Definitieve Hoofdlijnen 0406
Tekst van het document
Versterken relatie stadsdeelcommissie en raad Vooropgesteld: het is aan de raad om naar eigen inzicht invulling te geven aan de versterking van de relatie met de stadsdeelcommissies. Het is een veelgenoemd punt, zowel in de evaluatie als in de ontvangen reacties. Er zijn verschillende mogelijkheden die de raad – ook in het huidige stelsel – kan benutten. Zo kan de raad versterkt sturen via de gekozen stadsdeelcommissie door de stadsdeelcommissie een duidelijke opdracht te geven in de voorbereiding van de raad zoals ook de huidige raadscommissies. Nadere invulling door de raad kan ook met een territoriale stadsdeelcommissie. Zo’n territoriale raadscommissie (artikel 82 van de Gemeentewet) is een commissie die de besluitvorming in de gemeenteraad voorbereidt. Zo’n commissie kan ook uit niet-raadsleden bestaan. De voorzitter moet wel altijd een raadslid zijn. Binnen de gemeente Amsterdam zijn nu uitsluitend functionele raadscommissies ingesteld, dus op onderwerp. Naast of (deels) in plaats van de huidige functionele kunnen ook territoriale raadscommissies worden ingesteld. Deze kunnen binnen de besluitvorming in de raad zorgen voor specifieke inbreng die ziet op de situatie in de stadsdelen. De raad heeft zich tot op heden gericht op de vakportefeuilles en op deze manier ook de voorbereidende raadscommissies vormgegeven.
De territoriale commissie biedt de mogelijkheid om de impact van de verschillende beleidsontwikkelingen en beleidsuitvoering voor een stadsdeel of gebied samen te laten komen in één gezamenlijke commissie van stad en stadsdelen. Als de raad de stadsdeelcommissie ook inzet als territoriale commissie om besluitvorming in de raad voor te bereiden wordt het lokaal geluid actief betrokken bij besluitvorming in de raad en kunnen voorstellen die een gebied aangaan integraler worden gewogen zoals bv een Masterplan Zuidoost. Om het werkbaar te houden is het wel belangrijk een duidelijk proces te organiseren en de onderwerpen af te bakenen bv bestemmingsplannen, gebiedsagenda’s, PenC- producten. Tegelijkertijd geldt dat als op lokaal niveau goed invulling gegeven wordt aan de uitvoering en bv bestemmingsplannen daar verantwoord worden afgehandeld dan is hiervoor geen extra raadscommissie nodig. 19
Inrichting verkiezingen In de eerste plaats kunnen verkiezingen worden georganiseerd. Daarbij geldt dat de invulling vrij is. In de verordening is nu aangesloten bij de Kieswet, maar dat hoeft niet. Een belangrijk aspect bij de vraag of verkiezingen moeten worden gehouden, is wel wat de omvang van het takenpakket is en de vrijheid die daarbij wordt toegekend. Verkiezingen liggen niet in de rede als het gaat om een relatief licht pakket taken en bevoegdheden. Verkiezingen wekken dan de indruk dat de kiezer en het orgaan méér invloed kunnen uitoefenen dan daadwerkelijk het geval is. Hieronder wordt nog op verschillende opties voor verkiezingen ingegaan die in moties naar voren zijn gebracht: - Naar stadsdeel of gebied Naar aanleiding van de door de commissie-Brenninkmeijer gesignaleerde knelpunten in het stelsel (dubbelmandaat, naar binnen gerichte bestuurscultuur, onvoldoende aansluiting beleid op gebiedsbelangen) is in 2018 besloten om de verkiezingen per gebied te organiseren. Gedachte was dat dit ertoe zou leiden dat de gebiedsbelangen beter worden vertegenwoordigd. Hiervoor zijn volgens het college gebiedsverkiezingen niet noodzakelijk. Stadsdeelcommissies kunnen zelf de vertegenwoordiging per gebied ook los hiervan inrichten en gebieden onderling verdelen. Verkiezingen per gebied hebben als nadeel dat het tot versnippering leidt.
Het college zal conform de door de raad aangenomen motie-Vroege c.s. (motie 2021/138) daarom weer uitgaan van verkiezingen per stadsdeel. - Lijsten of personen Voor de verkiezingen wordt binnen het huidige stelsel uitgegaan van een lijstenstelsel. Er is echter ruimte daar een andere keuze in te maken en uit te gaan van een personenstelsel. Binnen een personenstelsel stem je niet op een bepaalde lijst, maar op een individuele kandidaat. Dit kan laagdrempeliger zijn en meer ruimte bieden aan kandidaten met een rechtstreekse binding met het stadsdeel. Daar tegenover staat dat kiezers zich moeten verdiepen in individuele kandidaten om een keus te maken. Er is in beginsel geen programma waar kandidaten aan gebonden zijn. Bovendien betekent dit dat als een lid vertrekt, zijn zetel wordt ingenomen door degene die daarna de meeste stemmen had en dat kan iemand zijn met een totaal andere achtergrond en totaal andere ideeën. Tot slot zijn kiezers niet met dit stelsel bekend. Alle verkiezingen in Nederland (gemeente, provincie, waterschap, Tweede Kamer) gaan uit van een lijstenstelsel. Invoering van een personenstelsel brengt in het verlengde daarvan dus ook verschillende uitvoeringsproblemen met zich mee.
De gemeente zal namelijk zelf voor de inrichting van het verkiezingsproces, de regelgeving en de computerprogramma’s voor de organisatie van de verkiezingen en het berekenen van de uitslag moeten zorgen. Het college zal conform de door de raad aangenomen motie Vroege c.s. (motie 2021/138) net als in het huidige stelsel verkiezingen organiseren met een lijstenstelsel. - Actief en passief kiesrecht 16/17 jaar In juridische zin is er ruimte om bij de stadsdeelverkiezingen ook actief en passief kiesrecht te geven aan inwoners onder de 18 jaar. In Rotterdam wordt dit bij de verkiezingen voor de gebiedscommissies ook al gedaan en hebben inwoners van 16 en 17 jaar ook stemrecht en kunnen zij zich verkiesbaar stellen. Dat is hier ook mogelijk. In de raad is de motie-Grooten c.s. (motie 2021/144) aangenomen die pleit voor actief en passief kiesrecht vanaf 16 jaar. Vanuit de gedachte dat dit onder andere het pril burgerschap van jonge bewoners in belangrijke mate kan stimuleren 20
zal het college conform de motie de leeftijdsgrens voor actief en passief kiesrecht voor de stadsdeelverkiezingen verlagen naar 16 jaar. - Non-EU Het actieve en passieve kiesrecht is bij de stadsdeelverkiezingen al verruimd. Amsterdammers die afkomstig zijn uit een land dat geen lid is van de Europese Unie en die rechtmatig in Nederland verblijven, kunnen als zij drie jaar onafgebroken in Nederland wonen, al deze verkiezingen stemmen en gekozen worden. Bij andere verkiezingen is dit vijf jaar. Deze periode kan nog korter worden gemaakt, maar het wordt wel van belang geacht dat er enige binding met Nederland of Amsterdam is. In de raad is de motie-Vroege c.s. (motie 2021/139) aangenomen die pleit voor een kortere periode. Het college zal daarom uitgaan van twee jaar onafgebroken in Nederland wonen. Samenstelling: gekozen, geloot of benoemd Tot nu toe zijn we gewend de stadsdeelcommissie door verkiezingen samen te stellen. Maar het is ook mogelijk een deel van de leden van de stadsdeelcommissie door loting een plek in de commissie te geven. Het is ook nog mogelijk leden van de stadsdeelcommissie te benoemen. Met de keuze voor model B valt deze mogelijkheid af. Uit de reacties op het evaluatierapport blijkt dat er een brede wens is om de participatie van burgers in het stelsel te versterken.
Zoals in paragraaf 5 wordt beschreven versterken we daartoe vanuit het nog vast te stellen participatiebeleid diverse vormen van participatie. Maar het college vindt het ook van belang om bewoners op een andere manier actiever te betrekken. Daarom wil het college een geloot stadsdeelpanel instellen dat de stadsdeelcommissie minimaal twee keer per jaar adviseert over specifieke onderwerpen die voor het stadsdeel van belang zijn. Het gelote stadsdeelpanel zal na 2 jaar geëvalueerd worden. Het sluit aan bij de participatieve elementen in scenario 5 uit het rapport. Op basis van de eindevaluatie van de stadsdeelpanels en gelet op ervaringen in Groningen met een gemengd samengestelde wijkcommissie en ervaringen in Rotterdam, zal het college een besluit nemen over het al dan niet toevoegen van gelote leden aan de stadsdeelcommissie met ingang van 2025. . Gelote leden van de stadsdeelcommissies kunnen dan voor een bepaalde periode aan de stadsdeelcommissie worden toegevoegd, waarna opnieuw geloot wordt. Loting zorgt dan ook voor roulatie: steeds zijn weer andere mensen aan de beurt. Dit zorgt voor telkens nieuwe input van ideeën en kan voor nieuwe impulsen zorgen. Zoals in het rapport is aangegeven kan een dergelijke combinatie van leden tegenwicht bieden aan de politieke cultuur in Amsterdam.
Loting kan ook bijdragen aan het vertrouwen van kiezers, vooral door meer en diverse participatie en grotere inclusiviteit. Bij benoeming geldt dat er mogelijkheden zijn om andere organen invloed te geven op de benoeming. Bijvoorbeeld doordat zij een aanbeveling doen, advies geven of leden op voordracht van een bepaald orgaan worden benoemd. 4.6 Cultuur (bestuurlijk en ambtelijk houding en gedrag) Zowel in het rapport van de commissie Brenninkmeijer uit 2016 als dat van Necker Van Naem is aandacht gevraagd voor de Amsterdamse bestuurscultuur. Brenninkmeijer typeerde deze als sterk naar binnen gericht, waarbij de samenwerkingscultuur veel aandacht krijgt op papier, maar de praktijk anders laat zien. 21
Uit het recente evaluatierapport blijkt dat het goed functioneren van het bestuurlijk stelsel in grote mate valt of staat met de manier waarop spelers in het stelsel met elkaar omgaan. Zoals uit het rapport en de reacties hierop blijken kan een heldere structuur hieraan bijdragen, maar er is ook benoemd dat houding en gedrag, gedeeld eigenaarschap voor het stelsel, samen met voor eenieder heldere opdrachten belangrijke succesfactoren hiervoor zijn. Daarbij is voor het college ook van belang dat de verschillende bestuurslagen elkaar op een goede en inspirerende manier kunnen aanvullen. Uit het essay met de stedenvergelijking komt naar voren (lessen in Antwerpen) dat een volwassen binnengemeentelijke decentralisatie ook betekent dat stad en districten elkaar iets gunnen, gebaseerd op het idee dat zowel district als stad democratisch gelegitimeerd is. In 2018 is een bestuursakkoord gesloten tussen college en stadsdeelbestuurders. Hoewel hierin goede afspraken werden gemaakt over de wijze van samenwerking (en ambtelijke ondersteuning) zijn de afspraken na ondertekening van het bestuursakkoord onvoldoende uit de verf gekomen. Meer duidelijkheid over de lokale bevoegdheden bij de stadsdelen en de zeggenschap daarover kan hierbij helpen en daarmee bijdragen aan de lokale opgave.
Ook het versterken van de onderlinge relaties kan de samenwerkingscultuur bevorderen zoals bv jaarlijkse bestuursconferenties of het actief koppelen van collegeleden en raadsleden aan het stadsdeel en de stadsdeelcommissies. Uit eerdere evaluaties blijkt dat cultuurverandering een lange adem nodig heeft, dit gaat niet vanzelf. De roep voor een meer open en toegankelijke cultuur komt ook uit de inspraak en participatie naar voren. Met het voorstel van het college voor het bestuurlijk stelsel is het stelsel niet af. Stevige inzet en bestuurlijke aandacht ook voor houding en gedrag en gedeeld eigenaarschap zijn blijvend nodig om de gewenste veranderingen, waar de Amsterdammer mee gebaat is, tot wasdom te brengen. 4.7 Ambtelijke organisatie in dienst stad en stadsdelen De gemeente Amsterdam kent één ambtelijke organisatie die onder leiding van de gemeentesecretaris / algemeen directeur ten dienste staat van stadsbestuur en stadsdeelbesturen, raad en stadsdeelcommissies. Stadsdeelorganisaties en directies, de laatste op specifieke inhoudelijke onderwerpen en thema’s, beschikken samen over de expertise van en voor de gemeente Amsterdam. Stadsdeelbesturen moeten voor de lokale opgaven net als het college zonder omwegen een beroep kunnen doen op de capaciteit en expertise van de directies. Dit gebeurt nu nog niet voldoende.
De dagelijks besturen en stadsdeelcommissies worden nog niet of onvoldoende automatisch gefaciliteerd door directies om hun taken adequaat uit te kunnen voeren. Dit is nodig willen alle partijen in het stelsel hun rol, taken en bevoegdheden optimaal kunnen waarmaken, ten dienste van stad, gebieden, wijken en buurten. Ondersteuning stadsdeelbesturen De dagelijkse ondersteuning van DB en individuele stadsdeelbestuurders wordt onder verantwoordelijkheid van de stadsdeelsecretaris conform de huidige invulling binnen de stadsdeelorganisaties voortgezet. Iedere stadsdeelbestuurder heeft binnen de stadsdeelorganisatie een bestuursadviseur, bestuursondersteuner, bestuurssecretaresse en woordvoerder. En in wisselende mate ook een strategisch adviseur. Daarnaast wordt per directie een accounthouder ingesteld voor het verdiepen en verbreden van de ondersteuning van de portefeuillehouders op hun inhoudelijke portefeuilles door medewerkers 22
van de directies (waar de Amsterdamse ambtelijke kennis en expertise per (onderdeel van die) portefeuille is gebundeld). Bij een aantal directies is daar al in voorzien. Aanvullend zal de gemeentesecretaris uiterlijk in januari 2022 een voorstel doen hoe miv de nieuwe collegeperiode (ook in combinatie met de lessen uit de bestuursopdracht gebiedsgericht werken (zie paragraaf 6) het integraal werken binnen de organisatie aan de opgaven in de gebieden versterkt kan worden (op budget neutrale manier). Daarbij wordt ook de mogelijk extra inzet voor benodigde ambtelijke ondersteuning voor een grotere rol voor participatie van stadsdeelbesturen (en stadsdeelcommissie) betrokken. Ondersteuning stadsdeelcommissies Voor de stadsdeelcommissies is de basale procesmatige ondersteuning van de tweewekelijkse vergaderingen van de stadsdeelcommissie in de stadsdelen geregeld. De stadsdeelcommissies krijgen in het stelsel vanaf 2022 een zwaardere rol en verantwoordelijkheid dan in de huidige periode. Om de zwaardere rol en taken van de stadsdeelcommissies in de nieuwe bestuursperiode goed te kunnen ondersteunen zal de ondersteuning in alle stadsdelen wordt versterkt met 0,5 fte.
In de Motie 141 van de leden Vroege c.s wordt gevraagd een onderzoek te doen naar de mogelijkheid en wenselijkheid van het onderbrengen van de bestuursondersteuning van de stadsdeelcommissies bij de griffie van de gemeenteraad: In de brief van 14 april jl. heeft het Presidium aan de raad aangegeven dat de griffier in contact hierover zal treden met de gemeentesecretaris. Met de griffier wordt het verzoek nader onderzocht. De uitkomsten worden samen met de nadere uitwerking voor een aanscherping taken en bevoegdheden en het bewonersloket in januari 2022 aan de raad voorgelegd. 5.
Versterken participatie
Voor Amsterdam zijn democratische vernieuwing, co-creatie, experimenten met participatieve democratie en het ondersteunen van initiatieven van bewoners en ondernemers een belangrijk gegeven. Nabijheid van bestuur en zeggenschap van burgers zijn hierin belangrijke elementen. Het is belangrijk dat er structureel aandacht is voor zaken die de directe leefomgeving van bewoners aangaan en er breed en toegankelijk mogelijkheden zijn voor bewoners om hun wensen (initiatieven) over de leefomgeving kenbaar te maken en zij daarbij tijdig en goed geïnformeerd kunnen zijn. Bij onderwerpen die de burgers raken moet een gebalanceerde en effectieve verbinding worden gelegd tussen representatieve democratie en participatieve democratie. Het is belangrijk dat representatieve en participatieve democratie zich goed tot elkaar verhouden De afgelopen jaren hebben het college en de stadsdeelbesturen verschillende instrumenten ontwikkeld en toegepast om de interactie tussen bestuur en Amsterdammers beter vorm te geven en participatie beter te organiseren, zoals: - Begrotingstools als West/Oost/Zuid Begroot waar Amsterdammers plannen kunnen indienen. Waarbij de plannen met de meeste stemmen uitgevoerd worden. - Hierop voortbordurend in alle stadsdelen het inzetten van buurtbudgetten voor meer zeggenschap en eigenaarschap van bewoners over hun directe leefomgeving.
- Inzet tool Decidim: op de participatieve online traditie bouwen we verder met de tool Decidim. Deze tool wordt nu ingezet als platform ter ondersteuning van de conferentie/ forum Fearless. Bij de doorontwikkeling van online participatief begroten kijken we hoe deze tool nog verder ingezet kan worden bij meningsvorming en 23
-
participatie/besluitvorming. Een nieuwe referendumverordening. Door middel van loting zijn in de ambtswoning van de burgemeester gesprekken gevoerd met 248 Amsterdammers die normaal minder gehoord worden. Right to Plan: In de Klaprozenbuurt heeft een groep bewoners in cocreatie met de gemeente een ontwerp voor de wijk gemaakt. Right to Challenge. Onder de naam ‘Wij Zijn Plein ’40-’45 werken bewoners, ondernemers en de gemeente samen als partners aan een andere wijze van afvalinzameling. Het Maatschappelijk akkoord en de Maakbanken: Ma.akbanken ontstaan uit de akkoordpunten van Ma.ak020 en de actualiteit in de stad: door een gezamenlijk opgestelde set afspraken, uitgangspunten en voorwaarden worden Amsterdammers beter in staat gesteld samen een duurzaam inclusieve, gezonde, eerlijke, innovatieve en initiatiefrijke stad te maken.
Het college is er voorstander van dat participatietrajecten over onderwerpen die lokale leefomgeving raken in nauw overleg met het lokaal bestuur worden vormgegeven. Bij de uitwerking van taken en bevoegdheden zoals beschreven in paragraaf 4.3 wordt dit verder uitgewerkt. Parallel aan het besluit voor het bestuurlijk stelsel wordt een beleidskader voor participatie opgesteld. Met dit beleidskader worden de lessen die de afgelopen jaren zijn geleerd over het betrekken van burgers geformaliseerd en geborgd. Het kader is een verrijking en verbreding van de vigerende inspraakverordening. Het beleidskader wordt separaat aan de gemeenteraad voorgelegd. Stadsdeelpanels Zoals al aangegeven in paragraaf 4.5 wil het college gelet op de ervaringen in Groningen en Rotterdam in het bestuursmodel voor het stelsel vanaf 2022 de burgerbetrokkenheid verder verstevigen met het inrichten na de zomer 2022, van stadsdeelpanels per stadsdeel. Dit stadsdeelpanel komt minimaal twee keer jaar bijeen om over actuele thema’s te spreken die spelen voor het stadsdeel. In overleg met het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie van elk stadsdeel zal de agenda van het stadsdeelpanel verder uitwerking krijgen per 2022, recht doen aan de couleur locale per stadsdeel.
Een ander, nog verstrekkender vorm van burgerparticipatie is, dat gelote burgers, naast gekozen leden, deel uit gaan maken van de stadsdeelcommissie. Op basis van een eindevaluatie in 2024 van het werken met deze vorm en omvang van stadsdeelpanels zal beoordeeld worden of tot deze uitbreiding van de participatie zal worden overgegaan. Bij deze evaluatie en bestuurlijke afweging zullen de ervaringen opgedaan in Rotterdam en Groningen ook meegewogen worden. In deze beiden steden wordt ook gewerkt met gelote en gekozen afvaardigden. 6.
Gebiedsgericht werken
In het evaluatierapport komt naar voren dat in het gebiedsgericht werken stappen zijn gezet maar dat dit versterking behoeft. Het college heeft dit hieraan voorafgaand al geconstateerd en gaat de komende tijd versterkt inzetten op verbetering van de bestuurlijke sturing op het gebiedsgericht werken, inclusief een herijking van het gebiedsgerichte instrumentarium. Hierin wordt ook 24
bekeken hoe de inzet van gemeentelijke capaciteit en budgetten beter aan kunnen sluiten bij de omvang en aard van de opgaven in de gebieden. Dat gebeurt niet altijd efficiënt en effectief. Op sommige onderdelen is sprake van dubbele sturing waar op andere onderdelen sprake is van (te) weinig (integrale) sturing. Ook is niet altijd duidelijk wie het op welke thema’s voor het zeggen heeft. Hierdoor lukt het vaak niet om de integrale opgave centraal te zetten. Het college wil daarom voor de korte termijn tot een verbeterde inzet op gebiedsgericht werken komen door: - Nieuwe praktijken voor gebiedsgericht werken te ontwikkelen waarbij aantal opgaven onder de loep wordt genomen zoals de drie bestaande masterplannen (Zuidoost, NieuwWest en Centrum) - Stroomlijnen van de verschillende plan- en besluitvormingsprocessen over gebiedsopgaven - Bij de begroting vaststellen van de inzet van de directies voor de focusopgaven van de stadsdelen - Gebiedsgerichte informatievoorziening structureren en ontsluiten op een laag schaalniveau - Verbeteren informatiepositie DB-leden - Beleid, waar relevant, differentiëren naar gebieden. In de (aanloop naar) de nieuwe bestuursperiode zal in beeld worden gebracht welke opgaven in de nieuwe bestuursperiode gebiedsgericht aangepakt moeten worden en deze worden aan de onderhandelaars voor een nieuw college meegegeven.
Vanaf de start van het nieuw college kunnen de lessons learned (uit de drie bestaande masterplannen (Zuidoost, Nieuw-West en centrumaanpak) breed worden toegepast. Nb: De gemeentesecretaris heeft de opdracht om uiterlijk in januari 2022 een voorstel te doen hoe met ingang van de nieuwe collegeperiode (ook in combinatie met de lessen uit de bestuursopdracht Gebiedsgericht Werken) het integraal werken binnen de organisatie aan de opgaven in de gebieden versterkt kan worden (op budget neutrale manier). Daarbij wordt ook de mogelijk extra inzet voor de benodigde ambtelijke ondersteuning voor de grotere rol voor participatie van stadsdeelbesturen (en stadsdeelcommissie) betrokken 7.
Vervolgstappen
Het vervolgproces ziet er na het besluit van het college op 1 juni over de hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022 als volgt uit: - Bespreking definitief hoofdlijnenbesluit in commissie KDD op 23 juni - Besluit raad over de hoofdlijnen op 7/8 juli - Uitwerking in verordening na hoofdlijnenbesluit in september Daarna zal in voorbereiding op de implementatie van het stelsel gewerkt worden aan: - Inrichting verkiezingen - Publiekscommunicatie verkiezingen - Procedures rond inbreng vanuit gebieden (in adviezen en gebiedscyclus) - Gevolgen voor ambtelijke organisatie - Afronding huidige bestuursperiode financieel en juridisch - Overgangsperiode na verkiezingen financieel en juridisch - Onderhoud stelsel na invoering
25