten en veiligheid. Momenteel zijn er 39 buurtteams in de gemeente Amsterdam (Buurtteam Amsterdam, 2025). O&S heeft in 2024 onderzocht in hoeverre Amsterdammers bekend zijn met de buurtteams in Amsterdam (O&S, 2024). In dit onderzoek is aan de Amsterdammers gevraagd: ‘waar zou u beginnen met het zoeken van hulp’. Hieruit kwam naar voren dat 13 procent van de Amsterdammers naar een buurtteam zou gaan bij het zoeken van hulp. Van de Amsterdammers is 62 procent bekend met de buurtteams in Amsterdam. De meerderheid daarvan zegt het buurtteam te kennen uit hun eigen buurt. Wmo-gebruik stijgt met leeftijd en sociaaleconomische factoren De gemeente Amsterdam biedt via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) diverse vormen van ondersteuning aan, met als doel inwoners zo lang mogelijk zelfstandig en veilig thuis te laten wonen. Het gaat hierbij onder andere om ambulante ondersteuning, dagbesteding, logeeropvang, opvang, woon- en vervoersvoorzieningen, en hulp bij het huishouden. Volgens het CBS maakten in 2023 ruim 67.000 Amsterdammers gebruik van een voorziening binnen de Wmo (CBS StatLine, 2023b). Dat komt neer op 73 op de 1.000 inwoners.

Dat is iets meer dan landelijk: in Nederland is 70 op de 1.000 inwoners Wmo-cliënt. Van alle Amsterdammers van 18 jaar en ouder maakte 9 procent in 2023 gebruik van één of meerdere

Wmo- zorgvoorzieningen (zie afb 6.7). Het gebruik ligt duidelijk hoger onder oudere Amsterdammers: onder Amsterdammers van 65 tot en met 74 jaar is dat 20 procent en onder Amsterdammers van 75 jaar en ouder is dat 51 procent. Naast leeftijd, zijn ook andere factoren van invloed op het gebruik van Wmovoorzieningen. Zo is het gebruik relatief hoog onder Amsterdammers met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum, Amsterdammers met maximaal een vmbo- of mbo-1-opleiding en onder Amsterdammers met een Surinaams migratieachtergrond. Verwachte groei in zorggebruik Op dit moment bestaat het merendeel van de Wmogebruikers uit Amsterdammers van 65 jaar en ouder. De verwachting is dat deze groep de komende jaren sterk zal gaan groeien (zie ook dossier Vergrijzing van O&S). Daarmee neemt ook het aantal mensen met een toenemende zorg- en ondersteuningsbehoefte toe. Zoals eerder in dit hoofdstuk is benoemd, kunnen veel mensen niet terugvallen op een sociaal netwerk voor informele hulp. Hierdoor zijn zij vaker afhankelijk van professionele zorg en zorgvoorzieningen. In 2025 heeft O&S onderzoek gedaan naar de verwachte vraag naar hulp bij huishouden, een veelgebruikte voorziening binnen de Wmo (O&S, 2025c). De uitkomsten lieten zien dat de vraag in de komende jaren sterk zal toenemen als gevolg van de vergrijzing.

Tegelijkertijd staat de zorgsector onder grote druk: er is sprake van aanhoudende personeelstekorten en een vergrijzende beroepsbevolking. Hierdoor kunnen wachtlijsten verder oplopen. In 2024 stonden 1.433 mensen op de wachtlijst voor hulp bij huishouden, met een maximale wachttijd van 15 maanden (Bestuursrapportage, 2024).

Afb. 6.7 Aandeel Amsterdammers van 18 jaar of ouder met één of meerdere zorgvoorzieningen vanuit de Wmo, naar leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, woonsituatie, migratieachtergrond en inkomen, 2023 (procenten).

18 t/m 64 jaar 65 t/m 74 jaar 75 jaar en ouder

4

20

man vrouw

7

max vmbo/mbo-1 havo/vwo, mbo-2t/m4 hbo of wo

6

10

geen laag inkomen (>130%sm) laag inkomen(≤130%sm) totaal Amsterdam 0%

17

2

niet alleenwonend alleenwonend geen migratieachtergrond Europa (excl.Nederland) Turkije Marokko Suriname Overig Afrika Overig Amerika en Oceanië Overig Azië

51

5 13 9

4

9 10 6 6

7

21

5

26 9 20%

40%

60% bron: CBS statline

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16551100/1