CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapportage KPMG tarieven Pgb-Jeugd Amsterdam - 20 Dec.pdf

RAAD 15 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 (VN2025-005865)16.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Tarievenonderzoek PgbJeugd Gemeente Amsterdam 20 december 2023 A2300029286

Inhoudsopgave 01 02 03 04 05 06 07 08

Managementsamenvatting

3

Aanleiding, vraag en doel

8

Plan van aanpak

10

Huidige situatie in Amsterdam

12

Tarieven Amsterdam vergeleken met andere gemeenten

20

Inschatting toereikendheid tarieven Pgb Jeugd

28

Conclusie en aanbevelingen

41

Bijlage

44

DISCLAIMER Deze rapportage is uitsluitend bestemd voor de gemeente Amsterdam. Het document is niet bedoeld voor andere partijen, buiten deze doelgroep, en het gebruik van dit rapport door andere partijen is dan ook voor eigen risico. KPMG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van dit document anders dan waarvoor het is opgesteld en aanvaardt geen aansprakelijkheid jegens andere partijen dan de gemeente Amsterdam.

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

2

1.

Managementsamenvatting

4

Managementsamenvatting

Gemeente Amsterdam heeft KPMG gevraagd om advies te geven over reële pgbtarieven Jeugd na verschillende signalen over ontoereikendheid Aanleiding, doel en vraag Het persoonsgebonden budget (pgb) heeft een sterke positie in het zorglandschap gekregen, maar is in beginsel niet voor elke jeugdige met een zorgvraag bedoeld. Het volgt als derde optie na opvang in de eigen omgeving en zorg in natura (ZIN). In het jeugddomein ziet de gemeente Amsterdam dat het pgb vaker wordt ingezet, en dat de uitgaven eraan zijn gestegen tot ruim 12 miljoen euro per jaar. Vermoedelijk wordt het pgb vaker ingezet sinds de toegankelijkheid van ZIN is begrensd tot een selectie van aanbieders en er wachttijden zijn. Vanuit verschillende kanalen (Ouder- en Kindteams (OKT’s), pgb-aanbieders) ontving de gemeente signalen dat de huidige pgb-tarieven ontoereikend zijn. Aanbieders zeggen steeds vaker beroep te doen op de ‘hardheidsclausule’ (HHC), omdat de reeds toegepaste tariefstijging naar verluidt niet voldoende is om gelijke tred te houden met de daadwerkelijke inflatie en kostenstijgingen. De gemeente Amsterdam heeft KPMG gevraagd te adviseren over wat reële tarieven zijn voor producten van Pgb Jeugd. Het doel van dit onderzoek was de opbouw van de huidige tarieven van de gemeente Amsterdam in beeld te brengen en aan vergelijkbare gemeenten te spiegelen. Plan van aanpak

In het initiële plan van aanpak zou worden samengewerkt met vijf tot acht jeugdzorgaanbieders, waarbij tevens een uitvraag zou worden gedaan naar feitelijke kosten en kostprijsparameters. Echter, het is in diverse gesprekken niet gelukt de signalen voldoende te concretiseren. Daarom is de analyse van de huidige situatie van Amsterdam gedaan op basis van data die is aangeleverd door de gemeente, deelinformatie van het OKT en openbare bronnen. Uiteindelijk zijn de volgende vier stappen doorlopen om de reële tarieven voor Pgb Jeugd in kaart te brengen. Hierbij zijn alleen de formele pgb-tarieven in scope. De informele tarieven, evenals de daadwerkelijke tariefbepaling, vallen buiten de scope van dit onderzoek.

1. 2.

3.

Interviews en bureauonderzoek om (de signalen rondom) de ontoereikendheid van de tarieven te duiden (hoofdstuk 4). Bureauonderzoek naar twee onderdelen: 1. Tarieven en tariefonderbouwing Pgb Jeugd binnen zes vergelijkingsgemeenten 2. Landelijke ontwikkelingen rondom de belangrijkste kostendrijvers per product Synthese van de twee onderdelen: 1. Vergelijking van het Amsterdamse tarief met de zes vergelijkingsgemeenten per product (hoofdstuk 5)

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

2.

4.

Inschatting van de toereikendheid van de tarieven Pgb Jeugd (hoofdstuk 6) Allereerst is in kaart gebracht wat de belangrijkste kostendragers binnen de verschillende segmenten zijn. Daarna is bepaald welke invloed landelijke trends hebben gehad op deze kostendragers en daarmee dus ook op de pgb-kosten. Hieruit voortvloeiend, geven we een inschatting van in hoeverre de pgb-tarieven toereikend zijn. 3. Tot slot geven we een inschatting van de impact die een stijging van de tarieven heeft op de kosten van de gemeente Amsterdam. Opstellen van de rapportage

Huidige situatie in Amsterdam De gemeente Amsterdam heeft vier segmenten binnen Pgb Jeugd waar dit onderzoek zich op focust: (1) aanvullende individuele ondersteuning; (2) dagbehandeling of dagbesteding in groepsverband; (3) verblijf; en (4) vervoer. Binnen de segmenten wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende niveaus van zorgintensiteit (denk bijvoorbeeld voor het segment ‘aanvullende individuele ondersteuning’ aan de niveaus praktische begeleiding, praktische ondersteuning en specialistische behandeling), waarbij elk niveau een eigen tarief heeft. Bij alle segmenten binnen Pgb Jeugd worden vergelijkbare ontwikkelingen geconstateerd. De totale kosten zijn flink toegenomen door aan de ene kant een stijging in het aantal cliënten dat gebruikmaakt van Pgb Jeugd en aan de andere kant de steeds verder toenemende kosten per cliënt per jeugdige. De stijging van het aantal cliënten met Pgb Jeugd is voornamelijk te zien vanaf het jaar 2021 en er wordt verwacht dat deze in 2023 verder toeneemt. Met name binnen vervoer wordt een zeer sterke stijging gezien, voornamelijk in de kosten per cliënt. De indexering van de tarieven binnen de gemeente Amsterdam gaat op basis van de CPI-index, waardoor deze twee jaar achterloopt op het huidige prijspeil.

Pgb Jeugd-tarieven Amsterdam vergeleken met andere gemeenten De formele pgb-tarieven, de wijze van indexeren en de vaststelling van pgb-tarieven in de gemeente Amsterdam zijn vergeleken met die in vijf andere grote steden: Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Almere en Haarlem. Daarbij dient te worden opgemerkt dat niet is onderzocht of de tarieven in de vergelijkingsgemeenten ook daadwerkelijk toereikend zijn. Deze analyse geeft dus enkel een indruk van hoe hoog de tarieven van de gemeente Amsterdam zijn ten opzichte van andere gemeenten.

Document Classification: KPMG Confidential

4

5

Managementsamenvatting

De huidige pgb-tarieven zijn ongeveer 13% lager dan de kostenontwikkelingen voor aanbieders; dit komt voornamelijk door verlate en onnauwkeurige indexering Gemeenten tonen variatie in hoe zij hun pgb-tarieven vaststellen: Amsterdam en Utrecht stellen pgbtarieven vast op basis van normatieve berekeningen. Rotterdam, Haarlem, Den Haag en Almere leiden hun pgb-tarieven af van hun ZIN-tarieven, maar gebruiken hierbij verschillende afslagpercentages van de ZIN-tarieven (tussen de 75% en 90%). Bovendien laten gemeenten ook verschillen zien in hun indexatiemethoden. Amsterdam en Utrecht zijn de enige gemeenten in dit rijtje die jaarlijks consistent indexeren. De overige gemeenten hebben sinds 2019 één tot twee keer geïndexeerd. Verder verschillen gemeenten in hoe zij de niveaus van zorg binnen een segment categoriseren. Zo hanteert de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld hoogintensieve en laagintensieve aanvullende individuele ondersteuning, en de gemeente Den Haag hoog-, middel- en laagintensieve aanvullende individuele ondersteuning. Bovendien is niet altijd duidelijk op basis van welke criteria zorg aan een niveau wordt toegewezen; ook dit dient in het achterhoofd gehouden te worden bij het vergelijken van tarieven van gemeenten. Uit het onderzoek blijkt dat de tarieven die de gemeente Amsterdam hanteert over het algemeen overeenkomen met die van de vergelijkingsgemeenten.

Aangezien onbekend is of de tarieven in andere gemeenten wel of niet toereikend zijn, kunnen wij op basis van deze analyse geen conclusies trekken over de toereikendheid van de tarieven van Amsterdam. Inschatting toereikendheid tarieven Pgb Jeugd Op dit moment worden de pgb-tarieven aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI) geïndexeerd volgens het principe T-2. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld de indexatie van 2022 wordt toegepast op de tarieven voor 2024. Amsterdam hanteert het principe T-2 omdat gemeenten rond oktober/november al de nieuwe tarieven voor het aankomende jaar aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) moeten doorgeven. De CPI van dat jaar is dan nog niet bekend. Dat leidde in het verleden niet tot problemen, omdat de indexatiecijfers redelijk stabiel waren, maar sinds 2021 is de afwijking door de sterke inflatie gegroeid. Daardoor is de indexatie niet meer actueel. Daarnaast is de CPI-index niet gericht op de arbeidsintensieve zorgsector. De belangrijkste kostendrijvers binnen de segmenten van Pgb Jeugd zijn personele kosten, personele overhead en materiële overhead (huisvestings- en facilitaire kosten, ICT-kosten, materiële kosten en overige kosten). We hebben daarnaast ook per segment de verhouding bepaald van deze verschillende kostencomponenten, onderverdeeld naar personeel, materiele overhead en personele overhead.

verschillende segmenten zijn er kleine verschillen in het aandeel van de kostendragers binnen deze segmenten. Doorgaans gebeurt indexering van de personele kosten door de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA); de indexering van de materiële kosten in zorginstellingen gebeurt aan de hand van het Centraal Economisch Plan (CEP). Om de toereikendheid van de tarieven te toetsen, zijn in dit onderzoek de landelijke inflatieontwikkelingen op de kostencomponenten uit het tarief toegepast. In de periode 2019-2023 zijn de pgb-tarieven met circa 4% gestegen. De OVA en het CEP zijn in dezelfde periode met ongeveer 17% gestegen. Hieruit kunnen we concluderen dat – gezien de landelijke ontwikkelingen – de pgb-tarieven in 2024 ongeveer 13% te laag zullen liggen als deze niet worden verhoogd. We adviseren de tarieven in 2024 met 13% te verhogen.(A) Impactanalyse landelijke ontwikkelingen op tarieven Pgb Jeugd In 2022 bedroegen de kosten voor de vier Pgb Jeugd-segmenten die in dit onderzoek zijn opgenomen € 6,43 miljoen. Op basis van peiljaar 2022 laat een impactanalyse zien dat het verhogen van de tarieven met 13% resulteert in een stijging van de kosten van ~ € 0,84 miljoen. Deze stijging wordt in de praktijk mogelijk iets afgezwakt omdat de hardheidsclausule minder vaak zal worden toegepast als de tarieven worden verhoogd.

Omdat de gemeente met name over de tarieven voor vervoer signalen ontving dat deze ontoereikend zouden zijn, is hier een extra verdiepende data-analyse op uitgevoerd. Hieruit bleek dat de hardheidsclausule in de jaren 2021 t/m 2023 slechts vier tot vijf keer per jaar werd ingezet voor vervoer. In deze gevallen was de persoonlijke situatie ook dusdanig uniek, dat er een substantieel hoger tarief nodig was. Verdere verhoging van de tarieven biedt in dergelijke situaties geen uitkomst. Toepassing van de hardheidsclausule is dan nog steeds de best passende oplossing voor zowel gemeente als cliënt. We zien dan ook op basis van deze analyse geen aanleiding om de tarieven voor vervoer verder te verhogen. De tabellen op de volgende pagina laten de tarieven voor het jaar 2024 zien indien ze worden geïndexeerd met 13%, conform ontwikkelingen OVA en CEP. Indien de tarieven voor 2024 volgens de huidige systematiek worden vastgesteld, CPI en T-2, bedraagt de indexering voor 2024 circa 10%. Dit brengt de tarieven al aanzienlijk dichter bij het aanbevolen percentage van 13%.

Wij nemen aan dat de tarieven binnen de verschillende segmenten vergelijkbaar zijn opgebouwd, waarbij personele kosten de grootste kostendrijver zijn. Door verschillen in de aard van de producten binnen de Noot: (A) Het feit dat de tarieven niet voldoende geïndexeerd zijn, impliceert niet automatisch dat cliënten recht hebben op compensatie met terugwerkende kracht. In de meeste gevallen is de ontoereikendheid van de tarieven al aangepakt door gebruik te maken van de hardheidsclausule

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

5

6

Managementsamenvatting

Indexeren volgens de huidige systematiek betekent een stijging van de tarieven voor 2024 met 10%, dit ligt dichtbij de aanbevolen 13% Tarieven Pgb Jeugd 2024 met 13% indexering Segment

Categorisering pgb-tarieven vervoer Amsterdam, per etmaal, 2024 met 13% indexering

Product

Aanvullende individuele ondersteuning in € per uur Dagbehandeling of dagbesteding in groepsverband in € per dagdeel

Verblijf (logeren) in € per etmaal

Tarief 2023

Tarief 2024 (13% indexering)

Praktische begeleiding en ondersteuning

€ 37,20

€ 42,04

Specialistische begeleiding

€ 67,60

€ 76,39

Specialistische behandeling

€ 97,20

€ 109,84

Praktische begeleiding en ondersteuning

€ 45,80

€ 51,75

Specialistische behandeling

€ 76,60

€ 86,56

Verblijf met lichte begeleiding

€ 105,00

€ 118,65

Verblijf met specialistische begeleiding

€ 206,80

€ 233,68

Verblijf met specialistische behandeling

€ 275,00

€ 310,75

20-29 km

5-9 km

10-19 km

2023

2024

2023

2024

2023

2024

Individueel

€ 24,80

€ 28,02

€ 34,20

€ 38,65

€ 48,00

€ 54,24

Groep

€ 18,20

€ 20,57

€ 24,80

€ 28,02

€ 34,20

€ 38,65

Groep rolstoel

€ 24,80

€ 28,02

€ 24,80

€ 28,02

€ 34,20

€ 38,65

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

40+ km

2023

2024

2023

2024

2023

2024

Individueel

€ 48,00

€ 54,24

€ 66,40

€ 75,03

€ 98,40

€ 111,19

Groep

€ 34,20

€ 38,65

€ 48,00

€ 54,24

€ 66,40

€ 75,03

Groep rolstoel

€ 48,00

€ 54,24

€ 66,40

€ 75,03

€ 98,40

€ 111,19

Conclusie en aanbevelingen Op basis van de resultaten van het onderzoek zijn vier conclusies te trekken: 1.

De opvallende groei in kosten voor Pgb Jeugd lijkt voor een groot deel te verklaren door verkapte instroom vanuit ZIN. Daaruit blijkt dat het pgb in de gemeente Amsterdam onvoldoende is ingericht als laatste mogelijkheid, en te snel wordt gebruikt als alternatief voor ZIN. Cliënten zouden binnen het gecontracteerde aanbod passende ondersteuning moeten kunnen vinden; het is belangrijk om hier voldoende aandacht aan te geven in het OKT om te zorgen dat er goede triage en matching plaatsvindt. In principe zou een pgb een derde oplossing moeten zijn, na de eigen context van de jeugdige en ZIN. Maar er treedt een ‘waterbedeffect’ op naar het pgb sinds de toegankelijkheid voor ZIN is begrensd tot een selectie van aanbieders en er wachttijden bestaan. Ook zien we dat nietgecontracteerde ZIN-aanbieders alsnog zorg aanbieden via het pgb. Dat zij daarbij niet uitkomen met de tarieven is een logisch gevolg, het pgb-tarief is daar immers niet voor bedoeld.

2.

Het is niet duidelijk hoe de tarieven voor Pgb Jeugd in de gemeente Amsterdam zijn opgebouwd. Daarbij zijn de tarieven van Pgb Jeugd in Amsterdam niet evenredig gestegen met de kosten voor aanbieders. De tarieven van Pgb Jeugd zijn tussen 2019 en 2023 met ongeveer 4% gestegen op basis van indexatie door middel van de CPI. Landelijke ontwikkelingen laten via de OVA en het CEP een veel hogere kostenstijging voor aanbieders zien over dezelfde periode, namelijk ongeveer 17%. Dit betekent dat er een verschil van ongeveer 13% zit tussen de stijging in de tarieven voor Pgb Jeugd en de kosten voor aanbieders van jeugdzorg in de gemeente Amsterdam.

Categorisering pgb-tarieven vervoer Amsterdam, per etmaal, 2024 met 13% indexering 0-4 km

30-39 km

Document Classification: KPMG Confidential

6

7

Managementsamenvatting

Gemeente Amsterdam kan het stelsel aanpassen, de tarieven verhogen, herijken en op een andere manier indexeren om Pgb Jeugd toereikender te maken 3.

Uit een vergelijking van de tarieven voor Pgb Jeugd van de gemeente Amsterdam met die van vergelijkbare gemeenten blijkt dat de gemeente Amsterdam geen lagere tarieven hanteert. Dit neemt niet weg dat een onderhoud aan de tarieven op basis van OVA en CEP een logische vervolgstap is voor de gemeente Amsterdam. De OVA en het CEP zijn betere indices om te hanteren bij de indexatie van jeugdhulp dan de CPI, die een te algemene index is en twee jaar achterloopt op de realiteit.

4.

Een verdieping op de inzet van de hardheidsclausule laat zien dat ontoereikendheid van de tarieven voornamelijk wordt veroorzaakt door de unieke situaties van de cliënten en niet zozeer door de hoogte van de tarieven. Het verhogen van de tarieven biedt dus geen oplossing voor alle klachten omtrent de toereikendheid van tarieven.

Bij bovenstaande conclusies doen we drie aanbevelingen voor de gemeente Amsterdam: 1.

Pas het stelsel zo aan dat binnen de gemeente Amsterdam het pgb weer als een derde optie gepositioneerd wordt achter de informele hulp en ZIN. Gemeente Amsterdam dient na te gaan of het huidige beleid rondom pgb streng genoeg is en of pgb daadwerkelijk als laatste optie en in uitzonderlijke gevallen wordt ingezet. Daarnaast kan de gemeente Amsterdam ook meer sturen op het gebruik van ZIN. Het OKT kan bijvoorbeeld meer tijd nemen voor triage en gesprekken met ouders/opvoeders, zodat er beter gezocht kan worden naar geschikte ondersteuning in het gecontracteerde aanbod.

2.

Onderhoud aan de tarieven op basis van OVA en CEP is een logische vervolgstap voor de gemeente Den Haag. Door deze correctie kan de gemeente Amsterdam alvast voorsorteren op een verdere stijging in de cao’s binnen de jeugdzorg. Op basis van de resultaten van dit onderzoek stellen wij een correctie van ongeveer 13% voor. Indien er behoefte is, kan de gemeente in de toekomst samen met aanbieders de reële tarieven voor Pgb Jeugd en de opbouw hiervan bepalen in een kostenonderzoek, maar daar is nu geen aanleiding toe gevonden in de vergelijking met andere gemeenten. Daarnaast wordt er landelijk een handreiking geschreven voor gemeenten waarin een methode wordt uitgewerkt om reële pgb-tarieven op te bouwen. Tot nu toe werden pgb-tarieven vaak afgeleid van de ZIN tarieven. Echter, het afleiden van de ZIN tarieven wordt moeilijker omdat we daar een trend zien naar meer taakgerichte bekostiging en bijpassende kostenopbouw. Het kan daarom beter zijn om het pgb landelijk te standaardiseren.

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

3.

De gemeente Amsterdam dient te overwegen of zij op een andere manier de Pgb Jeugd-tarieven wil indexeren om niet twee jaar achter te lopen op de prijsontwikkelingen. Amsterdam hanteert op dit moment het principe T-2 omdat gemeenten al rond oktober/november de nieuwe tarieven voor aankomend jaar aan de SVB moeten doorgeven. De CPI is dan nog niet bekend. Wanneer de gemeente Amsterdam besluit het CEP en de OVA te hanteren voor de indexatie van de tarieven, kan het principe T-1 gebruikt worden omdat de CEP doorgaans in maart wordt gepresenteerd en de OVA wordt vastgesteld aan de hand van de CEP. Daarbij is de OVA- en CEP-indexatie accurater dan de CPI voor de producten binnen Pgb Jeugd. In voorliggend onderzoek is gewerkt met aannames op basis van beperkt beschikbare data. Bij twijfels in het veld over de toereikendheid van de tarieven is nadere transparantie en onderzoek naar de tarieven nodig. Om reële tarieven vast te stellen en deze te onderbouwen, dient de gemeente Amsterdam brondata uit te vragen, zoals de opbouw van de specifieke kostencomponenten. Hiermee verkrijgt zij een gedetailleerd inzicht in de werkelijke kosten van aanbieders, dat ze kan gebruiken voor de opbouw van de tarieven. Indien nodig kan de gemeente Amsterdam daarnaast aanvullende waarnemingen doen om de totstandkoming van de hoogte van de kostencomponenten te valideren.

Document Classification: KPMG Confidential

7

2.

Aanleiding, vraag en doel

9

Deze rapportage richt zich op reële tarieven voor producten in verschillende segmenten van Pgb Jeugd in Amsterdam Achtergrond Het persoonsgebonden budget (pgb) heeft een sterke positie in het zorglandschap gekregen en kan de regie van mensen sterk vergroten. Gemeenten passen het pgb toe binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 en de Jeugdwet, de gedecentraliseerde wetten waarop mensen aanspraak kunnen maken als zij niet zelfredzaam zijn of als het gezin niet binnen het eigen probleemoplossend vermogen de hulp en de ondersteuning kan organiseren die nodig zijn. Pgb is in beginsel niet voor elke jeugdige met een zorgvraag bedoeld, het volgt als derde optie na opvang in de eigen omgeving en zorg in natura (ZIN). In eerste instantie wordt gekeken of de hulpvraag van een jeugdige afgevangen kan worden in de context van de jeugdige, eventueel in combinatie met lichte ondersteuning van het Ouder- en Kindteam (OKT). Zo nodig worden de mogelijkheden binnen ZIN via gecontracteerde aanbieders verkend. Wanneer ook deze zorg niet passend is voor de hulpvraag van de jeugdige, en de oplossing buiten het gecontracteerde aanbod gezocht dient te worden, dan kan het pgb een oplossing zijn. Om een pgb te beheren, dient iemand pgb-vaardig te zijn en aan diverse voorwaarden te voldoen.(1) Het OKT is verantwoordelijk voor de toetsing van de pgb-aanvragen in de gemeente Amsterdam.

In het jeugddomein ziet de gemeente Amsterdam een toename in de toepassing van pgb’s en een stijging van de financiële impact tot ruim 12 miljoen euro per jaar. Vermoedelijk wordt het pgb vaker ingezet sinds de toegankelijkheid van ZIN is begrensd tot een selectie van aanbieders en er wachttijden bestaan. De verantwoordelijkheid voor het verstrekken van Pgb’s Jeugd ligt bij de gemeente. Ouder(s)/opvoerder(s) komen een pgb overeen met de betrokken zorgverleners en gemeente, waarbij een Ouder- en Kindadviseur van het OKT de aanvraag begeleidt. Aanleiding voor het onderzoek

tarieven kunnen opbouwen. De afgelopen tijd hebben verschillende gemeenten aanzienlijke aanpassingen gedaan aan hun tarieven om rekening te houden met inflatie. Amsterdam onderzoekt momenteel wat de mogelijkheden zijn. Onderzoeksvraag De gemeente Amsterdam heeft KPMG gevraagd te adviseren over wat reële tarieven zijn voor producten in de volgende segmenten van Pgb Jeugd: — — — —

aanvullende individuele ondersteuning dagbehandeling of dagbesteding in groepsverband verblijf (logeren) vervoer

Hierbij richtten we ons op het formele tarief pgb (de informele tarieven vielen buiten de scope). Ook de daadwerkelijke tariefbepaling viel buiten de scope van dit onderzoek. Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd: — — — — — —

Hoofdstuk 3: een uitleg van de aanpak van dit onderzoek Hoofdstuk 4: een analyse van de huidige situatie in Amsterdam Hoofdstuk 5: een overzicht van de tarieven in de vergelijkingsgemeenten Hoofdstuk 6: een vergelijking van de huidige situatie in Amsterdam en de vergelijkingsgemeenten Hoofdstuk 7: conclusie van het onderzoek en aanbevelingen voor de gemeente Amsterdam Bijlagen van het onderzoek

Vanuit verschillende kanalen (OKT, pgb-aanbieders) ontvangt de gemeente signalen dat de huidige pgbtarieven ontoereikend zijn. Aanbieders doen steeds vaker een beroep op de ‘hardheidsclausule’(A) (HHC), omdat de reeds toegepaste tariefstijging naar verluidt niet voldoende is om gelijke tred te houden met de daadwerkelijke inflatie en kostenstijgingen. Het zegt OKT de hardheidsclausule met regelmaat toe te passen. In de Kamerbrief van 23 december 2022 heeft minister Helder aangekondigd te willen inzetten op een handreiking voor gemeenten waarin een methode wordt uitgewerkt waarmee gemeenten reële pgbBron: (1) Hoe weet ik of een persoonsgebonden budget (pgb) bij mij past? | Rijksoverheid.nl Noot: (A) De HHC wordt gebruikt om uitzonderingen te maken op bestaande regels en voorwaarden die gelden voor het toekennen en gebruiken van een pgb, met als doel te voorkomen dat de standaardregels onredelijke gevolgen hebben voor de budgethouder.

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

9

3.

Plan van aanpak

1 1

Vergelijkingsgemeenten en landelijke ontwikkelingen dienden als spiegelinformatie voor de tarieven Pgb Jeugd Aanpak

Stap 2: Bureauonderzoek

Het doel van dit onderzoek was de opbouw van de huidige tarieven van de gemeente Amsterdam in beeld te brengen en aan vergelijkbare gemeenten te spiegelen. In eerste instantie zou dit gedaan worden in samenwerking en samenspraak met een vijf- tot achttal aanbieders. Daarnaast zou ook de benodigde data uitgevraagd worden bij en verzameld worden door aanbieders. Vanwege de gevoeligheid rond de nieuwe aanbesteding laagcomplexe jeugdzorg per 1 januari 2024 is na overleg met de opdrachtgever besloten geen aanbieders bij dit traject te betrekken.

Om een vergelijking te kunnen maken met andere gemeenten, is een selectie gemaakt van gemeenten met vergelijkbare eigenschappen. Hiervoor zijn de andere gemeenten uit de G5 geselecteerd: Rotterdam, Den Haag, Almere en Utrecht. Daar is Haarlem aan toegevoegd vanwege de overlap in aanbieders in beide gemeenten.

Uiteindelijk zijn vier stappen doorlopen om de reële tarieven voor Pgb Jeugd in kaart te brengen: 1.

Interviews en bureauonderzoek om (de signalen rondom) de ontoereikendheid van de tarieven te duiden (hoofdstuk 4) 2. Bureauonderzoek naar twee onderdelen 1. Pgb Jeugd-tarieven en tariefonderbouwing binnen zes vergelijkingsgemeenten 2. Landelijke ontwikkelingen rondom de belangrijkste kostendrijvers per product 3. Synthese van de twee onderdelen 1. Vergelijking van het Amsterdamse tarief met de zes vergelijkingsgemeenten per product (hoofdstuk 5) 2. Inschatting van de toereikendheid tarieven Pgb Jeugd (hoofdstuk 6) 4. Opstellen van de rapportage In dit hoofdstuk beschrijven we bovenstaande stappen. Stap 1: Duiding van de signalen ontoereikendheid tarieven Aanleiding van dit onderzoek is het signaal dat het OKT heeft afgegeven aan de gemeente dat de tarieven ontoereikend zijn. Om dit signaal verder te duiden zijn diverse interviews afgenomen met leden van het OKT en de gemeente. Het doel was om de toereikendheid van het tarief voor elk van de producten te verdiepen, grondoorzaken te verkennen en de context te begrijpen. Echter, het is niet gelukt de signalen voldoende te concretiseren in gesprekken. Daarom is de analyse van de huidige situatie van Amsterdam gedaan op data aangeleverd door de gemeente, deelinformatie van het OKT en openbare bronnen. Daarnaast is een data-analyse uitgevoerd naar de ontwikkelingen van de tarieven tussen 2018 en 2022.

Daarbij is specifiek gekeken naar de ontwikkelingen rondom de kosten en het pgb-gebruik per product.

Van de vergelijkingsgemeenten hebben wij de tarieven voor de verschillende zorgsegmenten binnen Pgb Jeugd middels bureauonderzoek verzameld. De tarieven hebben wij overzichtelijk gestructureerd om deze vervolgens te vergelijken met die van de gemeente Amsterdam. De producten in de verschillende zorgsegmenten van Pgb Jeugd hebben gedeelde en eigen specifieke kostendrijvers. Per product hebben we naar de landelijke ontwikkeling gekeken van deze kostendrijvers. Stap 3: Synthese De analyse van de tarieven voor Pgb Jeugd binnen de gemeente Amsterdam hebben we naast de tarieven van de overige gemeenten gelegd voor de vergelijking. Dit is gedaan om de analyse op de tarieven binnen de gemeente Amsterdam in een referentiekader te kunnen plaatsen. Hierbij is het belangrijk in acht te nemen dat het niet bekend is of de tarieven in de vergelijkingsgemeenten wel toereikend zijn. De vergelijking schetst dan ook alleen een beeld van hoe hoog de tarieven van Amsterdam zijn ten opzichte van de andere gemeenten. Om de ontoereikendheid te onderzoeken, zijn de landelijke ontwikkelingen van de belangrijkste kostendrijvers per product vergeleken met de ontwikkelingen in de Pgb Jeugd-tarieven. Per segment worden de belangrijkste kostendragers bepaald en welk aandeel deze hebben in de opbouw van de kostprijs van de producten binnen het segment.

De landelijke trends en ontwikkelingen ten aanzien van de belangrijkste kostendragers worden in kaart gebracht en geplot naast de ontwikkeling van het tarief om te testen of de tarieven in de gemeente Amsterdam reëel zijn. We schatten in wat de tarieven zouden zijn als ze de landelijke ontwikkelingen een-op-een zouden volgen. Hiermee geven we een indicatie van het percentage waarmee de tarieven zouden moeten worden verhoogd. Het doel hiervan is de gemeente Amsterdam richting te geven bij het eventueel herzien van de pgb-tarieven. Stap 4: Opstellen van de rapportage In de rapportage zijn de resultaten van alle bovenstaande stappen beschreven. Deze resultaten komen samen in een conclusie over de toereikendheid van de tarieven voor Pgb Jeugd in de gemeente Amsterdam. Daarnaast is een aantal aanbevelingen en overwegingen voor de gemeente opgesteld.

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

11

4.

Huidige situatie in Amsterdam

1 3

De analyse van de huidige situatie van de gemeente Amsterdam richtte zich op gebruik en kosten van Pgb Jeugd Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie op het gebied van Pgb Jeugd in Amsterdam. Hiervoor kijken we vooral naar het gebruik en de kosten van de gemeente voor de verschillende producten en segmenten binnen Pgb Jeugd. Aan het einde van dit hoofdstuk vatten we de resultaten, en daarmee de huidige situatie in de gemeente Amsterdam, samen en geven we hier mogelijke verklaringen voor. Segmenten Pgb Jeugd hebben verschillende producten Alle segmenten binnen Pgb Jeugd (aanvullende individuele ondersteuning, dagbehandeling of dagbesteding, verblijf en vervoer) hebben verschillende producten die elk ook een eigen tarief hebben. De tabel rechts geeft de tarieven van 2023 weer voor de verschillende segmenten binnen Pgb Jeugd.(1) Binnen een segment zijn verschillende ‘zorgniveaus’ te herkennen. Hierin is te zien dat begeleiding een lichtere zorgvorm is dan behandeling en daarom ook een lager tarief heeft. De reden hierachter is dat voor lichtere zorgvormen vaak minder gekwalificeerd en daarmee goedkoper personeel nodig is. Dit geldt voor de segmenten aanvullende individuele ondersteuning, dagbehandeling of dagbesteding en verblijf.

Voor het segment vervoer zijn de verschillende producten anders opgebouwd; hier wordt naar de vorm van vervoer gekeken (bijvoorbeeld individueel vervoer, groepsvervoer en bijzonder vervoer zoals rolstoelvervoer) en naar de afstand waarvoor het vervoer ingezet wordt. Individueel en aangepast (rolstoel)vervoer heeft een hoger tarief dan groepsvervoer. Indexatie De indexering van de tarieven binnen de gemeente Amsterdam gaat op basis van de consumentenprijsindex (CPI). Deze wordt elk jaar in maart gepubliceerd over het jaar ervoor. Omdat de gemeente aan het eind van ieder jaar de tarieven voor het komende jaar bepaalt en de gemeente niet met terugwerkende kracht financiert, loopt de indexatie van de tarieven twee jaar achter. De tarieven Pgb Jeugd zijn tussen 2019 en 2023 ongeveer 4% gestegen voor alle zorgvormen (zie de tabel rechts op de pagina).

Ontwikkeling tarieven Pgb Jeugd 2019-2023(1, 2) Segment

Aanvullende individuele ondersteuning in € per uur Dagbehandeling of dagbesteding in groepsverband in € per dagdeel

Verblijf (logeren) in € per etmaal

Vervoer

Product

Tarief 2019

Tarief 2023

Stijging tarief

Praktische begeleiding en ondersteuning

€ 35,84

€ 37,20

3,79%

Specialistische begeleiding

€ 65,00

€ 67,60

4,00%

Specialistische behandeling

€ 93,74

€ 97,20

3,69%

Praktische begeleiding en ondersteuning

€ 44,30

€ 45,80

3,39%

Specialistische behandeling

€ 73,92

€ 76,60

3,63%

Verblijf met lichte begeleiding

€ 101,00

€ 105,00

3,96%

Verblijf met specialistische begeleiding

€ 198,92

€ 206,80

3,96%

Verblijf met specialistische behandeling

€ 264,51

€ 275,00

3,97%

Variërend per type vervoer en afstand

Bron: (1) Zorg voor uw kind inkopen - met een persoonsgebonden budget - Gemeente Amsterdam, (2) Verordening van de raad van Amsterdam regelende de zorg voor jeugd (Verordening op de Zorg voor de jeugd Amsterdam 2018) | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl)

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

13

1 4

Stijging kosten per cliënt en het totale aantal cliënten zorgen voor een totale stijging van € 4,9 miljoen tussen 2020 en 2022 In de grafiek rechts is te zien dat in eerste instantie een daling in het aantal cliënten plaatsvond in 2019 en in 2020. Sindsdien is het aantal unieke cliënten tussen 2020 en 2022 met 62,7% gestegen, van 209 tot 340(1). Daarmee is het aantal cliënten dat gebruikmaakt van Pgb Jeugd groter dan dat dit was in 2018. In tegenstelling tot het aantal cliënten stijgen de gemiddelde kosten per cliënt sinds 2018 gestaag met ongeveer 9% per jaar. Waar de jaarlijkse kosten per cliënt in 2018 nog € 11.471 waren, zijn die in 2022 € 23.550(1). Dit is een groei van 105% in kosten per cliënt per jaar over 5 jaren. Voornamelijk de hogere kosten per cliënt zorgen ervoor dat de totale kosten van formele Pgb Jeugd tussen 2020 en 2022 met € 4,9 miljoen is gestegen naar € 8,0 miljoen (154% stijging).(1) Het aantal cliënten is immers vergelijkbaar met dat in 2018. Daarbij moet worden opgemerkt dat de totale kosten van Pgb Jeugd niet exclusief worden veroorzaakt door de vier segmenten die in dit onderzoek worden behandeld; zo worden onder andere de segmenten ggz en dyslexie niet meegenomen. Deze segmenten dragen vanzelfsprekend wel bij aan de € 8,0 miljoen.

Het aantal unieke cliënten en het gemiddelde bedrag per cliënt per jaar binnen formele Pgb Jeugd in de periode 2018-2022 € 23.550 800 25.000 € 19.991 20.000 600 € 15.073 € 12.441 15.000 € 11.471 400 10.000 646 200 340 5.000 314 242 209 0 0 2018 2019 2020 2021 2022 Aantal unieke cliënten in PGB

Aantal cliënten in #

Op deze pagina lichten we de recente ontwikkelingen in kosten en gebruik van verschillende vormen formele Pgb Jeugd toe.(A) Hierbij gaan wij in op totale kosten, aantal unieke cliënten en de kosten per cliënt.

Gemiddeld bedrag per cliënt

De totale kosten voor formele Pgb Jeugd in de periode 2018-2022(B)

Opvallend in de grafieken is dat de stijging in aantal cliënten en totale kosten voornamelijk inzet in 2021. De stijging in kosten per cliënt is redelijk constant over alle jaren heen. Vanaf 2021 is echter een sterke toename te zien in het aantal cliënten dat gebruikmaakt van Pgb Jeugd.

Om de signalen vanuit de gemeente beter te kunnen duiden, beschrijven wij op de volgende vier pagina’s de ontwikkelingen voor de verschillende vormen van zorg binnen de Pgb Jeugd in de gemeente Amsterdam.

10.000.000 8.000.000

Kosten in €

De gemeente verwacht dat het aantal cliënten en de totale kosten zullen blijven toenemen in 2023 en 2024. 2023 is nog het lopende jaar en er is per eind augustus al € 8,2 miljoen aan uitgaven en dus een nieuwe groei te zien ten opzichte van het vorige jaar in de totale uitgaven pgb.(2)

Gemiddeld bedrag per cliënt per jaar in €

Hogere kosten voor formele Pgb Jeugd in gemeente Amsterdam door stijging in zowel aantal cliënten als kosten per cliënt

€8.006.875

€7.410.588

6.000.000

€4.837.765

€3.906.611

4.000.000

€3.150.259

2.000.000 0 2018

2019

2020

2021

2022

Bron: (1) Gemeente Amsterdam - Analyse stijging kosten jeugd persoonsgebonden budget (pgb), (2) Gemeente Amsterdam – Ontwikkelingen hoogspecialistische jeugdhulp gemeente Amsterdam 2021-2024 Noot: (A) Informele Pgb Jeugd valt buiten de scope van dit onderzoek. (B) Deze kosten zijn op jaarbasis en gebaseerd op verplichtingen die zijn aangegaan op afgegeven beschikkingen. De bron van deze gegevens zijn afkomstig uit ZorgNed. De werkelijke kosten liggen wat lager, doordat niet alle toegekende beschikkingen worden uitgenut.

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

14

1 5

Totale kosten voor specialistische begeleiding en specialistische behandeling ruim vier keer zo hoog over de periode 2018 tot 2022 100

€ 16.805

50 68

38

53

2018

2019

2020

€ 3.692.249

Kosten in €

4.000.000 3.000.000 2.000.000 1.000.000 0

€ 703.499 € 1.126.574 € 271.849 € 235.933 € 431.650 € 890.641 2018

2019

€ 1.283.803 € 292.570

€ 991.233

€ 2.522.500

€ 1.628.393

€ 850.362

€ 1.672.138

2020

2021

Specialistische behandeling

Specialistische € 2.063.856 begeleiding 2022

92

10.000 5.000

0

0 2021

2022

Aantal unieke cliënten in PGB Gemiddeld bedrag per cliënt

Het aantal unieke cliënten en het gemiddelde bedrag per cliënt per jaar specialistische behandeling binnen aanvullende individuele ondersteuning Pgb Jeugd in de periode 2018-2022 € 11.468 150 12.000 € 9.555 10.000 € 8.359 € 7.154 € 6.554 100 8.000

Aantal cliënten in #

De totale kosten voor aanvullende individuele ondersteuning in de periode 2018-2022

20.000 15.000

€ 11.359

De totale kosten voor specialistische begeleiding zijn van € 0,4 miljoen naar € 2,1 miljoen gestegen tussen 2018 en 2022. In deze periode is het aantal unieke cliënten gestegen van 38 naar 130 en de kosten per cliënt per jaar zijn gestegen van € 11.359 naar € 15.876, een stijging van 40%.

De kosten voor aanvullende ondersteuning met specialistische behandeling zijn tussen 2020 en 2022 van € 0,3 miljoen gestegen tot € 1,6 miljoen. Ook hier heeft dit te maken met een grote toename van het aantal cliënten dat gebruikmaakt van dit type zorg met een pgb: van 38 naar 142. De kosten per cliënt zijn voor aanvullende specialistische behandelingen daarbij ook gestegen van € 7.154 tot € 12.650 (60% stijging).

€ 15.876

€ 14.577

130

De kosten per cliënt per jaar voor specialistische begeleiding met 40% gestegen

Het aantal cliënten met specialistische behandeling bijna verviervoudigd

€ 18.175

Gemiddeld bedrag per cliënt per jaar in €

150

142 50

4.000

89 38

36

35

2018

2019

2020

6.000 2.000

0

0 2021

2022

Gemiddeld bedrag per cliënt per jaar in €

Binnen aanvullende individuele ondersteuning wordt onderscheid gemaakt tussen praktische begeleiding, specialistische begeleiding en specialistische behandeling. Van praktische begeleiding hebben wij geen gegevens beschikbaar, van specialistische begeleiding en specialistische behandeling wel. Met specialistische begeleiding wordt ondersteuning bedoeld die erop gericht is dat de jeugdige zo zelfredzaam mogelijk algemene dagelijkse levensverrichtingen kan uitvoeren, een gestructureerd huishouden kan voeren, sociale relaties kan aangaan en maatschappelijk kan participeren. Specialistische behandeling is gericht op het ontwikkelen en aanleren van praktische, cognitieve en emotionele vaardigheden, waarbij de mogelijkheden van de jeugdige optimaal worden benut, zodat een zo zelfstandig mogelijk niveau van functioneren bereikt kan worden.(1)

Het aantal unieke cliënten en het gemiddelde bedrag per cliënt per jaar specialistische begeleiding binnen aanvullende individuele ondersteuning Pgb Jeugd in de periode 2018-2022

Aantal cliënten in #

Aanvullende individuele ondersteuning bestaat uit specialistische begeleiding en specialistische behandeling

Aantal unieke cliënten in PGB Gemiddeld bedrag per cliënt

Bron: (1) Gemeente Amsterdam - Afbakening producten perceel 1 en perceel 2

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

15

1 6

Totale kosten voor dagbehandeling of dagbesteding in 2022 ruim 45 keer zo hoog als in 2018door grote toestroom van cliënten

Grote toename in het aantal cliënten met dagbesteding of dagbehandeling Opvallend voor dagbesteding en dagbehandeling is de enorme toename in het gebruik binnen Pgb Jeugd. In 2018 maakten slechts vier unieke cliënten gebruik van dagbesteding of -behandeling; in 2022 is dit gestegen naar 101. De stijging is vooral te zien in de jaren 2021 en 2022.

Het aantal unieke cliënten en het gemiddelde bedrag per cliënt per jaar dagbehandeling of dagbesteding binnen Pgb Jeugd in de periode 2018-2022 120

De stijging in aantal cliënten en kosten per cliënt veroorzaakt een toename van de totale kosten van € 44.858 in 2018 naar € 2,1 miljoen in 2022. De totale kosten zijn in 2022 ongeveer 45 keer zo hoog als in 2018. De stijging in kosten is in 2020 ingezet en is in 2021 (€ 581.462) en in 2022 (€ 1.264.086) extreem toegenomen.

80 60

€ 15.806

15.000 101

€ 5.431

40

25.000 20.000

€ 14.573

€ 11.214

54

20 8

4 2018

10.000 5.000

13

0

2019 2020 2021 Aantal unieke cliënten in PGB

2022

Gemiddeld bedrag per cliënt

De totale kosten voor dagbehandeling of dagbesteding binnen Pgb Jeugd in de periode 20182022 2.500.000 € 2.051.026 2.000.000

Kosten in €

Totale kosten nemen volgens dezelfde trend toe als het aantal cliënten

100

0

Kosten per cliënt per jaar ongeveer verdubbeld De kosten per cliënt per jaar zijn toegenomen van € 11.214 in 2018 tot € 20.307 in 2022. Dit is een procentuele toename van 81%. Wanneer gekeken wordt naar het verschil in kosten per cliënt per jaar tussen 2019 en 2022, spreken we over bijna een verviervoudiging van de kosten. In 2021 is de gemeente erin geslaagd de kosten per cliënt per jaar vergelijkbaar te houden ten opzichte van het jaar daarvoor.

€ 20.307

Gemiddeld bedrag per cliënt per jaar in €

Dagbehandeling of dagbesteding in groepsverband is bedoeld om de ontwikkeling van de jeugdige te stimuleren, zodat deze zo zelfstandig mogelijk kan functioneren. Een zinvolle dagbesteding met zowel gestructureerde als gevarieerde dagprogramma’s stimuleert en begeleidt de jeugdigen in hun ontwikkeling. Dit biedt de jeugdige structuur en veiligheid, zodat deze sociale contacten kan behouden en nieuwe vaardigheden en interesses ontwikkelt. Daarnaast worden de ouders van de jeugdige ontlast.

Aantal cliënten in #

Dagbesteding of dagbehandeling bedoeld voor een zinvolle vulling van de dag

1.500.000 1.000.000

€ 786.940

500.000 € 44.858

€ 43.446

2018

2019

€ 205.478

0

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

2020

2021

2022

Document Classification: KPMG Confidential

16

1 7

Voor verblijf wisselden het aantal cliënten en de kosten per cliënt per jaar over de afgelopen jaren. De totale kosten in 2022 zijn ruim zes keer zo hoog als in 2018.

Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van verblijf grillig over de jaren Het aantal cliënten met verblijf binnen Pgb Jeugd is verdubbeld tussen 2018 en 2022, maar tussen deze jaargangen schommelt het aantal cliënten. In 2019 steeg het aantal cliënten ten opzichte van 2018 van 14 naar 22. Daarna daalde het aantal cliënten naar 17 in 2020, en in 2021 was het aantal cliënten gelijk. In 2022 nam dit aantal met 13 naar 30 cliënten echter sterk toe. Dit is een stijging van 76% ten opzichte van 2020 en 2021.

Het aantal unieke cliënten en het gemiddelde bedrag per cliënt per jaar verblijf binnen Pgb Jeugd in de periode 2018-2023

€ 13.079

30

15.000

25

€ 9.239

20

€ 7.240

15

10 5

€ 2.979 14

€ 5.297 22

10.000

30

17

17

2020

2021

5.000

0

0 2018

2019

2022

Gemiddeld bedrag per cliënt per jaar in €

Verblijf kan op veel verschillende manieren voorkomen. In dit onderzoek richten we ons op verblijf met lichte begeleiding, verblijf met specialistische begeleiding en verblijf met specialistische behandeling. Verblijf wordt ingezet om tijdelijk de ouders van de jeugdige te ontlasten. De jeugdige wordt in een huiselijke omgeving logeeropvang geboden inclusief ontwikkelingsgeleide begeleiding. Toezicht en/of zorg is noodzakelijk bij deze vorm van zorg. Het verblijf van de jeugdige duurt gewoonlijk een tot drie dagen. Van verblijf hebben wij slechts gegevens tot 2022, het jaar 2023 mist daarom in deze analyse.

Aantal cliënten in #

Drie vormen van verblijf geïncludeerd in dit onderzoek

Aantal unieke cliënten in PGB Gemiddeld bedrag per cliënt

Kosten per jaar per cliënt driemaal zo hoog als vijf jaar geleden De kosten per cliënt per jaar stijgen gestaag met ongeveer € 2.000 per jaar. Opvallend is een piek in 2020 waar de stijging ongeveer € 8.000 bedroeg. Mogelijk is dit foutieve data. De kosten per cliënt per jaar voor verblijf binnen Pgb Jeugd zijn in de periode 2018 tot 2022 ongeveer verdrievoudigd in de gemeente Amsterdam.

De totale kosten voor verblijf binnen Pgb Jeugd in de periode 2018-2023

€ 277.162

300.000

Kosten verblijf stijgen door de combinatie van meer cliënten en hogere kosten per cliënt per jaar

Kosten in €

250.000 Door het wisselende aantal cliënten en de wisselende kosten per cliënt schommelen de totale kosten voor verblijf binnen Pgb Jeugd ook. Desondanks is er wel een stijging in de totale kosten te herkennen voor deze zorgvorm binnen het Pgb Jeugd. De totale kosten zijn namelijk van € 41.711 in 2018 gestegen tot € 277.162 in 2022. In 2021 is een opvallende daling in totale kosten te zien van € 99.264 ten opzichte van het jaar daarvoor. Het daaropvolgende jaar stijgen de totale kosten echter weer met € 154.080.

€ 222.346

200.000 150.000

€ 123.082

€ 116.542

100.000 50.000

€ 41.711

0 2018

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

2019

2020

2021

2022

Document Classification: KPMG Confidential

17

1 8

Het vervoer van en naar zorginstellingen kan bekostigd worden vanuit het Pgb Jeugd-budget. Vervoer kan uit een rit bestaan met een eigen auto of taxi. Indien een jeugdige door beperkingen niet gebruik kan maken van een reguliere auto, is doelgroepenvervoer ook mogelijk. Doelgroepenvervoer is vervoer met voorzieningen die het reizen voor cliënten met beperkingen mogelijk maken. Aantal cliënten met vervoer meer dan drie keer zo veel als in 2018 Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van vervoer binnen Pgb Jeugd lijkt exponentieel te groeien tussen 2018 en 2022. Van 2018 tot 2022 is het aantal cliënten gestegen van 25 naar 88, een toename van 63 cliënten.

Het aantal unieke cliënten en het gemiddelde bedrag per cliënt per jaar vervoer binnen Pgb Jeugd in de periode 2018-2022 € 4.637 100 5.000

Aantal cliënten in #

Vervoer is het halen en brengen van cliënten van en naar zorginstellingen

80

4.000

60

88

40 20 0

De kosten per cliënt per jaar voor vervoer zes keer zo groot in de afgelopen drie jaar

3.000

€ 2.034

25 € 649

33

34

€ 590

€ 710

2018

2019

2020

De kosten voor vervoer per cliënt per jaar stijgen, net als het aantal cliënten in 2022. De kosten per cliënt per jaar nemen vanaf 2021 sterk toe en deze groei lijkt nog niet af te nemen.(1) De kosten per cliënt per jaar zijn tussen 2020 en 2022 zes keer zo groot, van € 710 tot € 4.637.

50

2.000 1.000 0

2021

2022

Gemiddeld bedrag per cliënt per jaar in €

De totale kosten voor vervoer waren in 2022 25 keer zo hoog als in 2018 door de stijging van kosten per cliënt per jaar

Aantal unieke cliënten in PGB Gemiddeld bedrag per cliënt

De totale kosten voor vervoer binnen Pgb Jeugd zijn in 2022 24 maal zo hoog als in 2018 De sterke stijging in de jaarlijkse kosten voor vervoer per cliënt werkt door in de totale kosten voor vervoer binnen Pgb Jeugd. Deze nemen vanaf 2021 sterk toe. In 2021 waren de kosten namelijk € 101.680, terwijl deze in de periode 2018 tot 2020 rond de € 20.000 lagen. In 2022 zijn de totale kosten voor vervoer binnen Pgb Jeugd verder toegenomen tot € 408.040. Dit is ongeveer 24 maal zo hoog als in 2018.

De totale kosten voor vervoer binnen Pgb Jeugd in de periode 2018-2022

500.000 € 408.040

Kosten in €

400.000 300.000 200.000 € 101.680

100.000 € 16.220

€ 19.454

€ 24.149

2018

2019

2020

0 2021

2022

Bron: (1) Gemeente Amsterdam – Ontwikkelingen hoogspecialistische jeugdhulp gemeente Amsterdam 2021-2024

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

18

1 9

Verschillende factoren verklaren de ontwikkelingen binnen Pgb Jeugd in de gemeente Amsterdam Op voorgaande pagina’s hebben we ontwikkelingen getoond binnen Pgb Jeugd voor verschillende vormen van jeugdhulp. Voor de producten van alle segmenten binnen Pgb Jeugd worden vergelijkbare ontwikkelingen geconstateerd; de totale kosten zijn flink toegenomen door aan de ene kant een stijging in het aantal cliënten dat gebruikmaakt van Pgb Jeugd en aan de andere kant de steeds verder toenemende kosten per cliënt per jeugdige. De stijgingen in het aantal cliënten met Pgb Jeugd zijn voornamelijk te zien vanaf het jaar 2021. De cijfers van 2023 zijn nog niet definitief. De stijging in kosten per cliënt per jaar verloopt meer geleidelijk. Om deze ontwikkelingen beter te begrijpen, geven we een aantal mogelijke verklaringen. Cliënten lijken vaker voor pgb te kiezen en minder gebruik te maken van zorg in natura De cliënten die gebruikmaken van jeugdzorg in Amsterdam hebben een keuze tussen ZIN, Pgb Jeugd of een combinatie van beide. Bij ZIN ontvangt de jeugdige zorg van een van de gecontracteerde partijen van de gemeente. Bij Pgb Jeugd koopt de budgethouder (verantwoordelijke voor kind) zorg in bij een zorginstelling naar eigen keuze.

Te zien is dat de afgelopen twee jaar het gebruik van Pgb Jeugd zonder ZIN is toegenomen en het gebruik van Pgb Jeugd met ZIN is afgevlakt voor specialistische behandelingen. Steeds meer cliënten kiezen dus zelf voor aanbieders en minder cliënten maken gebruik van de door de gemeente gecontracteerde aanbieders. In principe is het pgb een derde oplossing na de eigen context van de jeugdige en ZIN. De opvallende stijging van het pgb-gebruik in de afgelopen jaren wijst erop dat de pgb-route te makkelijk gevonden wordt door de inwoners van de gemeente Amsterdam. De stijging in het pgb-gebruik door inkoop- en verwijsstromen vanuit de gemeente en het OKT duidt op een niet-kloppend systeem dat het pgb-gebruik stimuleert vanwege de gebreken in het ZIN-systeem. Daarbij heeft de gemeente Amsterdam per 1 januari 2021 een nieuwe werkwijze voor de hoogspecialistische jeugdhulp. In deze vernieuwde werkwijze wordt gewerkt met een lumpsumfinanciering en vijf zorgvormen. Het aangepaste aanbod kan een verklaring zijn voor de toename in het aantal cliënten.

andere mogelijke verklaring is dat het pgb stimulerend werkt op de zorgvraag. Dat wil zeggen dat Pgb Jeugd mogelijk jeugdigen en ouders aantrekt die anders geen zorg zouden hebben aangevraagd, maar dit nu wel doen omdat zij een keuze hebben voor een budget. Zij zouden wellicht geen zorg via ZIN hebben aangevraagd, omdat de gecontracteerde aanbieders niet kunnen voorzien in hun zorgvraag. Met een eigen budget via Pgb Jeugd kunnen zij wél zorg inkopen die voorziet in hun behoefte. COVID-19 heeft het gebruik van Pgb Jeugd beïnvloed De periode 2020 tot 2022 is getekend door de covid-19-pandemie. Het aangepaste leven van jeugdigen in deze pandemie heeft de zorgvraag onder jongeren sterk doen stijgen. In deze instabiele tijden is de vraag naar begeleiding en behandeling groot onder jeugdigen. Dit is een mogelijke verklaring voor de stijging in het aantal cliënten dat gebruikmaakt van Pgb Jeugd in de periode 2020 tot en met 2022. Inflatie zorgt voor een stijging in kosten De afgelopen jaren is de inflatie sterk toegenomen. Deze was in 2022 zelfs 10%. Dit betekent dat voor alle aanbieders de kosten sterk zijn toegenomen. Dit heeft waarschijnlijk ook tot hogere kosten geleid bij de gemeente. De prijzen voor benzine zijn bijvoorbeeld sterk gestegen over de afgelopen jaren. Te zien is dat de kosten van de gemeente voor vervoer binnen Pgb Jeugd eveneens sterk zijn toegenomen vanaf 2020.

De hogere benzineprijzen door inflatie en de oorlog in Oekraïne zijn hier mogelijk een verklaring voor. Daarnaast is de verwachting dat de kosten blijven stijgen. Gemeente Amsterdam heeft voorlopige data voor 2023 aangeleverd, met de peildatum in ieder geval voor augustus 2023. Hierin is te zien dat het aantal cliënten al voor veel producten gelijk is aan dat van 2022 en de kosten per cliënt per jaar voor alle producten verder gestegen zijn. De totale kosten voor de gemeente Amsterdam stijgen dus nog verder dan afgelopen jaren.

Pgb Jeugd werkt stimulerend op de zorgvraag door keuzevrijheid Het aantal cliënten dat gebruikmaakt van Pgb Jeugd is toegenomen voor elke zorgvorm. Alhoewel de groei van het aantal cliënten gestagneerd lijkt te zijn in 2023, lijkt het gebruik van Pgb Jeugd aantrekkelijker geworden voor jeugdigen met een zorgvraag. Deels is de groei van Pgb Jeugd te verklaren door een groei in het totale aantal jeugdigen met een zorgvraag in Nederland en de gemeente Amsterdam. Maar een

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

19

5.

TarievenAmsterdam vergelekenmet anderegemeenten

2 1

Gemeente Amsterdam wijkt bij zowel het vaststellen als het indexeren van haar pgb-tarieven af van gemeenten Rotterdam, Haarlem, Den Haag en Almere In dit hoofdstuk vergelijken we de formele pgb-tarieven van de gemeente Amsterdam met de vijf vergelijkingsgemeenten: Utrecht, Rotterdam Den Haag, Almere en Haarlem. Hierbij geven we inzicht in hoe deze tarieven tot stand komen en hoe ze worden geïndexeerd. Het is van belang op te merken dat het niet bekend is of de tarieven in andere gemeenten wel toereikend zijn. De inzichten in dit hoofdstuk zeggen derhalve niets over de toereikendheid van de tarieven in Amsterdam; deze inzichten schetsen slechts een beeld van hoe de tarieven in Amsterdam zich verhouden tot die in andere grote gemeenten.

Totstandkoming pgb-tarieven Gemeenten tonen variatie in hoe zij hun pgb-tarieven vaststellen. Amsterdam heeft zijn pgb-tarieven vastgesteld op basis van normatieve berekeningen, waarbij het rekening houdt met: 1) de aard en omvang van de te verrichten taken; 2) de voor de sector toepasselijke cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functies; 3) een redelijke toeslag voor overheidskosten; 4) een voor de sector reële mate van nonproductiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en 5) kosten voor bijscholing van het personeel.1 Ook de gemeente Utrecht heeft haar pgb-tarieven vastgesteld op basis van normatieve berekeningen (toepasbare CAO, toeslagen etc. zoals vastgesteld in de algemene maatregelen van bestuur (AMvB) reële prijzen).2. Rotterdam, Haarlem, Den Haag en Almere leiden hun pgb-tarieven af van hun ZIN-tarieven. Echter, deze gemeenten verschillen wel in het percentage dat ze hebben afgeleid van de ZIN-tarieven. Zie de tabel hieronder: Percentage afleiding ZIN-tarieven Gemeente

Percentage

Amsterdam

n.v.t.

Rotterdam

90%

Haarlem

75%

Den Haag

75%

Almere

85%

Utrecht

n.v.t.

Indexeren pgb-tarieven Gemeenten zijn bevoegd om hun tarieven voor het pgb vast te stellen. Daarom hebben zij ook de vrijheid om te beslissen hoe ze deze tarieven indexeren, bijvoorbeeld ten behoeve van inflatie. Hieronder zullen we de indexeringssystematiek van de gemeente Amsterdam vergelijken met de indexeringsmethoden van de vijf andere gemeenten. Een specifieke analyse van indexatie in Amsterdam wordt ook in het volgende hoofdstuk toegelicht. Naast Amsterdam ontvangen ook andere gemeenten signalen dat de huidige tarieven voor het pgb niet toereikend zijn.3 Het doel van deze vergelijking is dan ook niet de beste methode voor indexering te kiezen, maar om informatie te verstrekken. Gemeente Utrecht is de enige gemeente in dit rijtje waarvan de indexeringspercentages 2019-2023 online beschikbaar waren. Voor de overige gemeenten zijn de indexeringspercentages handmatig teruggerekend aan de hand van de beschikbare tarieven 2019-2023. De tabel op de volgende pagina geeft een overzicht van de percentages waarmee gemeenten tussen 2019 en 2023 hebben geïndexeerd. Gemeente Amsterdam indexeert haar tarieven aan de hand van de CPI-index en houdt hier T-2 voor aan. Dat wil zeggen, de tarieven worden aan de hand van de CPI van twee jaar geleden geïndexeerd. In 2023 wordt er dus met de CPI van 2021 geïndexeerd.

Tussen 2019 en 2020 heeft de gemeente Amsterdam haar tarieven niet geïndexeerd. De tarieven voor ambulante jeugdhulp en dagbehandeling zijn met een paar cent verlaagd in 2021 (daling van 0,11% en 0,23%, respectievelijk). Opvallend is dat de gemeente Amsterdam haar tarieven voor vervoer sinds 2020 niet meer heeft geïndexeerd. Gemeente Utrecht daarentegen indexeert jaarlijks per 1 januari de tarieven aan de hand van de beschikbare loon- en prijsindexaties. De gemeente Utrecht indexeert op basis van recentere gegevens dan de gemeente Amsterdam. Gemeente Haarlem, Rotterdam en Den Haag zeggen te indexeren conform hun ZIN-tarieven. Echter, zij lijken niet consistent in het indexeren van hun pgb-tarieven. Een patroon dat we zien, is dat zij een aantal jaar met 0% indexeren en dan een ‘inhaaljaar’ hebben waarbij ze met een relatief hoog percentage indexeren.

Bron: (1) Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021; (2) Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023; (3) Per Saldo – Tarieven voor het pgb in veel gemeenten niet toereikend (maart 2023)

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

21

2 2

Amsterdam en Utrecht zijn de enige gemeenten die consistent jaarlijks indexeren; andere gemeenten hebben sinds 2019 een à twee keer geïndexeerd Percentage indexering tarieven Pgb Jeugd(A) 2020

2021

2022

2023

2019

2020

2021

2022

2023

Niet bekend

0%

• Ambulante jeugdhulp: -0,11% • Dagbeh. in groepsverband: -0,23% • Verblijf: 0% • Vervoer: 0%

• Ambulante jeugdhulp: 1,12% • Dagbeh. in groepsverband: 0% • Verblijf: 1,19% • Vervoer: 0%

• Ambulante jeugdhulp: 2,76% • Dagbeh. in groepsverband: 2,69% • Verblijf: 2,74% • Vervoer: 0%

0%

• Ambulante jeugdhulp: 4,76% • Dagbesteding: 4,91% • Begeleiding in groepsverband: 4,9% • Vervoer: 66,67% • Verblijf: 4,91%

0%

0%

0%

0%

0%

• Ambulante jeugdhulp: 6,85% • Dagbeh. in groepsverband: 6,28% • Verblijf: 6,43% • Vervoer: 0%

0%

0%

0%

0%

• Ambulante jeugdhulp: 3,28% • Vervoer: 1,01% • Overig: 2,52%

0%

• Ambulante jeugdhulp: 3,05% • Vervoer: 2,01% • Overig: 3,04%

2,74%

3,2%

3,45%

3,45%

4,4%

Utrecht

Rotterdam

Den Haag

2019

Amsterdam Haarlem

Percentage indexering tarieven Pgb Jeugd(A)

Noot: (A) Er is geen informatie beschikbaar over hoe de gemeente Almere haar pgb-tarieven indexeert. Bovendien waren alleen de tarieven voor het jaar 2023 beschikbaar; het was derhalve niet mogelijk om handmatig de indexering voor de voorgaande jaren te berekenen. (B) Het lijkt alsof de gemeente Utrecht als enige geen onderscheid maakt in zorgproducten bij het indexeren van haar tarieven; dit kan mogelijk verklaard worden doordat de indexeringspercentages van de andere gemeenten handmatig zijn berekend. Mogelijk dat de gemeente Utrecht ook aparte indices hanteert per segment, maar een gemiddelde publiceert omdat de indices dicht bij elkaar liggen.

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

22

2 3

Amsterdam categoriseert zijn aanvullende individuele ondersteuning in drie intensiteitscategorieën Gemeenten hanteren verschillende categorieën Het is belangrijk op te merken dat niet alle gemeenten dezelfde tariefstructuur hanteren voor verschillende niveaus van zorg binnen de verschillende segmenten van Pgb Jeugd. Op dit moment is het niet duidelijk op basis waarvan gemeenten producten toewijzen aan een bepaalde categorie, zoals ‘laag-’ of ‘hoogintensieve’ zorg. Zo is het mogelijk dat gemeente A een zorgproduct classificeert als ‘laagintensieve’ zorg, terwijl gemeente B hetzelfde zorgproduct beschouwt als ‘middelintensieve’ zorg. Dit is essentieel om in gedachten te houden bij het vergelijken van de tarieven van de verschillende gemeenten. Hieronder en op de volgende pagina’s vergelijken we de tarieven binnen de vier segmenten van Pgb Jeugd van de verschillende gemeenten met elkaar. Bij de start van iedere paragraaf wordt eerst uiteengezet op welke manier de gemeenten de verschillende niveaus van zorg binnen het desbetreffende segment categoriseren. Vervolgens worden de tarieven, waar mogelijk, met elkaar vergeleken en wordt duiding gegeven aan eventuele verschillen. Voor deze vergelijking nemen we de classificatie van de gemeente Amsterdam als basis en proberen we de categorieën van de andere gemeenten aan te sluiten op die van Amsterdam.

Na een analyse van alle vier de zorgsegmenten gaan we dieper in op hoe deze gemeenten hun pgbtarieven afleiden van hun ZIN-tarieven en hoe zij deze tarieven indexeren. Ook dit vergelijken we met de situatie in Amsterdam.

Categorisering pgb-tarieven aanvullende individuele ondersteuning Gemeente

Amsterdam

Laagintensief Praktische begeleiding en ondersteuning

Utrecht

Hoogintensief Specialistische begeleiding

Specialistische behandeling

Eén vast tarief

Haarlem

Variant 1 (MBO)

Den Haag

Laag

Variant 2 (HBO)

Midden

Hoog

Aanvullende individuele ondersteuning De tabel hiernaast geeft weer hoe de vijf gemeenten aanvullende individuele ondersteuning categoriseren. Amsterdam categoriseert zijn aanvullende individuele ondersteuning in praktische ondersteuning en begeleiding en specialistische begeleiding en specialistische behandeling, dus drie categorieën.

Almere

Eén vast tarief

Gemeente Rotterdam is niet opgenomen in de tabel. Rotterdam maakt gebruik van maximale pgb-tarieven per week, gebaseerd op resultaatgebieden en ondersteuningselementen. De nadere differentiatie in Rotterdam leent zich minder voor een vergelijking. Resultaatgebieden en ondersteuningselementen zeggen wat over het type zorg dat wordt ingezet. Hierin maakt Rotterdam ook onderscheid in intensiteit van de zorg aan de hand van acht treden, waarbij een hogere trede duidt op een hogere intensiteit van zorg.

© 2023 KPMG Advisory N.V., alle rechten voorbehouden.

Document Classification: KPMG Confidential

23

2 4

Amsterdam hanteert het laagste tarief voor laagintensief aanvullende individuele ondersteuning De tarieven voor laagintensief aanvullende individuele ondersteuning voor de gemeenten Amsterdam, Haarlem, Den Haag, Utrecht en Almere zijn hiernaast weergegeven. De tarieven van Utrecht (€ 61,61) en Almere (€ 53,04) liggen het hoogst. Dit is te verklaren doordat deze twee gemeenten één vast tarief hanteren voor zowel lage als hoge zorg. Amsterdam hanteert het laagste tarief. Bij de tarieven voor hoogintensief aanvullende individuele ondersteuning valt op dat Den Haag het hoogste tarief hanteert, namelijk € 82,35. Dit is een verschil van € 14,75 ten opzichte van Amsterdam. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat Den Haag als enige gemeente in dit rijtje de Jeugdzorg categoriseert in laagintensief, middenintensief en hoogintensief. Het is dus mogelijk dat Den Haag zorgproducten als ‘midden’ classificeert, terwijl andere gemeenten deze mogelijk als ‘hoog’ classificeren. Het uurtarief voor ‘midden’ aanvullende individuele ondersteuning in Den Haag is € 54,00 en ligt dus meer in lijn met de getoonde tarieven voor hoogintensieve aanvullende individuele ondersteuning. Gemeente Rotterdam maakt voor aanvullende individuele ondersteuning gebruik van maximaal pgb per week.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15544152/1