CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Economische-Verkenningen-Metropoolregio-Amsterdam-2020

Raadscommissie Algemene Zaken 18 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Weldoordacht plan van aanpak heropening Amsterdamse samenleving Nr. VN2021-00413248.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

IJmond

Zaanstreek-Waterland

Almere-Lelystad

ZuidKennemerland

Amsterdam

Amstelland-Meerlanden Gooi en Vechtstreek

Kerngegevens Metropoolregio Amsterdam 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019 2020* 2021*

693,6

703,3

717,4

733,2

754,4

774,0

787,2

-0,1

1,4

2,0

2,2

2,9

2,4

1,7

131,4

135,8

140,7

146,1

152,0

157,1

161,4

1,1

3,4

3,6

3,8

4,0

3,4

2,7

1.382

1.386

1.440

1.461

1.487

1.524

1.556

0,2

0,3

3,9

1,5

1,8

2,5

2,1

2.387

2.406

2.428

2.458

2.482

2.505

0,8

0,8

0,9

1,2

1,0

0,9

Bevolking 15-74 (x 1.000)

1.813

1.827

1.839

1.859

1.882

1.896

1.914

Als % van de bevolking

76,0

75,9

75,7

75,6

75,8

75,7

75,7

Beroepsbevolking (x 1.000)

1.302

1.298

1.309

1.337

1.338

1.358

1.379

Participatiegraad

71,8

71,0

71,2

71,9

71,1

71,6

72,0

Werkloosheid (x 1.000)

101

99

90

81

66

54

49

Als % van de beroepsbevolking

7,8

7,6

6,9

6,1

4,9

4,0

3,6

Nederland Bbp in mln euro (marktprijzen, nominaal) Reële bbp-groei in % (CBS, CPB)

Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2020

-5,0

3,5

-6,1

3,9

2.530

2.555

2.576

1,0

1,0

0,8

Metropoolregio Amsterdam Brp in mln euro (marktprijzen, nominaal) Reële brp-groei in % Werkgelegenheid Werkzame personen (x 1.000) Groei in % Bevolking (x 1.000) Groei in %

* Prognose. Prognose brp-groei MRA o.b.v. toepassing multipliers 'scenario 1' op CPB basisraming voor Nederland. Voor werkzame personen is 2019 een prognose. Bron: CBS, CPB (bewerking en prognose TNO/SEO Economisch Onderzoek)

Inhoud

5.

Economie en leefomgeving

146

7

5.1

Ruimtegebruik

148

De economie van de MRA in vogelvlucht

16

5.2

Woningmarkt, kantorenmarkt en bedrijventerreinen

152

1.1

Economische groei

18

5.3

Duurzaamheid

158

1.2

Werkgelegenheid en werkloosheid

25

5.4

Afruilen en keuzes in ruimtegebruik 

172

1.3

Toegevoegde waarde en werk-gelegenheid per sector

31

5.5

Slotbeschouwing: vooruitzichten en de coronacrisis

181

6.

Bijlagen186

2.

Bevolking en arbeidsmarkt

38

2.1

Bevolking

41

2.2

Bruto-arbeidsparticipatie

45

2.3

Werkloosheid

56

2.4

Veranderingen in het arbeids­aanbod

61

2.5

Mobiliteit

64

3.

Economische structuur en concurrentiekracht

70

3.1

Economische ontwikkeling per sector en specialisatie

72

3.2

Arbeidsproductiviteits­ontwikkeling

80

3.3

Sectorale ontwikkeling en kwetsbaarheid voor de

Voorwoord

5

Samenvatting 

1.

coronacrisis

95

4.

Kerncijfers per deelregio

98

4.1

Vergelijking deelregio’s MRA

100

4.2

Almere-Lelystad

108

4.3

Amstelland-Meerlanden 

114

4.4

Amsterdam

120

4.5

Gooi en Vechtstreek

125

4.6

IJmond

130

4.7

Zaanstreek-Waterland

134

4.8

Zuid-Kennemerland

140

Bijlage 1 Begrippenlijst 

187

Bijlage 2 Gemeenten in de MRA per regio, 2020

192

Bijlage 3 Afbakening economische sectoren 

193

Bijlage 4 Woon-werkverkeer en verhuizingen in MRA 

198

Bijlage 5 Referenties

202

Bijlage 6 Verantwoording

208

Colofon

209

Voorwoord Op uw scherm ziet u de negende editie van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam. Het is een bijzondere editie die is geproduceerd tijdens de coronacrisis. Deze Economische Verkenningen MRA vormen niet alleen het scharnierpunt tussen twee decennia, maar markeren ook de overgang van een periode van economisch herstel en groei na de Grote Recessie van 2008 naar een nieuwe periode van grote onzekerheid.

fysiek om samen een kop koffie te drinken of het glas te heffen om de resultaten van deze studie te bespreken. Namens de Stuurgroep Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam, Martijn van Vliet November 2020

In het voorjaar hebben we besloten om de Economische Verkenningen MRA niet vóór de zomer (zoals gebruikelijk) maar aan het einde van het jaar uit te brengen. Daardoor ontstond er meer tijd voor een diepgaande analyse naar de gevolgen van de pandemie op de economische ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De onzekerheden over het verloop van de pandemie en de economische gevolgen maken het doen van harde uitspraken over de toekomst nog altijd zeer lastig. Wel is duidelijk dat op de korte termijn de economische krimp van de regio sterker is dan die in Nederland als geheel. De analyse van deze Economische Verkenningen MRA bevestigt het belang van samenwerking tussen alle partijen in de MRA. Wij zijn daarom verheugd dat ook in deze moeilijke tijden het boek kan worden gepresenteerd als onderdeel van de uitzendingenserie Metropool­ regio Actueel, georganiseerd door het MRA Bureau en vooruitlopend op de State of the Region van Femke Halsema, voorzitter van de MRA-regiegroep, voorzitter van de Amsterdam Economic Board en burgemeester van Amsterdam. Juist in deze periode bewijzen de Economische Verkenningen MRA hun waarde als betrouwbare informatiebron voor iedereen die de toekomst van de MRA ter harte gaat.

Wij hopen dat ook deze editie een inspiratiebron vormt voor het nadenken over het heden en de toekomst van de regio en een startpunt is voor vele discussies en inspirerende bijeenkomsten in de regio. Maar vooral wensen wij iedereen een goede gezondheid toe. Hopelijk treffen wij elkaar volgend jaar weer

5

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

6

Samenvatting Vooraf De opening van de vorige editie van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam luidde: ‘De economie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) draait op volle toeren. Naar het zich laat aanzien, groeit de regio in 2020 voor het achtste jaar op rij. De groei ligt zowel boven het landelijk gemiddelde als dat van de grootstedelijke regio’s in de Europese Unie. De regio heeft zich daarmee zeer krachtig hersteld van de Grote Recessie.’ Niemand kon toen bevroeden dat een halfjaar later een mondiale virusuitbraak zou volgen die ons tot op de dag van vandaag in de greep houdt en waarschijnlijk nog jaren haar schaduw vooruit zal werpen. Deze ontwikkeling resulteert in Economische Verkenningen die in vele opzichten uniek zijn. Uniek door de omvang van de economische impact die de coronapandemie heeft, maar vooral ook door de fundamentele onzekerheden waarmee we worden geconfronteerd. Onzekerheden die in belangrijke mate afkomstig zijn van buiten het economische systeem zelf. Ook deze Economische Verkenningen MRA bevatten een analyse van de trends van de afgelopen jaren op het terrein van economie en arbeidsmarkt en een analyse van de structuur van de economie. Ook geven we een voorspelling van de te verwachten economische ontwikkeling.

Meer dan in andere edities richten we ons daarbij op de specifieke kwetsbaarheden van de economie van de MRA om daarmee uitspraken te kunnen doen over de impact van de coronacrisis. Nieuw in deze editie is een hoofdstuk over de fysieke leefomgeving. Dit hoofdstuk richt zich op de langetermijnuitdagingen voor de regio op het gebied van economie, ruimtegebruik en verduurzaming en de afweging tussen de verschillende ruimteclaims die er zijn en op ons afkomen. De economie van de MRA in vogelvlucht De economie van de MRA groeide in 2019 met 2,7 procent (ruim 1 procentpunt boven de groei van Nederland en de EU27). De coronacrisis heeft, historisch gezien, tot een unieke wereldwijde neerwaartse bijstelling van de economische groei geleid. In de basis­ raming van september 2020 gaat het Centraal Planbureau (CPB) uit 7

Economische Verkenningen MRA 2020

van een krimp van 5 procent in 2020 en een groei van 3,5 procent in 2021. Dit basisscenario gaat uit van het uitblijven van een zware tweede coronagolf. Indien zo’n tweede golf zich wel voordoet, beschrijft het CPB een scenario waarin in 2020 sprake is van een krimp van 6,1 procent en van een krimp van 2,8 procent in 2021. Op het moment van schrijven van deze samenvatting lijkt het pessimistische scenario waarheid te worden. Hierbij moeten worden aangetekend dat deze verwachtingen in vergelijking met de ons omringende landen, nog relatief gunstig afsteken. Als we ons vervolgens richten op de economie van de MRA, dan ontstaat een gemengd beeld van de gevolgen van de coronacrisis voor de regionale groei. Kenmerkend voor de sectorstructuur is een oververtegenwoordiging van werkgelegenheid in sectoren die zwaar geraakt worden door de contactbeperkingen die zijn opgelegd om het virus onder controle te krijgen, zoals Horeca, Cultuur, sport en recreatie en Toerisme. Ook leunt de MRA relatief sterk op flexibele arbeid, waardoor veel arbeidsrelaties relatief eenvoudig opzegbaar zijn. Bovendien kenmerkt de regio zich door zeer internationaal georiënteerde vormen van bedrijvigheid die zwaar door de recessie worden geraakt, zoals het industriële complex rondom IJmond en de sector Vervoer en opslag rondom Schiphol.

Anderzijds kent de regio ook sterke clusters waarvoor de overstap naar thuiswerken door veelal hoogopgeleide werknemers met relatief beperkte consequenties mogelijk is, zoals ICT en Financiële dienstverlening. Bij elkaar opgeteld resulteert dit voor de MRA in een extra negatieve impact van de crisis op de economische groei. Onze verwachting is dat door de afwijkende structuur van de economie, de krimp in de MRA in 2020 een factor 1,2 groter zal zijn dan in heel Nederland. We hebben nog twee andere scenario’s gebaseerd op de kenmerken van de MRA doorgerekend. Als we rekening houden met de relatief hoge groei in de MRA, dan komt de krimp van de MRA uit op het Nederlandse percentage. De coronacrisis doet de groeivoorsprong van de MRA van de afgelopen jaren ten opzichte van Nederland verdampen. Als we tot slot rekening houden met de relatief sterke krimp ten opzichte van Nederland na de vorige recessie (onder andere het gevolg van de sterke internationale oriëntatie van de MRA), zou de krimp in de MRA een factor 1,4 hoger zijn dan in Nederland.

Economische Verkenningen MRA 2020

8

De werkgelegenheid in de MRA nam in 2019 met 2,1 procent toe. De werkloosheid was met 3,6 procent historisch laag. Hoe groot de zorgen op dit moment ook zijn, het is van belang te beseffen dat de arbeidsmarkt zich slechts ruim een halfjaar geleden kenmerkte door vrijwel uitsluitend frictie- (mensen die tussen twee banen in zitten) en structurele werkloosheid (mismatch) en een hoge arbeidsparticipatie. Het merendeel van het grote aantal openstaande vacatures werd in 2019 vervuld door voormalig werklozen en immigranten. Voor de toekomst worden we geconfronteerd met een reeks aan uiteenlopende onzekerheden: de uitkomst van de Brexit-onder­ handelingen, het opkomend protectionisme, onduidelijkheid over wanneer een effectief vaccin voldoende beschikbaar is, de gevolgen van de pandemie voor de wereldhandel op middellange termijn, de uitdagingen om de snel opgelopen staatsschuld wereldwijd op een verantwoorde en geleidelijke manier tot houdbare proporties terug te brengen, en de gevolgen van onder andere klimaatverandering. Het is niet uit te sluiten dat de coronapandemie omslaat in een nieuwe financiële crisis en, net als in 2008, leidt tot een crisis met een zeer lange staart.

Het vermogen om in Europa zowel gezamenlijk als in de afzonderlijke lidstaten de sluimerende sociale spanningen die door de coronacrisis zijn uitvergroot het hoofd te bieden, zal in belangrijke mate bepalend zijn voor de aard en snelheid van het herstelproces. Belangrijk bij dit herstel zal het verbinden zijn van enerzijds de kortetermijnnoden die het directe gevolg zijn van de coronacrisis aan anderzijds langetermijndoelstellingen op het gebied van duurzaamheid, toekomstig verdienvermogen en werkgelegenheid. Bevolking en arbeidsmarkt De bevolking van de MRA groeide in 2019 met 25 duizend personen. Dit is sneller dan in de rest van Nederland, met name door toestroom van studenten, jongvolwassenen en werkenden. Deze ontwikkeling is kenmerkend voor een regio met hoogwaardige voorzieningen en een sterke arbeidsmarkt die het aantrekkelijk maken voor mensen om zich er te vestigen. Sinds 2012 stijgt vooral de migratie uit het buitenland. Dat is enerzijds een reflectie van de internationale aantrekkelijkheid van de regio en anderzijds van de specifieke tekorten in bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt. De relatief grote toestroom vanuit het buitenland is recent gepaard gegaan met een tegengestelde 9

Economische Verkenningen MRA 2020

migratiestroom van Nederlanders naar andere regio’s in Nederland. De inkomende woon-werkpendel nam de afgelopen jaren dan ook fors toe: steeds meer mensen die in de MRA werken, wonen buiten de MRA. Deze ontwikkeling heeft geresulteerd in een toename van het arbeidsaanbod in de MRA in de laatste jaren, maar dit aanbod heeft de groei van de werkgelegenheid niet kunnen bijbenen. Opvallend is dat vooral hoogopgeleiden met een migratieachtergrond hebben bijgedragen aan de groei van de werkgelegenheid, terwijl de werkgelegenheid onder middelbaar opgeleiden is afgenomen. De werkloosheid in de MRA is in 2019 verder gedaald met 5 duizend personen tot 3,6 procent van de beroepsbevolking, en lag daarmee onder het toen al uitzonderlijk lage werkloosheidsniveau van vlak voor de Grote Recessie van 2008. Het werkloosheidspercentage ligt voor alle bevolkingsgroepen (naar leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond) lager dan voor heel Nederland, wat laat zien dat de arbeidsmarktkansen in de MRA relatief gunstig zijn. De bruto-arbeidsparticipatie in de MRA nam in 2019 toe tot 72 procent van de potentiële beroepsbevolking. Daarmee ligt de arbeidsparticipatie – ook die van inwoners met een migratieachtergrond – in de MRA hoger dan in de rest van Nederland. Dat laat onverlet dat er duidelijke verschillen zijn in werkloosheid en participatie tussen regio’s en groepen op de arbeidsmarkt.

Hardnekkig zijn de lage participatie en relatief hoge werkloosheid onder laagopgeleiden. Dit onderstreept het grote belang van investeren door werknemers, werkgevers, kennis­ instellingen en overheden in scholing en sociale relaties (human capital) gedurende de hele levensloop van een werknemer. De gevolgen van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt zijn zeer onzeker. De daling van de economische groei en de daarmee gepaard gaande daling van de werkgelegenheid zullen tot een stijging van de werkloosheid leiden, in lijn met de verwachtingen van het CPB. Dit zal op korte termijn vooral inwoners treffen met een flexibele arbeids­ relatie, met name in de private dienstverlening. Doordat deze groepen sterker vertegenwoordigd zijn in de MRA dan landelijk, zijn de effecten van de coronacrisis op de arbeidsmarkt in de MRA eerder en sterker voelbaar. De omvang en duur van de toename van werkloosheid zullen in belangrijke mate afhankelijk zijn van het verdere verloop van de pandemie. Wanneer de beperkingen tot ver in 2021 voort zullen duren, Economische Verkenningen MRA 2020

10

zullen faillissementen onafwendbaar zijn en zullen arbeidsrelaties worden verbroken, met blijvende gevolgen voor opgebouwd menselijk kapitaal. De economie van de MRA heeft zich in het verleden weliswaar wendbaar en weerbaar getoond, maar meer dan ooit zullen investeringen in om- en bijscholing van groot belang zijn om de inclusiviteit van de arbeidsmarkt te waarborgen. Economische structuur en concurrentiekracht De MRA is een belangrijke motor van de Nederlandse economie. De groei van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid was in de periode 2013-2018 in de MRA hoger dan in Overig Nederland. Ook in bijna alle afzonderlijke sectoren was de groei hoger dan in Overig Nederland. Daarbij specialiseert de MRA zich in sectoren als ICT en (Specialistische) zakelijke diensten. Een belangrijke bron van dit succes is de relatief hoge arbeidsproductiviteit die voortkomt uit de agglomeratiekracht van de regio. De arbeidsproductiviteit in de MRA lag gedurende de periode 1996-2012 ongeveer 20 procent boven de productiviteit in Overig Nederland. Het zijn juist kennisintensieve bedrijven die zich clusteren in de regio en profiteren van de agglomeratievoordelen en de aanwezigheid van een relatief hoogopgeleide beroepsbevolking die de MRA biedt. Deze groei van de arbeids­ productiviteit vlakte na 2013 weliswaar enigszins af, maar in mindere mate dan in Overig Nederland.

Hierdoor is het productiviteitsvoordeel van de MRA tussen 2013 en 2018 gestegen van 20 naar 25 procent ten opzichte van Overig Nederland. De uitgangspositie van de MRA blijft daarmee onverminderd sterk. De voordelen die clustering van economische activiteiten met zich meebrengt, zullen niet fundamenteel wijzigen ten gevolge van de coronapandemie. Wel is de MRA gespecialiseerd in sectoren die relatief kwetsbaar zijn voor de gevolgen van de coronacrisis, zoals Cultuur, sport en recreatie, Horeca, Specialistische zakelijke diensten, en Financiële diensten. Op korte termijn zal als gevolg van deze kwetsbaarheid, de krimp in de MRA naar verwachting groter zijn dan in Nederland. Maar net als in de herstelfase na de Grote Recessie van 2008, zijn de structuurkenmerken van de regio van dien aard dat het herstel naar verwachting ook weer relatief krachtig zal zijn. De komende periode zal ook benut moeten worden om structurele antwoorden te bieden op de grote uitdagingen voor de lange termijn rondom het 11

Economische Verkenningen MRA 2020

stimuleren van arbeidsproductiviteit en verduurzaming. Keuzes met betrekking tot de gebouwde omgeving, transport en toerisme, kunnen een centrale rol spelen in het benutten van de crisis om op lange termijn de structuur van de economie te versterken en te verduurzamen met behoud van een inclusieve arbeidsmarkt. Ontwikkelingen in deelregio’s Waar we in de eerste jaren van herstel na de Grote Recessie een sterke concentratie van groei van de bevolking, toegevoegde waarde en werkgelegenheid zagen rond Amsterdam en Amstelland-Meerlanden (met daarbinnen het zwaartepunt in Haarlemmermeer), is recent de groei verschoven naar andere deelregio’s van de MRA. Hoewel er nog altijd sprake was van een forse economische groei in Amsterdam en Amstelland-Meerlanden, vertraagde hier in 2018 en 2019 het tempo terwijl in andere deelregio’s van de MRA een groeiversnelling optrad. Deze ontwikkeling indiceert het gebrek aan ruimte waarmee het economisch kerngebied van de MRA meer en meer wordt geconfronteerd. In 2019 vond de sterkste groei plaats in Amstelland-Meerlanden (3,7 procent) en Almere-Lelystad (3,6 procent). De economische groei in IJmond en Zuid-Kennemerland bleef met respectievelijk 0,4 en 0,5 procent ruim achter bij de gemiddelde groei van de MRA als geheel (2,7 procent). De arbeidsmarkten van alle deelregio’s profiteren van de relatief gunstige ontwikkeling van de MRA.

Met name in ZaanstreekWaterland, IJmond, Zuid-Kennemerland en Gooi en Vechtstreek was de werkloosheid bijzonder laag. Hieruit spreekt de sterke onderlinge verbinding van de arbeidsmarkten van de deelregio’s, die zich uit in forse woon-werkpendelstromen in de MRA. Overigens zien we na 2014 ook een toenemende pendel van mensen vanuit overige delen van het land naar een baan in de MRA, met name naar Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. De coronacrisis raakt de economie van de MRA relatief sterk, waarbij er wel duidelijke verschillen waarneembaar zijn tussen deelregio’s. Elke regio kent zijn eigen structuur en wordt daardoor op een andere manier getroffen door de coronacrisis. De klappen zijn op korte termijn relatief zwaar voor de deelregio’s Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en Zuid-Kennemerland. Economische Verkenningen MRA 2020

12

Fysieke leefomgeving Nieuw in deze editie van de Economische Verkenningen MRA is de uitvoerige aandacht voor de fysieke leefomgeving. De druk op ruimte in de MRA als een dichtbevolkt gebied waarin wonen, werken, recreëren en verduurzamen hand in hand moeten gaan, is groot en wordt in steeds sterkere mate gevoeld. Deze druk zal naar verwachting in de komende jaren verder toenemen. De druk uit zich in het bijzonder in spanningen op de woningmarkt. Dit leidt tot grote pendelstromen, congestie en daarmee ook milieueffecten. Hoewel er in de MRA sprake is van een absolute ontkoppeling van CO2-emissies en economische groei, is dit slechts een eerste stap in de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening.

welvaart vanuit het principe van kansengelijkheid voor iedereen ongeacht achtergrond, verdienen daarbij prioriteit. In de fundamenteel onzekere tijden biedt het houvast te bedenken dat wat verstandig beleid was aan het begin van 2020, ook na de uitbraak van de pandemie nog steeds een waardevol richtsnoer biedt voor toekomstig beleid.

De energietransitie richting 2050 zal naar verwachting veel extra ruimte en transformaties vergen. Ook de gewenste transitie naar een circulaire economie gaat in een verstedelijkte omgeving met grote uitdagingen gepaard. De eerste resultaten zijn zichtbaar in het terugdringen van huishoudelijk afval en de verwerking ervan. Een belangrijk deel van het afval wordt echter nog steeds verbrand of gestort en reststromen worden nog beperkt ingezet in de MRA-economie. De coronacrisis leidt naar verwachting tot minder milieudruk en ruimteclaims. Dit is echter een tijdelijke ontwikkeling: na de crisis zullen de druk op het milieu en de ruimteclaims weer toenemen. Blik op de toekomst Juist in een zware crisis zoals die de wereld op dit moment treft, geldt het adagium ‘samen sterk’. De ingeslagen weg van uitbouw van onderlinge samenwerking biedt een wenkend perspectief, maar vergt investeren in elkaar en een volwaardige samenwerking met het Rijk. Voortgaande samenwerking op het gebied van zowel arbeidsals woningmarkt en infrastructuur- en verduurzamingsopgaven, is dan ook essentieel om de uitdagingen van de herstelfase het hoofd te bieden en scherpe keuzes te maken die de regio als geheel sterker uit deze crisis laten komen.

De langetermijnambities van verduurzaming van ons economisch systeem, het blijvend investeren in het verdien­vermogen van onze economie en het zorg dragen voor een eerlijke verdeling van onze

13

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

14

1 n

n

n n

n

De economie van de MRA in vogelvlucht

Na een stevige groei van gemiddeld 3,2 procent in de periode 2013-2018, vlakte de groei van de MRA-economie af naar 3,4 procent in 2018 en 2,7 procent in 2019. Dit is gemiddeld circa 1 procentpunt meer dan Nederland als geheel en de EU-27. De werkgelegenheid in de MRA nam in 2019 met 2,1 procent toe. De werkloosheid was in datzelfde jaar met 3,6 procent uitzonderlijk laag. De coronacrisis leidde tot een forse deuk in het vertrouwen van zowel producenten als consumenten. De coronacrisis zorgt voor fundamentele onzekerheden, waardoor voorspellingen van beperkte waarde zijn. Evengoed is de verwachting dat de groei van de MRA in 2020 met een factor 1,2 tot 1,4 sterker af zal nemen dan in Nederland als geheel. De opeenstapeling van economische, sociale en politieke onzekerheden op zowel nationaal als inter­nationaal vlak, werpt haar schaduw op de komende jaren. De weerbaarheid en wendbaarheid die de economie van de MRA de afgelopen decennia hebben gekenmerkt, geven een zekere mate van houvast, maar meer dan ooit zullen ontwikkelingen buiten de eigen regio bepalend zijn voor de ontwikkelingen in de regio.

Economische Verkenningen MRA 2020

16

In dit hoofdstuk bespreken we in vogelvlucht recente economische ontwikkelingen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). We beschrijven de ontwikkeling van het bruto regionaal product (brp), de werkgelegenheid en werkloosheid. Ook bekijken we welke sectoren in het bijzonder hebben bijgedragen aan de economische groei en werkgelegenheid in de MRA. We gaan ook in op de verwachtingen voor 2020 en 2021 van de MRA. Tegen de achtergrond van de coronacrisis die de wereld aan het begin van 2020 trof, zijn deze verwachtingen met grote en fundamentele onzekerheid omgeven. Deze onzekerheid is in belangrijke mate afkomstig van buiten het economische systeem zelf. De voorspelling van de te verwachten economische ontwikkeling zal zich daarom meer dan in andere edities van de Economische Verkenningen MRA richten op de specifieke kwetsbaarheden van de economie van de MRA om daarmee uitspraken te kunnen doen over de relatieve impact van de pandemie (meer dan de absolute impact). De nationale economische context en internationale ontwikkelingen hebben meer dan ooit een grote invloed op het reilen en zeilen van de MRA. Daarom worden ook enkele, voor de MRA relevante ontwikkelingen in Nederland, Europa en elders in de wereld besproken.

1.1 Economische groei De groei van het reële brp van de MRA bedroeg in 2018 en 2019 respectievelijk 3,4 en 2,7 procent. De economie bevond zich daamee in een uitzonderlijk lange periode van hoogconjunctuur en werd daarbij gekenmerkt door een geleidelijk aflopende groei in de meest recente jaren (zie figuur 1.1). Begin 2020, op een moment dat de meeste economische indicatoren een gunstig beeld schetsten, zorgde de uitbraak van het coronavirus voor een historische terugval in productie, handel en consumptie. Deze economische schok is groter dan die van de vorige crisis (de zogenoemde Grote Recessie, die in 2008 begon). Het bijzondere aan de coronacrisis is dat de aanleiding niet werd gevormd door vraaguitval, maar dat er vanwege ‘de intelligente lockdown’ van bovenaf beperkingen zijn opgelegd en daardoor in sommige sectoren (zoals de horeca, contactberoepen en de evenementenbranche) economische activiteiten nood­gedwongen tot stilstand kwamen. Er kon simpelweg niet meer geproduceerd worden om te voorzien in de latent aanwezige vraag. Dit werd verder versterkt doordat consumenten uit angst voor besmetting en onzekerheid over de toekomst, hun consumptieve uitgaven terug­schroefden. De bewegingsvrijheid aan de kant van zowel producenten als consumenten, werd met de opgelegde maatregelen sterk beperkt.

Daarmee was er sprake van een uitzonderlijke combinatie van gelijktijdige uitval van vraag en aanbod, gericht op het onder controle krijgen van het coronavirus. Op het moment van schrijven (oktober 2020) resteren nog altijd contactbeperkingen en fundamentele onzekerheden over de toekomst en aard, timing en snelheid van zowel de ontwikkeling van de pandemie als het economisch herstel. Faillissementen en oplopende werkloosheid zijn onver­mijdelijk, zeker wanneer de steunmaatregelen vanuit de rijksoverheid geleidelijk worden afgebouwd. Ook leidt de verminderde economische dynamiek tot productiviteits­verlies en valt niet uit te sluiten dat bepaalde typen werkgelegenheid niet meer zullen terugkeren. Een versnelde economische herstructurering dient zich aan, mede doordat veel sectoren op afstand werken en digitaal vergaderen succesvol in hun bedrijfsvoering hebben weten te implementeren.

17

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

18

De economische gevolgen van de maatregelen die wereldwijd zijn genomen, zijn sinds de Tweede Wereldoorlog niet vertoond. In zijn basisraming in de Macro Economische Verkenning 2021 gaat het Centraal Planbureau (CPB) uit van een krimp van 5,0 procent in 2020 en een groei van 3,5 procent in 2021. In een pessimistisch tweedegolf­scenario voorspelt het CPB een krimp in zowel 2020 als 2021 van respectievelijk 6,1 en 2,8 procent (zie kader 1.1). De krimp in 2020 blijft daarmee overigens nog beperkt wanneer we die vergelijken met de eurozone waarin een krimp van 8,3 procent voor 2020 wordt voorspeld (gevolgd door een relatief sterk herstel met een groei van 6,5 procent in 2021). Op het moment van schrijven (oktober 2020) van deze Economische Verkenningen MRA is de beste inschatting dat we tussen beide scenario’s in zitten. De maatregelen die genomen zijn in reactie op het hernieuwd oplopen van het aantal besmettingen met het virus, zijn minder schadelijk dan wat het CPB heeft verondersteld in zijn pessimistische tweede-golfscenario. Maar de combinatie van verder oplopende besmettingen in zowel Nederland als de rest van Europa, brengt het pessimistische scenario wel met de dag dichterbij. Figuur 1.1 Corona zorgt voor forse krimp en grote onzekerheid over toekomstige groei* Economische groei in %

8 6 4 2 0 -2

1996

2000

2005

2010

2015

2020

-4 -6 -8 MRA MRA (tweede golf)

Nederland Nederland (tweede golf)

EU27

* Brp en bbp; prognose 2020 en 2021 op basis van twee CPB scenario’s (zie kader 1.1) Bron: CBS, CPB, Eurostat, Europese Commissie (bewerking TNO/Vrije Universiteit Amsterdam)

19

Economische Verkenningen MRA 2020

Tegen de achtergrond van deze onzekerheid hebben we gekozen voor het ontwikkelen van een drietal scenario’s die inzicht verschaffen in de gevolgen van (i) de bijzondere sectorstructuur van de MRA, (ii) historische groeiverschillen tussen de MRA en Nederland en (iii) de mate waarin sectoren (extra) gevoelig zijn voor schokken als gevolg van de coronacrisis. In het eerste scenario gaan we ervan uit dat de sectoren in zowel de MRA als Overig Nederland getroffen worden door de coronapandemie op de manier die voorspeld is door ING (ING, 2020). De afwijking van de impact op de groei in de MRA ten opzichte van de groei in Nederland als geheel is in dat scenario toe te schrijven aan de afwijkende sectorstructuur van de MRA. De MRA kent een relatieve oververtegenwoordiging van sectoren die sterk door de pandemie worden getroffen (zie ook hoofdstuk 3). Als gevolg daarvan zal de krimp in de MRA in 2020 een factor 1,2 keer zo groot zijn als de krimp van de Nederlandse economie. In 2021 – waarin wordt uitgegaan van een herstel van de sectoren zoals ingeschat door ING – wordt deze gevolgd door een groei die 1,2 keer zo groot is als die van de Nederlandse economie. In het tweede scenario gaan we ervan uit dat het groei­verschil tussen de sectoren in de MRA en Nederland als geheel, dat zo kenmerkend was voor de periode 2013-2018, intact blijft.

We veronderstellen, met andere woorden, dat de relatief gunstige groei in de MRA die in belangrijke mate het gevolg is van agglomeratievoordelen (zie hoofdstuk 3) niet wordt aangetast door de pandemie. In dat geval komen we in 2020 uit op een multiplier van 1,02 en in 2021 van 1,43. In dit scenario wordt de voor de MRA kenmerkende relatief gunstige groei ten opzichte van Nederland in 2020 dus volledig tenietgedaan door de impact die het coronavirus heeft op de economie van de MRA. In 2021 zien we vervolgens een herstel optreden. In het derde scenario gebruiken we de sectorale ontwikkeling die kenmerkend was voor de eerste periode na de Grote Recessie van 2008. De internationaal georiënteerde MRA werd in die periode relatief hard geraakt door het sterke internationale karakter van de recessie. Ook in de huidige recessie zien we dat met name de internationaal georiënteerde delen van de MRA-economie relatief zwaar worden Economische Verkenningen MRA 2020

20

getroffen. Uitgaande van dit derde scenario, komen we voor 2020 en 2021 respectievelijk uit op een multiplier van 1,41 en 1,02. We zien voor 2020 dus een verdubbeling van de impact die we in het eerste scenario vonden, die het gevolg is van het feit dat in een periode van recessie bepaalde in de MRA oververtegenwoordigde sectoren juist relatief hard worden geraakt. Kader 1.1 Onzekerheid rondom de raming De onzekerheid rondom de economische prognose is groter dan ooit. Het verloop van de pandemie en eventuele aanscherpingen van maatregelen om het coronavirus in te dammen, zijn bepalend voor de economische ontwikkeling. Om deze reden werkt het CPB met twee scenario’s voor de Nederlandse economie: (i) een basisraming en (ii) een scenario waarin vanwege een tweede golf van coronabesmettingen nieuwe lockdownmaatregelen van kracht worden. Het unieke, onzekere karakter van de huidige economische situatie wordt onderstreept door het feit dat het CPB in zijn hele bestaan niet eerder twee ramingsscenario’s in zijn Macro Economische Verkenning 2021 heeft gepresenteerd.

Scenario 3: sectoren in de MRA ontwikkelen zich conform het absolute groeiverschil met Nederland, zoals tijdens het dieptepunt van de Grote Recessie (2008-2009). Drie scenario’s economische groei MRA als multiplier op de landelijke groei Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

2020

1,2

1,0

1,4

2021

1,2

1,4

1,0

Bron: TNO en Vrije Universiteit Amsterdam (op basis van CBS, CPB en ING)

Om recht te doen aan deze grote onzekerheid, kiezen we in deze editie van de Economische Verkenningen MRA voor een regionale doorvertaling van beide landelijke ramingen van het CPB in de vorm van een drietal scenario’s. Daarin houden we zo goed mogelijk rekening met (i) de sectorstructuur van de MRA, (ii) historische groeiverschillen tussen de MRA en Nederland en (iii) de mate waarin sectoren (extra) gevoelig zijn voor schokken als gevolg van de coronacrisis. Hiertoe hebben wij drie ramingsscenario’s doorgerekend, waarmee wij telkens een multiplier ten opzichte van de landelijke groei (de CPB-raming uit de MEV2021) hebben afgeleid. De uitgangspunten in deze drie scenario’s zijn als volgt: Scenario 1: sectoren in de MRA maken in 2020 en 2021 dezelfde ontwikkeling door als in Nederland. Scenario 2: sectoren in de MRA behouden het absolute gemiddelde jaarlijkse groeiverschil met Nederland, dat kenmerkend was voor de periode 2013-2018.

21

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

22

Kader 1.2 Internationale context: een pandemie met grote impact in een gespannen wereldeconomie De coronapandemie heeft een enorme impact op de wereldeconomie. Landen worstelen in meer of mindere mate met het onder controle krijgen van het virus. De aanpak verschilt sterk per land. Algemene lessen zijn nog lastig te trekken, maar er zijn wel sterke aanwijzingen (IMF, 2020) dat landen die voor een stevige en korte aanpak kiezen minder economische schade oplopen dan landen die het virus op minder rigoureuze wijze in toom proberen te houden. Daarmee is overigens niet gezegd dat een stevige en korte lockdown in alle landen in de wereld met evenveel succes kan worden doorgevoerd en overal even effectief zal zijn. De impact zal sterk afhankelijk zijn van enerzijds het draagvlak voor rigoureuze maatregelen en anderzijds de verbondenheid van de samenleving met andere landen in de wereld. Juist een kleine, open economie met een vrijzinnige samenleving als de Nederlandse, wordt in het huidige tijdsgewricht met extra dilemma’s geconfronteerd.

De aanpak van het onder controle krijgen van het coronavirus wordt ook bepaald door budgettaire ruimte. Nederland bevond zich begin 2020 met een begrotingsoverschot en een lage staatsschuld in een relatief gunstige uitgangspositie die, zonder internationale afspraken te schenden, een grootschalig steunpakket mogelijk maakte. In veel andere lidstaten in de Europese Unie is de uitgangssituatie minder rooskleurig. Hoewel er eerste afspraken zijn gemaakt voor specifieke steun voor zuidelijke lidstaten, blijven de structurele onevenwichtigheden binnen Europa substantieel. En die onevenwichtigheden worden ook in deze crisis weer uitvergroot. Daarmee ligt het risico op de loer dat de coronacrisis zich via een economische crisis doorontwikkeld in een financiële en eurocrisis. Parallellen met de periode 20082013 dienen zich hier aan. In welke mate landen bereid en in staat zijn de lessen uit de vorige crisis te trekken, valt te bezien. Er lijken voorzichtige aanwijzingen voor een groeiend besef van de wenselijkheid van een gemeenschappelijke Europese aanpak. Een overtuigde pro-Europese houding van Nederland en een verdere verdieping van Europese integratie, zijn volgens de auteurs van deze editie van de Economische Verkenningen MRA in ons eigen belang, maar worden niet door iedereen even sterk gedeeld.

Figuur 1.2 Scherpe daling vertrouwen Nederlandse producenten en consumenten door corona Saldo optimisten en pessimisten

30 20 10 0 2005 -10

2010

2015

En tot slot zijn er ook ontwikkelingen die deels losstaan van de coronapandemie en die al langer de internationale arena tot een waar strijdtoneel maken, met alle onzekerheden van dien. Deze ontwikkelingen lopen uiteen van de onzekere ontwikkelingen rondom de Brexit, tot voortdurende geopolitieke spanningen tussen met name China en de Verenigde Staten.

2020 2021

-20 -30 -40 -50 Consumentenvertrouwen

Producentenvertrouwen industriële bedrijven

Bron: CBS

23

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

24

1.2 Werkgelegenheid en werkloosheid

de werkgelegenheidsontwikkeling in de MRA zullen hebben. Voor de ontwikkeling in 2021 zal veel afhangen van de vraag of er wel of niet extra maatregelen ingevoerd moeten worden om nieuwe virusuitbraken af te remmen, of dat het maatschappelijk leven en economische activiteit weer kunnen opbloeien.

Vanaf 2014 is de werkgelegenheid in de MRA zes jaar op rij toegenomen (zie figuur 1.3). In deze periode van hoogconjunctuur groeide de werkgelegenheid (uitgedrukt in voltijdseenheden), na een nog wat voorzichtige start in 2014, met meer dan 2 procent per jaar. In lijn met de brp-ontwikkeling, ramen we dat in 2019 de werkgelegenheidsgroei in de MRA iets afzwakt en rond de 2,1 procent uitkomt. Zes opeenvolgende jaren met werkgelegenheidsgroei komt niet vaak voor. De laatste keer dat de MRA een dergelijke gunstige ontwikkeling doormaakte, was in de periode 1995-2001.

In de periode vanaf 2014 was de werkgelegenheidsgroei in de MRA het sterkst onder zzp’ers (zie figuur 1.4). In eerste instantie waren werkgevers nog terughoudend met het aannemen van personeel. Pas toen het economisch herstel na 2014 echt aanhield, zijn langzaamaan weer meer werk­nemers aangenomen, zodat uiteindelijk in 2017 en 2018 het arbeidsvolume van werknemers sneller toenam dan het aantal voltijdseenheden van zelfstandigen. In 2018 en 2019 is krapte op de arbeidsmarkt ontstaan, met een hoge vacaturegraad bij een almaar dalende werkloosheid. In 2019 kwam de werkloosheid in de MRA uit op 3,6 procent van de beroepsbevolking. Dit is een bijzonder laag werkloosheidsniveau, waarbij er vrijwel alleen sprake is van structurele of frictiewerkloosheid. Dat betekent enerzijds dat de werkloosheid het resultaat is van grote verschillen in gevraagde en

In 2020 is het beeld echter gekanteld. De corona-uitbraak en alle maatregelen om het virus in te dammen, zorgen voor dermate veel onzekerheid dat wij in deze editie van de Economische Verkenningen MRA geen betekenisvolle werkgelegenheidsprognose (als puntschatting) voor 2020 en 2021 kunnen opnemen. Wel is duidelijk dat de opgelegde sluiting van bedrijfsactiviteiten, contactbeperkingen, maximering van bezoekersaantallen, reisbeperkingen en het advies om drukke plekken te mijden, in 2020 een grote, negatieve impact op

Figuur 1.4 Vanaf 2003 nam in MRA de werkgelegenheid voor zelfstandigen sterk toe Figuur 1.3 Economie MRA vanaf 2017 gekenmerkt door afvlakkende groei*

Index: 2013 = 100

130

Groei in %

8

120

6 110

4

100

2

90

0 -2

1996

2000

2005

2010

2015

2020

-4

70

-6

60 1995

-8 Brp

Arbeidsvolume (fte’s)

brp tweede golf

* Prognose arbeidsvolume 2019, prognose brp 2020 en 2021 Bron: CBS (bewerking en prognose TNO en Vrije Universiteit Amsterdam)

25

80

Economische Verkenningen MRA 2020

2000

2005

Brp Arbeidsvolume totaal werkzame personen (fte’s)

2010

2015

2018

Arbeidsvolume werknemers (fte’s) Arbeidsvolume zelfstandigen (fte’s)

Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

26

aangeboden kwaliteiten en vaardigheden (die niet eenvoudig zijn op te lossen) en anderzijds dat er sprake is van tijdelijke werkloosheid van personen die zich tussen twee banen bevinden.

was het dan ook onmiddellijk zichtbaar dat flexkrachten als eerste werd gevraagd om minder uren te werken of simpelweg niet meer werden opgeroepen.

Onder het gunstige beeld van aanhoudende werkgelegenheidsgroei in de MRA gingen onevenwichtigheden tussen groepen op de arbeidsmarkt schuil, die in de coronacrisis uitvergroot zichtbaar worden. Een van die onevenwichtigheden is dat vaste contracten in sterkere mate aan hoogopgeleiden werden gegeven. De arbeidsmarktpositie van middelbaar en laagopgeleiden is daarmee ongunstiger geworden. Een andere onevenwichtigheid is dat jongeren die voor het eerst de arbeidsmarkt betraden in veel gevallen genoegen moesten nemen met tijdelijke en/of flexibele arbeidscontracten. Figuur 1.5 laat zien dat de sterkste werkgelegenheidsgroei in de MRA vanaf 2014 samenhing met al werkzame personen die meer uren gingen werken. Dit betreft in veel gevallen de mensen met deeltijd- of flexibele contracten (op oproepbasis of met nuluren­contracten). Juist deze mensen dragen de risico’s van conjunctuurwisselingen. Tijdens de lockdown in maart 2020

In de Macro Economische Verkenning 2021 beschrijft het CPB dat het aantal gewerkte uren sinds maart 2020 fors is gedaald, vooral in dienstensectoren zoals Horeca, Cultuur, sport en recreatie en diensten gericht op persoonlijke verzorging (zoals kappers en dergelijke). Deze sectoren hebben veel last van de contactbeperkende maatregelen en merken bovendien dat consumenten voorzichtig zijn vanuit de angst om besmet te raken met het virus. Juist in deze sectoren zijn veel zzp’ers en flexkrachten actief. Naar verwachting zal het aantal gewerkte uren in deze sectoren in 2020 relatief het sterkst krimpen en zal uiteindelijk de werkloosheid hier ook sterker oplopen.

Figuur 1.5 Werkgelegenheidsgroei MRA gestuwd door personen die meer uren gingen werken Index: 2013 = 100

125

Het CPB verwacht echter dat de grootste toename van de werkloosheid nog moet komen. In de landelijke basisraming gaat het CPB uit van een gemiddeld werkloosheidsniveau van respec­tievelijk 4,3 procent en 5,9 procent in 2020 en 2021, en respectievelijk 4,4 procent en 8,5 procent in het pessimistische tweede-golfscenario. In dit pessimistische scenario houdt het CPB er rekening mee dat de werk­loosheid in Nederland in 2021 tijdelijk kan oplopen tot 10 procent. Komende vanaf een historisch lage werkloosheid rond 3 procent van de beroepsbevolking, is dit een forse ommezwaai.

120 115 110 105 100 95 2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Brp

Werkzame personen

Arbeidsvolume werkzame personen (fte’s)

Gewerkte uren

2018

Bron: CBS (bewerking TNO)

27

Vooralsnog wordt het verlies aan werkgelegenheid ingeperkt door steunmaatregelen van de overheid, zoals de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). Deze en andere financiële steunmaatregelen zoals belastingkorting of uitstel van belastingbetaling, zorgen ervoor dat bedrijven niet grootschalig in betalingsproblemen zijn gekomen en direct personeel hebben moeten ontslaan.

Economische Verkenningen MRA 2020

In veel sectoren die hard worden geraakt door de contactbeperkingen, is – zoals gezegd – flexwerk de norm. Jongeren worden hierdoor relatief zwaar geraakt. Daarbij merken jongeren tijdens hun opleiding ook dat het vanwege contactbeperkende maatregelen en thuiswerkbeleid lastiger is om een stageplek te vinden. Zzp’ers en flexwerkers vangen tijdens een economische crisis doorgaans een groot deel van Economische Verkenningen MRA 2020

28

de klappen op. Dit zal tijdens de coronacrisis niet anders zijn, temeer omdat zij sterk vertegenwoordigd zijn in contactberoepen en in sectoren als Cultuur, sport en recreatie, Zakelijke diensten, Bouw en Zorg. De MRA, en in het bijzonder de stad Amsterdam, heeft in verhouding tot de Nederlandse beroepsbevolking veel zzp’ers (waarover meer in hoofdstuk 2). Zelfstandigen komen niet in aanmerking voor de eerdergenoemde NOW. Wel kunnen zij aanspraak maken op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), om te voorzien in hun levensonderhoud.

conform het aandeel van iedere deelregio in het brp van de MRA. Gebruik van de Tozo hangt sterker samen met een relatieve oververtegenwoordiging van sectoren waarin veel zelfstandigen actief zijn, zoals Cultuur, sport en recreatie in Amsterdam en Gooi en Vechtstreek. Ook in Almere-Lelystad is door zzp’ers een relatief sterk beroep gedaan op Tozo-uitkeringen.

In tabel 1.1 is een overzicht opgenomen van het aantal lopende Tozoen NOW-uitkeringen sinds de start van de beperkende maatregelen in maart 2020. De oververtegenwoordiging van het aantal zzp’ers in de beroepsbevolking van de MRA is duidelijk terug te zien in het aandeel van lopende Tozo-uitkeringen in Nederland. Het aandeel in het totaal aantal lopende Tozo-uitkeringen is met 39,4 procent fors hoger dan het aandeel van 20,5 procent van de MRA in de Nederlandse economie. Het aandeel van de MRA in het totaal aantal NOW-uitkeringen in Nederland loopt meer in de pas met het aandeel van de MRA in de Nederlandse economie. Binnen de MRA is eenzelfde patroon te ontdekken. Aanspraak op de NOW is grofweg regionaal verspreid Tabel 1.1 Toegekende aanvragen financiële steunmaatregelen i.v.m corona*

Nederland Metropoolregio Amsterdam

Tozo

Tozo

NOW2

NOW2

aantal

aandeel in %

aantal

aandeel in %

88.224**

100

63.088

100

39,4

13.306

34.734

aandeel in MRA (%)

21,1 aandeel in MRA (%)

Amsterdam

19.954

57,4

6.989

52,5

Almere-Lelystad

3.860

11,1

732

5,5

Gooi en Vechtstreek

3.250

9,4

1.069

8,0

Amstelland-Meerlanden

3.070

8,8

2.214

16,6

Zaanstreek-Waterland

2.010

5,8

1.052

7,9

Zuid-Kennemerland

1.790

5,2

804

6,0

800

2,3

446

3,4

IJmond

* Aantal uitkeringen in het kader van Tozo (maart-juli 2020) en aantal toekenningen aan bedrijven in kader van NOW2-regeling (1 juli-4 september 2020) ** Gepubliceerd CBS-totaal (68.270) aangevuld door TNO met het aantal van Amsterdam. In de CBS-publicatie ontbrak het cijfer voor Amsterdam.

29

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

30

1.3 Toegevoegde waarde en werkgelegenheid per sector In deze paragraaf kijken we naar de ontwikkeling van de toegevoegde waarde en werkgelegenheid per sector. De kwantitatieve analyse heeft daarbij betrekking op de periode 2013-2018, waarin de economie zich nog in een hoogconjunctuur bevond. In 2019 waren er met een afzwakking van de groei al tekenen dat die hoogconjunctuur op haar einde liep, maar de uitbraak van het coronavirus zorgde begin 2020 voor een kentering richting een recessie. In deze paragraaf proberen we de impact van de corona-uitbraak op de ontwikkelingen per sector zo goed mogelijk kwalitatief te duiden. In de periode 2013-2018 groeide de economie van de MRA gemiddeld met 3,2 procent per jaar. Daarbij nam de werkgelegenheid in de MRA gemiddeld met 1,8 procent per jaar toe. In beide gevallen was de groei in de MRA hoger dan in de rest van Nederland. In Overig Nederland groeiden de toegevoegde waarde en werkgelegenheid in de periode 2013-2018 respectievelijk met 1,5 en 1,0 procent per jaar. Figuur 1.6 laat zien dat in vrijwel alle sectoren in de MRA zowel de toegevoegde waarde als de werkgelegenheid groeide. Dit duidt erop dat in de periode 2013-2018 uiteindelijk iedere sector heeft kunnen profiteren van de hoogconjunctuur.

In eerste instantie bleef de werkgelegenheidsgroei in sommige sectoren nog achter, doordat werkgevers terughoudend waren met het aannemen van personeel na de ‘tweede dip’ tussen 2011 en 2013. De aanhoudende gunstige ontwikkelingen van 2014 tot en met 2018 hebben die onzekerheid bij werkgevers weggenomen, sterker nog: er ontstond krapte op de arbeidsmarkt. In verschillende sectoren bleek het steeds moeilijker om vacatures op te vullen. Alleen in de sector Financiële dienstverlening nam de werkgelegenheid af. Dit is overigens een landelijke trend, ingegeven door de opkomst van nieuwe concurrenten (bijvoorbeeld via IT-platformen) en verdere herstructurering van processen als onderdeel van de digitale transformatie die de financiële-diensten­sector doormaakt. De financiële-dienstensector is zich (door sluiting van activiteiten in regiokantoren) sterker in de MRA gaan concentreren.

31

Economische Verkenningen MRA 2020

De gemiddelde werkgelegenheidsdaling in deze sector was in de periode 2013-2018 in de MRA daardoor minder sterk dan elders in Nederland. Met de uitbraak van het coronavirus is er grote onzekerheid ontstaan over de ontwikkeling van productie, omzet en werkgelegenheid in sectoren. Vanwege de invoering van de beperkende maatregelen in maart 2020, zijn veel bedrijfs­activiteiten geconfronteerd met sluiting of lagere bezoekersaantallen en omzet. Uit de Barometer van het UWV (2020), waarin onder andere cijfers over het aantal WW-uitkeringen en het aantal vacatures worden verzameld, blijkt dan ook dat de impact van de coronacrisis verschilt per sector. Figuur 1.6 In vrijwel alle sectoren namen de toegevoegde waarde en werkgelegenheid toe Gemiddelde jaarlijkse groei 2013-2018 in % Informatie en communicatie Bouw Horeca Onroerend goed Overige zakelijke diensten Vervoer en opslag Specialistische zakelijke diensten Groothandel Detailhandel Energie, water en afval Financiële diensten Industrie Cultuur, sport en recreatie Overige diensten Overheid Zorg Onderwijs Landbouw Totaal economische activiteiten

-2

-1

0

1

2

Toegevoegde waarde MRA

3

4

5

6

7

Arbeidsvolume (fte's) MRA

Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

32

Met name in de sectoren Cultuur, sport en recreatie, Detailhandel (met name in non-food, exclusief bouwmarkten) en Horeca zijn, voor zover bekend op het moment van schrijven (oktober 2020) van deze editie van de Economische Verkenningen MRA, het hoogste aantal nieuwe WW-uitkeringen toegekend. Supermarkten, kleine speciaalzaken en onlinewinkels profiteren juist van consumenten die vaker thuis koken en drukke winkelcentra mijden. Fysieke winkels in schoenen, kleding en luxeartikelen hebben daarentegen veel last van de coronacrisis. Het UWV verwacht daarnaast ook dat in delen van de Zakelijke dienstverlening (in het bijzonder de uitzendbranche en reisbureaus), en in de sierteelt en luchtvaart, werkgelegenheid zal verdwijnen als gevolg van de coronacrisis. Daarentegen zal in de Zorg,

Overheid en Post- en koeriersdiensten de werkgelegenheid naar verwachting niet of nauwelijks afnemen of zelfs stijgen. De mate waarin sectoren geraakt worden door de coronacrisis kunnen we inzichtelijk maken aan de hand van het gebruik van financiële noodregelingen door bedrijven. Vanaf maart 2020 heeft de overheid, zoals gezegd, de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) ingevoerd, waarmee bedrijven een deel van de loonkosten vergoed kunnen krijgen. Vanaf juli 2020 is deze regeling voortgezet als de NOW2. Zelfstandigen komen niet in Tabel 1.3 Gebruik NOW2 door bedrijven in Nederland per sector, juli-september 2020

Tabel 1.2 Gebruik NOW1 en Tozo door bedrijven in Nederland per sector, maart-juli 2020 1 of meer regelingen* Totaal economie

NOW1*

NOW1

Tozo*

aandeel in totaal aantal bedrijven in %

euro per fte**

aandeel in %

1.329

100

17,6

6,5

NOW2

NOW2

Gemiddeld opgegeven omzetverlies

aantal

aandeel in totaal (%)

in %

Totaal economie

63.088

100

43,6

Cultuur, sport en recreatie

1.363

2,2

62

Horeca

66,8

34,1

3.877

9,6

Niet ingedeeld

61

0,1

57

Vervoer en opslag

33,7

7,5

2.752

6,5

Schoonmaak

476

0,8

52

Overige diensten

28,3

8,9

1.705

7,3

Overige zakelijke dienstverlening

13.791

21,9

51

Groot- en detailhandel

27,7

12,0

1.652

12,9

Horeca en catering

12.568

19,9

49

Industrie

20,4

12,1

1.501

2,8

Bank- en verzekeringswezen

15

0,0

47

Overige zakelijke diensten

20,0

8,4

1.468

5,5

Detailhandel

7.193

11,4

46

Cultuur, sport en recreatie

19,3

5,3

4.157

13,3

Zorg en welzijn

5.341

8,5

45

Onderwijs

17,1

2,7

312

6,8

Vervoer en logistiek

2.707

4,3

45

Zorg

13,4

5,0

280

4,9

Overige industrie

2.477

3,9

45

Onroerend goed

12,0

5,3

909

0,5

Groothandel

5.638

8,9

43

Informatie en communicatie

11,3

4,2

1.151

4,8

Uitzendbedrijven

1.657

2,6

42

Specialistische zakelijke diensten

9,3

3,0

1.205

16,8

Landbouw

1.146

1,8

40

Landbouw

8,3

2,5

893

0,9

Chemische industrie

373

0,6

40

Bouw

8,2

2,1

851

7,2

Onderwijs

15

0,0

40

Financiële diensten

7,7

1,4

339

0,2

Bouw

1.084

1,7

38

Overige sectoren en onbekend

3,6

2,6

-

-

Metaalindustrie, installatie, voertuigen

6.556

10,4

37

* De percentages bij NOW1 en Tozo moeten verschillend worden geïnterpreteerd. Bij NOW1 en gebruik van één of meer regelingen (bijvoorbeeld belastingkorting of uitstel van belastingbetaling) is het totaalaantal bedrijven per sector gelijk aan 100. Het aandeel bij Tozo laat de verdeling van het totaalaantal aanvragen over de sectoren zien. ** Eigen berekening TNO op basis van toegekend subsidiebedrag per sector en totaal arbeidsvolume werknemers. Bron: CBS, UWV, RVO, Belastingdienst, Techleap.nl, Qredits (bewerking TNO)

Voedings- en genotmiddelenindustrie

590

0,9

37

Overheid

36

0,1

36

Energie en Water

1

0,0

20

33

Economische Verkenningen MRA 2020

Bron: UWV

Economische Verkenningen MRA 2020

34

aanmerking voor de NOW. Hier hebben bijvoorbeeld relatief veel mensen in de sector Cultuur, sport en recreatie last van. Wel komen zij in aanmerking voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), om te voorzien in hun levensonderhoud. In tabel 1.2 en 1.3 is het gebruik van steunmaatregelen van bedrijven per sector weergegeven voor respectievelijk de periode maart-juli 2020 en de periode juli-september 2020. In beide gevallen betreft het landelijke cijfers. Beide tabellen bevestigen het zojuist beschreven beeld aan de hand van UWV-cijfers, namelijk dat de sectoren Cultuur, sport en recreatie, Horeca en Detailhandel in het bijzonder geraakt worden door de coronacrisis. Dit zijn bovendien sectoren waarin relatief veel zelfstandigen actief zijn, waardoor hier de grootste concentratie van Tozo-uitkeringen te zien is. Voorts lijkt het erop dat in de periode maart-juli 2020, toen de strengste lockdownmaatregelen golden, bedrijven uit andere sectoren (zoals Industrie) meer gebruikmaakten van de steunmaatregelen. Daarna is het zwaartepunt van het gebruik van de regelingen wat meer verschoven naar sectoren met relatief veel contactberoepen of waarin het een grotere uitdaging is om 1,5 meter afstand te bewaren.

35

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

36

2 n

n

n

n

n

Bevolking en arbeidsmarkt

De bevolking van de MRA groeide in 2019 met 25 duizend personen. Dit is een snellere groei dan in de rest van Nederland, met name als gevolg van toestroom van studenten, jongvolwassenen en werkenden. Sinds 2012 stijgt vooral de migratie uit het buitenland terwijl het aanvankelijk positieve migratiesaldo met andere regio’s in Nederland is omgeslagen in een negatief saldo. De bruto-arbeidsparticipatie in de MRA nam in 2019 toe tot 72 procent van de potentiële beroeps­bevolking. Daarmee ligt de arbeidsparticipatie – ook die van inwoners met een migratieachtergrond – in de MRA hoger dan in de rest van Nederland. De werkloosheid in de MRA nam in 2019 verder af met 5 duizend personen tot 3,6 procent van de beroepsbevolking. Het werkloosheidspercentage in de MRA ligt voor alle bevolkingsgroepen (naar leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond) lager dan dat voor heel Nederland, hetgeen laat zien dat de arbeidsmarktkansen in de MRA relatief gunstig zijn. Het arbeidsaanbod in de MRA is de laatste jaren toegenomen, maar minder dan de werkgelegenheid. Opvallend is dat vooral hoogopgeleiden met een migratieachtergrond een rol hebben gespeeld bij de toename van de werkgelegenheid, terwijl de werkgelegenheid onder middelbaar opgeleiden is afgenomen.

De coronacrisis zorgt naar verwachting voor een daling van de economische groei, en daarmee een daling van de werkgelegenheid en een stijging van de werkloosheid. Dit treft op korte termijn vooral inwoners met een flexibele arbeidsrelatie, vooral in de private dienstverlening. Omdat deze groepen in de MRA sterker zijn vertegenwoordigd dan landelijk, zijn de effecten van de coronacrisis in de MRA eerder en sterker voelbaar. Economische Verkenningen MRA 2020

38

(niet-actieven; zie kader 2.1). Tegelijkertijd zijn er nieuwe bronnen van arbeidsaanbod aangeboord dankzij buitenlandse migratie, die vanaf 2015 een grote vlucht heeft genomen. Als gevolg van de coronacrisis zal de economie van de MRA een flinke klap krijgen, resulterend in een afname van de werkgelegenheid en een toename van de werkloosheid, waarmee een groeiperiode van zes jaar ten einde komt.

Kader 2.1 Definities arbeidsmarkt Om de ontwikkeling van de beroepsbevolking in beeld te brengen, wordt de totale bevolking in de volgende categorieën ingedeeld, waarbij we internationaal gehanteerde definities volgen: Bevolking alle personen ongeacht leeftijd. Potentiële beroepsbevolking alle personen van 15 tot en met 74 jaar. Beroepsbevolking alle personen van 15 tot en met 74 jaar die werken of officieel werkloos zijn. Bruto-arbeidsparticipatie beroepsbevolking als percentage van de potentiële beroepsbevolking. Brutoparticipatie afkorting van bruto-arbeidsparticipatie; zie hierboven. Werkzame beroepsbevolking alle personen van 15 tot en met 74 jaar die werken, ongeacht de arbeidsduur per week. Werkloze beroepsbevolking alle personen zonder betaald werk, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn. Werkloosheid aantal werklozen als percentage van de beroeps­bevolking. Niet-actieve bevolking alle personen in de leeftijd van 15 tot en met 74 jaar die niet werken of officieel werkloos zijn. Overige bevolking personen van 0 tot en met 14 jaar en 75 jaar en ouder. Migratieachtergrond kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf.

Westerse migratieachtergrond personen met als migratieachtergrond een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, en Indonesië en Japan. Niet-westerse migratieachtergrond personen met als migratie­ achtergrond een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. De economie van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) groeide in 2018 en 2019 relatief sterk met respectievelijk 3,4 en 2,7 procent. Als gevolg daarvan is de arbeidsmarkt krapper geworden: de arbeidsparticipatie en het aantal werkenden namen toe, de werkloosheid daalde, evenals het aantal mensen dat geen betaald werk uitvoert 39

Economische Verkenningen MRA 2020

Dit hoofdstuk beschrijft recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in termen van de ontwikkeling van werkgelegenheid, arbeidsaanbod en werkloosheid. Daarnaast bespreken we welke segmenten van de arbeidsmarkt (naar geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en migratieachtergrond) het meest hebben geprofiteerd van de economische ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Door goed te kijken naar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de afgelopen decennia en de structuur van de economie (zie ook hoofdstuk 3), kan een inschatting worden gemaakt van de te verwachten ontwikkeling van de arbeidsmarkt ten gevolge van de coronacrisis.

Figuur 2.1 Meer mensen aan het werk, minder werkloosheid en inactiviteit Omvang MRA in 2019

Verandering 2019

2,5 mln

Inwoners

+25 duizend

Werkenden +29 duizend 1,3 mln Werklozen

49 duizend

-5 duizend

Niet-actieven

-7 duizend 534 duizend

Overige bevolking tot 15 jaar Overige bevolking vanaf 75 jaar

391 duizend 185 duizend

0 +6 duizend

Bron: CBS (bewerking SEO Economisch Onderzoek)

Economische Verkenningen MRA 2020

40

2.1 Bevolking

buitenlanders. Als deze effecten zich zouden voordoen, dan zullen die zich voor het grootste deel op de wat langere termijn manifesteren.

Omvang bevolking De bevolking van de MRA bestond in 2019 uit ruim 2,5 miljoen inwoners (zie figuur 2.1). Dit is 1 procent meer dan in 2018 en betreft bijna 15 procent van de totale Nederlandse bevolking. De bevolkingsgroei in de MRA ligt met 0,6 tot 1,0 procent per jaar al sinds 2005 ruim boven de bevolkingsgroei in heel Nederland (0,3 tot 0,7 procent per jaar). De MRA is kennelijk een aantrekkelijk gebied om zich te vestigen; voor studenten, voor jongvolwassenen die een gezin willen stichten en voor werkenden van binnen en (in recente jaren) ook van buiten Nederland (zie figuur 2.2). Ook voor de komende jaren verwachten het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat de bevolking in de MRA sneller toeneemt dan in de rest van Nederland. In die prognose zijn nog geen effecten van de coronacrisis meegenomen, zoals een mogelijk minder grote aantrekkingskracht van stedelijke gebieden (vanwege de bevolkingsdichtheid en het grotere besmettingsgevaar dat daarmee gepaard gaat), minder verhuizingen door een toename van thuiswerken of een geringere aantrekkelijkheid voor

De grootste bevolkingsgroei binnen de MRA kwam in 2019 voor rekening van Almere-Lelystad (1,6 procent), waar al jaren sprake is van een relatief sterke bevolkingstoe­name als gevolg van de relatief grote beschikbaarheid van ruimte voor woningbouw. Ook de bevolkingsgroei in Amstelland-Meerlanden (1,2 procent in 2019) komt voor een groot deel door de relatief grote omvang van woningbouw. Amsterdam kende eveneens een grote toename van de bevolking in de afgelopen jaren, ondanks de beperkte ruimte. Meer recent lijkt er echter sterker sprake van een overloop naar naburige gemeenten. Alle overige regio’s hadden een bevolkingsgroei rond het landelijk gemiddelde.

Tabel 2.1 Omvang bevolking MRA naar regio en periode 2019** x 1.000

2005-

2009-

2014-

2008

2013

2019

2018

2019

2020*

2021*

gemiddelde jaarlijkse groei in %

Nederland

17.346

0,3

0,4

0,5

0,6

0,7

0,4

0,4

Metropoolregio Amsterdam

2.530

0,6

0,9

1,0

0,9

1,0

1,0

0,8

Amsterdam

868

0,3

1,4

1,3

1,1

1,1

.

.

Amstelland-Meerlanden

352

1,4

0,9

0,9

1,0

1,2

.

.

Zaanstreek-Waterland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9753118/1