CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

discussienota proefdieren A Bakker 12012021.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 3 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Discussienota ‘Proefdieren in Amsterdam’ (ZD2021-000343)3.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienota ‘Proefdieren in Amsterdam’ Anke Bakker: abakker@raad.amsterdam.nl Versie 12 januari 2021 Inleiding De Nederlandse regering streeft er al jaren naar om voorloper te zijn in proefdiervrije innovatie, maar echt lukken wil dat nog niet. Ook in Amsterdam blijven de resultaten achter op de ambitie. Het stadsbestuur van Amsterdam kan daar helaas niet direct verandering in brengen, maar desondanks kunnen er binnen de gemeente mogelijkheden zijn om bij te dragen aan de versnelling van het afschalen van dierproeven en aan een verbetering van de huidige situatie. Bij de ontwikkeling van de Life Sciences & Health (LSH) hub waar de gemeente Amsterdam miljoenen in investeert, zit namelijk menig dierproefbedrijf aan tafel. Daarnaast heeft de gemeente Amsterdam 29,46% aandelen van het Life Sciences Fund Amsterdam (LSFA). Dit fonds is in 2009 opgericht en investeert in bedrijven die (bio)medische producten en technologieën ontwikkelen. De Partij voor de Dieren-fractie hoopt dat het college van B&W van Amsterdam, dat aangekondigd heeft haar voorhoedepositie op het terrein van dierenwelzijn te willen uitbouwen, binnen haar eigen bevoegdheden kansen aangrijpt ter bevordering van het behalen van de landelijke ambitie op het gebied van proefdiervrije innovatie.

Om dit te bewerkstelligen wil de fractie graag in gesprek met de woordvoerders Dierenwelzijn in de raadscommissie WB om voorstellen van verschillende partijen op te halen en om met de betrokken wethouder verder van gedachten te wisselen. Eerst volgt de bespreking van het aantal dierproeven en proefdieren in Amsterdam. Hierna wordt uiteengezet welke knelpunten er in de weg zitten bij het terugdringen van proefdieren in het algemeen. Tot slot presenteert de fractie een aantal opties voor actie ter bespreking met de raadscommissie en de wethouder. Dierproeven en proefdieren in Amsterdam Er zijn negen instanties in Amsterdam met een vergunning om zelf dierproeven uit te voeren1. Dit zijn: - Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam - Vrije Universiteit Amsterdam - Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam - Universiteit van Amsterdam - FUJIFILM SonoSite BV - UniQure - Nederlands Kanker Instituut - St. Sanquin Bloedvoorziening - Kon. Ned. Academie van Wetenschappen

1

In Amsterdam worden onder andere muizen, ratten, konijnen, cavia’s, geiten, zebravissen, varkens en resusapen gebruikt. In 'bijlage 1: dierproeven per Amsterdamse instelling' heeft de Partij voor de Dieren-fractie verzamelde beschikbare informatie over het aantal en type proeven per instelling op een rijtje gezet. Het totaal aantal dierproeven in Amsterdam bedraagt over 2018 in ieder geval 36.1302. In dit cijfer ontbreken de aantallen van meerdere instellingen en van specifieke doodsoorzaken, zoals ook zichtbaar gemaakt in de bijlage. De Partij voor de Dieren-fractie schat op basis van beschikbare landelijke data in dat het over 2018 in Amsterdam eigenlijk ging om minstens 75.673 dieren3. Het aantal dierproeven per jaar in Amsterdam van 2013 t/m 2018 fluctueert, maar neemt nog niet duidelijk af4. In lijn met de landelijke ambitie om het aantal proefdieren flink in te perken, investeren de Amsterdamse instanties volgens een artikel in het Parool (april 2018) bijna allemaal in alternatieve methoden5. Bovendien zijn de UvA en de VU leden van de VSNU, een organisatie die partner is van het landelijke initiatief Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI) en in die hoedanigheid meepraat en meebeslist over de transitie naar een wereld zonder proefdieren. Toch zijn er ook tegengestelde ontwikkelingen.

Zo bekostigt de Vrije Universiteit de komst van een groot nieuw proefdiercentrum in 2022 met een prijskaartje van veertig miljoen euro6. Het nieuwe centrum zal ook door VUmc gebruikt gaan worden, maar biedt geen ruimte meer voor grotere proefdieren. Er is plek voor 9000 ratten en muizen. Hiermee zal het totale aantal dieren groeien met ongeveer 20% en zijn er ongeveer 20% meer medewerkers nodig. 7 In 2008 werd door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) al de Code Openheid Dierproeven opgesteld. De Amsterdamse universitaire instellingen hebben de Code Openheid Dierproeven getekend. De Code8 heeft als doel de dialoog over dierproeven tussen maatschappij en onderzoekers te steunen9. Het is de bedoeling dat de ondertekenaars bijdragen aan meer openheid over dierproeven, bijv. door het schrijven van jaarverslagen over dierproeven voor het brede publiek. Ook worden er in bredere zin inspanningen verwacht voor meer transparantie, bijvoorbeeld door het inrichten van websites en/of het organiseren van lezingen en bezoeken10. Toch verstrekken de Amsterdamse universitaire instellingen weinig tot geen informatie.

Op de website van de VU en het VUmc wordt bijvoorbeeld alleen gelinkt naar een oud bestand waarvan de meest recente cijfers uit 2014 zijn.11 Daarentegen geeft ondertekenaar van de Code Openheid Dierproeven KNAW wel meer openheid van zaken: de KNAW stelt eigen Proefdierkundige verslagen12 en informatieve websites beschikbaar over o.a. de proeven die zij uitvoeren met resusapen13. De Partij voor de Dieren-fractie heeft de VU, VUMC, UvA en het AMC benaderd met de vraag om meer informatie. Vanuit één instelling volgt een reactie: hieruit bleek dat het vertrekken van informatie voor instellingen een dilemma is. Ondanks het willen geven van openheid van zaken, leven er tegelijkertijd ook zorgen over verkeerde interpretaties. Omdat er verschillende manieren van registreren bestaan, kan een instelling die besluit volledige openheid van zaken te geven, in vergelijking met andere instellingen, bijv. ineens veel ‘slechter’ uit de bus lijken te komen. Hierdoor blijft de ‘veilige optie’ om slechts gegevens aan te leveren bij NVWA voor het ‘Zo doende’ jaarrapport.

2

Het lijkt erop dat er binnen de Amsterdamse universitaire instellingen geen collectief of samenwerking bestaat waarbinnen gezamenlijk wordt gestreefd naar de transitie naar proefdiervrije innovatie. Dit in tegenstelling tot instellingen in Utrecht, waar door de Universiteit Utrecht een Young Investigators Forum (YIF) is opgericht. Dit is een collectief waarbinnen o.a. ideeën, kennis materialen en apparatuur worden uitgewisseld14. Geïnspireerd door het landelijke transitieprogramma TPI is daarnaast door een professor ‘TPI Utrecht’ gestart aan de UU. Met TPI Utrecht worden proefdiervrije innovaties gestimuleerd zodat voor onderzoek naar medicijnen en voedselveiligheid geen proefdieren meer nodig zullen zijn15. Ook worden er TPI Helpathons georganiseerd, waar de mogelijkheid bestaat voor wetenschappers om complexe vragen voor te leggen over het vervangen van dierproeven door een alternatief16. Een professor van het Amsterdam UMC is lid van het Helpathon team dat de sessies begeleidt17. Achtergrond van de landelijke knelpunten Vooralsnog gaat het nog niet zo voortvarend met het halen van de ambities over proefdiervrije innovatie. In haar brief aan de Tweede Kamer van 4 september jongstleden18, constateert de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat onderzoekers nu vaak nog geen (keuze-)mogelijkheid hebben om een alternatief voor een dierproef in te zetten.

Dit heeft meerdere redenen. Allereerst zijn er voor bepaalde onderzoeksdomeinen nog geen alternatieven in zicht. Ook wanneer er wel alternatieve onderzoeksmodellen zijn ontwikkeld, zijn deze vaak nog weinig gevalideerd en in de regelgeving erkend. Daarnaast worden bepaalde dierproeven bij wet vereist door internationale regelgeving. Een andere reden is dat wanneer een onderzoeker een artikel wil publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift er een aanvullende onderbouwing of experiment(en) gevraagd kunnen worden in de vorm van een (extra) dierproef. Ook is gebleken dat er een grote behoefte is aan dialoog tussen testontwikkelaars, wet- en regelgevers en bedrijven om om tafel te gaan en mogelijkheden uit te wisselen voor acceptatie en validatie van alternatieve modellen. Nederland zet zich zowel op EU- en mondiaal verband in om de nationale en internationale regelgeving aan te passen. Ook acht de minister het van belang om te blijven zoeken naar gebieden waar versnelling mogelijk is en hier alle relevante stakeholders bij te betrekken. De meeste dierproeven worden onnodig herhaald Naast belemmeringen op het gebied van wet- en regelgeving en het vooralsnog deels ontbreken van alternatieve onderzoeksmethoden, is er een gebrek aan transparantie en eerlijke cijfers. In juli 2018 kopte de NOS: ‘Meeste dierproeven hebben geen nut door onnodige herhaling’19.

Volgens onderzoekers van het Radboudumc Nijmegen, het UMC Utrecht en het Netherlands Heart Institute worden worden veel proeven die al eens zijn uitgevoerd, onnodig herhaald. Dit komt volgens de onderzoekers omdat gegevens over mislukte dierproeven nauwelijks openbaar worden gemaakt. Er wordt weinig over mislukte dierproeven gedocumenteerd vanwege prestatiedruk in de wetenschap. Als een proef niets of weinig oplevert, zijn de gegevens niet interessant en wordt er niet over geschreven. Verder zijn wetenschappers waarschijnlijk terughoudend met het opschrijven dat tientallen of honderden dieren hebben geleden, zonder dat dat iets heeft opgeleverd, denken de onderzoekers. Om deze vicieuze cirkel, waardoor nog meer dieren lijden en onnodig sterven, te doorbreken hebben het Radboudumc, UMC Utrecht en Netherlands Heart Institute een

3

website gemaakt met een register waar wetenschappers uit de hele wereld hun bevindingen na dierproeven (anoniem) kunnen vastleggen. Het register genaamd Preclinicaltrials.eu is sinds april 2018 in de lucht20. Tot nu toe zijn er (nog maar) 55 resultaten te vinden in het bovengenoemde register. Als we kijken naar de herkomst van de onderzoeken zit er slechts 1 Amsterdamse registratie tussen; namelijk van het AMC. De registratie van dierproeven is niet eenduidig transparant De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) neemt aanvragen voor dierproeven in behandeling en is als enige instantie in Nederland bevoegd om vergunningen te verlenen, op basis van de richtlijnen in de Wet op de dierproeven (Wod). De projectvergunningen hebben bijna allemaal een looptijd van vijf jaar. Uit CCD jaarverslagen blijkt dat er in 2017 voor een aantal van 2.574.916 dierproeven zijn vergund, 2.222.613 in 2018 en in 2019 ging het om 907.282 vergunde dierproeven in project voor een looptijd van vijf jaar21. Uit de jaarverslagen van de CCD blijkt ook dat 97% van alle aangevraagde dierproeven wordt goedgekeurd. De daadwerkelijk gebruikte dieraantallen worden niet door het CCD gepubliceerd, maar komen terug in de jaarlijkse NVWA-rapportage ‘Zo doende’22. De cijfers gaan over het eervorige jaar, waardoor de meest actuele cijfers betrekking hebben op het jaar 2018.

In 2017 zijn in Nederland 530.568 dierproeven uitgevoerd. Dat zijn er 80.694 (17,9%) meer dan in 2016. In 2018 zijn er 448.399 dierproeven uitgevoerd. Dat zijn er 82.169 (15,5%) minder dan in 201723. Alleen universitaire instellingen zijn verplicht om gegevens door te geven aan de NVWA. Commerciële instellingen (in Amsterdam vallen hieronder: FUJIFILM SonoSite Bv, UniQure, Sanquin, NKI en KNAW) hoeven dit niet te doen i.v.m. privacy en concurrentiebelang. Wat betreft registratie deelde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Carola Schouten op 12 november mede dat de nationale dierproefcijfers vanaf 2021 direct op de website van de Europese commissie worden gepubliceerd. Hierdoor zullen de jaarcijfers eerder beschikbaar zijn dan nu het geval is en kunnen ze, aldus de minister, beter vergeleken kunnen worden met andere lidstaten. Ook wil de NVWA de ‘Zo doende’ jaarverslagen “leesbaarder en beter inrichten” in de toekomst24. Er bestaat een verschil tussen de Europese registratie van dierproeven en de Nederlandse registratie. In tegenstelling tot de Europese registratie, merkt Nederland het doden van dieren zonder voorafgaande handeling ten behoeve van het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen aan als dierproef.

In 2018 gebruiken de Nederlandse vergunninghouders hiervoor 46.504 dieren (10,4%) die zij registreerden in de categorie ‘doden zonder voorafgaande handeling’. In de jaarlijkse NVWA-rapportage 'Zo doende' wordt in het hoofdstuk 4 'Registratie proefdieren en dierproeven' de categorie 'doden zonder voorafgaande handeling' echter buiten de analyse gelaten van dierproeven laten omdat dit de vergelijking met andere EU-landen in de toekomst zou vereenvoudigen25. Ondanks het feit dat Nederlandse vergunninghouders de categorie 'doden zonder voorafgaande handeling' registreren, betekent dit dat de analyses en tabellen in dit hoofdstuk en bijbehorende bijlagen dus steeds gebaseerd zijn op EU-systematiek: het totaal aantal dierproeven geregistreerd in 2018 (= 448.399) min het aantal dieren gedood zonder voorafgaande handeling (= 46.504) is het aantal dierproeven voor de Europese registratie (= 401.895).

4

Doordat de NVWA gebruik maakt van de Europese registratie valt uit het jaarrapport niet op te maken hoeveel dieren er daadwerkelijk per instelling gebruikt zijn voor dierproeven: 46.504 dieren (10,4%) ontbreken. Er is een groot overschot aan proefdieren Daarnaast is het belangrijk om te weten dat de categorieën 'dieren die gebruikt voor een dierproef' en 'dieren die gedood zijn zonder voorafgaande handeling' (voor het gebruik van hun organen, weefsels of lichaamsvloeistoffen), niet de enige dieren zijn die 'betrokken' zijn bij dierproeven. Jaarlijks is er een enorm overschot aan proefdieren die te veel zijn gefokt. Dat heeft er o.a. mee te maken dat genetisch gemanipuleerde proefdieren voor een experiment identiek moeten zijn. Zo zijn er volgens een rekenvoorbeeld 60 identieke proefdieren wel 170 proefdieren nodig. De overige 110 worden gedood zonder gebruikt te worden in experimenten. Minimaal 110, want dit rekenvoorbeeld gaat uit van een ‘ideale situatie’, waarbij elk ‘echtpaar’ 4 mannetjes en 4 vrouwtjes ter wereld brengt.26 Daarnaast gaat het ook om proefdieren die het verkeerde geslacht hebben en daarom niet geschikt zijn voor de testen. Het aantal ‘surplus’ dieren dat gedood wordt bedroeg in 2018 maar liefst 437.506 proefdieren, in 2017 waren het 448.252 proefdieren, in 2016 waren het 440.766 proefdieren en in 2015 ging het om 406.175 proefdieren27.

De NVWA houdt ook toezicht op dieren die bij een vergunninghoudende instelling aanwezig zijn en niet in dierproeven worden gebruikt. Sinds 2014 wordt bij deze dieren onderscheid gemaakt tussen dieren die zijn dood of gedood na gebruik in fok (bijvoorbeeld ouderdieren die zijn gebruikt voor de fok) en dieren die dood of gedood vóór gebruik in fok of dierproef (bijvoorbeeld vanwege ongeschiktheid voor gebruik in dierproeven). In 2018 zijn 121.731 dieren doodgegaan of gedood na gebruik in fok en 315.775 dieren doodgegaan of gedood vóór gebruik in fok of dierproef. Het totaal aantal dieren dat in 2018 is doodgegaan of gedood zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef is daarmee, zoals hierboven al genoemd, 437.50628. Het aantal dieren dat gebruikt wordt in een dierproef staat bijna een-op-een met het aantal ‘surplus’ dieren (437.506 ‘surplus’ dieren in 2018, 448.399 dieren gebruikt in proef in 2018). Het totaal aantal proefdieren dat gebruikt of ongebruikt is doodgegaan in Nederland in 2018 komt neer op 793.717 dieren. Voorstellen ter bespreking met de raadscommissie ‘Dierenwelzijn’ De Partij voor de Dieren-fractie stelt voor om met de raadscommissie en wethouder Ivens met de portefeuille ‘Dierenwelzijn’ van gedachten wisselen over de rol die de gemeente kan aannemen ter bevordering van het behalen van de landelijke ambitie.

Ten behoeve hiervan legt de fractie enkele voorstellen op tafel ter bespreking: 1. Samenwerken naar transparantere informatievoorziening over dierproeven Om tot een afbouw van het aantal dierproeven te komen moet bekend zijn hoeveel en welke dieren er gebruikt worden. Bovendien helpt transparantie om onnodig extra dierenleed te voorkomen. Zo kan overbodige herhaling van proeven voorkomen worden en het fokoverschot gereduceerd worden. Hierbij valt te denken aan: -

openbare communicatie over dierproeven via jaarverslagen voorwaardelijk stellen voor instituten via subsidievoorwaarden; bij de instituten aandringen een zo groot mogelijke bijdrage te leveren in het kader

5

-

-

-

van de Code Openheid Dierproeven; bij de instituten aandringen om resultaten van (ook mislukte) proeven (al dan niet anoniem) te noteren in het register Preclinicaltrials.eu om actief bij te dragen aan het voorkomen van onnodige herhaling van dierproeven; instellingen hulp te bieden om hun fokoverschot te reduceren via transparante informatie-uitwisseling in afwachting van het nationale overzicht met GM-dierlijnen dat ontwikkeld wordt door de UMC’s van Groningen, Leiden en Nijmegen n.a.v. het advies van het NCad; een gemeentelijk dashboard of jaarrapport dierproeven ontwikkelen ten doeleinde te monitoren hoe het is gesteld met (de uitfasering van) dierproeven.

2. Stimuleren van proefdiervrije innovatie De gemeente heeft invloed op het vestigingsklimaat voor bedrijven binnen de LSH sector en kan hierbij aansturen op proefdiervrije innovatie. De samenwerking kan worden aangegrepen als een kans om met elkaar het tij te keren. De hoofdstad kan het goede voorbeeld geven om zo spoedig mogelijk koploper proefdiervrije innovatie te worden. Hierbij valt te denken aan: -

-

-

-

instellingen en bedrijven die zich bezighouden met proefdiervrij onderzoek (of daarmee willen starten) ondersteunen. De gemeente kan zich inspannen om proefdiervrije innovatie naar de stad te halen en om het bestaande LSH-ecoysteem te stimuleren dierproeven uit te faseren en te investeren in proefdiervrije innovatie; de transitie naar een wereld zonder proefdieren binnen LSH ondersteunen om zichzelf versnellen, bijv. door middel van financiering voor start-ups en scale-ups, TPI Helpathons, een rondetafelgesprek, een convenant, congressen en beurzen, kennisdeling, enz.; het ontstaan van een Amsterdams TPI collectief ondersteunen om samenwerking tussen instellingen en bedrijven die zich bezighouden met proefdiervrij onderzoek te versterken; het organiseren van een expertmeeting, met o.a. reprepresentanten van de dierproefinstellingen, om woordvoerders Dierenwelzijn bij te praten en mogelijkheden te ontdekken.

Eindnoten 1

https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende2017-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren-van-de-nvwa/zo-doende-2017-jaaroverzicht-dierproeven-enproefdieren.pdf 2 Zie berekeningen bijlage 1: ‘beschikbare informatie over aantallen proefdieren en type dierproeven per instituut in Amsterdam' 3 zie berekening in bijlage 1: ‘beschikbare informatie over aantallen proefdieren en type dierproeven per instituut in Amsterdam' 4 zie bijlage 1: ‘beschikbare informatie over aantallen proefdieren en type dierproeven per instituut in Amsterdam' 5 https://www.parool.nl/nieuws/amsterdamse-centra-voorlopig-niet-zonder-proefdieren~b3d5912d/ 6 https://www.parool.nl/nieuws/vu-krijgt-nieuw-maar-kleiner-proefdiercentrum~bf600d18/ 7 https://www.advalvas.vu.nl/nieuws/het-proefdiercentrum-verhuist-maar-de-dieren-niet 8 https://www.vsnu.nl/files/documenten/Domeinen/Accountability/Codes/Code%20Openheid%20Dierproeven. pdf

6

9

https://www.knaw.nl/nl/actueel/publicaties/code-openheiddierproeven/@@download/pdf_file/20081083.pdf 10 https://www.vsnu.nl/code-dierproeven.html 11 https://www.vu.nl/nl/over-de-vu/profiel-en-missie/uitgelicht/proefdieren/aantallen-proefdieren/index.aspx 12 https://www.knaw.nl/nl/actueel/publicaties/proefdierkundig-verslag-2017-en2018/@@download/pdf_file/Proefdierkundig-verslag-2017-2018%20DEF.pdf 13 https://nin.nl/onderzoek_met_resusapen/ 14 https://www.uu.nl/en/research/life-sciences/communities/young-faculty-association/young-investigatorsforum 15 https://www.uu.nl/en/events/tpi-master-helpathon 16 https://www.tpihelpathon.nl/home 17 https://www.tpihelpathon.nl/contact 18 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/09/04/kamerbriefover-voortgang-transitie-proefdiervrije-innovatie/kamerbrief-over-voortgang-transitie-proefdiervrijeinnovatie.pdf 19 https://nos.nl/artikel/2239959-meeste-dierproeven-hebben-geen-nut-door-onnodige-herhaling.html 20 Https://www.gelderlander.nl/binnenland/dierproef-rammelt-aan-alle-kanten~a059ef33/ 21 https://www.centralecommissiedierproeven.nl/binaries/ccd/documenten/jaarverslagen/2020/3/11/11/Jaarv erslag+CCD+2019-def+c.pdf 22 Maart 2019: Zo doende 2017, Jaaroverzicht dierproeven en proefdieren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, januari 2020:

https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende-2018jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren/zodoende-2018.pdf 23 https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=b5a602ee-9680-4229-880fe8919408f4fd&title=Jaarverslag%20van%20de%20Nederlandse%20Voedsel%20en%20Warenautoriteit%20%E2%80%9CZo%20doende%202018%E2%80%9D.pdf 24 https://debatgemist.tweedekamer.nl/node/24314 25 https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende2018-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren/zodoende-2018.pdf 26 https://www.stichtinginformatiedierproeven.nl/wp-content/uploads/Brochure-SID-2017.pdf 27 https://www.animalrights.nl/aantallen-dierproeven-en-proefdieren-nederland 28 https://www.nvwa.nl/binaries/nvwa/documenten/dier/dierenwelzijn/zo-doende/publicaties/zo-doende2018-jaaroverzicht-dierproeven-en-proefdieren/zodoende-2018.pdf

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9666882/1