CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 2 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de evaluatie van de Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief (VN2023-022781)10.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief mei 2023

Inhoud

2

Samenvatting en conclusies

4

1.

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Doelstelling 

8

1.2.1 1.2.2

Doelstelling van de regeling Doelstelling van deze evaluatie

8 9

1.3

Leeswijzer

9

2.

Maatschappelijke impact

10

2.1

Korte samenvatting van de RIMI

10

2.2

Behoefte

10

2.3

Rode draden

11

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6

Kortlopende projecten Voortzetting, doorgroei Buurtversterking, bestaanszekerheid, kansengelijkheid Systemische wijziging Niet integraal maar ook niet passend Ruimte geven en controle

12 12 14 14 15 16

2.4

Impactmeting van MAEX

17

2.4.1 2.4.2

Impactwaarde uitgedrukt in euro’s Overige waarde

18 18

2.5

Conclusies en aanbevelingen

19

3.

Ambtelijk vakmanschap

20

3.1

Ambtelijke evaluatie

20

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4

Rol BIMI in ambtelijk netwerk Waardering regeling ambtelijk netwerk Inhoudelijke adviezen Eigenaarschap

20 20 21 22

3.2

Conclusies en aanbevelingen

22

3

4.

Dienstverlening voor initiatieven

23

4.1

Dienstverlening vanuit Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief

23

4.2

CIMI: onafhankelijke toets

24

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Rol ten opzichte van BIMI Onafhankelijk oordeel Tussentijdse aanpassing werkwijze

24 24 24

4.3

Conclusies en aanbevelingen

25

Samenvatting en conclusies

Om meer dienstverlenend op te treden richting initiatiefnemers in de stad is in 2021 aanvullend gestart met de Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief (RIMI). Een stedelijke regeling die bijdraagt aan het eenvoudiger, sneller en logischer maken om subsidie te ontvangen voor initiatiefnemers van integrale maatschappelijke initiatieven. Heeft deze regeling de afgelopen twee jaar gebracht wat we ervan verwachtten? Het antwoord op deze vraag is niet een enkelvoudig ‘ja’ of ‘nee’. Ja. Er is behoefte is aan de middelen vanuit de RIMI en de RIMI wordt ingezet voor het doel van de regeling: om integrale initiatieven te ondersteunen. De RIMI had zowel in 2021 als in 2022 twee tranches per jaar. In totaal zijn er voor deze vier tranches 275 subsidieaanvragen ingediend bij de regeling. In totaal was er, verdeeld over de vier tranches, € 3,65 mio te verdelen, terwijl het aangevraagde bedrag met € 14,9 mio ruim 4 keer hoger lag. Er is totaal voor ruim € 11 mio meer aangevraagd dan er aan middelen beschikbaar was. Ja. Met de € 3,65 zijn 81 integrale initiatieven ondersteund. De ‘bredere’ beleids­ overstijgende aanvragen werden het hoogst worden gewaardeerd, in lijn met de bedoeling van de regeling.

Van de 81 verleende aanvragen: • hebben er 27 aanvragen betrekking op twee beleidsdomeinen; • hebben er 35 aanvragen betrekking op drie beleidsdomeinen; • hebben er 19 aanvragen betrekking op vier beleidsdomeinen of meer. De meeste van de 275 hebben (mede) betrekking op de sociale basis. Verder hebben veel aanvragen (mede) betrekking op Ruimte en Duurzaamheid, Kunst en Cultuur, WPI en Diversiteit. 200

191

100 78 48

51

13

13

Figuur 1: Beleidsdomeinen in 275 aanvragen Totaal beleidsvelden

4

Afval en Grondstoffen

Sport en Bos

Diversiteit

Zorg

Jeugd

WPI

Onderwijs

Kunst en Cultuur

Ruimte en Duurzaamheid

Sociale Basis

0

4

11 2

10 Openbare Orde & Veiligheid

58 47

50

VOR

71

Economie

64

Vastgoed

Bedragen aanvragen

150

Ja. MAEX, de maatschappelijke AEX komt indicatief tot de conclusie op basis van de profielen van 35 initiatieven dat elke euro uit de regeling bijna € 13,50,- impactwaarde vertegenwoordigt. Dit zou betekenen dat voor het totaal van verleende subsidie in 2021 en 2022 (€3,65 mio) de impactwaarde in euro’s op grofweg € 50 mio uitkomt. Ja. Er is meer experimenteerruimte gekomen: er zijn vernieuwende aanvragen mogelijk gemaakt, die anders niet mogelijk waren. Dat zijn bijvoorbeeld initiatieven die zich richten op systeemwijziging of stadsbreed en beleidsoverstijgend zijn. We hebben zeker met 15 van de 81 initiatiefnemers gedurende de looptijd van het initiatief, afspraken bijgesteld of meer ruimte gegeven het traject goed af te ronden, omdat er gaandeweg aanpassingen nodig waren. De opbrengsten van deze lessen, leggen we vast en delen we onder meer via het platform Wij Amsterdam. Ja. De regeling draagt bij aan het ambtelijk vakmanschap. Door de integrale advies­ gesprekken komen collega’s met elkaar aan tafel om vanuit met behulp van gezamen­ lijke expertise tot een advies te komen. Men geeft aan het zinvol en interessant te vinden om mee te krijgen van andere collega’s wat zij doen. De adviesgesprekken worden dan ook als leerzaam ervaren. Nee. Een aandachtspunt is het eigenaarschap: het lukt nog onvoldoende om het accounthouderschap binnen de organisatie te beleggen.

Dit neemt BIMI nu op zich, maar daarmee is de ondersteuning vanuit de gemeente, met name voor startende initiatieven, ook beperkt. We hebben niet de ruimte om alle initiatieven vanuit de smalle bezetting van BIMI echt te volgen zoals we dat graag willen, ook vanuit de behoefte om lessons learned te verzamelen en te leren van de experimenteerruimte die we bieden. Hierover moeten nadere afspraken worden gemaakt met onder andere (stadsdeel) directies. Nee. De gemeente kan nooit alle doorgroeiende initiatieven een structurele financiering bieden. We moeten dan ook strakker sturen op het leren stoppen. Amsterdam is echter zo groot, dat dit echt om de 1 Amsterdam-gedachte vraagt. We zie nu dat als één afdeling stopt, een andere soms toch doorgaat. Dit is niet duidelijk een eenduidig genoeg. We moeten komen tot een consistente aanpak als we doorgaan met het ondersteunen van initiatieven. Ja en nee. Soms dus stoppen, maar soms willen we dat niet omdat een initiatief blijkt te werken. We komen dan niet tot een eenduidige manier van ondersteunen die aansluit bij de aard en doelstelling van deze succesvolle initiatiefnemers. De RIMI sluit qua doelstelling vaak volledig aan, maar mist de mogelijkheid te voldoen aan de volledige financieringsbehoefte van deze initiatieven en is ook incidenteel. In die zin is het ook ‘gewoon’ een extra regeling.

We zijn tot nu nog niet goed in staat te komen tot maat­ werkoplossingen om waardevolle initiatieven vervolgens in te bedden in ons systeem. Ja en nee. Er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van BIMI om te helpen bij het doen van aanvragen, voor doorverwijzen en als verbindende partij. Daarmee blijkt de loketfunctie en de verbeterde dienstverlening te werken. Tegelijk is het bureau niet groot en kunnen we ook lang niet alle partijen helpen. Met name de grote hoeveelheid aanvragen en de arbeidsintensieve aanpak met ad hoc integrale adviesteams, beperkt de ruimte om tot maatwerk oplossingen te komen. Hier zien we juist ook een belangrijke meerwaarde voor een bureau als BIMI.

5

Ja en nee. De CIMI heet een belangrijke rol als onafhankelijke commissie maakt regel­ matig wezenlijk andere keuzes dan het ambtelijk apparaat. De externe commissie brengt ook een wezenlijk andere blik. In die zin werkt de commissie de rol van externe en onafhankelijke partij uitstekend. De enorme werkdruk door het grote aantal aanvragen maakt het haast onmogelijk om ook de ruimte te hebben om te verdiepen en reflecteren. Ja. De regeling blijkt ook een goede ‘vindplaats’ voor hiaten in ons systeem. De RIMI is zo breed dat ook initiatiefnemers zich melden, met aanbod dat heel goed is en inspeelt op actuele opgaven in de stad, maar waar we als gemeente eenvoudigweg nog geen beleid op hebben. De regeling houdt ons scherp op onze eigen dienstverlening en de mate waarin die inspeelt op de opgaven in de stad. Lessen en acties voor vervolg • We nemen in de regeling de adviezen van CIMI over een maximaal aantal pagina’s conform voorstel CIMI (zie RIMI, 2021-2022 in cijfers- aandachtspunten en adviezen CIMI). In lijn met de ontwikkelingen bij het subsidiebureau kijken we ook naar mogelijkheden om te werken aan verdere verbetering van de toegankelijkheid van de subsidieregeling voor alle Amsterdammers. • BIMI blijvend inzetten als verzamelplaats voor vastlopende initiatieven en breder inzetten voor het aanjagen van het creëren van maatwerk.

We merken dat we met de instelling: “we zijn nergens van, behalve van de oplossing (en de oplossing kan ook ‘nee’ zijn)” als een verbindende partij in de gemeente kunnen opereren. Zo dragen we vanuit maatschappelijke waarde, aansluitend op de maatschappelijke opgave, bij aan het goed laten landen van initiatieven in de organisatie. • Om dit meer te reguleren willen we experimenteren met verschillende aanpakken om deze rol in de organisatie vorm te geven. Recent hebben we een aanpak gekozen voor BOOST, waarbij wij zelf als een soort maatwerk-consultants te werk zijn gegaan. We zijn nu ook gestart aan een traject samen met de Waag en stadsdeel Noord om te kijken of we voor de Noorderpark Trust tot een duurzame oplossing kunnen komen. We kijken ook of we deze maatwerkoplossingen tot stand kunnen brengen met behulp van een platform met partijen in de stad (fondsen, woningbouwcorporaties, ontwikkelaars, MKB etc.) om tot oplossingen te komen met kleinere rol voor de gemeente. • Ons meer richten op maatwerk, kunnen we alleen doen als de gevestigde partijen nu niet steeds opnieuw aanvragen hoeven te doen. Daarmee neemt de werkdruk voor zowel BIMI als de CIMI af. De aanpak met integrale adviesteams is arbeidsintensief, maar draagt bij aan het versterken van het interne netwerk en het ambtelijk vakman­ schap. We stellen voor daar niet aan te sleutelen.

We stellen wel voor om voor deze beperkte groep partijen in de tussentijd naar een (gedeeltelijke) meerjarige financiering binnen de RIMI te komen van maximaal drie jaar. Dit zou betekenen dat we een knip maken binnen de middelen van de RIMI voor ‘gevestigde’ initiatieven die richting een maatwerkoplossing gaan en middelen voor nieuwe experimenteerruimte. Als hier bestuurlijk draagvlak voor is, werken we dit nader uit. • Veel aanvragen raken aan de sociale basis. Er is op onderdelen onvrede over onnodige concurrentie van aanbieders in de stad, mede dankzij deze regeling. De opdracht voor de sociale basis is juist te komen tot eenduidiger stelsel met minder contractpartners. Tegelijk ziet men ook vanuit de sociale basis dikwijls juist de grote de meerwaarde van partijen die zijn ingebed in de wijk en de kracht van de vrijwillige inzet van Amster­ dammers. In lijn met het bovenstaande voorstel voor tijdelijke meerjarige financiering, is BIMI met de Sociale Basis bezig met het uitdenken van een structuur/ werkwijze om kansrijke initiatieven een plek geven in het vereenvoudigde SB-stelsel. Kansrijke initiatieven zouden moeten kunnen doorgroeien naar het vereenvoudigde stelsel, mogelijk met behulp van een driejarige transitiefinanciering.

6

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

In Amsterdam wonen ruim 920.000 Amsterdammers. Veel van die Amsterdammers voelen zich niet gehoord en gezien en het vertrouwen in de overheid is, onder grote groepen, niet groot. Dat betekent echter niet dat Amsterdammers niet maatschappelijk betrokken zijn. Integendeel: Amsterdam kent een grote groep initiatiefnemers en stadsmakers die met kennis, kunde en tomeloze inzet bijdragen aan het oplossen van brede en veelsoortige maatschappelijke opgaven. Soms op het niveau van de eigen wijk, soms stadsbreed. Dit zijn initiatieven die bijdragen aan diverse opgaven in de stad, zoals: zorg, duurzaamheid, werkgelegenheid en openbare ruimte. Soms uit het idee van nabuurschap, soms met het doel het systeem te veranderen. In haar Participatielezing 2023 stelt Femke Kaulingfreks dat specifiek jongeren behoefte hebben ‘aan ruimte om de samenleving écht mee vorm te geven. Dat vraagt dat je als professional uit je rol van expert stapt die voorschrijft hoe het moet, dat je experimen­ teerruimte creëert. Dat vergt moed, want je weet niet waar het op uit gaat draaien. Het is onverwacht en spannend.’ Dat bewoners, jong of oud, medevormgeven aan onze samenleving is in Amsterdam dus niet nieuw en misschien wel bijna vanzelf­ sprekend.

De manier waarop we als gemeentelijke overheid ook echt ruimte geven aan de oplossingen uit de stad zelf en ook experimenteerruimte bieden, is niet altijd even vanzelfsprekend. Onze huidige organisatie en subsidielandschap is grotendeels verkokerd en versnipperd, waardoor we niet altijd effectief omgaan met de inzet van initiatiefnemers en ambtenaren en goede initiatieven dikwijls onvoldoende faciliteren. Er bestonden al langer regelingen op het gebied van initiatief: • Bewonersinitiatief (sociale basis, alle stadsdelen) • Maatschappelijk initiatief (5 stadsdelen) Om meer dienstverlenend op te treden richting initiatiefnemers in de stad is in 2021 aanvullend gestart met de Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief (RIMI). Een stedelijke regeling die bijdraagt aan het eenvoudiger, sneller en logischer maken om subsidie te ontvangen voor initiatiefnemers van integrale maatschappelijke initiatieven. Deze regeling biedt meer financiële ruimte (van € 5.000,- tot € 100.000, -) per initiatief en kan zowel op stadsdeelniveau als stadsbreed worden ingezet. Waar de focus van de sociale basis vooral ligt op de zelf- en samenredzaamheid van bewoners en alleen gaat over sociale initiatieven, gaat het bij de RIMI om het versterken van het eigenaarschap en zijn de initiatieven integraal.

Ook initiatieven die betrekking hebben op bijvoorbeeld de groenvoorziening in de buurt, duurzaamheid of de inrichting van de openbare ruimte hebben hierin een plek. Een integraal maatschappelijk initiatief - uit eigen beweging gestart - door één of meerdere bewoners dient meerdere van deze maatschappelijke doelen. Daarmee is een integraal maatschappelijk initiatief verschillend van karakter, qua inzet, actoren, doelstellingen en expertise.

7

In 2021 waren er twee tranches van de regeling: • Sluitingsdatum 1 mei 2021, subsidieplafond € 1 mln. • Sluitingsdatum 1 september 2021, subsidieplafond € 0,85 mln. In 2022 waren er twee tranches van de regeling: • Sluitingsdatum 1 april 2022, subsidieplafond € 1 mln. • Sluitingsdatum 1 september 2022, subsidieplafond € 0,8 mln.

1.2

Doelstelling

1.2.1

Doelstelling van de regeling

Het doel van deze regeling is om integrale maatschappelijke initiatieven mogelijk te maken, waarbinnen activiteiten plaatsvinden die beleidsterrein overstijgend zijn. De integrale maatschappelijke initiatieven hebben door hun integrale aanpak een vernieuwende, effectievere of efficiëntere werkwijze om de beleidsdoelen van het college te realiseren en zijn beter in staat bredere doelgroepen te bereiken. Met de RIMI willen we als gemeente verder het volgende bereiken: 1. Betere dienstverlening. Bijdragen aan het verminderen van versnipperde dienstverlening aan initiatiefnemers. 2. Verbinding formeel en informeel. Met integrale maatschappelijke initiatieven beogen we de link tussen formele en informele organisaties versterken daar waar het nodig is. 3. Experimenteerruimte. Daarnaast is een belangrijk doel van de regeling vrijheid te geven en ruimte bieden: dingen mogen mislukken- als we er maar van leren. Er moet gezorgd worden voor een goede controle en verantwoording op de juiste besteding van gemeenschapsgeld, uiteraard; maar de regeling vraagt ook om een nieuwe manier van werken en kijken. 4. Ambtelijk vakmanschap. Het versterken van een integrale manier van werken, vanuit de opgaves in de stad; versterken samenwerking met partijen in de stad.

Om een maximale dienstverlening te leveren aan initiatiefnemers zijn een Bureau en een Commissie Integraal Maatschappelijk Initiatief ingesteld. Het bureau zorgt dat de aanvragen op de juiste plek en door de juiste mensen behandeld worden en kan initiatiefnemers ondersteunen in de planvorming. De uitgangspunten bij het instellen van de regeling waren: • Waarde van het initiatief staat voorop; • Waardering wordt integraal bepaald, niet alleen vanuit de eigen beleidskolom; • Initiatiefnemers doen het voor, door en met Amsterdammers (draagvlak en binding); • Ruimte geven aan initiatieven, weinig vooraf bepaalde kaders; • Transparantie en (horizontale) verantwoording over de activiteiten; • Afhandeling is zo eenvoudig mogelijk; • Initiatiefnemers worden (optimaal) gefaciliteerd en indien nodig ondersteund.

8

1.2.2

Doelstelling van deze evaluatie

Of hoofdlijn kijken we in deze evaluatie naar de vraag: doet de regeling wat hij moet doen? Specifieker willen we kijken naar de volgende onderdelen: • Behoefte. Is er behoefte in de stad aan deze regeling? Wordt er gebruik van gemaakt en biedt het de initiatiefnemers wat ze nodig hebben? • Impact. Wat is de impact van de regeling? En is er meer ruimte gekomen voor experiment? • Ambtelijk vakmanschap. Draagt de regeling bij aan het versterken van ambtelijk vakmanschap? En hoe verloopt de uitvoering? Heeft het instellen van de RIMI bijgedragen aan een betere dienstverlening voor initiatiefnemers in de stad? • Dienstverlening. Dragen de regeling, het bureau en de commissie bij aan een betere dienstverlening voor initiatiefnemers?

1.3

Leeswijzer

We gaan in hoofdstuk 2 eerst kort in op de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van de regeling, welk type aanvragen we zien en de mate waarin de regeling impact maakt. In hoofdstuk 3 kijken we naar de versterking van het ambtelijk vakmanschap, schetsen we de rol van BIMI binnen het ambtelijk netwerk en geven we terug hoe het ambtelijk netwerk tegen de regeling aankijkt. In hoofdstuk 4 gaan we in op de vraag of de dienstverlening richting initiatiefnemers ook echt is verbeterd en gaan we in op de onafhankelijke rol van CIMI en hun adviezen. Naast deze algemene evaluatie hebben we een aparte rapportage Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief 2021-2022 in cijfers- aandachtspunten en adviezen CIMI. Hierin staat een uitgebreidere cijfermatige analyse van alle aanvragen, onder meer uitgesplitst naar beleidsdomein en/ of stadsdeel. Dit document bevat ook de adviezen van de CIMI ten aanzien van de regeling en de werkwijze.

9

2. Maatschappelijke impact 2.1

Korte samenvatting van de RIMI

Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor: 1. activiteiten die een bijdrage leveren aan meerdere beleidsterreinen en waar bewoners betrokken zijn bij de organisatie of uitvoering van de activiteiten. 2. activiteiten die tot doel hebben de organisatie te versterken die nieuwe of bestaande maatschappelijke, integrale initiatieven uitvoert. De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden beoordeeld op basis van de volgende criteria: a. De mate waarin het initiatief waarde heeft voor Amsterdammers, het bijdraagt aan de buurt en/of haar bewoners; b. De mate waarin het initiatief bijdraagt aan de versterking van de sociale cohesie in de stad/buurt door actieve betrokkenheid van Amsterdammers; c. De mate waarin het initiatief waarde heeft voor verschillende beleidsterreinen, het meerwaarde heeft ten opzichte van het bestaande aanbod; d. De mate waarin de kosten van het initiatief in verhouding staan tot de te verwachten resultaten c.q. impact van de activiteiten; e. De mate waarin samenwerking is gezocht met andere partners in de stad. Begin 2022 is er een aantal technische wijzigingen doorgevoerd op de regeling, om de criteria verder aan te scherpen: • De cursieve tekst is aan de criteria toegevoegd om ze aan te scherpen. Bij toepassing van de criteria in de eerste twee tranches, bleek deze aanscherping nodig.

• Ook is toegevoegd dat in de driejaar voorafgaand aan het aanvragen van subsidie bij de RIMI, er niet meer dan € 1.5000.000,- gemeentelijke subsidie mag worden ontvangen. In de eerste twee tranches kwamen soms grote instituten met bestaande inkooprelaties met de gemeente met een aanvraag. Om de bottom-up insteek van de regeling te bewaken, kunnen zij nu alleen aanvragen via een kleinere initiatiefnemer. • Ook is het maatschappelijk uurtarief formeel vastgesteld op € 50,-. • Tot slot is op de subsidiepagina aangegeven dat het insturen van een korte videopitch wordt aangemoedigd, om zo ook minder bedreven schrijvers de gelegenheid te geven hun verhaal goed over te brengen.

2.2

Behoefte

Is er behoefte in de stad aan deze regeling? Wordt er gebruik van gemaakt? In de bijlage, Regeling Integraal Maatschappelijk Initiatief 2021 en 2022 in cijfers- aandachts­ punten en adviezen CIMI, worden de aanvragen die de afgelopen jaren zijn gedaan dieper cijfermatig geanalyseerd. Op hoofdlijn: de RIMI is de afgelopen twee jaar ruim overvraagd. De RIMI had zowel in 2021 als in 2022 twee tranches per jaar. In totaal zijn er voor deze vier tranches 275 subsidieaanvragen ingediend bij de regeling. In totaal was er, verdeeld over de vier tranches, € 3,65 mio te verdelen, terwijl het aangevraagde bedrag met € 14,9 mio ruim 4 keer hoger lag. Er is totaal voor ruim € 11 mio meer aangevraagd dan er aan middelen beschikbaar was.

10

Aangevraagd

Beschikbaar en toegekend

Tranche 1 (mei 2021)

€ 4.718.199

€ 1.000.000

Tranche 2 (september 2021)

€ 3.708.915

€ 850.000

Tranche 3 (april 2022)

€ 3.212.234

€ 1.000.000

Tranche 4 (september 2022)

€ 3.243.347

€ 800.000

Totaal 2021- 2022

€ 14.882.695

€ 3.650.000

Als we kijken naar de integraliteit van de ingediende aanvragen: • Er zijn 86 aanvragen ingediend met ‘slechts’ twee beleidsdomeinen. Daarmee zijn ze integraal genoeg voor de regeling. Belangrijk om op te merken is dat deze aanvragen binnen één van die beleidsdomeinen mogelijk bij verschillende regelingen zou moeten aankloppen om voor subsidie in aanmerking te komen: er is ook binnen deze beleidsdomeinen dikwijls specifiek beleid op deelterreinen. • Ruim 80 aanvragen hebben betrekking op drie beleidsvelden. • Maar liefst 44 aanvragen hebben betrekking op 4 of meer beleidsdomeinen. Als we kijken naar de daadwerkelijke besteding van de subsidiemiddelen, dan zien we dat de ‘bredere’ beleidsoverstijgende aanvragen het hoogst worden gewaardeerd, in lijn met de bedoeling van de regeling. Van de 81 verleende aanvragen: • hebben er 27 aanvragen betrekking op twee beleidsdomeinen; • hebben er 35 aanvragen betrekking op drie beleidsdomeinen; • hebben er 19 aanvragen betrekking opvier beleidsdomeinen of meer. We kunnen concluderen dat: • er behoefte is aan de middelen vanuit de RIMI; • dat de RIMI wordt ingezet voor het doel van de regeling om integrale initiatieven te ondersteunen.

2.3

Rode draden

We zien door de breedte van de regeling een enorme variëteit aan initiatieven langs­ komen. De kwaliteit van de aanvragen verschilt. We zien een groot verschil in ervaring. Er is een groep zeer goed onderlegd in ‘beleidstaal’, een grote groep niet. Het is aan het ambtelijk apparaat en de CIMI om hier ook doorheen te kijken en vanuit de bedoeling van de regeling juist ook onervaren partijen met goede nieuwe aanpakken de kans te geven zich in de praktijk te bewijzen. Het brede karakter van de RIMI maakt dat de binnengekomen aanvragen onderling flink verschillen. Toch is het mogelijk om vier hoofdcategorieën te onderscheiden: 1. Afgebakende, resultaatgerichte plannen, ingediend door kleinere, vaak nieuwe aanvragers. 2. Voortzetting of uitbreiding van bestaande activiteiten door al opgestarte initiatief­ nemers. 3. Aanvragen gericht op het opbouwen/versterken van een buurt (vaak gericht op bestaanszekerheid, kansengelijkheid). Deze aanvragen schuren soms dicht aan tegen de sociale basis. 4. Initiatief gericht op systemische wijziging. 5. Aanvragen die niet integraal zijn, maar toch nergens passen.

11

2.3.1

Kortlopende projecten

We zien dat initiatieven soms projectmatig en kort zijn. Meer cyclisch met steeds korte activiteiten, maar gericht op concrete resultaten. Bijvoorbeeld: het opzetten van een schoonmaakproject met jongeren uit de buurt (Buurtstrijders) of G-buurt Moving Forward: zij starten steeds opnieuw kortdurende trajecten in de wijk.

De Buurtstrijders organiseerde activiteiten waarbij jongeren in competitievorm afval opruimen in Stadsdeel Oost. Met de opbrengst krijgen ze punten waarmee toestellen voor de sportschool worden verdiend. Resultaat: jongeren zijn zich bewust van hun verantwoordelijk om de straat schoon te houden en worden gestimuleerd te sporten.

G-buurt Moving Forward. Er was nieuwe energie nodig om het bewonersplatform G-buurt weer te activeren en te vernieuwen en om krachten tussen verschillende organisaties, bewoners en ondernemers te bundelen. G-buurt Moving Forward organiseerde activiteiten (voorlezen, het maken kunstwerk en andere bewoners­ activiteiten) in de G-buurt.

2.3.2

Voortzetting, doorgroei

Maar als de insteek van een initiatief structureler van aard is en ze ook werken, ‘aanslaan’ en doorgroeien, is een aanzienlijk aantal aanvragers op zoek naar meer structurelere financiering. Als ze groter worden, maken ze een vaak een niet lineaire professionalisering­ slag door. Er wordt immers met name gewerkt met vrijwillige inzet en er wordt maatwerk geleverd om in te spelen op vragen uit de stad, wijk of buurt. De tijd om echt te ‘volgroeien’ is redelijk lang. Dit zijn initiatieven waarvoor het gat tussen verschillende subsidies vanuit stadsdelen, waar beperktere middelen zijn, naar bijvoorbeeld inkoop bij de centrale stad te groot is. Of voor wie eenvoudigweg op stedelijk niveau geen passende regelingen zijn waarmee de volle breedte van het initiatief gedekt kan worden. We denken bijvoorbeeld aan de Buurtmoeders Moederskracht uit Nieuw-West.

Buurtmoeders-Moederskracht Betrokken vrouwen in de Van Deysselbuurt doen ambulante rondes door de buurt, organiseren maaltijden, ontmoetingen en taallessen. Deze organisatie is vanuit passie gestart, ontstaan door het lopen van rondes tijdens de coronacrisis. Ze zijn geworteld in de buurt en hebben een innovatieve aanpak. Stichting bereikt brede doelgroepen en heeft een groot netwerk. Inmiddels is dit initiatief gegroeid en nog steeds succesvol. Maar tegelijk is het ook kwetsbaar: het ‘hangt’ aan de oorspronkelijke aanjager van het project en het is snel gegroeid. Er is nog geen zicht op stabiele inkomsten. Tegelijk werken we als gemeente vanuit Stadsdeel, WPI en Veiligheid al wel intensief samen.

12

Ook zijn er partijen die aankloppen bij de regeling die eigenlijk al jaren op zoek zijn naar een plek om te landen. Het zijn partijen die eigenlijk al jaren bestaan en onderdeel uitmaken van de infrastructuur van de stad. Recent hebben we een scenarioschets gemaakt voor BOOST, om tot maatwerk te komen. Maar er zijn meer partijen zoals BOOST die onderdeel uitmaken van het ‘ecosysteem’ van de stad. Het gaat om partijen waar we als gemeente ook echt op leunen. We denken aan de Noorderpark Trust en LOLA. Dit zijn de partijen waarvoor de regeling mede is ingesteld. Voor deze partijen geldt: 1. Deze regeling is een gedeeltelijke oplossing, maar niet dé oplossing. Vaak hebben deze partijen meer nodig dan de maximale € 100.000,- per jaar. Zij moeten naast de RIMI, dus vaak ook nog middelen vinden uit (initiatieven)regelingen bij stadsdelen en directies. De RIMI is dan een mooie extra, maar niet dé integrale uitkomst. 2. Het zijn partijen die al jaren door de gemeente worden gefinancierd, maar dikwijls structureel -incidenteel. Ook de RIMI is incidenteel geld. De gemeente kan nu eenmaal niet alles kan financieren en zeker niet structureel of meerjarig. Tegelijk doen we het in de praktijk wel degelijk, maar niet op een eenduidige manier die aansluit bij de aard en doelstelling van deze succesvolle initiatiefnemers.

De RIMI sluit qua doelstelling volledig aan, maar mist de mogelijkheid te voldoen aan de volledige financieringsbehoefte van deze initiatieven en is ook incidenteel.

Noorderpark Trust De belangrijkste rol van het Noorderpark Trust is dat zij eerste aanspreekpunt zijn voor bewoners, ondernemers én de gemeente in het gebied. Ook jagen zij initiatief aan in het gebied en ondersteunen die waar nodig. Ze vervullen een belangrijke netwerkrol voor partijen in het gebied en zorgen ervoor dat groepen die elkaar normaal nooit ontmoeten elkaar toch tegenkomen. Een deel van de inkomsten van de organisatie komt uit de verhuur van Pompet, de horecagelegenheid in het Noorderpark. Noorderpark Trust doet zoveel verschillende dingen en heeft daarbij te maken met zoveel verschillende afdelingen van de gemeente, dat een eigenaarschap mist binnen de gemeentelijke organisatie. De organisatie is van iedereen en daardoor van niemand. Het streven in het komende jaar is om alle belanghebbenden aan tafel te krijgen en hier iets aan te doen, zodat Noorderpark Trust niet meer afhankelijk is van dit soort subsidies. BIMI is hiertoe een traject met De Waag en Stadsdeel Noord gestart.

LOLA- Leegstandoplossers In samenwerking met buurtbewoners geeft LOLA een creatieve invulling aan leeg­ staande panden, faciliteert bewonersinitiatieven met behulp van kwartiermakers. LOLA wordt ook gewaardeerd omdat ze is in staat zijn om door inzet van lokale kwartiermakers buurtbewoners te activeren en de buurt te doen opbloeien. De ervaring leert dat LOLA een groot bereik geeft en in staat is om een mix van mensen, ondernemers aan zich te binden. Tevens is er een groot scala aan diverse activiteiten met een positief effect heeft op de buurt. Ook LOLA is al jaren op zoek naar een meer structurele samenwerking met de gemeente. Er wordt al een tijd gewerkt aan een tender met betrekking tot leegstand gemeente­ lijk vastgoed. De verwachting is dat in het voorjaar van 2024 hier meer bekend over zal zijn. LOLA heeft de ambitie om zich hierop in te schrijven. Dit biedt mogelijk mogelijkheden voor de lange termijn.

13

2.3.3

Buurtversterking, bestaanszekerheid, kansengelijkheid

Het zwaartepunt van de aanvragen ligt duidelijk bij projecten gericht op het versterken/ ondersteunen van achtergestelde groepen in de samenleving. Daarmee is een groot aantal aanvragen die mede betrekking hebben op de sociale basis, maar die net breder zijn of specifieke doelgroepen bedienen die niet binnen het sociale basis beleid. Het beleidskader van de sociale basis gaat ervan uit dat wij allemaal Amsterdammers zijn die overal de kans moeten krijgen om hun talenten te ontwikkelen en kansen te benutten. Het gaat uit van inclusief en generiek aanbod, tenzij blijkt dat een specifieke doelgroep niet wordt bereikt en aanvullend aanbod noodzakelijk is. Dat aanbod zou een emanciperende werking moeten hebben en is daarmee altijd gericht op aansluiting bij de maatschappij. Daarnaast gaat de sociale basis uit van het netwerk van huizen van de wijk en hier activiteiten organiseren. Naast het feit dat er gebrek is aan (maatschappelijke) ruimte, is het financieel niet haalbaar om voor iedere organisatie apart een ruimte te subsidiëren. De strekking vanuit de sociale basis is dan ook dat organisaties ruimtes met elkaar delen. De opdracht voor de sociale basis is bovendien voor de komende jaren te komen tot eenduidiger stelsel met minder contractpartners.

Er zal de komende jaren dus flink gesneden moeten worden en ook goede partijen, zullen niet langer kunnen rekenen op gemeentelijke middelen. Vanuit deze opdracht is het moeilijk uit te leggen dat we soms op vergelijkbare beleidsterreinen initiatief aanjagen. Er is dan ook onvrede over onnodige concurrentie van aanbieders, mede dankzij deze regeling. We denken bijvoorbeeld aan De Bewaarschool- Het Fort in Amsterdam Noord. Tegelijk ziet men ook vanuit de sociale basis dikwijls juist de grote de meerwaarde van partijen die zijn ingebed in de wijk en de kracht van de vrijwillige inzet van Amsterdammers.

De Bewaarschool- Het Fort Het Fort is een preventief programma waar een tweede thuis gecreëerd wordt voor kinderen uit kwetsbare gezinnen, opgroeiend in armoede, door inzet van twee­ wekelijkse activiteiten. Activiteiten vinden plaats op diverse beleidsterreinen jeugd, zorg en sociale basis. De bewaarschool onderscheidt zich doordat zij werken met professionals (pedagogen) waardoor het werk methodisch onderbouwd is. De organisatie is ingebed in de diverse zorg-netwerk structuren, daar waar kinderen worden door verwezen via bijvoorbeeld het OKT en Intern Begeleiders van scholen in de omgeving. Zij zijn goed in staat om het netwerk te betrekken zijn goed ingebed in het netwerk. Het verschil met de sociale basis is dat Het Fort te intensieve begeleiding biedt waardoor de aanpak binnen de sociale basis als te breed en daarmee als te kostbaar wordt gezien. Het is een hybride club die goed werk doet maar tussen wal en schip (sociale basis, preventie jeugd en zorg) valt.

2.3.4

Systemische wijziging

Er is ook een aantal partijen dat zich richt op systemische wijziging. Hierbij valt te denken aan partijen die (nieuwe) initiatieven helpen opzetten, of buurtinitiatieven ondersteunen met kennis, of een breed maatschappelijk probleem radicaal anders willen oplossen. We denken aan Coloci en Collectief Kapitaal.

14

Het bleek voor de CIMI in de eerste tranches soms lastig voor de aanvragen uit deze categorie positief te waarderen. Met name het criterium dat gericht is op kosten ten opzichte van de te verwachten resultaten, maakte deze vaak ‘meer hoogover’ aanvragen lastig langs positief te toetsen. De tussentijdse bijstelling van de regeling, waarbij ook getoetst wordt op verwachte maatschappelijk impact, heeft hierbij geholpen.

Coloci Stichting Coloci is een atypische initiatiefnemer die op de achtergrond andere initiatieven ondersteunt en mogelijk maakt. De stichting fungeert achter de schermen als klankbord en spin in het web voor allerlei partijen in de stad. De stichting helpt initiatieven o.a. met zelforganisatie en het aanbrengen van focus in de activiteiten. De Amsterdamse Stadsdorpen zijn een voorbeeld van een partij die mede-opgericht is en ondersteund wordt door Coloci. Subsidie wordt besteed aan het verder ondersteunen van lopende initiatieven en het begeleiden van zeven nieuwe buurtinitiatieven. Dit initiatief vormt een hele nuttige ‘tussenpartij’ die formeel en informeel aan elkaar verbindt en zorgt voor de begeleiding van kleinere initiatieven.

Collectief Kapitaal Collectief dat bij vermogende gevers kapitaal ophaalt en dat als ‘basisinkomen’ verstrekt aan mindervermogenden. Het doel daarbij is meer te doen dan alleen het herverdelen van geld: gevers en ontvangers moeten ook met elkaar het gesprek aangaan, een ‘collectief’ gaan vormen. Mensen komen door dit project met elkaar in contact en het versterkt de onderlinge solidariteit in de stad. Een eerste pilot is al met succes uitgerold in Amsterdam Noord. Doelen voor de RIMI-middelen zijn 1) uitrollen van een tweede pilot; 2) kennisdeling; 3) zichtbaarheid vergroten en 4) organisatieversterking. De subsidie bedoeld voor organisatieversterking zorgt ook voor de mogelijkheid kennis over de aanpak te verzamelen en verder te delen. De aanpak draagt bij aan landelijke discussie over bijvoorbeeld basiskomen en raakt ook aan regels van bijvoorbeeld de Belastingdienst. Daarmee draagt dit initiatief ook bij aan bredere systeemverandering.

2.3.5

Niet integraal maar ook niet passend

Dan zijn er ook nog initiatieven die zich melden, die bijvoorbeeld niet integraal genoeg zijn voor de regeling, maar die we ook niet kunnen doorverwijzen omdat er geen passend beleid c.q. regeling bestaat. De RIMI is zo breed dat ook initiatiefnemers zich melden, met aanbod dat heel goed is en inspeelt op actuele opgaven in de stad, maar waar we als gemeente eenvoudigweg nog geen beleid op hebben. We denken bijvoorbeeld aan SLICKS: ervaringsdeskundigen die mensen met een gokverslaving helpen. Het is een gewaardeerde organisatie, waarmee de gemeente samenwerkt, maar er zijn bij de betrokken afdelingen (bijvoorbeeld GGD) geen middelen beschikbaar om een dergelijk initiatief te helpen opstarten. Het is ons gelukt in ieder geval een eenmalige bijdrage te regelen vanuit stadsdeel West en in combinatie met het Oranjefonds.

15

SLICKS richt zich op het bestrijden en voorkomen van gokproblematiek met een aanpak die is gebaseerd op ervaringsdeskundigheid. De aanvragen van SLICKS zijn niet integraal genoeg voor de regeling. De gemeente werkt met deze partij samen en waardeert ze. Ze spelen in op een actueel probleem waar we als gemeente belang aan hechten. Er is op dit moment geen budget beschikbaar om enige financiële ondersteuning te geven. Een logische plek zou de GGD zijn. Het is gelukt om voor deze partij een eenmalige kleine bijdrage te regelen bij Stadsdeel West. Hierdoor was het Oranjefonds bereidt tot cofinanciering.

‘Geld maakt meer kapot dan je lief is’ Er is ook een andere kant van subsidie die we ook willen uitlichten. Met name voor kleinere, bewonersinitiatieven in de buurt lijkt soms te gelden: ‘geld maakt meer kapot dan je lief is’. Een initiatief bijvoorbeeld heeft subsidie gekregen waarmee een zzp’er werd gefinancierd die daardoor het buurtinitiatief verder kon doorontwikkelen. Vervolgens ontstaat er spanning in de buurt, omdat een deel van de buurt op vrijwillige basis vergelijkbare werkzaamheden verricht als de zzp’er die er voor betaald wordt. Dit kan een buurtinitiatief ook ‘opblazen’. Onze les hieruit is dat subsidie voor het bevorderen van nabuurschap niet altijd het gewenste effect heeft. Het verdient aanbeveling bij dit soort projecten ook te kijken, in plaats van naar subsidie, ook naar een meer coördinerende rol van de gemeente in bredere coalitievorming van bijvoor­ beeld fondsen, banken (die niet zozeer geld, maar financiële kennis inbrengen), woningbouwcoöperaties, buurtfondsen, ontwikkelaars, de bibliotheek en andere instanties in een wijk. In dezelfde geest als de masterplannen zou op wijkniveau op basis van een initiatief de gesignaleerde opgaven in een wijk, kunnen worden ingezet op andere vormen van ondersteuning dan enkel subsidie.

2.3.6

Ruimte geven en controle

Hoewel de regeling open van karakter is, zijn er wel basisvereisten: dat het initiatief aan meerdere beleidsdoelen van de gemeente bijdraagt en dat het initiatief financieel en organisatorisch haalbaar is. Als dit niet het geval is, wordt de subsidieaanvraag niet in behandeling genomen. Om de verantwoording zo eenvoudig mogelijk, maar wel binnen de gemeentelijke spelregels te houden wordt de volgende werkwijze gehanteerd: initiatiefnemers verantwoorden conform de bepalingen uit de Algemene Subsidie­ verordening Amsterdam 2013. Binnen deze bepalingen kan maatwerk geleverd worden in de vorm van verantwoording zoals regelmatige gesprekken met de initiatiefnemer, een bezoek aan de activiteit, een tussentijdse evaluatie op schrift, beeld of presentatie en een eindgesprek. We proberen steeds balans te bewaren tussen vrijheid geven en ruimte bieden aan het initiatief, tegelijkertijd ook goed te toetsen op de juiste besteding van gemeenschaps­ geld. We zien dat zeker voor startende initiatieven al deze ruimte ook best lastig is. Het ontbreken van formats geeft dan onvoldoende steun. De rol aan de voorkant van de BIMI is dan extra van belang. Ook zijn we van plan sessies te organiseren voor initiatief­ nemers voor het opstellen van bijvoorbeeld een goede begroting. Niet alleen voor de gemeente van belang om te toetsen, maar ook voor het initiatief zelf om goed te kunnen starten.

Hebben we met de regeling nu extra experimenteerruimte geboden? Als we kijken naar het type aanvragen dat is binnengekomen, zijn er zeker vernieuwende aanvragen en zijn er trajecten mogelijk gemaakt, die anders niet mogelijk waren. Dat zijn onder meer initiatieven die zich richten op systeemwijziging of die stedelijk worden uitgevoerd.

16

Er zijn ook startende initiatieven mislukt: door gedoe in een buurt, doordat het gewoon niet van de grond kwam. We hebben zeker met 20 initiatiefnemers gedurende de looptijd van het initiatief, afspraken bijgesteld of meer ruimte gegeven het traject goed af te ronden. Al doende bleek bijstelling nodig. Wat deze regeling naast de breedte vrij uniek maakt, is het feit dat ook activiteiten die tot doel hebben de organisatie te versterken, subsidiabel zijn. Met name partijen die bezig zijn na te denken over het bestendigen van hun initiatief hebben hier gebruik van gemaakt. Er is bijvoorbeeld gebruik gemaakt door te investeren in een opleiding fondsenwerving, activiteiten om derde gelden te werven of versterken samenwerking met vrijwilligers. Ook hierbij is de ruimte gegeven aan initiatiefnemers om dit in te vullen op een manier die bij hen past.

2.4

Impactmeting van MAEX

Wat is de impact van de regeling? Iedere aanvrager moet een MAEX-profiel invullen. MAEX maakt gebuikt van de Sustainable Development Goals, SDG’s om inzicht te bieden in de maatschappelijke impact van initiatieven en sociale ondernemingen. We hebben de maatschappelijke impact van de gehonoreerde aanvragen voor 2021 in kaart gebracht. Bij aanvang van de regeling zijn we minder streng geweest in het eisen van een MAEX-profiel: het was voor veel partijen nieuw en we hebben eerst geïnvesteerd in het verbeteren van het faciliteren van ondersteuning bij het goed invullen van het profiel. Vanaf 2022 zijn initiatieven wel gehouden aan het invullen van het volledige profiel. We hebben een selectie gemaakt van de initiatieven die in 2021 en de eerste tranche van 2022 het profiel én de social handprint volledig hebben ingevuld. Uit de social handprint kunnen we de voor deze benodigde data halen. Het gaat om 35 initiatieven die bij elkaar € 1.915.293 hebben ontvangen. In totaal zijn er 39 aanvragen van de 35 initiatieven gehonoreerd, waarvan 4 initiatieven twee aanvragen toegekend hebben gekregen. Dit zijn Stichting Noorderpark, Plukbos, Stichting Buurtmoeders Moederskracht en Stichting Cybersoek.

17

Initiatief

Subsidie

Initiatief

Subsidie

Anna’s Tuin & Ruigte

€ 65.000

Mensen Maken Amsterdam

€ 40.000

BOOST

€ 100.000

Netwerkpro

€ 44.780

BORO-atelier

€ 40.895

PLYGRND.CITY/ Hoodlab

€ 94.615

Bloei en groei

€ 50.000

Parels voor de Zwijnen

€ 25.000

Buuf & Buur

€ 40.000

Plukbos

€ 38.356

Casa Sophia

€ 64.326

SLPLZNmaandagavonden

€ 21.550

Collectief Kapitaal

€ 90.000

Samenwonen-Samenleven West

€ 39.780

Coöperatie 10

€ 32.000

Stichting Alkebulan

€ 40.000

Coöperatie de Groene Hub

€ 40.000

Stichting Buurthulp Oost

€ 50.000

Cybersoek

€ 86.408

Stichting LOLA

€ 100.000

De Groene Keukens van de Borgerbuurt

€ 11.000

Stichting Lokaal & Sociaal

€ 20.250

De VerbroederIJ

€ 12.480

Stichting Noorderpark

€ 200.000

Diversity Talks

€ 47.390

Talent Movement

€ 62.700

EQpura

€ 35.860

Upcycle Connection

€ 50.000

Fruittuin Van Moerkerken

€ 77.400

WIN Werk(t)

€ 31.439

G-Buurt Moving Forward

€ 43.000

Wereldhuiskamer

€ 45.200

Kunst- en Cultuurgebouw Tugela85

€ 50.200

Zorgplan Dolly

€ 50.000

Buurtmoeders Moederskracht

€ 128.390

2.4.1

Impactwaarde uitgedrukt in euro’s

Op basis van deze profielen heeft MAEX een indicatie gemaakt van de impactwaarde van deze selectie van initiatieven uit de eerste drie tranches. De waarde van initiatieven kan worden uitgedrukt in euro’s, namelijk € 25.660.000. Dit betekent dat MAEX indicatief tot de conclusie komt dat elke euro uit de regeling bijna € 13,50,impactwaarde vertegenwoordigt. Deze impactwaarde is een indicatie van het totale bedrag dat belanghebbenden tezamen besparen of in de reguliere economie bereid zouden zijn te betalen voor dergelijke diensten en effecten, uitgedrukt in euro’s. Aan iedere activiteit binnen een SDG is op voorhand een generieke waarde gekoppeld. Deze waarde is gebaseerd op externe maatschappelijke kosten- en batenanalyses, wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke prijslijsten. Sociale ondernemingen die alleen een basismodel hebben ingevuld zijn hierin niet meegerekend. De waarde-indicatie en aantallen in het indicatoren-overzicht in deze rapportage zijn op basis van de organisaties met een uitgebreide Social Handprint. MAEX heeft berekend dat de middelste impactwaarde (mediaan) van de door RIMIondersteunde initiatieven € 350.000 is. De waarde van initiatieven loopt, gezien de aard van de activiteiten, zeer uiteen (van circa €10.000 tot € 5.890.000).

Dit wijkt niet af van het beeld dat we in sector van maatschappelijke initiatieven en sociale ondernemingen in de rest van Nederland zien. De meest voorkomende impactwaarde van de 2100 initiatieven genoteerd aan MAEX in Nederland is circa € 80.000. De waarde van de door RIMI-ondersteunde initiatieven ligt gemiddeld dus aanzienlijk hoger. Impactwaarde

Landelijk

Amsterdam

SIMI

€ 610.000.000

€ 208.840.000

€ 25.660.000

Gemiddeld

€ 610.000

€ 780.000

€ 730.000

Mediaan

€ 80.000

€ 130.000

€ 350.000

Totaal

2.4.2

Overige waarde

De 35 initiatieven leveren maatschappelijke waarde met inzet van 2.091 vrijwilligers en 193 betaalde medewerkers (niet uitgedrukt in FTE). Gemiddeld zijn er per initiatief 63 vrijwilligers en 6 betaalde medewerkers actief. Dit ligt hoger dan het gemiddelde in Nederland, zoals af te lezen in de onderstaande twee tabellen. Belangrijk om hierbij te melden is dat bij de regeling een maximaal maatschappelijk uurtarief van € 50,- geldt. Aantal vrijwilligers

Landelijk

Amsterdam

SIMI

64.997

33.865

2.091

Gemiddeld

55

81

62

Mediaan

15

15

38

Landelijk

Amsterdam

SIMI

10.775

2.118

193

Gemiddeld

14

4

6

Mediaan

3

4

4

Totaal

Aantal medewerkers Totaal

18

2.5

Conclusies en aanbevelingen

• Er is behoefte is aan de middelen vanuit de RIMI en de RIMI wordt ingezet voor het doel van de regeling: om integrale initiatieven te ondersteunen. • MAEX komt indicatief tot de conclusie komt dat elke euro uit de regeling bijna € 13,50,- impactwaarde vertegenwoordigt. Dit zou betekenen dat voor het totaal van verleende subsidie in 2021 en 2022 (€ 3,65 mio) de impactwaarde in euro’s op grofweg € 50 mio uitkomt. • Er is meer experimenteerruimte gekomen: er zijn vernieuwende aanvragen mogelijk gemaakt, die anders niet mogelijk waren. Dat zijn initiatieven die bijvoorbeeld richten op systeemwijziging. We hebben zeker met 15 initiatiefnemers gedurende de looptijd van het initiatief, afspraken bijgesteld of meer ruimte gegeven het traject goed af te ronden. • De Regeling blijkt ook een goede ‘vindplaats’ voor hiaten in ons systeem. De RIMI is zo breed dat ook initiatiefnemers zich melden, met aanbod dat heel goed is en inspeelt op actuele opgaven in de stad, maar waar we als gemeente eenvoudigweg nog geen beleid op hebben. • De gemeente kan nooit alle doorgroeiende initiatieven een structurele financiering bieden. We moeten ook strakker sturen op het leren stoppen. Amsterdam is echter zo groot, dat dit echt om de 1 Amsterdam gedachte vraagt. We zie nu dat als 1 afdeling stopt, soms een andere toch doorgaat. Dit is niet duidelijk een eenduidig genoeg.

We moeten ook komen tot een consistente aanpak als we doorgaan met het ondersteunen van initiatieven. De gemeente kan niet alles kan financieren en zeker niet structureel of meerjarig, maar we zijn ook onvoldoende in staat te komen tot maatwerkoplossingen. De RIMI sluit qua doelstelling vaak volledig aan, maar mist de mogelijkheid te voldoen aan de volledige financieringsbehoefte van deze initiatieven en is ook incidenteel. In die zin is het ook gewoon een extra regeling. • Wij stellen voor BIMI blijven in te zetten als verzamelplaats voor vastlopende initiatieven en breder inzetten voor het aanjagen van het creëren van maatwerk. We merken dat we met de instelling: “we zijn nergens van, behalve van de oplossing (en de oplossing kan ook ‘nee’ zijn)” als een verbindende partij in de gemeente kunnen opereren. Zo dragen we vanuit maatschappelijke waarde, aansluitend op de maatschappelijke opgave, bij aan het goed laten landen van initiatieven in de organisatie. Om dit meer te reguleren willen we experimenteren met verschillende aanpakken om deze rol in de organisatie vorm te geven. Recent hebben we een aanpak gekozen voor BOOST, waarbij wij zelf als een soort maatwerk-consultants te werk zijn gegaan. We zijn nu ook gestart aan een traject samen met de Waag en stadsdeel Noord om te kijken of we voor de Noorderpark Trust tot een duurzame oplossing kunnen komen.

• Voor de sociale basis zijn we in gesprek over het instellen van een tafel waarbij we voor kansrijke initiatieven die zouden kunnen doorgroeien naar het vereenvoudigde stelsel, een driejarige transitiefinanciering kunnen creëren. Hiervoor werken we samen een voorstel uit, waarbij we ook inzetten op het starten van een soort weerstands­ budget, waar partijen drie jaar kunnen worden ondergebracht tot er een oplossing in de sociale basis, of een maatwerkoplossing is gevonden.

19

3. Ambtelijk vakmanschap 3.1

Ambtelijke evaluatie

3.1.1

Rol BIMI in ambtelijk netwerk

Voor de initiatiefnemers is het belangrijk één aanspreekpunt te hebben binnen de gemeente en waar nodig ondersteuning te krijgen in de planvorming. Dit bureau bouwt bovendien aan een binnengemeentelijk netwerk en verbindt actief gebiedsteams en directies. Het bureau fungeert daarmee ook als aanspreekpunt voor collega’s. Het Initiatievenbureau agendeert waar nodig knelpunten en verwijst zo nodig door. BIMI organiseert voor alle aanvragen ad hoc samengestelde integrale adviesgesprekken. Inmiddels zijn er meer dan 200 ambtenaren van stadsdelen en directies betrokken bij de RIMI. Het samenwerken aan de regeling draagt bij aan de kwaliteit van de advisering, maar draagt ook bij aan het uitbouwen van een netwerk van ambtenaren bij stadsdelen en directies die elkaar leren kennen en integraal over initiatieven nadenken. Dit leidt dikwijls ook tot meer structurele samenwerking geleid, bijvoorbeeld bij casuïstiek op de Osdorperweg 663, samen met Vrije Ruimte, of met ongedocumenteerden en status­ houders ten aanzien van BOOST. We hebben met een vertegenwoordiging van deze groep ook tussentijds geëvalueerd door middel van een enquête en negen interviews. Om onze collega’s blijvend te betrekken, is onder meer: • een TamTam groep opgericht.

Hier is nieuws over de regeling te vinden, kan men alle aanvragen vinden en worden de uitkomsten van de CIMI gedeeld; • organiseren we webinars met het netwerk om ze op de hoogte te houden van de trends, ontwikkelingen en aankomende tranches.; • ontvangt men sinds kort (net als de initiatieven uit de stad) regulier een nieuwsbrief, WijAmsterdam, met onder meer achtergrondverhalen van en interviews met initiatiefnemers. • organiseren we werkbezoeken. In Zuidoost hebben we een sessie met ambtenaren gehouden waaruit een reeks werkbezoeken is voortgekomen met stadsdeelcollega’s, BIMI en leden van de CIMI. Dit willen we ook bij andere stadsdelen gaan doen. • We gaan langs bij teamoverleggen van gebiedsteams bij stadsdelen om de regeling onder de aandacht te brengen.

3.1.2

Waardering regeling ambtelijk netwerk

Hoe kijken onze collega’s aan tegen de regeling? • Algemeen is men blij met de waardering dat de regeling er is, ook omdat er ruimte is voor beleidsoverstijgende activiteiten. Waar initiatieven tot nu toe buiten de boot vallen bij andere regelingen, is er nu een plek waar voor directies en stadsdelen nu initiatieven terecht kunnen die men anders niet zou kunnen helpen: of omdat er binnen de eigen directie onvoldoende beleidsruimte is, of omdat er binnen het eigen stadsdeel te beperkte financiële ruimte is. Terwijl de maatschappelijke waarde wel degelijk wordt gezien. Het ontbreekt bovendien bij directies dikwijls aan tijd en ruimte om interessante initiatieven die niet helemaal in het eigen beleidsveld passen verder te helpen. Ook loopt samenwerking met andere beleidsterreinen vaak vast op financiën. Aanvragers lopen daarop vast. RIMI geeft een oplossing hiervoor en opent deuren.

20

• Het is lastig is dat het allemaal in een heel kort tijdbestek moet gebeuren. De tweede tranche overlapt met aanvragen/beoordelingen aanvraag ronde van sociale basis. Met een groot aantal aanvragen dat betrekking heeft op de sociale basis, zorgt dit voor hoge werkdruk. • Ook werkt de regeling intern verbindend. Collega’s kennen elkaar soms nog niet en in die zin draagt de regeling actief bij aan het versterken van het interne netwerk. Door de integrale adviesgesprekken komen collega’s met elkaar aan tafel om vanuit met behulp van gezamenlijke expertise tot een advies te komen. Soms schuurt dat, maar ook dat maakt het zinvol en interessant. Men geeft aan het zinvol en interessant te vinden om mee te krijgen van andere collega’s wat zij doen. De adviesgesprekken worden dan ook als leerzaam ervaren. • Er is waardering dat de kennis die er is goed wordt benut (vanuit de gebieden).

3.1.3

Inhoudelijke adviezen

De adviezen die voortkomen uit de integrale adviesgesprekken worden bij de aanvraag­ dossiers gevoegd voor de CIMI. Ze maken een belangrijk onderdeel uit van de beoordeling door de commissie. We zien dat in de ambtelijke adviezen regelmatig geldt: ‘bekend maakt bemind, maar onbekend maakt onbemind’. Meerdere aanvragen zijn voorzien van een strenger dan wel positiever preadvies, omdat collega’s een initiatief niet loszagen van de indienende partij. Het is vanzelfsprekend dat in eerste instantie vastgehouden wordt aan het bekende. De kwaliteit van het werk dat een aanvrager eerder geleverd heeft, telt immers mee. Een keerzijde is echter dat dit het relatief lastiger maakt voor nieuwe partijen om goed voor het daglicht te komen in het preadvies. Nieuwe partijen hebben het dus moeilijker, terwijl de regeling juist ook is gericht op vernieuwing en innovatie. Ook onze collega’s zijn scherp op het incidentele karakter van de financiering van initiatief in de stad. Zo gaf één collega aan ‘De problemen zijn structureel, terwijl de oplossingen incidenteel zijn’. Ook geeft het netwerk aan dat er een wijze gevonden moet worden om de trends en rode draden die voortkomen uit de regeling, bijvoorbeeld het ontbreken van beleid, meer opgepakt zouden moeten worden. Initiatiefnemers springen vaak sneller in op maatschappelijke vraagstukken dan de gemeente.

De regeling zou nog meer ingezet kunnen worden als vindplaats voor hiaten in ons eigen stelsel. Er worden ambtelijk nog een aantal zaken meegegeven: • De RIMI zou als vliegwiel kunnen fungeren om partijen naar andere financierings­ bronnen te helpen. We zouden vanuit BIMI een platform moeten oprichten waar partijen elkaar kunnen vinden: kleinere rol voor de gemeente, meer onderling uitzoeken. • De regeling is een echte overheidstekst. De gebiedsmakelaar fungeert nu soms letterlijk als vertaler. Je botst hier op het spanningsveld tussen juridische kaders enerzijds, en gebruiksgemak anderzijds. Een regeling moet natuurlijk goed ingekaderd worden, maar dit maakt het aanvragen van subsidie ook ingewikkelder. Aanvragers willen het zo makkelijk mogelijk, maar als gemeente moet je wel controleren of gemeenschapsgeld goed besteed wordt. Toegankelijkheid van de regeling blijft een aandachtspunt. • Zoals bij alle subsidies geldt ook bij RIMI: veel incidentele regelingen. Er is zorg dat gehonoreerde aanvragen na afloop van het project richting de sociale basis verschuiven, waar geen geld is. Meerjarige verbinding met grotere initiatieven, zou rust geven.

21

3.1.4

Eigenaarschap

Een belangrijk onderdeel van de regeling is oorspronkelijk ook dat uit het midden van deze integrale teams een accounthouder zou worden gekozen. Dit werkt niet, of beperkt. Er is een aantal stadsdelen dat zich verantwoordelijk maakt voor het blijven volgen van een initiatief, maar vaak heeft men onvoldoende ruimte om het initiatief te volgen en te begeleiden. Dit betekent dat er veel druk op BIMI staat om initiatief­ nemers toch zo goed mogelijk te begeleiden. Er is de afgelopen periode bij een aantal initiatiefnemers veel geïnvesteerd om ze te helpen bij het op koers houden van hun initiatief, er is geholpen met het maken van verantwoordingen en er is zelf mediation ingezet bij een intern conflict tussen initiatiefnemers. We proberen initiatiefnemers te bezoeken. We hebben niet de ruimte om alle initiatieven vanuit de smalle bezetting van BIMI echt te volgen zoals we dat graag willen, ook vanuit de behoefte om lessons learned te verzamelen en te leren van de experimenteerruimte die we bieden. We beginnen dit jaar dan ook met gezamenlijk sessies met initiatiefnemers om hen na afloop van hun initiatieven met elkaar in gesprek te laten gaan over wat zij geleerd hebben: zowel hun succes als hun mislukkingen. Zo proberen we drie vliegen in een klap te slaan: we halen met beperkte inzet veel informatie op over de door ons gefinancierde initiatieven.

De initiatiefnemers leren elkaar kennen en, last but not least, leren gelijk ook van elkaar. Ook al lossen hiermee een deel op, het is wel een gemis dat het accounthouderschap niet van de grond komt, zeker tijdens het uitvoeren van het initiatief zou dit enorme meerwaarde hebben. We hebben hier nog geen oplossing voor. Er moeten hier nadere afspraken met stadsdeeldirecties overmaken.

3.2

Conclusies en aanbevelingen

• De regeling draagt bij aan het ambtelijk vakmanschap. Door de integrale advies­ gesprekken komen collega’s met elkaar aan tafel om vanuit met behulp van gezamenlijke expertise tot een advies te komen. Men geeft aan het zinvol en interessant te vinden om mee te krijgen van andere collega’s wat zij doen. De adviesgesprekken worden dan ook als leerzaam ervaren. Een aandachtspunt is het eigenaarschap: het lukt nog onvoldoende om het accounthouderschap binnen de organisatie te beleggen. Dit neemt BIMI nu op zich, maar daarmee is de ondersteuning vanuit de gemeente, met name voor startende initiatieven, ook beperkt. • Richt vanuit BIMI een platform waar partijen elkaar kunnen vinden: met kleinere rol voor de gemeente en laat partijen in de stad het meer onderling uitzoeken. • Toegankelijkheid van de regeling blijft een aandachtspunt: kijk ook in het kader van de bredere aanpassingen van het subsidielandschap naar eenduidigheid en het zo laag mogelijk maken van de drempel. • Zoals bij alle subsidies geldt ook bij RIMI: veel incidentele regelingen. Meerjarige verbinding met grotere initiatieven, zou rust geven.

22

4. Dienstverlening voor initiatieven

Om een maximale dienstverlening te leveren aan initiatiefnemers zijn een Bureau en een Commissie Integraal Maatschappelijk Initiatief ingesteld. Het bureau zorgt dat de aanvragen op de juiste plek en door de juiste mensen behandeld worden en kan initiatiefnemers ondersteunen in de planvorming.

4.1

Dienstverlening vanuit Bureau Integraal Maatschappelijk Initiatief

Voor de initiatiefnemers is het belangrijk één aanspreekpunt te hebben binnen de gemeente en waar nodig ondersteuning te krijgen in de planvorming. Dit bureau bouwt bovendien aan binnengemeentelijk samenwerking tussen gebiedsteams (waar initiatieven veelal als eerste binnenkomen) en directies. Dit netwerk wordt actief betrokken en op de hoogte gehouden over initiatieven, maar leunt ook op de kennis bij directies en gebiedsteams over mogelijkheden en noodzaak om initiatief mogelijk te maken. Het Initiatievenbureau agendeert waar nodig knelpunten en verwijst zo nodig door. Vanuit het bureau wordt ook de externe commissie, de Commissie Integraal Maatschappelijk Initiatief, ondersteund en begeleid en wordt de secretarisfunctie voor de commissie vormgegeven. Ten aanzien van de regeling heeft het Bureau ook een belangrijke rol die zich toespitst op drie aspecten: 1. Voorafgaand aan de sluiting van een tranche, is het Initiatievenbureau beschikbaar voor aanvragers om mee te denken en te adviseren. In 2021 en 2022 er met ruim 75 aanvragers meegedacht of op aanvragen meegelezen. Als een initiatief onvoldoende integraal was of niet kansrijk is meegedacht over alternatieve mogelijkheden voor financiering of ondersteuning. 2. Daarnaast heeft het Initiatievenbureau een belangrijke rol bij de voorbereiding voor de CIMI.

Het bureau organiseert de adviesgesprekken om bij de aanvraagdossiers van de CIMI een integraal ambtelijk advies toe te voegen. Dit betekent dat voor iedere aanvraag een overleg met steeds andere groepen collega’s wordt ingepland: voor iedere aanvraag in een andere, passende samenstelling. Voor deze vier tranches zijn er totaal 275 aanvragen ingediend. Het bureau heeft hiervoor 250 ad hoc samengestelde ambtelijke adviesgesprekken gevoerd. 3. Na de beoordeling van de aanvragen door de CIMI, zorgt het bureau met het subsidiebureau voor het opstellen van de verleningen en afwijzingen. Naast het begeleiden van initiatiefnemers voorafgaand aan hun aanvraag, heeft het bureau ook: • tegen de twintig initiatiefnemers doorgeleid naar andere financieringsmogelijkheden. • concrete casuïstiek opgepakt om tot langdurige oplossingen te komen. • Meetups de MAEX om initiatiefnemers gebruik te laten maken van de mogelijkheden van dit platform. • bijeenkomsten georganiseerd, waaronder de grote Initiatievendag om in- en externe partijen verder aan elkaar te verbinden. • Begeleiding van een aantal initiatieven bij (intern) conflict en organiseren mediation, zoals in Osdorp en stadsdeel Centrum. • Begeleiden relatief nieuwe initiatiefnemers bij verantwoording en andere uitdagingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13376828/1