CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie referendum Hoofdgroenstructuur

RAAD 14 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voorbereiden van een herziening van de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022 (VN2024-013903)34.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Evaluatie referendum Hoofdgroenstructuur

Colofon Uitgevoerd door: Initiatief- en referendumcommissie Gemeentelijke begeleiding: raadsgriffie Datum: Oktober 2024

Voorwoord Op 6 juni 2024 vond in Amsterdam voor het eerst in lange tijd een referendum plaats. Het onderwerp was het beleidskader Hoofdgroenstructuur. Het referendumproces werd begeleid door de onafhankelijke Initiatiefen referendumcommissie (hierna: commissie), die in 2022 door de gemeenteraad is ingesteld en waarvan de leden voor 6 jaar zijn benoemd. In het Reglement voor de Initiatief- en referendumcommissie van de gemeente Amsterdam is bepaald dat deze commissie na afloop van een referendum een evaluatie uitbrengt. Deze evaluatie is voltooid op 8 oktober 2024 en wordt aangeboden aan de gemeenteraad. De commissie constateert met genoegen dat het referendumproces zonder noemenswaardige problemen is verlopen. De commissie heeft veel inzet gezien van de betrokken organisatieonderdelen van de gemeente, want ook voor hen was het soms aanpassen en handelen naar bevind van zaken. Mede daarom staat deze evaluatie sterk in het teken van het leerproces dat door de hele gemeentelijke organisatie is doorlopen. Wel komt zij in de onderstaande evaluatie met een aantal aanbevelingen waarover in de komende tijd zowel door de gemeenteraad als door de commissie verder kan worden nagedacht. De samenstelling van de commissie is als volgt: Mevrouw mr. I. (Inez) Derks Mevrouw mr. E.M.M.A. (Esmée) Driessen De heer prof. dr. R. (Roel) de Lange (voorzitter) De heer dr. Ph.

(Philip) van Praag Mevrouw drs. M. (Marion) Veerbeek De commissie werd bij haar werk in de periode januari 2023 en juli 2024 ondersteund door: Mevrouw mr. drs. D. Struijk, 1e plaatsvervangend griffier van de gemeenteraad Mevrouw drs. G. Hoff Mevrouw mr. C. Lin Tsung De commissie bedankt de ondersteuners hartelijk voor het vele werk dat zij in deze periode hebben verzet. Ook spreekt zij haar erkentelijkheid uit in de richting van de initiatiefnemers tot het referendum, en ook de medewerkers van de gemeente die in een of andere hoedanigheid bij het referendumproces betrokken zijn geweest, en in de richting van de bestuurders en de gemeenteraadsleden die in dit proces een constructieve rol hebben gespeeld.

3

Samenvatting Het inleidend verzoek voor het houden van een referendum over het beleidskader Hoofdgroenstructuur kwam op 18 januari 2023 als een verrassing voor de meesten, waaronder de commissie. De commissie heeft de gemeenteraad over het verzoek geadviseerd en op basis daarvan heeft de gemeenteraad het inleidend verzoek ingewilligd op 25 januari 2023. Met dit besluit brak een nieuwe fase aan in het referendumproces, waarbij de commissie op enkele uitvoeringsproblemen is gestuit. In dit licht adviseerde de commissie de raad tot het nemen van een interpretatieve verklaring zodat de periode van tien weken voor het definitieve verzoek pas begint bij het openstellen van de mogelijkheid tot het indienen van ondersteuningsverklaringen. De raad volgde dit advies op en de periode van tien weken begon op 25 maart 2023 en eindigde op 31 mei 2023, waarna het definitieve verzoek op 7 juni werd ingewilligd. Tijdens deze fase hebben er gesprekken tussen initiatiefnemers en een aantal raadsleden plaatsgevonden. Deze gesprekken verliepen in een goede, constructieve sfeer. De commissie begon met het opstellen van een advies over de datum, naamgeving en vraagstelling van het referendum toen duidelijk was dat aan het vereiste van 10.000 geldige ondersteuningsverklaringen was voldaan.

Op 23 mei 2023 werd een openbare hoorzitting gehouden om suggesties over de formulering van de vraagstelling en datum van het referendum te verzamelen en om vragen te beantwoorden. De commissie heeft de raad geadviseerd om het referendum te laten samenvallen met de verkiezingen voor het Europees Parlement op 6 juni 2024. Daarnaast adviseerde de commissie om de vraagstelling te laten luiden: Bent u voor of tegen het voorgenomen besluit Hoofdgroenstructuur? De adviezen van de commissie werden op 28 juni 2023 unaniem door de raad overgenomen. De uitvoeringsfase van het referendumproces omvat een overdracht van verantwoordelijkheden van de raad naar het college. In deze fase kwam naar voren dat een structureel budget voor referenda en een subsidieregeling voor het voeren van campagne zoals vastgelegd in de verordening ontbraken. Op advies van de commissie heeft de gemeenteraad op 20 juli 2023 een subsidieregeling vastgesteld.

4

De commissie heeft geconstateerd dat de campagne voor het referendum een eenzijdig karakter had omdat de wethouder en de voorstanders van het voorgenomen besluit zich terughoudend hebben opgesteld. Verder heeft de commissie gemerkt dat de notie van ‘een gelijk speelveld’ zoals die in de verordening is vastgelegd, in praktijk tot onduidelijkheden heeft geleid aan de zijde van de wethouder en de medewerkers. In de verordening is vastgelegd dat er een referendumkrant huis-aan-huis moet worden verspreid en dat een audiovisuele versie van de referendumkrant beschikbaar wordt gesteld. De raad besloot op advies van de commissie om de gedrukte krant twee weken voor de verkiezingsdag uit te geven. De overeengekomen termijn van vier weken voor de audiovisuele/digitale versie werd echter niet gehaald. De commissie heeft geconstateerd dat het maken van de referendumkrant bestaande uit vier pagina’s, een uitdaging was voor de ambtelijke organisatie. Het gebrek aan ervaring met referenda is hier mede debet aan. De referendumkrant was als onderdeel opgenomen in de verkiezingskrant voor het Europees Parlement. De gekozen vorm vond de commissie ongelukkig. De signalen over niet-bezorgde kranten hebben ook de commissie bereikt.

Door Onderzoek & Statistiek van de gemeente Amsterdam is er onderzoek verricht maar uit dit onderzoek heeft de commissie geen inzicht gekregen in de daadwerkelijke bezorgstatus. Donderdag 6 juni 2024 was de dag van het referendum en de verkiezingen voor het Europees Parlement. Op woensdag 26 juni 2024 heeft de raad een besluit genomen over de vaststelling van het beleidskader Hoofdgroenstructuur. De meerderheid van de raad beschouwde de uitslag van het referendum als leidend voor hun stemgedrag, wat leidde tot de afwijzing van het voorstel van het college. Het bestaande beleidskader blijft dus overeind. Hoewel de commissie volledig de bevoegdheid van de raad om tot dit resultaat te komen erkent, wijst zij wel op de enigszins paradoxale situatie. De uitkomst van het referendumproces bereikte het tegenovergestelde van wat de initiatiefnemers van het referendum hadden verwacht, wat resulteerde in hun voelbare teleurstelling. De commissie onthoudt zich

vanzelfsprekend van een oordeel over de uitkomst. Ten slotte heeft de commissie één klacht over de inhoud van het college in de referendumkrant ontvangen. De commissie heeft kennisgenomen van de klacht, en de klager uitleg gegeven over de wijze waarop de referendumkrant tot stand komt. De commissie heeft zich op het standpunt gesteld dat de klacht niet gegrond was.

5

Inhoud Voorwoord

3

Samenvatting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding Achtergrond Leeswijzer

7 7 7

Hoofdstuk 2 Inleidend verzoek Tijdlijn Kader Ervaringen en aanbevelingen

8 8 8 8

Hoofdstuk 3 Definitief verzoek Tijdlijn Kader Ervaringen en aanbevelingen

10 10 10 10

Hoofdstuk 4 Datum, naamgeving en vraagstelling Tijdlijn Kader Ervaringen en aanbevelingen

12 12 12 12

Hoofdstuk 5 Budget, subsidies en campagne Tijdlijn Kader Ervaringen en aanbevelingen

14 14 14 14

Hoofdstuk 6 Referendumkrant Tijdlijn Kader Ervaringen en aanbevelingen

17 17 17 17

Hoofdstuk 7 Uitslag referendum en klachten Tijdlijn Kader Ervaringen en aanbevelingen

19 19 19 19

Bijlagen 1. Overzicht aanbevelingen Initiatief- en referendumcommissie 2. Referendumverordening gemeente Amsterdam 2022 3. Uitgebrachte adviezen Initiatief- en referendumcommissie (gebundeld) 4. Rapportage bezorging Amsterdam 2024 5. Brief wethouder inzake referendum beleidskader Hoofdgroenstructuur d.d. 8 april 2024 6. Proces-verbaal van de uitslag referendum Hoofdgroenstructuur

6

Hoofdstuk 1 Inleiding Achtergrond De commissie is ingesteld door de gemeenteraad. De taken van de commissie zijn vastgelegd in de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022 (hierna: verordening). In grote lijnen komen de taken van de commissie neer op het houden van toezicht op correcte uitvoering en een eerlijk verloop van het referendum. Zij adviseert de raad en het college gevraagd en ongevraagd dienaangaande. De commissie bestaat uit 5 externe leden met kennis, ervaring en expertise op het gebied van referenda, vanuit het staatsrecht, het bestuursrecht, de politicologie en de bestuurskunde. De commissie wordt ondersteund door de raadsgriffie. Op basis van artikel 16, eerste lid van het Reglement voor de Initiatief- en referendumcommissie van de gemeente Amsterdam brengt de commissie een evaluatie uit. De opgedane ervaring met het referendumproces met betrekking tot de Hoofdgroenstructuur, in combinatie met de kennis en ervaringen met andere gemeentelijke referenda, vormt de basis voor deze evaluatie op hoofdlijnen.

Het referendum Hoofdgroenstructuur was het eerste referendum op basis van de in 2021 vastgestelde verordening. Doel van de evaluatie is om de leermomenten in het referendumproces in beeld te krijgen. Op basis daarvan kan in een volgend stadium advies volgen omtrent mogelijke en wenselijke wijzigingen van de verordening. Besluitvorming over deze materie is een bevoegdheid van de raad. Daarnaast overweegt de commissie of zij tot een – zo beknopt mogelijk – draaiboek moet komen dat behulpzaam kan zijn bij eventuele volgende referenda.

Leeswijzer De voorliggende evaluatie kent een chronologische opbouw. De verschillende stappen in het referendumproces worden per hoofdstuk beschreven. Ter wille van de overzichtelijkheid is de opzet van elk hoofdstuk hetzelfde. Een tijdlijn is toegevoegd, en elk hoofdstuk wordt vergezeld van diverse aanbevelingen op basis van de ervaringen die de commissie heeft opgedaan.

7

Hoofdstuk 2 Inleidend verzoek Tijdlijn Inleidend verzoek

Definitief verzoek

Datum, naamgeving en vraagstelling

Overzicht belangrijke data • 18 januari 2023 Indiening inleidend verzoek voor een referendum Hoofdgroenstructuur • 24 januari 2023 Advies I van de commissie over het inleidend verzoek • 25 januari 2023 Raadsvergadering waarin is beslist over het inleidend verzoek

Kader De volgende artikelen van de verordening vormen het kader: • artikel 6: Inleidend verzoek; • artikel 7: Opschortende werking.

Ervaringen en aanbevelingen De indiening van het inleidend verzoek voor het houden van een referendum over het beleidskader Hoofdgroenstructuur kwam voor de meesten, ook voor de commissie, op woensdag 18 januari 2023 als een verrassing. In deze fase van het referendumproces kijkt de commissie of wordt voldaan aan de eisen die in de verordening zijn vastgelegd. De commissie heeft op dinsdag 24 januari 2023 advies over het inleidend verzoek uitgebracht aan de gemeenteraad, voor de raadsvergadering van 25 januari 2023. De commissie merkt op dat de periode tussen het moment van indiening van het inleidend verzoek en het besluit van de gemeenteraad tot het inwilligen van het inleidend verzoek zeer kort is, namelijk 7 dagen. Dat maakt het ook lastig om met de initiatiefnemers te overleggen of de keuze voor het referendum de juiste keuze is of dat het alternatieve burgervoorstel een beter instrument zou zijn.

8

Budget, subsidies en campagne

Referendumkrant

Uitslag referendum

Aanbeveling 1 Bouw een pauzemoment in de fase van het inleidend verzoek in, bedoeld om de besluitvorming over het inleidend verzoek zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden en haastwerk te voorkomen.

In het verlengde van het voorgaande merkt de commissie op dat het inleidend verzoek voorzien zou moeten worden van een motivering die antwoord geeft op de vraag waarom een initiatiefnemer voor een bepaalde referendumvorm heeft gekozen. Naast het gegeven dat de raad en/of commissie met de initiatiefnemer hierover in gesprek kan gaan, kan de commissie hieraan ook aandacht besteden in haar advies aan de raad over het inleidend verzoek. Het is uiteindelijk aan de raad hoe hij de belangen in deze afweegt.

Aanbeveling 2 Voeg in de verordening toe dat een inleidend verzoek tevens een motivering moet bevatten van de gekozen referendumvorm.

Eén van de vragen die in deze fase opkwam is of de rol van initiatiefnemers zich beperkt tot de indiening van een inleidend verzoek. Denkbaar is – in het licht van de ervaringen in andere gemeentelijke referenda – dat die rol zich daartoe beperkt.

Aanbeveling 3 Verduidelijk de rol van initiatiefnemers in de verschillende fasen van het referendumproces.

De raad heeft met algemene stemmen het inleidend verzoek ingewilligd. Het inwilligen van het inleidend verzoek heeft op grond van artikel 7 van de verordening tot gevolg dat de besluitvorming over het betreffende onderwerp wordt opgeschort. De besluitvorming in de raad over het inleidend verzoek verliep soepel. Wel was de indruk van de commissie dat het zou kunnen helpen als – bijvoorbeeld in de verordening of in het reglement van orde van de raad – maximale duidelijkheid wordt geschapen over de precieze gevolgen van het inwilligen van een inleidend verzoek voor de besluitvorming over het betreffende onderwerp. Immers met het inwilligen van het inleidend verzoek, gaat de ‘referendum-trein’ rijden. Hiervan moet eenieder die bij het inleidend verzoek betrokken is zich bewust zijn. De commissie acht het van belang dat in deze fase van het referendumproces kan worden nagedacht over de vraag wat de beste referendumvorm is voor het betreffende onderwerp. In gesprekken die kort na de inwilliging van het inleidend verzoek zijn gehouden tussen initiatiefnemers en raadsleden kwam ook al de vraag op of ‘switchen’ naar een alternatief burgervoorstel nog mogelijk was. De verordening biedt daarvoor thans geen ruimte.

De commissie heeft bij de voorbereiding van deze evaluatie tevens een begin gemaakt met de gedachtenvorming over de vraag hoe een eventuele keuzemogelijkheid tussen de verschillende vormen die de verordening aanduidt, eruit zou kunnen zien. De commissie acht het wenselijk dat daaromtrent in de verordening verduidelijking wordt gegeven.

Aanbeveling 4 Verduidelijk de verordening of vul haar aan met een regeling van de precieze gevolgen van het inwilligen van een inleidend verzoek voor de besluitvorming over het betreffende onderwerp.

Met de inwilliging begon tevens een termijn te lopen van tien weken, waarbinnen een definitief verzoek kon worden ingediend. Omdat het inleidend verzoek al begeleid werd door ongeveer 18.000 ondersteuningsverklaringen (waar 1.000 vereist was), lag het in de lijn der verwachting dat een definitief verzoek inderdaad zou volgen.

Het ‘beleidskader Hoofdgroenstructuur’ was voor de commissie onbekend. Daarom heeft zij zich allereerst hierover laten informeren door de ambtelijke opstellers van dit document. Dit heeft de commissie geholpen bij het verkrijgen van inzicht in de context van dit onderwerp. Ten aanzien van de controle van de geldigheid van ondersteuningsverklaringen heeft de commissie geconstateerd dat letterlijke uitvoering van de verordening een praktisch probleem zou scheppen. De verordening bepaalt namelijk dat ‘de raad’ die geldigheid controleert, maar in de praktijk ligt die controle bij ambtenaren die onder gezag van het college werkzaam zijn. Dat lijkt de commissie de meest praktische gang van zaken.

Aanbeveling 5 Verduidelijk de rolverdeling tussen de raad, de voorzitter van de raad, het college en de burgemeester, en maak duidelijk wie in welke fase de regierol heeft.

Zoals gezegd is de commissie – net als de raad, het college en de ambtelijke organisatie van de gemeente Amsterdam – op de rijdende ‘referendumtrein’ gestapt. De commissie heeft veel inzet gezien van de betrokken organisatieonderdelen van de gemeente. Ook voor hen was het soms aanpassen en handelen naar bevind van zaken. Mede daarom staat deze evaluatie sterk in het teken van het leerproces dat door de hele gemeentelijke organisatie is doorlopen. De griffie heeft de opgedane kennis en ervaringen bijgehouden in een (concept-)draaiboek. Een punt dat – enigszins zijdelings maar toch niet onbelangrijk – opkwam, is of over hetzelfde onderwerp meer dan één inleidend verzoek kan worden gedaan en kan worden ingewilligd. De commissie acht dit niet wenselijk, maar de verordening sluit het niet uit.

Aanbeveling 6 Sluit uit dat er meer dan één inleidend verzoek over hetzelfde onderwerp kan worden ingewilligd.

9

Hoofdstuk 3 Definitief verzoek Tijdlijn Inleidend verzoek

Definitief verzoek

Datum, naamgeving en vraagstelling

Overzicht belangrijke data • 13 februari 2023 Advies II van de commissie over enkele problemen in het kader van de voortgang van het referendumproces • 16 februari 2023 Eerste gesprek tussen raadsleden en initiatiefnemers waarbij de commissie aanwezig was • 15 maart 2023 Raadsvergadering waarin is besloten over de aanvang van de tien weken-termijn voor het indienen van ondersteuningsverklaringen • 16 maart 2023 Tweede gesprek tussen raadsleden en initiatiefnemers waarbij de commissie aanwezig was • 16 maart 2023 Raadsvergadering waarin het reglement voor de Initiatief- en referendumcommissie van de gemeente Amsterdam is vastgesteld • 25 maart 2023 Start termijn van tien weken voor het indienen van een ondersteuningsverklaring • 26 mei 2023 Indiening definitief verzoek • 31 mei 2023 Einde termijn van tien weken voor het indienen van een ondersteuningsverklaring • 7/8 juni 2023 Raadsvergadering waarin is beslist over het definitief verzoek

Kader Het volgende artikel van de verordening vormt het kader: • artikel 8: Definitief verzoek.

10

Budget, subsidies en campagne

Referendumkrant

Uitslag referendum

Ervaringen en aanbevelingen Voor de inwilliging van een definitief verzoek geldt de eis dat tenminste 10.000 geldige ondersteuningsverklaringen worden afgegeven. Omdat de ondersteuningen voor het inleidend verzoek vrijwel zonder uitzondering digitaal en niet op papier waren gegeven, moest worden aangenomen dat ook voor het definitieve verzoek de digitale ondersteuningen het meest talrijk zouden zijn. Dit stelt echter in het licht van de geldende regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens bijzondere eisen aan de digitale omgeving (de website van de gemeente Amsterdam). Er bleek – mede gelet op de beschikbaarheid van ICT-specialisten – tijd nodig om een en ander op orde te krijgen. Om te voorkomen dat hierdoor de termijn van tien weken feitelijk verkort zou worden in het nadeel van de initiatiefnemers en hun (mogelijke) ondersteuners, heeft de commissie aan de raad geadviseerd een interpretatieve verklaring vast te stellen, die inhoudt dat met betrekking tot het onderhavige definitieve verzoek de termijn van tien weken zou ingaan op het moment dat de digitale omgeving voldoende was toegerust om de te verwachten digitale ondersteuningen te verwerken. De commissie heeft daarover op 13 februari 2023 advies uitgebracht, en de raad heeft dit advies op 15 maart 2023 met algemene stemmen gevolgd.

Uiteindelijk is de tien wekentermijn beginnen te lopen op 25 maart 2023, zodat hij eindigde op 31 mei 2023. In de raadsvergadering van 7 juni is besloten het definitief verzoek in te willigen. Daarmee kwam een eind aan de eerste fase van het referendumproces. In deze fase hebben ook gesprekken plaatsgevonden tussen initiatiefnemers en een aantal raadsleden, in een aantal gevallen in aanwezigheid van (leden van) de commissie. De commissie heeft deze gesprekken als waardevol beschouwd omdat deze lieten zien dat zowel raadsleden als initiatiefnemers bereid waren constructief contact

met elkaar te hebben. Dit is ook in de latere fasen van het referendumproces het geval geweest. De ervaringen met andere gemeentelijke referenda laten veelal gepolariseerde verhoudingen zien, en de commissie constateert dat daarvan in dit Amsterdamse referendumproces eigenlijk geen sprake is geweest. Eén van de vragen die in deze fase opkwam betrof de mogelijkheid om te wisselen van referendumvorm. Het inleidend verzoek betrof het ‘gewone’ referendum, bedoeld in artikel 6 van de verordening. Zou het wellicht beter zijn geweest om aan te koersen op bijvoorbeeld een alternatief burgervoorstel (artikel 11 van de referendumverordening). De verordening biedt daartoe momenteel geen ruimte, zo was ook de conclusie van de commissie naar aanleiding van vragen die hierover door initiatiefnemers en raadsleden werden gesteld.

Aanbeveling 7 Maak wisselen van referendumvorm in de verordening mogelijk.

Aanbeveling 10 Verduidelijk de verordening in die zin dat DigiD kan worden gebruikt voor het indienen van ondersteuningsverklaringen (met inachtneming van alle geldende regels voor de bescherming van persoonsgegevens).

Aanbeveling 11 Verduidelijk in de verordening dat zowel het papieren formulier als de digitale mogelijkheid om de ondersteuningsverklaringen in te dienen direct beschikbaar zijn en zorg ervoor dat dit ook feitelijk het geval is.

Aanbeveling 12 Verduidelijk de verordening waar het gaat om het eind van de termijn voor indiening van een definitief verzoek. Het is niet nodig om de tien weken geheel ‘uit te zitten’ nadat het vereiste aantal geldige ondersteuningen is bereikt.

Aanbeveling 8 Verduidelijk in de verordening wie bevoegd is tot het indienen van een definitief verzoek: zijn dit de indieners van het inleidend verzoek, of elke kiesgerechtigde in Amsterdam? Kan het proces in deze fase zelfs zonder de oorspronkelijke initiatiefnemers worden voortgezet?

Aanbeveling 9 Verduidelijk de verordening met betrekking tot de controle op de geldigheid van ondersteuningsverklaringen. Deze controle kan worden beëindigd als vaststaat dat het aantal van 10.000 is gehaald.

11

Hoofdstuk 4 Datum, naamgeving en vraagstelling Tijdlijn Inleidend verzoek

Definitief verzoek

Datum, naamgeving en vraagstelling

Overzicht belangrijke data • 23 mei 2023 Openbare hoorzitting van de commissie over de vraagstelling en datum voor het referendum • 7 juni 2023 Advies III van de commissie inzake naamgeving, datum en vraagstelling van het referendum Hoofdgroenstructuur • 28 juni 2023 Raadsvergadering waarin is beslist over de datum, naamgeving en vraagstelling van het referendum Hoofdgroenstructuur

Kader De volgende artikelen van de verordening vormen het kader: • artikel 9: Vraagstelling; • artikel 23: Datum referendum; • De verordening bevat voor de naamgeving van deze referendumvorm geen nadere regels.

Ervaringen en aanbevelingen Op het moment dat duidelijk was dat aan de eis van 10.000 ondersteuningen was voldaan is de commissie begonnen met de voorbereiding van een advies over datum, naamgeving en vraagstelling van het referendum. Met betrekking tot de vraagstelling heeft de commissie een openbare hoorzitting belegd die op 23 mei 2023 heeft plaatsgevonden. Tijdens deze zitting werden uiteenlopende vragen gesteld en zijn er suggesties gedaan voor de vraagstelling van het referendum. Daarbij kwam ook de vraag aan de orde of het mogelijk zou zijn om subvragen op te nemen. De commissie is van mening dat een hoorzitting van toegevoegde waarde is geweest.

12

Budget, subsidies en campagne

Referendumkrant

Uitslag referendum

Voor de commissie was steeds de inhoud van de verordening richtinggevend. Ook de raad is immers gebonden aan de regels die hij zelf heeft vastgesteld, en dat betekent dat er op een aantal punten weinig of geen manoeuvreerruimte bestaat. De openbare hoorzitting maakte duidelijk dat het begrip ‘Hoofdgroenstructuur’, dat zeker niet voor iedereen meteen duidelijk is, zich niet laat vatten in een ander woord zonder aanzienlijk – en niet acceptabel – betekenisverlies. De verordening regelt heel strikt de vraagstelling, daarin zit geen afwegingsruimte. De achtergrond hiervan is dat de vraagstelling zo kort en helder mogelijk maar ook niet sturend geformuleerd moet worden. Een nadeel van een korte en heldere vraagstelling is dat er nuance wordt gemist. Het toevoegen van die nuance brengt echter niet vanzelf meer duidelijkheid met zich mee en het verder versimpelen van de vraagstelling / naamgeving – bijvoorbeeld van ‘Hoofdgroenstructuur’ naar ‘Groen (in de stad)’ – ook niet. Het risico dat stemmers verkeerde verwachtingen hebben is inherent aan elk verkiezingsproces en kan ook niet worden weggenomen. De commissie ziet beide kanten hiervan maar ziet geen aanleiding om thans te adviseren de verordening op dit punt aan te passen. De commissie onderstreept wel het belang van de beschikbaarheid van goede voorlichting over de inhoud van het betreffende raadsbesluit.

Interessante kwesties kwamen op bij de vaststelling van de datum van het referendum. De verordening is op zichzelf heel duidelijk: streef naar het laten samenvallen met - wat de verordening noemt ‘reguliere’ verkiezingen. Omdat in mei/juni al druk gespeculeerd werd over de mogelijke val van het kabinet-Rutte IV, met de mogelijkheid van daaropvolgende verkiezingen – werd ook aan de

commissie met enige regelmaat de vraag gesteld of het samen laten vallen van het referendum met die tussentijdse verkiezingen ook tot de mogelijkheden zou behoren. De commissie heeft ook die kwestie behandeld in haar advies van 7 juni 2023 over naamgeving, vraagstelling en datum van het referendum. De conclusie was dat het onverstandig zou zijn om die optie nog in de overwegingen te betrekken. Niet alleen vanwege allerlei onzekerheden over kabinetscrises en hun mogelijke vervolg, maar ook omdat de verordening ervan uitgaat dat er subsidies beschikbaar worden gesteld voor het voeren van referendumcampagnes. En voor het uitvoeren van subsidieregelingen is altijd tijd nodig. In dit geval ten minste vijf maanden. Al met al was de conclusie van de commissie dat het laten samenvallen met het referendum met de verkiezingen voor het Europees Parlement op 6 juni 2024 de enige verstandige optie zou zijn. Ook dat advies is door de raad met algemene stemmen gevolgd in de raadsvergadering van 28 juni 2023. De verordening bepaalt dat het referendum dient plaats te vinden binnen tien maanden na de positieve beslissing van de gemeenteraad op het definitieve verzoek, met de mogelijkheid van een verlenging met twee maanden. De commissie constateert dat de uiterlijke termijn van tien maanden waarbinnen het referendum dient plaats te vinden aan de krappe kant is.

Het doorlopen van alle noodzakelijke stappen om te komen tot een zorgvuldig en ordelijk referendum neemt de nodige tijd in beslag. Niet alleen moet binnen de gemeentelijke organisatie het nodige voorbereidende werk worden verzet, ook moet er op verschillende momenten afstemming worden gezocht met de referendumcommissie en de raad, en eventueel met initiatiefnemers of campagnevoerders. Daarbij zijn ook de termijnen voor besluitvorming in de raad cruciaal, mede met het oog op de beschikbare ruimte op de raadsagenda en relevante termijnen om één en ander aan te leveren. Daarom ligt een iets langere termijn van 12 maanden meer voor de hand.

Mede uit het oogpunt van opkomstbevordering heeft het de voorkeur om het referendum altijd te laten samenvallen met periodieke verkiezingen. Ook in het onderhavige referendumproces is gebleken dat de termijnen bij tussentijdse Kamerverkiezingen te kort zijn om de benodigde afstemming met alle partijen en het doorlopen van alle noodzakelijke stadia (inclusief de uitvoering van de subsidieregeling) te waarborgen. Bovendien vergt het organiseren van een verkiezing en een referendum de nodige ambtelijke capaciteit. In een dergelijke situatie ook nog eens versneld een referendum organiseren zou niet bijdragen aan een zorgvuldig referendumproces. Heldere communicatie over dit punt in de richting van de kiesgerechtigden, en in het bijzonder de campagnevoerders, is overigens in dit soort situaties een belangrijk punt van aandacht. Voor zover de commissie kan zien, hebben zich bij het onderhavige referendum in dit opzicht geen knelpunten voorgedaan.

Aanbeveling 14 Verduidelijk de verordening op het punt van de datum van het referendum.

Aanbeveling 13 Overweeg de verlenging van termijnen in de verordening.

13

Hoofdstuk 5 Budget, subsidies en campagne Tijdlijn Inleidend verzoek

Definitief verzoek

Datum, naamgeving en vraagstelling

Overzicht belangrijke data • 21 juni 2023 Advies IV van de commissie over subsidies en wethoudersbudget voor referendumgerelateerde campagneactiviteiten • 20 juli 2023 Raadsvergadering waarin besloten is om de subsidieregeling Referendum Amsterdam 2023 vast te stellen • 1 oktober t/m 30 november 2023 Periode aanvragen subsidie campagnevoering bij het college • december 2023 Informele advisering van de commissie in haar vergaderingen over de ingediende aanvragen voor verlening van subsidies voor, tegen en neutraal aan het Subsidiebureau, via de projectleider(s) • 27 augustus 2024 De commissie heeft kennis genomen van een overzicht van de projectleider(s) inzake de definitieve vaststelling inzake de subsidies voor, tegen en neutraal

Kader Het volgende artikel van de verordening vormt het kader: • artikel 26: Budget en subsidie.

Budget, subsidies en campagne

Referendumkrant

Uitslag referendum

communicatieafdelingen – inclusief de redactie van de Referendumkrant – in beeld. Daarnaast is het college belast met deze uitvoeringsfase binnen de kaders zoals deze door de raad zijn vastgesteld.

Aanbeveling 15 Leg in de verordening vast dat het college is belast met de (feitelijke) organisatie en uitvoering van het referendum

Aanbeveling 16 Stel zo vroeg mogelijk in het proces een ‘Team Referendum’ samen, bij voorkeur klein en slagvaardig, met korte lijnen naar de raad, de griffie en referendumcommissie.

Aanbeveling 17 Beleg direct bij het begin van de uitvoeringsfase van het referendumproces een briefing van de betrokken organisatieonderdelen door de commissie. Dit kan bevorderen dat er een – naar de mening van de commissie zeer wenselijke – permanente terugkoppeling kan plaatsvinden tussen de betrokken medewerkers en de commissie.

Ervaringen en aanbevelingen Na de inwilliging van het definitieve verzoek was een nieuwe fase van het referendumproces aangebroken, namelijk de uitvoeringsfase. In deze fase zijn bij de uitvoering van het raadsbesluit niet alleen de raad, de griffie en de commissie betrokken, maar ook – meer nog dan voorheen – diverse organisatieonderdelen van de gemeente Amsterdam. Achtereenvolgens komen daarbij het Subsidiebureau, het Verkiezingsbureau en de

14

Bij de uitvoeringsfase van het referendumproces heeft de commissie zich zeer actief beziggehouden met het ontwerpen van een subsidieregeling. Hoewel de verordening verwijst naar een dergelijke regeling, was deze er niet. In het ontwerpen van de subsidieregeling heeft de commissie voor ogen gehouden dat vanwege de schaalgrootte van de gemeente Amsterdam niet

alle ervaringen die opgedaan zijn bij andere gemeentelijke referenda één-op-één toegepast kunnen worden op Amsterdam. Wel is bij het vaststellen van het budget voor de campagnevoering op basis van een vergelijking van budgetten en inwoneraantallen van gemeenten met referendumervaring een budgetvoorstel voor Amsterdam opgesteld. De op dit punt opgedane ervaringen met het referendum Hoofdgroenstructuur kunnen van waarde zijn voor toekomstige referenda in Amsterdam. De uitvoeringsfase is – ook in de praktijk van referenda in andere gemeenten - een belangrijke fase gebleken omdat veelal juist in deze fase zich problemen gaan voordoen. De ambtelijk opdrachtgever voor het organiseren van het referendum Hoofdgroenstructuur was de stedelijk directeur Stadsdelen, Beheer en Dienstverlening en in het verlengde hiervan zijn voor de zomer van 2023 twee (interne) projectleiders aangesteld die belast werden met de feitelijke organisatie van het referendum, en is een ambtelijke stuurgroep gevormd. De griffie is de commissie blijven ondersteunen. In de raadsvergadering van 26 juni 2024 heeft wethouder Groot Wassink een evaluatie aangekondigd. Deze evaluatie is op het moment van schrijven nog niet beschikbaar. De commissie heeft besloten in de onderhavige evaluatie geen afzonderlijke aandacht aan de positie en het functioneren van de projectleiders dan wel de stuurgroep te wijden.

Wel merkt zij op dat in het algemeen gebleken is - en dit is ook de ervaring in andere gemeenten – dat het wenselijk is dat er juist in de uitvoeringsfase intensieve afstemming met de commissie plaatsvindt. Juist in een situatie waarin het houden van referenda relatief zeldzaam is, is het van belang dat de commissie de rol van toezichthouder zo goed mogelijk kan vervullen. Bovendien duiken in het referendumproces tal van bijzondere aandachtspunten op. De commissie – wier leden beschikken over een ruime referendumervaring – kan daarbij door gerichte incidentele adviezen steun bieden aan de uitvoeringsorganisatie. Hierbij speelt een belangrijke rol dat er in de ‘operationele’ fase van het referendumproces, waarin de praktische uitvoering van de verordening centraal

staat, sprake is van een overgang. De regie van de raad – vooral in voorgaande fase – wordt geleidelijk vervangen door activiteiten van medewerkers die normaliter onder gezag van het college werkzaam zijn. De ambtelijke stuurgroep – die formeel gezien in het licht van de verordening de raad als functionele meerdere heeft – dient waar mogelijk een schakel te zijn tussen bestuurlijke organisatieonderdelen en raad, met de commissie in de rol van betrokken toezichthouder. De commissie ziet de resultaten van de door de wethouder toegezegde evaluatie met belangstelling tegemoet. Gelet op de doelstellingen van de verordening heeft de commissie met enige verbazing kennis genomen van het feit dat er geen structureel budget voor referenda in de begroting is opgenomen, maar ook dat er geen subsidieregeling was terwijl de verordening daar wel naar verwijst.

Aanbeveling 18 Neem structureel middelen voor referenda in de begroting op.

De positie van de voor het concept-besluit verantwoordelijke wethouder is in een aantal opzichten een punt van aandacht. Ook de ervaring in andere gemeenten leert dat deze positie in het algemeen niet eenvoudig is. De verordening bevat een aantal handvatten, maar is volgens de commissie vatbaar voor aanvulling en verbetering. Een belangrijk praktisch punt was de toewijzing van een campagnebudget aan de verantwoordelijke wethouder. De verordening spreekt hier van ‘subsidie’, hetgeen in juridische zin onjuist is. De positie van de wethouder – lid van het bestuursorgaan college van B&W – is een fundamenteel andere dan die van een burger die een aanvraag doet tot financiering van een bepaalde activiteit. Toch moet wel worden gezorgd voor een gelijk speelveld. In dit opzicht ligt er specifiek op dit punt een bijzondere verantwoordelijkheid bij zowel de raad als de betrokken wethouder. De commissie heeft hieraan aandacht besteed in haar advies van 21 juni 2023, waarnaar zij kortheidshalve verwijst en die als bijlage is opgenomen.

15

Met het oog op een gelijk speelveld tussen wethouder en burgers is in de verordening opgenomen dat de wethouder niet meer geld mag gebruiken dan de raad heeft bepaald en dat er geen medewerkers en gemeentelijke communicatiekanalen mogen worden ingezet. Volgens de verordening stellen ambtelijk apparaat en gemeentelijke communicatiekanalen zich daarnaast ‘inzake het referendum politiek neutraal op’. Wat met dit laatste wordt bedoeld verdient enige verduidelijking, maar wordt niet nader geduid in de toelichting op de verordening. Niettemin gaat de verordening ervan uit dat een wethouder/college persoonlijk en actief aandeel heeft in het publieke debat en/of de campagne. Over de positie van de wethouder in een referendumcampagne heeft op verzoek van de verantwoordelijke wethouder in het voorjaar van 2024 overleg tussen hem en de commissie plaatsgevonden. De commissie heeft kennisgenomen van een brief van de wethouder aan de voorzitter van de raad d.d. 8 april 2024 (deze is in bijlage opgenomen) waarin hij aangeeft dat hij zich terughoudend opstelt in de campagne. De mate waarin de wethouder zich terughoudend heeft opgesteld was ongebruikelijk in vergelijking met referendumcampagnes in andere gemeenten. Overigens hebben ook in de raad vertegenwoordigde politieke partijen niet of nauwelijks campagne gevoerd voor of tegen het ontwerp besluit.

Zoals al uit de subsidieaanvragen en de daarop gevolgde toekenningen naar voren kwam, hebben alleen de initiatiefnemers en enkele anderen campagne gevoerd. Dit alles heeft geresulteerd in een eenzijdige (tegen)campagne.

Aanbeveling 19 Stem in de uitvoeringsfase van het referendumproces ook de concrete en praktische uitvoeringsproblemen zoveel mogelijk af met de commissie.

16

Aanbeveling 20 Verduidelijk en/of vul de verordening en/of de toelichting aan (bijvoorbeeld aan de hand van concrete voorbeelden) ten aanzien van de vraag wat onder een gelijk speelveld moet worden verstaan.

Aanbeveling 21 Verduidelijk de verordening en/ of vul de verordening en/of de toelichting met betrekking tot de betekenis van het zich politiek neutraal opstellen door medewerkers aan.

Termijnen Bij het gebruik van een subsidieregeling spelen termijnen een grote rol. Daarbij is ook het volgende van belang. Hoewel de door de commissie ontworpen en door de raad vastgestelde referendumsubsidie-verordening op zichzelf ook bruikbaar is bij eventuele toekomstige referenda, kan ook de meer principiële vraag gesteld worden of campagnevoerders überhaupt subsidie moeten kunnen krijgen. De commissie neigt naar een positief antwoord, vooral op grond van het argument van een gelijkspeelveld. En de gedachte dat een referendumverzoek niet een privilege van welgestelde kiezers mag zijn, maar vraagt ook aandacht voor het feit dat de uitvoering van de subsidieregeling een periode van tenminste vijf maanden binnen het referendumproces vergt. De commissie merkt op dat niet alle gemeenten die een referendummogelijkheid kennen, in dat kader een subsidieregeling gebruiken. Met de koppeling van de referendumsubsidieregeling aan de Algemene Subsidieverordening Amsterdam heeft de commissie geen moeite. Bij de vaststelling van de huidige regeling is daarop al vooruitgelopen.

Hoofdstuk 6 Referendumkrant Tijdlijn Inleidend verzoek

Definitief verzoek

Datum, naamgeving en vraagstelling

Overzicht belangrijke data • 11 december 2023 Advies V van de commissie ter nadere duiding van een artikel in de verordening over verspreiden/beschikbaar stellen referendumkrant • 21 december 2023 Raadsvergadering waarin is beslist dat de audiovisuele versie van de referendumkrant vier weken voorafgaand aan de verkiezingen/ referendum beschikbaar kan worden gesteld maar dat het verspreiden van de fysieke referendumkrant twee weken voorafgaand aan de verkiezingen/referendum tegelijkertijd met de verkiezingskrant verspreid wordt. • 9 april 2024 Advies VI van de commissie over de redactie van de referendumkrant

Kader De volgende artikelen van de verordening vormen het kader: • artikel 5: Taken, eerste lid, onder f; • artikel 27: Referendumkrant.

Ervaringen en aanbevelingen De verordening schrijft het maken van een referendumkrant voor, alsmede het huis-aan-huis verspreiden en ook het beschikbaar stellen van een audiovisuele versie ervan. Het was voor de commissie evident dat de referendumkrant duidelijk herkenbaar moest zijn. De referendumkrant was als achterkant/omgedraaid onderdeel van de verkiezingskrant voor de Europese parlementsverkiezingen. De commissie vindt de gekozen vorm ongelukkig. De commissie heeft diverse signalen opgevangen dat veel Amsterdammers de referendumkrant niet zouden hebben ontvangen. Onderzoek & Statistiek van de gemeente Amsterdam (O&S) heeft daar onderzoek naar gedaan. De rapportage is als bijlage bijgevoegd. Uit deze rapportage kan de commissie

Budget, subsidies en campagne

Referendumkrant

Uitslag referendum

niet goed opmaken of de bezorging van de referendumkrant op orde was of niet. Feit is wel dat de totstandkoming van een vier pagina’s stellende verkiezingskrant veel vragen heeft opgeroepen en veel tijd in beslag heeft genomen bij de ambtelijke organisatie. De commissie acht het aannemelijk dat het gebrek aan kennis en ervaring met referenda in de ambtelijke organisatie hier debet aan is. In aanloop naar het referendum (en Europese parlementsverkiezingen) zijn er ‘trotters’ / verkiezingsborden in de stad geplaatst. De commissie heeft uit de media vernomen dat er ook ’trotters’ / verkiezingsborden in het Engels waren geplaatst die betrekking hadden op het referendum, maar waarbij inhoudelijk onjuiste informatie werd verstrekt. Uit dezelfde media heeft de commissie vernomen dat de burgemeester deze borden heeft laten vervangen door borden met daarop een juiste vertaling. De commissie heeft zich verbaasd over het gegeven dat er voor het referendum Engelse teksten worden gebruikt, terwijl de commissie vanaf het begin heeft aangegeven dat Nederlands de voertaal zou moeten zijn omdat de (achterliggende) documenten ook allemaal in het Nederlands zijn. In geen enkel stadium is de commissie op de hoogte gesteld van plannen met betrekking tot verkiezingsborden. In het door de projectleiding aan de commissie voorgelegde ‘communicatieplan’ kwamen de borden niet voor.

De verordening bepaalt dat de referendumkrant vier weken van tevoren huis-aan-huis wordt verspreid. Dit was problematisch gezien de keuze om voor de Europese parlementsverkiezingen en het referendum één krant te verspreiden waarin zowel informatie over de Europese parlementsverkiezingen als over het referendum zou staan. Het eerder uitbrengen van de krant was geen mogelijkheid gezien het tijdstip van beschikbaarheid van de kandidatenlijsten voor

17

de Europese parlementsverkiezingen. Uiteindelijk is ervoor gekozen om twee weken voor de verkiezingsdag de gedrukte krant uit te brengen. De commissie heeft een interpretatieve verklaring geadviseerd aan de raad om hiermee in te stemmen. Dit advies is met algemene stemmen door de raad gevolgd. Voor de audiovisuele/digitale versie van de krant is een termijn van vier weken afgesproken. Deze termijn is niet gehaald. De verordening noemt overigens geen termijn voor de beschikbaarheid van de audiovisuele versie.

Aanbeveling 22 Vul de verordening aan met een bepaling omtrent de termijn waarop een digitale en een audiovisuele versie van de referendumkrant beschikbaar dienen te zijn.

De commissie heeft geconstateerd dat de invulling van de eigen pagina’s van de initiatiefnemers en college tot discussie heeft geleid. Het communicatieteam van de projectleiders had daar aanvankelijk ideeën over die afweken van die van de commissie. De commissie heeft vastgesteld dat initiatiefnemers en de wethouder zelf de vorm en inhoud van de eigen pagina mogen bepalen. Eventueel kan het betreffende artikel uit de verordening op dit punt nader gespecificeerd worden. Naar aanleiding van vragen van een raadslid stelt de commissie vast dat zij niet adviseert aan de raad over de referendumkrant. Op dit punt verdient de verordening aanpassing, daar zij nu slechts een bepaling bevat over ‘toezicht op de redactie’. Verduidelijking is hier wenselijk.

18

Aanbeveling 23 Vul de verordening aan met een bepaling omtrent de adviserende rol van de commissie ten aanzien van de inhoud van een (audiovisuele en/of papieren) referendumkrant.

Er heeft intensief overleg plaatsgevonden tussen de eindredactie van de verkiezingskrant en de initiatiefnemers over hun pagina. Mogelijk heeft dat tot enige vertraging geleid. De commissie heeft daarvan kennis genomen. Zij acht de inhoud van de ‘eigen’ pagina van initiatiefnemers en/of campagnevoerders een exclusieve verantwoordelijkheid van die initiatiefnemers en/ of campagnevoerders. Mogelijk moeten in het vervolg in een draaiboek deadlines beter worden vastgelegd en aangehouden. Enkele onjuiste of onvoldoende neutrale zinnen op de neutrale pagina zijn op basis van opmerkingen van de commissie veranderd. Verder is de opbouw enigszins aangepast en de tekst begrijpelijker gemaakt. In de commissie is uitgebreid gesproken over het te moeilijke taalgebruik (geen B1-niveau) op de pagina van de wethouder/college. Besloten is daar geen opmerkingen over te maken. Ook hier geldt de eigen verantwoordelijkheid, in dit geval van de wethouder.

Hoofdstuk 7 Uitslag referendum en klachten Tijdlijn Inleidend verzoek

Definitief verzoek

Datum, naamgeving en vraagstelling

Overzicht belangrijke data • 6 juni 2024 Referendum Hoofdgroenstructuur • 14 juni 2024 Zitting Gemeentelijk Stembureau ter vaststelling uitslag • 26 juni 2024 Raadsvergadering waarin besloten is over het geamendeerde Beleidskader Hoofdgroenstructuur Dit uitslag van het referendum Hoofdgroenstructuur luidde als volgt: • Aantal blanco stemmen: 17.054; • Aantal uitgebrachte stemmen VOOR: 95.205; • Aantal uitgebrachte stemmen TEGEN: 162.096. In percentages uitgedrukt: • Opkomstpercentage: 38,35%. • Uitgebrachte stemmen VOOR: 37%; • Uitgebrachte stemmen TEGEN: 63%; Het proces-verbaal van de uitslag referendum Hoofdgroenstructuur is als bijlage toegevoegd.

Kader De volgende artikelen van de verordening vormen het kader: • artikel 7: Opschortende werking; • artikel 22: Vaststelling van de uitslag; • artikel 28: Gevolgen van de uitslag.

Budget, subsidies en campagne

Referendumkrant

Uitslag referendum

Ervaringen en aanbevelingen Aanbeveling 24 Vul de verordening aan met een bepaling over de wijze waarop de uitslag ter kennis van de raad wordt gebracht.

Op woensdag 26 juni 2024 heeft de raad vervolgens een besluit genomen over de vaststelling van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur. Daarbij bleek dat de meerderheid van de raad de uitslag van het referendum als leidend beschouwde voor zijn stemgedrag. Het voorstel van de wethouder werd daarom verworpen. Het resultaat van deze stemming was dat het bestaande beleidskader in stand blijft. De commissie erkent uiteraard ten volle de bevoegdheid van de raad om tot dit resultaat te komen, maar merkt ook op dat het een ietwat paradoxale situatie oplevert. In de raadsvergadering van januari 2023 was immers ook een aantal amendementen aangenomen op het conceptbeleidskader Hoofdgroenstructuur. Met die amendementen was naar het oordeel van de meerderheid van de raad een verbetering van het (voorgenomen) besluit bereikt. Met de uitkomst van de stemming in de raad naar aanleiding van de referendumuitslag werd het tegenovergestelde bereikt van wat de initiatiefnemers van het referendum hadden verwacht. Hun teleurstelling was dan ook voelbaar. Een politiek of juridisch oordeel over de uitkomst past de commissie niet, maar zij acht de enigszins paradoxale uitkomst van het referendumproces wel aanleiding om de raad aan te bevelen na te denken over hetgeen in de verordening is bepaald over de besluitvorming naar aanleiding van de

19

referendumuitslag, in samenhang met hetgeen in het reglement van orde van de raad is neergelegd. Ook hier kan een ‘pauzemoment’ – uiteraard met inachtneming van redelijke termijnen – wellicht dienstig zijn, om goed de (politieke) positie te bepalen binnen de mogelijkheden die er zijn, en gesprekken te voeren met initiatiefnemers en raad/ college. Dit brengt ruimte en rust met zich mee, die de behandeling in de raad ten goede komen. Het is zeker niet ondenkbaar dat een alternatief burgervoorstel in dit opzicht tot een – zowel voor initiatiefnemers als voor raad en college – meer bevredigende uitkomst zou hebben geleid. Hierboven kwam dit al aan de orde naar aanleiding van de vraag of ‘switchen’ van referendumvorm mogelijk zou moeten zijn. Nadere gedachtenvorming hierover staat ook op het programma van de commissie.

20

Aanbeveling 25 Bouw ook hier een pauzemoment in de verordening in zodat de raad voldoende tijd heeft zich voor te bereiden op te besluitvorming.

Klachten De commissie heeft één klacht ontvangen. Deze klacht had betrekking op de tekst van het college in de referendumkrant. De commissie heeft kennisgenomen van de klacht, en de klager uitleg gegeven over de wijze waarop de referendumkrant tot stand komt. De commissie heeft zich op het standpunt gesteld dat de klacht niet gegrond was.

Bijlage 1

Overzicht aanbevelingen Initiatief- en referendumcommissie

Overzicht van de aanbevelingen Aanbeveling 1 Bouw een pauzemoment in de fase van het inleidend verzoek in, bedoeld om de besluitvorming over het inleidend verzoek zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden en haastwerk te voorkomen. Aanbeveling 2 Voeg in de verordening toe dat een inleidend verzoek tevens een motivering moet bevatten van de gekozen referendumvorm. Aanbeveling 3 Verduidelijk de rol van initiatiefnemers in de verschillende fasen van het referendumproces. Aanbeveling 4 Verduidelijk de verordening of vul haar aan met een regeling van de precieze gevolgen van het inwilligen van een inleidend verzoek voor de besluitvorming over het betreffende onderwerp. Aanbeveling 5 Verduidelijk de rolverdeling tussen de raad, de voorzitter van de raad, het college en de burgemeester, en maak duidelijk wie in welke fase de regierol heeft. Aanbeveling 6 Sluit uit dat meer dan één inleidend verzoek over hetzelfde onderwerp kan worden ingewilligd. Aanbeveling 7 Maak wisselen van referendumvorm in de verordening mogelijk.

Aanbeveling 8 Verduidelijk in de verordening wie bevoegd is tot het indienen van een definitief verzoek: zijn dit de indieners van het inleidend verzoek, of elke kiesgerechtigde in Amsterdam? Kan het proces in deze fase zelfs zonder de oorspronkelijke initiatiefnemers worden voortgezet? Aanbeveling 9 Verduidelijk de verordening met betrekking tot de controle op de geldigheid van ondersteuningsverklaringen. Deze controle kan worden beëindigd als vaststaat dat het aantal van 10.000 is gehaald. Aanbeveling 10 Verduidelijk de verordening in die zin dat DigiD kan worden gebruikt voor het indienen van ondersteuningsverklaringen (met inachtneming van alle geldende regels voor de bescherming van persoonsgegevens). Aanbeveling 11 Verduidelijk in de verordening dat zowel het papieren formulier als de digitale mogelijkheid om ondersteuningsverklaringen in te dienen direct beschikbaar zijn en zorg ervoor dat dit ook feitelijk het geval is. Aanbeveling 12 Verduidelijk de verordening waar het gaat om het eind van de termijn voor indiening van een definitief verzoek. Het is niet nodig om de tien weken geheel ‘uit te zitten’ nadat het vereiste aantal geldige ondersteuningen is bereikt.

Aanbeveling 13 Overweeg de verlenging van termijnen in de verordening. Aanbeveling 14 Verduidelijk de verordening op het punt van de datum van het referendum. Aanbeveling 15 Leg in de verordening vast dat het college is belast met de (feitelijke) organisatie en uitvoering van het referendum. Aanbeveling 16 Stel zo vroeg mogelijk in het proces een ‘Team Referendum’ samen, bij voorkeur klein en slagvaardig, met korte lijnen naar de raad, de griffie en de referendumcommissie. Aanbeveling 17 Beleg direct bij het begin van de uitvoeringsfase van het referendumproces een briefing van de betrokken organisatieonderdelen door de commissie. Dit kan bevorderen dat er een – naar de mening van de commissie zeer wenselijke permanente terugkoppeling kan plaatsvinden tussen de betrokken medewerkers en de commissie. Aanbeveling 18 Neem structureel middelen voor referenda in de begroting op. Aanbeveling 19 Stem in de uitvoeringsfase van het referendumproces ook de concrete en praktische uitvoeringsproblemen zoveel mogelijk af met de commissie. Aanbeveling 20 Verduidelijk en/of vul de verordening en/of de toelichting aan (bijvoorbeeld aan de hand van concrete voorbeelden) ten aanzien van de vraag wat onder een gelijk speelveld moet worden verstaan.

Aanbeveling 21 Verduidelijk de verordening en/of vul de verordening en/of de toelichting met betrekking tot de betekenis van het zich politiek neutraal opstellen door medewerkers. Aanbeveling 22 Vul de verordening aan met een bepaling omtrent de termijn waarop een digitale en een audiovisuele versie van de referendumkrant beschikbaar dienen te zijn. Aanbeveling 23 Vul de verordening aan met een bepaling omtrent de adviserende rol van de commissie ten aanzien van de inhoud van een (audiovisuele en/of papieren) referendumkrant. Aanbeveling 24 Vul de verordening aan met een bepaling over de wijze waarop de uitslag ter kennis van de raad wordt gebracht. Aanbeveling 25 Bouw ook hier een pauzemoment in de verordening in zodat de raad voldoende tijd heeft zich voor te bereiden op te besluitvorming.

Bijlage 2

Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022

Lokale wet- en regelgeving

Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022 Geldend van 01-02-2022 t/m heden

Intitulé

Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022 De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2021 , gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet, Gezien de inspraakreacties en de nota van beantwoording van 25 oktober 2021, de adviezen van de dagelijks besturen van de bestuurscommissies van alle stadsdelen en de adviezen van de initiatief en referendumcommissie van 24 augustus 2021 en 8 november. besluit de volgende verordening vast te stellen: de Referendumverordening Gemeente Amsterdam 2022

Artikel 1: Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.

college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;

b.

raad: de gemeenteraad van Amsterdam;

c.

kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad van Amsterdam;

d.

raadsbesluit: een besluit over een aangelegenheid, die onder de bevoegdheid van de raad valt;

e.

collegebesluit: een besluit van het college dat voor wensen en bedenkingen aan de raad wordt voorgelegd in de zin van artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet;

f.

initiatiefnemers: de initiatiefnemers van een referendum, alternatief burgervoorstel of volksinitiatief;

g.

referendum: volksraadpleging over een ontwerp raads- of collegebesluit;

h.

alternatief burgervoorstel: een voorstel ingediend door burgers als alternatief voor een ontwerp raads- of collegebesluit, als bedoeld in sub d en e;

i.

referendum alternatief burgervoorstel: volksraadpleging waarbij een keuze wordt voorgelegd tussen het ontwerp raads- of collegebesluit en het alternatief burgervoorstel, als bedoeld onder h;

j.

volksinitiatief: een eigenstandig voorstel van burgers;

k.

alternatief raadsvoorstel: een alternatief voorstel van de raad voor een volksinitiatief;

l.

referendum op volksinitiatief: volksraadpleging over een volksinitiatief, als bedoeld in sub j;

m.

stadsdeel: gebieden van de gemeente Amsterdam zoals aangewezen in artikel 1 van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam.

n.

centraal stembureau: het centraal stembureau van de Gemeente Amsterdam

Artikel 2: Initiatief, referenda, onderwerpen

1.

Een referendum, alternatief burgervoorstel of volksinitiatief, vindt plaats op initiatief van kiesgerechtigden.

2.

Drie vormen van referenda zijn mogelijk: a.

referendum over een ontwerp raads- of collegebesluit

b.

referendum alternatief burgervoorstel

c.

referendum op volksinitiatief

3.

Een referendum, alternatief burgervoorstel of volksinitiatief is mogelijk over aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de raad vallen onderscheidenlijk over besluiten, die voor wensen en bedenkingen aan de raad worden voorgelegd op grond van artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet.

4.

Van referenda, alternatief burgervoorstellen of volksinitiatieven zijn uitgezonderd besluiten: a.

van de raad of het college op bezwaar, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel inzake het voeren van rechtsgedingen;

b.

in individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers of hun nabestaanden;

c.

over het voor kennisgeving aannemen van nota’s en rapporten;

d.

over het vaststellen van de begroting en de rekening;

e.

tot het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belastingen;

f.

in het kader van deze verordening;

g.

ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent het gemeentebestuur geen beleidsvrijheid heeft;

h.

tot de vaststelling, de herziening of de intrekking van een bestemmingsplan.

Artikel 3: Termijnen

In het geval een in deze verordening genoemde termijn valt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

Hoofdstuk 2: De Initiatief- en referendumcommissie Artikel 4: Samenstelling 1.

De raad stelt een initiatief- en referendumcommissie in.

2.

De raad benoemt op voordracht van het college een voorzitter en vier leden van de commissie. De benoeming van de voorzitter en de leden geschiedt voor zes jaar, met de mogelijkheid van eenmalige herbenoeming voor zes jaar.

3.

Een lid van de commissie is niet tevens: a.

burgemeester van Amsterdam;

b.

lid van de raad van Amsterdam;

c.

wethouder van Amsterdam;

d.

voorzitter of lid van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van een stadsdeel;

e.

voorzitter of lid van een stadsdeelcommissie;

f.

ambtenaar door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.

Artikel 5: Taken

1.

De initiatief- en referendumcommissie heeft tot taak de raad en het college te adviseren over: a.

of een volksinitiatief of een referendumverzoek of een alternatief burgervoorstel voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2;

b.

of een alternatief burgervoorstel of een volksinitiatief voldoet aan de vormvereisten, genoemd in artikel 11, tweede lid, respectievelijk artikel 17, tweede lid;

c.

de formulering van de vraagstelling bij een referendum;

d.

de datum van het referendum;

e.

het in afwijking van artikel 24 houden van een referendum onder kiesgerechtigden in een of enkele stadsdelen zoals genoemd in artikel 25, eerste lid;

f.

de redactie van de referendumkrant, bedoeld in artikel 27;

g.

wijzigingen van deze verordening.

2.

De commissie houdt toezicht op de correcte uitvoering van deze verordening en een eerlijk verloop van het referendum, en adviseert raad en college gevraagd en ongevraagd dienaangaande.

3.

De commissie is belast met de behandeling van klachten over besluiten van raad en college inzake referenda, alternatieve burgervoorstellen en volksinitiatieven, de informatievoorziening en de wijze waarop campagnes worden gevoerd. Deze behandeling kan leiden tot openbaarmaking van het oordeel van de commissie.

4.

De commissie is verantwoordelijk voor het toezicht op de redactie van de referendumkrant, bedoeld in artikel 27.

5.

De raad stelt een reglement vast ten behoeve van de vergaderingen en de werkwijze van de commissie.

Hoofdstuk 3: Referendum over een ontwerp raads- of collegebesluit Artikel 6: Inleidend verzoek 1.

Een inleidend verzoek bevat een aanduiding van het ontwerp raads- of collegebesluit waarop het betrekking heeft, evenals de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen.

2.

Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste duizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vijfde lid, wordt verstrekt.

3.

Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raads- of collegebesluit wordt besproken.

4.

Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

5.

Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raads- of collegebesluit wordt vermeld. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.

6.

De raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het tweede lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken.

7.

Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, beslist de raad, artikel 2 in aanmerking nemend, of het inleidend verzoek wordt ingewilligd.

Artikel 7: Opschortende werking 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14805682/1