CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 31 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: De MBO-Agenda 2023-2027, het Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026 en de raadsbrief, waarmee perspectief en wendbaarheid door onderwijs en werk wordt bevorderd (VN2023-013029)5.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

Inhoud 1

Management samenvatting

3

2

Inleiding: Brede welvaart, arbeidsmarkt & talentontwikkeling

6

3

Een tweeledige benadering: het individu en de werkgever

9

4

Kansen bevorderen voor individuen

12

5

Ondersteunen werkgevers bij personeelstekorten

15

6

Financiën20

1

Management samenvatting

1 Brede welvaart bevorderen voor alle Amsterdammers, daar willen we met het Economisch Arbeidsmarkt­beleid aan bijdragen. Door te investeren in samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, in innovaties en in goed werkgeverschap willen we wendbaarheid bij werkgevers en werknemers stimuleren. Zo dragen we bij aan de transitie naar een nieuwe economische benadering, waarin economische, ecologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling in evenwicht zijn. Dat beleid is nodig, omdat we zien dat de welvaart in onze stad ongelijk is verdeeld. Een deel van de Amsterdammers profiteert niet van de economische groei. En een deel wordt niet in staat gesteld daaraan bij te dragen. In een brede welvaartseconomie kunnen alle Amsterdammers mee (blijven) doen op de snel veranderende arbeidsmarkt. Het beleid is ook nodig, omdat er een structurele mismatch is op de arbeidsmarkt tussen de vraag naar arbeidskrachten en het beschikbare aanbod. In een brede welvaarts­ economie stimuleren we bedrijven die bijdragen aan de realisatie van grote maatschappelijke transities, zoals de verduurzamings-, bouw en zorgopgave. Deze bedrijven hebben ook een groot tekort aan personeel. Dat tekort is kwantitatief, maar zeker ook kwalitatief: dat waar mensen voor zijn opgeleid sluit niet (meer) aan op wat nodig is.

Met het Economisch Arbeidsmarktbeleid zetten we ons in om kansengelijkheid en brede welvaart te bevorderen. Dat dient een maatschappe­lijk nut, maar is tegelijkertijd een economische nood­zaak voor bedrijven. Brede welvaart realiseren en de transities vormgeven is een gedeelde verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven en onderwijs. Het Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026 staat naast de MBO-Agenda 2023-2027. In die agenda staat beschreven wat we vanuit een economisch perspec­ tief, met brede welvaart als doel, samen met de Amsterdamse mbo-instellingen doen om jongeren en werkenden met een praktische opleiding perspectief te bieden en meer vakmensen op te leiden. Zoals de publiek private samenwerkingen (PPS-en) waarin het mbo partner is. In de komende periode ligt de nadruk

4 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

op het verduur­zamen en opschalen van bestaande PPS-en. Ook de inzet op leven lang ontwikkelen is onderdeel van de MBO-Agenda. Economisch arbeidsmarktbeleid gericht op werk­ gevers en op individuen, anders dan de mbo-student of -afgestudeerde, is opgenomen in dit document. We kiezen voor een tweeledige benadering: 1. Kansen bevorderen voor individuen 2. Ondersteunen werkgevers (in cruciale sectoren) bij personeelstekorten

Kansen bevorderen voor individuen Samen met het Regionaal Werkcentrum investeren we in kansen voor individuen, door loopbaanpaden verder te ontwikkelen en de mogelijkheden om van werk naar werk door te stromen te stimuleren. De nadruk ligt daarbij op het stimuleren van groei en kansen voor werknemers in banen zonder perspectief. In het Economisch Arbeidsmarktbeleid gaat veel aandacht uit naar goede arbeidsvoorwaarden. Zo werken we niet samen met ondernemers die bijdragen aan ongewenste effecten van flexibilisering en stimuleren we scholingsmogelijkheden voor platformwerkers en flexwerkers. In deze lijn past ook de inzet voor kwetsbare arbeidsmigranten, onder andere gericht op taalvaardigheid en informatie­ voorziening over hun rechtspositie.

Ondersteunen werkgevers (in cruciale sectoren) bij personeelstekorten Het is noodzakelijk voor werkgevers om te innoveren om zo te kunnen voldoen aan de opgaven van

vandaag en morgen, juist in de cruciale sectoren zoals op dit moment de techniek, bouw en zorg. Vooral voor het mkb is het vaak lastig om te investeren in innovaties, net als in digitalisering en leven lang ontwikkelen. Een deel van onze inzet is er daarom op gericht om het mkb hierin te ondersteunen. We zetten in op de ontwikkeling en verduurzaming van PPS-en gericht op de vraag van de werkgevers. Hierbij betrekken we ook de hbo-instellingen. Een inclusieve arbeidsmarkt is nog steeds niet ­vanzelf­ sprekend, ook niet in een diverse stad als Amsterdam. Terwijl de economische en maatschappe­lijke ­nood­ zaak groter wordt. Daarom zetten we onze ­onder­ steuning van werkgevers hierop voort, bijvoorbeeld met trainingen voor werkgevers en de aanpak van stagediscriminatie.

5 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

Tot slot – onze focus ligt op het benutten van de lokale talentenpool en het vergroten van de inzet van onbenut arbeidspotentieel. Gezien de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en de demografische ontwikkeling is dat niet voldoende om de grote opgaven waar we als stad voor staan te kunnen realiseren. Innovaties van werk en werkprocessen dragen deels bij, maar we hebben ook inter­nationaal talent nodig. Daarom zetten we ook de activiteiten voor internationale werknemers voort in dit Economisch Arbeidsmarktbeleid.

2

Inleiding: Brede welvaart, arbeidsmarkt & talentontwikkeling

2 De Nederlandse economie is in de afgelopen decennia verdubbeld. Ook in de Amsterdamse economie zien we dat de werkgelegenheid en het aantal banen fors zijn toegenomen. Het economisch succes kent ook een keerzijde. De toegenomen economische welvaart heeft zich niet vertaald in een hoger welzijn voor iedereen en de groei is ongelijk verdeeld over de stad. Ook op de arbeidsmarkt zien we dat niet alle Amsterdammers evenveel profiteren van de economische ontwikkeling. De mismatch op de arbeidsmarkt blijft groot en het gat wordt slechts gedeeltelijk opgevuld door werk­ zoekende Amsterdammers. Waar kennis en kunde lokaal ontbreken, werven bedrijven deels uit het buitenland. Het aantal vaste contracten is afgenomen en het aantal flexconstructies is toegenomen. Deze ontwikkeling is sterker bij praktisch opgeleiden dan bij theoretisch opgeleiden.1 We zien dat bijscholen en jezelf blijvend ontwikkelen voor praktisch opgeleiden minder vanzelfsprekend is.2 Ook zien we dat de opkomst van de platformeconomie gepaard gaat met slechte arbeidsrelaties en bestaansonzekerheid.3 Deze ontwikkelingen tonen de grenzen van ons huidige verdienmodel gericht op (fossiel gedreven) economische groei en vragen om een andere economische benadering.

Een benadering waarbij niet de economische groei centraal staat, maar waarin we de balans zoeken tussen economische, ecologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Dit maakt een omslag noodzakelijk op verschillende terreinen in de economie, bij over­ heden, in de financiële sector, in bedrijven (mkb en corporates), het onderwijs en consumenten. Deze transitie moet ook zijn beslag krijgen op de arbeids­markt.

In de lokale economische visie kiest de gemeente Amsterdam voor een economie waarin brede welvaart het doel is. Dit betekent dat we onze economische instrumenten de komende jaren inzetten voor onder­ nemers die een positieve bijdrage leveren aan de transitie naar de gewenste sociale, duurzame en inclusieve economie. Deze beleidsnotitie richt zich op de wijze waarop we dit willen aanpakken in het arbeidsmarktbeleid. Zo ondersteunen wij werkgevers die werken aan concrete en urgente maatschappelijke opgaven in de stad. En werkgevers die kansen bieden aan alle Amsterdammers. Brede welvaart is daarbij de uitkomst van de economie. In een brede welvaartseconomie kunnen alle Amsterdammers mee blijven doen op de snel veranderende arbeidsmarkt. Om dat te bereiken, investeert de gemeente in een wendbare en conjunctuur bestendige arbeidsmarkt. Dat is wenselijk voor Amsterdammers, startend en al werkend, en noodzakelijk om de opgaven waar de stad voor staat te realiseren. Daarnaast werkt Amsterdam, vanuit de Participatiewet en de opgave om Amsterdammers financieel zelfredzaam te maken, samen met werk­ gevers om kansen voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt te vergroten. Die inzet is nauw gerelateerd aan het economisch arbeidsmarktbeleid.

1 Factsheet Flexibele schil in Amsterdam, Gemeente Amsterdam, mei 2020 2 Monitor leercultuur 2022, SER en TNO, februari 2023 3 Platformisering en de kwaliteit van werk SCP

7 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

We werken aan een economie die kan meebewegen met de veranderende vragen van de consument en die een bijdrage levert aan de maatschappelijke en duurzaamheidsvraagstukken van vandaag en morgen. Een economie die perspectief en passende werk­ gelegenheid biedt met goede arbeidsvoorwaarden voor iedereen. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid willen we individuen en werkgevers stimuleren en faciliteren om bij te dragen aan een brede welvaartsontwikkeling. Met dit beleidskader, waarin de menselijke maat als maatstaf geldt en inclusie één van de doelen is, maakt Amsterdam duidelijk niet alleen economische groei, maar ook groei in het welzijn van haar inwoners na te streven.

8 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

3

Een tweeledige benadering: het individu en de werkgever

3 Streven naar een brede welvaartseconomie vraagt vanuit economisch arbeidsmarktbeleid om een tweeledige benadering. Enerzijds een benadering die kansen van individuen bevordert en hen ondersteunt om zich blijvend te ontwikkelen. Anderzijds een benadering waarin goed werkgeverschap en de vraag naar voldoende goed geschoold personeel in cruciale sectoren, centraal staan.

Deze twee benaderingen leiden tot een aantal inter­ venties en maatregelen. Het merendeel daarvan staat in het Economisch Arbeidsmarktbeleid toegelicht. Een deel is opgenomen in de MBO-Agenda 2023-2027, bijvoorbeeld de inzet in de publiek private samenwerkingen (PPS-en) met het mbo, of het bestrijden van stagediscriminatie.

1. Een op het individu gerichte benadering die kansen bevordert Er is veel onbenut arbeidspotentieel in Amsterdam. Om te bevorderen dat alle Amsterdammers de weg vinden naar een kansrijke opleiding en perspectief­ vol werk, richten we ons als eerste op het individu. Naast scholing en begeleiding, vraagt dit ook een andere kijk op talent door werkgevers. In innovaties en interventies stellen we, samen met bedrijfsleven en onderwijsinstellingen, de behoefte en het bevorderen van kansen van het individu centraal. Kansen bevorderen betekent ook dat we ons richten op sectoren en bedrijven die staan voor goed werkgeverschap. Dit betekent dat wij niet samenwerken met werkgevers die personeel als sluitpost zien van hun begroting. In deze benadering ondersteunen we bedrijven en onderwijsinstellingen die gezamenlijk investeren in (onbenut) lokaal talent. Hierbij zoeken we aansluiting bij de ontwikkelingen in de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord om beleidsinter­ venties aan te laten sluiten op de vraag waar dit het meest nodig is.

10 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

2. Ondersteunen werkgevers (in cruciale sectoren) bij personeelstekorten De aanhoudende personeelstekorten leiden ook tot verlies van kwaliteit en beschikbaarheid van (publieke) diensten. Daardoor staan de grote maatschappelijke opgaven onder druk en kan de brede welvaart worden geschaad. Klassen zonder leraar of uitgestelde behandelingen in de zorg zijn voor niemand wenselijke situaties. Om de klimaat­doelstellingen te halen en voldoende woningen te kunnen bouwen, zijn de komende jaren ­tien­duizenden extra technisch geschoolde mensen nodig. De gemeente Amsterdam kiest in het economisch arbeidsmarktbeleid voor een werkgeversbenadering waarin de vraag van werkgevers (in cruciale sectoren) naar voldoende goed opgeleid perso­ neel centraal staat. De bovenstaande interventies gericht op het individu zijn daar onderdeel van, maar onvoldoende om te voldoen aan de vraag van de markt, nu en in de toekomst. Vanwege een nauwelijks stijgend arbeidsaanbod, een toe­ nemende arbeidsvraag (ook door economische groei) en beperkte dynamiek op de arbeidsmarkt, blijft de druk op de arbeidsmarkt de komende jaren groot. Het dwingt ons om verder te kijken dan de lokale talentenpool en de traditionele manier van werven en werken. Innovatie, digitalisering en technologisering zijn noodzakelijk om de arbeidsproductiviteit te verhogen.

Net als slimmere (werk)processen, kortere ketens en een efficiëntere inzet van mensen.

Daarnaast is het nodig aantrekkelijk te blijven voor het werven en behouden van talent vanuit het buitenland, met name voor de tekort­sectoren en de strategisch duurzame groei­sectoren. Dit doen we samen met werkgevers, waarbij extra aandacht uitgaat naar het mkb, dat vaak zelf niet de middelen heeft om te innoveren. Ook sociale innovatie is nodig.4 Inclusie op de werkvloer is niet alleen noodzakelijk om recht te doen aan de diversiteit van de stad, maar ook voor een gezonde bedrijfs­voering en het verdienvermogen van het bedrijfsleven en de stad. Daarom is een deel van de maatregelen gericht op het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt. De inzet van de gemeente is echter niet onvoor­ waardelijk. Als gemeente houden we de arbeids­ omstandigheden scherp in het oog en zijn we alert op schijnzelfstandigheid. We werken alleen samen met werkgevers die hun medewerkers kansen bieden, werkgevers die niet alleen investeren in de groei van hun bedrijf maar ook in de groei van medewerkers. Dat kan eventueel via tijdelijke of flexcontracten – wanneer het om een startpositie gaat of de werknemer ervaring opdoet in een nieuwe sector.

We zorgen ervoor dat de benaderingen gericht op het individu en op de werkgever op elkaar aansluiten. Zo zetten we onze economische instrumenten in om kansengelijkheid en brede welvaart te bevorderen. Dat dient een maatschappelijk nut, maar is tegelijker­ tijd een economische noodzaak voor bedrijven. De huidige krapte noopt tot een ander perspectief op de (lokale) talentpool. We stimuleren werkgevers die met een open blik kijken naar de verschillende groepen op de Amsterdamse arbeidsmarkt en zich inzetten voor een inclusieve werkvloer.

De rode draad in het Economisch Arbeidsmarktbeleid is de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs. In die samenwerking innoveren we in de beroepspraktijk, leren partners van elkaar en verbinden zij hun expertise en verantwoordelijkheden. De samenwerking krijgt vaak vorm in een PPS – een publiek private samenwerking. In een PPS leggen partners vast wat zij willen realiseren en wat elk van hen daarvoor inbrengt. Het Economisch Arbeidsmarktbeleid bouwt voort op de Uitvoeringsagenda OnderwijsArbeidsmarkt 2019-2022, waarin de basis voor de PPS-en is gelegd en versterkt. Zo ligt in het Economisch Arbeidsmarktbeleid de nadruk op verduurzaming en opschaling van innovaties in zowel onderwijs als bedrijfsleven. Ook de verdere aansluiting van het hbo is een van de speerpunten van dit beleid. De actuele situatie op de arbeidsmarkt, en het effect daarvan op de sociale, duurzame en inclusieve doelstellingen nopen ons om de succesvolle samenwerkingen op te schalen, en gezamenlijke interventies en innovaties verder te ontwikkelen. De gemeente Amsterdam faciliteert PPS-en door (beroeps)onderwijs en bedrijfsleven samen te brengen, te verbinden op inhoud en aan te jagen waar nodig. Ze voert regie zonder de agenda autonoom te bepalen, maakt experimenten mogelijk door tijdelijke middelen in te zetten en agendeert knelpunten wanneer deze constructieve samenwerking belemmeren.

In deze nota staat wat de gemeente de komende jaren wil bereiken, en op hoofdlijnen welke inspanningen zij daarvoor gaat doen. De verdere uitwerking van dit beleidskader in concrete activiteiten en keuzes is de volgende stap, net als het operationaliseren van een aantal criteria.

4 Met sociale innovatie bedoelen we de vernieuwing in de arbeidsorganisatie en arbeidsrelaties die leidt tot verbeterde prestaties van de organisatie en ontplooiing van talenten.

11 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

4

Kansen bevorderen voor individuen

4 Nog te veel mensen profiteren onvoldoende van de economische ontwikkeling en het perspectief dat de arbeidsmarkt biedt. Amsterdamse mbo’ers hebben structureel een mindere startpositie op de arbeidsmarkt dan mbo’ers in de rest van het land. Daarnaast werken steeds meer Amsterdammers in nieuwe arbeidsrelaties zonder perspec­ tief op ontwikkeling of (door)groei, zoals flexcontracten en platform­ werk. Steeds vaker zien we dat werkenden onder de armoede­grens vallen. Tegelijkertijd overstijgt het aantal vacatures het aantal werk­ zoekenden en is de arbeidsmarktkrapte groter dan ooit. Mensen met specifieke achtergrond- en opleidings­ kenmerken komen vaak terecht in onzekere arbeidsrelaties zonder ruimte voor ontwikkeling. Zoals praktisch opgeleiden, jongeren waarvan hun ouders een laag inkomen hebben en mensen met een (arbeids)migratieachtergrond. Dit leidt tot verdere tweedeling, waarbij in laagconjunctuur de klappen onevenredig groot vallen bij deze groepen. De huidige arbeidsmarktstructuur is onvoldoende bestendig tegen deze veranderingen en economische schommelingen.

Daarom moet de arbeidsmarkt­ structuur en bijbehorend instrumentarium voldoende wendbaar zijn om jongeren een goede opleiding met perspectief op werk te bieden, werknemers te stimuleren en kansen te bieden zich blijvend te ontwikkelen, mobiliteit tussen sectoren te bevorderen, leven lang ontwikkelen te faciliteren en ondernemend vakmanschap te versterken. Zowel in tijden van economische vooruitgang als in tijden van recessie.

13 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

Dit gaan we doen: • We versterken de aansluiting tussen het bedrijfs­ leven en mbo-instellingen in publiek private samenwerkingen (inzet MBO-Agenda 2023-2027). • We werken samen met publiek-private partners aan de (door)ontwikkeling van één ‘van-werk-naarwerk’ en ‘leven lang ontwikkelen’ structuur. • In samenwerking met het Regionaal Werkcentrum ontwikkelen we laagdrempelige loopbaanpaden voor om- en bijscholing. Deze zijn gericht op werkenden die onder hun vermogen werken, werkenden in een sector met weinig perspectief of in beroepen met weinig arbeidszekerheid en slechte arbeidsrelaties. We werken aan toeleiding van nieuwe groepen onbenut arbeidspotentieel in de MRA tot deze loopbaanpaden. • We ontwikkelen flexibel en modulair onderwijs (inzet MBO-Agenda 2023-2027). • We ontwikkelen learning-on-the-job trajecten in samenwerking met mbo-instellingen en verbeteren de infrastructuur praktijkleren in het mbo (inzet MBO-Agenda 2023-2027). • We werken samen met private opleidingspartijen om innovaties te stimuleren en gelijke kansen te bevorderen.

Verbeteren van de arbeidsmarktpositie van (afgestudeerde) mbo-studenten

Verbetering arbeidsmarktpositie kwetsbare arbeidsmigranten

De interventies die bijdragen aan deze beleidsambitie staan opgenomen in de MBO-Agenda 2023-2027.

Het aantal inwoners in Nederland uit Midden- en Oost-Europa is in de periode 2011-2021 verdubbeld. De groei bestaat voornamelijk uit arbeidsmigranten. Een groot gedeelte van deze groep is niet zelfredzaam. Ze spreken de taal niet, hebben geen kennis van Nederlandse regelgeving en werking van instanties, (nog) geen sociaal netwerk en hebben een zwakke onderhandelingspositie. De werknemers zijn sterk afhankelijk van hun werkgevers. Die afhankelijk­ heid wordt versterkt doordat de arbeidsmigranten vaak in zogenaamde package deals naar Nederland worden gehaald. Hierbij wordt zowel de huisvesting als zorgverzekering meestal geregeld door de werkgever of het uitzendbureau.

Flexibilisering en platformwerk Een flexibele arbeidsmarkt heeft economische voor­ delen, zoals een sneller en sterker aanpassings­ vermogen bij conjunctuurschommelingen. De flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft echter ook negatieve kanten, met name voor kwetsbare Amster­dammers. Deze kansen en risico’s zien we sterk terug bij platformwerk, waarbij met name de risico’s ongelijk zijn verdeeld. Tegenover de toegenomen flexibili­sering en autonomie staat onzekerheid voor mensen die van het werk financieel afhankelijk zijn. Zij ervaren minder auto­nomie en een hogere werkdruk, kunnen het werk moeilijker met zorgtaken combineren en verdienen minder. Ook verslechtert de kwaliteit van het platform­werk als platformwerkers zich niet goed kunnen organiseren en een beperkt aantal platformen veel macht heeft. De commissie deregulering van werk (ook wel bekend als commissie Borstlap) constateerde dat de verschillen tussen mensen met verschillende contract­vormen toe­nemen. In sommige sectoren is sprake van veel schijn­zelfstandigheid en niet iedereen geniet dezelfde arbeidsbescherming of toegang tot scholing- en ontwikkelmogelijkheden. De onzekerheid over baan, werk en inkomen leidt tot een lagere tevredenheid en in de meeste gevallen (80 tot 90 procent) hebben werkenden liever een vast contract.

De gemeente Amsterdam vindt deze verschillen ongewenst en wil bestaanszekerheid voor deze groep werkenden versterken. Dit gaan we doen: • We gaan samenwerken met werkgevers die zich actief inzetten voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van hun flexibel personeel en werken niet samen met ondernemers die bijdragen aan de ongewenste effecten van de flexiblisering. • We ondersteunen flexwerkers en platformwerkers door scholingsmogelijkheden actief te promoten, subsidies voor scholing onder de aandacht te brengen en ondernemersvaardigheden te versterken. • We stimuleren zzp’ers (die dat willen) om zichzelf om te scholen naar een baan in een cruciale sector. • We zetten in op bewustwording en kennis over de risico’s van platform- en flexwerk.

14 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

Met als gevolg dat verlies van werk ook verlies van huisvestiging en zorg betekent. Dit leidt tot kwetsbaarheid bij misstanden omdat de werknemers zich niet durven te melden, of niet weten wat hun rechten zijn. In ernstige gevallen kan het leiden tot lange periodes van uitbuiting en dakloosheid. Het betekent ook verlies van arbeidscapaciteit – vanuit dakloosheid is het lastig weer werk te vinden. De ‘race-to-the-bottom’ op de arbeidsmarkt wordt ingezet omdat een deel van de werkgevers weg lijkt te komen met uitbuiting of een andere overtreding van regelgeving. Dit gaan we doen: • We verbeteren de informatievoorziening over de rechtspositie van arbeidsmigranten en gaan daarmee uitbuiting tegen. We bouwen voort op de pilot ‘Kwetsbare positie arbeidsmigranten’ • We onderzoeken de mogelijkheid om arbeids­ migranten toe te leiden naar werkgevers die fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden bieden. • We stimuleren het leren van de Nederlandse taal onder onbenut arbeidspotentieel van inter­ nationale Amsterdammers. Op die manier vergroten wij hun kans op de arbeidsmarkt en kunnen zij bijdragen in de tekortsectoren zoals zorg, techniek en onderwijs.

5

Ondersteunen werkgevers bij personeelstekorten

5 De structurele arbeidsmarktkrapte, in combinatie met demografische ontwikkelingen en de toegenomen (publieke investeringen) in ­­maat­schappelijke doelstellingen vragen om blijvende maatregelen. Daarbij gaat onze aandacht uit naar werkgevers die bijdragen aan de ontwikkeling van een brede welvaartseconomie. Ons startpunt is de vraag naar voldoende goed opgeleid personeel in de cruciale sectoren. We bekijken welke interventies nodig zijn om knelpunten weg te nemen. In tegenstelling tot de individuele benadering staat bij deze acties niet per definitie de doelgroep centraal. Hoewel ook de interventies in deze lijn kunnen bijdragen aan kansenbevordering, zijn de acties onderdeel van een bredere aanpak, gericht op innovatie en het versterken van de samen­ werking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs

Publiek private samenwerkingen (PPS-en) gericht op de vraag van werkgevers Met de uitvoeringsagenda Onderwijs Arbeidsmarkt 2019-2022 zijn verscheidene PPS-en inmiddels verduurzaamd. We hebben de bouwstenen gelegd voor een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Ook hebben we de eerste stappen gezet naar modulair onderwijs met certificeerbare eenheden, ontwikkeling en inrichting van contextrijke leer-en werkomgevingen en lange termijn commitment van partners. Om een meer veerkrachtige arbeidsmarkt te reali­ seren moeten de PPS-en de komende periode een extra stap zetten en zich richten op het innoveren van de beroepspraktijk. Alleen zo komen we tot nieuwe vormen van arbeidsproductiviteit en combi­naties van leren en werken. Hiervoor is nodig dat de PPS-en een grotere rol krijgen bij het implementeren en toe­passen van technologische innovaties. Op dit moment spelen de PPS-en nog een beperkte rol bij het ver­sterken van de innovatiekracht van bedrijven. Ook ten aanzien van leven lang ontwikkelen kunnen PPS-en hun rol veel krachtiger invullen. PPS-en worden nog vaak gezien als tijdelijke subsidie­projecten. Na afloop van de projectperiode gaat de PPS dan op in de

onderwijsinstelling. Deze werkwijze zorgt wel voor een (eenmalige) innovatieslag van het beroeps­onderwijs, maar vaak blijft de duurzame borging in bedrijfsleven achter. Op deze manier ­creëren we geen structurele, en op de lange termijn gerichte innovatie van de beroepspraktijk in het onderwijs en het bedrijfsleven. En dat is met de aanhoudende krapte wel noodzakelijk. Doorontwikkeling van de PPS-en vraagt van de scholen om een andere PPS-strategie, van de bedrijven meer gezamenlijk eigenaarschap en van de gemeente een andere kijk op de samenwerking. Dit gaan we doen: • We bouwen een consortium gericht op het vergroten van de economische impact van de klimaattransitie in de MRA en het vergroten van menselijk kapitaal. Dit doen we als onderdeel van de aanvraag van het Nationaal Groeifonds. De bestaande en eventueel nieuwe PPS-en zijn onderdeel van dit ecosysteem. • We verduurzamen en schalen succesvolle tech­ nische PPS-en (VTI, Bouwacademie, NexTechnician) op om innovatie van de beroepspraktijk te vergroten/verbreden. Dit is ook onderdeel van de MBO-Agenda 2023-2027. • We betrekken het hbo meer bij de PPS-en, gezien de groeiende vraag naar hbo-geschoold personeel en om de innovatiekracht van het hbo beter te benutten. • We bouwen, samen met het Regionaal Werk­ centrum, strategische werkgeversnetwerk(en) op vergelijkbaar met de bestaande netwerken in de technieksector.

Daarin leren we van successen, zoals ontwikkeld in TOMAS.5 • In de MBO-Agenda 2023-2027 beschrijven we onze inzet voor de PPS-en waarin het mbo centraal staat, zoals het opzetten van een PPS voor studenten op niveau 1 en 2.

5 TalentOntwikkeling, MAtch en Select: een platform met overzicht van en toegang tot talentontwikkelingsinitatieven.

16 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

We bevorderen diversiteit en inclusie en bestrijden arbeidsmarktdiscriminatie

We ondersteunen het mkb bij innoveren en talentontwikkeling

Steeds meer bedrijven zien in dat diversiteit en inclusie allang niet meer uitsluitend een sociaal maatschappelijke verantwoordelijkheid is, maar ook een economische noodzaak. Inclusief werkgeverschap en een divers personeelsbestand levert bedrijfs­ economische voordelen op. Veel bedrijven willen wel op een inclusieve manier kijken naar hun personeels­ bestand en inzetten op het werven en behouden van divers talent, maar weten niet hoe. Inclusief werk­ geverschap gaat verder dan zorgen dat iedereen zich veilig en welkom voelt in de organisatie. Een inclusieve werkgever zet de verschillen in personen in als meerwaarde voor de organisatie. We onder­steunen de werkgevers hierbij.

80% van de bedrijven die aangesloten is bij een PPS behoort tot het mkb. Tegelijkertijd is er nog een groot gedeelte (96%) van het mkb dat niet samenwerkt met het onderwijs. Deze bedrijven hebben niet de capaciteit, het geld of de kennis om te investeren in samenwerking en/of innovatie. Terwijl hun behoefte aan innovatie of personeel groot is, en in sommige gevallen absoluut noodzakelijk.

Dit gaan we doen: • We verduurzamen en ontwikkelen het platform Amsterdam Divers & Inclusief (ADI) door en onderzoeken de mogelijkheden om een publiekprivate samenwerking op te zetten. • We onderzoeken hoe ADI en projecten gericht op inclusief werkgeverschap in de stadsdelen en de Masterplannen elkaar kunnen versterken. • We versterken de inzet op inclusief werkgever­ schap in de zorg. • We bieden trainingen aan bedrijven om diversiteit en inclusie op de werkvloer te bevorderen. Hierin is aandacht voor thema’s als toegankelijkheid en sociale veiligheid op de werkvloer. Ook voegen we trainingen toe op het gebied van doorstroom, uitstroom en behoud van personeel. • We verkennen de mogelijkheden voor een lokale inclusiviteitsmonitor om het inclusiebeleid van Amsterdamse werkgevers in kaart te brengen. • We agenderen diversiteit en inclusie bij de verschillende PPS-en waar we onderdeel van zijn en verbinden werkgevers met talentinitiatieven. • We versterken, in samenwerking met de afdeling onderwijs, de aanpak op stagediscriminatie en sluiten het PPs bedrijvennetwerk hierop aan (zie ook de MBO-Agenda 2023-2027). • We werken aan het verkleinen van de gendergap in de technologische sector door in te zetten op Equals (voorheen Female-Hub).

17 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

Deze bedrijven blijven achter als het gaat om innovatie, digitalisering en (leven lang) ontwikkelen van menselijk kapitaal en de productiecapaciteit. Veel werkgevers kunnen ondersteuning gebruiken bij het up-to-date houden van de vaardigheden van hun personeel, bij het aantrekken en behouden van nieuw personeel en het implementeren van innovaties op het gebied van digitalisering en verduurzaming. Dit gaan we doen: • We betrekken meer mkb-bedrijven bij PPS-en zoals bij de opschaling van de PPS-en van het Nationaal Groeifonds. • We bestendigen de methodiek van MKB Digital Workspace (MDW) in het beroeps­onderwijs en ondersteunen meer mkb-bedrijven. We sluiten hierbij aan bij de digitale werkplaats­regeling van het Rijk. • We starten met MKB Circulair Workspace (MCW) waarmee we studenten koppelen aan het mkb ter ondersteuning van hun circulaire opgave.

Samenwerking hbo en bedrijfsleven Bedrijven die bijdragen aan de opgaven van de stad en de brede welvaartseconomie hebben over de gehele linie te maken met een stijgende vraag naar goed opgeleid personeel. De mismatch en krapte op de arbeidsmarkt is ook voelbaar in functies op hboniveau. Zo staan er sinds 2019 gemiddeld circa 1.000 vacatures open op hbo+ niveau in de technische sectoren in Groot-Amsterdam. Sinds de coronacrisis is het aantal vacatures boven­dien substantieel toegenomen. Om te voorkomen dat de opgaven van de stad stagneren door een gebrek aan personeel, is het noodzakelijk om in te zetten op een stevige samenwerkingsstructuur tussen het hbo en het bedrijfsleven. Naast de doorlopende lijn vo-mbo-hbo (in MBO-Agenda 2023-2027), gaan we hboinstellingen meer betrekken bij PPS-ontwikkeling.

Dit gaan we doen: • We betrekken het hbo bij de opschaling van PPS-en om de innovatie van de beroepspraktijk te versnellen. Door in multidisciplinaire teams te werken aan oplossingen voor (maatschappelijke) vraagstukken, ontwikkelen we proposities voor het bedrijfsleven. • We zetten in op het flexibele hbo-omscholings­ programma FastSwitch. Hierbij maken werkgevers en onderwijsinstellingen afspraken over baangaranties met werkenden of studenten die een omscholingstraject doorlopen. • We onderzoeken de mogelijkheid van gecombineerde practoraten-lectoraten via de techniek- en techno­logie PPS-en. Met als doel het versterken van mbo-campusvorming, ontwikkeling van fieldlabs met praktijkgerichte innovatie opdrachten en onderzoek.

Innovatie en ontwikkeling om arbeids­ productiviteit te vergroten en de vraag naar arbeid te verkleinen De huidige en toekomstige vraag naar arbeids­ krachten is naar verwachting zo groot, dat de instroom van nieuwe arbeidskrachten (jongeren die hun opleiding hebben afgerond), het benutten van onbenut arbeidspotentieel en omscholing niet toe­ reikend zijn. Door decennialang vast te houden aan loonmatiging is de arbeidsproductiviteit en de nood­ zaak tot innovatie van werkprocessen minder hard gegroeid. Daarom is het van belang om, naast blijvende aandacht voor betere arbeidsvoorwaarden, werk­gevers te stimuleren om minder afhankelijk te zijn van menselijk kapitaal en werk anders in te richten door bijvoorbeeld maximaal gebruik te maken van (technologische) innovaties. De komende tijd onderzoeken we, onder andere samen met de PPS-en, waar de kansen liggen en welke stimulans de gemeente hierin kan geven. Dit gaan we doen: • We ontwikkelen learning communities van bedrijfs­ leven en beroepsonderwijs (mbo en hbo) waarin kennisdeling van (technologische) innovaties in de bouw, energie en mobiliteitssectoren centraal staat.

18 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

We ondersteunen bedrijven bij de landing van internationale (kennis)werkers De instroom uit het onderwijs gecombineerd met de instroom aan arbeidsmigranten op de arbeidsmarkt is al jaren lager dan de uitstroom van pensioengerech­ tigden en arbeidsongeschikten. Per saldo neemt het aantal (potentiële) arbeidskrachten af, terwijl de vraag toeneemt. Bedrijven zetten steeds meer in op het aantrekken van internationale werknemers. Met alle sociale en maatschappelijke gevolgen van dien. Dit vergt een visie op de gemeentelijke dienstverlening op het gebied van arbeidsmigratie. Met name in sectoren en banen waar de lokale talentenpool ontoereikend is. Om de mismatch op de arbeidsmarkt te verkleinen is naast investeren in lokaal talent ook het ondersteunen van internationale werknemers bij hun vestiging in de regio van belang. Arbeidsmigratie is, in lijn met het beleid van de Rijksoverheid, een sluitstuk op het terugdringen van tekorten. Toegang tot buitenlands talent is nodig om de (inter)nationale ecosystemen, die bijdragen aan de uitdagingen van de stad en regio, verder te verbeteren en op hoog niveau te houden. Het ondersteunen van bedrijven bij de vestiging van internationale (kennis)werkers doet de gemeente sinds 2008 via IN Amsterdam, dat destijds als één van de projecten vanuit het toenmalige projectbureau Amsterdam Topstad is opgezet.

Doel van het project­ bureau was om Amsterdam weer in de top 5 van internationale vestigingsplaatsen te krijgen. Het aantrekken en behouden van internationale bedrijven stond hoog op de agenda. Inmiddels ziet de wereld er anders uit. Het aantrekken en behouden van internationale bedrijven staat nog steeds hoog op de agenda, maar koppelen we dit aan de uitdagingen van de stad en regio, en daarmee aan onze inzet op een brede welvaartseconomie. Daarnaast is de instroom van internationale werknemers in de MRA op dit moment zo hoog dat maatschappelijke gevolgen van arbeidsmigratie niet uitblijven, zoals de eerder geschetste uitbuiting en de effecten op de woningmarkt.

Dit gaan we doen: • We continueren de (kostendekkende) one-stopshop dienstverlening van IN Amsterdam, waar kennismigranten in één afspraak de formaliteiten kunnen regelen om aan het werk te kunnen. • We blijven zorgen voor goede randvoorwaarden voor landing en vestiging, waarbij we ons onder andere richten op Engelstalige informatievoorziening over Amsterdam en de MRA, en de signalerings- en lobbyfunctie voor betere wet- en regelgeving.

19 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

• We bevorderen dat internationals zich verbonden voelen met de stad en hun directe leefomgeving zodat we talent behouden. • We zetten in op behoud van internationaal talent dat al aanwezig is in de regio.

6

Financiën

6 De gemeente Amsterdam ontwikkelt een nieuwe visie op de lokale economie met brede welvaart als doel. Deze visie is de basis voor vijf economische opgaven en de basis waarop de economische intensiverings­ middelen (€ 23,5 miljoen voor de gehele college­ periode) worden besteed. Het Economisch Arbeids­ marktbeleid is een (gedeeltelijke) uitwerking van de opgave een evenwichtige arbeidsmarkt die iedereen gelijke kansen op werk biedt. Voor deze opgave is € 6 miljoen voorzien, waarvan 5 miljoen wordt ingezet voor het Economisch Arbeidsmarktbeleid.

Een op het individu gerichte benadering die kansen bevordert

werkgeversbenadering waarin de vraag van werkgevers (actief in cruciale sectoren) centraal staat

Investeringen 2023-2026 De gemeente investeert de komende vier jaar in totaal €5.000.000 in het Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026. De begroting, zie tabel hieronder, is opgesteld op basis van de ervaringen opgedaan in de afgelopen collegeperiode. Per benadering is op hoofdlijnen een budget gealloceerd. De werkelijke kosten kunnen anders uitvallen. De inzet van het bedrag voor verbeteren arbeidsmarktpositie mbo-studenten is uitgewerkt in de MBO-Agenda 2023-2027. 2023

2024

2025

2026

Totaal

Verbeteren van de arbeidsmarktpositie van (afgestudeerde) mbo-student door publiek private samenwerking en aansluiting onderwijsarbeidsmarkt

€235.000

€361.000

€254.000

€175.000

€1.025.000

Flexibilisering en platformwerk

€100.000

€165.000

€150.000

€50.000

€465.000

Verbetering arbeidsmarktpositie kwetsbare arbeidsmigranten

€100.000

€190.000

€100.000

€75.000

€465.000

Publiek private samenwerkingen (PPS-en) gericht op de vraag van werkgevers ontwikkelen of opschaling

€100.000

€350.000

€375.000

€155.000

€980.000

Het bevorderen van diversiteit en inclusie en bestrijden van arbeidsmarktdiscriminatie

€100.000

€350.000

€175.000

€175.000

€800.000

Ondersteunen MKB in het ontwikkelen van menselijk kapitaal

€115.000

€130.000

€100.000

€75.000

€420.000

Samenwerking hbo en bedrijfsleven

€100.000

€140.000

€150.000

€0

€390.000

Innovatie en ontwikkeling om arbeidsproductiviteit te vergroten en de vraag naar arbeid te verkleinen

€100.000

€100.000

€55.000

€0

€255.000

We ondersteunen bedrijven bij de landing van internationale (kennis) werkers

€50.000

€50.000

€50.000

€50.000

€200.000

€1.000.000

€1.836.000

€1.409.000

€755.000

€5.000.000

Totaal

De middelen uit het Economisch Arbeidsmarktbeleid worden in lijn met de ambitie van het Amsterdams Akkoord ingezet: “We doen publiek wat moet en privaat-publiek wat kan. We zoeken dus nadrukkelijker de samenwerking op taakniveau met maatschappelijke partners. We werken samen met partners om te investeren en bij te dragen aan de stad en zijn bereid onze eigen beleidskaders aan te passen als dit nodig is om cofinanciering aan te trekken.” Vanwege de aard van publiek-private samenwerking, met verschillende behoeftes en ontwikkelpaden, kiezen we voor ondersteuning en financiering op maat:

21 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

• Subsidie: De subsidieregeling Stimulering Econo­ mische Structuur en Arbeidsmarktversterking (SESA) wordt ingezet om de ontwikkeling van nieuwe PPS-en te cofinancieren, de organisatie op te zetten, projecten en interventies te ontwikkelen en uit te rollen of PPS-en te verduurzamen. • Opdrachten gericht op één specifiek (deel) resultaat. Bijvoorbeeld het aanstellen van kwartier­ makers om partijen samen te brengen en de ontwikkeling van een PPS in gang te zetten. Als we zien dat de markt zelf niet in beweging komt, kunnen we ervoor kiezen om proactief de totstandkoming van een PPS te stimuleren.

• In kind inzet: Beleidsadviseurs vanuit de gemeente nemen deel aan de stuurgroep en/of werkgroep van een PPS (in ontwikkeling) en dragen door middel van hun inzet, ervaring en netwerk bij aan de ontwikkeling en verduurzaming hiervan. Begeleiding en informatievoorziening over andere subsidiemogelijkheden (zoals EFRO Kansen voor West) behoren hier ook toe. Bij de besteding van deze middelen hanteren we een eis van cofinanciering vanuit private partijen. De minimale hoogte van de private bijdrage verschilt per programma, traject en onderwerp. Daar waar we zien dat het bedrijfsleven zich al actief roert en initiatief neemt, wordt een hogere verhouding gehanteerd dan bij onderwerpen waar de gemeente een initiërende rol neemt.

22 Economisch Arbeidsmarktbeleid 2023-2026

Monitoring De gemeenteraad wordt jaarlijks met een voortgangs­ rapportage op de hoogte gehouden over de financiële en inhoudelijke ontwikkelingen van de uitvoering van het Economisch Arbeidsmarktbeleid. De inhoudelijke verantwoording van het onderdeel ‘verbeteren van de arbeidsmarktpositie van (afgestudeerde) mbostudent door publiek private samenwerking en aansluiting onderwijsarbeidsmarkt’ onderdeel van de voortgangsrapportage van de MBO-Agenda 2023-2027. Het beleid is zo conjunctuurbestendig mogelijk opgesteld om te kunnen anticiperen op economische veranderingen, en werkgelegenheidsschommelingen. Ondanks dat voeren we halverwege de looptijd van het Economisch Arbeidsmarktbeleid een midterm review uit om te bepalen of de opgaven, programma­ doelen en werkwijze nog actueel zijn. Of dat een verschuiving in de actielijnen noodzakelijk is. Waar nodig passen we voor de resterende looptijd het Economisch Arbeidsmarktbeleid aan. Ook hier informeren we de gemeenteraad over.

VRM23_136

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12770718/1