CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapportage integriteitsonderzoek Waternet - hfdst 3 en 4

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 4 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Het uiten van wensen en bedenkingen over het (voorgenomen) hoofdlijnenbesluit over de herijking van de governance van stichting Waternet (VN2024-007428)1.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integriteitsonderzoek Waternet Stichtingsbestuur Waternet

1

Colofon: Datum: 30 april 2024 Opdrachtgever: stichtingsbestuur Waternet

2

3. Conclusies 1. Er is geen sprake van belangenverstrengeling door dhr. Kruize21 De belangrijkste conclusie van dit onderzoek is dat dhr. Kruize zich niet schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling. Vanuit Waternet zijn geen opdrachten verstrekt aan Moorga / Organisatie ID. De werkzaamheden die Moorga verrichtte voor congressen in de watersector, werden uitgevoerd in opdracht van andere organisaties (KNW / IWC). Dhr. Kruize vervulde zijn nevenfuncties bij IWC en KNW op persoonlijke titel. Daarmee is dit geen verantwoordelijkheid van Waternet. Dat dhr. Kruize deze nevenfuncties vervulde, was bekend bij het Stichtingsbestuur en de directie van Waternet. Los daarvan: dhr. Kruize was niet betrokken bij en had geen operationele verantwoordelijkheid voor de opdrachtverleningen aan Moorga / Organisatie ID vanuit KNW of IWC. Degenen die dat wel hadden waren – inclusief medebestuurders – op de hoogte van de persoonlijke relatie tussen dhr. Kruize en Moorga / Organisatie ID.22 Vanaf 2011 had dhr. Kruize zelf geen betrokkenheid meer bij Moorga / Organisatie ID. Voor die tijd was hij vennoot. 2. Medewerkers van Waternet werden niet ingezet voor het organiseren van congressen Moorga / Organisatie ID organiseerde zelf geen congressen. Moorga / Organisatie ID leverde in opdracht van KNW en IWC ondersteunende werkzaamheden.

Daar waar er betrokkenheid is van medewerkers van Waternet aan deze zelfde congressen, ziet dat op een heel ander soort bijdrage. Medewerkers waren betrokken vanuit hun professionele expertise. Het gaat dan bijvoorbeeld om inhoudelijk bijdragen aan het programma. Tijdens de meest recente Amsterdam International Water Week (waar dhr. Kruize dus geen betrokkenheid meer bij had) was dit ook het geval. 3. Inzet Moorga voor ondersteunende werkzaamheden bij watergerelateerde congressen was bekend Dat Moorga in opdracht van KNW/IWC werd ingezet voor ondersteunende werkzaamheden bij congressen, was breed bekend – bij het stichtingsbestuur, en bij directieleden van Waternet. Naar de betrokkenheid van dhr. Kruize bij Moorga is in 2011 onderzoek gedaan door de gemeente Amsterdam. Toen is geconcludeerd dat er geen sprake was van belangenverstrengeling en dat voor de toekomst, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, het terugtreden als vennoot een passende maatregel zou zijn. Dit is vervolgens geeffectueerd.

21 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 14: "Is er door het handelen van dhr. Kruize sprake

geweest van belangenverstrengeling?" 22 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvragen 8 en 9: "Wat was er binnen Waternet, de gemeente Amsterdam of het waterschap bekend over de opdrachtverleningen door of via dhr. Kruize c.q. door Waternet aan Moorga / Organisatie ID?", "Wat was er binnen Waternet, de gemeente Amsterdam of het waterschap bekend over de status van dhr. Kruize als vennoot van Moorga / Organisatie ID?"

24

4. Geen sprake van onrechtmatig handelen door dhr. Kruize Er zijn in het onderzoek geen handelingen van dhr. Kruize bekend geworden waarmee Waternet is benadeeld, dan wel Moorga / Organisatie ID is bevoordeeld. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen.23 5. Er zijn geen integriteitskaders geschonden door dhr. Kruize Vanaf 2012 gelden er ten aanzien van nevenfuncties afspraken binnen Waternet. Deze afspraken zijn niet geschonden. 6. Geen ambtseed geschonden door dhr. Kruize Het afleggen van de ambtseed is binnen Waternet op een gegeven moment ingevoerd voor nieuwe medewerkers, niet voor zittende medewerkers. Dhr. Kruize heeft geen ambtseed afgelegd en daarmee kan er van schending geen sprake zijn. Overigens blijkt uit het onderzoek geenszins dat in strijd met de tekst van de ambtseed is gehandeld.24 7. Geen relevante bevindingen ten aanzien van andere onderzoekslijnen Voorafgaand aan het onderzoek werden de onderzoekslijnen ‘omgang met afgeschreven goederen’ en ‘leveren van fitnessdiensten’ aangedragen als relevant voor het onderzoek. Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden concluderen de onderzoekers dat er geen sprake is geweest van het bevoordelen van een familielid van dhr. Kruize door het laten leveren van de fitnessdiensten, noch van handelen in strijd met de regels waar het de omgang met afgeschreven goederen betreft.

Tot slot Dit onderzoek werd ingesteld na een nieuwsbericht waarin werd gekopt: ‘oud- Waternetbaas gunde jarenlang klussen aan familie’. Deze kop impliceert: -

Dat dhr. Kruize zelf opdrachten heeft verstrekt aan het bedrijf van zijn familie; Dat familie van dhr. Kruize heeft verdiend aan opdrachten van dhr. Kruize; Dat dhr. Kruize hiertoe misbruik maakte van zijn positie als directeur van Waternet.

Uit het onderzoek blijkt dat dit onjuist is. Ook blijkt uit het onderzoek dat de achterliggende feiten, die 13 jaar geleden aanleiding waren voor de Gemeente Amsterdam om een onderzoek te doen, na dat onderzoek niet zijn gewijzigd. Er hebben zich in die tussentijd geen nieuwe feiten voorgedaan.

23 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 15: "Hebben dhr. Kruize of Waternet uitvoering

gegeven aan onrechtmatig handelen?" 24 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 16: "Hoe verhoudt het handelen van dhr. Kruize zich tot de inhoud van een eventueel afgelegde ambtseed of tot andere integriteitskaders van Waternet?"

25

4. Aanbevelingen integriteitszorg Naast het beantwoorden van de onderzoeksvragen die zich specifiek richten op de te onderzoeken casus, heeft dit onderzoek zich ook gericht op het formuleren van aanbevelingen voor de integriteitszorg, gericht op het voorkomen van belangenverstrengeling in de toekomst. Daarbij is de volgende onderzoeksvraag gesteld: Welke controlemechanismen zijn er of kunnen worden ontwikkeld om te voorkomen dat belangenverstrengeling plaatsvindt binnen Waternet? Op basis van de gevoerde gesprekken, de bestudeerde documentatie en de bevindingen van dit onderzoek formuleren de onderzoekers de volgende aanbevelingen.25 1. Zorg voor een eigen integriteitsorganisatie Waternet is een organisatie met ruim 1800 medewerkers. De omvang van de organisatie vraagt om een eigen integriteitsorganisatie met een duidelijke rol en verantwoordelijkheid ten aanzien van het onderwerp integriteit. Door één of meerdere personen aan te stellen met een specifieke verantwoordelijkheid op het gebied van integriteit krijgt deze rol en verantwoordelijkheid een duidelijke plaats in de organisatie. Daarbij kan allereerst gedacht worden aan het aanstellen van een integriteitscoördinator.

Een integriteitscoördinator kan integriteitsbeleid coördineren en implementeren, zorgen voor heldere communicatie over de integriteitskaders, de uitvoering van integriteitskaders bewaken en fungeren als centraal informatiepunt voor medewerkers. Daarnaast kan een integriteitscoördinator de samenhang en volledigheid van het integriteitsbeleid bewaken en zich richten op het verduidelijken van de interne kaders. Tot slot kan deze ook betrokken worden op het moment dat er bij (mogelijke) integriteitsschendingen of meldingen over integriteitsschendingen intern of extern onderzoek nodig is. Het inrichten van de integriteitsorganisatie maakt ook dat de bestaande initiatieven meer in samenhang worden opgepakt en geëvalueerd. 2. Zorg voor een duidelijk kader voor het melden van nevenfuncties In de gevoerde gesprekken kwam naar voren dat er geen eenduidige praktijk is als het gaat om het melden en documenteren van nevenwerkzaamheden. Onduidelijk was wanneer medewerkers nevenwerkzaamheden moesten melden, op welke wijze zij dat moeten doen en op welke manier een leidinggevende toestemming kan geven. Dit geldt voor alle functies; ook voor de directeur. Zorg daarom als organisatie voor een duidelijke afspraak met een uniforme werkwijze voor het melden, goedkeuren en registreren van nevenwerkzaamheden.

Bestaande afspraken, bijvoorbeeld ten aanzien van het bespreken van nevenfuncties bij indiensttreding, kunnen dan opnieuw onder de aandacht worden gebracht. Een afwegingskader ten aanzien van nevenfuncties, biedt houvast bij de beslissing om een nevenfunctie te (gaan) vervullen of goed- dan wel af te keuren.

25 Hiermee wordt antwoord gegeven op onderzoeksvraag 13: " Welke controlemechanismen zijn er of kunnen

worden ontwikkeld om te voorkomen dat belangenverstrengeling plaatsvindt binnen Waternet?"

26

3. Zet in op het vergroten van het integriteitsbewustzijn in de organisatie Met het oprichten van een eigen integriteitsorganisatie kan herhaaldelijk het gesprek gevoerd worden over het onderwerp integriteit om het bewustzijn op het onderwerp te vergroten. Een integriteitsorganisatie kan als aanjager dienen voor de uitvoering van het bestaande beleid. Daarnaast kan een zelfstandige integriteitsorganisatie als centraal orgaan de verbinding leggen tussen de directie en de medewerkers. Belangrijk is dat er binnen de gehele organisatie van Waternet stelselmatig aandacht komt voor de rol van integriteit in de dagelijkse praktijk. Integriteit en integriteitsbewustzijn is niet iets wat kan worden afgevinkt maar moet onderdeel worden van de organisatie en de werkhouding van medewerkers. Dit vereist een blijvende dialoog door middel van trainingen, bijeenkomsten en het bespreken van dilemma’s. Er worden op dit moment trainingen aangeboden via de Waternet Academie en ook op andere momenten wordt het onderwerp geagendeerd. Hier kan bij worden aangesloten. Ook een jaarlijks terugkerend moment om te spreken over integriteit, nevenfuncties en aanpalende zaken, draagt er aan bij dat zaken preventief (kunnen) worden besproken. 4. Richt een screeningsbeleid in Het screeningsbeleid is in ontwikkeling.

Neem hier in mee dat er gedifferentieerd kan worden naar functionaris als het gaat om de benodigde screening en bepaal per functie een passende en proportionele wijze van screening.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14336651/1