CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Erasmusonderzoek Drillrap.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 28 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Resultaten onderzoek 'cappen voor clout? een verkennend onderzoek naar Rotterdamse jongeren, drill en geweld in digitale tijdperk' (ZD2021-000390)40.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

10 alinea's met “benoemen”: 153 185 196 197 296 379 391 527 574 593

1

2

CAPPEN VOOR CLOUT? Een verkennend onderzoek naar Rotterdamse jongeren, drill en geweld in het digitale tijdperk

Dr. R.A. Roks & drs. J.B.A. van den Broek Sectie criminologie Erasmus School of Law - Erasmus Universiteit Rotterdam & Partner in Crime In opdracht van: Directie Veiligheid, gemeente Rotterdam

3

VOORWOORD In de media wordt veelvuldig bericht over drill en de bijbehorende cultuur, zonder dat er in de Nederlandse context wetenschappelijk onderzoek is verricht naar deze relatief nieuwe vorm van muziek. Deze studie biedt een eerste inzicht in de Rotterdamse drillcultuur en schijnt in het bijzonder licht op de relatie tussen muziek, geweld, straatcultuur en social media. We hopen dat de inzichten uit deze rapportage aanknopingspunten en handvatten bieden voor professionals in het (jeugd)veiligheidsdomein in Rotterdam, maar ook buiten de grenzen van de stad. Door in ons onderzoek dicht bij de leef- en belevingswereld van de drillers te blijven, hopen wij professionals een inkijk te bieden in de Rotterdamse online drillcultuur, maar deze ook van een bredere, genuanceerde duiding te voorzien. We spreken de hoop uit dat onze studie op een juiste manier landt in het werkveld. We willen een aantal mensen bedanken die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van deze rapportage. Allereerst bedanken we Marieke de Leeuw, Bart Hartog en Nienke Riemersma van gemeente Rotterdam voor de directe en constructieve begeleiding van het onderzoek.

Ook de bredere begeleidingscommissie van dit onderzoek, bestaande uit Mohammed Aamri (Politie Rotterdam), Jolanda Dieleman (OM) en Fabian Keerveld (Stichting JOZ), zijn wij erkentelijk voor hun nuttige opmerkingen op eerdere versies van het rapport. De jongerenwerkers van Stichting JOZ danken wij nadrukkelijk voor het delen van minienquêtes via hun social mediakanalen, waarmee wij inzicht verkregen in de opvattingen van Rotterdamse jongeren. Dank aan Paul de Kruijf (Politie Rotterdam) voor de ondersteuning in het verkrijgen van toestemming om de politieregistraties in te zien en Ivar Habieb (eveneens Politie Rotterdam) voor het faciliteren van de inzage en analyse van de politieregistraties. Quinten Kuldip-Singh verdient een s/o voor het delen van zijn kennis en inzichten over de (mondiale) drillcultuur. Ook bedanken wij de wijkagenten, reclasseerders, stadsmarinier en onderzoekers van de politie die we in de laatste fase van dit onderzoek hebben gesproken over onze voorlopige bevindingen. Jan van den Broek danken wij voor de scherpe taalkundige blik op het manuscript. Ten slotte zijn wij ook de tientallen journalisten, studenten en scholieren erkentelijk die ons het afgelopen jaar hebben benaderd over dit onderwerp. Hun interesse en (kritische) vragen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het scherpen van onze blik.

Rotterdam, 2 december 2020 Robby Roks en Jeroen van den Broek

4

SAMENVATTING Met onheilspellende beats, intimiderende videoclips en gewelddadige teksten kan drill – de jongste hyperlokale en hyperagressieve variant van straatrap – rekenen op de nodige maatschappelijke ophef. Tegelijk is Rotterdam de afgelopen jaren een aantal keer opgeschrikt door steekincidenten waarbij jonge daders betrokken waren. In de media wordt veelvuldig een causaal verband gesuggereerd tussen beide fenomenen: drillmuziek zou zorgen voor een toename van het steekwapengeweld onder Rotterdamse jongeren. Tot op heden ontbrak het echter aan een wetenschappelijke duiding van deze relatief nieuwe muziekvorm en de bijbehorende cultuur. In dit verkennende onderzoek schetsen we een eerste beeld van de Rotterdamse drillscene, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar de relatie tussen muziek, geweld, straatcultuur en social media.

De geregistreerde werkelijkheid van Rotterdam In hoofdstuk 2 staan de cijfers met betrekking tot steekincidenten onder jongeren centraal. Alhoewel de in de media gecommuniceerde cijfers lijken te wijzen op een (lichte) stijging van het aantal steekincidenten onder jongeren in de afgelopen jaren, is enig voorbehoud op zijn plaats vanwege de afwezigheid van een eenduidige manier van registreren van steekincidenten in de politiesystemen en de verschillende zoekopdrachten die aan de basis liggen van de uiteindelijk geproduceerde en gepubliceerde cijfers. Met enige voorzichtigheid kan wel gesteld worden dat er zowel op landelijk niveau als in Rotterdam sprake is van een (lichte) toename van het aantal steekincidenten onder minderjarige jongeren. Een eerste relevante bevinding op basis van onze analyse van 56 politieregistraties uit 2018 en 2019 van steekincidenten binnen Rotterdam is de aanwezigheid van meisjes die als verdachten van steekincidenten in beeld komen. Ondanks het feit dat de jongens en jongemannen nog steeds het merendeel van de registraties voor hun rekening nemen, is de betrokkenheid van meiden bij steekincidenten noemenswaardig – ook in de context van maatschappelijke discussies over het geweld onder drillers – en verdient dit meer (wetenschappelijke) aandacht.

De voornaamste reden om de 56 politieregistraties aan een nadere analyse te onderwerpen was echter om meer zicht te krijgen op de rol van drill. Onze analyse maakt duidelijk dat er geen sprake is van een link tussen drill en de specifieke steekincidenten in de door ons bestudeerde registraties. Uit de registraties blijkt op geen enkele wijze dat de dader(s) of slachtoffer(s) actief waren als driller, dat het conflict een product was van een beef tussen drillers of dat de betrokkenen op enige wijze beïnvloed zijn door of bekend zijn met drill. De informatie in de registraties wijst wel op een ander thema dat in de context van het onderhavige onderzoek relevant is: de rol van social media in het ontstaan en verloop van een aantal steekincidenten.

5

Drillmuziek in Rotterdam In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van drill in Rotterdam. In alle delen van Rotterdam blijken in totaal tientallen artiesten actief die kunnen worden geclassificeerd als driller. Deze rappers behalen met elkaar miljoenen streams en views, en bereiken via social media gezamenlijk honderdduizenden – voornamelijk jonge – volgers. Het mainstream succes van een aantal Rotterdamse drillers heeft andere jongeren uit de stad laten zien dat er perspectief schuilt in een carrière als drillrapper. De mate van daadwerkelijk succes van de verschillende jongeren die zich bezighouden met het vervaardigen van drillmuziek verschilt echter enorm. Waar de nummers van sommige drillers miljoenen keren worden bekeken en beluisterd, moeten andere lokale artiesten het doen met een fractie van die aandacht. Hoewel tientallen drillvideo’s uit onze stad – met donkere kleding, wapens, bivakmutsen, hand signs en hyperlokale symbolen – in uiterlijke verschijningsvormen erg op elkaar (en op de Britse voorbeelden) lijken, blijkt de Rotterdamse scene op drie punten heterogener dan de beschrijving in bijvoorbeeld de media doet vermoeden. In de eerste plaats varieert de klank van de muziek sterk. Zo zagen we dat Rotterdamse drill aan de ene kant vrij agressieve vormen kent, met de kenmerkende snerpende, onheilspellende beats en duistere klank.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we echter ook nadrukkelijk meer toegankelijke varianten – waaronder zelfs salsadrill – die een veel vriendelijkere toon kennen. In de tweede plaats valt op dat sommige Rotterdamse drillnummers veel explicieter zijn dan andere. Hierin vallen grofweg drie varianten te onderscheiden. In de eerste plaats zijn er muzieknummers waarin specifieke opponenten expliciet worden uitgedaagd, beledigd of bedreigd. Van dit type drillnummers zijn er binnen dit onderzoek maar enkele de revue gepasseerd. In de tweede plaats bestaan er nummers die worden gericht aan opps zonder dat dit voor buitenstaanders duidelijk is. De uitdagingen, beledigingen of bedreigingen worden door de partij waaraan deze gericht zijn – en door het publiek van drill – echter luid en duidelijk ontvangen. De derde categorie wordt gevormd door nummers

waarin

gewelddadige en criminele imago’s worden geclaimd, maar dit niet expliciet wordt gemaakt. Verreweg de meeste nummers in dit onderzoek behoren tot deze laatste (of eventueel de tweede) categorie. Tot slot valt op dat de centrale thematiek van de Rotterdamse drillers allerminst eenduidig is. Hoewel geweld wel degelijk een belangrijk thema vormt, blijken drillers in hun muziek ook andere onderdelen van hun straatkapitaal nadrukkelijk naar voren te brengen.

Rotterdamse drillrappers op social media In hoofdstuk 4 lieten we zien dat de Rotterdamse rappers daarnaast bijzonder actief blijken op social media. In veruit de meeste gevallen lijken hun kanalen dienst te doen als podium voor hun muziek. De rappers promoten nieuwe video’s en muziek, delen successen en

6

onderhouden contact met fans. Hun profielen lijken daarmee een belangrijke rol te spelen in de ontwikkeling van hun bekendheid. Opvallend is dat binnen de Rotterdamse scene een grote saamhorigheid valt te ontdekken, voornamelijk – maar zeker niet uitsluitend – tussen rappers uit hetzelfde gebied. Naast ter promotie van hun muziek, gebruiken de drillers hun social mediakanalen voor het delen van allerlei meer alledaagse content. Net als bij de gemiddelde social mediagebruiker vinden we op hun profielen beeldmateriaal van huisdieren, kinderen, maaltijden en selfies. In veel gevallen zijn in hun alledaagse posts stijlelementen en symbolen te herkennen die vallen terug te voeren op een specifieke straatcultuur. Daarnaast vallen in hun presentatie een aantal prominente elementen van de performance van straatidentiteit te herkennen. In de eerste plaats lijken de rappers te zinspelen op hun betrokkenheid bij criminele activiteiten. Door om pinpassen te vragen, drugs aan te bieden of te alluderen op hun contact met politie en justitie meten zij zichzelf een crimineel imago aan. Daarnaast proberen de Rotterdamse drillrappers op social media de indruk te wekken dat zij niet terugdeinzen voor geweld. Aan de hand van stoere poses, uitdagende bijschriften en het in beeld brengen van wapens zinspelen zij op hun bereidheid en gereedheid om geweld te gebruiken.

Ook blijkt lokaliteit voor Rotterdamse rappers een belangrijk onderdeel van hun performance van straatidentiteit. Het belang van hun lokale context wordt op social media duidelijk uit het feit dat de jongeren op allerlei creatieve manieren en op verschillende niveaus – waarbij verwijzingen vallen waar te nemen naar gebieden, OV-zones, straten, pleinen, metrostations en parkeerzones – refereren aan de plek die zij zeggen te vertegenwoordigen. Tot slot vormt ook het afzetten tegen politie en justitie een belangrijk onderdeel van de manier waarop zij zichzelf op social media neerzetten. Als we de manier waarop de Rotterdamse rappers zich online profileren in zijn geheel beschouwen dan valt op dat er grote verschillen bestaan tussen de manieren waarop de rappers zich op verschillende platformen presenteren. Waar Instagram in grote mate dienstdoet als podium voor hun bestaan als artiest, lijkt Snapchat veel meer zicht te geven op de manier waarop de rappers zich als persoon willen presenteren. Op ‘Insta’ vinden we zodoende voornamelijk content over muziek, terwijl op ‘Snap’ – naast veel posts over muziek – meer (voor hen) alledaagse zaken in beeld komen. De performance van straatidentiteit blijkt dan ook voornamelijk op dit laatste platform plaats te vinden.

Wie enkel Instagram zou gadeslaan zou daarmee weliswaar een goed beeld kunnen vormen van het muzikale aspect van Rotterdamse drill, maar zou essentiële inzichten mislopen over de (online) leef- en belevingswereld van jongeren die zich binnen deze scene begeven

De online drillcultuur van Rotterdam Om de online drillcultuur te beschrijven hebben we in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan muzikale en online provocaties, bedreigingen die op social media worden verspreid en

7

verschillende manieren waarop drillers proberen elkaars geloofwaardigheid en authenticiteit openlijk in twijfel te trekken. In de voorbeelden die wij online tegenkwamen overheerst de symbolische communicatie van geweld. Ondanks dat de drillers in onze studie op frequente basis gewelddadige en provocerende content online plaatsen en daarin bovendien de suggestie wekken aan deze digitale woorden en claims op de fysieke straat gevolg te gaan geven, blijft het aantal fysieke geweldsincidenten als gevolg van deze online uitingen beperkt. Om iets meer inzicht te verkrijgen in de rol van drillmuziek in het ontstaan en het verloop van drill beefs hebben we een uitgebreide beschrijving gegeven van het verloop van een drietal beefs waarbij Rotterdamse drillers betrokken waren en waarover in de onderzoeksperiode veel informatie te vinden was. Deze beefs hebben allemaal een andere online-offline dynamiek. In een van deze gevallen liep de online opgelopen beef dermate uit de hand dat er bij een fysieke confrontaties een dodelijk slachtoffer viel. Een belangrijke reden hiervoor is dat beide kampen elkaar troffen op een fysieke locatie.

Aan dit incident ging een maandenlange stortvloed aan online provocaties en bedreigingen vooraf, en daarmee lijkt niet zozeer de muzikale component van drill maar eerder het social mediagedrag van de betrokken drillers een belangrijke rol te hebben gespeeld in de escalatie van het conflict. Ook in de andere twee beefs zien we dat drill vooral als achtergrondmuziek geldt en het eerder online interacties of het kiezen van een kant in een bepaald conflict zijn waardoor een ruzie escaleert. Veel geweld dat door drillers in hun muziek en op hun social media tot uitdrukking wordt gebracht, kan worden gezien als performatief: meer gericht op het communiceren van een gevaarlijk en gewelddadig imago dan op een daadwerkelijke bereidheid tot het plegen van fysiek geweld. Dit is een eerste voorzichtige indicatie dat lang niet al het geweld dat online en via muziek gecommuniceerd wordt ook daadwerkelijk resulteert in geweldsincidenten en dat er van een geweldsgolf onder drillers en drillgroepen waar in de media melding van wordt gemaakt voor de Rotterdamse situatie geen sprake lijkt te zijn. Tegelijkertijd maakt het verloop van de beefs die we in ons onderzoek bespreken inzichtelijk dat er wel een zeker risico gepaard gaat met de muzikale of online performance van geweld.

Rotterdamse drill als entertainment In hoofdstuk 6 maakten we duidelijk dat in het digitale tijdperk conflicten niet beperkt blijven tot de direct betrokkenen, maar dat er in het geval van drillers een veel groter publiek van fans en andere consumenten van drill online meekijken en zich soms ook mengen in discussies of conflicten. Er blijken op diverse social mediaplatforms verschillende personen die met de door drillers geproduceerde content aan de haal gaan. In sommige gevallen doen zij slechts verslag van actuele of lopende conflicten, maar we zagen ook voorbeelden waarin deze secundaire producenten van content over drill bestaande conflicten uitvergroten of

8

extra in de spotlight zetten voor views of volgers. De door drillers geproduceerde digitale content, die zeker op platforms als Instagram en Snapchat vluchtig en tijdelijk is, krijgt hiermee een meer permanent karakter en blijft verspreid worden, soms zelfs in bewerkte vorm. Uit ons onderzoek blijkt een zekere markt voor dergelijke door drillers geproduceerde content te bestaan. Dat geldt in het bijzonder voor meer sensationele berichten over drillers of beefs tussen drillers. Online wordt druk gespeculeerd over de authenticiteit van bepaalde drillers of de achtergronden van bepaalde conflicten. Daarnaast wijzen onze resultaten op andere consumenten van content over drill. Enerzijds herkennen we in comments op social media fans van drillers (of drill in bredere zin), maar we zien ook de nodige gebruikers die drill consumeren die absoluut niet geclassificeerd moeten worden als ‘fan’. De comments op YouTube en Instagram worden namelijk ook gebruikt om de muziek of de activiteiten van de drillers af te keuren en belachelijk te maken. We zien daarbij ook voorbeelden van drillers die worden uitgescholden, beledigd en bedreigd. Deze afkeuring valt breder waar te nemen: ook vanuit sommige drillrappers zelf en door vertegenwoordigers van de bredere rapscene in Nederland wordt een wezenlijk ander geluid naar voren gebracht dan dat van de Rotterdamse drillers.

Overkoepelende conclusies Naar aanleiding van de hierboven beschreven uitkomsten van ons onderzoek, hebben we in hoofdstuk 7 een aantal overkoepelende conclusies geformuleerd.

De diversiteit van Rotterdamse drill(ers) Opvallend is dat beide oevers van Rotterdam in termen van thematiek een eigen stijl van drill lijken te kennen. Waar het centrale thema van drillmuziek op Rotterdam-Zuid overduidelijk geweld betreft, kenmerkt de variant die in Noord, Oost en West wordt vervaardigd zich door een sterke focus op vuurwapens, ripdeals en criminele betrokkenheid in bredere zin. Deze bevindingen wijzen erop dat het belangrijk is om drill uit Rotterdam niet als een nieuw en losstaand fenomeen te beschouwen, maar de (muzikale) ontwikkeling van drill te bezien in de bredere context van trends in straatrap en straatcultuur. Belangrijk om te benadrukken is eveneens dat ondanks de overwegend negatieve beeldvorming over drill in Nederland, deze studie ook positieve aspecten belicht die vallen waar te nemen binnen de drillcultuur. Onze bevindingen laten bijvoorbeeld zien dat de drillers uit Rotterdam samen muziek maken en uitbrengen, elkaars muziek promoten op social media en ook elkaar succes lijken te gunnen. Sterker, we zien voorbeelden van Rotterdamse drillers die hun populariteit gebruiken om andere (Rotterdamse) drillers een platform te bieden om hun muziek uit te brengen en ook een graantje mee te pikken van hun succes. Het overwegend negatieve beeld rondom drill, dat sterk wordt ingegeven door

9

de vermeende link met fysiek geweld en de beefs tussen drillers, lijkt dus maar een deel van het verhaal te zijn. Bovendien zien we in ons onderzoek dat er ook vanuit enkele drillers zelf en de bredere rapscene in Nederland een tegengeluid valt te horen, met name waar het gaat om de manier waarop geweld in drill wordt gecommuniceerd en in sommige gevallen ook wordt verheerlijkt.

Het belang van ‘clout’: de performativiteit van authenticiteit Net als in gangsta rap, kan geweld worden gezien als een centraal en zelfs kenmerkend element van drill. De hypergewelddadigheid die wordt gecommuniceerd in de muziek kan wortels in de werkelijkheid hebben, maar moet in het merendeel van de gevallen niet gezien worden als autobiografisch, maar eerder als conventie van het genre. Paradoxaal genoeg wekken drillers in zowel hun muziek als op social media, met hele expliciete

en

expressieve

verwijzingen

naar

geweld,

wel

de

indruk

dat

de

hypergewelddadigheid die zij communiceren authentiek is. Studies naar drill uit Chicago en het Verenigd Koninkrijk laten zien dat deze communicatie van ogenschijnlijk authentiek geweld in belangrijke mate ook gezien moet worden als een bewuste strategie van de drillers om aandacht te generen voor hun muziek. In de hedendaagse online aandachtseconomie symboliseert clout het summum van het adagium dat er niet zoiets bestaat als negatieve aandacht. Het opvallende carrièreverloop van de Rotterdamse Qlas en Blacka is in deze zin exemplarisch te noemen: zij wisten de negatieve aandacht voor hun gewelddadige muzikale poses en mogelijke invloed hiervan op steekincidenten in Rotterdam in 2019 om te zetten in dermate veel clout dat hun debuutalbum Project 24 in 2020 op nummer 1 in de Album Top 100 binnenkwam.

Een contextuele kijk op de relatie tussen drill en (messen)geweld Dit verkennende onderzoek laat zien dat er van geval tot geval bezien zou moeten worden in hoeverre drill een rol speelt in de totstandkoming of het verloop van conflicten. Daarbij dient een onderscheid aangebracht te worden in of het gaat om drillers die als direct betrokkenen bij een conflict in beeld komen of dat de muziek gemaakt door drillers de aanleiding is voor het ontstaan of de escalatie van een ruzie. Het is, met andere woorden, van belang om een onderscheid aan te brengen tussen de betrokkenheid van drillers zelf en de rol van de muziek gemaakt door drillers. Ook hierin bestaan verschillende gradaties. Het te snel en te gemakkelijk in verband brengen van een (steek)incident met een driller of drillmuziek staat het verkrijgen van een goed en volledig beeld van het geweldsincident in de weg.

10

Cappen voor clout? De consequenties van de communicatie van geweld Deze studie geeft vooral zicht op de performatieve aspecten van het geweld in drill uit Rotterdam: op enkele incidenten na blijft het geweld beperkt tot symbolische communicatie in muziek en op social media. De manier waarop drillers zich in muziek en clips presenteren is echter niet zonder risico’s. ‘Cappen voor clout’, oftewel het geven van een overdreven gewelddadige muzikale voorstelling van zaken die niet overeenkomt met de werkelijkheid en die vooral het bewerkstelligen van (online) aandacht tot doel heeft, is niet vrijblijvend. Gevaarlijke en gewelddadige poses in muziek en op social media kunnen namelijk wel resulteren in fysiek geweld. Dit risico wordt vergroot in het geval dat de authenticiteit van drillers publiekelijk in twijfel wordt getrokken, maar met name wanneer de ruziënde partijen elkaar fysiek treffen. Onze studie geeft door de focus op het online gedrag van de drillers vooral een beeld van de manieren waarop zij proberen elkaars geloofwaardigheid als drillers te betwisten door het delen van compromitteerde beelden of informatie, terwijl het in veel gevallen (gelukkig) niet tot een fysieke confrontatie komt. De resultaten uit dit onderzoek maken nog een ander risico van de communicatie van geweld in muziek en op social media inzichtelijk.

De digitale content van de drillers, en met name de gewelddadige uitingen, lijken van vluchtige ‘Snaps’ en ‘Stories’ te zijn verworden tot meer permanente en digitaal moeilijk uitwisbare sporen die de potentie hebben om de jonge mensen in deze studie nog jaren te achtervolgen, met grote gevolgen op sociaal, maatschappelijk of juridisch vlak.

Aanbevelingen Waar de muzikale en digitale content van de Rotterdamse drillers in deze studie een waardevolle inkijk biedt in hun leef- en belevingswereld is het van belang dat deze informatie van een goede duiding wordt voorzien. Om die reden sluiten we deze samenvatting af met een selectie van de aanbevelingen die in hoofdstuk 7 uitgebreid worden toegelicht: •

Doorgrond de lokale context van de gemeente om zicht te krijgen op hoe de plaatselijke drillscene of (online) straatcultuur eruitziet;

•

Verdiep je als professional met oprechte interesse als vertrekpunt;

•

Maak jongeren bewust van de risico’s van een gewelddadige performance in muziek en op social media;

•

Vergroot de (online) weerbaarheid van (kwetsbare) jongeren;

•

Formeer een integrale online aanpak

•

Onderscheid stoerdoenerij van strafbaar gedrag;

•

Durf als professional bestaande kaders los te laten.

11

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD................................................................................................................... 4 SAMENVATTING ............................................................................................................... 5 INHOUDSOPGAVE ........................................................................................................... 12 H1 | INLEIDING............................................................................................................. 14 1.1

Een korte (muzikale) geschiedenis van drill .............................................................. 15

1.2

De problematiek rondom drill in Nederland ............................................................. 18

1.3

Huidige studie: onderzoeksvraag en methoden van onderzoek ............................... 20

1.4

Leeswijzer .................................................................................................................. 22

H2 | GEREGISTREERDE STEEKINCIDENTEN IN ROTTERDAM (2018-2019) ........................ 23 2.1

Onduidelijkheid over de cijfermatige ontwikkelingen .............................................. 23

2.2

Politieregistraties steekincidenten 2018-2019 in Rotterdam ................................... 25

Query en hoeveelheid registraties ................................................................................... 26 Leeftijd en geslacht .......................................................................................................... 27 2.3

Aanleiding steekincidenten op basis van politieregistraties ..................................... 28

2.4

De relatie tussen steekincidenten en drill op basis van politieregistraties ............... 32

2.5

Rivaliserende Rotterdamse buurten of wijken .......................................................... 34

2.6

De rol van social media .............................................................................................. 36

2.7

Conclusie .................................................................................................................... 39

H3 | DRILLMUZIEK IN ROTTERDAM ............................................................................... 41 3.1

Hoe drill neerdaalde langs de Maas .......................................................................... 41

3.2

Rotterdamse drillrappers........................................................................................... 43

Drillers op de Zuidoever ................................................................................................... 43 Drillers op de Noordoever ................................................................................................ 52 3.3

Conclusie .................................................................................................................... 56

H4 | ROTTERDAMSE DRILLRAPPERS OP SOCIAL MEDIA ................................................. 58 4.1

Social media als podium voor muziek ....................................................................... 58

4.2

Social media als podium voor alledaagse zaken ....................................................... 60

4.3

Social media als podium voor de performance van straatidentiteit ......................... 64

“Breng je ABN, ING en vooral RABO!!!!

” ................................................................... 64

“Al hun shanks zijn nat geen ice tea

” ........................................................................ 69

“Rotterdam is zo active dat zelfs chikkies swingen met die shanks “Free […] gepakt voor 3 steekpartijen 4.4

” ............. 72

” ................................................................... 77

Conclusie .................................................................................................................... 79

12

H5 | DE ONLINE DRILLCULTUUR: PROVOCATIES, BEDREIGINGEN EN BEEFS IN MUZIEK EN OP SOCIAL MEDIA ........................................................................................................... 82 5.1

Muzikale en online provocaties ................................................................................. 83

“We rijden met dingen, klaar om te chingen” ................................................................. 83 “Ff een kijkje nemen” ....................................................................................................... 86 “Sta nu hier chat niet veel!! Bel als je er bent” ................................................................ 89 5.2

Online bedreigingen .................................................................................................. 91

5.3

Het exposen van drillers ............................................................................................ 93

“Dit is jullie gangster rapper toch?” ................................................................................. 95 “Wooow je hebt wijkagent opgeslagen in je tel je bent die ORGIE SNITCH !!!” ............. 98 5.4

Beefs ........................................................................................................................ 100

“Fuck je dode mattie” .................................................................................................... 101 “Ik zeg je eerlijk, ik kan je geen boks geven” ................................................................. 102 “Morgen ben IK Skiffa en mijn loca gaat aan niemand Wacked mij” ............................ 104 5.5

Conclusie .................................................................................................................. 106

H6 | DRILL ALS ENTERTAINMENT: PRODUCENTEN EN CONSUMENTEN VAN ONLINE CONTENT OVER DRILL ....................................................................................................108 6.1

Producenten van content over drill......................................................................... 108

“Jaajoh heb weer wat sensatie voor jullie” .................................................................... 109 “Hier is het filmpje waardoor de beef heter werd” ....................................................... 111 6.2

Consumenten van digitale content over drill .......................................................... 114

“Free [naam driller]!” versus “Moet ik dit nu serieus nemen?” .................................... 114 “Wat is er gaande tussen hun?” ..................................................................................... 117 6.3

Rappers over de Nederlandse drillscène ................................................................. 119

6.4

Conclusie .................................................................................................................. 121

H7 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................123 REFERENTIES..................................................................................................................143 B1 | METHODOLOGISCHE VERANTWOORDING ............................................................154 B2 | VERKLARENDE WOORDENLIJST ............................................................................161

13

H1 | INLEIDING Eind oktober 2020 verschijnt het nummer De Pier van de Amsterdamse drillrapformatie 73 De Pijp op YouTube. In zowel het nummer als de bijbehorende videoclip – die halverwege november 2020 ruim 125.000 views telt – wordt op verschillende manieren verwezen naar een incident dat zich in de zomer van 2020 afspeelde op de Scheveningse Pier. Al langere tijd was er sprake van een zogenoemde beef – straattaal voor een ruzie of een conflict – tussen twee groeperingen: 24 uit Rotterdam en 73 De Pijp uit Amsterdam. Op 10 augustus 2020 treffen jongeren die zich scharen achter beide groepen zich op de pier van Scheveningen. Deze confrontatie eindigt in een vechtpartij en, afgaande op de beelden die vrijwel direct na het incident via diverse social media verspreid werden, in een schiet- en steekincident. Als gevolg van het steekincident komt de 19-jarige Rotterdammer Cennethson Janga om het leven. Dit concrete incident werd breed uitgelicht in de media en wakkerde opnieuw een reeds bestaande discussie in Nederland aan over de relatie tussen drillmuziek en geweld, in het bijzonder vormen van geweld waarbij steekwapens worden gebruikt door jongeren. De maatschappelijke aandacht voor drill valt in Nederland terug te herleiden tot de dood van de 18-jarige Amsterdammer Jay-Ronne Grootfaam die op 3 september 2019 in AmsterdamZuidoost overleed.

Zowel het slachtoffer als de vermeende daders zouden onderdeel uitmaken van twee rivaliserende drillgroepen uit Amsterdam, hetgeen een stortvloed aan mediaberichtgeving – doorgaans met sensationele krantenkoppen1 – op gang bracht over de invloed van drill op het gewelddadige en criminele gedrag van jongeren (Moussaid, 2020: 45). In het recent verschenen Actieplan2 Wapens en Jongeren (2020: 7) wordt gesteld dat er geen statistische relatie is gevonden tussen drillrap en een toename van het aantal steekincidenten. Niet duidelijk wordt echter of er aan deze uitspraak daadwerkelijk een statistische analyse is voorafgegaan of dat deze constatering het gevolg is van de afwezigheid van dergelijke wetenschappelijk onderbouwde inzichten. Bestaande studies laten zien dat de relatie tussen (rap)muziek en geweld meervoudig en complex is (Lauger en Densley, 2018; Stuart, 2019; 2020). Ook empirisch onderzoek naar de bredere relatie tussen social media, straatcultuur en criminaliteit levert geen eenduidig beeld op van de manier waarop deze fenomenen op elkaar inwerken. Hoewel studies uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk naar voren brengen dat social media kunnen fungeren als een trigger of katalysator voor fysiek, offline geweld (Patton et al. 2014; Patton et al. 2017; Pyrooz et al. 2015; Moule et al. 2017; Irwin-Rogers et al. 2017; Irwin-Rogers et al.

2018; Lauger en Densley 2018; Urbanik en Haggerty 2018), betogen meer recente studies dat social media ook nieuwe

1 Zie Moussaid (2020: 5) voor een uitgebreid overzicht. 2 Het Actieplan Wapens en Jongeren (2020) is een initiatief van het kabinet, diverse gemeenten, politie, openbaar

ministerie en andere strafrechtsketenpartners.

14

kansen en mogelijkheden bieden voor de-escalatie van conflicten en het vermijden van offline geweld (Stuart, 2019; Lane, 2019). Ook in Rotterdam bestaan bij verschillende partners binnen de integrale aanpak van jeugdproblematiek zorgen over de opkomst van drillmuziek, in het bijzonder in de context van een toename van het aantal steekincidenten en in beslag genomen steekwapens in de afgelopen jaren in de stad. Concreet zien we dit terug in de reactie van burgemeester Ahmed Aboutaleb op vragen van raadslid Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam). In 2019 zouden er 93 steekincidenten hebben plaatsgevonden in de gemeente Rotterdam, 19 incidenten meer dan in 2018. Bovendien wordt er melding gemaakt van ongeveer 1400 steekwapens die binnen de Eenheid Rotterdam tot medio december 2019 in beslag zijn genomen. Deze cijfermatige ontwikkelingen worden door burgmeester Aboutaleb in de schriftelijke beantwoording van de volgende, voorzichtige duiding voorzien: “De toename in het bezit en het gebruik van messen onder jongeren houden mogelijk verband met de opkomst van drillmuziek in Nederland, waarin ook Rotterdamse rappers actief zijn” (Gemeente Rotterdam, 2019: 3). Tot op heden blijft de discussie over drillmuziek en geweld beperkt tot veronderstellingen over de vermeende relatie en ontbreekt het aan wetenschappelijk onderzoek naar deze problematiek.

In opdracht van gemeente Rotterdam probeert de onderhavige verkennende kwalitatieve studie daarom een bijdrage te leveren aan de kennis over drillrap in Rotterdam en meer inzicht te bieden in de relatie tussen drill, geweld en social media. Voordat we nader ingaan

op

onze

centrale

onderzoeksvraag

en

de

gehanteerde

kwalitatieve

onderzoeksmethoden, geven we op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis en empirische studies allereerst een eerste beschrijving en duiding van het fenomeen drill.

1.1

Een korte (muzikale) geschiedenis van drill

Rond 2010 ontstond in het zuiden van Chicago een subgenre van rapmuziek waarin op hyperbolische wijze verslag werd gedaan van de problematiek rondom gangs en geweld die zich in deze Amerikaanse stad afspeelde: drill. Forrest Stuart (2020) geeft in het recente boek ‘Ballad of the Bullet’ op basis van achttien maanden etnografisch onderzoek een diepgravende en ingrijpende inkijk in de opkomst en ontwikkeling van drillrap uit Chicago en de bijbehorende online drillcultuur. Stuart (2020: 3) geeft de volgende omschrijving van drill: “Drill music – which, in slang terms, translates to “shooting music” – is an emerging genre of hyperviolent, hyperlocal, DIY-style gangsta rap that claims to document street life and violent criminality. Through music videos and other social media uploads, these “drill rappers” – often referred to simply as “drillers” – compete on a global stage to prove that they’re more ruthless, more delinquent, and more authentic than their competitors” (Stuart, 2020: 3)

15

Deze beschrijving bevat een aantal facetten die relevant zijn om nader toe te lichten. Allereerst ligt er in de term drill een verwijzing naar vuurwapengeweld besloten, iets dat aansluiting vindt bij de bredere classificatie van dit genre als “hyperviolent”. Het geweld dat naar voren komt in drill heeft volgens de omschrijving van Stuart (2020: 3) bovendien een zekere relatie met de realiteit en de muziek zou op authentieke wijze verslag doen van het harde, gewelddadige leven op straat in Chicago. Bovendien zou er een zekere hyperlokaliteit doorklinken in drill, met veelvuldige verwijzingen naar de ervaringen van drillers in hun eigen buurten, wijken of postcodes. Ten slotte kenmerkt drill zich door een ‘Do It Yourself’-manier van werken (“DIY-style”), waarbij jongeren de muzikale productie, opname, bewerking en digitale verspreiding voor eigen rekening nemen. Op basis van de bovenstaande kenmerken kan drillmuziek worden beschouwd als een opkomende, eigentijdse variant van gangsta rap. Dit meest controversiële subgenre van hiphop ontstond in de jaren tachtig aan de Westkust van de Verenigde Staten en gaf, net als drill tegenwoordig doet, een rauwe inkijk in het Amerikaanse straatleven te midden van gangs, geweld en criminaliteit (Kitwana, 1995; Perkins, 1996; Quinn, 2005).

Onder invloed van de commercialisering van rapmuziek zijn deze lokale verhalen van en over de straten van de Amerikaanse achterstandswijken vanaf het einde van de jaren tachtig de wereld over gegaan. Een bijzondere rol is hierbij weggelegd door het klassieke gangsta rap album ‘Straight Outta Compton’ (1988) van N.W.A. (Niggaz With Attitude). Quinn (2005: 77-89) spreekt in deze context zelfs over de commodificatie van Compton: het hyperlokale Amerikaanse gangleven en het daarmee gepaarde geweld en criminaliteit verwerd tot een product dat op mondiale schaal bij allerlei consumenten gretig aftrek vond (Hayward, 2004: 170; Ilan, 2015: 121). De wereldwijde populariteit van gangsta rap werd voor een belangrijk deel ingegeven door de gepercipieerde authenticiteit van de artiesten (Harkness, 2013: 155). Deze authenticiteit wordt in rapmuziek vaak gevangen in een van de mantra’s van het genre: keeping it real (Cutler, 2003; Roks, 2020). Deze realness lijkt in rapmuziek vooral ingegeven te worden door de vraag of de rappers nog voldoende verbonden zijn met ‘de straat’ waar deze cultuur oorspronkelijk vandaan komt (Lauger en Densley, 2018: 820). Om die reden kan rapmuziek worden geïnterpreteerd als identity art, waarbij de waargenomen authenticiteit van de kunstenaar prevaleert boven de kwaliteit van zijn of haar muzikale output (Lauger en Densley, 2018: 819-820).

Over de pioniers van de Amerikaanse gangsta rap bestaat het beeld dat zij het summum vertegenwoordigden van street credibility (Cutler, 2003; Balaji, 2012), in het bijzonder omdat zij naast artiesten ook gangleden zouden zijn die hun eigen ervaringen terug lieten komen in hun muziek. Er zijn echter auteurs die menen dat de relatie met de straat en gangs voor een aantal van deze rappers meer genuanceerd lag. Zo beschrijft Chang (2005: 302) dat de gezichtsbepalende gangsta rappers Ice Cube en Dr. Dre van N.W.A. wel opgroeiden in een wijk waar een gang actief was, maar dat zij zelf geen actieve gangleden waren. Ook Harkness (2013) en Quinn (2005) betogen dat veel van de eerste gangsta rappers vooral perifere

16

relaties hadden met gangleden en dat hun teksten in veel gevallen als verre van autobiografisch moeten worden gezien. Wel gaf het opgroeien in buurten waar criminaliteit welig tierde, onder andere vanwege de aanwezigheid van gangs, hen de mogelijkheid om hun teksten een zweem van authenticiteit mee te geven door deze te doordrenken met details van de hen omringende straat- en gangculturen (Harkness, 2013: 155). Het is belangrijk om op te merken dat de gewelddadige thematiek van gangsta rap niet alleen beschouwd moet worden als a message from the streets. De commercialisering van rapmuziek maakte namelijk dat platenlabels begonnen in te spelen op de behoefte aan authentieke straatverhalen van rappers, met als gevolg dat (gangsta) rap vooral ook verwerd tot “a message from the suits” (Hagedorn, 2008: 142). Deze sociaal-culturele bakermat van rap heeft een muzikale cultuur voortgebracht waarin bragging and boasting en verhalen over criminaliteit en geweld worden beschouwd als conventies van het genre, vergelijkbaar met de manier waarop dat gebeurt in actiefilms uit Hollywood (Stoia et al., 2018; Roks, 2020). Naast het benoemen van de historische wortels van de Amerikaanse gangsta rap, verdient ook de muzikale invloed van trap music op het ontstaan van drill aandacht.

In de vroege jaren 2000 ontstond in het zuiden van de Verenigde Staten trapmuziek, een subgenre waarin net als gangsta rap de thematiek van straat- en gangculturen doorklinkt (Kaluža, 2018: 24). De muziekvorm ontleent zijn naam aan het Amerikaanse straattaalwoord voor drugs dealen – trapping – dat het meest dominante thema vormt binnen de teksten van trapnummers. Omdat een aantal rappers uit Atlanta binnen hun teksten zo gefocust was op het minutieus beschrijven van de drugshandel en de bijbehorende levensstijl, werden zij door zowel fans als critici omgedoopt tot traprappers. Deze traprappers beschrijven in hun teksten hoe zij succesvol opereren binnen het drugscircuit en hoe zij hun ‘verdiende’ geld vervolgens spenderen aan materiele zaken als dure kleding, sieraden en auto’s. Trap heeft vooral in sonische en muzikale zin veel invloed uitgeoefend op de opkomst van drill. Met name de onheilspellende beats die kenmerkend zijn voor drillnummers hebben veel weg van wat we kennen als trap beats (Ilan, 2020: 2; Stuart, 2020: 223-224). Hoewel beide subgenres van straatrap muzikaal in elkaars verlengde liggen, valt een wezenlijk verschil in thematiek te onderscheiden. Waar binnen trapmuziek het beschrijven van de drugshandel centraal staat, zouden drillrappers zich nadrukkelijk focussen op geweld.

Rappers uit Chicago – een stad die bekendstaat om de hoge moordcijfers en gangactiviteiten – beschreven in hun teksten de moeilijke en gevaarlijke omstandigheden waarin zij opgroeiden. Naast de vermeende focus op geweld, wordt drillmuziek gekenmerkt door het expliciete en expressieve karakter (Pinkney en Robinson-Edwards, 2018: 107; Fatsis, 2019: 1302). In teksten van drillrappers worden gewelddadigheden regelmatig tot in detail beschreven en in videoclips worden wapens prominent in beeld gebracht. Het nummer I Don’t Like van Chief Keef uit 2012 is een belangrijke aanjager geweest voor de bekendheid en populariteit van drillmuziek bij een groter publiek en stond, samen met het

17

succes van andere rappers uit Chicago zoals Lil Durk, Fredo Santana en Lil Reese, aan de basis van de mondiale verspreiding van drill (Pinkney en Robinson-Edwards, 2018: 107). Al snel maakte de muziekvorm de oversteek naar Londen, waar met name zwarte, kansarme jongeren – geïnspireerd door hun Amerikaanse evenbeelden – begonnen met het maken van zogenaamde UK drill (Pinkney en Robinson-Edwards, 2018: 107; Fatsis, 2019: 1302; Ilan, 2020: 2)3. Hoewel UK drill wordt gekenmerkt door vergelijkbare trap-achtige beats, een duistere sfeer en een focus op geweld, kent het ook nadrukkelijk een aantal onderscheidende elementen ten opzichte van de Amerikaanse variant. Zo is in de Britse vorm van drill geen autotune4 te horen en is UK drill muzikaal sterk beïnvloed door grime, een muziekgenre dat in de jaren voor de opkomst van drill in het Verenigd Koninkrijk mateloos populair was (en nog steeds is) (Ilan, 2012). Een aantal Londense rappers betoogt dat UK drill zelfs zo onderscheidend is ten opzichte van het Amerikaanse origineel, dat een nieuwe naam voor het genre op zijn plaats zou zijn. In de praktijk blijkt het sowieso lastig om in elkaar overvloeiende muziekstijlen goed van elkaar te onderscheiden5, zoals mooi in beeld wordt gebracht in de Britse documentaire LDN.

Wat drill uit Chicago en UK drill bovendien met elkaar gemeen hebben, is de bredere ophef die de muziek veroorzaakt, in het bijzonder in relatie tot geweld onder gangs en jongeren. In Chicago werd drill gekoppeld aan schietincidenten en moorden tussen rivaliserende gangs en werd de meer algemene vrees uitgesproken dat de jeugd van Chicago gewelddadig werd door drill (Pinkney en Robinson-Edwards, 2018: 107). Anders dan dat de vertaling van de term drill als “shooting music” misschien doet vermoeden, werd de opkomst van drill in het Verenigd Koninkrijk vooral gerelateerd aan een toename in (dodelijke) incidenten met messen (Hancox, 2018; Fatsis, 2019; Ilan, 2020). Deze maatschappelijke ophef heeft erin geresulteerd dat UK drillvideo’s werden verwijderd van YouTube en het UK drillers zelfs werd verboden om bepaalde woorden te gebruiken (Fatsis, 2019; Ilan, 2020).

1.2

De problematiek rondom drill in Nederland

Drill mag sinds september 2019 ook in Nederland rekenen op de nodige publieke belangstelling, vooral vanwege het geweld (met messen) onder jongeren dat hiermee in verband wordt gebracht. De zorg rondom het geweld onder jongeren lijkt zich vooral te concentreren op de betrokkenheid bij steekincidenten en de (vermeende) verjonging van de daders en slachtoffers (Van Hulzen, 2020a). De NOS geeft in een bericht dat op 20 maart

3 Omdat de drillmuziek die de afgelopen jaren de kop opsteekt in Nederland met name geïnspireerd lijkt op de

Britse variant, wordt in deze bespreking vooral UK drill besproken. Aanwijzingen voor het feit dat Nederlandse drill zijn inspiratie ontleent aan UK drill zijn te vinden in de muzikale overeenkomsten, de gelijkende uiterlijke stijlen, de collabo’s (samenwerkingen) tussen Britse en Nederlandse rappers en uitspraken van Nederlandse drillartiesten. 4 Autotune is software waarmee stemmen en instrumentale muziek kunnen worden vervormd. 5 Het besef van deze fluïditeit is belangrijk omdat de manier waarop in de media wordt omgesprongen met het label ‘drill' in sommige gevallen discutabel lijkt. Ook spelen rappers zelf met dit label, om mee te liften op de populariteit van drillmuziek.

18

2020 online verschijnt zicht op de cijfermatige ontwikkeling in absolute zin van minderjarige verdachten en slachtoffers van steekincidenten (Van Hulzen, 2020a). Op basis van cijfers die door de NOS bij de Nationale Politie werden opgevraagd, wordt bericht dat het aantal minderjarige verdachten van messteekincidenten de afgelopen drie jaar zou zijn verdubbeld, van 160 jongeren in 2017 naar 380 in 2019. Een verdubbeling zou zich ook hebben voorgedaan onder minderjarige slachtoffers: van 100 in 2017 naar 200 in 2019. Ondanks dat hier sprake lijkt van een duidelijke toename van het messengeweld onder jongeren, wordt in het recent verschenen Actieplan Wapens en Jongeren (2020: 5) gesteld dat er op basis van politiecijfers niet met zekerheid valt vast te stellen of er sprake is van een toenemende trend van steekincidenten onder jongeren (Actieplan Wapens en Jongeren, 2020: 5). Zonder concreet te worden over het aantal steekincidenten dat zich per jaar voordoet, wordt gesteld dat er de afgelopen zes jaar een “grillig maar stabiel patroon van 50 tot 140 steekincidenten per maand” valt waar te nemen (Actieplan Wapens en Jongeren, 2020: 5). Wel wordt er beschreven dat het aantal in beslag genomen messen sinds 2018 aanzienlijk is toegenomen (Actieplan Wapens en Jongeren, 2020: 6).

In beschrijvingen en duidingen van de opkomst van drill in Nederland in de media wordt onder andere de vraag opgeworpen in hoeverre er sprake is van een causaal verband tussen het recente messengeweld en (de opkomst van) drillmuziek en, iets breder, naar de negatieve invloed op jongeren vanwege “de verheerlijking van wapens en geweld door drillrap groepen” (Actieplan Wapens en Jongeren, 2020: 7). Deze actuele ophef voor drill bouwt voort op een al langer waarneembare negatieve (onder)toon in de discussie over hiphop in het publieke debat (zie, onder andere, Vughts, 2020). Hierbij lijkt de media-aandacht vooral uit te gaan naar “criminele rappers” (Vughts, 2020) en is er weinig ruimte voor de nuance die wel valt terug te lezen in het academische debat over hiphop in Nederland (De Roest, 2017; Goverts en Roks, 2020), de positieve invloeden van muziek op jongeren (Van Bohemen, Den Hertog en Van Zoonen, 2017) of het tot op heden nog te weinig benutte potentieel van hiphop als verbinding tussen maatschappelijke groepen of instituties (Van Beekhoven, 2020). De afgelopen decennia heeft hiphop aan populariteit gewonnen en zo definitief voet aan de grond gekregen. Sinds 2017 is hiphop zelfs officieel het meest dominante genre in de Verenigde Staten, waarmee het de jarenlange dominantie van rockmuziek doorbrak. Ook in Nederland is hiphop niet meer weg te denken uit de hitlijsten.

Vanaf 2017 behoren Nederlandse hiphoppers als Frenna, Lil Kleine, Bizzey en Boef steevast tot de top 10 artiesten met de meeste streams op muziekdienst Spotify en is het genre uitgegroeid tot de meest populaire muziekstroming onder jongeren (De Roest, 2017; Duijsings en Van Niekerk, 2018). Met name het subgenre straatrap (of gangsta rap) toont zich daarbij – in het bijzonder onder jonge luisteraars – buitengewoon populair. De maatschappelijke ophef en zorg rondom drill – als meest recente vorm van deze straatrap – in Nederland valt volgens het recent verschenen Actieplan Wapens en Jongeren (2020: 7) te herleiden tot “enkele opvallende incidenten waarbij drillrap een rol speelde”. Naar één van

19

deze incidenten – het steekincident met dodelijk afloop op de pier in Scheveningen in augustus 2020 – werd door ons in de inleiding van dit hoofdstuk reeds kort verwezen. Het eerste incident dat in Nederland in verband met drillmuziek werd gebracht dateert van begin september 2019. In Amsterdam Zuidoost werd op 3 september 2019 de toen 18-jarige JayRonne Grootfaam doodgestoken met een kapmes. Zowel Grootfaam (rapnaam RS) als zijn belagers hielden zich bezig met het vervaardigen van drillmuziek en de rivaliteit tussen hun drillrapcollectieven – respectievelijk FOG (‘Fully op Gevaar’) en KSB (‘KikkensteinBende’) – werd voorafgaand aan de moord breed uitgemeten in rapnummers6 van beide groepen. Verdachten Yamanney A. en Alexio F. (met de vermeende rapnamen Wouter22 en GreyK) zouden behoren tot een criminele jeugdgroep die al vanaf 2015 in beeld is bij de politie en wordt gelinkt aan 24 misdrijven als ernstig geweld, inbraak, diefstal, bedreiging en straatroof. Een ander messengeweldsincident dat in de media gelinkt is aan drill betreft de dodelijke steekpartij waarbij de toen 20-jarige Bilal Aydin op 21 december 2019 in Den Haag het leven liet. De verdachten van de moord zijn gelieerd aan of lid van de Haagse drillrapgroep SK6 – of SK16 – en zouden op het moment van het incident bepakt met machetes op de terugweg zijn van opnames van een clipshoot.

De dood van Bilal volgde op een ruzie eerder op de dag – waarbij de neef van Bilal werd lastiggevallen. Van eerdere spanningen of een conflict dat direct kon worden gerelateerd aan drill was echter geen sprake.

1.3

Huidige studie: onderzoeksvraag en methoden van onderzoek

De concrete steekincidenten, maar ook de meer algemene beeldvorming over jongeren en steekwapens op zowel de fysieke als digitale straten van Rotterdam, baren verschillende partners binnen de integrale aanpak van jeugdproblematiek in Rotterdam zorgen. Dit lijkt deels te wijten aan het ontbreken van een goede duiding van de dynamiek van dit fenomeen, mede omdat we te maken hebben met een relatief nieuwe werkelijkheid waarin jongeren navigeren tussen muzikale, online en offline ruimtes. Meer inzicht in deze dynamiek en het bredere fenomeen is om die reden vereist, in het bijzonder ook om ketenpartners beter toe te rusten op de uitvoering van hun werkzaamheden. Een wetenschappelijk onderzoek naar de precieze dynamiek kan dienen als onderlegger voor de aanpak van de eerder beschreven problematiek. Om in deze kennisbehoefte te voorzien is het doel van dit onderzoek om een beter beeld te geven van het fenomeen van drill in Rotterdam en om in het bijzonder meer inzicht te verkrijgen in de relatie tussen drill, geweld en social media. De volgende onderzoeksvraag staat in dit onderzoek centraal: Hoe ziet de drillrapcultuur in Rotterdam eruit en wat is hierbij de rol van geweld en social media?

6 Op YouTube zijn veel video’s te vinden waarin jongeren die straatrap – en met name ruzies tussen rappers – op

de voet volgen, een overzicht geven van wat zich tot nu toe heeft afgespeeld binnen een specifieke casus. Niet alle beweringen in deze video’s worden ondersteund door feiten, waardoor niet alle informatie even betrouwbaar is. De verzameling van fragmenten en nieuwsberichten die in de video’s te zien zijn, tonen zich vaak echter bijzonder behulpzaam bij het doorgronden van wat zich in bepaalde zaken heeft afgespeeld.

20

Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden is er tussen januari en oktober 2020 een verkennende, kwalitatieve studie verricht. We hebben hierbij gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden- en bronnen. De belangrijkste pijler van deze studie bestaat uit een netnografisch onderzoek dat tussen maart en september 2020 op verschillende social mediaplatforms werd verricht. De term netnografie werd geïntroduceerd om te verwijzen naar een manier om de centrale principes van etnografisch onderzoek toe te passen op het bestuderen van digitale gegevens die openbaar op het internet worden gedeeld (Kozinets, 2002; Kozinets, 2015: 79; Costello, et al., 2017). Op de social mediaplatforms Instagram en Snapchat werden onder de naam @Crimin010gen verschillende drillers7 uit Rotterdam gevolgd en werd het online gedrag op deze accounts tussen maart en september 2020 dagelijks geobserveerd. Bovendien werd in dezelfde periode geobserveerd in verschillende groepen over drill op Telegram Messenger.8 In deze periode werden in totaal 2.600 schermafbeeldingen en -video’s verzameld. Ten slotte werden ook allerlei andere digitale artefacten van deze Rotterdamse drillrappers bestudeerd, zoals de door hen gemaakte en uitgebrachte muziek op Spotify en YouTube.

Daarnaast is er in dit onderzoek getracht om een beter beeld te krijgen van de geregistreerde werkelijkheid van de steekincidenten in Rotterdam. In maart 2020 berichtte de NOS dat er in Rotterdam sprake zou zijn van een toename van 19 steekincidenten in 2018 naar 36 in 2019. Deze cijfers zouden vanwege de afwezigheid van een centrale registratie handmatig uit de systemen van de politie-eenheid Rotterdam zijn gehaald. Omdat

er

op

basis

van

de

berichtgeving over deze cijfers niets kon worden gezegd over een mogelijke relatie met de opkomst van drill in Rotterdam is begin april 2020 toestemming gevraagd aan het College van Procureurs-General om in het kader van wetenschappelijk onderzoek de aard, achtergronden en mogelijke motieven van deze incidenten nader te bestuderen. In juni 2020 werd hiervoor toestemming gegeven, waarna in juli 2020 een analyse kon worden verricht van 56 politieregistraties van steekincidenten die zich in Rotterdam in de jaren 2018 en 2019 hebben voorgedaan.9 Bovendien kregen wij inzage in een vertrouwelijke rapportage over steekincidenten in de periode 2018-2020 in Rotterdam, verricht door onderzoekers van de DRIO (DRIO, 2020). Aanvankelijk was het de bedoeling om in het kader van dit onderzoek ook Rotterdamse jongeren te interviewen over muziek en geweld, zowel in groepsverband als individueel. De intelligente lockdown van 15 maart 2020 maakte het tot begin juli 2020 volgens ons niet mogelijk om op een veilige en ethisch verantwoordde manier interviews af te nemen met jongeren. Wel is er in samenwerking met Stichting JOZ begin juli een korte online enquête 7 In deze studie gebruiken we de term ‘drillers’ voor rappers uit Rotterdam die zichzelf presenteren als driller,

bijvoorbeeld omdat ze nummers maken waarin ze naar zichzelf verwijzen als driller of die op andere manieren in hun muziek of via social media benoemen dat zij drillers zijn. 8 In bijlage 1 lichten we nader toe hoe we te werk zijn gegaan, inclusief een beschrijving van hoe we zijn omgegaan met enkele ethische vragen die rijzen tijdens dergelijke vormen van online onderzoek. 9 We lichten het verschil tussen de in de media gecommuniceerde cijfers en de registraties die wij in dit onderzoek hebben geanalyseerd in hoofdstuk 2 nader toe.

21

via Instagram Stories verspreid. De negen vragen van deze poll werden gemiddeld door bijna 200 Rotterdamse jongeren beantwoord.10 Ten slotte hebben we in de laatste fase van dit onderzoek ook nog achtergrondinterviews afgenomen met een aantal wijkagenten, reclasseerders, een stadsmarinier en twee onderzoekers van de politie om onze voorlopige bevindingen en indrukken te bespreken. De inzichten van deze professionals hebben we vooral gebruikt in het formuleren van onze aanbevelingen.

1.4

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk beginnen we met een analyse van de door ons bestudeerde politieregistraties. Naast een kritische beschouwing van de beschikbare cijfermatige overzichten rondom steekincidenten, geven we op basis van de informatie in de politieregistraties een beeld van de achtergronden van de steekincidenten. In het bijzonder besteden we hierbij aandacht aan de relatie met drill en social media. In hoofdstuk 3 volgt een uitgebreid beeld van drill in Rotterdam. We schetsen kort hoe drillmuziek in Rotterdam terechtkwam, maar geven vooral een overzicht van welke drillrappers in de verschillende delen van de stad actief zijn, wat hun bereik is en wat we zien en horen in hun muziek. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de verschillende manieren waarop de drillers zichzelf presenteren op Instagram en Snapchat In hoofdstuk 5 staat de muzikale en online communicatie van geweld door drillers centraal. We besteden aandacht aan het steekincident waar we deze inleiding mee begonnen en andere beefs tussen drillartiesten die in de context van dit onderzoek relevant zijn. De focus van het laatste hoofdstuk richt zich niet zozeer op drillrappers uit Rotterdam, maar op anderen die met de door hen geproduceerde digitale content aan de haal gaan en zo een belangrijke bijdrage leveren aan de zichtbaarheid van geweld en conflicten tussen drillrappers.

We besluiten met een conclusie waarin we de belangrijkste, overstijgende bevindingen van dit verkennende onderzoek presenteren, praktische beleidsaanbevelingen formuleren en enkele suggesties doen voor vervolgonderzoek. In de hoofdstukken 3 tot en met 6 proberen we een zo goed mogelijk beeld te schetsen van de (online) drillcultuur in Rotterdam. Waar mogelijk proberen we de drillers uit deze studie ‘zelf’ aan het woord te laten in de voor hun kenmerkende slang en online beeldtaal. Dit heeft consequenties voor de leesbaarheid, in het bijzonder voor lezers die niet zijn ingevoerd in straattaal. We lichten specifieke frequent gebruikte woorden uit de (online) drillcultuur zoveel mogelijk toe in de lopende tekst of proberen op een andere wijze de duiding van de uitspraken of strekking van de boodschap van de drillers zo duidelijk mogelijk over te brengen. Ten slotte geven we in een verklarende woordenlijst in bijlage 2 een overzicht van de meest gebruikte termen uit deze studie. Met het gebruik van hyperlinks proberen we waar mogelijk aanvullend beeld te geven bij de tekst in dit rapport. 10 Voor meer informatie over de enquête: zie bijlage 1.

22

H2 | GEREGISTREERDE STEEKINCIDENTEN IN ROTTERDAM (2018-2019) In dit hoofdstuk staan de geregistreerde steekincidenten centraal die zich hebben voorgedaan in Rotterdam in 2018 en 2019. Voordat we ingaan op wat er in deze politieregistraties van steekincidenten naar voren komt, staan we eerst stil bij cijfers over steekincidenten in Nederland en Rotterdam. Vervolgens geven we een beschrijving van de door ons bestudeerde registraties en belichten we enkele opvallende zaken. Middels deze analyse van 56 politieregistraties over steekincidenten proberen we een antwoord te geven op de vraag in hoeverre er relaties vallen waar te nemen tussen het geweld met messen in Rotterdam in 2018 en 2019 en drillmuziek, beefs tussen drillers, conflicten tussen jongeren uit Rotterdamse buurten of wijken en, ten slotte, wat deze registraties ons leren over de rol van social media in het ontstaan of verloop van deze steekincidenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9639405/1