CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapportage Evaluatie regeling andere dag-en weekindeling G5

RAAD 18 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Voortgang Lerarenagenda 2023-2027 (VN2024-011489)25.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT EINDRAPPORTAGE EVALUATIE REGELING ANDERE DAG- EN WEEKINDELING G5 EINDRAPPORT

AUTEURS KOEN VAN DER VEN EN DANIEL PRITSCH (SEO) WENDY DE GEUS, ANKE SUIJKERBUIJK EN ARISSA RIEMENS (OBERON) IN OPDRACHT VAN MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP AMSTERDAM, APRIL 2024

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

i

Samenvatting Schoolleiders en onderwijsgevend personeel ervaren meestal positieve gevolgen voor de continuïteit van het onderwijs en het verminderen van het personeelstekort door de inzet van andere professionals. De impact op de onderwijskwaliteit kan positief zijn, mits de andere professional de juiste vaardigheden bezit. De inzet van externe professionals uit andere sectoren wordt veelal positiever ervaren dan de inzet van andere professionals met een onderwijsfunctie. De regeling Andere dag- en weekindeling G5 is een maatregel ter bestrijding van het lerarentekort in de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere (de G5).1 Deze rapportage is de eindrapportage van het monitor- en evaluatieonderzoek naar deze regeling. Met de regeling mag in de schooljaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 een deel van de onderwijstijd worden ingevuld door professionals uit andere sectoren dan het onderwijs (= externe professionals), met activiteiten (vooral) gericht op creatieve, sociale, technische of digitale vaardigheden. Ook wordt de regeling ingezet om het onderwijs anders te organiseren, waarbij andere professionals uit het onderwijs (niet zijnde bevoegde leerkrachten) worden ingezet in de klas om het lerarentekort op te vangen, zoals onderwijsassistenten of leraarondersteuners of andere onderwijsfuncties (= andere professionals met een onderwijsfunctie).

Niet overal is het onderscheid tussen deze twee groepen gemaakt/mogelijk, dan spreken we van ‘andere professionals’. In schooljaar 2023/2024 zijn er 61 aangemelde scholen, verdeeld over Almere en Amsterdam. Ook scholen in Rotterdam, Den Haag en Utrecht maken gebruik van de mogelijkheden van de regeling, maar hebben zich niet aangemeld voor de regeling. Scholen maken voornamelijk gebruik van de regeling vanwege het lerarentekort, maar er zijn ook scholen die hebben deelgenomen omdat ze de werkdruk willen verlagen of omdat ze het onderwijs anders vorm willen geven vanuit hun onderwijsvisie. Over het algemeen zijn betrokken actoren (schoolleiders, bestuurders, onderwijsgevend personeel, ouders, leerlingen en andere professionals) tevreden met de inzet van de andere professionals. Sinds het begin van de regeling zijn schoolleiders minder ontevreden over de inzet van andere professionals. Onderwijsgevend personeel lijkt over het algemeen kritischer dan schoolleiders, de andere professionals geven juist aan (zeer) tevreden te zijn. De belangrijkste succesfactoren en knelpunten zijn: ● De pedagogische en didactische vaardigheden van de andere professional kunnen een knelpunt vormen voor het succes van de inzet. De ene professional heeft dat beter onder de knie dan de andere.

Als de pedagogische en didactische vaardigheden van de andere professional niet op orde zijn, vormt dat een risico voor de kwaliteit van de lessen; ● Goede ondersteuning en begeleiding van de andere professional is belangrijk, zeker gezien het belang van de pedagogische en didactische vaardigheden;

1

Scholen mogen volgens de regeling voor maximaal 22 uur per maand andere professionals in plaats van een bevoegde leraar voor de klas zetten. Deze professionals nemen dan een deel van de onderwijstijd over. De kernvakken Nederlandse taal, rekenen/wiskunde en zintuiglijke en lichamelijke opvoeding zijn hiervan uitgesloten.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

●

●

ii

De samenwerking en afstemming tussen andere professionals en school wordt meer dan eens benoemd als een succesfactor. Dat kan meerdere zaken betekenen. Er moet helder gecommuniceerd worden over wederzijdse verwachtingen. Hoe beter de samenwerking en afstemming, des te meer de professionals zich onderdeel voelen van het team. Als er geen binding is met het team, wordt dat gezien als risico; Randvoorwaarde voor een succesvolle inzet lijkt ook te zijn dat er draagvlak voor is binnen de school. Leerkrachten, maar ook leerlingen en ouders, moeten akkoord zijn met het idee, wat niet altijd het geval is. Kennismaking met de wijze waarop een school andere professionals inzet, lijkt daarin te helpen voor ouders.

Door de regeling ervaren de meeste schoolleiders en onderwijsgevend personeel positieve gevolgen voor de continuïteit van het onderwijs en het verminderen van het personeelstekort. Bovendien kan het onderwijs vaker doorgang vinden door de inzet van andere professionals en hoeven leerlingen minder vaak naar huis gestuurd te worden bij uitval. De (zelf gerapporteerde) impact van de regeling op de onderwijskwaliteit is deels positief. Vier op de tien schoolleiders en onderwijsgevend personeel ervaren positieve gevolgen voor de onderwijskwaliteit. Dat komt allereerst door de verbeterde continuïteit van het onderwijs, waardoor leerlingen minder vaak thuiszitten. Daarnaast verzorgen andere professionals verrijkende vakken met een rijker curriculum tot gevolg, maar daardoor kunnen leraren zich ook richten op de kernvakken. Echter geeft een deel van de schoolleiders (een derde) aan het (zeer) oneens te zijn met de stelling dat de regeling positieve gevolgen heeft op de onderwijskwaliteit. Hierbij is de bekwaamheid van de andere professional een belangrijke randvoorwaarde. Zowel bij schoolleiders als het onderwijsgevend personeel ervaart de meerderheid positieve gevolgen van deelname aan de regeling voor kansengelijkheid, organisatie van het onderwijs en de werkdruk van leraren. De betaalbaarheid van de inzet van andere professionals is voor veel scholen een aandachtspunt.

Over het algemeen zien schoolleiders en onderwijsgevend personeel vaker positieve gevolgen voor de onderwijskwaliteit en de andere impactindicatoren van de inzet van externe professionals uit andere sectoren, dan wanneer andere professionals met een onderwijsfunctie worden ingezet. Figuur S.1

Alternatieve situaties zijn niet haalbaar of niet wenselijk

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

iii

Uit bovenstaande opbrengsten van de regeling kunnen we concluderen dat de regeling vaak een positieve bijdrage levert in het voorkomen van personeelstekorten en de gevolgen hiervan vermindert. Door de inzet van andere professionals kan onderwijs vaker doorgang vinden en wordt voorkomen dat kinderen naar huis worden gestuurd. De inzet van andere professionals is noodzakelijk voor scholen om het lerarentekort het hoofd te bieden en om onderwijs doorgang te laten vinden. Wanneer er wordt besloten om de regeling niet te verlengen of de wet aan te passen, zou dit betekenen dat de continuïteit verder onder druk komt te staan.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Inhoudsopgave Samenvatting

i

1

1

2

3

4

5

Inleiding 1.1

De regeling Andere dag- en weekindeling G5

1

1.2

Het onderzoek

2

1.3

Representativiteit

5

Implementatie van de regeling

7

2.1

Aangemelde scholen

7

2.2

Stedelijke aanpak regeling

9

2.3

Rol en visie besturen

10

2.4

Betrokkenheid ouders

11

2.5

Inzet van de regeling

11

2.6

Werving, begeleiding en samenwerking andere professionals

15

Tevredenheid

20

3.1

Schoolbesturen

20

3.2

Schoolleiders

21

3.3

Onderwijsgevend personeel

23

3.4

Andere professionals

27

3.5

Ouders/leerlingen

28

Opbrengsten regeling

32

4.1

Continuïteit van het onderwijs

32

4.2

Onderwijskwaliteit

33

4.3

Kansengelijkheid

38

4.4

Organisatie van het onderwijs

39

4.5

Verminderen werkdruk

41

4.6

Verminderen van personeelstekort

43

4.7

Betaalbaarheid van het onderwijs

44

4.8

Welbevinden leerlingen

45

Conclusies

47

Bijlage A Gebruik van de regeling in Rotterdam, Den Haag en Utrecht

53

Bijlage B Representativiteit op basis van CBS Microdata

66

Bijlage C Portretten schoolbezoeken invulling regeling

68

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

1

1

Inleiding

De regeling Andere dag- en weekindeling G5 is een maatregel ter bestrijding van het lerarentekort in de vijf grote steden in de Randstad. Met de regeling mag in de schooljaren 2020/2021 tot en met 2023/2024 een deel van de onderwijstijd worden ingevuld door andere professionals met activiteiten gericht op creatieve, technische, sociale of digitale vaardigheden. Deze rapportage is de eindrapportage van het monitor- en evaluatieonderzoek naar deze regeling.

1.1 De regeling Andere dag- en weekindeling G5 Het lerarentekort in het primair onderwijs is een landelijk probleem. Deze tekorten zijn extra nijpend in de grote steden in de Randstad. Elk van de zogenoemde G5-gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere) heeft begin 2020 een noodplan opgesteld voor de aanpak van het lerarentekort. Voor één maatregel daaruit biedt OCW vanaf schooljaar 2020-2021 tot en met 2023-2024 ruimte middels de regeling Andere dag- en weekindeling G5. Scholen mogen volgens de regeling voor maximaal 22 uur per maand andere professionals in plaats van een bevoegde leraar voor de klas zetten. Deze professionals nemen dan een deel van de onderwijstijd over. De kernvakken Nederlandse taal, rekenen/wiskunde en zintuiglijke en lichamelijke opvoeding zijn hiervan uitgesloten. Met de regeling is bedoeld dat deze onderwijstijd wordt ingevuld door professionals uit andere sectoren dan het onderwijs met activiteiten gericht op uiteenlopende vaardigheden waar zij expertise op hebben (zoals creatieve, technische, sociale of digitale vaardigheden). Deze groep andere professionals noemen we in het vervolg externe professionals.

Echter wordt de regeling ook ingezet om het onderwijs anders te organiseren, waarbij andere professionals uit het onderwijs dan de bevoegde leerkracht worden ingezet in de klas om het lerarentekort op te vangen, zoals onderwijsassistenten, leraarondersteuners of andere onderwijsfuncties. Zij verzorgen dan zelfstandig delen van het lesprogramma. Er zijn echter – los van de regeling – al mogelijkheden om dit vorm te geven. Andere professionals die vanuit deze gedachte worden ingezet noemen we in het vervolg andere professionals met een onderwijsfunctie. Wanneer er geen onderscheid tussen de twee groepen is gemaakt/mogelijk is, spreken we van ‘andere professionals’. In totaal hebben 29 besturen een beschikking ontvangen om gebruik te maken van deze ruimte voor een andere dag- en weekindeling. Onder deze besturen vallen 636 scholen. Scholen die daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van de ruimte die deze regeling heeft geboden, hebben een plan opgesteld waarmee de medezeggenschapsraad moest instemmen en hebben zich jaarlijks individueel aangemeld via een online registratiesysteem. De verscheidenheid aan manieren waarop scholen de regeling inzetten, is groot. Sommige scholen vullen een ‘vijfde dag’ met lessen van andere professionals (zoals een ‘talentendag’), andere scholen verspreiden de lessen meer over de week.

Ook de typen professionals, soort lessen/activiteiten, het aantal uren en de betrokken groepen verschillen. In Bijlage C zijn daarom enkele portretten opgenomen met sprekende voorbeelden. Verscheidenheid zit er ook tussen de vijf gemeenten in welke mate de regeling is opgepakt. Hoofdstuk 2 gaat hier uitgebreid op in.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

2

1.2 Het onderzoek Het monitor- en evaluatieonderzoek is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek en Oberon, en bestaat uit twee delen. Met een implementatiemonitor kijken we naar de manier waarop de deelnemende scholen invulling hebben geven aan een andere dag- en weekindeling met de inzet van andere professionals. Door middel van een impactevaluatie hebben we de opbrengsten/effecten van de regeling vastgesteld op de personeelstekorten, onderwijskwaliteit, kansengelijkheid, continuïteit, werkdruk en organisatie van het onderwijs.

Onderzoeksvragen In dit onderzoek geven we antwoord op de volgende hoofdvraag: In hoeverre biedt een andere dag- en weekindeling met inzet van andere professionals een oplossing aan scholen in de G5 voor het omgaan met personeelstekorten, rekening houdend met de onderwijskwaliteit, kansengelijkheid, continuïteit, werkdruk en organisatie van het onderwijs? Onderzoeksvragen binnen de implementatiemonitor: A. Welke en hoeveel besturen en scholen melden zich aan om deel te nemen aan de regeling? B. Welke en hoeveel besturen en scholen maken daadwerkelijk gebruik van de geboden wettelijke ruimte? C. Voor welke varianten van een andere dag- en weekindeling kiezen scholen wanneer zij gebruikmaken van de extra ruimte die de regeling biedt? D. Wat voor andere professionals (dan bevoegde leraren) worden er ingezet? E. Welke activiteiten voor leerlingen worden georganiseerd en verzorgd door de andere professionals (dan bevoegde leraren)? F. In hoeverre wordt gekozen voor dezelfde activiteiten door scholen en in hoeverre zit er variatie in? G. Hoe lang maken scholen gebruik van de wettelijke ruimte? H. Wat zijn redenen voor scholen om zich aan- en af te melden om de wettelijke ruimte te gebruiken? I. In hoeverre krijgen scholen het georganiseerd om andere professionals (dan bevoegde leraren) voor de klas te zetten? J.

Hoe pakken scholen de inzet van andere professionals aan; wat gaat daarbij goed en wat zou beter kunnen? K. Hoe tevreden zijn de verschillende actoren (besturen, schoolleiding, leraren, leerlingen en ouders) met de regeling? Onderzoeksvragen binnen de impactevaluatie: L. Welke impact heeft de regeling op de omgang met de personeelstekorten? M. Welke impact heeft de regeling op de onderwijskwaliteit van scholen? N. Welke impact heeft de regeling op de kansengelijkheid van leerlingen? O. Welke impact heeft de regeling op de continuïteit van het onderwijs? P. Welke impact heeft de regeling op de organisatie van het onderwijs? Q. Welke impact heeft de regeling op de werkdruk van het onderwijspersoneel? R. Welke impact heeft de regeling op de betaalbaarheid van het onderwijs? S. Verschilt de impact op bovenstaande indicatoren naar gelang schoolkenmerken (zoals regio) en de inzet van het type andere professionals, het type activiteiten dat door hen wordt verzorgd en de duur van de inzet van de andere professionals?

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

3

Onderzoeksmethoden Om inzicht te krijgen in de wijze waarop scholen invulling geven aan de regeling is een combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek verricht. Er is gebruikgemaakt van de gegevens uit het aanmeldsysteem, digitale vragenlijsten en verdiepende interviews/schoolbezoeken. In Tabel 1.1 zijn de verschillende onderzoeksmethoden gekoppeld aan de kernindicatoren van dit onderzoek. In dit rapport verwijzen icoontjes in de zijlijn naar het onderzoeksinstrument dat is gebruikt voor bepaalde resultaten. Tabel 1.1

Impactindicatoren en (belangrijkste) onderzoeksinstrumenten Omgang personeelstekorten

Onderwijskwaliteit

Kansengelijkheid van leerlingen

Continuïteit van het onderwijs

Organisatie en betaalbaarheid van het onderwijs

Online aanmeldsysteem Digitale vragenlijsten

X X

X

CBS Microdata Verdiepende interviews/ schoolbezoeken

Werkdruk van het onderwijspersoneel

X

X

X

X

X

X

X

X

X X

X

Online aanmeldsysteem Via het online aanmeldsysteem, beheerd door SEO en Oberon, kunnen scholen kenbaar maken dat ze gebruikmaken van de regeling. Zij doen dat door een formulier in te vullen waaruit de onderzoekers globaal de aanpak kunnen bepalen.

Digitale vragenlijsten Bij de scholen die zich in het schooljaar 2023-2024 hebben aangemeld voor de regeling zijn in de periode oktobernovember 2023 digitale vragenlijsten uitgezet onder de betrokkenen. De vragenlijsten zijn ingevuld door 25 schoolleiders, 97 onderwijsgevende personeelsleden, 152 ouders en 21 andere professionals (zie Tabel 1.2). Tabel 1.2

De respons op digitale vragenlijsten

Vragenlijst

Respons

Aantal scholen (uitgezet onder 61 scholen)

Respons per school

Schoolleiders

25

25

1 per school

Onderwijsgevend personeel

97

17

min = 1, mediaan = 4, max = 23

Ouders

152

12

min = 1, mediaan = 9, max = 44

Andere professionals

21

11

min = 1, mediaan = 2, max =4

Bron:

Vragenlijsten onder de verschillende actoren, SEO Economisch Onderzoek/Oberon (2024)

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

4

CBS Microdata Aan de hand van de CBS Microdata is gekeken naar de kenmerken van de aangemelde scholen in de G5 versus de niet-aangemelde scholen, om te bepalen in hoeverre aangemelde scholen afwijken van de rest. Ook is een vergelijking getrokken met scholen in de rest van Nederland. Daarnaast is gekeken naar de ontwikkeling op enkele indicatoren die samenhangen met onderwijskwaliteit, zoals het aandeel zittenblijven en eindtoetsadviezen (tegenwoordig doorstroomtoets).

Verdiepende interviews/ schoolbezoeken Om meer zicht te krijgen op de implementatie van de regeling zijn bij een aantal deelnemende scholen schoolbezoeken gehouden. Hierbij zijn semigestructureerd interviews afgenomen met het schoolbestuur, de schoolleider, de medezeggenschapsraad (MR), enkele leraren, enkele leerlingen en enkele andere professionals. In de gesprekken werd gevraagd naar de invulling van de regeling, het verloop van de implementatie, de resultaten, het vervolg van de regeling en eventuele aanpassingen van de regeling die schoolleiders voor ogen hadden. Het streven was tien schoolbezoeken, met de nadruk op de aangemelde scholen (Almere en Amsterdam). In Utrecht, Den Haag en Rotterdam zijn geen scholen aangemeld, maar wordt desondanks gebruikgemaakt van de regeling (zie rapportage vorige meting; Van der Ven et al., 2023). In deze steden is steeds één school benaderd voor een schoolbezoek. In verband met de drukte op de scholen (veelal als gevolg van het lerarentekort) en wisseling in bestuurders, was niet bij elke school een volledig schoolbezoek mogelijk (zie Tabel 1.3).

Hoewel de scholen in Utrecht, Den Haag en Rotterdam formeel geen gebruikmaken van de regeling worden de resultaten uit deze schoolbezoeken wel verwerkt in deze rapportage (H2, H3 en H4), omdat de wijze waarop deze scholen gebruikmaken van de inzet van andere professionals vergelijkbaar is met de scholen die zich wel hebben aangemeld voor de regeling. De interviews zijn getranscribeerd, waarna de transcripten van de interviews zijn geanalyseerd via de software van Atlas.ti versie 23. Tabel 1.3 Gemeente

Overzicht interviews/schoolbezoeken begin 2024, per schoolbestuur Bestuur

Almere

X

Almere

X

Almere

X

Amsterdam

X

Amsterdam

Schoolleiding

Leraren

MR

Leerlingen

Andere professionals

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Amsterdam

X

X

Amsterdam

X

X

Utrecht

X

X

Den Haag

X

X

Rotterdam

X

X

X

Eerdere metingen Het onderzoek is gestart in schooljaar 2020/2021 en kent per jaar een meting. Het verschilt per jaar welke onderzoeksmethoden zijn ingezet. Zo zijn er in het eerste jaar geen digitale vragenlijsten uitgezet vanwege het lage aantal aanmeldingen. In Tabel 1.4 is het overzicht van de methoden per meting weergegeven.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Tabel 1.4

De ingezette onderzoeksmethoden per meting

Meting

Ingezette methoden

Opmerking

Schooljaar 2020/2021

1. 2.

Online aanmeldsysteem Digitale schoolbezoeken

Vanwege lage aantallen geen digitale vragenlijsten, vanwege corona digitale schoolbezoeken

Schooljaar 2021/2022

1. 2. 3.

Online aanmeldsysteem Digitale vragenlijsten Verdiepende interviews schoolleiders

Schooljaar 2022/2023

1. 2. 3. 4.

Online aanmeldsysteem Digitale vragenlijsten Verdiepende interviews schoolleiders Representativiteitsonderzoek

Onder niet-aangemelde scholen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht een extra uitvraag gedaan over gebruik van de regeling (Representativiteitsonderzoek)

Schooljaar 2023/2024

1. 2. 3. 4. 5.

Online aanmeldsysteem Digitale vragenlijsten Schoolbezoeken Analyses op basis van CBS Microdata Digitale vragenlijsten scholen Rotterdam, Den Haag en Utrecht

Via schoolbesturen in Rotterdam, Den Haag en Utrecht meer informatie opgehaald over gebruik en inzet van de regeling

5

1.3 Representativiteit Om grip te krijgen op de representativiteit van het onderzoek hebben we Figuur 1.1 gemaakt. Die geeft middels een trechter weer welke niveaus we onderscheiden. Bovenaan de trechter staan alle po-scholen in de G5, onderaan de trechter de scholen die gerespondeerd hebben in de meest recente meting van de vragenlijst.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Figuur 1.1

Noot:

Bron:

6

Aantallen scholen, aangemelde scholen en responderende scholen vergeleken

Po-scholen in de G5 is op basis van Duo Open Data 2023-2024, aangemelde scholen is op basis van het aanmeldsysteem van de regeling 2023-2024, responderende scholen is op basis van enquête schoolleiders meting 2023-2024 CBS Microdata, aanmeldsysteem regeling, enquête schoolleiders, SEO & Oberon

In principe mogen alle po-scholen in de G5 gebruikmaken van de regeling, mits hun besturen zich hebben aangemeld. Een deel van die scholen van aangemelde besturen heeft zich aangemeld voor de regeling, maar we weten ook dat niet alle scholen die in de aard werken volgens de regeling zich hebben aangemeld. Het is dus niet vast te stellen of de aangemelde scholen representatief zijn voor alle scholen die gebruikmaken van de mogelijkheden van de regeling. In de vorige tussenrapportage (Van der Ven et al., 2023) is hiernaar gekeken door een willekeurige steekproef van niet-aangemelde scholen te benaderen. Zo’n dertig tot vijftig procent van de scholen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zou gebruikmaken van de regeling zonder zich te hebben aangemeld, wat zou neerkomen op 180 tot 300 scholen. Vaak gaat het om scholen die leraarondersteuners of professionals met andere onderwijsfuncties voor de klas zetten. De scholen die hebben deelgenomen aan de enquête zijn representatief voor alle po-scholen in de G5. In hoofdstuk 2 komt naar voren hoe de aangemelde scholen zich verhouden tot alle po-scholen in de G5 (de rechterpijl in Figuur 1.1). Uit de enquête blijkt dat er in de meest recente meting vaker scholen met externe professionals hebben gerespondeerd dan scholen die andere professionals inzetten met een onderwijsfunctie.

In de metingen van 20212022 en 2022-2023 zijn de verschillen tussen de aangemelde scholen en responderende scholen minder groot. In de duiding van het meest recente jaar hebben we rekening gehouden met de oververtegenwoordiging van scholen die externe professionals inzetten door de resultaten niet samen te nemen maar onderscheid te maken tussen de groep scholen die externe professionals inzet en de groep scholen die andere professionals met een onderwijsfunctie inzet.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

2

7

Implementatie van de regeling

In schooljaar 2023/2024 zijn er 61 actieve scholen, verdeeld over Almere en Amsterdam. Vaker dan in voorgaande metingen worden andere professionals met onderwijsfuncties ingezet, en eveneens vaker voor de volle 5,5 uur per week of meer. In dit hoofdstuk bespreken we hoe de aangemelde scholen de regeling inzetten. De primaire bron is het aanmeldsysteem, waarin scholen informatie hebben gegeven over het type professional, de soort activiteiten/lessen, voor welke groepen de professionals staan en de intensiteit van de inzet (aantal uur per week). Daarnaast hebben we in de enquête onder schoolleiders enkele verdiepende vragen gesteld over het gebruik van de regeling en is er in de verdiepende interviews/schoolbezoeken ingegaan op de reden(en) om andere professionals in te zetten. Representativiteit is onderzocht met de Microdata. Waar het resultaten betreft uit een andere bron dan het aanmeldsysteem, hebben we dat met het icoontje in de zijlijn aangegeven.

2.1 Aangemelde scholen Ten opzichte van de vorige meting zijn er 27 nieuwe aanmeldingen bijgekomen, bovenop 34 heraanmeldingen van scholen die vorige jaren ook waren aangemeld (Figuur 2.1). De toename komt vooral door (nieuwe) aanmeldingen uit Amsterdam (zie Figuur 2.2). Er zijn ook nog 23 aanmeldingen na het meetmoment 2022-2023 die voor 20232024 weer zijn afgemeld. In totaal zijn er 113 scholen ooit actief aangemeld geweest gedurende de looptijd van de regeling. Figuur 2.1

In 2023-2024 zijn er 61 scholen aangemeld, het hoogste aantal van alle schooljaren

Aantal scholen in het aanmeldsysteem 2020-2021

31

2021-2022

16

Actief: 31

3

12

19

Automatisch uitgeschreven

Actief: 31

Zelf uitgeschreven 2022-2023

7

24

13

Heraanmeldingen

Actief: 37

Nieuwe aanmeldingen 2023-2024

2 0

Bron:

20

34 40

Aanmeldsysteem regeling, SEO & Oberon

27 60

Actief: 61 80

100

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Figuur 2.2

8

Ten opzichte van vorig schooljaar zijn er vooral scholen uit Amsterdam bijgekomen

Gemeente waar aangemelde scholen zich bevinden 70 60 50 40 30 20

2 22

24

Den Haag Amsterdam

35

32

2022-2023

2023-2024

Almere

7 2020-2021

Bron:

29

6

10 0

1

2

2021-2022

Aanmeldsysteem regeling, SEO & Oberon

Reden voor deelname Scholen maken voornamelijk gebruik van de regeling vanwege het lerarentekort. 59 procent van de scholen heeft dat als reden opgegeven in het aanmeldsysteem (niet weergegeven). Daarnaast zijn er enkele scholen die ‘anders organiseren’ als reden hebben opgegeven, dat zijn vooral scholen uit Almere. Ook heeft 31 procent van de scholen, voornamelijk uit Amsterdam, aangegeven dat ze zich hebben aangemeld omdat dat gevraagd was vanuit de besturen. Dat komt doordat in samenwerking met de projectleider van de regeling Andere dag- en weekindeling uit Amsterdam eind vorig schooljaar een verzoek is gedaan bij schoolbesturen om scholen zich te laten aanmelden. Dat heeft geleid tot de nieuwe aanmeldingen uit deze stad, zoals ook Figuur 2.2 laat zien.2 Ook uit de verdiepende gesprekken blijkt dat de meeste scholen deelnemen aan de regeling vanwege het lerarentekort. Hierbij gaat het om scholen die momenteel te maken hebben met (grote) tekorten, maar ook om scholen die op dit momenteel geen lerarentekort hebben, maar dat wel verwachten en hierop inspelen. Verschillende betrokkenen geven ook aan dat verlaging van de werkdruk onder leraren een reden was om andere professionals in te zetten. Maar er zijn ook scholen die deelnemen omdat ze het onderwijs anders vorm willen geven. Hierin wordt de ontplooiing van het kind als belangrijke reden genoemd.

De expertise van vakleraren zorgt ervoor dat leerlingen zich op een andere manier kunnen ontwikkelen.

Duur deelname Zeven procent van de scholen die gedurende de looptijd van de regeling zijn aangemeld (= in minstens één schooljaar een actieve aanmelding), zijn voor de volledige vier jaar van de regeling aangemeld geweest. De meeste scholen (56 procent) hebben zich maar één jaar aangemeld. De rest (38 procent) is twee of drie jaar aangemeld geweest.

Representativiteit van aangemelde scholen in relatie tot alle scholen in de G5 Op basis van CBS Microdata geven we in Bijlage B enkele kenmerken weer van de scholen (en hun leerlingen) die zich hebben aangemeld voor de regeling. Ter vergelijking geven we deze kenmerken ook weer voor alle nietaangemelde scholen binnen de G5 en voor alle scholen buiten de G5. Binnen de groep aangemelde scholen

2

Er is weinig zicht op de reden dat scholen zich afmelden voor de regeling. Slechts vier afgemelde scholen hebben een reden opgegeven. Ofwel waren er uiteindelijk toch voldoende leraren, ofwel zijn ze nooit begonnen.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

9

hebben we ook ingezoomd op de scholen die méér dan twee schooljaren zijn aangemeld. Daarmee kunnen we vaststellen of de groep scholen die voor langere tijd aangemeld is, afwijkt van andere groepen scholen. Op basis van Figuur B.1 in Bijlage B zijn er geen significante verschillen tussen aangemelde scholen en nietaangemelde scholen uit de G5 wat betreft schoolgrootte. Ook wat betreft leerlingpopulatie, weergegeven via opleidingsniveau ouders, migratieachtergrond, eindtoetsniveaus en inkomen ouders, zijn er geen significante verschillen (zie Figuur B.2 tot en met Figuur B.4). Ook zijn er geen verschillen tussen de groep scholen die méér dan twee jaar zijn aangemeld en de niet-aangemelde scholen in de G5. Door de relatief kleine omvang van de groep scholen die méér dan twee jaar aangemeld zijn, is het moeilijker om significante verschillen vast te stellen en dus logischer dat er geen significante verschillen zijn. Op basis van bovenstaande concluderen we dat de aangemelde scholen niet significant verschillen van nietaangemelde scholen. De groep aangemelde scholen is dus representatief wat betreft deze onderzochte kenmerken voor de gehele G5.

2.2 Stedelijke aanpak regeling De G5 hebben in 2019-2020 noodplannen opgesteld om het lerarentekort het hoofd te bieden. Naar aanleiding van de noodplannen is er per stad een convenant gesloten met specifieke afspraken passend bij de stad. Het verschilt per stad in welke mate er afspraken zijn opgesteld over de regeling Andere dag- en weekindeling G5, en in welke mate de regeling is toegepast, zoals blijkt uit Figuur 2.2. We beschrijven per stad kort hoe de stedelijke aanpak is ingericht. Vaak gaat de maatregel die betrekking heeft op de regeling hand-in-hand met andere maatregelen rondom ‘anders organiseren’, waardoor in de praktijk de scheidslijnen tussen maatregelen diffuus zijn. ●

●

●

Almere: één van de vijf maatregelen uit het convenant Almere is volledig gericht op de regeling Andere dagen weekindeling G5. Er zijn stadsbrede kaders vastgesteld wanneer scholen gebruik mogen maken van de regeling. Binnen de gemeente Almere zijn er middelen verbonden aan deelname aan de regeling, mits scholen voldoen aan alle voorwaarden zoals gesteld in de stadsbrede kaders. Er is een werkgroep met een externe projectleider en vertegenwoordigers van de drie grote schoolbesturen in Almere die toezien op de maatregel. Almere maakt gebruik van een website (Andersom Almere, vergelijkbaar met de website uit Amsterdam) om de match tussen de vraag van scholen en het aanbod van externe professionals te ondersteunen. De werkgroep heeft een actieve rol in het aansturen op aanmelding voor de regeling. Alleen als scholen zich hadden aangemeld voor de regeling, konden ze middelen vanuit het convenant ontvangen. Amsterdam: ook in Amsterdam is één van de maatregelen uit het convenant gericht op de regeling Andere dag- en weekindeling G5. Er is in september 2021 gestart met een pilotfase waarbij zeven Amsterdamse scholen hebben geëxperimenteerd met de regeling. Tijdens de pilotfase was er sprake van cofinanciering door de gemeente Amsterdam. In kalenderjaar 2022 is de maatregel breder uitgezet, zonder cofinanciering.

Via een website (Andersom Amsterdam) wordt ondersteuning geboden bij de matching tussen de vraag van scholen en het aanbod van externe professionals. Er is een projectteam met vertegenwoordiging vanuit BBO Amsterdam (en een schoolbestuur als portefeuillehouder), die samen alle deelnemende en toekomstigdeelnemende scholen ondersteunen. Het projectteam heeft een actieve rol in het laten aanmelden van scholen voor de regeling. Den Haag: het inzetten van anders bevoegden volgens de regeling Andere dag- en weekindeling G5 is geen losse maatregel in Den Haag, maar is onderdeel van een pakket aan mogelijkheden, verweven in meerdere maatregelen in het Haagse convenant. Scholen en schoolbesturen in Den Haag maken zelf keuzes welke

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

●

●

10

(onderdelen van) maatregelen ze inzetten, waar de inzet van andere personeelscategorieën er één van kan zijn. Bij het ene bestuur pakken ze dat meer op dan bij het andere. Bijna geen van de scholen die in Den Haag gebruikmaken van andere professionals voor de klas hebben zich bij de onderzoekers aangemeld. Rotterdam: in Rotterdam is één van de maatregelen gericht op de regeling Andere dag- en weekindeling G5. De regeling vindt in Rotterdam geen navolging omdat de opzet van de regeling niet strookte met de visie van de schoolbesturen binnen de gemeente. De regeling vereist een plan van aanpak van de school om zo snel mogelijk weer van de alternatieve invulling terug naar normaal te komen. In de visie van de besturen in de stad kan je zo niet tot duurzame oplossingen komen. Het is niet zo dat er binnen de stad helemaal niet gewerkt wordt met andere professionals. De scholen die daar gebruik van maken hebben zich alleen niet aangemeld. Utrecht: in Utrecht is één van de maatregelen gericht op ‘anders organiseren’. Deze maatregel omvat verschillende submaatregelen, waarvan één maatregel gericht is op de ‘vijfde dag’. Daarbinnen worden scholen gestimuleerd gebruik te maken van anders bevoegden voor de groep.

Ook andere submaatregelen hebben duidelijke raakvlakken met de regeling Andere dag- en weekindeling G5, zoals de inzet van onderwijsambassadeurs, waarbij werknemers van buiten het onderwijs een jaar lang één dag in de week meedraaien in het onderwijs. Er is niet gestuurd op aanmelding voor de regeling indien er gebruik van wordt gemaakt.

2.3 Rol en visie besturen In de verdiepende gesprekken geven de meeste schoolbesturen aan dat ze het anders organiseren stimuleren bij de scholen, ook wanneer scholen (nog) niet kampen met een lerarentekort. Dan wordt het anders organiseren veelal vanuit visie gestimuleerd als verrijking van het onderwijsaanbod en de brede ontwikkeling van leerlingen. Ook wordt er benoemd dat andere professionals worden ingezet om het werkplezier van leraren te verhogen door kritisch te kijken naar de kwaliteiten van alle betrokkenen (o.a. academische leraren, leraren en onderwijsassistenten) en het onderwijs hieromheen te organiseren. De besturen zorgen voor kennisdeling onder de verschillende schoolleiders over hoe het anders organiseren vormgegeven kan worden. Daarnaast heeft een aantal besturen kwaliteitskaders opgesteld voor de inzet van andere professionals, om de onderwijskwaliteit te bewaken. Binnen deze kaders zijn scholen vaak vrij om een eigen invulling te geven aan het anders organiseren van het onderwijs. Eén bestuur geeft als kader dat er vier dagen leraren voor de klas staan en de vijfde dag een onderwijsondersteuner of een vakdocent. Ook geven enkele schoolbesturen aan dat ze de schoolleiding ondersteunen wanneer die tegen weerstand bij ouders of leraren aanloopt.

Enkele schoolbesturen geven ook aan dat het lerarentekort heeft gefungeerd als een ‘wake-up-call’, waardoor men door urgentie gedwongen wordt om samen na te gaan denken over een visie op onderwijs. Het heeft een kans geboden om naar meer toekomstgericht onderwijs te gaan, waarbij men het onderwijs dynamischer organiseert door met de beschikbare mensen en middelen het onderwijs kwalitatief goed vorm te geven. Zo gaf één schoolbestuurder aan: “Het is vanuit een bedreiging omgezet naar een kans, om te kijken hoe ze onderwijs aantrekkelijk kunnen maken voor hun leerlingen”.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

11

2.4 Betrokkenheid ouders De meeste ouders zijn goed op de hoogte van het feit dat hun kind soms les krijgt van andere professionals. Bij de eerste meting gaf 75 procent van de ouders aan dat ze hiervan op de hoogte waren. Bij de tweede en derde meting gold dit zelfs voor 100 procent van de responderende ouders, maar hierbij kan sprake zijn een selectiebias waarbij alleen ouders die op de hoogte zijn van de regeling, ook gerespondeerd hebben. Over de betrokkenheid en tevredenheid van de MR kunnen we op basis van de enquête onder ouders niks zeggen. Daarvoor is de respons onder ouders die in de MR zitten te laag (minder dan 8 per meting). In de verdiepende gesprekken blijkt dat de MR toestemming heeft gegeven voor de inzet van andere professionals. Maar de plannen waren op sommige scholen uit nood geboren bij een acuut lerarentekort, waardoor deze snel en zonder inspraak van de MR geschreven zijn. Op de meeste scholen wordt de MR regelmatig door de directie op de hoogte gehouden over de inzet van andere professionals in de school. De communicatie vanuit de school naar ouders over de inzet van andere professionals verschilt per school en situatie. Op sommige scholen zijn ouders goed op de hoogte over de inzet van andere professionals binnen de school, bijvoorbeeld door middel van een informatieavond.

Ook is er op sommige scholen gekozen om ouders stapsgewijs op de hoogte te stellen van grote veranderingen. Op andere scholen worden ouders niet expliciet geïnformeerd over welke professional er voor de klas staat met welke bevoegdheid, vaak om onrust onder ouders te voorkomen.

2.5 Inzet van de regeling Type professional en soorten activiteiten/lessen Uit Figuur 2.3 maken we op dat volgens de aanmeldingen vaker andere professionals ingezet zijn met onderwijsfuncties dan professionals uit een bepaald vakgebied (andere vier opties). In de huidige meting komt dit vooral door nieuwe aanmeldingen uit Amsterdam. Dat zijn overwegend scholen die andere professionals met onderwijsfuncties inzetten. Wanneer we deze scholen niet meerekenen zijn de resultaten zeer vergelijkbaar met de vorige meting. De ‘nieuwe’ Amsterdamse scholen hebben een andere inzet in vergelijking met de scholen die ook in vorige metingen zaten.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Figuur 2.3

12

Andere professionals met een onderwijsfunctie worden het meest ingezet

Type professional dat wordt ingezet 100% 90%

26%

80% 70%

13%

60%

13%

cultureel/creatief

7% bewegen/gezondheid

13%

wetenschap/techniek

50%

33%

40%

49% dig. vaard./burgerschap/ wereldoriëntatie

42%

30% 20% 10%

27%

23%

2022-2023

2023-2024

11%

0%

2021-2022 Bron:

23%

onderwijsfuncties overig/niet gespecificeerd

Aanmeldsysteem regeling, SEO & Oberon

Dat zien we ook terug in Figuur 2.4 (zie hieronder), waaruit blijkt dat er vaker reguliere lessen worden gegeven door de andere professionals dan in voorgaande metingen. Toen waren er vaker activiteiten in de vier specifieke richtingen (cultureel/creatief, bewegen/gezondheid, wetenschap/techniek, digitale vaardigheden/burgerschap/ wereldoriëntatie). Overigens is het iedere meting zo dat er vaker activiteiten/lessen in de vier specifieke richtingen worden ingezet, dan dat er professionals uit die richtingen worden ingezet. Figuur 2.4

Vaak worden reguliere lessen gegeven door andere professionals

Soort activiteit/les dat wordt aangeboden 100% 90% 80%

30%

70% 60% 50%

40% 30% 20% 10% 0%

18% 12% 6%

20%

9% 5% 24%

16%

cultureel/creatief

13%

bewegen/gezondheid

8% 8%

wetenschap/techniek

38%

26% 8% 2021-2022

Bron:

22%

dig. vaard./burgerschap/ wereldoriëntatie reguliere lessen

20%

16%

2022-2023

2023-2024

overig/niet gespecificeerd

Aanmeldsysteem regeling, SEO & Oberon

Wanneer we het type professional vergelijken met het soort activiteit, dan zien we dat professionals met een onderwijsfunctie vooral reguliere lessen geven (55 procent in 2023/2024), maar daarnaast ook andere soorten activiteiten. Professionals cultureel/creatief, bewegen/gezondheid, wetenschap/techniek en digitale vaardigheden/ burgerschap/wereldoriëntatie geven bijna geen reguliere lessen, maar vooral lessen in één van de richtingen.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

13

Uit de verdiepende gesprekken kwam naar voren dat andere professionals vooral worden ingezet voor lessen in de richting cultureel/creatief, zoals lessen beeldende vorming, drama/theater en muziek. Andere professionals in de richting bewegen/gezondheid geven bijvoorbeeld sport- of danslessen. Er werd minder vaak gesproken over andere professionals die lessen gaven in de richting wetenschap/techniek en digitale vaardigheden/burgerschap/ wereldoriëntatie. Wanneer die wel aangeboden werden, ging het voornamelijk om timmerlessen en lessen geschiedenis, aardrijkskunde, biologie of een combinatie daarvan.

Leerjaren en groepen Figuur 2.5 laat zien dat andere professionals soms in alle acht leerjaren worden ingezet. Daarin zien we wel verschillen tussen de metingen. In de vorige meting was dat nog de helft, in de huidige meting dertig procent. Daarentegen zien we een toename in (bijna) alle andere aantallen leerjaren. Resultaten uit de enquête sluiten hierbij aan. Aan schoolleiders is gevraagd welk aandeel van de leerlingen les krijgt van de andere professionals. In de huidige meting heeft 29 procent aangegeven dat tachtig tot honderd procent van de leerlingen les krijgt, in de vorige metingen lag dat aandeel op zo’n 40 procent. Figuur 2.5

Andere professionals worden soms ingezet in alle acht groepen

Aantal leerjaren waar andere professionals worden ingezet 60% 49%

50%

42%

40% 30%

30% 22% 21% 20% 10%

6%

5%

13% 8% 8%

15% 11% 10%

13%

3% 3%

7%

7%

10% 5% 7%

6 leerjaren

7 leerjaren

3% 3%

0% 1 leerjaar

2 leerjaren

3 leerjaren

4 leerjaren

2021-2022 Bron:

5 leerjaren

2022-2023

8 leerjaren

2023-2024

Aanmeldsysteem regeling, SEO & Oberon

Figuur 2.6 laat zien dat scholen de andere professionals in alle groepen inzetten, maar de inzet verschilt per leerjaar. Bij 74 procent van de aangemelde scholen staan de andere professionals voor groep 1, het hoogste aandeel. Groep 4 is de groep waar het minst vaak andere professionals voor de klas staan, maar toch nog in 52 procent van de scholen. Over de hele breedte is er een afname te zien, wat samenhangt met het feit dat er minder vaak in acht groepen lesgegeven wordt (Figuur 2.5).

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Figuur 2.6

14

Andere professionals worden in alle groepen ingezet

De groepen waar andere professionals worden ingezet 90% 80% 70%

78% 74% 68%

78% 65%

66%

70% 65%

68% 56%

60%

71%70%

65%

61%

68% 68%67%

81%78%

73% 65%

52%

64%

59%

50% 40% 30% 20% 10% 0% Groep 1

Groep 2

Groep 3

Groep 4

2021-2022 Bron:

Groep 5

2022-2023

Groep 6

Groep 7

Groep 8

2023-2024

Aanmeldsysteem regeling, SEO & Oberon

Intensiteit inzet Figuur 2.7 laat zien dat andere professionals meestal minder dan twee uur per week, óf juist vijf uur of meer per week worden ingezet. Hierin zien we wel verschillen over de tijd. Aan schoolleiders is in de enquête gevraagd of de andere professionals het hele jaar worden ingezet. In de huidige meting is dat bij drie kwart het geval, vergelijkbaar met vorige metingen (82 en 85 procent). Figuur 2.7

Andere professionals worden vooral minder dan twee uur, of juist vijf uur of meer per week ingezet

Aantal lesuur per week dat andere professional verzorgt 50%

43%

45% 40% 35% 30%

41%

35% 26%

26%

25%

22%

19%

20%

17% 13%

15%

9%

10%

8%

8%

10%

15% 8%

5% 0% <2 uur

2 tot 3 uur 2021-2022

Bron:

Aanmeldsysteem regeling, SEO & Oberon

3 tot 4 uur 2022-2023

4 tot 5 uur 2023-2024

5 uur of meer

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

15

2.6 Werving, begeleiding en samenwerking andere professionals Werving Figuur 2.8 geeft de gebruikte wervingskanalen weer volgens schoolleiders die de enquête hebben ingevuld. Bij een meerderheid van de scholen in de huidige meting hebben de scholen al eerder gewerkt met de andere professionals. In de vorige metingen was dat aandeel lager. Dat wijst erop dat er sprake is van langdurigere samenwerkingen. Ook zien we in de huidige meting een toename in het aandeel scholen waarbij de andere professionals zelf contact hebben gelegd met de scholen. Figuur 2.8

Scholen hebben veelal eerder samengewerkt met de andere professionals

Wervingskanalen die scholen hebben ingezet 50% 47%

Al eerder samengewerkt 35%

Geworven via andere (centrale) organisatie in de regio

47% 44%

15% 24% 32%

Zelf contact met school gelegd

25%

Professionals uit de omgeving van onze school

41% 32%

15% 24% 24%

Geworven via andere manier Geworven via goede verhalen andere scholen

10% 18% 4%

Geworven via ouders

5% 6% 4%

Geworven via gemeente

5% 0% 4% 0%

Bron:

68%

2021/2022 2022/2023 2023/2024

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Vragenlijst onder schoolleiders, SEO Economisch Onderzoek/Oberon, 2021 (n=20), 2022 (n=17), 2023 (n=25)

Figuur 2.9 laat zien dat het volgens schoolleiders niet ingewikkelder is geworden om andere professionals te werven ten opzichte van vorige metingen, maar ook niet eenvoudiger. Het aandeel ‘ingewikkeld’ is gedaald, maar het aandeel (zeer) eenvoudig ook. Toelichtingen van oorzaken waardoor werving ingewikkeld was, zijn de huidige arbeidsmarktkrapte en concurrentie, maar ook dat de anders bevoegden wel kwalitatief goed moeten zijn. Dus zowel kwantitatieve als kwalitatieve oorzaken dragen bij aan moeizame werving.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Figuur 2.9

16

Scholen zijn verdeeld over hoe ingewikkeld het is om andere professionals te werven; het grootste deel is neutraal

Hoe ingewikkeld was het om de andere professionals te werven? 2021/2022

20%

2022/2023

12%

2023/2024

12% 0%

10%

Zeer ingewikkeld Bron:

50%

24%

16% 20%

30%

Ingewikkeld

40%

30%

29%

29%

44%

16%

50%

60%

Niet eenvoudig, niet ingewikkeld

70%

80%

Eenvoudig

6%

12% 90%

100%

Zeer eenvoudig

Vragenlijst onder schoolleiders, SEO Economisch Onderzoek/Oberon, 2021 (n=20), 2022 (n=17), 2023 (n=25)

In de verdiepende gesprekken geven schoolleiders ook aan dat ze vooral andere professionals inzetten met wie ze al eerder hebben samengewerkt, of dat ze ingehuurd worden via een externe organisatie. Wanneer er eerder samengewerkt is met een andere professional, is de samenwerking vaak naar tevredenheid. Bij het inhuren van andere professionals via een externe organisatie geven schoolleiders aan dat dit vaker voor een uitdaging zorgt. De externe organisaties kunnen niet altijd voldoen aan de vraag naar andere professionals, en andere professionals functioneren niet altijd naar tevredenheid. Dit heeft voornamelijk te maken met de pedagogische en didactische kwaliteiten van de andere professionals. Ook maken scholen gebruik van andere kanalen om andere professionals te werven. Zo maken scholen in onder andere Utrecht gebruik van ambassadeurs vanuit Utrecht Leert. Hierbij worden andere professionals, die willen bijdragen aan het onderwijs of twijfelen of onderwijs iets voor hen is, gekoppeld aan scholen. Verschillende betrokkenen geven aan dat ze knelpunten voorzien in de werving van andere professionals als in de toekomst met een toename van het lerarentekort de vraag naar andere professionals zal toenemen. Aan de andere kant zijn er ook schoolleiders die aangeven dat het aanbod de afgelopen tijd is toegenomen.

Verschillende schoolbesturen en schoolleiders geven aan dat er meer ‘cowboys’ op de markt komen die scholen zelf benaderen en hoge prijzen hanteren. Een schoolbestuurder benoemt ook de onzekerheid vanuit het perspectief van de aanbieders: “Ook voor aanbieders is het lastig, hoeveel mensen nemen ze aan? Dat is een risico, omdat het onduidelijk is hoeveel vraag er zal zijn. Dit moet gaan groeien”.

Begeleiding Begeleiding van de andere professionals kan geschieden door iemand van de school of door de organisatie waar ze voor werken. Volgens schoolleiders worden de andere professionals het vaakst begeleid door iemand van de school, maar we zien ook een duidelijke stijging in het aandeel begeleiding door de organisatie waar de professionals voor werken (Figuur 2.10). Ook zien we dat een kwart van de schoolleiders aangeeft dat de andere professionals begeleid worden door een andere organisatie. Het kan dus zijn dat begeleiding vaker gebeurt buiten de school om. Vanuit Amsterdam weten we dat een aantal organisaties een breed pakket aan organisatorische en

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

17

praktische zaken regelen om de scholen te ontlasten. De stadsbrede projectbegeleiding stuurt er ook op aan dat organisaties deze service aanbieden. Figuur 2.10 Volgens schoolleiders worden andere professionals vooral door iemand van de school begeleid

Begeleiding van andere professionals volgens schoolleiders 100% 80% 60%

65%

59% 60%

40%

52% 25%

29%

15%

24% 12%

0%

0% Ze worden door iemand van onze school begeleid

0%

Ze worden door de Ze worden door een organisatie waarvoor andere partij begeleid ze werken begeleid 2021/2022

Bron:

24% 15%

20%

2022/2023

Ze worden niet begeleid

6%

0%

Weet niet of ze worden begeleid

2023/2024

Vragenlijst onder schoolleiders, SEO Economisch Onderzoek/Oberon, 2021 (n=20), 2022 (n=17), 2023 (n=25)

Professionals geven zelf aan het vaakst te worden begeleid door de schoolleider (Figuur 2.11) en binnen de school in mindere mate ook door de groepsleerkracht of in een enkel geval de onderwijsassistent. Ook geeft een derde van de professionals aan begeleid te worden door de organisatie waar ze voor werken. Dat is minder vaak dan schoolleiders dat hebben aangegeven. Rond de twintig procent geeft aan helemaal niet begeleid te worden. Dat is vaker zo op scholen die andere professionals met onderwijsfuncties inzetten.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

18

Figuur 2.11 Volgens andere professionals worden ze het vaakst begeleid door de schoolleider

Begeleiding van andere professionals volgens andere professionals 100% 80%

60% 42% 40%

42%40% 32%

41%

28%

20%

32%

28% 8%

0% Begeleid door schoolleider

0% 3%

Begeleid door Begeleid door groepsleerkracht onderwijsassistent 2021/2022

Bron:

10%

Begeleid door organisatie waarvoor ik werk

2022/2023

21% 20% 15%

21%23% 17%

Begeleid door iemand anders

Ik word niet begeleid

2023/2024

Vragenlijst onder andere professionals, SEO Economisch Onderzoek/Oberon, 2021 (n=14), 2022 (n=15), 2023 (n=21)

Bijna alle responderende andere professionals vinden dat ze voldoende begeleid worden (97 procent in laatste meting). Dat aandeel is bovendien gestegen (was 83 procent in eerste meting). Dat is in lijn met de hoge tevredenheid onder andere professionals. Uit de verdiepende gesprekken blijkt eveneens dat begeleiding zowel via de school als via een externe organisatie wordt gegeven, waarbij veel schoolleiders de voorkeur geven aan begeleiding vanuit de school. Eén schoolbestuur geeft aan dat de begeleiding vanuit een externe organisatie door de tijd heen verbeterd is, soms na het volgen van een korte opleiding. Wanneer studenten voor de klas staan die nog geen onderwijsbevoegdheid hebben, is de begeleiding vaak vanuit de opleiding geregeld. Daar hebben de schoolleiders over het algemeen vertrouwen in. Er wordt wel een onderscheid gemaakt tussen andere professionals die een enkele les komen geven en andere professionals die onderdeel van het team zijn. Als iemand maar voor één keer komt, is de begeleiding er vooral op gericht om de dag goed te laten verlopen. Wanneer iemand structureel aan de school verbonden is, wordt er vaker met andere professionals besproken waar ze tegenaan lopen of worden er evaluatiemomenten ingepland.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

19

Samenwerking Uit de verdiepende gesprekken komt naar voren dat leraren samenwerking met andere professionals noodzakelijk vinden. Sommige leraren geven aan dat ze de overdracht met andere professionals missen. Vooral bij de start van de inzet van andere professionals verliep dit nog niet altijd goed. Gaandeweg is er op de meeste scholen meer overdracht en afstemming ontstaan tussen leraren en andere professionals. Leraren geven aan dat ze het liefst een mondelinge overdracht hebben, maar wanneer dat niet kan, wordt ook schriftelijke overdracht gedaan. Uit de gesprekken die gevoerd zijn met andere professionals komt ook naar voren dat zij het prettig vinden om een overdracht te krijgen vanuit de leerkracht. Zo weten ze wat er speelt bij leerlingen en kunnen ze hier in hun lessen op inspelen. Er wordt wel genoemd dat andere professionals soms te weinig weten over zorgleerlingen om adequaat op hun gedrag te reageren. Achteraf wordt dit vaak wel met de leerkracht besproken, maar de andere professionals zouden hier liever vooraf al van op de hoogte zijn. Het verschilt per school en aanbieder wie de inhoud van de lessen bepaalt. Op veel scholen gebeurt dit in samenwerking tussen de andere professional en de leraren, waarbij gewerkt wordt vanuit de leerlijnen. Op andere scholen worden de onderwijsprogramma’s gemaakt door de andere professionals aan de hand van een aantal eisen (o.a.

aansluiting bij thema en kerndoelen) die worden nagekeken door de directeur. Ook is binnen één schoolbestuur een inhoudsdeskundige ingehuurd om met alle leraren de invulling en vormgeving van de lessen door andere professionals te bepalen. De schoolbestuurder geeft hierbij aan: “Als je een blauwdruk geeft kan je weerstand krijgen van scholen, nu bedenken ze het zelf. Uitgangspunt is dat eigenaarschap bij school ligt en medewerkers”.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

3

20

Tevredenheid

Ruim de helft van de schoolleiders is (zeer) tevreden over de inzet van andere professionals. Over het algemeen lijkt onderwijsgevend personeel kritischer over de uitvoering van de regeling dan schoolleiders, ouders en andere professionals. Desondanks is het merendeel van het onderwijsgevend personeel tevreden over de deelname aan de regeling en ziet het overgrote deel draagvlak voor de inzet van andere professionals bij het team, de leerlingen en ouders. Op basis van enquêtes onder schoolleiders, onderwijsgevend personeel, andere professionals en ouders is de tevredenheid met de inzet en aspecten daarvan in kaart gebracht. Per meting is er een andere samenstelling van scholen die gerespondeerd hebben. Verschillen tussen metingen kunnen daardoor ontstaan door verschillen in samenstelling in plaats van ontwikkelingen over de tijd. Om de verschillen tussen metingen te duiden hebben we waar mogelijk ingezoomd op (respondenten van) scholen die aan meerdere metingen hebben meegedaan. Dat geeft meer grip op de verklaring van verschillen tussen de metingen. Daarnaast maken we waar mogelijk onderscheid naar de groep scholen die professionals uit externe vakgebieden inzetten, ten opzichte van andere professionals met een onderwijsfunctie. Welke professionals scholen inzetten, hebben we vastgesteld aan de hand van de gegevens in het aanmeldsysteem.

3.1 Schoolbesturen Onder schoolbesturen zijn geen enquêtes verspreid, maar er zijn wel verdiepende gesprekken met hen gevoerd. Uit deze gesprekken komt een gemengd beeld naar voren wat betreft hun tevredenheid over de inzet van andere professionals. Veel schoolbesturen zijn (erg) tevreden over de inzet van andere professionals. Het zorgt ervoor dat leraren ontlast worden, er is een fijne samenwerking met andere professionals en de leerlingen zijn enthousiast. Ook wordt de toegenomen (etnische) diversiteit op scholen door de inzet van andere professional als pluspunt genoemd. Ook is een aantal niet tevreden. Zo geeft één schoolbestuur aan dat het vaste onderwijsteam zorgt voor rust en regelmaat op school, en de inzet van andere professionals juist tot onrust leidt. Daarnaast zou dit bestuur andere professionals graag inzetten om leraren te ontlasten, maar ze hebben niet de financiële mogelijkheden om andere professionals boventallig in te zetten. De andere professional wordt alleen ingezet wanneer er geen leerkracht beschikbaar is. Meerdere schoolbesturen geven aan dat het lerarentekort een blijvend probleem is en dat daardoor het onderwijs structureel anders georganiseerd moet worden. Het werkt het best wanneer dit vanuit een visie wordt gedaan.

In de praktijk verloopt onderwijsvernieuwing echter langzaam en zorgt het lerarentekort ervoor dat dit niet vanuit een visie, maar uit nood wordt gedaan. Daardoor wordt er minder tijd genomen voor de organisatie en gaat dit soms ten koste van de onderwijskwaliteit.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

21

3.2 Schoolleiders Schoolleiders zijn veelal tevreden over de inzet van de andere professionals (Figuur 3.1). Door de jaren zijn schoolleiders minder ontevreden geworden. De figuur laat zien dat in de meest recente meting minder schoolleiders (zeer) ontevreden zijn met de inzet van professionals. Wanneer we alleen kijken naar schoolleiders die alle drie de metingen hebben ingevuld, zien we hetzelfde patroon. Figuur 3.1

Meer dan de helft van de schoolleiders is (zeer) tevreden met de inzet van andere professionals

Tevredenheid van schoolleiders met inzet van professionals 0% 2021/2022

2022/2023

10%

5%

5%

12%

2023/2024

Zeer ontevreden Bron:

20% 15%

6%

30%

40%

50%

60%

45%

12%

32%

Ontevreden

70%

80%

90%

100%

30%

41%

24%

44%

Niet tevreden, niet ontevreden

6%

20%

Tevreden

Zeer tevreden

4%

Geen mening

Vragenlijst onder schoolleiders, SEO Economisch Onderzoek/Oberon, 2021 (n=20), 2022 (n=17), 2023 (n=25)

In de meest recente meting zien we een verschil tussen scholen die externe professionals inzetten en scholen die andere professionals met onderwijsfuncties inzetten. Schoolleiders uit de tweede groep zijn vaker zeer tevreden (24 procent) dan schoolleiders uit de eerste groep (nul procent). Het aandeel tevreden en zeer tevreden samen scheelt niet veel (50 procent in de eerste groep, 55 procent in de tweede groep). Schoolleiders lichten in de meest recente meting toe dat de tevredenheid samenhangt met de bekwaamheid van de andere professionals. De ene onbevoegde leraar is wél erg bekwaam, de andere kan minder goed lesgeven. Dat was in de vorige meting ook al benoemd. De inzet kan een verrijking vormen wanneer de andere professional zelfstandig voor de klas kan staan. Dat beeld kwam uit vorige metingen ook naar voren. Figuur 3.2 laat zien dat schoolleider op meerdere aspecten (zeer) tevreden zijn, zoals de afspraken over wederzijdse verwachtingen, draagvlak binnen het team of de aansluiting met de leerlingen in de klas. Wel constateren we bij sommige aspecten een daling in de tijd van het aandeel dat (zeer) tevreden is. Dat is het grootste bij het draagvlak binnen het team, de pedagogische/didactische vaardigheden van de andere professionals en de afspraken over de wederzijdse verwachtingen.

Tegelijkertijd zien we dat er niet meer schoolleiders zijn die (zeer) ontevreden zijn, maar vooral meer schoolleiders die niet tevreden en niet ontevreden zijn. Bij de inhoudelijke overdracht met de andere professionals is er juist een stijging te zien op de tevredenheid. Bij de groep schoolleiders die alle metingen heeft ingevuld, zien we eenzelfde verschuiving: vooral meer schoolleiders die het niet goed en niet slecht vinden. We zien op de onderzochte aspecten geen grote verbetering, maar ook zeker geen verslechtering, wat we eveneens zagen bij de overall tevredenheid.

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

Figuur 3.2

22

Schoolleiders zijn tevreden over de meeste aspecten ten aanzien van de inzet van andere professionals

Oordeel over verschillende aspecten t.a.v. andere professionals

Mate waarin Inhoudelijke andere Afspraken Pedagogische Fysieke overdracht professionals over de Aansluiting /didactische overdracht van met de andere orde kunnen wederzijdse met leerlingen vaardigheden de leerlingen professionals houden verwachtingen uit de klas professionals

Draagvlak binnen het team

0%

Noot: Bron:

10%

2021/2022

5%

2023/2024

4%

2021/2022

5%

2023/2024

8%

2021/2022

10%

2023/2024

4%

2021/2022

5%

2023/2024

4%

2021/2022

20%

30%

10%

50%

60%

70%

32%

32%

12%

Zeer slecht

Slecht

4%

80%

5% 68%

15%

4%

45%

40%

5%

36%

44%

4%

16%

2023/2024

5%

56%

24%

10%

4%

60%

10%

2021/2022

5% 40%

36%

8%

4%

50%

25%

2023/2024

100%

28%

48%

5%

90% 30%

40%

2021/2022

80%

55%

10%

2023/2024

40%

25%

40%

24%

5%

56%

25%

8%

55% 32%

Niet goed, niet slecht

4%

5% 5% 48%

Goed

10%

Zeer goed

8%

Nvt/weet ik niet

Omwille van de leesbaarheid zijn alleen de resultaten van de eerste meting (2021/2022) en de meest recente meting (2023/2024) weergegeven. Zie het vorige rapport voor de resultaten van de tweede meting (2022/2023) Vragenlijst onder schoolleiders, SEO Economisch Onderzoek/Oberon, 2021 (n=20), 2023 (n=25)

INZET VAN ANDERE PROFESSIONALS VOOR DE AANPAK VAN HET LERARENTEKORT

23

Bij scholen die andere professionals met onderwijsfuncties inzetten zijn schoolleiders vaker tevreden over de aansluiting met leerlingen uit de klas dan bij scholen die externe professionals inzetten (64 procent tegenover 50 procent). Dat is te verklaren vanuit het gegeven dat de andere professionals met onderwijsfuncties vaak al collega’s waren en dus de kinderen goed/beter kennen, hoewel het verschil in percentage ook weer niet heel groot is. Schoolleiders op scholen die andere professionals met onderwijsfuncties inzetten zijn juist negatiever over de mate waarin de andere professionals orde kunnen houden in de klas (24 procent tegenover 10 procent). Dat is opvallend aangezien algemene tevredenheid doorgaans samenhangt met tevredenheid over de bekwaamheid van andere professionals, waar orde kunnen houden in de klas onderdeel van is. Dit lijkt niet helemaal te stroken met het feit dat schoolleiders op deze scholen vaker zeer tevreden zijn. Op de andere aspecten zijn er geen noemenswaardige verschillen. In de verdiepende gesprekken benoemen de meeste schoolleiders dat ze tevreden zijn met de inzet van andere professionals. Op sommige scholen verliep de inzet van andere professionals in eerste instantie moeizaam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14509362/1