CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Duisenberg-onderzoek 'Afval en Reinigen'

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 24 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2025 inclusief de Jaarrekening 2025 (VN2026-007090)3.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meth ode - Dui senberg 2025

Programmaonderdeel 2.2.3. Afval en Reinigen Openbare Ruimte Rapport 22 juni 2026

De staat van morgen. Start vandaag.

1

Inhoudsopgave 1. Kernelementen van het programma 2. Vragen methode Duisenberg 0. Welke informatie is intern beschikbaar en wat is de kwaliteit van de informatie? 1. Wat is het beeld van het beleidsterrein op hoofdlijnen? 2. Welke doelen zijn gepland/behaald 3. Welke prestaties zijn gepland/geleverd? o Indicatoren o activiteiten 4. Wat gaat het kosten/heeft het gekost? 5. Wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid? 6. Welke conclusies en aanbevelingen geven wij als rapporteurs aan de commissie mee? 2

Kernelementen van programmaonderdeel 2.2.3:

Afval en Reinigen Openbare Ruimte

Kernelementen programmaonderdeel 2.2.3 Kernopgave: ”We zorgen voor een schone stad door te reinigen op plaatsen en momenten waar het nodig is. Afval scheiden we voor hergebruik of hoogwaardige verwerking met efficiënte, schone inzameling.” (Jaarverslag 2025)

Financiële toelichting jaarverslag 2025:

Doelen: Doel 2.3.1 — Amsterdam is een schone stad • 2.3.1.1 Openbare ruimte schoonmaken • 2.3.1.2 Afval op juiste wijze kunnen aanbieden • 2.3.1.3 Efficiënt en duurzaam inzamelen • 2.3.1.4 Medebeheer en preventie Doel 2.3.2 — Amsterdam voorkomt (rest)afval • 2.3.2.1 Gescheiden aanbieden mogelijk maken • 2.3.2.2 Hoogwaardige verwerking

4

Vraag 0:

Kwaliteit van de informatie

Vraag 0: Kwaliteit van de informatie: op basis van jaarstukken Sterke punten

Minder sterke punten

Aansluiting begroting <-> jaarverslag

• Begroting 2025: CROW-scores (objectieve meting) voor zwerfvuil, prullenbakken en bijplaatsingen.

• Drie van de drie doelindicatoren op doel 2.3.1 (“schone stad”) niet gemeten in 2025; WiA1 volgt pas 2026.

• Tevredenheidsindicator meldingen wordt in jaarverslag gesplitst in “schoon” (47%) en “afval” (70%), terwijl de begroting één gecombineerde norm van 70% noemt.

• Gedetailleerde uitsplitsing van baten/lasten per categorie.

• Indicator “tevredenheid containeradoptanten” wordt slechts 1x per 2 jaar gemeten — geen meting 2025.

• CO₂-uitstoot gerapporteerd in scope 1, 2 en 3. • Jaarverslag 2025: realisatie vergeleken met oorspronkelijke begroting, najaarsnota én voorgaand jaarverslag. • Gestructureerde risicoparagraaf.

• Opvallende sprong CO₂ per ton: 19,2 (2019) → 2,3 (begroting 2024) zonder direct zichtbare toelichting. • De ontwikkeling van de indicator GFE-T-toegang is in de P&Cstukken beperkt toegelicht.

• Bij enkele streefwaarden is voor de lezer beperkt zichtbaar hoe deze zich verhouden tot eerdere peilwaarden. 1. Het Wonen in Amsterdam onderzoek (WiA) wordt 1x per 2 jaar uitgevoerd.

6

Vraag 0: Kwaliteit van de informatie: na aanvullende informatie Uit navraag bij de gemeente in het kader van dit Duisenberg onderzoek is de volgende bijkomende informatie ontvangen over wijze waarop de doelstellingen uit “Schoon en Afvalvrij 2025-2028” en “1Amsterdam Heel & Schoon” vertaald zijn naar de begroting en jaarstukken • Deze doelstellingen zijn vertaald naar concrete doelen en indicatoren in de begroting en jaarstukken. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de meningen van bewoners (zoals de ervaren overlast door vervuiling), metingen (op basis van CROW-scores) en meldingen (bijvoorbeeld het percentage meldingen over afval dat naar tevredenheid van de melder is afgehandeld). Deze gegevens geven inzicht in de resultaten rondom het schoonhouden van de openbare ruimte in Amsterdam. Observaties • Toelichting op methodiek en vergelijkbaarheid blijft beperkt. Methodische wijzigingen en de vergelijkbaarheid door de tijd worden in de P&C-stukken niet steeds expliciet toegelicht.

7

Vraag 1:

Beeld van het beleidsterrein

Vraag 1: Beeld van het beleidsterrein: op basis van jaarstukken Sterke punten

Minder sterke punten

Aansluiting begroting <-> jaarverslag

• Herkenbare en grotendeels consistente kernopgave: begroting 2025 en jaarverslag 2025 hanteren vergelijkbare formulering.

• Begroting koppelt strategische lijnen niet expliciet aan financiële middelen of mijlpalen per jaar — sturing en voortgangsbewaking lastig.

• Kernopgave en hoofdlijnen sluiten goed aan; jaarverslag is wel beknopter (geen vermelding meer van “samen met bewoners, ondernemers en partners”).

• Begroting 2025 benoemt strategische lijnen zoals gebiedsgerichte aanpak, verduurzaming wagenpark, uitbreiding GFE-T, nascheiding, gedragsbeïnvloeding en integratie Weesp.

• Niet alle ontwikkelingen zijn in de begroting 2025 zichtbaar uitgewerkt in risico’s, financiële effecten of mijlpalen.

• Het jaarverslag benoemt ontwikkelingen die in de begroting nog beperkt zichtbaar waren uitgewerkt — directe vergelijking lastig.

• Jaarverslag 2025 maakt zichtbaar welke ontwikkelingen en externe factoren het beleid raakten: statiegeld, lachgas, afvalverbrandingsbelasting, verbod bedrijfsafvalzakken.

• Relatie tussen beleidskader “Schoon en Afvalvrij 2025-2028” en de programmabegroting blijft op hoofdlijnen.

• Integratie Weesp wordt in de begroting aangekondigd; de terugkoppeling daarop is in de jaarstukken beperkt herkenbaar binnen dit programmaonderdeel.

9

Vraag 1: Beeld van het beleidsterrein: na aanvullende informatie Uit navraag bij de gemeente in het kader van dit Duisenberg onderzoek is de volgende bijkomende informatie ontvangen: • Gebiedsgerichte aanpak (GGI) in uitvoering, fysieke verhuizing september 2026. De aanvullende informatie gaat vooral in op de inrichting en doelen van de gebiedsgerichte aanpak; resultaten zijn nog beperkt zichtbaar. • Burgerberaad: 15 adviezen verwerkt in Kader Schoon en Afvalvrij 2025-2028. • Weesp per januari 2025 volledig geïntegreerd, scoort hoogst van alle stadsdelen op schoonheid. Observaties • Voor enkele strategische lijnen is vooral informatie beschikbaar over inrichting en uitvoering; resultaten zijn nog niet steeds zichtbaar in de jaarstukken. • De beleidskaders en begroting sluiten grotendeels op elkaar aan, de doorvertaling naar concrete mijlpalen is beperkt zichtbaar. • Terminologie in voortgangsrapportages en P&C-stukken sluit niet steeds één-op-één op elkaar aan.

10

Vraag 1: Beeld van het beleidsterrein • Beleidskader en de begroting (en jaarverslag) gebruiken verschillende ordeningen, voor de lezer is geen expliciete vertaaltabel opgenomen. • Terminologie sluit niet steeds één-op-één op elkaar aan.

Begroting 2025

Kader schoon en Afvalvrij 2025-2028

11

Vraag 2:

Doelen gepland/gehaald

Vraag 2: Doelen gepland/behaald: op basis van jaarstukken Sterke punten

Minder sterke punten

Aansluiting begroting <-> jaarverslag

• Doel 2.3.2 (“Amsterdam voorkomt (rest)afval”) is meetbaar geoperationaliseerd; realisatiecijfers zijn beschikbaar in het jaarverslag 2025.

• Voor doel 2.3.1 ontbreken in 2025 WiAcijfers, de raad kan op basis van de jaarstukken beperkt vaststellen in hoeverre de doelindicatoren voor 2.3.1 in 2025 zijn gerealiseerd, omdat WiA tweejaarlijks wordt uitgevoerd. De gevolgen voor de beoordeling door de raad worden beperkt geduid.

• Doel 2.3.2 sluit aan qua indicatoren/streefwaarden, maar realisatie wijkt af: restafval per inwoner 233 kg (norm 230); totaal huishoudelijk 355 kg (norm 347). Beide net niet gehaald: toegeschreven aan toename grof afval.

• Jaarverslag is transparant over het feit dat de hoofdindicatoren voor doel 2.3.1 (“schone stad”) in 2025 niet konden worden gemeten en geeft daarvoor de reden (tweejaarlijkse WiA-meting). • Er zijn wel activiteitenindicatoren beschikbaar bij 2.3.1, zoals CROWscores voor grof zwerfvuil, vullingsgraad prullenbak en meldingen

• Bij doel 2.3.2 wordt een lichte stijging gemeld door toename grof afval, maar zonder analyse van oorzaken of doorwerking naar de doelstelling.

• Voor doel 2.3.1 is de aansluiting beperkt, doordat het jaarverslag geen realisatiecijfers bevat op de drie doelindicatoren.

13

Vraag 2: Doelen gepland/behaald Doel 2.3.1: Amsterdam is een schone stad (Begroting 2025)

Doel 2.3.2: Amsterdam voorkomt (rest)afval (Begroting 2025)

Doel 2.3.1: Amsterdam is een schone stad (Jaarverslag 2025) Doel 2.3.2: Amsterdam voorkomt (rest)afval (Jaarverslag 2025)

14

Vraag 2: Doelen gepland/behaald: na aanvullende informatie Uit navraag bij de gemeente in het kader van dit Duisenberg onderzoek is de volgende bijkomende informatie ontvangen: • €13 mln incidentele middelen: intensievere reiniging, extra handhaving, zomeraanpak (activatieteams). Resultaten zijn te vinden in halfjaarrapportages. In de ontvangen aanvullende informatie en jaarstukken is geen uitsplitsing opgenomen van de €13 mln naar maatregel of activiteit. • Recyclepercentage stabiel op 25%, bewonerstevredenheid gedaald op vrijwel alle indicatoren; het college werkt aan verbetering van de basisdienstverlening. Observaties • In de aanvullende informatie is geen uitsplitsing opgenomen van de €13 mln incidentele middelen naar maatregel of activiteit.

• Overweging uitgave incidentele middelen niet uitgebreid toegelicht: “Dit betreft een bestuurlijke afweging en besluit.” Een inhoudelijke onderbouwing waarom incidenteel in plaats van structureel is in de beschikbare verantwoordingsinformatie beperkt zichtbaar.

15

Bevindingen ten aanzien van behaalde doelen 2.3.1 Amsterdam is een schone stad • Het jaarverslag 2025 bevat geen realisatiecijfers op de drie doelindicatoren. Hierdoor is doelbereik op basis van de jaarstukken beperkt vast te stellen; activiteitindicatoren geven wel aanvullend inzicht. 2.3.2 Amsterdam voorkomt (rest)afval • Het jaarverslag 2025 bevat realisatiecijfers op de twee doelindicatoren. Deze blijven net achter bij de begrotingswaarden.

16

Vraag 3:

Prestaties gepland/geleverd

Toelichting prestaties

Prestaties vallen uiteen in twee categorieën: • Prestaties ten aanzien van de uitvoering van activiteiten (wat doet de gemeente) • Prestaties ten aanzien van resultaten/effecten, zichtbaar gemaakt aan de hand van indicatoren •

Activiteiten Prestaties Effecten

18

Vraag 3: Prestaties gepland/geleverd: op basis van jaarstukken Sterke punten

Minder sterke punten

Aansluiting begroting <-> jaarverslag

• Jaarverslag 2025 geeft per activiteit realisatie-informatie, maar de mate van toelichting verschilt (bv. statiegeldproblematiek bij tevredenheid meldingen).

• Activiteit 2.3.1.2: norm niet gerealiseerd, maar toelichting eindigt met “dit heeft verschillende oorzaken”. Deze oorzaken worden benoemd, maar niet afzonderlijk gewogen of gekwantificeerd.

• Activiteiten en nummering sluiten 1-op-1 aan; per activiteit is realisatie zichtbaar.

• Prestaties zijn 1-op-1 gekoppeld aan de zes activiteiten uit de begroting; structuur is consistent. • Concrete tussenresultaten: aanbesteding 45 emissievrije voertuigen, 556 nieuwe containeradoptanten, plaatsing GFE-Trolcontainers in Oost/NieuwWest/Noord.

• Tevredenheid containeradoptanten slechts 1x per 2 jaar gemeten — in 2025 geen meting.

• De aansluiting vraagt toelichting: de begroting noemt één gecombineerde norm, terwijl het jaarverslag rapporteert in twee categorieën (‘schoon’ en ‘afval’).

19

Vraag 3: Prestaties gepland/behaald: op basis van aanvullende informatie Uit navraag bij de gemeente in het kader van dit Duisenberg onderzoek is de volgende bijkomende informatie ontvangen: • Ziekteverzuim wordt door de gemeente via de reguliere P&O-rapportages halfjaarlijks met de raad gedeeld; de relatie met prestaties binnen dit programmaonderdeel is in de jaarstukken beperkt zichtbaar. • Statiegeld: aanpak beschreven. Concrete resultaatinformatie is deels opgenomen in halfjaarrapportages; in de jaarstukken is niet steeds expliciet zichtbaar hoe deze informatie aansluit op de indicatoren en activiteiten. • Grof op afspraak: actief in drie gebieden, uitbreiding naar rest van de stad pas in 2026-2027

• Campagnes, nudging en de 25-meterregel zijn actief maar concrete resultaten worden doorverwezen naar de halfjaarrapportages Observaties • Aanvullende resultaten worden deels buiten de jaarstukken ontsloten; in de jaarstukken is niet steeds expliciet zichtbaar waar aanvullende resultaten zijn terug te vinden

20

Vraag 3: Prestaties gepland/geleverd (1/3) Activiteit 2.3.1.1: We maken de openbare ruimte schoon (daar waar het er toe doet) (Begroting 2025).

Activiteit 2.3.1.2: We zorgen dat inwoner en bedrijven hun afval op de juiste wijze kunnen aanbieden (Begroting 2025)

Activiteit 2.3.1.1: We maken de openbare ruimte schoon (daar waar het er toe doet) (Jaarverslag 2025).

Activiteit 2.3.1.2: We zorgen dat inwoner en bedrijven hun afval op de juiste wijze kunnen aanbieden (Jaarverslag 2025)

21

Vraag 3: Prestaties gepland/geleverd(2/3) Activiteit 2.3.1.3: We zamelen het afval efficiënt en duurzaam in (Begroting 2025).

Activiteit 2.3.1.4: We ondersteunen medebeheer en zetten in op preventie (Begroting 2025)

Activiteit 2.3.1.3: We zamelen het afval efficiënt en duurzaam in (Jaarverslag 2025)

Activiteit 2.3.1.4: We ondersteunen medebeheer en zetten in op preventie (Jaarverslag 2025)

22

Vraag 3: Prestaties gepland/geleverd (3/3) Activiteit 2.3.2.1: We maken het voor bewoners mogelijk om hun afval op de juiste manier gescheiden te kunnen aanbieden (Begroting 2025)

Activiteit 2.3.2.2: We zorgen dat het afval zo hoogwaardig mogelijk wordt verwerkt (Begroting 2025)

Activiteit 2.3.2.1: We maken het voor bewoners mogelijk om hun afval op de juiste manier gescheiden te kunnen aanbieden (Jaarverslag 2025)

Activiteit 2.3.2.2: We zorgen dat het afval zo hoogwaardig mogelijk wordt verwerkt (Jaarverslag 2025)

23

Bevindingen ten aanzien van prestaties Zijn de activiteiten uitgevoerd? • De jaarstukken geven per activiteit informatie, maar niet steeds voldoende om planning, uitvoering, resultaat en effect in samenhang te beoordelen. In de voortgangsrapportage Schoon en afvalvrij 2025 1 en 2 is hier meer over opgenomen. Hier wordt in de jaarstukken niet naar verwezen. De prestatie “We zamelen het afval efficiënt en duurzaam in (Begroting 2025)” wordt bijvoorbeeld niet toegelicht aan de hand van hoe men afval efficiënt en duurzaam inzamelt, alleen aan de hand van het resultaat (de CO2 uitstoot). Welke resultaten zijn zichtbaar aan de hand van indicatoren? • 2.3.1.1: op twee van de drie indicatoren is de norm behaald; • 2.3.1.2: de indicatornorm is niet behaald; • 2.3.1.3: de indicatornorm is gehaald; de ontwikkeling ten opzichte van eerdere jaren vraagt om methodische duiding;

• 2.3.1.4: de indicatornorm is niet gemeten; • 2.3.2.1: de indicatornorm is behaald; • 2.3.2.2: de indicator blijft achter bij de begrotingswaarde.

24

Bevindingen kwaliteit formulering prestaties

Activiteiten • Activiteiten worden in de begroting en jaarverslag wel toegelicht, maar niet steeds gekoppeld aan mijlpalen, kosten en verwachte effecten. • De toelichting is vooral beschrijvend; de samenhang met middelen en doelbereik blijft beperkt zichtbaar. • In het beleidskader Schoon en Afvalvrij 2025-2028 worden activiteiten beter toegelicht, maar ook niet gekoppeld aan mijlpalen, kosten en verwachte effecten. Indicatoren •

2.3.1.1: indicator 3: De splitsing tussen ‘schoon’ en ‘afval’ biedt aanvullende informatie, maar de aansluiting met de eerdere gecombineerde indicator en norm wordt niet expliciet toegelicht. De definitie van ‘oplosbare meldingen’ is voor de lezer niet direct zichtbaar.

•

2.3.1.4: Containeradoptanten meet vooral deelname aan medebeheer en slechts indirect preventie of gedragsverandering.

•

2.3.2.1: Ambtelijk is toegelicht dat ‘toegang’ betekent: huishoudens binnen maximaal 250 meter loopafstand van een GFE/T-rolcontainer of inzamelpunt. Deze afbakening is in de P&C-stukken zelf beperkt zichtbaar.

25

Vraag 4:

Wat gaat het kosten/heeft het gekost?

Vraag 4: Kosten: op basis van jaarstukken Sterke punten

Minder sterke punten

Aansluiting begroting <-> jaarverslag

• Jaarverslag 2025 vergelijkt realisatie expliciet met oorspronkelijke begroting én najaarsnota en geeft uitgebreide toelichting op afwijkingen (plussen en minnen).

• De financiële onderbouwing van enkele beleidskeuzes is beperkt zichtbaar: geen verhoging afvalstoffenheffing 2025-2026, dekking algemene middelen (€14,3 mln → €19,7 mln), extra €5 mln/jaar, incidenteel €13 mln.

• Hoofdcategorieën baten/lasten sluiten aan tussen begroting en jaarverslag; herkenbare structuur.

• Jaarverslag 2025 maakt de financiële afwijkingen op hoofdlijnen zichtbaar en licht meerdere posten toe

• Op totaalniveau is het saldo €8,6 mln nadeliger dan de oorspronkelijke begroting. In het jaarverslag is beperkt zichtbaar welk deel hiervan structureel doorwerkt; ambtelijk is toegelicht dat hiermee in de begroting 2026 rekening is gehouden.

• Op saldoniveau €8,6 mln nadelig vs begroting; optelling plussen/minnen niet altijd direct te reconstrueren door rapporteurs. • Extra €5 mln/jaar (egalisatiereserve) en incidentele €13 mln worden in jaarverslag niet verder toegelicht.

• Koppeling van budget aan resultaat per activiteit is beperkt zichtbaar in het jaarverslag. • De ontwikkeling van de voorziening afval roept voor de lezer aanvullende vragen op over de meerjarige ontwikkeling • Het meerjarige financiële effect van de aangekondigde Rijksverhoging van de afvalverbrandingsbelasting is in deze toelichting beperkt zichtbaar.

27

Vraag 4: Kosten

Oorspronkelijke ramingen (Begroting 2025)

Realisatie (Jaarverslag 2025)

Toelichting • Financiële totalen zijn zichtbaar; koppeling aan activiteiten en resultaten ontbreekt 28

Vraag 4: Kosten: op basis van aanvullende informatie

Uit navraag bij de gemeente in het kader van dit Duisenberg onderzoek is de volgende bijkomende informatie ontvangen: • De keuze voor incidentele inzet van €13 mln is een “bestuurlijke afweging en besluit" Observaties • Het antwoord op de kostenvraag (waarom incidenteel en niet structureel?) is inhoudelijk beperkt beantwoord. Door het ontbreken van een zichtbare koppeling tussen uitgaven en resultaten is de doelmatigheid van deze besteding beperkt te beoordelen. • De koppeling tussen kosten en activiteiten is in de beschikbare informatie beperkt zichtbaar per (sub)beleidsdoel • Het beleidskader kent zes pijlers, maar uit de P&C-stukken is beperkt af te ledien welke middelen aan welke pijler of interventie zijn gekoppeld

29

Bevindingen ten aanzien van de kosten

•

•

Op basis van de beschikbare stukken is geen directe integrale koppeling zichtbaar tussen specifieke activiteiten, kosten en resultaten. De voortgangsrapportages bevatten aanvullende resultaatinformatie, maar bieden geen volledig beeld van kosten per activiteit of interventie Dit beperkt de mate waarin de methode-Duisenberg kan worden toegepast op doelmatigheid

30

Vraag 5:

Wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid?

Vraag 5: wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid? Doeltreffendheid:

Wat gaat goed? De gemeente heeft in 2025 een groot aantal interventies uitgevoerd met zichtbare output: • 556 nieuwe containeradoptanten; • GFE-T uitgebreid naar 13% van de huishoudens; • 45 emissievrije voertuigen aanbesteed; Daarnaast heeft de gemeente het beleid verder vormgegeven: • Invoering van maatregelen tegen statiegeldoverlast; • Gebiedsgerichte inzameling verder voorbereid; • Uitvoering van adviezen uit het burgerberaad; • Grof-op-afspraak toegepast in enkele gebieden en verdere uitrol voorbereid. Wat gaat minder goed? Het blijft beperkt zichtbaar in welke mate deze interventies bijdragen aan de beleidsdoelen: • Het hoofddoel “Amsterdam is een schone stad” is in 2025 niet gemeten (de WiA-meting is tweejaarlijks). De meetfrequentie is benoemd; de consequentie daarvan voor de beoordeling van het doelbereik in 2025 wordt in de jaarstukken beperkt geduid. • Voor diverse maatregelen zijn resultaten niet steeds in de jaarstukken zichtbaar; resultaten zijn deels opgenomen in halfjaarrapportages; in de jaarstukken is niet steeds expliciet zichtbaar hoe deze aanvullende informatie aansluit op de doelen, indicatoren en middelen. • De relatie tussen uitgevoerde activiteiten en behaalde maatschappelijke effecten wordt beperkt inzichtelijk gemaakt. • Hierdoor blijft beperkt zichtbaar welke interventies in welke mate bijdragen aan een schonere stad.

32

Vraag 5: wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid? Oordeel doeltreffendheid: • •

Op onderdelen zijn positieve resultaten zichtbaar. Op basis van de beschikbare informatie kan slechts beperkt worden vastgesteld in welke mate de ingezette maatregelen verantwoordelijk zijn voor de bereikte resultaten. De uitvoering van het beleid is zichtbaar. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan een schonere stad en minder afval kan echter slechts beperkt worden vastgesteld.

33

Vraag 5: wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid? Doelmatigheid: Wat gaat goed? • Financiële afwijkingen worden toegelicht op programmaniveau. • Er is inzicht in totale lasten, baten en kostenontwikkeling. • Belangrijke kostenontwikkelingen en uitvoeringsfactoren, zoals afvalverbrandingsbelasting en statiegeldproblematiek, worden benoemd. • Op totaalniveau is het saldo €8,6 mln nadeliger dan de oorspronkelijke begroting. In het jaarverslag is beperkt zichtbaar welk deel hiervan structureel doorwerkt; ambtelijk is toegelicht dat hiermee in de begroting 2026 rekening is gehouden. Wat gaat minder goed? • De koppeling tussen budgetten en individuele activiteiten of pijlers is beperkt zichtbaar. • De inzet van €13 mln incidentele middelen is in de jaarstukken en ontvangen aanvullende informatie niet uitgesplitst per activiteit of maatregel. • De gemeente verwijst naar halfjaarrapportages, maar deze bieden geen integraal beeld van middelen per activiteit en zijn geen onderdeel van de jaarstukken. • Kosten per interventie, per gebied of per behaald resultaat zijn niet zichtbaar. • Raad kan slechts beperkt vaststellen welke maatregelen kosteneffectief zijn geweest.

34

Vraag 5: wat is het oordeel over de doeltreffendheid en doelmatigheid? Oordeel Doelmatigheid: •

De beschikbare informatie biedt beperkt inzicht in de samenhang tussen middelen, activiteiten en resultaten. Daardoor kan slechts beperkt worden vastgesteld in hoeverre de beoogde resultaten tegen aanvaardbare kosten zijn bereikt.

De raad heeft beperkt inzicht in:

• • •

Welke middelen per activiteit of pijler zijn ingezet. Welke resultaten aan de €13 mln incidentele middelen kunnen worden gekoppeld. In welke mate welke interventies kosteneffectief zijn geweest

35

Vraag 6:

Welke conclusies en aanbevelingen geven wij als rapporteurs aan de commissie mee?

Vraag 6: conclusies Conclusie 1: doeltreffendheid is slechts gedeeltelijk vast te stellen • De gemeente Amsterdam heeft in 2025 zichtbaar veel activiteiten uitgevoerd en concrete output geleverd. Voor een deel van de beleidsdoelen kan op basis van de jaarstukken echter niet worden vastgesteld of deze zijn behaald. Het hoofddoel ’Amsterdam is een schone stad’ is in 2025 niet gemeten, omdat deze meting tweejaarlijks plaatsvindt. • Bij afvalpreventie blijven de doelindicatoren net achter bij de begrotingswaarden; de jaarstukken geven hiervoor een beperkte nadere analyse. De relatie tussen de uitgevoerde activiteiten en maatschappelijke effecten is daardoor niet goed zichtbaar. De doeltreffendheid is daarmee op basis van de beschikbare verantwoordingsinformatie slechts gedeeltelijk vast te stellen. Conclusie 2: doelmatigheid is op basis van de beschikbare verantwoordingsinformatie beperkt navolgbaar • De beschikbare stukken maken geen directe koppeling zichtbaar tussen ingezette middelen, afzonderlijke activiteiten en gerealiseerde resultaten. De voortgangsrapportages bevatten aanvullende resultaatinformatie, maar maken geen volledige koppeling zichtbaar tussen kosten, activiteiten en resultaten. Voor de €13 mln incidentele middelen is beperkt zichtbaar welke resultaten aan deze inzet kunnen worden gekoppeld.

Hierdoor is beperkt vast te stellen welke interventies kosteneffectief zijn geweest. De doelmatigheid is daardoor beperkt navolgbaar. Conclusie 3: Begroting en jaarstukken geven beperkt integraal inzicht • De jaarstukken zijn zelfstandig leesbaar op hoofdlijnen, maar geven niet steeds een integraal beeld van doelen, prestaties, middelen en resultaten. Terminologie verschilt tussen begroting, jaarverslag en voortgangsrapportages, en relevante informatie is verspreid over verschillende documenten, waarbij de onderlinge aansluiting voor de raad niet steeds expliciet wordt gemaakt. Voor de raad en de rapporteurs ligt een belangrijke beperking in de wijze waarop doelen, prestaties, middelen en resultaten in samenhang worden verantwoord. 37

Vraag 6: aanbevelingen Aanbeveling 1: maak de relatie tussen activiteiten en kosten beter zichtbaar in begroting en jaarverslag • Overweeg om in de begroting per activiteit of pijler een globale budgetindicatie op te nemen, en koppel deze in het jaarverslag aan de gerealiseerde uitgaven. Een globale verdeling op hoofdlijnen volstaat. Dit maakt de samenhang tussen doelen, prestaties en middelen voor de raad inzichtelijk en stelt de raad beter in staat om de doelmatigheid te beoordelen. Aanbeveling 2: maak de besteding van incidentele middelen inzichtelijk per activiteit • Neem in het jaarverslag 2026 een uitsplitsing op van de incidentele middelen per activiteit of pijler, inclusief een beknopte toelichting op welke resultaten aan deze inzet kunnen worden gekoppeld. Dit helpt de raad om de doelmatigheid van de inzet van incidentele middelen beter te beoordelen. Aanbeveling 3: verbeter de aansluiting tussen begroting, jaarverslag en andere beleidsstukken • Zorg dat de gehanteerde termen voor doelen, activiteiten en indicatoren consistent zijn in de stukken. Als er goede redenen zijn om geen consistente terminologie te hanteren, licht deze dan toe en help de raad te begrijpen hoe de verschillende terminologie op elkaar aansluit. • Geef in de jaarstukken ook expliciet aan waar aanvullende informatie te vinden is en hoe die aansluit op de indicatoren in de jaarstukken.

• Dit stelt de raad in staat om zijn controlerende rol te vervullen.

38

Neem contact met ons op Voor vragen en verduidelijkingen Adres CIC Rotterdam, GHG

Stationsplein 45, A4.004 3013 AK Rotterdam Telefoonnummer +31 88 116 40 00

E-mailadres info@kokxdevoogd.nl Website www.kokxdevoogd.nl

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17123291/2