CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Verwey Jonker Integrale-behandeling-van-gezinsleden-bij-huiselijk-geweld.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 23 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis nemen van de uitkomsten en vervolgstappen n.a.v. van het rapport ‘Integrale behandeling van gezinsleden bij huiselijk geweld - Procesevaluatie Switch’ en de kosten baten analyse ‘Switch – een Maatschappelijke Businesscase’. (VN2022-03704528.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De behandelaren hebben hem echt aan het denken gezet.’ Ook uit de gesprekken met de behandelaren wordt duidelijk dat het niet altijd lukt om een vertrouwensband op te bouwen die ertoe leidt dat er meer zelfinzicht, en daardoor verandering, komt. 4.3.3. Hulp aan de kinderen Ouders beschrijven dat de meeste kinderen minimaal enkele gesprekken hebben gehad met behandelaren van het Switch-team. Sommige kinderen kregen traumatherapie, terwijl andere kinderen enkel een gesprekje hadden over hoe het met ze ging. Uit de interviews met de ouders blijkt dat het moeilijk is om voor elk kind een passend aanbod te vinden. Sommige kinderen vonden deze gesprekken erg prettig. Zo vertelt een vader: ‘Mijn zoon vond dat erg leuk, en hij leerde daar veel. Hij is daardoor ook rustiger geworden.’ Een andere vader zegt: ‘Het jongste kind vond de gesprekken fijn, want zij was erg verdrietig over de situatie

en de gesprekken hielpen hierbij.’ Andere kinderen vonden de gesprekken juist niet prettig, omdat er te veel werd gepraat. Kinderen willen niet altijd praten, ze willen meer iets doen. Dit blijkt ook uit het interview met een kind: ‘Het was saai, ik wilde liever dansen en zingen en niet zitten en praten. Daar had ik geen zin in, het liefste had ik geen therapie gehad.’ Daarnaast blijkt uit de interviews met de ouders dat kinderen soms vinden dat ze met veel verschillende behandelaren te maken krijgen. Hierdoor wisten ze niet goed wie waarvoor kwam. Kinderen die introvert zijn, vinden het ook lastig om steeds met verschillende mensen te spreken. Daarvoor is het belangrijk om één vast gezicht te hebben. De meeste ouders geven aan dat ze het idee hebben dat het beter gaat met (een deel van) hun kinderen; deze kinderen zijn rustiger geworden en laten minder agressie zien. De kinderen zijn opener en praten meer over wat ze hebben meegemaakt. Ook hebben kinderen minder lichamelijke klachten. Een moeder: ‘De jongste vindt dat de hulp niet echt heeft geholpen voor haar gevoel. Maar ik zie dat het wel heeft geholpen. Zo had ze voorheen altijd nachtmerries en haaruitval van de stress. En dat is nu niet meer.’ En een andere moeder geeft aan: ‘De oudste jongens gooiden eerder bijvoorbeeld messen naar elkaar.

Op dat moment begrijpen ze dat niet, ze hebben zoveel geweld gezien, waardoor ze denken dat dat normaal is.’ Aan de andere kant zien ouders dat sommige kinderen nog meer hulp nodig hebben. De mannen die het geweld ontkennen ervaren dat de kinderen veranderd zijn in negatieve zin. ‘Mijn ene dochter was altijd heel gesteld op me, en dat is nu niet meer zo. Mijn andere dochter was altijd erg enthousiast en spontaan en nu juist heel gesloten als ze bij me is.’ 4.3.4. Samenwerking Een belangrijk element van Switch is de samenwerking binnen het Switchteam en de samenwerking met jeugdbescherming. Uit enkele gesprekken met volwassenen komt naar voren dat, zeker in het eerste jaar dat Switch was gestart, de onderlinge communicatie tussen de behandelaren nog niet optimaal was. Dit zorgde voor spanning en onduidelijkheid bij de gezinnen. Ook blijkt uit de gesprekken hoe belangrijk het is dat Switch en de regievoerder (of 37

gezinsmanager) op één lijn zitten. Als de regievoerder niet goed bereikbaar is, zich niet goed inzet voor het gezin of niet transparant is naar gezinsleden en het Switch-team, is het moeilijk om verandering in de onveiligheid voor elkaar te krijgen.

4.4. Resultaten en verbeterpunten 4.4.1. Resultaten Als we kijken naar alle hulp die ouders gehad hebben tijdens het Switch-traject zien we dat de meeste gezinnen aangeven dat ze verbetering zien ten opzichte van de periode voordat de hulp vanuit Switch gestart was. Het is een heel lang proces waarin veel verschillende facetten aan bod komen, en waarin kleine overwinningen worden geboekt. Op drie punten noemen zij verbeteringen: communicatie, rust in het gezin, de fysieke en psychische gesteldheid van volwassenen en kinderen. Een belangrijke verandering is verbetering van de communicatie, tussen de (ex-)partners of tussen ouders en kinderen. Bij het stel dat bij elkaar is gebleven, is er bijvoorbeeld meer begrip voor elkaar en is het vertrouwen teruggekomen: ‘Ik heb geleerd dat je met praten veel kan bereiken, terwijl als je gaat schreeuwen de spanning oploopt.’ Daarnaast is het inzicht gekomen dat het slaan van kinderen niet mag en dat met praten veel opgelost kan worden. Door het intensieve traject is de vader veranderd. ‘In het begin was ik koppig om het toe te geven, want het is mijn kind.’ Maar doordat de kinderbescherming erbij werd betrokken en er veel gesprekken waren, kwam het besef dat je een kind niet mag slaan, laat staan met een riem. Wat ook bijdroeg om niet meer te slaan, is het feit dat de zoon ‘ook een stok had om mee te slaan’.

Als zijn vader zou slaan, dan kon zijn zoon met Switch bellen. Een andere man die nog steeds zijn kinderen niet ziet omdat de kinderen dit niet willen, ervaart wel een verbetering omdat er nu beter contact is tussen hem en zijn ex-partner over de kinderen. Hij heeft wekelijks contact met de ex-partner over de kinderen en ook regelmatig een skypegesprek, waardoor het minder oppervlakkig is en hij veel meer meekrijgt van zijn kinderen. Door

bemiddeling van Switch heeft hij een keer contact gehad met een kind, maar het kind vond dit niet prettig en het heeft niet geleid tot voortzetting van het contact. Ook wordt duidelijk uit de gesprekken dat er rust is gekomen in de gezinnen. Het lijkt erop dat geen geweld meer plaatsvindt tussen de partners. Dit is deels doordat partners uit elkaar zijn gegaan. Zo beschrijft een vrouw: ‘Nu er afstand is, kan hij zijn eigen ding doen (…) en hoeft geen rekening te houden met de kinderen. Daarom gaat het nu goed. De kinderen zijn soms ook voor een weekend bij de vader, daar maakt hij elke keer een feestje van. Dit komt ook omdat hij weet dat er na het weekend weer een einde aan zit.’ Ook het verstevigen van de weerbaarheid bij vrouwen, het vergroten van het inzicht in de geweldspatronen en het aanleren van de time-out hebben eraan bijgedragen. Bovendien zijn er veiligheidsmaatregelingen genomen, zoals een camera, waardoor ongewenst bezoek wordt vastgelegd dat consequenties heeft voor de omgang met de kinderen. Zoals hierboven al is aangegeven gaat het beter met de kinderen, zowel door de therapie als door de gesprekken, maar ook doordat er meer rust is in het gezin. Vrouwen zijn weerbaarder geworden en hebben (weer) de regie over hun leven. Mannen kunnen ook beter hun grenzen aangeven via communiceren met hun partner en kinderen, als ze ervoor openstaan om dit te leren. 4.4.2.

Verbeterpunten Gezinnen noemen verschillende verbeterpunten die ze hebben voor Switch. Het betreft de wachttijd, communicatie over de integrale aanpak, en het hulpaanbod voor kinderen. Snelheid in de procedure van intake en starten traject Als wordt besloten dat het gezin een intake zal hebben om te beoordelen of Switch geschikt is, dan is het belangrijk dat deze snel plaatsvindt. Als beide partners en kinderen gemotiveerd zijn voor een Switch-traject, is het goed dit traject na de intake snel te starten.

38

Communicatie Communicatie is een belangrijk aandachtspunt, zowel de communicatie tussen de behandelaren en cliënten als die tussen de behandelaren van het Switchteam onderling. Ouders begrijpen niet altijd waarom eerst de hulp voor de ouders wordt opgestart, terwijl de kinderen ook hulp nodig hebben, of waarom eerst alleen hulp voor de moeder en kinderen start en pas later voor de ex-partner. Ook was het voor ouders niet altijd duidelijk wat het Switch-team precies aan het doen was, welke stappen ze nog wilden zetten en welke informatie precies gedeeld werd met andere partijen. We hebben alleen met ouders gesproken die het Switch-traject (bijna) hebben afgerond, en hebben de indruk dat communicatieproblemen in de beginfase van het opstarten van Switch groter waren. Bovendien is door de maatregelen rond corona de Applicatie Samen1plan, waarin afspraken en verslagen zouden moeten staan, niet actief gebruikt.9 Door een beter gebruik hiervan als beide partners (of ex-partners) in gesprek zijn met elkaar, kan deze applicatie voor meer overzicht zorgen. Een ander punt dat naar voren kwam is de informatie over de individuele gesprekken aan de andere gezinsleden. Enkele mannen geven aan dat zij het gevoel hebben dat informatie over wat zij hebben gezegd wordt gedeeld met hun ex-partner, terwijl zij geen informatie krijgen over wat de vrouw heeft verteld.

Dit kan ermee samenhangen dat in de individuele gesprekken behandelaren bepaalde onderwerpen laten terugkomen die ook besproken zijn met de (ex-)partner of kinderen, zonder te zeggen wat er precies is verteld. Vrouwen kunnen uit deze gesprekken iets afleiden, zonder dat dit expliciet is verteld, waardoor de man het gevoel krijgt dat informatie is gedeeld met de ex-partner.

Variatie in het hulpaanbod voor kinderen Volwassenen verwachten een integrale aanpak met een beperkt aantal hulpverleners die goed onderling contact hebben. Dit lukt niet altijd. Wat betreft hulp voor de kinderen zou het helpen als één vast iemand regelmatig langskomt, zodat kinderen daar een band mee op kunnen bouwen. Zeker als kinderen introverter zijn en het lastig vinden om contact te maken, zo stelt een van de ouders. Als het gaat om de hulp aan kinderen komt naar voren dat deze niet alleen moet bestaan uit het voeren van gesprekken. Er zou meer variatie moeten zijn, zoals tekenen, dansen of zingen, spelletjes of sporten.

4.5.

Conclusie

Door het Switch-traject gaat het beter met de vrouwen en de kinderen, en met een deel van de mannen. Iedereen (mannen, vrouwen en kinderen) ervaart een luisterend oor, en de vrouwen en mannen die willen veranderen en reflectief zijn op het eigen handelen ervaren dat het beter met hen gaat: ze kunnen beter hun grenzen aangeven, hebben meer vertrouwen gekregen in zichzelf en de ander, kunnen beter met hun (ex-)partner en de kinderen communiceren, en het is veiliger. Mannen willen adviezen en duidelijke handvatten gericht op herstel van het contact met hun ex-partner. Maar als er ontkenning is van de onveiligheid, is het moeilijk deze mannen te bereiken. Het lukt in deze gevallen niet om een vertrouwensband op te bouwen die ertoe leidt dat er meer zelfinzicht komt, en daardoor verandering. Het lukt niet altijd om voor elk kind een passend aanbod te vinden. Het ene kind vond de gesprekken erg prettig, een ander niet; het wilde niet praten en andere vormen van contact werden niet aangeboden. Ook konden kinderen last hebben van te veel verschillende hulpverleners. In het algemeen gaat het beter

9 Door de coronamaatregelen was het lastiger om deze applicatie te gebruiken. De applicatie is namelijk bedoeld om samen met het gezin de gemaakte afspraken in te vullen. Het is niet gelukt een digitale vorm te vinden.

39

met de kinderen zowel door de therapie als de gesprekken, maar ook doordat er meer rust is in het gezin. Kinderen zijn rustiger geworden en laten minder agressie zien, ze zijn opener en praten meer over wat ze hebben meegemaakt. Ook hebben kinderen minder lichamelijke klachten.

40

5

Samenwerking met netwerkpartners

Er is samenwerking als het gaat om de toeleiding naar Switch, zoals eerder ter sprake is gekomen, maar ook tijdens de behandeling kan er contact zijn met bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming of de reclassering. Strafrechtpartners kunnen een rol hebben als het gaat om het vergroten van de veiligheid in gezinnen waar plegers het geweld ontkennen, en waar sprake is van strafbare feiten. De regievoerder van het gezin, dikwijls jeugdbescherming, speelt een belangrijke rol in het toezien op de veiligheidsafspraken uit het veiligheidsplan. In dit hoofdstuk staan we achtereenvolgens stil bij de zorg voor veiligheid in de driehoek regievoerder – Switch – gezin (5.1), en de afstemming en samenwerking gericht op directe veiligheid en risicogestuurde zorg (5.2). We baseren ons hierbij vooral op resultaten van de focusgroepen en interviews met externe partners en de discussie in de expertmeeting. Dit wordt aangevuld met informatie van behandelaren en de observaties.

5.1.

Driehoek regievoerder–Switch–gezin

Switch kan worden ingezet bij gezinnen waar sprake is van structureel geweld en minder intensieve hulpverlening geen succes heeft gehad of de verwachting is dat dit niet helpt. Het gaat om gezinnen waar doorgaans een jeugdbeschermingsmaatregel is opgelegd (OTS), maar dit is geen voorwaarde. Voorwaarde is wel dat er een regievoerder is. Dit kan jeugdbescherming zijn, maar ook bijvoorbeeld Blijvend Veilig. De regievoerder is geen onderdeel van Switch, maar er zijn wel vaste evaluatiemomenten met het gezin, de regievoerder, de coördinerend behandelaar van het gezin bij Switch, en soms andere betrokken

hulpverleners of school. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe binnen de driehoek de verantwoordelijkheden liggen en hoe informatie wordt gedeeld. 5.1.1.

Directe veiligheid en risicogestuurde zorg

Switch ervaart het kader van een jeugdbeschermingsmaatregel (OTS) als een belangrijke voorwaarde om volwassenen aan te zetten mee te (blijven) werken aan de behandeling. Het is niet gemakkelijk om de ouders te motiveren en vooral bij eenzijdig geweld of intieme terreur zijn vaders nog moeilijker te motiveren. ‘Het verplichtende kader en stevigheid van de jeugdbeschermer zijn nodig. Ouders vermijden liefst de wonden uit het verleden. Zonder behandeling wordt veel niet verwerkte pijn niet aangeraakt’, zo komt in de focusgroep naar voren. Een jeugdbeschermer kan bevoegdheden inzetten die helpen volwassenen over de streep te trekken (zie ook hoofdstuk 3). Tussen Switch en de regievoerder kunnen tijdens het Switch-traject verschillende verwachtingen spelen die een goede samenwerking rond het bereiken van veiligheid in de weg staan. Switch verwacht dat de regievoerder het gesprek over veiligheid voert en consequenties aangeeft en ook handhaaft, terwijl regievoerders verwachten dat Switch met behandelen de veiligheid kan vergroten. Een behandelaar zegt echter: ‘Je kunt dan wel even de ergste stoom helpen wegblazen, maar het is meer het blussen van een brandje dan dat er wezenlijk iets wordt aangeraakt. Het is pappen en nathouden.

De veiligheid moet echt op minimaal het niveau van een zes zijn.’ Dit neemt niet weg dat Switch ook als de veiligheid (tijdelijk) niet op het niveau van een zes wordt beoordeeld traumabehandeling aanbiedt, omdat de behandeling bijdraagt aan het verbeteren van de veiligheid, binnen een aanpak waarin de regievoerder de afspraken in het veiligheidsplan borgt. Ook kunnen partnerrelatiegesprekken bijdragen aan het stoppen van de geweldsescalaties, bijvoorbeeld omdat de time-outregeling wordt geoefend, waardoor het beter gaat met de kinderen. Tijdens de expertmeeting wordt naar voren gebracht dat in geval van structurele onveiligheid bij complexe gezinnen waar het veiligheidsniveau een zes is, het maximaal inzetten op veiligheid door stabilisatie en de-escalatie een doel 41

zou moeten kunnen zijn, omdat de ervaring is dat er soms niet meer in zit.10 Soms blijkt dit tijdens het Switch-traject. Als het veranderen van persoonlijkheidseigenschappen beperkt mogelijk blijkt om tot stabiele veiligheid (op een niveau van een zeven) te komen, dan moet de impact van de risicofactoren worden gebufferd. De interventie is dan gericht op stabilisatie en niet op verandering. Het zijn verschillende doelen. Voor gezinnen die niet in staat zijn tot verandering kan behandeling wel in dienst staan van stabilisatie. Het is de vraag of Switch deze gezinnen moet begeleiden. Het zou ook via begeleiding door een FACT-team kunnen. Ook Blijvend Veilig zou het kunnen doen als meer forensische en ggz-expertise ernaast (zonder behandeling) kan worden ingezet. 5.1.2.

Dilemma: melden of vertrouwen?

Het uitgangspunt is het delen van informatie en het melden van geweldsincidenten door Switch conform de meldcode aan de jeugdbescherming. In de driehoek ‘regievoerder – behandelaar – gezin’ staat de vertrouwensrelatie tussen gezin en behandelaar voorop. Als de behandelaar zorgen heeft, bespreekt hij of zij deze met het gezin en geeft aan dat de jeugdbescherming op de hoogte wordt gebracht. Deze kan op haar beurt verplichtingen opleggen, conform de beschreven consequenties in het veiligheidsplan. De behandelaar kan zo werken aan wat nodig is met het gezin en het gezin uitleggen dat ze door aan de behandeling mee te werken, veiligheid kunnen bereiken, waardoor de zorgen van jeugdbescherming verminderen en de verplichtingen kunnen vervallen. De behandelaar kan deze rol echter alleen hebben, als de jeugdbeschermer de maatregelen neemt die nodig zijn om aan verandering te kunnen werken. Deze driehoeksverhouding is in de praktijk echter vol uitdagingen. In de focusgroep brengt een behandelaar naar voren dat het veel tijd kost om

de geweldsdynamiek te doorgronden. Als te vroeg in dat proces verkeerde stappen worden gezet, kan dat negatieve consequenties hebben: ouders trekken zich terug en als behandelaar heb je het vertrouwen verloren. Het dilemma betreft ruimte geven om fouten te maken en ervan te leren versus jeugdbescherming betrekken om tot meer veiligheid te komen. Er is geen duidelijke scheidslijn wanneer iets moet worden gemeld aan de regievoerder, er is een grijs gebied. Dan staat de behandelaar voor de keuze om de informatie aan jeugdbescherming door te geven over de onveiligheid. Als dat gebeurt kan de jeugdbescherming beslissen en meedenken over de directe veiligheid. De behandelaar kan er ook voor kiezen de informatie niet door te geven en ouders het gevoel te geven dat ze fouten mogen maken en ook de dingen waarover ze zich schamen en die ze graag willen veranderen kunnen bespreken. Ouders zeggen soms ook: ‘We willen niet dat je dit deelt met jeugdbescherming, geef ons nog heel even de ruimte om het de volgende keer beter te doen.’ De regel is, conform de meldcode, dat geweld wordt gemeld, vanuit het perspectief dat dan samen gekeken kan worden hoe de veiligheid beter kan worden gewaarborgd.

Daarbij is het wel nodig om een grens af te spreken over de informatie-uitwisseling, aldus de jeugdbeschermer: ‘Wat hoort bij de behandeling en deel je dus niet met elkaar, tenzij hiervoor toestemming wordt gegeven door het gezin, en welke informatie moet wel gedeeld worden met jeugdbescherming.’

10 Dit komt ook uit een onderzoek in Noordoost-Brabant naar de aanpak van gezinnen met structurele onveiligheid gemeld bij Veilig Thuis. (Rozema & Willemsen, 2021)

42

In de vorige paragraaf ging het over de driehoek regievoerder – Switch – gezin, in deze paragraaf gaat het om de samenwerking in het netwerk van zorg- en veiligheidspartners en de rol van Switch.

per persoon moet worden gekeken welke manier van bejegening passend is. Behandelaren hebben deze kennis in huis, maar het probleem is dat deze kennis alleen kan worden ingezet in het kader van behandeling. Dat is te laat omdat deze (meestal) mannen een specifieke bejegening nodig hebben, juist voordat begeleiding of behandeling kan plaatsvinden. Switch, of specifiek De Waag, zou bij een ontkennende pleger van ernstig huiselijk geweld aan het begin van een bredere aanpak hun therapeutische kennis moeten kunnen inzetten, en een advies moeten kunnen geven zowel wat betreft het inschatten van de onveiligheid, als voor het motiveren tot behandeling. Dit is momenteel niet mogelijk omdat het geven van advies niet wordt gefinancierd. Tijdens de expertmeeting horen we dat momenteel de kwaliteit van veiligheidsvoorwaarden en veiligheidsafspraken in het algemeen te laag is. De behandelaren van Switch constateren dat veiligheidsplannen soms te weinig concreet zijn (hoofdstuk 3). Ook cliënten kunnen de veiligheidsafspraken als te abstract ervaren (hoofdstuk 4). Door naast jeugdhulpverleners andere expertise in te vliegen voor het opstellen van een veiligheidsplan wordt de kans vergroot op een werkend en haalbaar veiligheidsplan. Of deze expertise door Switch moet worden geleverd door Switch eerder te betrekken, of door de forensische ggz, vraagt nader onderzoek.

5.2.1.

5.2.2. Switch en de inzet van het strafrecht

5.1.3.

Verantwoordelijkheid regievoerder en Switch-team

Om tot verbetering van de veiligheid in de gezinnen te komen, is een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid essentieel; alle professionals moeten zich betrokken voelen. Dit betekent dat de jeugdbeschermer of de regievoerder van Blijvend Veilig actief contact blijft houden met het gezin tijdens de behandeling. De regievoerder moet tijdens het hele traject betrokken zijn, want het handhaven van de veiligheidsafspraken is belangrijk. Als professionals achterover gaan leunen omdat het gezin in behandeling is bij Switch en er ontstaan problemen, leidt dat sneller tot frictie, zo wordt naar voren gebracht tijdens de focusgroep. Ook uit de interviews met zowel behandelaren als volwassenen blijkt het belang van blijven schakelen tijdens het behandeltraject: als dit goed gebeurt, is er meer veiligheid en rust in de gezinnen (hoofdstuk 3 en 4).

5.2.

Samenwerken bij directe veiligheid risicogestuurde zorg

Rol Switch bij inschatten directe veiligheid in voorveld

Het uitgangspunt van de Switch-methodiek is dat deze wordt ingezet in de fase van risicogestuurde zorg en herstel op het moment dat er voldoende veiligheid is om te kunnen behandelen. In de voorfase waarin de onveiligheid wordt ingeschat en veiligheidsafspraken worden gemaakt, heeft Switch geen rol. In de expertmeeting komt echter naar voren dat in situaties van ernstig structureel geweld waar mensen het geweld en hun rol in de onveiligheid ontkennen, de inschatting van de onveiligheid lastig is. Dan is (forensische) ggz-kennis wenselijk voor de inschatting van de onveiligheid, het motiveren van de pleger en het opstellen van het veiligheidsplan. Het vergt specifieke kennis om plegers die de onveiligheid ontkennen te motiveren:

Het is niet makkelijk plegers van geweld te motiveren zich in te zetten voor de behandeling, zeker de plegers die het geweld en de zorgen om de kinderen ontkennen. Door het hanteren van de Masic bij de analyse- en indicatiestelling (zie hoofdstuk 2) is er zicht op de mate van controlerend gedrag en of sprake is van intieme terreur. Maar hoe deze groep binnenboord te krijgen en te houden is ingewikkeld. Hierbij kan jeugdbescherming een rol spelen, zoals in de vorige paragraaf naar voren kwam. Een andere manier om externe druk in te zetten is het strafrechtelijk kader. Kan een verplicht strafrechtelijk kader helpen om plegers binnenboord te houden? Hierover hebben we met politie, Openbaar Ministerie, reclassering en Veilig Thuis gesproken, deels via 43

individuele interviews en deels via twee groepsgesprekken. Uit deze verkenning komt naar voren dat de route naar strafrechtpartners gaat via Veilig Thuis of jeugdbescherming. Zij hebben de bevoegdheden om informatie uit te wisselen. Maar in de praktijk vindt deze uitwisseling met strafrechtpartners nauwelijks plaats. Hoe zou dit verbeterd kunnen worden? Bij gezinnen waar veel onveiligheid is, de pleger alles ontkent en de vrouw heel bang is, wordt veel onmacht ervaren in het bereiken van voldoende veiligheid. Er zijn vaak wel politiemeldingen, maar lang niet altijd is het Openbaar Ministerie en/of de reclassering betrokken. Hoewel een aanpak via vervolging van strafbare feiten ook niet altijd de weg is om iemand te motiveren, kan het wel helpen. Een behandelaar geeft aan: ‘Op het moment dat je geen macht hebt in te grijpen in een gezin bij een ernstige dreiging of ernstig geweld, dan loopt de hulp vast.’ Het strafrecht kan bijdragen aan de directe veiligheid of de stabiele veiligheid. Soms kan een Switch-traject daartoe een middel zijn. Alleen als politie, reclassering of Openbaar Ministerie op de hoogte zijn van Switch, kan deelname aan het Switch-traject binnen een strafrechtelijk traject als voorwaarde worden gesteld. De spil hierin is Veilig Thuis of jeugdbescherming.

Zij kunnen als een strafbaar incident heeft plaatsgevonden, de casus inbrengen op een zorg-veiligheid-overleg (bijvoorbeeld het afstemmingsoverleg). In dit overleg kan dan worden aangeven dat het gezin in een traject bij Switch zit, en besproken worden hoe strafrechtelijke maatregelen het Switchtraject kunnen ondersteunen om de veiligheid te vergroten. Een andere mogelijkheid is dat Veilig Thuis, die tegenwoordig deel uitmaakt van ZSM11, de informatie dat de verdachte deelneemt aan een Switch-traject deelt met de strafrechtpartners. Voorwaarde is dat Veilig Thuis op de hoogte is van het Switch-traject. Als de officier van justitie op ZSM op de hoogte is van het Switch-traject kan deze informatie worden meegenomen in de beslissing.

De officier van justitie kan bijvoorbeeld een gedragsaanwijzing opleggen als er een intentie is om te gaan vervolgen en er een lopend reclasseringstoezicht is. In de gevallen dat een verdachte bij Switch in behandeling is en onder toezicht is bij de reclassering, kan de reclassering adviseren om te behandelen en mee te (blijven) doen aan het Switch-traject. De reclassering zelf kan tijdens het toezicht gesprekken voeren over conflicten en agressie thuis. De reclasseringswerker: ‘Het is altijd een lastig gesprek, zeker als iemand ook naar ons toe ontkent. Maar we kunnen het wel bespreekbaar maken.’ Een andere mogelijkheid is dat de reclassering aanschuift bij het multidisciplinair overleg dat de regievoerder organiseert. De mogelijkheden van de inzet van het strafrecht wanneer verdachten van geweld in een Switch-traject zitten, kunnen beter worden benut als blijkt dat in de eerste schil van jeugdbescherming en Switch-team onvoldoende mogelijkheden zijn om de veiligheid te vergroten. De regievoerder zou hierin een rol kunnen spelen, zo wordt door een expert naar voren gebracht. Hoe de afstemming tussen regievoerder, Switch-team en strafrechtspartners of zorg-veiligheid-overleg kan worden versterkt, verdient nader onderzoek.

5.3.

Conclusie

De zorg voor veiligheid vindt plaats in de driehoek regievoerder – Switch – gezin. Een Switch-traject kan alleen starten als er een regievoerder is. De regievoerder is geen onderdeel van Switch, maar contact tussen de regievoerder en Switch is essentieel, onder meer door de evaluatiemomenten met het gezin, regievoerder, en de coördinerend behandelaar van het gezin bij Switch. Het uitgangspunt is het delen van informatie en het melden van geweldsincidenten conform de meldcode aan jeugdbescherming door Switch. In de driehoek

11 ZSM is het routeringsoverleg van het OM, waar strafrechtspartners (en VT) bij elkaar zitten, zodat snel alle relevante informatie gedeeld kan worden en de officier van justitie op grond van deze informatie kan beslissen of een zaak door het OM wordt afgedaan of voorgelegd wordt aan de rechter.

44

‘regievoerder – behandelaar – gezin’ staat de vertrouwensrelatie tussen gezin en behandelaar voorop. Switch verwacht dat de regievoerder het gesprek over veiligheid voert en consequenties aangeeft en ook handhaaft, zodat Switchbehandelaren de vertrouwensrelatie met de gezinsleden open kunnen houden. De regievoerders verwachten dat Switch met behandelen (traumabehandeling, relatiegesprekken, time-outregeling) de veiligheid vergroot. De driehoeksverhouding is in de praktijk vol uitdagingen. Het dilemma betreft bijvoorbeeld ruimte geven aan het gezin om fouten te maken en ervan te leren, versus jeugdbescherming betrekken om tot meer veiligheid te komen. Tijdens het Switch-traject is voorwaarde dat de regievoerder blijft schakelen met het gezin, zodat het Switch-team vanuit de vertrouwensrelatie aan stabiele veiligheid en herstel kan werken. Zoals een jeugdbeschermer bevoegdheden kan inzetten waardoor volwassenen over de streep worden getrokken, kunnen ook via het strafrecht maatregelen worden ingezet om volwassenen aan te zetten tot verandering. Als in de eerste schil van jeugdbescherming en Switch-team onvoldoende mogelijkheden zijn om de veiligheid te vergroten, kan de regievoerder een rol spelen in de afstemming tussen regievoerder, Switch-team en strafrechtpartners of zorg-veiligheid-overleg. Hoe dit kan worden versterkt, verdient nader onderzoek.

45

en 6 Conclusie aandachtspunten Switch is in 2018 gestart (onder de naam PIBBH). Een Switch-traject wordt aangeboden aan gezinnen met structurele onveiligheid en een complexe problematiek, waar een langdurig traject nodig is om zowel de veiligheid te vergroten door risicogestuurde zorg als om te komen tot duurzaam herstel. Het uiteindelijke doel van Switch is het doorbreken van de intergenerationele overdracht van huiselijk geweld. Switch is een methodiek die in de praktijk is ontwikkeld, en in 2020 is vastgelegd in een werkdocument. Het onderzoek naar de uitvoering van Switch is een procesevaluatie met als doel inzicht te krijgen in de uitvoering van de methodiek. Wordt de doelgroep bereikt die is beoogd? Hoe wordt de methodiek uitgevoerd en worden de uitgangspunten van Switch in de praktijk gehanteerd? En wat zijn de werkzame elementen? Hier gaan we achtereenvolgens op in (6.1). We sluiten af met een aantal aandachtspunten voor doorontwikkeling van Switch (6.2).

6.1.

De Switch-methodiek

Het Switch-traject bestaat uit drie stappen: een integrale analyse en indicatiestelling na de intake, het verminderen van risicofactoren voor toekomstig geweld, en het verminderen van de schadelijke gevolgen van het geweld. De eerste stap kan als aparte fase worden ingezet; na de intake wordt via een intensieve integrale analyse beoordeeld of een Switch-traject zinvol is. Als dit het geval is volgt de behandelfase.

6.1.1.

Doelgroep

Tot augustus 2021 hebben 30 gezinnen een intake gehad en zijn 14 gezinnen gestart met het Switch-traject. Het gaat om gezinnen met complexe problematiek. Er is ernstig structureel geweld, in een meerderheid van de gevallen gaat het om eenzijdig geweld van de man naar de vrouw, maar soms is er ook direct geweld tegen de kinderen. Er is politiecontact geweest en vaak is er een Tijdelijk Huisverbod (THV) of straatverbod opgelegd, en/of de vrouw is met kinderen naar de vrouwenopvang gegaan. Regelmatig is sprake van middelengebruik. Er spelen traumaklachten bij volwassenen en kinderen, hechtingsproblematiek, en gedragsproblemen en/of een ontwikkelingsachterstand bij kinderen als gevolg van het geweld in het gezin. Na de intake is er voorafgaand aan de behandeling een intensieve integrale analyse om helderheid te krijgen over onder meer geweldsdynamiek, de motivatie tot deelname aan Switch en de vraag of de veiligheid voldoende is geborgd. Het gaat bij geweld in relaties en gezinnen niet zozeer om een ‘geweldsincident‘ maar om de context en de continuïteit van onveiligheid. Betere screening en analyses van het soort geweld en de problematiek in het gezin is nodig om gericht maatwerk te bieden aan het gezin (Steketee et al., 2020).

De integrale analyse en indicatiefase is een essentieel onderdeel van Switch, niet alleen om tot een goed hulpverleningsplan te kunnen komen, maar ook om een goede inschatting te kunnen maken of het gezin geschikt is voor een Switch-traject. Van de gezinnen die wel aan de criteria voldoen zijn enkele alsnog afgewezen omdat zij niet voldeden aan de voorwaarde van voldoende veiligheid en omdat een uitgewerkt veiligheidsplan ontbrak. Zes van de 30 gezinnen die een intake hebben gehad zijn daarom na de intake niet doorgestroomd. In de praktijk komt het voor dat ernstige psychiatrische of verslavingsproblematiek, gebrek aan motivatie of te grote onveiligheid een contra-indicatie is en het Switch-traject niet start. Dit is conform in de methodiek omschreven criteria; de gezinnen die het Switch-traject volgen komen overeen met de beoogde doelgroep. 46

In een klein aantal gezinnen dat is gestart met het Switch-traject is tijdens het Switch-traject gebleken dat de pleger van het geweld het geweld en de onveiligheid ontkent en ontkent dat er zorgen zijn omtrent de kinderen. Toestemming voor deelname aan het Switch-traject berust op de wens de relatie met de ex-partner en/of de relatie met de kinderen te herstellen. Deze mannen willen adviezen en handvatten, maar zijn niet gemotiveerd om naar hun eigen gedrag te kijken. Als de wil ontbreekt om verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag te nemen, ligt het zwaartepunt van het Switch-traject op zorg voor veiligheid. In dat geval lukt het niet altijd om als integraal team zowel veiligheid te bevorderen als bij de plegers aan te sluiten die het geweld ontkennen en het gevoel hebben dat ze niet worden gehoord. In de doorontwikkeling van Switch behoeft deze groep extra aandacht: past deze groep binnen Switch en wat betekent dit voor de begeleiding en behandeling (zie paragraaf 6.2). 6.1.2.

Uitvoering Switch-traject

In deze paragraaf gaan we in op de behandelfase van risicogestuurde zorg en herstel. Belangrijk in de behandelfase is zowel het verminderen van risicofactoren die onveiligheid veroorzaken, als het inzetten op herstel door het verminderen van de schadelijke gevolgen van het geweld. Bovendien staat het kind centraal en is de behandeling gericht op het verbeteren van de verbinding tussen kinderen en hun ouders (zie 6.1.3 voor de werkzame elementen). Tijdens deze behandelfase kunnen drie aspecten worden onderscheiden die van belang zijn om tot bovenstaande verbeteringen te komen. Het betreft de werkrelatie met de gezinsleden, samenwerken in het Switch-team en samenwerking met externe partners. Daarnaast zijn processuele aspecten van belang. Werkrelatie met gezinsleden

Een integrale systeemaanpak waarin relatiegesprekken en individuele trajecten op elkaar worden afgestemd, heeft tot doel de individuele behandeling goed in te bedden in de gezinsdynamiek. Het is belangrijk aan te sluiten bij wat cliënten aankunnen en de hulp gedoseerd aan te bieden. Daarnaast is de volgordelijkheid van de hulp belangrijk om het vertrouwen van ouders en kinderen op te bouwen en tot verandering te komen. Het gesprek over opvoeding kan bijvoorbeeld pas echt gevoerd worden als ouders stabiel genoeg zijn om gedragsinstructies te onthouden en opvolgen, voldoende kunnen reflecteren op hun eigen gedrag en vragen over opvoeding niet direct als afwijzing, maar ook als ondersteunend kunnen ervaren.12 Een trauma kan later in het Switch-traject aan de oppervlakte komen.13 In het Switch-traject kan hierop worden aangesloten door direct traumabehandeling te starten als dit nodig is. Als het gaat om traumabehandeling bij kinderen is het belangrijk dat de ouder(s) voldoende veiligheid en steun kunnen bieden. Dit kan betekenen dat eerst relatietherapie of behandeling van de ouder moet starten, voor de traumabehandeling van de kinderen kan beginnen. Ouders begrijpen niet altijd waarom er een volgorde is in de geboden hulp; waarom eerst aan de ouder(s) en dan de kinderen, of eerst aan de moeder en niet aan de partner die het geweld pleegt.

Het onderzoek laat zien hoe ingewikkeld en complex het is om aan te sluiten bij de verschillende gezinsleden en de steun en behandeling te bieden waardoor het beter gaat met de kinderen en de volwassenen, en die zorgt voor duurzame veiligheid. Het zijn langdurige trajecten waarin kleine en grote successen worden geboekt. De samenwerking in het Switch-team draagt bij aan het doorzetten van de begeleiding en behandeling waardoor de veiligheid duurzaam wordt vergroot, trauma’s worden verwerkt en de relatie tussen ouders en kinderen verbetert.

12 Dit komt ook naar voren uit onderzoek onder cliënten die in het Oranje Huis van de Blijf Groep hebben gezeten, zie Lünnemann, Lünnemann & Compagner, 2021. 13 Dit is een logische ontwikkeling omdat in de overlevingsstand mensen zich niet bewust zijn van hun traumaklachten (deze niet voelen). Pas als er meer rust is, komen traumaklachten naar buiten (zie ook Tierolf et al., 2014; Vogtländer & van Arum, 2016; Steketee et al., 2020).

47

Bij bepaalde gezinnen is het veranderen van persoonlijkheidseigenschappen beperkt mogelijk om tot duurzame veiligheid te komen, en dan moet de impact van de risicofactoren worden gebufferd. Het maximaal inzetten op veiligheid door stabilisatie en de-escalatie is dan het enige haalbare doel. De interventie is dan gericht op stabilisatie en niet op verandering. Voor gezinnen die niet in staat zijn tot verandering kan behandeling wel in dienst staan van stabilisatie. De vraag is of dit tot de doelstelling van Switch moet behoren: op welk moment kan de begeleiding worden overgenomen, en wie is daarvoor geschikt? Een mogelijkheid zou een FACT-team kunnen zijn, of Blijvend Veilig in samenwerking met forensische en ggz-expertise in een meer adviserende rol. Samenwerking binnen team Behandelaren en ondersteuners van de vier instellingen (De Waag, BRight, Altra en Blijf Groep) vormen het Switch-team. Na de fase van analyse en indicatiestelling bespreekt het gehele team aan de hand van de resultaten welke ondersteuning een gezin nodig heeft, welke behandelaren betrokken worden bij dit gezin en wie welke hulp oppakt. Tijdens het Switch-traject stemt het team onderling af welke zorg op welk moment het meest passend is voor ouders en kinderen, en welke interventies het meest haalbaar en effectief zijn voor de kinderen gezien de mentale beschikbaarheid van ouders.

Uit de interviews met de cliënten komt naar voren dat de samenwerking en afstemming in de opstartfase nog niet optimaal verliep. Als de afstemming goed is en er vanuit één visie wordt gewerkt, is dit merkbaar bij de gezinsleden en zijn zij hier tevreden over.14 Een goed op elkaar ingespeeld team dat elkaar vertrouwt en waar mensen zich kwetsbaar opstellen, wordt als voorwaarde gezien om succesvol te kunnen zijn. Het helpt ook om met elkaar de hulp aan deze moeilijke gezinnen te dragen en het vol te houden, ook als er geen beweging naar verbetering in lijkt te zitten. Een zorgvuldige, respectvolle sfeer waarin mensen zich kwetsbaar opstellen en

waarin een gezamenlijke drive aanwezig is, is een voorwaarde om de Switchmethodiek goed uit te voeren. Samenwerking externe partners Om tot voldoende veiligheid in het gezin te komen is samenwerking in de driehoek regievoerder -Switch - gezin cruciaal. Tijdens het hele Switch-traject is betrokkenheid van de regievoerder essentieel om tot een goed samenspel te komen. In dit samenspel staat de vertrouwensrelatie tussen gezin en behandelaar voorop. Als de behandelaar zorgen heeft, wordt dit besproken met het gezin en wordt aangegeven dat de jeugdbescherming op de hoogte wordt gebracht. Deze kan zo nodig verplichtingen opleggen. Op die manier kan de behandelaar verder met de behandeling met als perspectief voor de gezinsleden dat de verplichtingen vervallen als het doel van voldoende veiligheid is bereikt. Om deze rolverdeling te kunnen hebben, is het goed dat de regievoerder niet in het Switch-team zit. Deze driehoeksverhouding is in de praktijk vol uitdagingen. Het is belangrijk dat de regievoerder de veiligheidsafspraken handhaaft en actief betrokken blijft bij het gezin als het in behandeling is bij Switch. Op het moment dat er problemen ontstaan tijdens het Switch-traject kunnen regievoerder en Switch-team dan goed schakelen en dit leidt tot meer veiligheid en rust in de gezinnen.

De gezamenlijkheid kan nog verbeteren als het Switch-team meer zou samenwerken met een vast team van regievoerders dat is gespecialiseerd in de aanpak van onveiligheid in gezinnen, zoals Blijvend Veilig. Voor de groep gezinnen waar veel onveiligheid is, de pleger alles ontkent en de vrouw heel bang is, wordt veel onmacht ervaren in het bereiken van voldoende veiligheid. Een strafrechtelijke maatregel zou dan ondersteunend kunnen zijn. In (bijna) alle gezinnen die in een Switch-traject zitten, zijn er politiemeldingen, en dikwijls worden bestuursrechtelijke maatregelen (THV) of strafrechtelijke maatregelen ingezet. Veilig Thuis en de jeugdbescherming zijn de spil in het

14 Dit komt ook naar voren uit het onderzoek naar De Gips (Vogtländer, Tan & Lünnemann, 2016).

48

doorgeven van de informatie met veiligheidspartners, bijvoorbeeld door de casus in te brengen in een zorg- en veiligheidsoverleg met als doel de veiligheid te vergroten. Procedurele aspecten Bij aanmelding van de gezinnen treedt vaak vertraging op doordat het aanleveren van de formulieren door externe organisaties niet goed loopt. Voorheen was er een procesbewaker die het Switch-team hieraan hielp herinneren en dit voorkwam (grote) vertraging. Daarnaast wordt de screening nu door één behandelaar gedaan. Dit is een kwetsbare constructie: bij ziekte of vakantie van deze persoon kan vertraging ontstaan. Cliënten noemen het een negatief punt als een intake of screening op zich laat wachten of zij na de intake lang moeten wachten op het starten van het Switch-traject. Het is wenselijk dat een procesbewaker zorgdraagt voor het tijdig verkrijgen van de juiste papieren en meer dan één persoon de intake en screening kan doen. 6.1.3.

Werkzame elementen

Uit het onderzoek komt naar voren dat in veel gezinnen progressie is te zien, en dit gaat met kleine stapjes. Soms is er lange tijd het gevoel dat er weinig beweging is, en dan opeens is er een verandering. Bij sommige gezinnen is het geweld helemaal gestopt na een intensieve periode van behandelen, altijd is het veiliger en rustiger geworden. Er is een verbetering in communicatie tussen partners en tussen ouders en kinderen. Ouders gaan bewuster naar zichzelf kijken in de zin van ‘hoe kan ik het anders doen en wat heb ik daarvoor nodig?’ Het gaat ook beter met de kinderen. Kinderen zitten in het begin vaak vast; ze durven of mogen niet praten over het geweld dat thuis heeft plaatsgevonden. Gedurende de behandeling wordt het voor kinderen normaler om over het geweld te praten. Daarnaast zijn er kinderen die beter gaan slapen, of kleine ontwikkelingssprongen maken. Het lukt behandelaren om, gezamenlijk met

de kinderen, het perspectief en de stem van kinderen beter te laten horen bij zowel de ouders als de jeugdbescherming. Het geïntegreerd werken door professionals met een verschillende achtergrond en expertise van verschillende organisaties, komt als belangrijkste werkzaam element naar voren. Hierin onderscheiden we een drietal aspecten: systeemgericht vanuit een geïntegreerde gezinsvisie; ondersteunende intensieve teambesprekingen en het uitdragen van een gezamenlijke visie. Een lange adem Alle gezinsleden worden betrokken bij de hulpverlening. Dit zorgt ervoor dat een goed beeld ontstaat van de gezinsdynamiek, want er is een gesprek met beide ouders en met kinderen wie wat heeft gezien en/of ervaren. Tegelijkertijd richt de aanpak zich op de problematiek van het gehele gezin. De hulpverlening sluit aan bij de mogelijkheden van de individuele gezinsleden binnen het gezin en de aanwezige gezinsdynamiek; de hulp wordt gedoseerd aangeboden waardoor gezinsleden zich gehoord, gemotiveerd en ondersteund voelen. Kleine successen dragen bij aan de motivatie om door te zetten. Daarin is het ook belangrijk dat er een totaal gezinsplan is dat continu kan worden aangepast als dit nodig is. Als tijdens het traject traumaklachten naar buiten komen, kan direct traumabehandeling worden ingezet.

Of als uit de gesprekken met de kinderen blijkt dat eerst hulp aan de ouders moet plaatsvinden, kan de hulp hierop inspelen. De individuele en partnerrelatie-trajecten vinden plaats vanuit een totaalvisie. Hierdoor kan de traumabehandeling van kinderen profiteren van de partnerrelatiegesprekken, of de traumabehandeling van de moeder beginnen voordat traumabehandeling van het kind start, terwijl er wel ondersteunende gesprekken met het kind plaatsvinden. Er is aandacht voor de volgordelijkheid van de relatietherapie en individuele trajecten. Bovendien biedt Switch praktische hulp en therapie naast elkaar, waardoor meer uit de behandeling gehaald kan worden. Het bieden van praktische hulp naast behandeling is een belangrijke voorwaarde om tot verandering te komen

49

omdat de praktische ondersteuning bijdraagt aan meer rust in het gezin en ruimte voor het psychische proces van verandering.15 De kracht van Switch is het leveren van echt maatwerk vanuit gebundelde expertise van forensische ggz, jeugdhulp, volwassenen ggz en maatschappelijke ondersteuning. Juist die bundeling van expertise heeft tot resultaat dat de juiste hulp op het juiste moment mogelijk is en dat de verschillende vormen van hulp aan de verschillende gezinsleden op elkaar kunnen aansluiten. Regelmatige teambesprekingen over casuïstiek Regelmatig zijn er gezamenlijke besprekingen over casuïstiek waar behandelaren die wel en niet zijn betrokken bij het gezin gezamenlijk de probleemanalyse doen in een open sfeer waarin men elkaar scherp houdt door vragen te stellen en feedback te geven. De deelnemers steunen elkaar in het ingewikkelde proces om met de gezinsleden tot verandering te komen. Het stoppen van het geweld, het verwerken van trauma’s en het verbeteren van de hechting is een langdurig proces van vallen en opstaan. De teamleden houden elkaar scherp in het proces waarin het tempo van de gezinsleden leidend is, maar waar ook moet worden geduwd of ingegrepen als de veiligheid in het geding is.

Behandeling van deze doelgroep is zwaar, daarom vindt vaak doorverwijzing plaats naar weer een andere hulpverlener, bijvoorbeeld omdat de professional zich niet (meer) competent voelt. Door te werken als team is het mogelijk de zwaarte van de behandeling en begeleiding te delen. Ook de kleine succesmomenten worden benoemd. Het is daardoor beter vol te houden en de kans is groter dat er continuïteit is in de behandeling. Het feit dat behandelaren het langer vol kunnen houden, is ook vanuit maatschappelijk perspectief een positief effect. Er is een tekort aan forensische- en trauma-behandelaren, zeker als het gaat om huiselijk geweld en kindermishandeling. Door deze manier van werken wordt de deskundigheid onderling versterkt.

Dezelfde visie communiceren naar het gezin Een belangrijke meerwaarde van het Switch-team is ook dat cliënten het prettig vinden dat er veel communicatie is tussen de behandelaren van het Switch-team. Cliënten hebben meer vertrouwen in het hulpverleningstraject als er een visie is die alle hulpverleners uitdragen. Doordat zij werken vanuit een totaalvisie kunnen sommige dingen versneld worden in het behandelproces.

6.2.

Aandachtspunten voor doorontwikkeling

Switch is een methodiek in ontwikkeling. Er zijn verschillende uitdagingen voor de toekomst: het integrale en systeemgerichte werken kan nog worden versterkt, veiligheidsplannen zouden concreter kunnen, en huisvesting voor (tijdelijk) gescheiden ouders is van belang voor het vergroten van de veiligheid. Ook op praktische punten rond de instroom en intake zijn verbeteringen wenselijk. We sluiten af met wat dit betekent voor de doorontwikkeling van Switch. 1. Doelgroep en veiligheid De doelgroep die is beoogd, wordt bereikt. Er is echter een klein aantal gezinnen waarin de pleger de onveiligheid niet erkent en zich richt op herstel van de relatie, zonder zelf te willen veranderen. Dan ligt het zwaartepunt van het Switch-traject op zorg voor veiligheid en niet op risicogestuurde zorg en herstel van alle gezinsleden. Het doel verschuift dan naar stabilisatie en de-escalatie. Hier spelen twee vragen voor de toekomst. De eerste vraag is of het mogelijk is meer aandacht te geven aan de groep plegers die het geweld ontkennen en moeilijk te motiveren zijn; kunnen deze mannen binnen het Switch-traject zich beter gehoord voelen? Of is dit binnen een gezamenlijk traject als Switch niet mogelijk, en is deze groep niet geschikt voor Switch? Een andere vraag

15 Zie bijvoorbeeld onderzoek naar de vrouwenopvang (Lünnemann, Lünnemann & Compagner, 2021; Lünnemann, Drost & Los, 2016).

50

betreft het onderscheid tussen interventie gericht tot verandering en interventie gericht op stabilisatie. Is het mogelijk om binnen Switch ook voor het tweede doel expliciet ruimte te maken (voor een beperkte tijd)? Meer onderzoek is nodig naar hoe deze specifieke groep plegers bereikt kan worden en hoe een systeemaanpak zowel ondersteunend kan zijn aan plegers als aan slachtoffers en kinderen.16 2. Analyse en indicatiestelling een aparte fase Het inschatten van de risico’s en de invulling van het veiligheidsplan vergt bij gezinnen met ernstige veiligheidsproblematiek specifieke expertise. De expertise van Switch, of (forensische) GGZ-expertise, is in bepaalde gezinnen van belang voor het inschatten van de veiligheid en het vaststellen welke concrete doelen en afspraken nodig zijn om tot voldoende veiligheid te komen. Het zou goed zijn als de eerste fase van Switch, de analyse en indicastelling, als aparte fase kan worden ingezet, ook zonder dat de verwachting is dat een Switch-traject volgt, zodat de juiste hulp kan worden ingezet om de veiligheid te vergroten. Dit sluit aan op de wens om zo vroeg mogelijk, aan de poort, hooggekwalificeerde professionals in te zetten om tot een goede risico-inschatting en beoordeling te komen (Tierolf et al., 2014; Steketee et al., 2020). 3.

Verbreden hulptrajecten voor kinderen Een ander punt dat naar voren kwam is dat de hulp aan kinderen vooral bestaat uit het voeren van gesprekken en EMDR. Er zou meer variatie moeten zijn in vormen van therapie. Beweging en activiteiten kunnen hierin een belangrijker plaats hebben, zoals tekenen, dansen of zingen, spelletjes of sporten, of therapieën als Body Stress Release.

4. Zorg voor een kwalitatieve casusregisseur De driehoek regievoerder – Switch – gezin is van groot belang in het proces om te komen tot meer veiligheid. De regievoerder is essentieel en verantwoordelijk voor de directe veiligheid. De regievoerder moet ook tijdens het Switch-traject betrokken zijn, zonder onderdeel te zijn van behandelteam. Op die manier is het mogelijk bevoegdheden in te zetten om tot afspraken te komen en deze te handhaven, terwijl de hulpverleners hun vertrouwensband behouden. De regievoerder is van groot belang voor continuïteit. Om de taak goed te kunnen uitvoeren is voldoende kennis van het Switch-traject en de aanpak van onveilig­ heid in gezinnen vereist, evenals voldoende tijd. 5. De inzet van het strafrecht Tijdens het Switch-traject heeft de pleger soms ook reclasseringscontacten of vinden er incidenten plaats waarbij de politie is betrokken en het Openbaar Ministerie over de zaak beslist. In de zoektocht naar het bereiken van voldoende veiligheid kan een strafrechtelijk traject behulpzaam zijn. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan: de aansluiting tussen zorg en veiligheid is al jarenlang punt van aandacht in het ontwikkelprogramma Veiligheid Voorop.17 De strafrechtelijke mogelijkheden zouden vaker kunnen worden gebruikt om de veiligheid in de gezinnen te vergroten tijdens een Switch-traject.

Een vaste contactpersoon bij Veilig Thuis of de regievoerder zouden hierin een rol kunnen hebben. Meer aandacht is nodig voor samenwerking tussen vrijwillige hulp, hulp in een dwangkader en strafrechtelijke bescherming. Hoe deze samenwerking kan worden verbeterd verdient meer onderzoek.

16 Zie bijvoorbeeld Van Dam (2020) over Systemische behandeling van geweld in intieme partnerrelaties bij cliënten met antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek. 17 Zie over Veiligheid Voorop: https://vng.nl/sites/default/files/2021-02/uitleg_ontwikkelagenda.pdf . Zie voor informatie over de samenwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein in de aanpak van huiselijk geweld: Lünnemann et al., 2018.

51

6. Doorontwikkeling Switch Naast bovenstaande aandachtspunten is duidelijk dat de financiële voorwaarden voor Switch moeten worden verbeterd. Een Switch-traject betreft niet alleen de reguliere kosten, maar ook extra kosten. Daarbij gaat het enerzijds om de intensieve behandeling en ondersteuning, ook wegens de vele crisismomenten, en anderzijds om de vele overlegmomenten niet alleen met het Switch-team, maar ook met de regievoerder. Een ander punt voor doorontwikkeling betreft de organisaties die van belang zijn in de integrale systeemgerichte aanpak. In veel gezinnen speelt alcoholproblematiek. Een behandelaar vanuit de verslavingszorg die onderdeel is van het vaste Switch-team vergroot de mogelijkheid om gezinnen de zorg en behandeling te geven die nodig is. Tot slot, dit onderzoek is een procesevaluatie en geeft inzicht in de uitvoering van Switch. Enkele werkzame elementen van de methodiek zijn naar voren gekomen. Er is geen kennis over de effecten van Switch wat betreft bereiken van stabiele veiligheid, vermindering van trauma, en het versterken van de hechtingsrelaties, want dit vraagt een ander onderzoeksdesign. Aanvullend onderzoek is nodig om meer inzicht in de effecten van Switch te krijgen.

52

Literatuur

Eijkern, L. van, Downes, R. & Veenstra, R. (2018). Slachtofferschap van huiselijk geweld. Prevalentieonderzoek naar de omvang, aard, relaties en gevolgen van slachtoffer- en plegerschap. RUG: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). doi: 20.500.12832/2239.

Callaghan, J. E., Alexander, J. H., Sixsmith, J., & Fellin, L. C. (2018). Beyond “witnessing”: Children’s experiences of coercive control in domestic violence and abuse. Journal of interpersonal violence, 33(10), 1551-1581. doi: 10.1177/0886260515618946.

Graham-Bermann, S. A., & Edleson, J. L. (Eds.) (2001). Domestic violence in the lives of children: The future of research, intervention, and social policy. Washington: American Psychological Association. doi: 10.1037/10408-000.

Cook, A., Spinazzola, J., Ford, J., Lanktree, C., Blaustein, M., Cloitre, M. … van der Kolk, B. (2005). Complex Trauma in Children and Adolescents. Psychiatric Annals, 35(5), 390-398. doi: 10.3928/00485713-20050501-05.

Groen, M. (2003). De samenhang van schaamte en geweld. Tijdschrift voor Psychotherapie, 29(3), 149-157. doi: 10.1007/BF03062020.

Dam, A. van (2020). Systemische behandeling van geweld in intieme partner­ relaties bij cliënten met antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek. In: Rijckmans, M.J.N., Dam, A. van, Bosch, L.M.C. van den (Redactie). Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek. Houten: Bohn, Stafleu, van Lochum.

Hattum, M. van, & van Hal, L. (2015). Meervoudig: Samenwerking tussen hulpverleners in gezinnen met meervoudige problemen. Maatwerk, 16(6), 31-33. doi: 10.1007/S12459-015-0104-5. Herman, J. (1993). Trauma en herstel. De gevolgen van geweld van mishandeling thuis tot politiek geweld. Amsterdam, Wereldbibliotheek.

Dixon, L., Browne, K., & Hamilton-Giachritsis, C. (2009). Patterns of risk and protective factors in the intergenerational cycle of maltreatment. Journal of Family Violence, 24(2), 111-122. doi: 10.1007/s10896-008-9215-2.

Heyman, R. E. & Smith Slep, A. M. (2002). Do Child Abuse and Interparental Violence lead to Adulthood Family Violence? Journal of Marriage and Family, 64(4), 864-870. doi: 10.1111/j.1741-3737.2002.00864.x.

Dutton, D. G. (1995). The Batterer: A Psychological Profile. New York: Basic Book.

Johnson, M. P. (1999) . Two types of violence against women in the American family: identifying patriarchal terrorism and common couple violence. Paper presented at the annual meetings of the National Council on Family Relations. Irvine, CA.

Ehrensaft, M. K., Cohen, P., Brown, J., Smailes, E., Chen, H., & Johnson, J. G. (2003). Intergenerational transmission of partner violence: A 20-year prospective study. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 71(4), 741-753. doi: 10.1037/0022-006X.71.4.741.

Johnson, M. P. (2006). Conflict and control: Gender symmetry and asymmetry in domestic violence. Violence Against Women, 12(11), 1003-1018. doi: 10.1177/1077801206293328.

53

Johnson, M. P., & Leone, J. M. (2005). The Differential Effects of Intimate Terrorism and Situational Couple Violence: Findings From the National Violence Against Women Survey. Journal Of Family Issues, 26(3), 322-349. doi: 10.1177/0192513X04270345. Johnson, H., Ollus, N., & Nevala, S. (2008). Violence Against Women: An International Perspective. New York: Springer.

Lünnemann, M. K. M., Lünnemann, K. D., & Compagner, M. (2021). In de lift: Cohortstudie naar de effecten van de Oranje Huis aanpak. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Lünnemann, K. D., & ter Woerds, S. (2021). Meer dan een ruzie: Politie in de netwerkaanpak huiselijk geweld. Den Haag: Sdu.

Katz, E. (2016). Beyond the physical incident model: How children living with domestic violence are harmed by and resist regimes of coercive control. Child abuse review, 25(1), 46-59. doi: 10.1002/car.2422.

Lünnemann, M. K. M., van der Horst, F. C.P., Prinzie, P., Luijk, M.P.C.M., Steketee, M. (2019). The intergenerational impact of trauma and family violence on parents and their children. Child Abus and Neglect. https://pubmed.ncbi.nlm. nih.gov/31415957/.

Lünnemann, K. D., Goderie, M., & Tierolf, B. (2010). Geweld in afhankelijkheidsrelaties: Ontwikkelingen in vraag naar en aanbod van hulp en opvang. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Markowitz, F. E. (2001). Attitudes and Family Violence: Linking Intergenerational and Cultural Theories. Journal of Family Violence, 16(2), 205-218. doi: 10.1023/ A:1011115104282.

Lünnemann, K. D. & Pels, T. (2013). Van generatie op generatie. Een literatuurstudie naar het doorbreken van geweld en de rol van de opvoeding. Utrecht: VerweyJonker Instituut.

Meijer, Y. (2018). Kiekeboem! Hulp aan het jonge kid dat opgroeit in stress en geweld. Amsterdam, SWP.

Lünnemann, K. D., Drost, L. & Los, V. (2016). Moviera in de wijk. Onderzoek naar een nieuw traject tegen huiselijk geweld. Specialistische intensieve ambulante begeleiding na analysefase residentieel. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Lünnemann, K. D. & van Arum, S. (2017). Waarom het strafrecht kindermishandeling zo slecht past. En het wel een high impact crime is. In K. Van Beek, M. Steketee, L. Van Doorn, & M. Ham (Red.), 1 op de 4. Kindermishandeling een publiek probleem (pp. 81-94). Amsterdam: Van Gennep.

Mobach, H. (2020) Programma Integrale Behandeling Huiselijk geweld. Methodiek voor het doorbreken van structurele geweldspatronen in gezinnen. Amsterdam: PIBBH. Pels, T., Lunnemann, K. D., & Steketee, M. (2011). Opvoeden na partnergeweld: Ondersteuning van moeders en jongeren van diverse afkomst. Assen: Van Gorcum. Rosen, K. H., Bartle Haring, S. & Stith, S. M. (2001). Using Bowen Theory to Enhance Understanding of the Intergenerational Transmission of Dating Violence. Journal of family Issues, 22(1), 124-142. doi: 10.1177%2F019251301022001006.

Lünnemann, K.D, Loeffen, M, Steketee, M., Hoefsloot, T., Bel, K. (2017). Domein overstijgende aanpak MPG. Voorbij de scheiding tussen veiligheidsdomein en zorgdomein. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut & Radar. 54

Rozema, G. & Willemsen, N. (2021). Verkenning MDA++ en Intieme Terreur Oost Brabant. Adviesrapport. Nationaal Programma Geweld hoort nergens thuis. (vindplaats: Adviesrapport-verkenning-MDA-Intieme-Terreur-Oost-Brabant-def.. pdf (sterkhuis.nl).

Vogtländer, L., Tan. S. & Lünnemann, K. D. (2016). De GIPS. Methodiek voor intensieve intersectorale (bemoei)zorg bij kindermishandeling. Fundamenten, praktijk en uitkomsten van de pilot. (vindplaats: De Gips. Methodiek voor intensieve intersectorale (bemoei)zorg bij kindermishandeling. - Verwey-Jonker Instituut).

Stark, E. ( 2007). Coercive control: The entrapment of women in personal life. Oxford: University press.

Vogtländer, L. & van Arum, S. (2016). Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg. VNG/GGD-GHOR Nederland.

Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K. & Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem: Kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Stith, S. M., Rosen, K. H., Middleton, K. A. et al. (2000). The Intergenerational Transmission of Spouse Abuse: a Meta Analysis. Journal of Marriage and Family, 62(3), 640-654. doi: 10.1111/j.1741-3737.2000.00640.x. Swan, S. C. & Snow, D. L. (2006). The Development of a Theory of Women’s Use of Violence in Intimate Relationships. Violence Against Women, 12(11), 1026-1045. doi: 10.1177/1077801206293330. Tierolf, B., Lünnemann, K. & Steketee, M. (2014).Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp. Onderzoek naar effectiviteit van de aanpak huiselijk geweld in de G4. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd (2017). Overall wijkteams- het wijkteam en kwetsbare gezinnen. Utrecht: TSD/STJ. Vink, R. M., Broek, H., van Harten, L. V., Lenting, E., & Elzinga, P. (2015). Huiselijk geweld gemeld en dan...? TNO.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12033891/1