CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindversie-Rapport-RVVB.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 21 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Verdiepend Onderzoek: toekomstbestendigheid sportverenigingen (VN2023-014586)6.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inleiding Een overgrote groep, 50% van alle vrijwillige verenigingsbestuurders (naar schatting ongeveer 100.000) ervaart structurele overbelasting in het vrijwilligerswerk. Kerntaken zijn in het geding en de noodzakelijke verduurzaming van de accommodatie en de innovatie van sportaanbod komt men amper aan toe terwijl dit keihard nodig is deze tijd. Oneerlijke concurrentie, een te veel eisende overheid, extreem stijgende kosten, terugloop in beschikbare bestuurders en niet passende verenigingsondersteuning bezorgen verenigingsbestuurders ernstige kopzorgen. Ruim 5000 besturen vrezen voor de toekomst van hun vereniging. RVVB stelt dit op basis van gesprekken met ruim 250 verenigingsbestuurders tijdens een rondgang door 12 provincies en een digitale enquête onder meer dan 800 bestuurders.

November vorig jaar heeft RVVB verkennend onderzoek gedaan naar stijgende energiekosten en de gesteldheid onder ruim 1200 verenigingsbestuurders en stelde dat een overgrote groep verenigingsbestuurders zich ernstig zorgen maakt over de stijgende (energie) kosten en dat verenigingsbestuurders onvoldoende steun ervaren vanuit de overheid. Kort daarop opende RVVB een meldpunt voor verenigingsbestuurders die zich zorgen maken over de stijgende kosten waar zich in december 2022 en januari 2023 meer dan 500 verenigingen gemeld hebben. Januari 2023 stelde NOC*NSF dat de helft van 26.000 verenigingen in een lastig parket zit. Cijfers van NOC*NSF laten zien dat sportdeelname t.o.v. voor de coronacrisis beperkt stijgt en dat het ledenaantal gemiddeld genomen terugloopt bij sportverenigingen. In 2019 is door het Mulier Instituut vastgesteld dat een vijfde van de Nederlandse sportverenigingen kwetsbaar is voor de toekomst en dat het aandeel sportverenigingen dat de toekomst van de vereniging negatief inziet in tien jaar bijna is verdubbeld (van 6% in 2009 naar 11% in 2019). Deze signalen en bevindingen zijn aanleiding geweest voor RVVB om in februari en maart 2023 een verdiepend vervolgonderzoek te starten onder verenigingsbestuurders.

Rondgang en enquête Om beter zicht te krijgen op wat er leeft onder verenigingsbestuurders heeft RVVB besloten 12 rondetafelgesprekken te organiseren. In iedere provincie hebben verenigingsbestuurders van verschillende type sportverenigingen persoonlijk deelgenomen. Daarnaast heeft RVVB in februari en maart een digitale vragenlijst uitgestuurd. Deze is nog eens door meer dan 800 verenigingsbestuurders ingevuld. Typen sporten die hebben meegewerkt aan het verdiepend onderzoek 1%

4%

2%

1% 2%

2% Voetbal

Tennis / Padel 4%

Korfbal 39%

4%

Atletiek Basketbal Volleybal

5%

Handbal Hockey

5%

Honk- & softbal Gymnastiek Golf

8%

Rugby Omnivereniging 8%

Overige 15%

Figuur 1 - Verhouding typen sporten

Uitkomsten van het onderzoek & adviesraad Hieronder zijn de uitkomsten van het onderzoek thematisch uitgewerkt. De uitkomsten uit de rondetafelgesprekken en de enquête zijn samengevoegd zodat een compleet beeld wordt gegeven over wat er gezegd is door verenigingsbestuurders. De RVVB-adviesraad zal op basis van dit rapport advies uitbrengen aan de Minister van VWS en de Tweede Kamer. Daarnaast zal de adviesraad een brief sturen met adviespunten aan alle wethouders in Nederland met de portefeuille sport.

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................. 2 Rondgang en enquête ....................................................................................................... 3 Uitkomsten van het onderzoek & adviesraad ..................................................................... 3 Inhoudsopgave ...................................................................................................................... 4 1. Toekomstbestendigheid .................................................................................................... 5 1.1 Te hoge werkdruk bij verenigingsbestuurders .............................................................. 5 1.2 Bureaucratie, wet en regelgeving grote boosdoener .................................................... 7 1.3 Onvoldoende verenigingsbestuurders: Diversiteit is een probleem .............................. 9 2.

Verduurzaming en stijgende kosten..................................................................................11 2.1 Verduurzaming komt bij meerderheid verenigingen niet op gang ................................11 2.2 Kosten zijn fors gestegen............................................................................................14 2.3 Verenigingen technisch failliet: Bestuurders maken eerst hun reserves op .................16 3. Overheid zet verenigingen onvoldoende in hun kracht .....................................................18 3.1 Verzakelijking overheid schuurt met verenigingscultuur ..............................................18 3.2 Verenigingsondersteuning neemt geen werk uit handen .............................................20 3.3 Gemeenten creëren oneerlijke concurrentie tussen sportverenigingen .......................21 4. Conclusies en aanbevelingen ...........................................................................................24 4.1. Toekomstbestendigheid .............................................................................................24 4.2 Verduurzaming en stijgende kosten ............................................................................25 4.3 Overheid zet verenigingen onvoldoende in hun kracht................................................25

1. Toekomstbestendigheid 1.1 Te hoge werkdruk bij verenigingsbestuurders “Vraag mijn vrouw maar niet hoeveel uur ik aan mijn functie besteed.”

Verenigingsbestuurders ervaren structurele overbelasting door met name de bureaucratie rond wet en regelgeving en een overheid die steeds meer taken en verantwoordelijkheden bij de verenigingsbestuurder neerlegt als veilig sportklimaat, maatschappelijke inzet en de WBTR. Een overgrote meerderheid van de ondervraagde verenigingsbestuurders geeft aan structurele overbelasting te ervaren. 50% ervaart te hoge werkdruk. Dit heeft verschillende oorzaken. Ervaart u als verenigingsbestuurder een te hoge werkdruk?

50%

Ja

50%

Nee

Figuur 2 - Werkdruk onder verenigingsbestuurders

Besturen die structureel onderbezet zijn omdat zij geen nieuwe bestuurders kunnen vinden ervaren door te veel werk overbelasting. 38,5% van de ondervraagden geeft aan dat het bestuur onderbezet is, 69% van de ondervraagden geeft aan problemen te ervaren bij het werven van nieuwe bestuurders. Wat geldt voor uw vereniging? In ons bestuur is niet alle kennis aanwezig die nodig is

29%

We hebben een sterk en goed functionerend bestuur Ik blijf als bestuurder zitten omdat ik geen opvolger kan vinden

46,30%

24,60%

Het is lastig om jonge bestuurders te vinden We hebben geen divers bestuur We zijn op dit moment onderbezet in het bestuur

55,60% 30,30% 38,50%

Figuur 3 – Ervaringen binnen besturen

5

Heeft u problemen met het vinden van nieuwe bestuurders?

31% Ja 69%

Nee

Figuur 4 - Wervingsproblemen

Voorbeelden 1.1 Een verenigingsbestuurder uit Friesland gaf aan dat zijn accommodatie gedwongen verplaatst moest worden i.v.m. de ontwikkeling van hoognodige nieuwe huizen. De gemeente legt de bouw en financiering van een nieuwe kantine en kleedkamers op de nieuwe locatie volledig bij het bestuur van de vereniging neer. De betreffende bestuurder geeft aan dat dit dossier in enkele maanden al ruim 300 uur vrijwilligerswerk gekost heeft. Tijd die niet besteed kon worden aan zijn kerntaak. Een verenigingsbestuurder uit Limburg gaf aan lang bezig te zijn geweest met een gemeentelijke subsidie voor sportmaterialen. Er kon voor 10.000 euro subsidie aangevraagd worden. Na het opvragen van offertes en het doorlopen van de gehele aanvraag werd de bestuurder uitgenodigd op het gemeentehuis. De verenigingsbestuurder heeft daarvoor vrij moeten nemen van zijn werk en heeft daarnaast ook nog parkeerkosten gemaakt om te horen te krijgen dat slechts 5.000 euro toegekend kon worden. Een bestuurder van een manage voor mensen met een beperking uit Overijssel vertelt dat zij een grote regiofunctie hebben voor mensen met een beperking die paard willen rijden. De vervoerskosten voor deze mensen worden echter alleen vergoed door de gemeente waar de manege zit. Andere gemeenten zijn niet bereid om hier aan bij te dragen of hierin mee te denken.

Deze gemeenten leggen de verantwoordelijkheid voor vervoer bij de vereniging neer, aldus de bestuurder. Quotes van bestuurders: -

“Ze flikkeren alles over de schutting bij ons verenigingen” “We moeten alles halen, er wordt ons niets gebracht door de overheid” “Er komt steeds meer bij, en het aantal vrijwilligers neemt alleen maar af, reken maar uit wat dat betekent” “Ik verlies zoveel energie aan de verkeerde dingen” “We ontvangen geen waardering voor het werk wat we doen, niet vanuit de bond, gemeente, zelfs niet van onze leden” “We worden met maatschappelijke vraagstukken opgezadeld waar wij niet voor hebben geleerd. Voor passend en veilig sporten voor jongeren met problemen of een beperking heb je vanuit pedagogisch oogpunt gewoon professionals nodig.”

Bovenstaande voorbeelden representeren tientallen andere vergelijkbare verhalen die in de provincies opgehaald zijn. Vrijwel iedere ondervraagde verenigingsbestuurder kent wel een vergelijkbaar voorbeeld uit de werkpraktijk van de afgelopen tien jaar. Deze situaties kosten de bestuurders niet alleen kostbare tijd maar vooral ook mentale energie, waardoor overbelasting wordt ervaren in het werk als verenigingsbestuurder. 6

De enquête beaamt het beeld van overbelasting dat tijdens de rondgang is opgehaald. Het werven van vrijwilligers wordt door 62% van de verenigingsbestuurders als tijdrovend en belastend ervaren. Het uitvoeren van overheidsbeleid wordt door 36% als tijdrovend en belastend ervaren. Welke onderwerpen kosten u veel tijd en energie en worden als extra belastend ervaren? (meerdere antwoorden mogelijk) Overig Ik ervaar niets als tijdrovend/belastend

3% 5%

Vrijwilligers aansturen

31%

Beleid maken

25%

Vergaderen

20%

Opleiden van kader

20%

Werven van leden

24%

Uitvoeren overheidsbeleid Verduurzamen accommodatie

36% 29%

Werven van vrijwilligers

62%

Figuur 5 - Extra belastend

1.2 Bureaucratie, wet en regelgeving grote boosdoener De helft van alle verenigingsbestuurders ervaren een toename in wet en regelgeving als zeer belastend en hinderlijk in hun vrijwilligerswerk. Bureaucratie bij vergunningaanvragen, WBTR, alcoholbeleid, veiligheid, jeugdsportfondsaanvragen en subsidieaanvragen in het algemeen worden als meeste genoemd. “Al die bureaucratie, je wordt er doodmoe van, kan het niet eenvoudiger?”

De complexiteit van aanvragen en wetgeving, en hoeveelheid schrijf- en papierwerk worden als belangrijkste oorzaak genoemd voor de overbelasting. Verenigingsbestuurders vinden dat ze te veel tijd besteden aan volgens hun bureaucratische handelingen. Voor vrijwilligersorganisaties als sportverenigingen zou een uitzondering gemaakt moeten worden aldus de verenigingsbestuurders. Verenigingsbestuurders met betaalde trainers en of professionals ervaren daarnaast problemen met het arbeidsrecht en het werkgeverschap. Een voorbeeld hiervan is de wetgeving voor contracten voor bepaalde tijd. Dit sluit niet aan bij de wensen van de vereniging, aldus de ondervraagde verenigingsbestuurders. Hier zou ook flexibeler mee omgegaan mogen worden volgens de bestuurders.

7

Voorbeelden 1.2 Een bestuurder van een hockeyclub uit Noord-Holland vertelt dat het aanvragen van een vergunning voor een clubevenement heel veel tijd kost en irritatie oproept. Er zou te veel papierwerk ingevuld moeten worden en er worden in zo’n vergunningaanvraag te veel professionele onbekende woorden en termen gebruikt. Hierdoor wordt het meer een professionele opgave dan iets voor een normale vrijwilliger, aldus de bestuurder. Tijdens een gesprek met de ambtenaar werd ook niet meegeholpen of meegedacht. De ambtenaar weet vaak wel welk vinkje aangevinkt moet worden, maar zegt dat dan niet. Hierdoor is de vrijwilliger weer een uur langer bezig met iets wat in 1 minuut had gekund. Een bestuurder uit Zeeland vertelt dat zijn bestuur het niet voor elkaar krijgt om de benodigde subsidies aan te vragen waar hij recht op heeft met betrekking tot de verduurzaming van zijn sportaccommodatie. Het is te tijdrovend, een wirwar aan regels en er zijn te veel verschillende subsidieaanvragen mogelijk aldus de bestuurder. Het is onduidelijk welke weg je precies moet bewandelen. De bestuurder verwijst naar de cultuursector waar een vergelijkbare situatie is en waar inmiddels specialisten zijn aangesteld om aanvragers te helpen en indien nodig de aanvraag voor hen in te dienen. Quotes van bestuurders: -

“Zo’n aanvraag voor het jeugdsportfonds kost mij 2 uur, 80% van mijn jeugdleden maakt daar gebruik van, reken maar uit” “Waarom worden er voor vrijwilligers geen uitzonderingen gemaakt, kost allemaal tijd” “Een vergunningaanvraag van 30 pagina’s, hoe ingewikkeld wil je het maken?” ‘Wetgeving maakt het moeilijk en stimuleert geen nieuwe bestuurders” “Vroeger regelde je dranghekken binnen 5 minuten, nu doe je er 2 maanden over” “De overheid heeft veel te veel een controlerende rol gekregen i.p.v. een stimulerende”

Bovenstaande voorbeelden representeren tientallen verhalen die tijdens de rondgang zijn opgehaald over ergernis rondom aanvragen van vergunningen en subsidies. Verenigingsbestuurders vinden dat zij teveel tijd kwijtraken aan onnodige handelingen en werkzaamheden. Tijd die ze ook aan belangrijke verenigingstaken hadden kunnen besteden, aldus de ondervraagde verenigingsbestuurders.

8

1.3 Onvoldoende verenigingsbestuurders: Diversiteit is een probleem RVVB stelt naar aanleiding van de resultaten vast dat er meer aandacht moet komen voor werving van nieuwe verenigingsbestuurders en het creëren van diversiteit binnen verenigingsbesturen. “Het is hopeloos, ik weet niet wat ik moet doen om ze in het bestuur te krijgen.”

69% procent van de verenigingsbestuurders heeft problemen met het werven van nieuwe bestuurders. In 24% van de verenigingsbesturen zitten geen vrouwen, in 52% van alle ondervraagde verenigingsbesturen zitten 0 tot 1 vrouwen. Besturen met alleen vrouwen erin kwamen in deze enquête nauwelijks naar voren. Hoe is uw bestuur samengesteld? 5%

1%

2%

In ons bestuur zitten alleen mannen 24% In ons bestuur zit één vrouw

16%

In ons bestuur zitten twee vrouwen Ons bestuur bestaat uit net zoveel mannen als vrouwen In ons bestuur zitten twee mannen In ons bestuur zit één man

24% 28%

In ons bestuur zitten alleen vrouwen

Figuur 6 - Man-vrouw verhouding

In 52% van alle verenigingsbesturen zitten geen mensen onder de 30 jaar oud. In 43% van de verenigingsbesturen zitten geen mensen tussen de 30 en 40 jaar oud. Hoe is uw bestuur qua leeftijd samengesteld? Aantal bestuurders onder de 30 jaar 3% 3%

2%3%

4% 6% 8%

52%

19%

Figuur 7 - Aantal bestuurders onder 30 jaar

Hoe is uw bestuur qua leeftijd samengesteld? Aantal bestuurders tussen 30 en 40 jaar

1% Geen 2% 1 persoon 2% 2 personen 3 personen 17% 4 personen 5 personen 6 personen 7 personen 31% Anders, namelijk:

2% 1%

1% 43%

Geen 1 persoon 2 personen 3 personen 4 personen 5 personen 6 personen 7 personen Anders, namelijk:

Figuur 8 - Aantal bestuurders tussen 30 en 40 jaar

RVVB stelt op basis hiervan vast dat vrouwen en jongere generaties onvoldoende vertegenwoordigt zijn binnen grote aantallen verenigingsbesturen. De rondetafelgesprekken bevestigen dit beeld.

9

Voorbeelden 1.3 Een verenigingsbestuurder uit Groningen vertelt dat alle bestuurstaken op twee bestuurders rust en het vrijwel onmogelijk is om de vereniging overeind te houden op de lange termijn. Ze zijn vier avonden per week en in het weekend op de club aanwezig om alles geregeld te krijgen. Er zijn actief wervingsacties gedaan onder een jongere generatie leden en jonge ouders van leden, deze geven echter duidelijk aan er niet zoveel tijd voor over te hebben. Het beeld van de functie is te arbeidsintensief onder jongeren, aldus de ondervraagde verenigingsbestuurder. Een verenigingsbestuurder uit Zeeland geeft aan er alles aan gedaan te hebben om jonge bestuurders te werven. De arbeidsintensieve wervingsactie heeft helaas niets opgeleverd. Volgens de verenigingsbestuurder kunnen jongeren enorm veel leren door in het bestuur te gaan zitten. Dit is goed voor henzelf, werkgevers en de hele samenleving, aldus de verenigingsbestuurder. Quotes van bestuurders: -

“Jonge leden zijn vrijwel niet te motiveren om in een bestuur te gaan zitten” “Misschien is de mannencultuur wel het probleem, vrouwen willen niet in ons bestuur gaan zitten” “Bemanning is het grote probleem, het is nu een kwestie van in leven houden” “Bestuursfuncties vervuld houden is onze grootste opgave” “Onze regio kampt met een chronisch tekort aan verenigingsbestuurders” “Kunnen we geen maatschappelijke stages of dienstplicht invoeren om het probleem op te vangen”

Bovenstaande voorbeelden representeren tientallen verhalen die tijdens de rondgang zijn opgehaald over het werven van nieuwe verenigingsbestuurders en diversiteit binnen verenigingsbesturen. Een grote groep verenigingsbestuurders ziet geen oplossing of mogelijkheden meer om nieuwe bestuurders te vinden, laat staan een divers bestuur samen te stellen.

10

2. Verduurzaming en stijgende kosten 2.1 Verduurzaming komt bij meerderheid verenigingen niet op gang Voor veel verenigingsbestuurders staat vast dat de energiekosten de komende jaren fors hoger zullen zijn. Ruim driekwart van de verenigingsbestuurders geeft aan dat de energiekosten gestegen zijn, 32% geeft aan dat dit met meer dan 50% is gebeurd. Des temeer reden om zo snel mogelijk met verduurzaming aan de slag te gaan. Zijn de energiekosten voor het jaar 2023 gestegen? 6%

10%

21%

Nee Ja met meer dan 10%

16%

Ja, met meer dan 25% Ja, met meer dan 50% 27%

Ja, met meer dan 75%

20%

Figuur 99 - Stijging in energiekosten

Ondanks de stijgende energiekosten stelt RVVB vast dat 46% van de verenigingen pas na drie jaar volledig verduurzaamt zal zijn. 52% geeft aan pas na vijf jaar of nooit te verduurzamen. Een grote groep verenigingsbestuurders (42%) geeft aan het verduurzamingstraject een te zware belasting te vinden.

Wanneer verwacht u de accommodatie volledig verduurzaamd te hebben? 22%

14%

Dit jaar nog Over 2 jaar

18% 30%

Over 3 jaar Over 5 jaar

16%

Nooit

Figuur 10 – Verduurzamingsverwachting * Verenigingen zonder eigen accommodatie zijn niet meegenomen

Is het verduurzamingstraject een te zware belasting voor het bestuur?

42% Ja Nee 58%

Figuur 11 - Verduurzamingstraject als belasting

11

Dit beeld is nog scherper tijdens de rondetafelgesprekken vastgesteld. Op de vraag (tijdens de rondetafelgesprekken) hoe verenigingsbestuurders de stijgende energiekosten opvangen zonder komende jaren te verduurzamen wordt geen duidelijk antwoord gegeven. Verenigingsbestuurders voeren verschillende argumenten op om niet te verduurzamen. Uit de enquête blijkt dat vooral financiering en tijdsinvestering drempels zijn. Wat weerhoudt uw vereniging om te verduurzamen? overige

1%

Geen vertrouwen dat het iets oplost

3%

Onbekend met de mogelijkheden

13%

Accommodatie is te oud en moet vervangen worden

15%

Kost teveel tijd om in gang te zetten

19%

Wij zijn afhankelijk van verhuurder en/of anderen

26%

Financiering

52%

0

50

100

150

200

250

300

350

400

450

Figuur 102 - Reden om verduurzaming uit te stellen

De rondetafelgesprekken gaven nog een ander beeld. Veel bestuurders verwachten dat zij investeringen van tientallen duizenden euro’s, soms meer dan 100.000 euro niet door de ALV krijgen. “Je moet wel met een heel goed verhaal komen en het ook kunnen over brengen binnen een ALV, de kans is heel groot dat je het er niet doorheen krijgt.” De ALV wordt als een vertragende of blokkerende factor ervaren. “Verduurzaming is een hoofdpijndossier, leidt tot veel discussie in de vereniging”

Daarnaast gaven veel verenigingsbestuurders in de rondetafelgesprekken aan niet de juiste expertise binnen het bestuur of de vereniging te hebben om een verduurzamingstraject in te kunnen gaan. De angst om verkeerde investeringen te doen weerhoudt bestuurders om verduurzaming op te pakken. Verenigingsbestuurders staan wantrouwend tegenover externe begeleiding bij verduurzaming. De gedachte is dat externe begeleiders niet onafhankelijk zijn en commerciële belangen hebben. De website SportNLgroen.nl is bij vrijwel geen enkele bestuurder bekend. De Groene Club en Sportstroom worden wel door sommige bestuurders genoemd tijdens de rondetafelgesprekken, maar ook hier zijn bestuurders sceptisch i.v.m. eventuele commerciële belangen. “Zou pure kapitaalvernietiging zijn om bij ons te verduurzamen”

Tot slot is de RVVB door veel verenigingsbestuurders gewezen op dat verduurzaming ook kan leiden tot kapitaalvernietiging.

12

56% van de ondervraagden geeft aan over een accommodatie te beschikken uit de jaren ‘80 en ouder, 36% geeft aan in een accommodatie te zitten uit de jaren ‘70, ‘60 en daarvoor. Verenigingsbestuurders met een jaren ‘50 of ‘60 accommodatie geven nadrukkelijk aan dat het niet zoveel zin heeft om deze voor veel geld te verduurzamen als deze over 5 of 10 jaar afgebroken worden. In welke periode is uw accommodatie gebouwd? 9%

4%

Voor de jaren '50 11%

Jaren '60 Jaren '70

22%

21%

Jaren '80 Jaren '90 2000-2015

13% 20%

Na 2015

Figuur 11 - Accommodatiebouwjaar

13

Voorbeelden 2.1 Een verenigingsbestuurder uit Drenthe geeft aan dat binnen zijn gemeente alle accommodaties uit de jaren ‘60 en ‘70 zijn en het volkomen zinloos is om deze te verduurzamen. Alle accommodaties zouden in feite vervangen moeten worden, aldus de bestuurder. Tot het een keer zover is zitten verenigingen met hoge energiekosten. Een verenigingsbestuurder uit Friesland geeft aan verschillende vanuit de sportsector gratis aangeboden energiecoaches uitgenodigd te hebben, maar deze allemaal niet te vertrouwen i.v.m. commerciële belangen. Uiteindelijk heeft een onafhankelijk zelf ingehuurde adviseur alles uitzocht en bleek dat ook het goedkoopste te zijn, aldus de verenigingsbestuurder. Een verenigingsbestuurder uit Gelderland geeft aan over onvoldoende expertise te beschikken binnen het bestuur om over dergelijke grote investeringen beslissingen te kunnen nemen. Het bestuur heeft daarom besloten voorlopig niets te doen, totdat er nieuwe bestuurders gevonden zijn. Als het bestuur niet de ‘know how’ heeft, dan hoef je al helemaal niet naar de ALV te gaan, aldus de verenigingsbestuurder. Quotes van bestuurders: -

“Hoe weet ik nou zeker dat ik de juiste keuzes maak, gaat over te veel geld om zomaar even te doen” “We kunnen beter alles meteen slopen in plaats van verduurzamen” “Ga ik never nooit door de ALV krijgen” “Verduurzaming wordt teveel aan de markt over gelaten, overheid moet grotere verantwoordelijkheid nemen hierin”

Bovenstaande voorbeelden illustreren tientallen door verenigingsbestuurders benoemde voorbeelden. Ze maken duidelijk waar de aarzeling van bestuurders zit om te verduurzamen of waar zij tegenaanlopen in de praktijk.

2.2 Kosten zijn fors gestegen “100.000 euro meerkosten dit jaar, het is bijna niet te geloven”

Bij meer dan 94% van alle verenigingen zullen kosten met 10% stijgen in 2023. Bij 35% van de verenigingen geldt dat de algehele kosten met meer dan 25% zullen stijgen. 7% van de verenigingen geeft aan dat de kosten meer dan 50% stijgen. Zijn de algehele kosten voor 2023 gestegen? 6%

1% 6% Nee

28%

Ja met meer dan 10% Ja met meer dan 25% Ja met meer dan 50%

Figuur 13 - Typen energiecontracten

Ja met meer dan 75% 59%

Figuur 124 - Kostenstijging

35% van de verenigingen zit nog in een vast energiecontract. Alle ondervraagde verenigingsbestuurders die zonnepanelen geïnstalleerd hebben op hun accommodatie maken zich ernstig zorgen over de salderingsregeling. 14

Type energiecontract: 22% 34% Vast, aflopend in de maand Variabel Verwerkt in huurcontract 44%

Figuur 15 - Type energiecontracten

Verenigingsbestuurders benadrukken dat zonder de salderingsregeling verenigingen direct in de problemen komen door torenhoge energiekosten. 30% van de verenigingsbestuurders geeft aan dat er sprake is van inkomstendaling Zijn de algehele inkomsten afgelopen jaar gedaald? 5%

1% 0%

Nee

24%

Ja met meer dan 10% Ja met meer dan 25% Ja met meer dan 50% 70%

Ja met meer dan 75%

Figuur 146 - Algehele inkomstendaling

Inkomsten uit contributie (dalende ledenaantallen), kantineomzet, sponsoring en subsidies zijn hoofdzakelijk gedaald.

Voorbeeld 2.2 Een bestuurder uit Friesland vertelt dat hun vereniging op alle fronten te maken heeft met kostenstijgingen. Kantine inkoop, energie, sportmaterialen, zelfs trainers beginnen om hogere vergoedingen te vragen, aldus de verenigingsbestuurder. Klap op de vuurpijl is dat de gemeente gaat indexeren met waarschijnlijk 14%. Het bestuur zit met de handen in het haar, ze vraagt zich af hoe de kostenstijging over de hele linie opgevangen moet worden. Een zwemvereniging bestuurder uit Gelderland geeft aan vanaf april op straat te staan i.v.m. sluiting van het zwembad. Stijgende (energie)kosten, onvoldoende en te late steun vanuit de overheid, geen toekomstperspectief dwingen het zwembad tot sluiting. De zwemvereniging heeft alle zwembaden in de directe omgeving benadert, maar kunnen daar niet terecht. De sluiting heeft desastreuse gevolgen en zal het einde betekenen van de zwemvereniging, aldus de verenigingsbestuurder. Quotes van bestuurders: -

“Zonder de salderingsregeling zijn die zonnepanelen zinloos” “Onze energierekening is van 16.000 naar 35.000 euro gestegen” “Wij betaalden vorig jaar nog 30.000 euro per jaar aan energiekosten, dit jaar 90.000 euro” “Onze energierekening gaat met 60% omhoog dit jaar” “Onze kosten zijn enorm gestegen, maar wij kunnen de contributie niet verhogen, dan zullen veel leden gaan opzeggen vrezen wij als bestuur”

Bovenstaand voorbeeld representeert tientallen verhalen die tijdens de rondgang zijn opgehaald. Bestuurders ervaren kostenstijgingen op vrijwel alle kostenposten. 15

2.3 Verenigingen technisch failliet: Bestuurders maken eerst hun reserves op “We zijn al onze reserves aan het opeten”

Uit de rondgang blijkt dat meer dan de helft van de verenigingsbestuurders opgebouwde reserves gebruiken om de stijgende (energie)kosten en het negatieve resultaat van 2023 op te vangen. Deze verenigingsbestuurders denken het negatieve resultaat nog maximaal 2 jaar op te kunnen vangen. Dan zijn ook de algemene reserves en reserveringen op en kunnen de rekeningen echt niet meer betaald worden. RVVB stelt vast dat de betreffende bestuurders niet of onvoldoende beseffen dat de vereniging technisch failliet is. Reserves voor renovatie of verduurzaming van de accommodatie in de toekomst, een gezonde financiële huishouding worden nu in hoog tempo opgemaakt met alle risico’s van dien. Richting gemeenten zijn bestuurders dan ook niet goed in staat uiteen te zetten dat zij de hogere energierekening in feite al niet meer kunnen betalen op dit moment. Ruim driekwart van de bestuurders die in gesprek is gegaan met de gemeente over de hoge energierekening en financiële steun vanuit de gemeente krijgt te horen dat ze nog voldoende geld op de bank hebben staan en dat dit de reden is om op dit moment geen financiële steun te ontvangen. RVVB stelt op basis hiervan vast dat er geen duidelijke criteria zijn voor wanneer een vereniging wel of niet meer een te hoge energierekening kan betalen.

Hierdoor ontstaat een groot risico dat verenigingen alsnog failliet gaan zodra andere noodzakelijke kosten als renovatie of verduurzaming nodig zijn op termijn. Verenigingen hopen met het nemen van noodmaatregelen als het sluiten van kantines, kleedkamers, een doucheverbod of het (tijdelijk) verhogen van contributie de stijgende kosten op te vangen. Vrijwel alle verenigingsbestuurders geven aan dat verhogen van contributie zal leiden tot lidmaatschap opzeggingen en dus risico’s met zich meebrengt. Vrijwel alle ondervraagde bestuurders zijn zich ervan bewust dat de hoge energiekosten de komende jaren zullen aanhouden en er naar structurele maatregelen gekeken moet worden. RVVB stelt vast dat er lokaal geen duidelijke criteria zijn waarlangs beoordeeld wordt wanneer een sportvereniging wel of niet steun krijgt. Liquiditeit lijkt het enige criterium te zijn.

16

Voorbeelden 2.3 Een voetbalvereniging in Overijssel verteld energiesteun aangevraagd te hebben i.v.m. een drie keer hogere energierekening en een aantoonbaar te verwachten negatief resultaat op de begroting van 2023. Het aantoonbaar negatief te verwachten resultaat voor 2023 heeft de penningmeester officieel tijdens de ALV in januari 2023 medegedeeld aan de leden. De aanvraag werd niet gehonoreerd door de gemeente, omdat de vereniging nog voldoende liquide middelen zou hebben. Pas wanneer er echt geen geld meer op de bank zou staan, zou er bijgesprongen worden was de reactie van de gemeente. Volgens de penningmeester zijn deze liquide middelen reservering voor modernisering van de accommodatie en zouden deze dus niet meegenomen mogen worden in de beoordeling. Een voetbalvereniging uit Brabant verteld dat zij in 2023 het gat op hun begroting van 20.000 euro proberen op te vangen met verhuur van de accommodatie en extra activiteiten. Tot op heden is nog niets gelukt. De gemeente laat het niet toe dat de vereniging de kantine verhuurt aan leden voor een bruiloft of een receptie. De vereniging zou dan concurreren met de lokale horeca. Ondertussen zegt dezelfde gemeente wel dat de vereniging zijn eigen broek moet ophouden, maar hoe dan, vraagt de verenigingsbestuurder zich af.

Een voetbalclub uit Friesland met 1000 leden gaf aan dat de energierekening van 30.000 euro per jaar naar 90.000 euro per jaar is gegaan. Tijdens de ALV in januari heeft de penningmeester aangegeven dat de vereniging eind 2023 failliet zal gaan als er geen ondersteuning komt vanuit de overheid. De vereniging heeft aanspraak gedaan op een noodfonds bij de gemeente. De gemeente heeft tijdens een gesprek aangegeven nog geen steun uit te kunnen keren aan de vereniging omdat er op dit moment nog voldoende geld op de rekening zou staan en pas steun zou gaan geven als het echt mis dreigt te gaan. Volgens de vereniging zijn er geen duidelijke en rechtvaardige criteria toegepast. “Er is geen definitie voor omvallen” Quotes van bestuurders: -

“We kunnen de energierekening gewoon betalen, maar niet van de huidige inkomsten” “De beoordeling is gewoon nattevingerwerk” “Over twee jaar vallen we alsnog om als we zo doorgaan” “De energiekosten zullen hoog blijven, niemand realiseert zich dat nog”

Bovenstaande voorbeelden zijn representatief voor tientallen verenigingen die met acute problemen door stijgende energiekosten naar de gemeente zijn gegaan.

17

3. Overheid zet verenigingen onvoldoende in hun kracht 3.1 Verzakelijking overheid schuurt met verenigingscultuur “Ze zien ons gewoon als bedrijf”

RVVB stelt op basis van de rondetafelgesprekken vast dat vrijwel alle verenigingsbestuurders verzakelijking ervaren bij gemeenten. Gemeenten houden onvoldoende rekening met het feit dat sportclubs vrijwilligersorganisaties zijn, aldus de ondervraagde verenigingsbestuurders. Bestuurders geven aan dat de afgelopen jaren de lokale overheid steeds meer en makkelijker overheidstaken en de oplossing voor maatschappelijke problemen bij de vereniging neerlegt. Veel ambtenaren gaan ervan uit dat besturen van verenigingen hetzelfde niveau hebben als een organisatie of bedrijf waar professionals werken. Hierdoor ontstaan verkeerde verwachtingen bij de lokale overheid van wat een vereniging wel of niet aankan. Bestuurders ervaren geen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het organiseren van sport en bewegen binnen de lokale gemeenschap en worden vaak aan hun lot overgelaten, aldus de ondervraagde verenigingsbestuurders. “Mijn maag draait al om als ik naar de gemeente ga, moet weer op audiëntie komen”

18

Voorbeelden 3.1 Een korfbalclub uit Drenthe vertelt dat ze jaarlijks een paar duizend euro konden ophalen met het op de club verzamelen van oud papier. Doordat de gemeente de afvalverwerking geprivatiseerd heeft vorig jaar vallen deze inkomsten nu weg. De gemeente kwam echter met een alternatief. De gemeente bracht hesjes, prikkers en grijpers zodat vrijwilligers van de club tegen betaling het afval in de gehele wijk maandelijks konden opruimen. Een donatie inkomsten vorm is hier voor de vereniging verandert in een arbeidsinkomsten vorm. Een zwemvereniging in Zuid-Holland geeft aan dat zij in ruil voor korting op de huurprijs voor tienduizenden euro’s jaarlijks vrijwilligers moet leveren om werkzaamheden binnen het zwembad te vervullen. De vereniging kan mede door corona amper het hoofd boven water houden en voelt zich gedwongen hierin mee te gaan. Vrijwilligers van de vereniging verrichten op deze wijze arbeid voor de overheid. Een tennisclub in Overijssel geeft aan dat de parkeerplaats die voor hun accommodatie ingang gesitueerd is alleen door de vereniging gebruikt mag worden van de gemeente, als zij deze schoonhouden. Iedere ochtend liggen de lachgas flesjes en MC Donalds zakken en andere rommel op het parkeerterrein en staan goed willende vrijwilligers dat op te ruimen. Het bestuur vraagt al jaren of de gemeente op zijn minst wil handhaven, er gebeurt helaas niets.

Een korfbal bestuurder uit Utrecht vertelt dat zijn vereniging een eigen hal in bezit en beheer heeft en daar zelf de exploitatie van doet. Een badminton vereniging is vaste huurder bij de korfbalvereniging. Tijdens de winterperiode (3-4 maanden) moet de badmintonvereniging naar een andere hal uitwijken binnen de gemeente omdat dat dan de korfbalselecties binnen trainen. Dit gaat al jaren goed zo. Begin dit jaar heeft het sportbedrijf waar de badmintonvereniging 3-4 maanden per jaar huurt een deadline en onbespreekbaar voorstel gedaan. De vereniging moet voor 12 maanden huren en moet voor 1 april 2023 beslissen of ze dit doen, anders mogen ze de hal niet meer huren. De korfbal bestuurder vindt dat het sportbedrijf te veel met zijn eigen belang bezig is en keihard concurreert met de korfbalvereniging. Quotes van bestuurders: -

“Wij werken niet voor hen, zij moeten voor ons werken” “Mooi plan beste bestuurder, hoe ga jij dat doen?” “We werken aan het zelfde doel en belang, maar zo voelt het niet” “Je moet je eigen broek maar op houden zeggen ze” “Ambtenaren denken dat wij allemaal capabele bestuurders hebben, dat is niet zo, ben al lang blij als ik weer een nieuwe bestuurder kan vinden, ook als deze niet goed genoeg is” “Ik weet dat ik aan van alles en nog wat moet voldoen, maar ik weet ook dat ik dat niet allemaal onder controle heb binnen mijn club” “Mijn club zou meer voor de maatschappij moeten doen, doen we niet al genoeg dan?” “Er is weinig steun en empathie vanuit de gemeente, het is gewoon een David en Goliath’, relatie” “Zij gaan niet mee de modder in, alleen faciliterende rol” “Ze kunnen zich niet inleven in vrijwilligers” “Is er nog wel voldoende kennis over vrijwilligers en verenigingen binnen de gemeente?” “We zijn bij privatisering naïef geweest, hadden 200.000 euro meer moeten vragen” “Ambtenaren en sportbedrijf spelen het heel slim met elkaar, van het kastje naar de muur schuiven, uiteindelijk kan ik bij niemand terecht”

Bovenstaande voorbeelden representeren tientallen verhalen die zijn opgehaald tijdens de rondgang. Het beeld ontstaat dat veel gemeenten de afgelopen tien jaar taken die oorspronkelijk bij de lokale overheid lagen langzamer zeker bij verenigingen heeft neergelegd. Een grote groep verenigingen die afhankelijk is van de gemeente voor de accommodatie en of subsidie lijken gevoelig te zijn geweest voor deze beweging. Het privatiseren van accommodaties naar verenigingen is hier een goed voorbeeld van. Veel verenigingen hebben in het verleden voor één euro de accommodatie/velden overgenomen en zijn later door grote onderhoudskosten en stijgende (energie)kosten in het algemeen in de

19

problemen gekomen. Er zijn voorbeelden waar dit wel goed is gegaan, daar is de gemeente in een bepaalde vorm financieel blijven steunen voor onderhoudskosten.

3.2 Verenigingsondersteuning neemt geen werk uit handen “Ze komen ons alleen maar vertellen hoe we iets moeten doen, ze nemen geen werk of zorgen uit handen”

Verenigingsbestuurders ervaren de ondersteuning vanuit gemeenten, sportservicebureaus, bonden, en het Sportakkoord veelal als belerend. Bestuurders benadrukken dat de intenties vast goed zijn, maar dat de ondersteuning teveel op het “hoe” gericht is in plaats van op het daadwerkelijk ontlasten en ontzorgen van verenigingsbestuurders. Het sportakkoord heeft bijvoorbeeld goede bedoelingen en mooie ambities volgens ondervraagde verenigingsbestuurders, het levert voor verenigingen wel te weinig op is de ervaring. In plaats van dat het sportakkoord verenigingen laat floreren, levert het vaak extra werk op. Ondersteuning richt zich ook vaak op maatschappelijke ontwikkeling en activiteiten buiten de vereniging i.p.v. kerntaken en vitaliteit van de vereniging.

Voorbeelden 3.2 Een verenigingsbestuurder uit Zuid-Holland vertelt een aanvraag voor een project binnen het Sportakkoord te hebben ingediend. Het indienen van de aanvraag kostte behoorlijk veel tijd. De aanvraag is niet gehonoreerd, tot op heden weet de bestuurder niet precies waarom. Het proces en wie nu precies besluiten zijn als zeer onduidelijk ervaren. Een bestuurder uit Limburg vertelt verschillende cursussen te hebben gevolgd binnen het sportakkoord. Deze cursussen kostten bestuurders veel tijd om te volgen, het moet allemaal naast een baan, gezin en andere taken binnen de vereniging aldus de verenigingsbestuurder. Uiteindelijk levert het niet zoveel op, je zult het allemaal zelf moeten doen met te weinig tijd, aldus de verenigingsbestuurder. Quotes van bestuurders: -

“Ze behandelen ons als kinderen, alsof ik niets over de vereniging weet of zo” “We lijken wel nitwits zoals ze ons benaderen” “Vrijwilliger betekent niet dat je dom bent of zo” “Ik kan iedere avond wel een cursus volgen, dat is toch niet te doen?” “Ondersteuning is aanbod gericht i.p.v. vraaggericht” “Ondersteunen moet werk uit handen nemen worden” “Wij zitten niet te wachten op een toolkit” “Het sportbedrijf houdt zichzelf in stand i.p.v. de verenigingen” “Stop met al die adviseurs, we hebben handjes nodig” “Ik krijg alleen hulp als ik iets maatschappelijks doe, maar wat wij doen is toch al maatschappelijk?”

Bovenstaande voorbeelden representeren tientallen verhalen en klachten van verenigingsbestuurders die tijdens de rondgang zijn opgehaald. Verenigingsbestuurders geven aan iets te missen in het ondersteuningsaanbod. Als verbeterpunten voor de toekomst wordt het wegnemen van belastende taken en werkzaamheden als zinvolle ondersteuning genoemd. Het eenvoudig kunnen inzetten van onafhankelijke expertise die binnen het bestuur niet aanwezig

20

is wordt ook als zeer wenselijk ervaren. Niet voor alle onderwerpen willen bestuurders op cursus moeten gaan, soms is het inzetten van een expert beter aldus verenigingsbestuurders.

3.3 Gemeenten creëren oneerlijke concurrentie tussen sportverenigingen “Waarom krijgen zij wel zonnepanelen en wij niet?”

RVVB stelt tijdens de rondgang vast dat vrijwel alle verenigingsbestuurders oneerlijke concurrentie ervaren of dit herkennen. Oneerlijke concurrentie ontstaat door verschil in beleid tussen gemeenten, maar ook door beleid binnen de gemeentegrenzen, aldus de ondervraagde verenigingsbestuurders. Een groot heikel punt is het wel of niet toepassen van OZB door gemeenten, grote verschillen in huurprijzen en of accommodatiebeleid en subsidies. Zo kunnen verenigingen waar hemelsbreed nog geen 10 kilometer tussen zit totaal andere kostenplaatjes hebben, terwijl ze qua type sport en grootte gewoon vergelijkbaar zijn. “Wij moeten gewoon OZB betalen, een dorp verderop weer niet, hoe kan dat nou?”

Binnen de gemeentegrenzen is het voor veel verenigingsbestuurders onduidelijk waarom de ene vereniging wel een nieuw veld krijgt en de andere niet, of waarom de ene vereniging wel subsidie krijgt voor een verenigingsmanager en de andere niet. Voorbeelden 3.3 Een voetbalvereniging in Brabant vertelt dat het sportbedrijf in hun gemeente voor alle sportverenigingen dezelfde huurprijzen hanteert. Er wordt echter geen rekening gehouden met de energielasten en verduurzaming van accommodaties vertelt de bestuurder van de voetbalvereniging. De helft van alle voetbalverenigingen huurt bijvoorbeeld moderne velden met ledverlichting. De andere helft heeft oude verlichting en betaalt dus torenhoge energierekeningen. Eigenlijk zou dat in de huurprijs meegenomen moeten worden, maar de gemeente wil dat niet, aldus de bestuurder. Een verenigingsbestuurder uit Friesland zegt niet te begrijpen waarom zijn voetbalclub OZB moet betalen en zijn goede buren een dorp verder niet. Zijn vereniging krijgt in geen enkele vorm steun, ook renovatie van de accommodatie moeten ze zelf regelen. Ondertussen wordt er wel OZB opgehaald tot grote ergernis van de verenigingsbestuurder. Quotes van bestuurders: -

“Ze hebben het steeds over precedent werking als reden om niets te doen, maar waarom liggen er dan wel nieuwe velden bij bepaalde clubs en bij andere niet?” “Rijke clubs krijgen van alles voor elkaar bij de gemeente, wij moet het hier in een achterstandswijk maar zelf zien te regelen” “Sommige clubs hebben nu éénmaal een betere lobby richting de gemeenten” “Gemeenten vragen aan sportverenigingen verschillende prijzen voor binnensportaccommodaties, de ene keer een marktconform tarief de andere keer een maatschappelijk tarief”

Bovenstaande voorbeelden representeren tientallen klachten en verhalen over niet gelijke behandeling tussen sportverenigingen. Verenigingsbestuurders vinden dat alle verenigingen 21

samen vorm en inhoud geven aan een florerend verenigingsleven en dat het niet goed is dat verenigingen binnen het huidige beleid financieel voorgetrokken worden ten opzichte van anderen. Ieder vereniging zou in dat opzicht gelijk behandelt moeten worden, aldus de ondervraagde bestuurders.

22

23

4. Conclusies en aanbevelingen Op basis van verschillende inzichten en uitkomsten uit de enquête en rondgang stelt RVVB dat de helft van alle sportverenigingen in ernstige problemen zit, of de komende vijf jaar gaat komen. Terugloop in nieuwe bestuurders, stagnerende verduurzaming, extreem stijgende kosten, oneerlijke concurrentie, overvraging vanuit de overheid en veelal niet passende verenigingsondersteuning maken verenigingsbestuurders en hun verenigingen kwetsbaar. Nu en in de toekomst nog meer, als er geen maatregelen worden genomen. Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen per thema uitgewerkt.

4.1. Toekomstbestendigheid RVVB stelt dat de terugloop in het aantal verenigingsbestuurders, onvoldoende diversiteit binnen verenigingsbesturen en beperkte aanwas van nieuwe bestuurders meer dan de helft van alle sportverenigingen kwetsbaar maakt. Structurele overbelasting in het vrijwilligerswerk van bestuurders zorgt dat kerntaken en aandacht voor toekomstbestendigheid in het geding komen. Verenigingsbestuurders ervaren vooral wet- en regelgeving en een veel eisende overheid als een grote belasting in hun vrijwilligerswerk. Volgens RVVB is er mogelijk een verband tussen de overbelasting van verenigingsbestuurders en de aanwas van nieuwe bestuurders. Het beeld van te veel en te belastend werk weerhoudt potentiële bestuurders in een bestuur te gaan zitten. RVVB heeft op basis van deze conclusies de volgende aanbevelingen: ➔ RVVB adviseert verdiepend onderzoek te doen naar motivaties van mensen (vooral jonge generaties en vrouwen) om wel of niet verenigingsbestuurder te worden. ➔ Pas landelijke en lokale wet- en regelgeving voor verenigingen zoveel als mogelijk aan, zodat deze niet meer als te belastend wordt ervaren of waar binnen de beperkt beschikbare vrijwilligerstijd naar redelijkheid aan voldaan kan worden. ➔ Creëer en stimuleer binnen cao’s meer ruimte voor het doen van vrijwilligerswerk.

➔ Richt verenigingsondersteuning meer op de kerntaken van een bestuur en het uit handen nemen van werk i.p.v. het creëren van meer werk. ➔ Start een landelijke campagne die het imago van bestuurlijk vrijwilligerswerk en het creëren van diversiteit binnen besturen positief beïnvloed. ➔ Pas openingstijden en werktijden van lokale overheid en verenigingsondersteuning zoveel mogelijk aan op wanneer vrijwilligers actief zijn, na 17.00 uur en in het weekend.

24

4.2 Verduurzaming en stijgende kosten RVVB stelt vast dat een grote groep verenigingsbestuurders zich onvoldoende bewust is van de problematische financiële situatie waar zij in verkeren met hun vereniging. De combinatie van stijgende kosten, achterblijven in verduurzaming en geen tot achterblijvende overheidssteun brengt de helft van alle sportverenigingen versneld in de problemen. Financiële tekorten door stijgende kosten worden door reserves van sportverenigingen opgevangen i.p.v. met overheidssteun. Veel sportverenigingen zijn technisch al failliet als er niet wordt ingegrepen volgens RVVB. RVVB heeft op basis van deze conclusies de volgende aanbevelingen: ➔ Laat verduurzaming van sportaccommodaties niet aan vrijwillige verenigingsbestuurders of aan de markt over, maak hier een speciale (lokale) overheidstaak van. ➔ Stel voor sportverenigingen nationale ruimhartige criteria op voor energiesteun, waarbij te allen tijde voorkomen wordt dat sportverenigingen hun reserves opmaken. Liquiditeit mag geen criterium zijn, laat aantoonbaar negatief resultaat op jaarcijfers en of begroting door stijgende energiekosten het criterium zijn. ➔ Voer als gemeente komende vijf jaar geen jaarlijkse indexering van huurtarieven aan sportverenigingen door.

➔ RVVB adviseert gemeenten lokaal door financieel onderbouwde experts verdiepend onderzoek te doen naar financiële kwetsbaarheid van alle sportverenigingen en daar lokaal subsidie- en ondersteuningsbeleid op aan te passen.

4.3 Overheid zet verenigingen onvoldoende in hun kracht RVVB stelt vast dat de (lokale) overheid onvoldoende rekening houdt met de verenigingscultuur en het feit dat sportclubs vrijwilligersorganisaties zijn. Er zijn bij de overheid verkeerde verwachtingen van wat een vereniging wel of niet aankan als het gaat over maatschappelijke inzet, wet- en regelgeving en ander sociaalbeleid. Overheidstaken op sportief en sociaal vlak lijken de afgelopen 10 jaar langzamer zeker (deels/mede) bij sportverenigingen terecht te zijn gekomen. Verenigingsbestuurders ervaren geen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het organiseren van sport en bewegen binnen de lokale gemeenschap. Door verschillen in lokaal beleid ervaren verenigingsbestuurders oneerlijke concurrentie. Verenigingsondersteuning vanuit gemeenten, sportservicebureaus, bonden en het Sportakkoord wordt als belerend ervaren. Bestuurders benadrukken dat de intenties vast goed zijn, maar dat de ondersteuning te veel op het “hoe” gericht is in plaats van op het daadwerkelijk ontlasten en ontzorgen van verenigingsbestuurders. RVVB heeft op basis van deze conclusies de volgende aanbevelingen: ➔ Maak zowel landelijk, provinciaal en lokaal een einde aan oneerlijke concurrentie ten aan zien van belastingen, subsidies en huurtarieven. ➔ Richt verenigingsondersteuning op het wegnemen van belastende taken en werkzaamheden.

25

➔ Bespaar verenigingsbestuurders kostbare cursustijd. Zet vaker onafhankelijke experts in die verenigingsbestuurders versneld ondersteunen in hun werkzaamheden. ➔ Positioneer verenigingsondersteuning en subsidies voor sportverenigingen niet als investering waar verenigingen iets voor terug moeten doen voor de overheid. (Voorkom als wij dit, dan jullie dat…) ➔ RVVB adviseert landelijk onderzoek te doen naar privatisering van sportaccommodaties. Noodzakelijke kennis over succesfactoren, risico’s, aanleidingen, exploitatie, financiering en de rol en vaardigheden van verenigingsbestuurders zijn onvoldoende aanwezig. ➔ Zet buurtsportcoaches gerichter in op het uit handen nemen van belastende taken van vrijwilligers. Geef bestuurders meer zeggenschap over waar buurtsportcoaches op ingezet dienen te worden binnen de vereniging.

Onderzoeksteam RVVB: Robbert de Leeuw Lion Blok Daniel Klijn

Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met Lion Blok l.blok@rvvb.nl of 06-50282688

26

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12849956/1