Definitief verslag WB 24-03-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 24-03-2021
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 24 maart 2021 van 09.00 uur tot 12.30 uur, digitaal Woensdag 14 april 2021
Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Ivens Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer Flentge (SP), de heer Hammelburg (D66), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw Kiliç (DENK), de heer Leenders (PvdA), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO) Afwezige commissieleden (met bericht): de heer Mangal (DENK), de heer Wijnants (VVD) Overige aanwezigen:
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen Mevrouw NAOUM NÉHMÉ meldt dat de heer Wijnants vandaag verhinderd is. Wethouder IVENS herinnert aan de toezegging die hij indertijd aan mevrouw De Jong heeft gedaan, om samen met de wooncoöperaties en het Platform Wooncoöperaties Amsterdam te bekijken of het mogelijk is een kennisbank op te zetten. Ondertussen is ! WOON in samenwerking met het Platform bezig is aan een handleiding voor wooncoöperaties, als onderdeel van de kennisbank. Naar verwachting is de handleiding vóór de zomer van 2021 gereed. De kennisbank moet toegankelijk zijn voor iedere beginnende wooncoöperatie en iedere geïnteresseerde. De kennisbank zal steeds aangevuld worden met actuele informatie. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER merkt op dat de agendapunten 4 en 5 gevoegd behandeld
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
zullen worden. Staande de vergadering wordt besloten dat agendapunt 9 wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering in verband met de absentie van de heer Mangal. In verband met spreektijden wordt besloten om de twee laatste agendapunten, 15 en 16, door te schuiven naar de volgende vergadering. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 3 maart 2021 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Mevrouw BAKKER herinnert aan de raadsbrief vorig jaar over de voortgang van het programma Bomen. Zij vraagt wanneer het plantseizoen dit jaar afloopt en wanneer een nieuwe update verwacht mag worden. Wethouder IVENS antwoordt dat het plantseizoen afloopt op het moment dat echt niet meer geplant kan worden. Naar verwachting zal dat medio april zijn. Tot dat moment wil hij zo veel mogelijk door blijven planten, gezien de ambitieuze doelstelling van de bomenplant. Na afloop van het plantseizoen zal hij een brief met een stand van zaken sturen aan de commissie. Naar verwachting zal dat net voor het zomerreces zijn. f. TKN-lijst De VOORZITTER merkt op dat TKN-7 voor de vergadering van 14 april wordt geagendeerd, op verzoek van de heer Havekaar. TKN-1 en 4 worden geagendeerd op verzoek van de heer Leenders en mevrouw Van Pijpen.
Zij constateert dat de vergadering daarmee instemt. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken ontvangen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek De heer VERBEEK spreekt op persoonlijke titel in verband met TKN-2 en 3. In de vergadering van februari 2020 kwam hij ook inspreken over het vereiste dat nieuwe verhuurkamers ten minste 12 m2 moesten zijn. De wethouder haalde hem toen achteraf publiekelijk onderuit met de verzekering aan deze commissie dat de eis van 12 m 2 al in 2016 uit de verordening zou zijn geschrapt. Dat was niet waar. De wethouder stapte daarna naar de Raad van State en, zoals al voorspeld met het raadsadres van 8 februari
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
2020, die veegde ook de vloer aan met het betoog van de wethouder. Nu, bijna een jaar te laat, komt de wethouder alsnog met zijn beantwoording van het raadsadres. Met TKN-2 en 3 informeert de wethouder de commissie andermaal verkeerd. Hij zegt dat zijn werkwijze voor lopende procedures alsnog volgens de uitspraak van de Raad van State zou zijn gewijzigd. Dat is niet waar, in ieder geval niet voor de lopende procedures zoals hij die kent. Die gaan gewoon door. De wethouder gaat eraan voorbij dat de Raad van State nu heeft bevestigd wat de rechtbank al in november 2019 heeft gezegd. De vergunning die toen op het spel stond, wegens schending van het vereiste van 12 m2, is vernietigd. Dat betekent dat alle vergunningen die tot en met 2019 zijn verlengd voor nieuwe kamers van minder dan 12 m2, en alle vergunningen die sinds 1 januari 2020 zijn verlengd voor nieuwe kamers van welke grote dan ook, onrechtmatig zijn verleend. Dus niet de huisjesmelkers zijn hier illegaal, maar de wethouder. Er lopen nog steeds procedures van bewoners. Na het adres van februari 2020 roept hij de commissie nogmaals op om te stoppen met het procederen tegen bewoners. Die hebben niet alleen politiek-bestuurlijk, maar ook juridisch het recht aan hun kant. Ook op andere punten klopt de beantwoording van het adres waarschijnlijk niet. De wethouder bood aan om een toelichting te geven.
Die heeft hij op 26 februari op vijf punten gevraagd, maar nog niet gekregen. Ook als die toelichting zijn bedenkingen niet wegneemt, zal hij er graag op terugkomen. Hij zal het dan de commissie laten weten. Hij geeft de commissie in overweging om TKN-2 en 3 te agenderen. Natuurlijk moeten die stukken dan alsnog voorzien worden van de toelichting die de wethouder heeft aangeboden. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de heer Verbeek nog nieuwe gevallen heeft gesignaleerd. De commissie moet precieze informatie krijgen over waar het gebeurt etc. De heer VERBEEK antwoordt dat hij, anders dan de wethouder, geen stedelijk overzicht heeft. Hij probeert wel tot afstemming te komen, bijvoorbeeld via zijn contacten in West, Zuidoost, Noord, Nieuw-West en De Aker. Alleen de wethouder weet welke zaken er nog meer spelen. Het enige wat hij weet is dat dit in nog meer zaken speelt. De wethouder zegt in zijn adresbeantwoording dat hij de lopende procedures heeft aanpast na de uitspraak van de Raad van State. Dat is een onwaarheid. Voor zover hij de zaken kent, heeft de wethouder de lopende procedures juist níet aangepast. Hij is doorgegaan, ondanks de uitspraak van de Raad van State. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoe het staat bij de Raad van State. Heeft die de wethouder opnieuw gecorrigeerd? De heer VERBEEK antwoordt dat de Raad van State dat nog niet gedaan heeft.
Maar als de wethouder zijn lopende zaken niet corrigeert naar aanleiding van de uitspraak van 18 november, zal het opnieuw voorgelegd worden aan de Raad van State. Hij vraagt de commissie daarom om de wethouder terug te fluiten. De heer DIRKS spreekt namens het Comité Westelijke Grachtengordel e.o. in verband met TKN-5, het raadsadres ‘Beschikbaar stellen 26,5 miljoen euro voor 18 groenprojecten’. Hij merkt op dat in het antwoord van de wethouder van 1 maart jl. een antwoord ontbreekt op de vraag waarom niet een bedrag voor de bomen in de binnenstad wordt uitgetrokken. Waarom wordt niet 1 miljoen euro extra gegeven aan de dienst Groen, waarop in de loop van de jaren is bezuinigd? De bomen in de binnenstad staan onder druk door onder andere het herstel van kadewanden en bruggen, maar ook de aanleg van fietspaden, droogte- en hitteschade van de afgelopen zomers. Amsterdam, als wereld iepenstad, heeft een plicht tot het beschermen van iepen vanwege beschermd stadsgezicht en opname op de werelderfgoedlijst. Van de huidige coronacrisis kan geleerd worden dat preventief vaccineren en een goede levensstijl ziekte voorkomen. Dat geldt ook voor de iepen. Ook die kunnen preventief ingeënt worden tegen de iepziekte. Groeiplaatsverbetering dient intensief uitgevoerd te worden. Een voorbeeld is de boom op de brug van Leliegracht tegenover nr.
33, die na drie jaar de naam ‘boom’ eigenlijk onwaardig is. Een ander voorbeeld is een boom tegenover Keizersgracht 180,
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
die zich nauwelijks staande houdt. Daar tegenover, bij Keizersgracht 183, moet een 70jarige kerngezonde boom verdwijnen voor een noodbrug voor de aanleg van de Oranje Loper, die er amper een jaar zal liggen. Die moet er komen, precies op de plek van die boom. Hij verzoekt de wethouder de vragen te beantwoorden en het verzoek van het Comité te honoreren om geld ter beschikking te stellen voor bomen in de binnenstad, en het beleid aan te passen voor preventief inenten en groeiplaatsverbetering als normaal onderhoud aan te merken. De heer LEENDERS vraagt wat de mate van succes is van een inenting tegen de iepziekte. De heer DIRKS antwoordt dat het een goede manier is om vooral de oudere bomen, die niet resistent zijn tegen de iepziekte, te beschermen. Andere gemeenten hebben de inentingen al toegepast. De conditie van de bomen gaat achteruit door de hitten het watertekort in de afgelopen zomers. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat in de brief in antwoord op het raadsadres duidelijke argumenten staan tegen het injecteren en het enten. Is de heer Dirks daar niet van overtuigd? De heer DIRKS is daar inderdaad niet van overtuigd. Mevrouw DU GARDIJN spreekt namens de Kerngroep Molenwijk. Zij heeft al een inspreektekst toegestuurd en daarnaast een cultuurhistorische verkenning van Molenwijk.
De Kerngroep is met dat laatste stuk heel blij, omdat zij daarin steun vindt voor haar ideeën over het behoud van Molenwijk. De voorzitter van het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord heeft ook een duiding gegeven aan de cultuurhistorische verkenning (CHV) van Molenwijk. Daaruit blijkt dat de Kerngroep niet betrokken is bij de vaststelling van die korte notitie met een aantal punten. Een daarvan betreft de herinrichting van de openbare ruimte. Ook het behoud van speeltoestellen, ooit ontworpen door Aldo van Eyck, is daarin aangegeven. Vanuit het stadsdeel hebben een architect en een ontwerper zich inmiddels al beziggehouden met een project, Molenwijk To Go. De speeltoestellen zouden daarbij vervangen moeten worden door andere leuke dingen voor kinderen. Maar dat gaat in tegen de CHV. Een te grote concentratie aan reuring zorgt ook op deze plek voor geluidsoverlast, door de vorming van vier harde wanden van vier flats die als een soort kom om het groen heen staan. Bij het ontwerp van Molenwijk To Go behoort ook een paviljoen, maar dat is een gebouwtje dat architectonisch niet matcht met bouw en architectuur van het nu beschermde Molenwijk. Zij vraagt aandacht te geven aan dat punt. Verder zijn er garages, die de Kerngroep heel belangrijk vindt. Onderzocht gaat worden hoe die garages getransformeerd kunnen worden, met een passende nieuwe invulling.
Daar kun je als bewoners van alles bij bedenken. Dit is net zo ongewenst als het bouwen van woningen op die garages. Men geeft aan dat de garages al vaker aangepast zijn geweest. Dat klopt, maar dat was niet zo drastisch als wat men nu van plan is. Het is ook geen vrijbrief om de bescherming van de CHV te omzeilen. Verder blijkt het dat de school, passend bij de gymzaal, al jaren geleden zonder historisch besef is gesloopt. Dat is pijnlijk. Het dagelijks bestuur ziet de mogelijkheid tot een nieuwe entree van Molenwijk. De woningbouwopgave wordt als reden ingezet om de grond anders te gebruiken. En dit, terwijl de gehele Molenwijk, inclusief paden en groen, behoort tot de CHV. Daar gaat dus iets fout. Opgemerkt wordt dat het dagelijks bestuur in contact zal treden met de bewoners. Maar alleen de Kerngroep is geïnformeerd. Er wordt niets gemeld over de financiële kansen, ook niet in de principenota. Zij vraagt wie de uitvoering beschermt van de CHV Molenwijk. Hoe worden bewoners daarbij betrokken? Uit welke fondsen worden de plannen gefinancierd? Welke woordvoerders in de commissie gaan zich met het dossier Molenwijk bezighouden en houden contact met de bewoners? De heer LEENDERS dankt mevrouw Du Gardijn en zegt toe dat hij een aantal van
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
de gestelde vragen zal betrekken bij de behandeling van het betreffende agendapunt. Mevrouw VAN DER VEEN spreekt op persoonlijke titel. Zij heeft klachten over de uiterst geringe kansen van mensen met een laag inkomen en vermogen, aangewezen op sociale verhuur, om via Woningnet een andere woning te vinden op grond van hun woonduur. Woningzoekenden zijn vaak kansloos, ook bij vijftien of twintig jaar woonduur. Het toewijzingssysteem werkt niet. De gehele beschikbare sociale woningvoorraad gaat naar bijzondere categorieën. Amsterdamse woningzoekenden van 27 jaar of ouder met lange woonduur kunnen niet meer verhuizen. De kansen zijn althans zeer laag. De helft van de sociale woningvoorraad wordt via WoningNet als jongerenwoning tijdelijk verhuurd aan jongeren tot 27 jaar voor de duur van vijf jaar. Zij gaan dus voor. Dat is onrechtvaardig. Wie in 1980 in Amsterdam kwam wonen, moest eerst twee jaar wachten op een urgentiebewijs. Het duurde tien jaar voor je aan de beurt was. Ook bij woningbouwverenigingen waar men zich inschreef en waaraan lidmaatschapsgeld betaald moest worden. Wie tien jaar in een buurt woonde was buurturgent en ging voor. Maar daarna werden op grote schaal woningbouwverenigingen opgeheven. Gekoppeld aan projectontwikkelaars werd hun woningbezit geprivatiseerd. De koepels Archipel Woonwerk en Spectrum werden gevormd.
Toewijzing ging nu op basis van woonduur, ten behoeve van de doorstroming. Stadswijken gingen tegen de vlakte en wie daar woonde, werd stadsvernieuwingsurgent. Nu worden sociale huurwoningen op grote schaal verkocht. Doorstroming was en is een sprookje. Nieuwe woningen gaan naar mensen van buiten de stad. Het gemeentebestuur moet de regels veranderen, meer kansen geven aan de grote groep lagere en laagste inkomens, ouder dan 27 jaar en de sociale verhuur, ter voorkoming van voortgaande gentrificatie. Er moet absolute voorrang komen voor ouderen, 65-plus, voor woningen op de begane grond en 1-hoog. Buurturgentie moet opnieuw ingevoerd worden. Mensen die langer dan tien jaar in dezelfde buurt wonen moeten voorgaan bij vrijkomen van een sociale huurwoning in hun buurt. Waarom is het plan van het college om opnieuw een huisvestingsbureau op te richten, een gemeentelijke dienst herhuisvesting, nu nog steeds niet opgestart? Het GDH moet ook particuliere woningen met een huur tot de huurdertoeslaggrens vorderen voor de toewijzing aan de lagere en laagste inkomens. De werkelijke sociale huurvoorraad slinkt, omdat de wethouder het de woningbouwcorporaties nog steeds toestaat om sociale huurwoningen te verkopen, mits de totale sociale huurvoorraad gelijk blijft. Maar sociale huurwoningen die verkocht worden, zijn verloren voor de sociale huurmarkt.
Deze teloorgang wordt ten onrechte gemaskeerd door lucratieve nieuwbouw van jongerenwoningen. Beloofd was 40-40-20, en waar is dat gebleven? Het wordt niet uitgevoerd op IJburg, het Centrumeiland, het Strandeiland, Oosterburg of Ringspoor. Er worden miljoenen door het Rijk doorgesluisd naar de gemeente om middenhuur en vrijesectorwoningen te bouwen. Men biedt kavels aan aan woningcorporaties. De regels daarbij zijn dat 75% gefinancierd wordt door banken. Als het om sociale huur gaat, financiert de gemeente 20%. 5% moet worden opgebracht door de huurders zelf. Hoe moeten mensen met een laag inkomen zonder vermogen daaraan bijdragen? Is dat nog sociale huur? Zij vraagt Amsterdam niet tot een metropool of miljoenenstad te maken. Er moet voorrang komen voor de laagste inkomens. De sociale huur moet echt bij de lage inkomens terechtkomen. De heer JONKER spreekt namens het Overleg Bewonersorganisatie Buiksloterdijk, Loenermarkt en Nintemanbuurt (ELZO) inzake ontwikkeling ElzenhagenZuid. De plekgebonden herplant van Elzenhagen-Zuid is in strijd met de bomenverordening. Het college heeft dus een besluit genomen dat in strijd is met de door de gemeenteraad vastgestelde verordening. Daarom moet de raad het college tot de orde roepen en alsnog een correct berekend herplantfonds instellen.
In de toelichting op artikel 7 van de bomenverordening staat duidelijk verwoord wat de bedoeling is: het bomenbestand in Amsterdam moet gelijk blijven. Daarom wordt aan de aanvrager van een kapvergunning de plicht opgelegd om weer een nieuwe boom te planten. In artikel 7 lid 3 van de bomenverordening staat wat moet gebeuren als er niet
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
een-op-een herplant kan worden. Dan wordt de monetaire waarde van de gekapte boom berekend. Die geldwaarde moet in een herplantfonds worden gestort, waarmee de gemeente dan elders in de stad een boom kan planten. In Elzenhagen-Zuid zullen in totaal 2283 bomen worden gekapt met een kapvergunning. In dit gebied zullen maar 961 bomen terugkomen, wat neerkomt op een tekort van 1322 bomen. De monetaire waarde van de gekapte bomen is bepaald op 670 euro per boom. Dus moet er negen ton in een herplantfonds worden gestort om elders bomen te planten. Daar wil het college echter onderuit komen. Het argument daarvoor is dat de nieuw te planten bomen in ElzenhagenZuid maar liefst 1670 euro per boom zullen gaan kosten. Het college stelt dat men het bedrag van negen ton mag gebruiken om het verschil van 1000 euro tussen de monetaire waarde van de bestaande bomen en de kosten van nieuwe bomen te bekostigen. En omdat 900 keer 1000 euro ook negen ton is, is het fonds meteen op en hoeft er geen enkele boom buiten Elzenhagen-Zuid te worden geplant. Dit is volledig in strijd met de bomenverordening. Dat blijkt ook uit wat de gemeente aan voorlichting geeft aan de aanvragers van een kapvergunning. Volgens de gemeentelijke website moet voor elke gekapte boom een nieuwe geplant worden. Is opnieuw planten op dezelfde locatie niet mogelijk of gewenst, dan moet ergens anders in de stad herplant worden.
En als dat niet gaat, moet volgens de site de waarde in geld van de gekapte boom gestort worden in het gemeentelijk herplantfonds. Dit fonds gebruikt de gemeente voor de aanplant van nieuwe bomen. Waarom geldt dat wel voor een burger die een kapvergunning aanvraagt, en niet voor de gemeente zelf? In het middengebied van Noord zijn in de laatste tien jaar al duizenden bomen verdwenen door de aanleg van de Noord/Zuidlijn, de reconstructie van de Nieuwe Leeuwarderweg en de aanleg van allerlei wegen en bruggen door het Noorderpark. Er werden steeds bomen gekapt, terwijl van de herplant maar bijzonder weinig terechtkwam. Dat blijkt uit de overzichten van de gemeente. Het ELZO heeft concrete voorstellen om de negen ton van het herplantfonds te gebruiken voor bomen in dit deel van de stad. Het ELZO wil daarover in gesprek met de wethouder. Tot dusverre heeft wethouder Ivens echter geweigerd om met het ELZO te spreken. Dat is niet netjes. De heer LEENDERS merkt op dat hij met een andere fracties op dit onderwerp terug zal komen bij de bespreking van het punt. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag Mevrouw VAN SOEST vraagt in verband met de bijdrage van de heer Jonker, de laatste inspreker, of de wethouder bereid is om met de bewoners in gesprek te gaan over de herplant van de bomen.
Wethouder IVENS antwoordt dat dit onderwerp valt onder ‘Gebiedsontwikkeling’ van wethouder Van Doorninck. De vraag moet dus aan haar worden gesteld. Mevrouw VAN SOEST vindt het vreemd dat zij geen antwoord krijgt van de wethouder. Zij wil een antwoord van wethouder Ivens. Later komt zij er nog op terug. De woonwagenbewoners vragen hoe het zit met de enquête. Zij hebben nog steeds geen antwoord gekregen. En hoe staat het met het beleidsplan? Wethouder IVENS verwijst mevrouw Van Soest naar de wethouder Gebiedsontwikkeling voor haar eerste vraag. Die heeft de bewuste brief ook ondertekend. De commissie die over Gebiedsontwikkeling gaat heeft drie weken geleden besloten het onderwerp naar WB te verplaatsen. Dat betekent naar zijn idee dat het niet over de inhoud van het plan gaat, maar over de bomenverordening. Dat onderwerp komt vandaag
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
ook aan de orde. Er wordt volop gesproken met de woonwagenbewoners om tot een uitkomst te komen. Dat proces is nog gaande. Mevrouw VAN SOEST vraagt wanneer de commissie iets over dat onderwerp krijgt te horen. Dit speelt al erg lang. Wethouder IVENS antwoordt dat participatie in dit geval tijd kost. Hij wil een goed verhaal sturen en neemt er de tijd voor om dat op een goede manier vorm te geven. Mevrouw BAKKER hoort de wethouder in verband met de vraag van mevrouw Van Soest zeggen dat hij niet over Gebiedsontwikkeling gaat, maar hij gaat wel degelijk over de bomenverordening en de naleving daarvan. Het zou dus goed zijn als wethouder Ivens wel in gesprek ging met de heer Jonker. Deze wethouder heeft een grote herplantopgave. Als er locaties in Noord zijn waar volgens de bewoners herplant kan worden, is dat toch meegenomen? Je mag hier niet te lichtzinnig mee omspringen. Wethouder IVENS vindt niet dat hij hier lichtzinnig mee omgaat. Er staat een enorme vergroeningsopgave op stapel voor stadsdeel Noord. Hij wil daar iedereen bij betrekken. Gebiedsontwikkeling, maar ook de wethouder Gebiedsontwikkeling, het stadsdeel, etc. Hij kan het niet alleen doen. Mevrouw BAKKER merkt op dat er gewerkt wordt aan een nieuwe entree van Artis. Daarvoor wil Artis een boom weghalen. Daarover heeft zij vragen gesteld. Gisteren zou de boom al verwijderd worden.
Nu blijkt er een aanvraag tot verlenging van de beslistermijn ingediend te zijn, terwijl de aanvraag zelf door Artis ingetrokken is. Zij vraagt wat de status is van deze vergunningaanvraag en -verlening. Blijft de boom staan, of moet zij zich eraan vastketenen? Wethouder IVENS vreest het laatste. Er is wat fout gegaan bij de publicatie. Er is een dubbele boeking in het systeem, waardoor er verwarring is ontstaan. De stand van zaken is dat de beslistermijn niet verlengd is. Die is afgelopen. De vergunning is verleend. Er is wel bezwaar aangetekend tegen het verplaatsen van de boom. De volgende stap is te onderzoeken of dat bezwaar gegrond is. Tot die tijd wordt de boom nog niet verplaatst. Mevrouw BAKKER merkt op dat in stadsdeel Westerpark een brug is bij het kruispunt van de Van der Palmkade, De Wittenkade en de Jacob Catskade. Vorig jaar kwam het meerdere keren voor dat daar duiven onder de brug een nest hadden. De jongen vielen uit het nest en dreigden te verdrinken, maar gelukkig was er een bewoner die iedere keer in het water sprong en de jongen uit het water viste. Men zou bij werkzaamheden kijken wat er gedaan kon worden om dit te voorkomen, door de plek onaantrekkelijk te maken voor nesten. Zij vraagt wat er gaat gebeuren. Wethouder IVENS antwoordt dat dit aangekaart is bij verantwoordelijke voor wat er met de brug gaat gebeuren.
In maart en april krijgt die onderhoud, waarbij dit meegenomen zou kunnen worden. Hij gaat ervan uit dat dit ook werkelijk gebeurt. Als dat anders is, zal hij het laten weten. Mevrouw BAKKER vestigt de aandacht op het afvalprobleem in de Vogelbuurt van Noord. De volle afvalcontainers en de resten die ernaast worden geplaatst geven de kans aan ratten. Een bewoner meldde dat er steeds vaker rattenklemmen geplaatst worden, zoals rondom het gebouwenblok Spreeuwenpark, Leeuwerikstraat, Nachtegaalstraat en Sperwerlaan. Daar ligt structureel ontzettend veel troep. De ratten krijgen op die manier een buffet voorgeschoteld, terwijl ze vervolgens in een klem belanden. Zij vraagt wat er aan de hand is. Wethouder IVENS deelt die zorg. Het is onzinnig ratten te faciliteren en tegelijkertijd te bestrijden. Niet alleen in de Vogelbuurt bestaat dit rattenprobleem. Daarom
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
is op steeds meer plekken in de stad een voerverbod van kracht. Ook is er een relatie met het afvalprobleem, dat de afgelopen tijd onder andere door corona verergerd is. Daarom is het afvaloffensief gestart. Het probleem in de Vogelbuurt is bij de gebiedsmakelaar aangekaart. Garanties kan hij niet geven, want het is een enorme opgave. Mevrouw BAKKER begrijpt de gebiedsgerichte aanpak, maar ook dat op meldingen van problemen rijkelijk laat wordt gereageerd. Als dat probleem constant is, zou er toch een opschaling moeten plaatsvinden. Zijn daar plannen voor? Wethouder IVENS kan niet zeggen of dat specifiek voor die buurt gebeurt. Daarover kan het stadsdeel meer zeggen. Hij is het eens dat meldingen opgevolgd moeten worden. Hij zal daarover met een raadsbrief komen, maar dan over de vraag hoe het in het algemeen daarmee gaat. Uit die brief zal blijken dat de opgave behoorlijk is, omdat het aantal meldingen enorm groeit. Bouwen en Wonen 3. Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling ‘Een sociale huurwoning zoeken verandert’ (ZD2021-000746) De heer HAVELAAR merkt op dat zijn fractie positief is over de nieuwe spelregels waarmee verschillende gemeenten komen over het toewijzen van sociale huurwoningen. Vooral positief is dat woningzoekenden meer invloed krijgen op het aantal punten dat ze hebben.
Hij vraagt hoe voorkomen kan worden dat mensen eindeloos woningen gaan bekijken en zo het systeem te veel belasten, om op die manier punten bij elkaar te sprokkelen. De heer LEENDERS heeft berichten ontvangen van mensen die bang zijn hun hele inschrijfduur te verliezen met het nieuwe stelsel. Die zorg lijkt hem niet terecht. Hij vraagt de wethouder daarop kort in te gaan. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat dit voorstel een goede poging is om schaarste te verdelen op een manier die recht doet aan de diverse belangen van zoekers. Toch blijft schaarste, en daarmee teleurstelling, onderdeel van het systeem. De communicatie over de systematiek daarbij is van groot belang, maar het is de vraag of het zoekgedrag van mensen sterk zal veranderen. Mogelijk komen er zo veel meer inschrijvingen, met een grotere belasting van alle systemen. Zijn die er klaar voor? De advertenties zijn een belangrijke voorwaarde. Zij vraagt of er een vorm van bezwaar mogelijk is als dat onvoldoende blijkt te zijn en mensen erdoor ten onrechte punten verliezen. Zij hoorde dat er zorgen zijn over mensen die wat minder digitaal vaardig zijn. ! WOON heeft een inzet daarop, met name gericht op ouderen. Maar er zijn meer groepen mensen die niet digitaal vaardig zijn. Is daar ook aandacht voor? Ten slotte juicht haar fractie het experiment om jongeren na afloop van hun jongerencontract extra punten te geven toe.
Mevrouw NAOUM NÉHMÉ complimenteert de wethouder met dit voorstel. Haar fractie is er zeer over te spreken. De heer FLENTGE ziet dat er grote stappen gedaan worden om te doen wat door veel Amsterdammers gevraagd is. Dat is positief. Hij ziet een zwaar bevochten compromis met de regio. Het is mooi dat jongeren extra punten krijgen als hun contract na vijf jaar afgelopen is, maar je zult moeten blijven streven naar zo min mogelijk tijdelijke contracten. Er moet zo veel mogelijk woonzekerheid zijn voor jongeren. Het blijft schaarste verdelen. Er blijft al met al een zekere onvrede bij hem hangen, want het compromis is niet ideaal. Hij vraagt zich af of mensen dit zullen snappen. Met de heer Havelaar maakt hij zich zorgen dat mensen punten gaan schrapen en door blijven zoeken. Een ander
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
aandachtspunt zijn de mensen die digitaal minder vaardig zijn, zoals ter sprake gebracht door mevrouw Van der Veen. Ook ouderen kunnen meer moeite hebben om actief achter woningen aan te gaan. Hij denkt dat de bibliotheken en andere instellingen hierbij een belangrijke rol kunnen gaan vervullen. Hopelijk wil de wethouder dit ook bij de andere wethouders onder de aandacht brengen. Ten slotte vraagt hij of de wethouder bereid is om te bepleiten dat het zoeken van de woningen niet gaat leiden tot een stijging van de kosten voor huurders die op zoek zijn naar een betaalbare woning. Mevrouw KILIÇ betwijfelt of dit de ideale oplossing is voor het probleem. Zij sluit zich aan bij vorige sprekers die hun zorgen hebben geuit. Er kwam een inspreektekst binnen van een bewoner die deze nieuwe woonruimteverdeling unfair vond. Mensen die lang ingeschreven staan, komen nu binnen 2,5 jaar op hetzelfde niveau als iemand die 2,5 jaar ingeschreven staat en actiever zoekt. Dit nieuwe systeem zal niet voor iedereen zomaar helder zijn. Daarom hoopt zij dat de wethouder zijn communicatie specifiek richt op die groepen mensen. Gesuggereerd wordt dat met dit nieuwe systeem mensen actiever gaan zoeken, wat leidt tot meer belasting bij hetzelfde aanbod dat er nu is. Ten slotte vraagt zij welke groepen gebaat zijn bij deze puntentelling.
Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Kiliç dat dit inderdaad geen ideale oplossing is. Dit is een compromis tussen vijftien gemeenten en zestien corporaties. Hopelijk ontstaat er een ideaal nieuw evenwicht, maar er zijn bij deze nieuwe systematiek winnaars en verliezers. De schaarste wordt niet minder. Naar zijn idee is dit niet unfair. Er gaat een traject van vijf jaar aan vooraf met participatie. Er komt ook nog formele inspraak bij de nieuwe huisvestingsverordening. Maar er zijn verliezers. Mensen die alleen wachttijd hebben zijn slechter af met de komst van zoekpunten, situatiepunten en startpunten. Ook hij denkt dat dit systeem zal leiden tot meer ‘zoekgedrag’. Mensen zullen niet meer stil wachten, maar eerder actief gaan zoeken. Er worden nu stress- en loadtests uitgevoerd om te onderzoeken of de systemen het straks aankunnen. Om te voorkomen dat mensen eindeloos woningen gaan bekijken komen er sancties voor ‘no show’ en het weigeren van woningen. Mensen kunnen hun punten dus ook verliezen, maar dat geldt niet voor de wachtpunten. Voor het verliezen van de andere punten wordt er een bezwaar- en beroepsprocedure opgezet. In de afgelopen vijf jaar is regelmatig gecommuniceerd. Veel Amsterdammers weten inmiddels dat er iets gaat gebeuren. Als alle gemeenten akkoord zijn en het vastgelegd wordt in de verordeningen, zal actief moeten worden gecommuniceerd.
Nu is dat nog te vroeg. Hij zal bij de communicatie met name aandacht geven aan de mensen die moeilijk bereikt kunnen worden. Hij antwoordt de heer Flentge dat hij niet kan uitsluiten dat dit systeem gaat leiden tot een stijging van de kosten voor WoningNet, maar de gemeente zal zijn best doen om te voorkomen dat het zover komt. Hij zal de corporaties vragen om een uiterste inspanning om een kostenstijging te voorkomen. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt ook ondersteuning van minder digitaal vaardige Amsterdammers bij de uitvoering van het systeem, en niet alleen voor ouderen. Zij doelde niet alleen op de communicatie. Wethouder IVENS antwoordt dat het systeem is gecheckt op begrijpelijkheid. De conclusie was dat het minder begrijpelijk is dan het huidige systeem, maar het kan wel begrijpelijk gemaakt worden. De uitvoering zal voor sommige mensen echter wel degelijk ingewikkeld worden. Daarom worden ook !WOON en buurtteams betrokken om daarbij te helpen. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor een korte bespreking in de raad. Zij schorst de vergadering voor enkele minuten.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
4. Initiatiefvoorstel ‘Meer koopwoningen in Amsterdam’ van het lid Naoum Néhmé (VVD) d.d. 18 november 2020 (ZD2020-014600) 5. Kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel van raadslid Naoum Néhmé (VVD) ‘Meer koopwoningen in Amsterdam’ (ZD2021-000823) Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat het aandeel koopwoningen, en zeker van die in het middensegment, om onverklaarbare redenen achterblijft in Amsterdam. Het landelijke percentage is veel hoger, met 57%. Maar ook zijn er factoren als de economische groei in de MRA en het soort banen dat daardoor ontstaat, en de sterke wensen van Amsterdammers, zoals aangegeven door gemeentelijke onderzoeken. In het rapport ‘Verhuiswensen’ staat dat 51% van alle huishoudens die een verhuiswens hebben, liefst een koopwoning zouden willen hebben. Met name Amsterdammers die iets meer dan modaal verdienen, met een inkomen van ongeveer 42.000 euro, hebben een duidelijke voorkeur voor een koopwoning. Daarom stelt haar fractie voor om een plan te ontwikkelen voor het gestaag verhogen van het percentage koopwoningen in Amsterdam, tot het in 2050 in lijn is met het landelijk gemiddelde. Er moeten concrete doelstellingen komen voor het aantal koopwoningen binnen het midden- en het hogere segment. Haar fractie stelt voor 1875 betaalbare koopwoningen en 1875 koopwoningen in het hoge segment.
Ten slotte stelt haar fractie voor om het aantal goedkope en middeldure huurwoningen in Amsterdam te vergroten door met corporaties in overleg te gaan over sociale huurwoningen die verkocht kunnen worden aan zittende huurders. De bestuurlijke reactie op het voorstel van het college stelt haar zeer teleur. De heer FLENTGE wijst erop dat koopwoningen in steden, en zeker in Amsterdam, erg duur zijn. Wat wil de VVD-fractie doen met alle jongeren en starters die ook graag een betaalbaar huis willen hebben? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat de 20% sociale huurwoningen die haar fractie wil laten bouwen, moet gaan naar jongeren en studenten. Onder die categorie vallen ook de beginnende groepen waarover de heer Flentge spreekt. Haar fractie maakt een andere keuze. 50% moet in het middensegment gebouwd worden. De heer FLENTGE reageert dat 20% sociale huur neerkomt op een halvering van wat er nu is, terwijl de nood hoog is. Mevrouw Naoum Néhmé legt dus wel degelijk ergens de rekening. Zij heeft gelijk dat er meer middenwoningen bij moeten komen. Maar het gaat hem nu om de medewerkers van een callcenter, of een kinderopvang, of beginnend verpleegkundigen. Die mensen kunnen de huur die in de vrije sector wordt gevraagd niet betalen. Wat doet de VVD voor die medewerkers van de kinderopvang? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat Amsterdam al zeer veel sociale huur heeft.
Het is nu eerst zaak om de doorstroom op gang te helpen door het scheefwonen aan te pakken. Op die manier kunnen er bijna 40.000 woningen vrijkomen. Verder stijgt het inkomen van de mensen waarover de heer Flentge het heeft meestal vrij snel. Daardoor vallen ze al gauw buiten de inkomensgrenzen van de sociale huur en belanden in het middensegment. En daarvoor wil haar fractie de helft van alle nieuwe woningen bouwen. De heer LEENDERS vraagt wie de VVD-fractie wil bedienen met al die koopwoningen. De VVD is ook tegen de opkoopbescherming van koopwoningen. Daardoor schieten de prijzen van de ‘betaalbare’ koopwoningen direct door het dak. Op die manier bedient men maar een heel kleine groep. En wil mevrouw Naoum Néhmé scheefwoners belonen of juist straffen? Nu beloont ze die met een koopwoning die ze niet kunnen betalen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij op wil komen voor de mensen die
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
aangeven dat zij een verhuiswens hebben naar een koopwoning. Dat blijkt uit onderzoeken van het college. Als iemand scheefwoont omdat hij meer is gaan verdienen, stelt haar fractie voor de huurwoning aan diegene te koop aan te bieden. En anders moet hij daar weg, of ten minste een inkomensafhankelijke huur gaan betalen. De heer LEENDERS merkt op dat het alternatief betaalbaar moet zijn. Met het alleen maar aanbieden van koopwoningen sla je de plank mis. Als er koopwoningen gebouwd worden, moet er in ieder geval een goede opkoopbescherming geregeld zijn. Er wordt gespeculeerd met woningen in Amsterdam en daar moet de VVD dan ook iets aan doen. Bijzonder vreemd is dat mevrouw Naoum Néhmé in haar voorstel een vergelijking maakt met het landelijk gemiddelde. Maar je wilt in Amsterdam toch ook niet naar een gemiddeld percentage landbouwgrond? Amsterdam heeft altijd veel huurwoningen gehad. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat het gemiddelde percentage landbouwgrond in Nederland precies hetzelfde is als het percentage landbouwgrond in Noord-Holland. Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat de gemeente statushouders zo snel mogelijk moet huisvesten. Die kunnen niet naar een koopwoning en moeten een beroep doen op sociale huurwoningen. Als Amsterdam daar niet voor zorgt, moet de gemeente een boete betalen.
En wat denkt mevrouw Naoum Néhmé te doen voor mensen zoals de inspreker, die al 25 jaar op de wachtlijst staat voor een sociale huurwoning? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat haar fractie voor het afschaffen van de voorrang voor statushouders is. Nu de gemeente die doelstelling niet haalt, komen mensen met een medische urgentie op achterstand te staan. Zij denkt dat mevrouw Van Soest het op dit punt met haar eens is. Mevrouw VAN SOEST antwoordt dat de provincie de wethouder heeft gemaand om de statushouders met voorrang een woning te geven. Anders krijgt de gemeente een probleem. Misschien moet mevrouw Naoum Néhmé eens in gesprek gaan met gedeputeerde Loggen, om te vragen deze mensen te plaatsen in de leegstroomgebieden in de kop van Noord-Holland. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat Amsterdam haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen. Zij is het totaal niet eens met het idee van mevrouw Van Soest. In de bestuurlijke reactie van het college gaat het met name over de ideologische dogma’s. Het schrijft dat de betaalbaarheid van de huidige voorraad belangrijk is. Dat betekent dat het college de insiders, die al een woning hebben, belangrijker vindt dat de woningzoekenden. Dat is heel jammer. Daarbij wordt er selectief gewezen naar andere Europese steden, in plaats van te kijken naar gelijksoortige Nederlandse steden. In Utrecht is 45% van de woningen koopwoning.
In De Haag is dat 42%, in Rotterdam 35%. De andere steden van de G4 hebben een veel hoger aandeel koopwoningen. De heer HAVELAAR is op zichzelf wel positief over het voorstel van de VVDfractie. Mevrouw Naoum Néhmé verwijst echter naar de G4-steden, terwijl haar voorstel is om het aantal koopwoningen gelijk te trekken aan het landelijk gemiddelde. Is het niet logischer om het gelijk te trekken met de G4? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat het gemiddelde percentage van de G4 een prima tussenstation kan zijn, op weg naar het landelijk gemiddelde in 2050. De economische groei in de MRA was voor de coronacrisis uitstekend, met een toenemend aantal banen en groei. De aanvraag voor koopwoningen was daarom groot. Daarom kiest haar fractie hiervoor. In de reactie stelt het college groepen tegenover elkaar. Zo staat er: ‘Als het toevoegen van meer koopwoningen ten koste gaat van het aantal sociale huurwoningen, zoals de indiener voorstelt, maakt dat de zoektocht van deze mensen juist moeilijker.’ Dus
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
als mensen aangeven dat ze een appel willen, vindt het college dat tomaat ook goed voor ze is. Mensen die op zoek zijn naar een koopwoning, overwegen uiteraard geen sociale huurwoning. De heer FLENTGE benadrukt dat de VVD voorziet in 1875 dure koopwoningen. Dat is ongeveer een derde van alle te bouwen woningen. Waarom zet de VVD niet volledig in op middenhuur? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat de grens van het dure segment op drie ton ligt. Dat zijn twee mensen met een modaal inkomen. De heer FLENTGE erkent dat het dure segment begint bij drie ton. Daar begint het. Drie ton is een flink bedrag, maar dat kunnen tweeverdieners vaak nog wel opbrengen. Maar welke garantie geeft mevrouw Naoum Néhmé dat de prijzen niet doorschieten naar zeven of acht ton? Of meer dan een miljoen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat de markt zich zal richten naar de vraag. Als er vraag is naar woningen van zeven ton zullen die geleverd worden. Toch blijkt uit onderzoeken dat de markt het schaarst is voor koopwoningen tussen 2 en 4,5 ton. Het aanbod zal de vraag naar dat soort woningen volgen. De heer FLENTGE merkt op dat bij veel vraag de prijs van woningen zal stijgen. Wat doet mevrouw Naoum Néhmé als er veel vraag is naar woningen van 3,5-4 ton, en dat als gevolg daarvan de prijzen doorstijgen naar 6 of 7 ton? Dat gebeurt al veel in Amsterdam.
Wat wil mevrouw Naoum Néhmé doen om dat te voorkomen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ verwijst naar haar eerdere woorden. De heer HAMMELBURG is het met de VVD-fractie eens dat er meer koopwoningen moeten komen in Amsterdam. Toch schiet de VVD in dit geval door. Wat is op basis van haar initiatiefvoorstel de verwachting wat er gaat gebeuren met de grootte van die koopwoningen? Het gaat hier om woningen voor gezinnen met een middeninkomen. Kunnen die op 40 m2 wonen? Als de vierkantemeterprijs heel hoog is, zal immers het aantal kleinere koopwoningen toenemen? Als je de middenklasse wilt helpen, moet je het segment middeldure huur groot genoeg houden om de grotere gezinswoningen voor mensen met een middeninkomen te bewaren. Dat ziet hij niet terug in het voorstel. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij het niet heeft over middeldure huur. Zij heeft het nu over koopwoningen. Zonder prijsregulering hoeft er ook niet beknibbeld te worden op de oppervlakte. De heer HAMMELBURG concludeert dat dit voorstel van mevrouw Naoum Néhmé meer van toepassing is op Oost-Groningen dan op de Amsterdamse situatie, waar de vierkantemeterprijzen heel hoog zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is teleurgesteld in de reactie van de heer Hammelburg. Zij is benieuwd naar de voorstellen van D66.
Zij vraagt of de wethouder erkent dat 50% van de Amsterdamse huishoudens het liefst een woning wil kopen, zoals blijkt uit het rapport Verhuiswensen. Verder vraagt ze wat de wethouder zegt tegen Amsterdammers die aangeven te willen verhuizen naar koopwoningen. De heer LEENDERS vraagt waarom mevrouw Naoum Néhmé niet integraal kijkt naar de Amsterdamse woningvoorraad. Meer dure koop gaat leiden tot hogere woonlasten voor zittende Amsterdammers. De WOZ-waarde zal daardoor sterk stijgen. Waarom zit dat niet in het plan? Verder zit 32% van de zittende huurders al in een financieel lastige situatie, zoals blijkt uit het Nibud-onderzoek. Die mensen kunnen het
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
helemaal niet betalen. Waarom trekt de VVD-fractie het voorstel niet breder, naar de gehele huurvoorraad? Waarom kan iemand die in de vrije sector huurt de woning niet kopen? En als je wilt dat corporaties hun woning verkopen, dan zadel je ze op met een potentieel verlies. Wordt dat verlies gecompenseerd door de VVD in Den Haag? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat de lasten niet omhoog gaan. Als je kunt financieren met een hypotheek krijg je hypotheekrenteaftrek. Wat betreft de tweede vraag wil de PvdA institutionele beleggers een uitpondtermijn van 25 jaar opleggen. Ze mogen de woningen dus niet eerder verkopen. En nu vraagt de heer Leenders waarom iemand in een middenhuurwoning zijn eigen woning niet mag kopen. Dat is niet consistent. De heer LEENDERS heeft de indruk dat mevrouw Naoum Néhmé twee dingen door elkaar haalt. De uitpondtermijn is iets heel anders dan het aanbod doen aan zittende huurders buiten de sociale voorraad om hun woning te kopen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat het dezelfde kwestie is, of het nu in de sociale huur gebeurt of in de vrije sector. De heer HAVELAAR denkt dat het goed zou zijn als het percentage koopwoningen in Amsterdam zou stijgen. Amsterdammers willen dat. Ze kunnen zelf het onderhoud van hun huis ter hand nemen, wat een goed gevoel geeft. Ze kunnen bijdragen aan de stad, een wooncarrière opbouwen.
Het aandeel koopwoningen optrekken naar het landelijk gemiddelde lijkt hem overdreven. Maar aan de andere kant haalt de wethouder Londen, Berlijn, Wenen en Brussel aan als vergelijkingsvoorbeelden. Waarom vindt de wethouder dat Amsterdam zich met die steden moet vergelijken? De heer FLENTGE vraagt of mensen in sociale huurwoningen niet veel doen aan onderhoud. De heer HAVELAAR antwoordt dat het aan de verhuurder van een woning is om het onderhoud te doen. Koop je het huis, dan doe je onderhoud via de VvE of je doet het zelf. Het lijkt hem een goed gevoel geven om zelf het onderhoud te doen. Wethouder IVENS merkt op dat er inderdaad veel Amsterdammers zijn die een huis willen kopen, maar dan wel een betaalbare woning. Dat is het probleem in Amsterdam. Mensen willen ook graag groter wonen, en dat maakt het ingewikkeld. 50% van de mensen wil een woning kopen, maar niet 50% van de mensen kan de gemiddelde koopprijs van een woning in Amsterdam betalen. Daarom wil hij zijn uiterste best doen om de koopwoningen ook voor eigenaarbewoners te houden. De afgelopen jaren steeg het percentage koop in Amsterdam. De afgelopen twee jaar bleek er echter een daling te zijn van het aantal koopwoningen. Dat kwam door ‘buy to let’ en ‘buy to leave’. Dat wordt nu aangepakt. De boodschap is dat de koopwoningen die gebouwd worden ook als koopwoningen gehouden moeten worden.
Maar op dit moment is het, met de huidige prijzen, voor veel mensen niet weggelegd om een huis te kopen. Kijk je naar de vierkantemeterprijzen, dat is voor het middensegment 314.000 euro gekoppeld aan 63.000 euro inkomen. In delen van de stad betekent dat een marktprijs voor 28 m 2. Hij antwoordt de heer Havelaar dat Brussel e.d. niet de voorbeelden zijn. Je moet vooral kiezen welke stad Amsterdam zelf wil zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt waarom er voor Buiksloterham een plan is gekomen zonder enige betaalbare koopwoning. Toen de VVD-fractie vroeg of dat niet gedaan kon worden met opkoopbescherming, is daar nooit een helder antwoord op gekomen. Wethouder IVENS antwoordt dat het heel goed is dat opkoopbescherming deel gaat uitmaken van de plannen. Bij de Buiksloterham komt het erop neer dat de gemiddelde betaalbare koopwoning 31 m2 gaat zijn. Dat betekent dat de opkoopbescherming niet voor niets is ingevoerd. Toch blijft 31 m2 daar een betaalbare
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
koopwoning. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ kan zich voorstellen dat het college geen koopwoningen wil bouwen uit angst dat ze opgekocht worden door beleggers. Of ze worden wel gebouwd, maar dan met opkoopbescherming. Haar fractie vraagt bij allerlei voorstellen van het college waarom er geen betaalbare koopwoningen bij zijn gepland. Er komt dan geen enkel antwoord, zoals met wethouder Van Doorninck vorig jaar. Wethouder IVENS denkt dat mevrouw Naoum Néhmé twee dingen door elkaar haalt: de opkoopbescherming en het anti-speculatiebeding. Met de opkoopbescherming kan je alleen concurreren met mensen die zelf in de woning willen gaan wonen. Er is uiteindelijk ook een anti-speculatiebeding nodig om te voorkomen dat er nog iets onder tafel betaald wordt. Dan kun je ook grotere woningen gaan bouwen. Dat biedt een wezenlijke kans om in deze stad betaalbare koopwoningen toe te voegen. Hij wil alleen dat er fatsoenlijke woningen gebouwd worden die ook relatief betaalbaar zijn. Daarom wordt met NEPROM bekeken of iets bedacht kan worden met een goed en betrouwbaar anti-speculatiebeding. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of er met de wethouder afspraken gemaakt kunnen worden over de oppervlakte. Met welke voorstellen komt de wethouder om te voorkomen dat de woningen te klein worden? Wethouder IVENS antwoordt dat er gepraat kan worden over de oppervlakte als het anti-speculatiebeding goed vormgegeven is.
Als je nu in de Buiksloterham een woning bouwt van 60 m2 en de eerste koper betaalt 320.000 euro, dan steekt die bij verkoop twee ton in zijn zak. Dat moet voorkomen worden. Met een goed anti-speculatiebeding kan inderdaad gesproken worden over de oppervlakte. Daarvoor wordt momenteel gesproken met NEPROM. De heer HAVELAAR begrijpt uit de beantwoording dat de vergelijking met Berlijn, Brussel etc. niet serieus genomen moet worden. Hij vraagt hem zoiets in het vervolg ook niet meer op te schrijven. Wethouder IVENS reageert dat hij die steden niet als voorbeeld ziet. Hij vergelijkt Amsterdam wel met de genoemde steden. Hij wil met deze cijfers aantonen dat je in stedelijke kernen een lager percentage koop hebt dan in de rest van het land. De heer LEENDERS vraagt wanneer de raad het anti-speculatiebeding mag verwachten. Wethouder IVENS antwoordt dat daarvoor eerst een solide verhaal nodig is. Hij maakt zich ernstig zorgen. Het verschil bedraagt gauw twee ton. Er moet dus een goed, betrouwbaar systeem zijn. Zijn deur staat open voor een goed anti-speculatiebeding. Als er een goed idee ligt, komt hij ermee naar de commissie. Maar tot nu toe is dat er nog niet. De heer LEENDERS gaat uit van een goed anti-speculatiebeding.
Kan daar misschien een datum of een kwartaal aan gekoppeld worden? Wethouder IVENS antwoordt dat hij liever dan nu een kwartaal te noemen, net zo lang doorzoekt tot hij een anti-speculatiebeding vindt dat hout snijdt. Het mag geen fraude in de hand werken of tot onderhandse betalingen leiden. Voorop staat dat hij een antispeculatiebeding wil hebben. Als dat er is kan gebeuren wat mevrouw Naoum Néhmé vraagt, namelijk grotere woningen bouwen. Hij blijft in overleg met NEPROM over de mogelijkheden. De heer LEENDERS benadrukt dat hij enig zicht wil hebben op de termijn die het kost om tot zo’n anti-speculatiebeding te komen. Dat zich heeft hij nu niet.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
Wethouder IVENS reageert dat hij dat zicht evenmin heeft. Men is nu bezig met verkenningen. Hij zegt toe in de komende zomer met een voortgangsrapportage hierover te zullen komen. Daarin zal een stand van zaken komen te staan bij de gesprekken die gevoerd worden over dit onderwerp. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat het een vooruitgang is dat iemand die een woning koopt in Amsterdam daarin ook moet gaan wonen. Maar je kunt verder gaan en eisen dat iemand ook nog economisch verbonden moet zijn aan Amsterdam. Dat was vroeger zo, dus waarom wordt dat niet opnieuw ingevoerd? Wethouder IVENS antwoordt na consultatie van zijn ambtenaar dat er wettelijk geen grondslag bestaat om deze eis op te nemen voor koopwoningen. De Huisvestingswet zou daarop dan moeten worden aangepast. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Het is gereed om behandeld te worden in de raad van 21 april. 6. Onderzoeksrapport Verkenning alternatieve financieringsfaciliteit voor woningcorporaties (ZD2021-000358) Mevrouw VAN PIJPEN leest in het rapport dat de corporaties wel willen, maar niet kunnen. In de brief van het college wordt verwezen naar de noodzakelijke afschaffing van de verhuurdersheffing door het kabinet. Maar ondertussen gaat de ongewenste verkoop van sociale huurwoningen door.
Het in de brief genoemde aanknopingspunt, namelijk het aankopen van sociale- en middeldure huurwoningen door de gemeente is een prima optie om verder te onderzoeken. Uit de brief van het college blijkt dat het tweesporenbeleid, met druk op het beleid om de verhuurdersheffing af te schaffen en daarnaast het verder uitzoeken van de mogelijkheden tot aankoop van woningen, wordt gevolgd. Haar fractie geeft aan dat beleid alle steun. Zij vraagt hoe die twee sporen verder worden gevolgd en wanneer de raad daarover wordt geïnformeerd. De heer HAVELAAR vertelt dat in 1853 een brief van de heer Van Vollenhoven en andere filantropen rondging onder de rijke mensen in Amsterdam, met een oproep om de arbeiders, die vaak onder erbarmelijke omstandigheden woonden, te voorzien van degelijke woonruimte. Het resultaat van die brief was dat een aantal rijke Amsterdammers tegen een lage rente ongeveer 800 sociale woningen realiseerden. Dit initiatief was een voorloper van het huidige Rochdale en werd als voorbeeld in het hele land gevolgd. Recent las hij dat deze wethouder naast zijn huidige functie, ook vastgoedbelegger en beheerder wil worden. Hij vraagt of de wethouder alvorens tot deze conclusie te komen, contact heeft gezocht met particuliere investeerders om bijvoorbeeld die duizend woningen van corporaties op te kopen. Dit zou vergelijkbaar zijn met wat Van Vollenhoven in 1853 deed.
En als de wethouder dat contact niet heeft gezocht, waarom dan niet? Mevrouw VAN SOEST leest over het alternatief van de oprichting van een gemeentelijk woningbedrijf. Haar fractie heeft daarover in het verleden een motie ingediend. Zij wil die motie graag opnieuw indienen. Er moet onderzocht worden of de gemeente de sociale huurwoningen kan opkopen. Op dit moment worden er veel te veel verkocht. Haar fractie wil in een motie ook vragen om een gemeentelijke woningbouwvereniging op te richten. Zij vraagt dan ook dit onderwerp te agenderen voor de raad. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat de verkiezingsstunt van het aankopen van sociale huurwoningen niet heeft gewerkt, gezien de verkiezingsresultaten van linkse partijen. Zij vraagt de wethouder hoe hij dit wil betalen. Wanneer mag de budgettaire dekking van zijn plannen verwacht worden? Haar fractie gaat niet akkoord met een blanco cheque.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
De heer FLENTGE vindt het bizar dat dit nodig is, maar dit plan is nu precies wat je als gemeente kan doen tegen de uitverkoop van de sociale huursector. De stad wordt onbetaalbaar. Hij hoopt dat het college op deze weg volle kracht vooruitgaat. Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat dit geen verkiezingsstunt is, maar een poging om iets voor elkaar te krijgen wat de raad vroeg. In het coalitieakkoord, zoals vastgesteld door de raad, wordt gevraagd om te stoppen met de verkoop van sociale huurwoningen. Ook wordt gevraagd om meer sociale huurwoningen naar het middensegment te krijgen. Die twee dingen konden tot nu toe nog niet gerealiseerd worden, maar wellicht kan het met deze methode wel. Daarvoor is dit hele onderzoek bedoeld. Helaas bleek het probleem niet alleen de financiering te zijn. Hij antwoordt de heer Havelaar dat het makkelijker was geweest bij de rijkere partijen aan te kloppen voor de financiering als geld het enige probleem was. Geld lenen is eigenlijk altijd mogelijk. Maar het is zoeken naar een mogelijk vervolg. Hij heeft gemerkt dat er voor dit voorstel enorm veel draagvlak is bij de Amsterdammers, maar een garantie dat het zal leiden tot meer sociale huurwoningen of meer middeldure huurwoningen kan niet gegeven worden. Het zal in ieder geval onderzocht worden en een serieuze kans krijgen.
Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat haar moties met dit onderzoek misschien kunnen worden beantwoord. Overigens hoeft hij niet, zoals de heer Havelaar suggereert, verhuurder te worden. Hij hoopt dat de verhuur overgelaten kan worden aan organisaties die dat goed kunnen. Er moet alleen een kasstroom naar corporaties, terwijl dat bezit hopelijk wat waard blijkt te zijn. Hopelijk zal ook het Rijk doen wat nodig is. Hij dankt de heer Havelaar voor zijn historische les. Er wordt ook gekeken of particuliere partijen een rol kunnen nemen. Het hoeft niet per definitie op de gemeentelijk balans te komen, wat overigens wel een mogelijkheid is. De heer HAVELAAR heeft toch begrepen dat de gemeente de woningen wil kopen en verhuren. Ook al wordt een beheerorganisatie ingeschakeld, de facto blijft de gemeente dan toch de verhuurder? Wethouder IVENS antwoordt dat daarover nog geen besluit is genomen. Aantrekkelijk voor hem is de constructie van DUO. Veel studenten denken dat ze bij DUO huren, terwijl het vastgoed vaak bij iemand anders op de balans staat. De huurder merkt dat niet. De heer HAVELAAR vraagt of de wethouder ook vindt dat het aan corporaties is om de woningen in kwestie niet voor de hoofdprijs te verkopen, als de gemeente wil dat de woningen sociaal verhuurd blijven. Wethouder IVENS antwoordt dat de corporaties de woningen voor marktwaarde moeten verkopen.
De 10% afslag mag alleen berekend worden als de woning aan de zittende huurder verkocht wordt. Meer korting zou zeker helpen, maar dat mag op dit moment niet. Ook de gemeente moet marktconforme prijzen betalen als ze woningen wil opkopen. Hij antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat het de vraag is of het mogelijk is de verhuurinkomsten in balans te krijgen met de vaste lasten die horen bij het verhuren. Het is de vraag of die rekensom uitkomt. Is dat niet zo, dan kan het inderdaad niet zomaar betaald worden. Dat wordt het een lastige puzzel. Wellicht moet hij dan de raad mededelen dat het niet lukt het aangenomen coalitieakkoord op dit punt in harmonie te brengen met de aangenomen begroting. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld. Het wordt op verzoek van mevrouw Van Soest geagendeerd voor de raad. 7. Raadsbrief verdeling woningen Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 24 maart 2021
WB
(ZD2021-001316) De heer VAN DEN HEUVEL spreekt zijn zorgen uit over de enorme druk die deze brief, en ook de voortgangsrapportage, laten zien op dit stelsel. Het bieden van een woning aan de groepen die het het hardst nodig hebben, is een van de belangrijkste onderwerpen voor deze commissie. Het gaat om mensen die dakloos dreigen te raken en op een bankje moeten slapen. In deze brief worden de knelpunten zichtbaar. Hij is blij met de inzet van het college, ook al gaat niet alles helemaal goed. Er wordt zonder veel taboes gekeken naar de mogelijkheden. Daarom steunt zijn fractie de inzet om te kijken wat het percentage is van de vraag bij de verschillende groepen, en op basis daarvan tot een verdeling te komen. Hij vraagt of in de lobby naar het Rijk nog wat meer nadruk kan worden gelegd op de huisvestingsplicht. Op dit moment bestaat die alleen voor statushouders. Moet er geen huisvestingsplicht komen voor dak- en thuislozen? Hun situatie is even nijpend als die van statushouders. Hij vraagt hiervoor een expliciete lobby naar het Rijk te voeren. In de brief staat dat eind januari met corporaties en huurderskoepels besproken zou worden of het aantal van 1800 vergroot zou kunnen worden. Hij vraagt of er al meer duidelijkheid is.
Is dat mogelijk? Waarop denkt men uit te komen? Verder staat er dat voor het onderzoeken van mogelijkheden bij de voorjaarsnota gevraagd zal worden het benodigde budget vrij te maken. Hij vraagt of er inderdaad bij de voorjaarsnota een voordracht van het college verwacht mag worden om meer geld vrij te maken. Hoeveel is er nodig? Hoe effectief is het budget, dus hoe meer budget hoe meer woningen vrijgemaakt kunnen worden? De heer LEENDERS vindt het een heldere en goede brief waarin de vinger op de zere plek gelegd wordt. Er is een tekort aan woningen en een groeiende groep kwetsbare mensen die in de problemen zitten. Dat probleem zal Amsterdam samen met het Rijk op moeten lossen. Hij vraagt hoe de stand van zaken is bij de gesprekken met het Rijk. Hoe loopt de lobby? Ligt dit probleem op de formatietafel? Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat het hierbij gaat om de verdeling van pijn, en de kosten voor de stad. Amsterdam heeft voor een groot deel van deze kwetsbare groepen geen huis te bieden. Dat is een treurige realiteit. De actielijnen zijn een goede zaak, want kwetsbare groepen mogen niet tegen elkaar uitgespeeld worden. De gekozen oplossingen zijn soms meer, en soms minder duurzaam. Het is fantastisch dat een kort verblijf geregeld wordt, maar de wachtlijst blijft nog steeds staan. Belangrijk is de regionale spreiding en zijn de afspraken over de warme overdracht.