CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatierapport burgerberaad Groene Stad

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 5 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de evaluatie van het Burgerberaad Groene Stad (VN2026-000662)11.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

19 alinea's met “bijeenkomst”: 73 75 85 92 93 95 115 116 118 305 316 319 321 326 329 333 336 341 358

Rapportage Evaluatie Burgerberaad

E N E

O R G STAD

Evaluatieonderzoek burgerberaad groene stad Datum 18 December 2025 In opdracht van Stedelijk Team Participatie, Gemeente Amsterdam Onderzoekers Procesevaluatie Gertjan de Groot, Bob Knoester – Lectoraat Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken, Hogeschool van Amsterdam Deelnemerservaring Charley Fiedeldij Dop, Simone Heinen, Shirley Lammers – Stichting Bureau Burgerberaad Contactpersonen Gertjan de Groot, Hogeschool van Amsterdam, g.de.groot@hva.nl Charley Fiedeldij Dop, Bureau Burgerberaad, charley@bureauburgerberaad.nl Copyright © Met duidelijke bronvermelding mag alles uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van sociale media, druk, fotokopie of op enige andere wijze.

2

Inhoud Samenvatting: plus- en leerpunten van het burgerberaad groene stad

5

Hoofdstuk 1 Aanleiding en opzet burgerberaad groene stad

7

Aanleiding

7

Onderwerp en vraagstelling

7

Mandaat en randvoorwaarden

8

Opzet van het burgerberaad

8

Hoofdstuk 2 Het evaluatieonderzoek naar het burgerberaad groene stad 2.1 Waarop is het burgerberaad groene stad geëvalueerd?

10 10

Ervaring van de deelnemers

10

Evaluatie proces

11

2.2 Hoe is het evaluatieonderzoek uitgevoerd?

11

Observatieonderzoek

11

Interviews

11

Deskresearch

11

Vragenlijsten

12

Focusgroep

13

Hoofdstuk 3 De deelnemersevaluatie van het burgerberaad groene stad 3.1 Hoe hebben deelnemers het beraad als geheel ervaren?

15 15

In hoeverre hebben deelnemers procedurele rechtvaardigheid ervaren tijdens het beraad? 3.2 Ervaring van informatievoorziening De informatievoorziening

17 19 19

Hoe hebben deelnemers de werkvormen en de gespreksbegeleiding tijdens het burgerberaad ervaren? 3.3 Invloed deelname op betrokkenheid bij stad en stedeling

21 23

In hoeverre heeft het burgerberaad bijgedragen aan het vergroten van de betrokkenheid van deelnemers bij de stad?

23

In hoeverre is het perspectief van deelnemers op andersdenkende inwoners veranderd, als gevolg van de deliberatie en uitwisseling van perspectieven?

23

In hoeverre heeft het burgerberaad bijgedragen aan het vergroten van het eigenaarschap van de deelnemers t.o.v. het onderwerp?

24

3

In hoeverre is het perspectief van deelnemers op het onderwerp veranderd als gevolg van de deliberatie en uitwisseling van perspectieven? 3.4 Blik op de toekomst Hoeveel vertrouwen hebben de deelnemers dat de gemeente de adviezen opvolgt? Hoofdstuk 4 De evaluatie van het proces

24 27 26 28

4.1 Wat is het effect geweest van de enquêtes op de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad groene stad?

28

Effect van de mei-enquête

29

Effect van de zomer-enquête

30

Effect van beide enquêtes

31

4.2 In hoeverre sloten het doel van het burgerberaad, de vraagformulering en het procesontwerp op elkaar aan?

32

Wat was het doel van het burgerberaad groene stad?

32

In hoeverre sloot de vraagformulering aan op het doel?

32

Invulling van het procesontwerp

33

Samenhang tussen doel, vraagformulering en procesontwerp

34

Tot slot: lessen voor aankomende burgerberaden

36

Bijlagen

38

Bijlage 1: Vragenlijst eerste bijeenkomst

38

Bijlage 2: Vragenlijst laatste bijeenkomst

42

Bijlage 3: Tips per onderwerp op basis van antwoorden uit de (zomer) enquête

46

4

Samenvatting: plus- en leerpunten van het burgerberaad groene stad De deelnemerservaring van het proces Pluspunten: Deelnemers beoordelen het burgerberaad overwegend positief en geven het een 7,6. De organisatie van het beraad werd breed gewaardeerd. De meeste deelnemers benoemden de duidelijke structuur, de professionele begeleiding en de zorgvuldige communicatie, de sfeer en de concrete uitkomst (gezamenlijke adviezen). Naarmate de afronding naderde, groeide het gevoel iets waardevols te hebben gedaan. Deelnemers benoemden hun deelname als betekenisvol en verbindend. Leerpunten: Deelnemers gaven ook aan dat het proces aan het einde te gehaast verliep, waardoor de adviezen minder sterk geformuleerd konden worden dan gewenst. Vroege afstemming tussen groepen ontbrak, waardoor overlap ontstond. Een terugkerend punt is de zorg over een goede balans in spreektijd, specifiek onder jongere en praktisch opgeleide deelnemers. Ook werd het taalgebruik vaak als ‘te ambtelijk’ ervaren.

De ervaring van de informatievoorziening en de inzet van experts Pluspunten: De meeste deelnemers vonden de informatievoorziening nuttig, divers en overwegend begrijpelijk. De inzet van experts, excursies en de variatie aan werkvormen werd breed gewaardeerd: deze boden verdieping, praktijkvoorbeelden en maakten het proces afwisselend. Leerpunten: Het taalniveau, tempo en de informatiedichtheid worden herhaaldelijk genoemd als barrières, vooral voor praktisch opgeleide deelnemers en jongeren. De rol en betekenis van de feedbackcommissie werd niet door iedereen begrepen. Daarnaast ervoeren sommige deelnemers een te grote afhankelijkheid van ambtenaren in de rol van expert of gespreksbegeleider.

De ervaring van de werkvormen en de gespreksbegeleiders Pluspunten: De werkvormen werden over het algemeen als effectief en uitnodigend ervaren. De afwisseling tussen plenaire sessies, kleinere groepjes en creatieve werkvormen (zoals perspectiefwisseling) helpt deelnemers om hun ideeën te delen. De begeleiding werd omschreven als kundig, betrokken en empathisch. Uit de focusgroep blijkt dat visuele werkvormen beter aansloten dan tekstuele. Leerpunten: De wisseling in groepen, vele thema’s en rommelige momenten zorgden voor minder diepgang en cognitieve overbelasting. Dominante stemmen, akoestische problemen en wisselende kwaliteit van gespreksbegeleiding belemmerden voor sommige deelnemers gelijkwaardige deelname - vooral jongeren en praktisch opgeleiden. Sommige werkvormen werden als onprettig en onveilig ervaren (zoals de ‘roddeloefening’).

5

De impact van deelname op de deelnemers Pluspunten: Het burgerberaad heeft sterk bijgedragen aan meer betrokkenheid bij de stad en het onderwerp: vooral jongeren en praktisch opgeleide deelnemers voelen zich na afloop verantwoordelijker en meer verbonden. De uitwisseling van perspectieven zorgde bij een meerderheid voor meer begrip voor andersdenkenden en versterkte (nieuwe) vaardigheden als actief luisteren, belangen afwegen en samenwerken. Deelnemers voelen meer motivatie om zelf bij te dragen aan vergroening in de stad. Leerpunten: Het zwakste punt in de beleving van de deelnemers is het vertrouwen dat de gemeente de adviezen overneemt. Dat is nadrukkelijk het geval onder deelnemers met een praktische opleiding en jongeren. Voor veel deelnemers is de opvolging van de adviezen een voorwaarde voor hun bereidheid om in de toekomst opnieuw aan een burgerberaad mee te doen.

De verbinding met de bredere samenleving Pluspunten: Het is te prijzen dat de gemeente, het maxi-publiek actief om input heeft gevraagd voor het burgerberaad Groene Stad. Het maxi-publiek zag grotendeels overeenkomstige verbeteringen op het gebied van groen als de deelnemers aan het burgerberaad. Dat versterkt de legitimiteit van de adviezen van het burgerberaad groene stad. Leerpunten: Deel de input van het maxi-publiek eerder in het proces (bijvoorbeeld in bijeenkomst 4) en geef de deelnemers ook toegang tot de rijkheid van de antwoorden van het maxi-publiek, waardoor de deelnemers in staat zijn om de rijkheid van de antwoorden te verwerken in de adviezen waar zij op dat moment aan werken.

De aansluiting doel en vraagstelling Pluspunten: De brede vraag om de groeiende stad samen groener te maken, bood veel ruimte aan de deelnemers. Leerpunten: Gebruik bij de formulering van het doel, de kracht van het instrument burgerberaad, wat bij uitstek geschikt is om stedelijke afwegingen bij ingewikkelde dilemma’s te ondersteunen.

6

Hoofdstuk 1 Aanleiding en opzet burgerberaad groene stad In dit hoofdstuk beschrijven we beknopt de aanleiding, de inhoud, onderwerp en vraagstelling, mandaat en randvoorwaarden en opzet van het burgerberaad groene stad. Aanleiding Het Burgerberaad Groene Stad kent een interessante voorgeschiedenis. De gemeente Amsterdam had de strategische keuze gemaakt om de stad ‘rigoureus te vergroenen’, maar een groep bewoners maakte zich zorgen of hier genoeg aandacht voor was in het nieuwe Beleidskader Hoofdgroenstructuur, dat toenmalig wethouder Reinier van Dantzig voorstelde. De groep initieerde een referendum, met een opkomst van 38 procent, waarvan 59 procent tegen de nieuwe hoofdgroenstructuur stemden. In de raadsvergadering van 27 juni 2024, waar de uitslag werd besproken, had de raad moeite met het duiden van deze uitslag. D66’er Hofland diende een motie in om een Burgerberaad te organiseren over dit vraagstuk. ‘Amsterdam is tegen de plannen voor de nieuwe hoofdgroenstructuur. Nee is nee. Daarom stemmen wij tegen. Het is nu belangrijk om te weten wat de stad wél wil, meer dan alleen een “ja” of “nee”. Daarom willen we een burgerberaad, waarmee Amsterdammers de kans krijgen om aan te geven wat zij willen.’ Zijn motie werd aangenomen en de gemeente ging aan de slag om een burgerberaad te organiseren.

Onderwerp en vraagstelling In zijn motie stelde Hofland voor om een burgerberaad te organiseren over ‘de opgave om rigoureus te vergroenen in een groeiende stad, waarin ook voldoende woningen worden gebouwd, maatschappelijke voorzieningen worden gerealiseerd, enzovoorts’. Dit spanningsveld, tussen de groei van de stad en het vergroenen van de stad, werd vertaald naar een hoofdvraag aan het burgerberaad: Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener? De gemeente gaf ter inspiratie onderwerpen mee aan het burgerberaad zoals: ● Vergroenen in een groeiende stad ● Manieren om te vergroenen ● Bescherming van groen ● Samenwerken ● De factor tijd: adviezen voor korte, middellange en lange termijn Het burgerberaad zou zelf ‘bepalen of en zo ja, welke van deze deelonderwerpen worden betrokken bij het beantwoorden van de hoofdvraag.’ De onafhankelijkheid van het burgerberaad was een belangrijke randvoorwaarde: zij mag adviseren waarover zij wil adviseren.

7

Mandaat en randvoorwaarden Het Burgerberaad Groene Stad is het tweede stedelijke burgerberaad, in lijn met het gemeentelijke Beleidskader Burgerberaden uit 2023. In dit kader wordt gesteld dat een burgerberaad een zwaarwegend mandaat krijgt: “Het uitgangspunt is dat de aanbevelingen van het burgerberaad overgenomen worden door college en raad. Alleen als de aanbevelingen van het burgerberaad financieel, juridisch of praktisch niet uitvoerbaar zijn, kan er met zwaarwegende redenen van worden afgeweken.” In het Beleidskader Burgerberaden staat dat vooraf duidelijk moet zijn aan welke voorwaarden adviezen van het burgerberaad moeten voldoen (p. 13). De gemeente beaamt dit in de Startnotitie van Burgerberaad Groene Stad: ‘deelnemers (moeten) van tevoren op de hoogte gesteld (zijn) van de gemeentelijke kaders en bevoegdheden, om te waarborgen dat de verwachtingen over de uitvoerbaarheid van de uitgebrachte adviezen realistisch zijn. Hoe realistischer de aanbevelingen, des te groter de kans dat college en gemeenteraad die overnemen.’ (p. 13) De verschillende financiële, juridische en praktische randvoorwaarden zullen niet in het begin van het burgerberaad worden meegegeven, ‘zodat de wijsheid van de groep zoveel mogelijk benut wordt’ (p. 12).

Tijdens het proces zullen deze verhelderd worden door gespreksleiders, experts en bij de facultatieve feedback op conceptadviezen, die onder andere kan ingaan op (p. 13): • gemak van de uitvoering; voor zowel Amsterdammers en Weespers als de betrokken diensten van de gemeente; • de benodigde menskracht; • financiële kosten en de verdeling daarvan; • de mate waarin adviezen passen in de huidige wet- en regelgeving; • de mate waarin adviezen passen bij andere grote opgaven in de stad. De motie Hofland geeft het te organiseren burgerberaad ‘de ruimte [..] om ook buiten de vastgestelde kaders te adviseren’. De kaders zijn in de startnotitie niet concreter uitgewerkt dan de bovenstaande lijst. Het is ook niet duidelijke hoeveel financiële ruimte de gemeente heeft om de adviezen van het burgerberaad uit te voeren. De gemeente geeft wel aan in welke beleidsstukken zij de adviezen kan opnemen. Opzet van het burgerberaad Het Burgerberaad Groene Stad bestond uit een diverse groep van 130 gelote Amsterdammers, waarvan er 97 aanwezig waren bij de eerste en 71 bij de laatste bijeenkomst. De deelnemers kwamen in de periode tussen 31 mei en 27 september 2025 zes keer (plenair) bijeen. Team Burgerberaad ontwierp en begeleidde de bijeenkomsten van het burgerberaad groene stad op basis van de Theory U van Otto Scharmer, zie infographic.

Een aantal deelnemers van het burgerberaad fungeerde als begeleidingsgroep om tussen bijeenkomsten in, om te adviseren over procesmatige en inhoudelijke zaken, zoals de integratie van adviezen.

8

Het proces van de bijeenkomsten 1 LANDEN & VERBINDEN

2

31 mei 2025

PROBLEEMANALYSE

14 juni 2025

WAARDEN & DILLEMA’S

3

4 juli 2025

4

BOUWEN AAN OPLOSSINGEN 30 augustus 2025

5 CONCREET MAKEN

12 september 2025

6

AFRONDEN EN VIEREN

27 september 2025

Hoofdstuk 2 Het evaluatieonderzoek naar het burgerberaad groene stad Het burgerberaad groene stad is het tweede (echte) Amsterdamse burgerberaad. Op basis van de resultaten van dit en het eerdere evaluatieonderzoek naar het burgerberaad Schone Stad kan de gemeente Amsterdam blijven leren van de ervaringen die zijn opgedaan met de opzet en uitvoering van burgerberaden. De inzichten dragen zo bij aan de doorontwikkeling van burgerberaden als instrument om de lokale democratie te versterken door bewoners te betrekken bij politieke besluitvorming.

2.1 Waarop is het burgerberaad groene stad geëvalueerd? Het evaluatieonderzoek bestaat uit twee delen. Dit deel gaan over de ervaring van de deelnemers en het proces, in mei 2027 volgt een rapportage over de opvolging van de door het burgerberaad groene stad uitgebrachte adviezen. Ervaring van de deelnemers De ervaring van de deelnemers is geëvalueerd op basis van de onderstaande drie onderzoeksthema’s en de daarbij horende tien deelvragen: Hoe hebben de deelnemers het proces ervaren? ● Hoe hebben deelnemers het beraad als geheel ervaren? ● In hoeverre hebben deelnemers procedurele rechtvaardigheid ervaren tijdens het beraad? ● Hoe hebben deelnemers de inzet van experts, de feedbackcommissie en informatievoorziening ervaren? ● Hoe hebben deelnemers de werkvormen en de gespreksbegeleiding tijdens het burgerberaad ervaren? Invloed deelname op betrokkenheid bij stad en stedeling ● Hoeveel procent van de deelnemers had nog nooit meegepraat met de gemeente voor deelname aan het burgerberaad? ● In hoeverre heeft het burgerberaad bijgedragen aan het vergroten van de betrokkenheid van deelnemers bij de stad? ● In hoeverre is het perspectief van deelnemers op andersdenkende inwoners veranderd, als gevolg van de deliberatie en uitwisseling van perspectieven? ● In hoeverre is het perspectief van deelnemers op het onderwerp veranderd als gevolg van de deliberatie en uitwisseling van

perspectieven? ● In hoeverre heeft het burgerberaad bijgedragen aan het vergroten van het eigenaarschap van de deelnemers t.o.v. het onderwerp? Hoe kijken deelnemers naar de toekomst? ● Hoeveel vertrouwen hebben de deelnemers dat de gemeente de adviezen opvolgt?

10

Evaluatie proces Het proces van het burgerberaad groene stad is geëvalueerd op basis van de onderstaande vragen: ● Wat is het effect van de input van het maxi-publiek (de uitkomsten van de twee gehouden enquêtes) geweest op de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad groene stad? ● In hoeverre sloten het doel van het burgerberaad, de vraagformulering en het procesontwerp op elkaar aan?

2.2 Hoe is het evaluatieonderzoek uitgevoerd? Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen zijn op verschillende manieren data verzameld. Door het combineren van verschillende methodes van dataverzameling is geprobeerd om een zo betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen van de ervaringen van de deelnemers en de opzet van het burgerberaad. Hieronder volgt een toelichting van de dataverzameling. Observatieonderzoek Onderzoekers woonden de eerste (31 mei 2025), vijfde (12 mei 2025) en zesde (27 september 2025) bijeenkomst van het burgerberaad groene stad bij om te observeren. De observaties zijn o.a. gebruikt voor het beantwoorden van de twee onderzoeksvragen over het proces. Interviews Twee deelnemers, die niet bij de focusgroep aanwezig konden zijn, zijn telefonische geïnterviewd. Daarnaast zijn er o.a. interviews gehouden om de procesvragen te kunnen beantwoorden: • Op 7 september 2025 is de senior communicatieadviseur burgerberaad groene stad Gavroche Abels geïnterviewd voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag: ‘Wat is het effect van de input van het maxi-publiek (de uitkomsten van de twee gehouden enquêtes) geweest op de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad groene stad?’ ● Op 3 september 2025 is de ambtelijke projectleiding van het burgerberaad groene stad (Tessel Schavemaker, Vera Adels en Wouter van der Veur) geïnterviewd.

Op 11 november zijn de ontwerpers van Team Burgerberaad (Marije Kattenwinkel en Tomer Kedar) achter elkaar geïnterviewd. Al deze interviews zijn gebruikt bij de beantwoording van de onderzoeksvraag: ‘In hoeverre sloten het doel van het burgerberaad, de vraagformulering en het procesontwerp op elkaar aan?’ Deskresearch Daarnaast is deskresearch gebruikt om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Daarbij zijn o.a. de presentaties tijdens het burgerberaad groene stad, de draaiboeken, de verslagen van de bijeenkomsten en de communicatie met deelnemers bestudeerd. Vragenlijsten Voor de evaluatie van de deelnemerservaring is bij de start van de eerste bijeenkomst van het burgerberaad door onderzoekers een vragenlijst uitgedeeld (in het Nederlands en

11

Engels), met het verzoek om deze ter plekke in te vullen. Naast inhoudelijke vragen, werden er ook enkele vragen gesteld over achtergrondkenmerken. Van de 97 aanwezige deelnemers, hebben in totaal 81 personen de vragenlijst ingevuld. Dat is 83% van de aanwezigen op dag 1. Tijdens de laatste bijeenkomst van het burgerberaad groene stad hebben twee onderzoekers nogmaals een vragenlijst (in het Nederlands en het Engels) uitgedeeld om de ervaringen van deelnemers met het burgerberaad in kaart te brengen. Het verzoek aan de deelnemers was om deze vragenlijst ter plekke in te vullen. Van de 71 aanwezige deelnemers, hebben in totaal 51 personen de vragenlijst ingevuld. Dat is 75% van de aanwezigen op dag 6. In verhouding tot de inwoners van Amsterdam, is de afspiegeling van de deelnemers van het deelnemersonderzoek als volgt: Amsterdam % Leeftijd

Opleiding

Vragenlijst dag 2 %

16-25

19

16

9

26-45

39

28

34

46-65

26

26

23

66+

15

29

28

1

6

Onbekend Geslacht

Vragenlijst dag 1 %

Man

49

44

36

Vrouw

51

56

56

x

-

-

8

HBO/WO

49

47

58

Niet

51

51

38

n.b.

2

4

HBO/WO Geen antwoord Het is belangrijk om te benoemen dat de bevindingen rondom de deelnemerservaring vooral afkomstig zijn van de deelnemers die tot het einde van het traject zijn gebleven. De

12

ervaringen van deelnemers die eerder zijn afgehaakt, zijn niet meegenomen in deze analyse, waardoor het beeld mogelijk positiever is dan gemiddeld voor de gehele groep. Focusgroep Aanvullend op de vragenlijsten, vond er voor de evaluatie van de deelnemerservaring een focusgroep plaats met de onderzoekers. Op woensdag 8 oktober 2025 kwamen negen deelnemers van het burgerberaad samen, om dieper toe te lichten wat het burgerberaad voor hen heeft betekend en hoe zij de verschillende onderdelen zoals werkvormen, informatie en inclusiviteit, hebben ervaren. In de sessie werkten deelnemers met tijdlijnen en thema’s om hun gevoel, betrokkenheid en begrip over het proces visueel te maken. Deelname aan de focusgroep was vrijwillig. Er heeft geen loting of andere vorm van selectie plaatsgevonden die de afspiegeling van het beraad kon garanderen. Op basis van observatie kan gesteld worden dat er mensen aanwezig waren met een verschillend opleidingsniveau en geslacht. De gemiddelde leeftijd van de aanwezige deelnemers lag relatief hoog. Er was initieel een tweede focusgroep gepland, die niet doorging door te weinig aanmeldingen. Met de twee deelnemers die niet bij de andere focusgroep konden aansluiten, zijn telefonische interviews afgenomen.

13

Algemene ervaring Gemiddeld cijfer

7.6

72%

Ervaringen van deelnemers in cijfers

Woorden die werden genoemd:

gaf een onvoldoende van de deelnemers gaf een 7 of hoger

Zinvol Tijdsdruk

7%

Leerzaam

Inspirerend

Beter afstemmen tussen groepen

100% 99% 92% 88% voelde zich welkom.

voelde zich met respect behandeld.

“Ik hoop dat er echt iets met onze adviezen gebeurt, anders voelt het als tijd verspillen.” - man, 31, WO

vond dat het beraad eerlijk verliep.

58% 13%

vond dat er voldoende ruimte was voor ieders inbreng.

van de deelnemers heeft vertrouwen dat de gemeente de adviezen zal opvolgen.

Wantrouwend

29%

Neutraal

Hoofdstuk 3 De deelnemersevaluatie van het burgerberaad Groene Stad Hoe hebben de deelnemers het proces ervaren? 3.1 Hoe hebben deelnemers het beraad als geheel ervaren? Deelnemers beoordelen het burgerberaad overwegend positief. In de eindmeting geeft de groep een ruim voldoende tot goed. Een gemiddeld rapportcijfer van 7,6. De meeste waardering werd uitgesproken voor de organisatie, de sfeer en de concrete uitkomst (gezamenlijke adviezen). Aandachtspunten bleken begrijpelijke taal (sommigen vonden dit juist goed gaan, anderen vonden de taal te ambtelijk) en de inzet van tolken (wat deels voor meer toegankelijkheid zorgde, maar deels ook voor eilandjes-vorming). In hun ervaring van de beraaddagen, gaven deelnemers aan dat er in het begin voldoende tijd was voor kennismaking en informatie-uitwisseling. Zo werd de start ook door vrijwel alle deelnemers van de focusgroep ervaren als energiek en verbindend: er was nieuwsgierigheid, openheid en motivatie om samen te werken. “Meedenken over verandering is leuk!” (Man, 62, MBO) In het midden van het proces daalde de energie merkbaar. Deelnemers benoemden deze fase als intensief, chaotisch en vermoeiend door tijdsdruk, groepswisselingen en een overvloed aan informatie. Richting de afronding nam het enthousiasme weer toe: deelnemers voelden trots, voldoening en hernieuwde betrokkenheid bij de gezamenlijke adviezen.

De afronding gaf velen het gevoel dat hun inzet zin had. Uit zowel de focusgroep als de vragenlijst kwam echter naar voren dat het einde te gehaast was. Er was te weinig tijd voor inhoudelijke uitwisseling, het schrijven van de adviezen en de besluitvorming. “Er waren te veel onderwerpen en daardoor te kort de tijd om dieper in te gaan op de materie.” (Man, 35, WO) Als we kijken naar specifieke doelgroepen zien we een aantal verschillen. Opleiding Theoretisch opgeleide deelnemers zijn zowel voorafgaand aan als na afloop van het beraad positiever over het proces. Praktisch opgeleiden deelnemers staan hier vaker neutraal tegenover: •

•

Theoretisch geschoolde deelnemers geven het beraad een 7,8. Ze omschrijven hun deelname als ‘leerzaam’ en hebben waardering voor de diepgang. Tegelijkertijd werd vaker benoemd: taalniveau is ingewikkeld en tijdsdruk wat verdieping soms tegenhoudt. Praktisch opgeleide deelnemers geven het beraad een 7,0 en noemen woorden als ‘goede organisatie’ en ‘leerzaam’. Ook gaven ze aan tijdens hun deelname soms last te

15

hebben gehad van moeilijke woorden en te veel informatie tegelijk. “We produceren nu een ambtelijk niet inclusief stuk. Waarom geen advies in klare taal waarin je concreet zegt wat je wilt in plaats van in vage begrippen?’’ (Vrouw, 40, WO) Leeftijd Jongere en middenleeftijdsgroepen zijn in toon optimistischer over het beraad; oudere deelnemers voelen zich wel betrokken bij het beraad, maar zijn kritischer op de organisatie en de uitkomsten. •

Jongeren (<30 jaar) benadrukken de nieuwe ervaring en sociale verbinding (“eerste ervaring met meedoen”, “meer bewustwording”).

•

De middengroep (30–65 jaar) zoekt vooral impact van hun deelname (“als de gemeente het opvolgt”).

•

Ouderen (65+ jaar) benadrukken de waarde van ontmoeting en kennisuitwisseling (“Leerzaam om andere perspectieven te horen”). “Ik voelde me betrokken en verbonden. Er werd goed geluisterd en fijn samengewerkt.” (Vrouw, 24 jaar, HBO) “Ik vond het een erg leerzame ervaring zowel qua het onderwerp van het beraad als de mensen waarmee je samen werkte.” (Man, 65, WO)

Gender De algehele waardering is licht hoger onder vrouwen (gemiddeld een 7,8) dan onder mannen (gemiddeld een 7,3).

16

In hoeverre hebben deelnemers procedurele rechtvaardigheid ervaren tijdens het beraad? De overgrote meerderheid van de deelnemers heeft het beraad ervaren als eerlijk (92%) en voelden zich met respect behandeld (99%). De meeste deelnemers voelden zich gehoord in de adviezen (82%). Uit de focusgroep blijkt dat er wel verschillende ervaringen zijn in gehoord voelen bij verschillende werkvormen. De meeste deelnemers vonden de voorzitters/gespreksleiders (grotendeels) onpartijdig (87%). Hoewel het merendeel het proces eerlijk vond verlopen, benoemen deelnemers ook verschillen in balans van spreektijd. Mondige of beleidsvaardige deelnemers namen soms meer ruimte in, terwijl jongere en praktisch opgeleide deelnemers aangeven dat zij moeilijker ‘ertussen kwamen’. Er zijn hierin ook verschillen per groep waar te nemen: • 74% van de praktisch opgeleide deelnemers vond het proces eerlijk (ten opzichte van 92% van de theoretisch geschoolden). •

100% van de jongere deelnemers (<30 jaar) vonden het proces eerlijk (tegenover 80% van de deelnemers boven de 65 jaar).

Er zijn een aantal factoren die ervoor zorgen dat een deel van de deelnemers twijfelt of alle perspectieven daadwerkelijk gelijkwaardig zijn meegewogen. Vooral richting de eindfase waarin adviezen werden geformuleerd. Dit waren bijvoorbeeld: wisselingen van groepen, akoestische uitdagingen en variatie in kwaliteit van gespreksbegeleiding. “Soms namen dezelfde mensen te veel ruimte in. Als je jong bent, is het lastig om daar tussendoor te komen.” (vrouw, 24 jaar, HBO).

17

Ervaring van informatievoorziening

84%

78%

61%

van de deelnemers vond de informatie nuttig

vond deze divers

vond deze volledig

88%

82%

87%

van de deelnemers vond dat er voldoende ruimte was voor ieders inbreng.

vond de werkvormen passend bij hun manier van meedoen.

vond de voorzitters en gespreksleiders onpartijdig.

Wat goed ging:

“De gesprekken werden goed begeleid. Fijn dat er veel informatie gedeeld werd. De excursies waren leuk. ” - vrouw, 22, HAVO/VWO Wat beter kan:

“Het is de bedoeling dat het gericht is op alle burgers, maar toch wordt er vaak taal gebruikt die echt niet iedereen gebruikt.” - vrouw, 18, Basisschool

3.2 Ervaring van informatievoorziening Hoe hebben deelnemers de inzet van experts, de feedbackcommissie en informatievoorziening ervaren? De informatievoorziening De afwisseling tussen informatie, werkvormen en interactie maakte het traject volgens de meeste mensen afwisselend en toegankelijk. De informatie werd door de meesten als nuttig, divers en volledig beschouwd. Dat wil zeggen dat mensen iets hadden aan de gegeven informatie en er verschillende perspectieven en thema’s aan bod kwamen. Een deel miste wel diepgang of heldere koppeling aan de uiteindelijke adviezen. De meeste mensen vonden de informatie begrijpelijk, al vond een deel het taalniveau te hoog, het tempo te snel of uitleg te complex. ‘’Het was soms allemaal een beetje teveel, maar gelukkig zijn er anderen die er beter mee kunnen omgaan’’ (Man, 67, HAVO/VWO) ‘’Er blijft een gevoel van gehaastheid over het beraad hangen. Ik had zelf het gevoel niet het hele advies te overzien.’’ (Man, 31, WO) Kijkend naar de ervaringen van verschillende doelgroepen, valt het volgende op: •

Onder praktisch opgeleiden is de waardering voor de volledigheid en begrijpelijkheid van de informatievoorziening lager: •

54% van de deelnemers met een praktische opleiding vond de informatie volledig (ten opzichte 82% bij theoretisch geschoolde deelnemers).

•

61% van de praktisch geschoolden vond de informatie begrijpelijk (ten opzichte van 90% bij theoretisch geschoolden).

“Het is de bedoeling dat het gericht is op alle burgers, maar toch wordt er vaak taal gebruikt die echt niet iedereen gebruikt.’’ (Vrouw, 18, Basisonderwijs) •

Ook zijn er duidelijke verschillen in hoe deelnemers van verschillende leeftijden de begrijpelijkheid van de informatie hebben ervaren: •

69% van de jongere deelnemers (<30 jaar) vindt de informatie goed te begrijpen. Al vinden ze het tempo en de hoeveelheid informatie relatief zwaarder.

•

90% van de oudere deelnemers (65+ jaar) vindt de informatie begrijpelijk. Al hadden ze wel meer tijd nodig om de complexe materie goed te verwerken.

“Veel te veel groepjes en te veel thema’s. Niet de mogelijkheid om echt diepgang te vinden in elk thema, want wij moesten door.” (Vrouw, 60, HBO)

19

De experts en excursies Deelnemers waardeerden de diversiteit aan experts, de ruimte om vragen te stellen en de kans om praktijkvoorbeelden te zien; deze elementen droegen duidelijk bij aan de inhoudelijke verdieping. Tegelijkertijd benadrukten enkele deelnemers het belang van toegankelijker taalgebruik, omdat ambtelijke en technische termen niet voor iedereen goed te volgen waren. ‘’Goede afwisseling in werkvormen en groepen. Goede begeleiding. Duidelijk proces en alles werd goed uitgelegd. De excursie was een hoogtepunt!’’ (Vrouw, 70, WO) De inzet van experts en excursies werd over het algemeen gezien als nuttig, gevarieerd en meestal goed te begrijpen. Toch ervaarden sommige deelnemers dat informatie soms onvolledig was of juist te breed werd aangeboden, waardoor de focus en diepgang onder druk kwamen te staan. Ook bleek zowel uit de focusgroep als uit de vragenlijsten dat een deel van de deelnemers vond dat er te veel ambtenaren als expert optraden. “Het was soms allemaal een beetje teveel, maar gelukkig zijn er anderen die er beter mee kunnen omgaan.” (man, 67, HAVO/VWO) De feedbackcommissie Uit de vragenlijst blijkt dat de feedbackcommissie voor de meeste deelnemers geen zichtbare rol heeft gespeeld.

Slechts een kleine minderheid (ongeveer 10–15%) geeft aan dat de reacties van de feedbackcommissie hielpen bij het maken van de adviezen; een vergelijkbare groep is negatief hierover. De grootste groep antwoordt neutraal. Deelnemers van de focusgroep gaven aan dat de feedbackcommissie hun adviezen niet altijd goed had begrepen. Hierdoor konden ze soms minder goed uit de voeten met de gegeven feedback. Tijdens de focusgroep bleek ook dat veel deelnemers niet goed begrepen wat er precies werd bedoeld met “de feedbackcommissie”. Hierdoor is het mogelijk dat de waardering voor de feedbackcommissie in de vragenlijst lager is uitgevallen dan daadwerkelijk het geval was.

20

Hoe hebben deelnemers de werkvormen en de gespreksbegeleiding tijdens het burgerberaad ervaren? De werkvormen De werkvormen werden over het algemeen als prettig en effectief ervaren. De afwisseling tussen gezamenlijke gesprekken, kleine groepjes en meer creatieve manieren van werken hielp deelnemers om hun ideeën goed te delen. De begeleiding werd gezien als deskundig, vriendelijk en aandachtig. De variatie in werkvormen werd gewaardeerd, zolang het tempo duidelijk was, het aantal onderwerpen niet te groot werd en iedereen voldoende ruimte kreeg om aan het woord te komen. De sfeer wordt veelal omschreven als open, veilig en uitnodigend. De meeste deelnemers ervaren voldoende ruimte voor ieders inbreng; een minderheid ervaart dominante stemmen of voelt zich minder thuis bij sommige werkvormen. Tijdens de focusgroep worden de volgende werkzame elementen genoemd: standpunt omdraai-oefening (empathie), rouleren tussen groepen (veel perspectieven) en het zelf nemen van eigenaarschap als de gespreksbegeleiding minder sterk was. Als knelpunten worden rommeligheid, wisselingen tussen groepen (geen vaste basis), akoestiek/ruis en hoge cognitieve belasting genoemd.

“Ik miste een vaste groep; het was te veel wisselen en daardoor weinig diepgang.” (Vrouw, 60, HBO) De mate waarin deelnemers zich konden vinden in de stelling ‘ik kon op mijn manier meedoen’ verschilt sterk per leeftijdsgroep en opleidingsniveau: •

69% van de jongeren (<30 jaar) is het hiermee eens (ten opzichte van 95% van de oudere deelnemers).

•

72% van de praktisch opgeleiden is het hiermee eens (tegenover 90% van de theoretisch opgeleiden).

De gespreksbegeleiding Over het algemeen zijn de deelnemers positief over de gespreksbegeleiding. 87% geeft aan dat de gespreksleiders onpartijdig waren. Tegelijkertijd kwamen zowel uit de vragenlijst, focusgroep en de interviews enkele kritische geluiden over de perceptie van onafhankelijkheid, specifiek wanneer gespreksleiders ambtenaren waren. “Als je onafhankelijk wilt zijn, moet je geen ambtenaren neerzetten. Ik begon daardoor te twijfelen” (Vrouw, 60, HBO)

21

Effect van deelname op betrokkenheid

58%

van de deelnemers heeft meer begrip gekregen voor mensen met een andere mening over het onderwerp.

33%

is “neutraal”

82%

66%

van de deelnemers geeft aan nu beter te begrijpen wat er speelt rondom de groene stad.

denkt nu anders over de groene stad dan voor het burgerberaad.

84%

72%

76%

voelt meer betrokkenheid bij het onderwerp.

voelt meer verantwoordelijkheid voor een groene stad.

van de deelnemers wil zich inzetten om de stad groener te maken.

“Ik heb meer oog gekregen wat de waarde van ‘microgroen’; eerder trok ik dat als ‘onkruid’ weg. Ik kijk ook meer dan ooit met ‘groene ogen’ naar de stad’’ - vrouw, 40, WO

3.3 Invloed van deelname op betrokkenheid van deelnemers bij stad en stedeling In hoeverre heeft het burgerberaad bijgedragen aan het vergroten van de betrokkenheid van deelnemers bij de stad? Het burgerberaad heeft duidelijk bijgedragen aan een sterkere betrokkenheid bij Amsterdam. Hierbij valt op dat: •

Jongere deelnemers (<30) zich meer willen inzetten voor een groene stad (100%) en zich meer verantwoordelijk voelen voor een groene stad (100%).

•

Praktisch opgeleiden na deelname meer verantwoordelijkheid voelen (66%) en meer bereid zijn om zich in te zetten voor een groene stad (66%).

Ook in de open antwoorden van de vragenlijst komt deze toename in betrokkenheid een meermaals naar voren: “It has been overall an enrichment for me to understand political topics of the city of Amsterdam better.” (Vrouw, 34, WO) “Ik kijk beter om me heen, waardeer het groene van de stad meer, en heb vernieuwende interesse in beleid.” (Vrouw, 70, MBO)

In hoeverre is het perspectief van deelnemers op andersdenkende inwoners veranderd, als gevolg van de deliberatie en uitwisseling van perspectieven? Het burgerberaad heeft duidelijk bijgedragen aan meer begrip en empathie tussen deelnemers met verschillende achtergronden en meningen. Uit het onderzoek blijkt dat 58% van de deelnemers aangaf meer begrip te hebben gekregen voor mensen met een andere mening. In de focusgroep werd dit bevestigd: werkvormen zoals de standpuntomdraai-oefening hielpen deelnemers om vanuit een ander perspectief te redeneren en droegen zo bij aan wederzijds begrip en nuance. “Het was fijn om met zoveel verschillende mensen te praten. Dat zie je in je dagelijks leven eigenlijk nooit.” (Man, focusgroep) Deelnemers gaven aan nieuwe vaardigheden te hebben ontwikkeld in luisteren, het wegen van belangen en het samenwerken met uiteenlopende stadsgenoten. Ook noemden zij een groei in hun burgerschapscompetenties, zoals het vermogen om compromissen te sluiten en constructief te discussiëren. De excursies en kenniscafés speelden hierin een duidelijke rol: door samen te leren en te reflecteren, ontstond meer inzicht in de complexiteit van stedelijke vraagstukken. “Ik zie beter hoe ik met mensen met andere meningen kan communiceren.” (Man, 32, WO).

23

In hoeverre heeft het burgerberaad bijgedragen aan het vergroten van het eigenaarschap van de deelnemers t.o.v. het onderwerp? Het burgerberaad heeft bijgedragen aan begrip voor het onderwerp onder deelnemers: •

83% van de deelnemers geeft aan beter te begrijpen wat er speelt rond het onderwerp groene stad. Dat geldt zelfs voor 100% van de jongeren (<30 jaar), (tegenover 75% van deelnemers >30 jaar).

Daarnaast blijkt uit de enquête dat het beraad voor veel deelnemers heeft bijgedragen aan meer betrokkenheid en eigenaarschap: • • •

84% voelt zich meer betrokken bij het onderwerp. 72% voelt zich meer verantwoordelijk voor een groene stad. 76% geeft aan zich meer te willen inzetten om de stad groener te maken.

Ook hier tonen jongeren (<30 jaar) de sterkste toename in betrokkenheid (88%) en verantwoordelijkheid (79%). Tijdens de focusgroep geven deelnemers aan dat zij door het beraad sterker het gevoel hebben dat zij zélf kunnen bijdragen aan vergroening, en noemen voorbeelden zoals tuinof balkontegels vervangen, actiever nadenken over vergroening van de eigen leefomgeving, of het gesprek hierover aangaan met mensen in hun buurt of netwerk. ‘’Ik ben van plan om mijn tegels weg te laten halen en groen te plaatsen.’’ (Vrouw, 72, VMBO)

In hoeverre is het perspectief van deelnemers op het onderwerp veranderd als gevolg van de deliberatie en uitwisseling van perspectieven? Uit het onderzoek blijkt dat 66% van de deelnemers na afloop anders naar het onderwerp Groene Stad kijkt. Dit percentage ligt het hoogst onder jongeren (<30 jaar), waarvan 74% een perspectiefverandering ervaart. Ook onder 65-plussers geldt dit voor 58% van de deelnemers. “Ik waardeer het groen in mijn buurt meer, ik ben er anders naar gaan kijken.” (Vrouw, 70, MBO) De focusgroep en de aanvullende interviews laten zien hoe deze perspectiefverandering tot stand kwam. Deelnemers geven aan dat de uitwisseling met uiteenlopende stadsgenoten hen hielp om het onderwerp vanuit andere invalshoeken te bekijken - bijvoorbeeld door meer oog te krijgen voor de waarde van microgroen, of door beter te begrijpen welke belangen en afwegingen een rol spelen bij stedelijke vergroening. “Ik heb meer oog gekregen voor de waarde van microgroen; eerder trok ik dat als onkruid weg. Ik kijk nu meer dan ooit met ‘groene ogen’ naar de stad.” (Vrouw, 40, WO)

24

25

Blik op de toekomst

81% 79,6%

van de deelnemers had nog nooit meegepraat met de gemeente voor deelname aan het burgerberaad.

van de deelnemers wil nog een keer meedoen.

7%

Niet

15%

Misschien

58% 13%

29%

van de deelnemers heeft vertrouwen dat de gemeente de adviezen zal opvolgen.

Wantrouwend

Neutraal

Voorwaarden om opnieuw deel te nemen: 1 op de 3 deelnemers noemt zichtbare opvolging van adviezen als belangrijk punt.

1 op de 5 deelnemers vraagt om een kortere doorlooptijd of minder tijdsdruk.

3.4 Blik op de toekomst Hoeveel vertrouwen hebben de deelnemers dat de gemeente de adviezen opvolgt? Het grootste aandachtspunt in de deelnemersevaluatie is het vertrouwen dat de gemeente de adviezen daadwerkelijk zal opvolgen. Waar het vertrouwen in de organisatie en begeleiding groot was, ligt het vertrouwen in de opvolging aanzienlijk lager. Kijkend naar verschillende groepen, zijn er geen grote verschillen duidelijk te maken. Voor meerdere deelnemers is dit vertrouwen zelfs een voorwaarde om opnieuw aan een beraad mee te doen. Transparante communicatie over wat er met de adviezen gebeurt, wordt daarom door vrijwel iedereen gezien als essentieel voor blijvend vertrouwen. “Ik zou misschien nog een keer meedoen. Dat ligt aan het thema en de uitkomst, het verloop en de uitvoering van dit huidige burgerberaad” (Vrouw, 31, MBO) Deelnemers die voor het eerst meededen Een opvallende en veelzeggende uitkomst van dit evaluatieonderzoek is dat 81% van de deelnemers voor het eerst meedeed aan een vorm van participatie in de stad. Dat betekent dat het burgerberaad Groene Stad niet alleen inhoudelijke opbrengsten heeft opgeleverd, maar ook een nieuwe en diverse groep Amsterdammers heeft bereikt die zich nog niet eerder betrokken voelde bij gemeentelijke processen.

Het beraad fungeerde daarmee als een belangrijke ingang naar publieke participatie, waarbij inwoners zich gehoord voelden, nieuwe perspectieven opdeden en bereidheid toonden om zich verder in te zetten voor hun leefomgeving. Dit onderstreept het potentieel van burgerberaden om bredere groepen stadsgenoten te activeren en te betrekken bij de toekomst van Amsterdam.

27

Hoofdstuk 4 Evaluatie van het proces Het proces van het burgerberaad groene stad is geëvalueerd op basis van de onderstaande vragen: ● Wat is het effect van de input van het maxi-publiek (de uitkomsten van de twee gehouden enquêtes) geweest op de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad groene stad? ● In hoeverre sloten het doel van het burgerberaad, de vraagformulering en het procesontwerp op elkaar aan?

4.1 Wat is het effect geweest van de enquêtes op de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad groene stad? De gemeente Amsterdam heeft – anders dan bij de organisatie van het burgerberaad Schone Stad – er bij de organisatie van Groene Stad nu voor gekozen om een actieve verbinding te leggen met het maxi-publiek om zo bij te dragen aan de legitimiteit van de adviezen. •

•

Maxi-publiek: alle bewoners van Amsterdam die niet deelnemen aan het beraad, maar die wel te maken hebben met de uitkomsten en beslissingen die uit het beraad voortkomen. Mini-publiek: de groep Amsterdammers die ingeloot zijn om deel te nemen aan het burgerberaad groene stad.

De verbinding tussen het mini- en maxi-publiek is essentieel voor het succes van een burgerberaad. Want deze verbinding zorgt ervoor dat de besluitvorming in het beraad niet losstaat van de bredere maatschappelijke context, omdat het burgerberaad de inzichten en adviezen van het maxi-publiek bij het formuleren van adviezen gebruikt. Een burgerberaad ontleent mede haar legitimiteit aan de verbinding met de rest van de samenleving (Paulis e.a, 2024; Vrydagh & Caluwaerts 2020). ‘Daarom willen we bij dit burgerberaad, in afstemming met de externe procesbegeleider, inzetten op een bredere betrokkenheid vanuit de stad. Dit geeft inwoners, waaronder ook groen- en andere belangengroepen, de kans om mee te denken over het burgerberaad.’ (Startnotitie, p.22) Naast de reguliere communicatie over het burgerberaad groene stad, heeft de gemeente daarom twee enquêtes uitgezet onder het maxi-publiek. Eén enquête voorafgaand aan het burgerberaad groene stad (in mei 2025) en één enquête tijdens “de zomerstop” van het burgerberaad groene stad (in de zomer van 2025).

28

Effect van de mei-enquête De mei enquête bestond uit drie vragen. In het burgerberaad is alleen de vraag: ‘Waarom is groen (wel/niet) belangrijk in jouw buurt?’ aan de deelnemers voorgelegd. De Amsterdammers die in mei de enquête invulden, konden bij deze vraag kiezen uit vijf voor gedefinieerde antwoorden: A. B. C. D. E.

Voor ontspanning en recreatie Voor ontmoeting en spel Voor dieren en natuur Voor minder hitte en wateroverlast in de stad Groen, is leuk maar niet noodzakelijk

Het idee achter deze enquête was om de deelnemers van het burgerberaad Groene Stad te laten zien waarom Amsterdammers groen (wel/of niet) belangrijk vinden. Deze enquête is door 450 Amsterdammers ingevuld. Team Burgerberaad vond de uitslag van deze enquête onvoldoende representatief voor de hele stad en heeft daarom de uitkomsten van de mei enquête maar een kleine rol gegeven op de eerste dag van het burgerberaad. Dat hebben zij gedaan door aan de deelnemers van het burgerberaad achtereenvolgens de bovenstaande vijf vragen als stellingen voor te leggen: ‘Groen is belangrijk in jouw buurt voor ontspanning en recreatie’, als deelnemers het eens waren met deze stelling, gingen zij aan één kant van de ruimte staan, als zij het oneens waren met deze stelling, gingen zij aan de andere kant van de ruimte staan. Als de deelnemers daar stonden, verscheen het enquête antwoord op de Power Point.

Deze hele oefening duurde 10 minuten, in een vrij kleine ruimte, waardoor het voor de observator onmogelijk was om het aantal deelnemers wat aan een kant van de ruimte ging staan te tellen, om op basis daarvan te bepalen of het aantal deelnemers overeenkwam met het percentage uit de mei enquête. Nog moeilijker is het om te bepalen of de uitslag van de mei enquête enig effect heeft gehad op de uiteindelijke 16 adviezen van het burgerberaad groene stad.

29

Effect van de zomer-enquête De zomer enquête is in juni en juli verspreid door Flyerman, die heeft op 400 locaties (250 retail- en cultuurlocaties en 150 buurthuizen) in de stad posters opgehangen met daarbij 7500 flyers met een QR-code, met een oproep om deel te nemen aan die enquête. Daarnaast is de enquête ook verspreid via een betaalde advertentie bij Instagram en Facebook. Via de QR-code konden bewoners van Amsterdam antwoord geven op de drie enquête vragen: 1. Wat is uw Gouden Tip? (Op welke plek in Amsterdam is een goed voorbeeld van groen in een groeiende stad te zien?) Dit kan iets kleins zijn, zoals een geveltuin of iets groots, zoals een voedselbos. 2. Graag horen we nog wat meer. Wat ervaart u als positief als u denkt aan het groen in de stad? 3. En wat ervaart u als negatief als u denkt aan het groen in de stad? Wat vindt u dat er moet gebeuren om dit te verbeteren? De zomer enquête is door 1300 Amsterdammers ingevuld. De gemeente Amsterdam heeft het Excell bestand met de 1300 antwoorden overgedragen aan Team Burgerberaad. Zij hebben ChatGPT gevraagd om op basis van deze 1300 antwoorden voor elk van de 11 onderwerpen (waar het burgerberaad op dat moment aan werkte) drie tips te geven. Dit resulteerde in 1 A4’tje met voor elk onderwerp drie tips (zie bijlage 3).

De deelnemers kregen dit A4’tje, met de drie tips per onderwerp, tijdens de vijfde bijeenkomst van het burgerberaad groene stad (op 12 september 2025). De organisatoren vroegen hen om de tips voor hun onderwerp, samen met de feedback uit de feedbackcommissie op hun conceptadvies, te verwerken in hun adviezen. De gemeente heeft zelf gekeken welke van de 33 tips terug te vinden zijn in de 16 uiteindelijke adviezen: Opbrengsten Gouden Tip enquête, 6 oktober 2025. Zij concluderen dat veel van de tips terugkomen in meerdere adviezen van het burgerberaad. Dat veel tips te herkennen zijn in de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad, duidt er op dat het minipubliek en het maxi-publiek grotendeels overeenkomstige verbeteringen zien op het gebied van groen. De onderzoekers constateren dat de deelnemers de tips te laat in het proces kregen en dat de tips te summier geformuleerd waren om de uiteindelijke adviezen inhoudelijk te beïnvloeden. Toen de deelnemers in de vijfde bijeenkomst het A4-tje met de 33 tips kregen, waren zij al een heel eind op weg in het formuleren van hun advies. Dus voor hen waren de tips een gepasseerd station. Zelfs als zij het gewild hadden, had de tijd en de informatie ontbroken om op basis van de tips een haalbaar en onderbouwd advies te geven.

En zelfs als zij bij een tip dachten, hé interessant, dan geeft een tip als: ‘bescherm bomen en volkstuinen bij woningbouw’ niet veel houvast hoe je dat in een haalbaar en onderbouwd advies verwerkt. Zowel de observaties van de onderzoekers als de antwoorden van de deelnemers op de vragenlijst na afloop, bevestigen dit. Bij de drie groepen waar de onderzoekers aanwezig

30

waren, toen die tips en feedback aan het verwerken waren in hun adviezen, was geen invloed merkbaar van de tips op het formuleren van hun advies. Beleving van de deelnemers Eén van de vragen in de vragenlijst die de deelnemers na afloop van het burgerberaad invulden, was: “De uitkomsten van de zomer-enquête hielpen mij bij het maken van de adviezen?” De grootste groep (29 deelnemers = 56%) van de 51 deelnemers die deze vraag beantwoorden, stond neutraal tegenover de tips uit de zomer-enquête. Van de resterende groep van 22 deelnemers vond de ene helft (11 deelnemers = 22%) de tips behulpzaam bij het maken van hun adviezen terwijl de andere helft (11 deelnemers = 22%) de tips niet of helemaal niet, behulpzaam vond bij het maken van hun adviezen.

Effect van beide enquêtes De mei enquête heeft naar alle waarschijnlijkheid geen inhoudelijk effect gehad op de uiteindelijke 16 adviezen van het burgerberaad groene stad. Het is daarnaast niet aannemelijk dat de tips uit de zomer enquête effect hebben gehad op de inhoud van de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad. Het is dus te prijzen dat de gemeente het maxi-publiek actiever betrokken heeft bij het burgerberaad groene stad dan bij het burgerberaad schone stad. Dat het maxi-publiek en mini-publiek grotendeels overeenkomstige verbeteringen zien op het gebied van groen, versterkt bovendien de legitimiteit van de adviezen van het burgerberaad groene stad. Maar het inhoudelijke effect op de uiteindelijke adviezen van het burgerberaad groene stad is vrij minimaal geweest. Goede timing (op welk moment krijgt het burgerberaad de informatie van het maxi-publiek) en toegang tot de rijkheid van de informatie, is voorwaarde om een inhoudelijk effect te hebben op de adviezen.

31

4.2 In hoeverre sloten het doel van het burgerberaad, de vraagformulering en het procesontwerp op elkaar aan? Het is belangrijk dat het doel, de vraagformulering en het procesontwerp van een burgerberaad bij elkaar aansluiten. Dit is het makkelijkst te illustreren met tegenvoorbeelden: voor een bescheiden doel en een concrete, makkelijke vraag is een uitgebreid proces een overkill. Voor een ambitieus doel en een complexe, brede vraag is een kort proces onvoldoende. Om bovenstaande evaluatieve onderzoeksvraag te beantwoorden, beginnen we bij het beschrijven van het doel, de vraagstelling voor het burgerberaad en het procesontwerp van het burgerberaad. Vervolgens kijken we in hoeverre deze bij elkaar aansluiten.

Wat was het doel van het burgerberaad groene stad? Het doel van het burgerberaad leiden we af uit de motie van gemeenteraadslid Hofland, die leidde tot het organiseren van het burgerberaad. Hij stelde voor om een burgerberaad te organiseren om ‘te achterhalen wat de Amsterdammers wél wilden’ en hen te betrekken bij de beleidsvorming over ‘het rigoureus vergroenen’ van de groeiende stad. Dit is in de startnotitie voor het burgerberaad vertaald naar een opdracht voor het burgerberaad om ‘tot haalbare en onderbouwde aanbevelingen te komen voor de stad’ (p. 15) over de opgave om de groei van de stad te combineren met het rigoureus vergroenen. Daarbij krijgt het burgerberaad expliciet de ruimte om buiten kaders te adviseren ‘over elk onderwerp omtrent groen’. De afwegingen van de hoofdgroenstructuur zijn hierbij geen randvoorwaarde: het burgerberaad kan dus ook aanbevelingen formuleren over andere vraagstukken dan waar de hoofdgroenstructuur over gaat. Het burgerberaad is expliciet geen vervanging van de participatie over een nieuwe hoofdgroenstructuur. De opdracht aan het burgerberaad raakt aan heel veel verschillende delen van de gemeente die werken aan de uitdaging om de groeiende stad te vergroenen, zoals afdelingen binnen het gemeentelijke cluster Ruimte en Economie; Ruimte en Duurzaamheid, Grond en Ontwikkeling en Verkeer en Openbare Ruimte.

Maar ook het cluster Sociaal en het cluster Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening, die werken aan bijvoorbeeld buurtinitiatieven, sportvelden of het beheren van groen. Het doel van het burgerberaad was kortom om aan te geven wat ze wil met betrekking tot het rigoureus vergoenen van de groeiende stad, door haalbare en onderbouwde adviezen te formuleren voor de stad over veel verschillende onderwerpen omtrent groen.

In hoeverre sloot de vraagformulering aan op het doel? De politieke opdracht is vervolgens door een politieke en ambtelijke klankbordgroep en met input van een informatiebijeenkomst met bewonersorganisaties vertaald naar een definitieve vraag voor het burgerberaad: Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener? Deze vraag is interessant om meerdere redenen. Groei gaat vaak ten koste van groen, zowel bij verdichting binnen de bestaande grenzen van de stad als bij uitbreiding buiten de

32

bestaande grenzen van de stad. Er zit dus een intrinsieke spanning tussen groen en groei, die vraagt om (politieke) afwegingen. In de startnotitie benoemt de gemeente nog een aantal keer het spanningsveld tussen groei en groen, en dat groene ambities op gespannen voet staan met beperkte middelen. In het informatieboekje dat deelnemers krijgen bij de eerste bijeenkomst is uitgelegd wat de groeiambitie betekent: ‘[Er moeten] tot het jaar 2050 minimaal 150.000 woningen bij komen, binnen de bestaande grenzen van de stad. Nieuwe buurten moeten gebouwd worden binnen de bestaande grenzen van de stad. Er mag dus niet in de weilanden of natuurgebieden rondom de stad gebouwd worden’ (Informatieboekje, p. 4). Op de volgende pagina staan voorbeelden van ruimtelijke keuzes. ‘Meer of grotere parken betekent misschien minder ruimte voor woningen of sportvelden. En andersom, meer ruimte voor woningen of extra scholen betekent minder ruimte voor groen’ (Informatieboekje, p. 5). Dit zijn keuzes over de verdeling van de ruimte in de stad, het aantal woningen dat de gemeente Amsterdam tot 2050 wil realiseren, is voor de deelnemers aan het burgerberaad een gegeven. De intrinsieke spanning tussen groen en groei, en de politieke afwegingen die daarin gemaakt kunnen worden, zit niet in de vraag aan het burgerberaad. Voor hen is de groei ambitie een gegeven.

Dat wil overigens niet zeggen dat deelnemers die groeiambitie tijdens het burgerberaad niet verschillende keren kritisch bespraken. Zij benoemden het op dag twee als één van de thema’s die zij in de loop van het burgerberaad wilden uitwerken, en voerden op dag drie een groot gesprek over de spanning tussen groei en vergroenen. En deze spanning kwam op dag vijf opnieuw terug bij het formuleren van één van de ‘groene draden’. TeamBurgerberaad had evenmin invloed op de vraag aan het burgerberaad. Ook voor hen was de vraag aan het burgerberaad een gegeven. De procesontwerpers keken verschillend naar de formulering van de vraag. Een procesontwerper vond ‘het eigenlijk een heel technische vraag’ die ’misschien helemaal niet zo geschikt is voor een burgerberaad.’ Zij mistte in de vraag ruimte voor een waarden-afweging: ‘als je meer groen wilt dan gaat dat ten koste van iets anders belangrijks. Ben je daartoe bereid?’ De andere procesontwerper miste ‘de dilemma’s waarbinnen je als burgerberaad regie kan voeren.’ De gemeente deed wel suggesties voor een aantal invalshoeken binnen de brede vraagstelling, maar maakte de interne, praktische dilemma’s niet expliciet. Dus hoewel de gemeente ervoor koos om zowel groei en groen op te nemen in de vraagformulering, nodigde zij de deelnemers niet uit om (politieke) afwegingen te maken op basis van waarden of van interne dilemma’s.

De organiserende ambtenaren verwachtten op basis van de gekozen vraag geen rigoureuze adviezen te krijgen. Zij vertrouwden erop dat deelnemers het zelf zouden weten wanneer een advies niet realistisch zou zijn omdat hiervoor een politiek besluit nodig zou zijn. Het is de vraag of dit onderscheid voor deelnemers zo helder is als voor gemeenteambtenaren.

Invulling van het procesontwerp Het burgerberaad bestond primair uit 6 bijeenkomsten. Deelnemers verdiepten zich in de eerste bijeenkomsten in het vraagstuk, aan de hand van kenniscafé’s met vier rondes deskundigen. Naast de bijeenkomsten organiseerde TeamBurgerberaad in de zomer 12

33

excursies rondom het thema groen in een groeiende stad. In de tweede helft van het proces werkten deelnemers in deelgroepen steeds concretere adviezen uit, aan de hand van feedback van elkaar en van de feedbackcommissie, en input van het maxi-publiek. Het gehele procesontwerp was gebaseerd op de Theory U-aanpak, waarbij voor concrete antwoorden op een concrete vraag eerst een analyse van onderliggende oorzaken nodig is. In veel andere burgerberaden neemt stemmen, over (concept)adviezen, een belangrijke plaats in het proces in. In het burgerberaad groene stad is stemmen veel minder belangrijk. Alleen in de laatste bijeenkomst stemmen deelnemers per advies of zij dit steunen. Aanvankelijk wilde Team Burgerberaad niet stemmen op adviezen, maar doorwerken totdat er consensus over ontstond. Dit plan ging overboord toen ze zich realiseerden dat hier geen tijd voor was. Een andere opvallende ontwerpkeuze is het formuleren van ‘groene lijnen’: inhoudelijke onderwerpen of waarden die in meerdere adviezen terugkomen. Het idee om toe te werken naar meer realistische adviezen werkte ook zo in de praktijk. De eerste ideeën op dag drie waren veel extremer, veel minder haalbaar. Naarmate de deelnemers zich meer gingen verdiepen in het onderwerp en zij tijdens bijeenkomst 4 en 5 feedback van experts en de feedbackcommissie kregen, werden hun adviezen minder extreem, meer haalbaar.

Zo formuleerde een groep deelnemers vroeg in het proces het advies om de ring A10 de ondertunnelen, maar pasten zij dit na feedback aan tot een advies voor het onderzoeken hoe de A10 stap voor stap overdekt kan worden. Het burgerberaad nam alle adviezen over met minstens 60 procent voorstemmen.

Samenhang tussen doel, vraagformulering en procesontwerp Ten slotte duiden we kort interne samenhang of spanningen tussen het doel, de vraag en het proces van het burgerberaad. Deze kenmerken we dus als volgt: Doel

‘Tot haalbare en onderbouwde aanbevelingen te komen’ (Startnotitie Burgerberaad Groene Stad, p. 15) ‘Om een groeiend Amsterdam rigoureus te vergroenen’.

Vraagformulering Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener? Procesontwerp

6 bijeenkomsten van gemiddeld 5,5 uur. De eerste 3 bijeenkomsten gericht op inhoudelijke verdieping en analyse, de laatste 3 bijeenkomsten op het formuleren en aanscherpen van adviezen aan de hand van feedback en input vanuit het maxi-publiek.

Op het eerste oog sluiten het doel, de vraagformulering en het procesontwerp goed op elkaar aan: met deze brede vraag kun je inhoudelijke adviezen verwachten die aansluiten bij het brede doel. Het procesontwerp waarin deelnemers zich eerst samen verdiepen in het vraagstuk en vervolgens hun adviezen aanscherpen en onderbouwen sluit aan bij het doel om tot haalbare en onderbouwde adviezen te komen. Toch sluiten het doel, de vraagformulering en het procesontwerp op drie punten minder goed op elkaar aan dan had gekund:

34

1. Het doel om tot haalbare en onderbouwde adviezen te komen is toegespitst, terwijl de vraag ‘Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener?’ breed is. Inhoudelijk is de vraag dermate breed dat het een onmogelijke opgave is voor een grote en diverse groep deelnemers om haalbare, onderbouwde adviezen te formuleren in de beperkte tijd (34 uur verspreid over 6 bijeenkomsten) die de deelnemers daarvoor hadden. Eén van de ontwerpers van Team Burgerberaad merkt op: ‘dan vraag je te veel van de deelnemers.’ 2. De dilemma’s als gevolg van de stedelijke ambities om te groeien en rigoureus te vergroenen komen niet terug in de vraagstelling voor de deelnemers: daarin was groei, een gegeven. De dilemma’s komen ook niet terug in het procesontwerp. Wel is er gesproken over onderliggende waarden, die hebben een plek gekregen ‘in de groene draden’. De tweede groene draad plaatst een kanttekening bij de stedelijke ambitie om te groeien en rigoureus te vergroenen: ‘Het burgerberaad kan niet overzien of de keuze voor 150.000 huizen mét voldoende groen binnen de bestaande grenzen (omgevingsvisie) reëel en wenselijk is.’ (Samen voor een groener en gezond Amsterdam. Uitkomsten burgerberaad 2025, p.4). Een burgerberaad is bij uitstek een instrument om te adviseren over achterliggende waarden of de gemeente(raad) te helpen bij het maken van keuzes bij ingewikkelde dilemma’s.

Door de vraagstelling en procesontwerp is die potentie is in het burgerberaad groene stad minder benut. 3. Het doel en de vraagstelling van het burgerberaad staan los van de aanleiding van het burgerberaad. De uitslag van het referendum over hoofdgroenstructuur maakte duidelijk wat de Amsterdammers niet wilden. De adviezen van het burgerberaad bieden geen alternatief voor de hoofdgroenstructuur: wat betekenen de adviezen voor de voorstellen uit de hoofdgroenstructuur? Achteraf kun je stellen dat een nauwere focus voor het burgerberaad misschien de gemeente meer helderheid had gebracht.

Literatuur Paulis, E., Pilet, J. B., Rojon, S., & Vittori, D. (2024). Fair enough? Mini-public composition and outcome acceptance from the maxi public. Journal of Deliberative Democracy, 20 (1), 1-23. Vrydagh, J., & Caluwaerts, D. (2020). How do Mini-publics Affect Public Policy? Disentangling the Influences of a Mini-public on Public Policy Using the Sequential Impact Matrix Framework. Representation, 59(1), 117–136. https://doi.org/10.1080/00344893.2020.1862901

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16521458/1