Definitief verslag WB 13-01-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 13-01-2021
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 13 januari 2021 van 09.00 uur tot 12.30 uur, digitaal Woensdag 3 februari 2021
Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Ivens Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer Flentge (SP), de heer Hammelburg (D66), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw De Jong (GroenLinks), mevrouw Kiliç (DENK), de heer Leenders (PvdA), de heer Mangal (DENK), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Van Soest (PvdO) Afwezige commissieleden (met bericht): Overige aanwezigen: de heer Verbeek, mevrouw Bollen
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER meldt dat vandaag de laatste vergadering is voor mevrouw De Jong. Namens de leden dankt zij haar voor haar bijdragen aan de vergaderingen en wenst haar veel succes als wethouder in Zwolle. Mevrouw DE JONG dankt de voorzitter voor haar woorden. Het was haar een genoegen om lid te hebben mogen zijn van deze commissie. Wethouder IVENS doet de volgende mededelingen. Hij heeft op 23 september toegezegd dat hij zou gaan communiceren over de vergunning die nodig is voor vakantieverhuur. Dat heeft hij 4 januari gedaan middels een advertentie in Het Parool, de gemeentelijke website en social mediakanalen, waarbij het ging over de invoering van de huisvestingsverordening en wat dat betekent voor Amsterdammers, ook in verband met de vakantieverhuur en de registratieplicht. Eind maart of begin april zal nog een nieuwe communicatiecampagne opgezet worden over toeristische verhuur en wat daarvoor nodig is.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
Op 31 december 2020 is het bestuur van het Huurdersnetwerk Amsterdam opgestapt. Tot het aantreden van een nieuw bestuur neemt de RvC de zaken waar. Men is druk bezig met het formeren van een nieuw bestuur. Volgens de statuten van het Huurdersnetwerk Amsterdam moet er binnen twee maanden weer een bestuur zijn. Men gaat ervan uit dat dat lukt, maar als dat niet zo is moeten er subsidies worden opgeschort. December was voor de stadsreiniging een heel drukke maand. Er was bijna 50% meer inzet nodig en meer routedagen. De extra kosten voor december zijn vermoedelijk ruim 165.000 euro. De kerstboominzameling ging dit jaar anders dan andere jaren. Het lijkt erop dat het minder chaotisch verloopt, maar er zijn nog steeds verbeteringen mogelijk. Er volgt nog een evaluatie. De communicatie kan beter en wellicht zijn betere locaties mogelijk. In de eerste week van de kerstboominzameling is al ongeveer 80% van de totale hoeveel kerstbomen vorig jaar opgehaald.
c. Vaststellen agenda De VOORZITTER merkt op dat er voor het besloten punt op de agenda geen aanmeldingen van leden zijn binnengekomen voor een bijdrage. Zij concludeert dat het punt in de commissie en in de raad gehamerd kan worden. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 9 december 2020 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille De heer HAVELAAR vraagt naar de status van de toezegging aan de commissie over de totaalrapportage afvaloffensief, die in het vierde kwartaal 2020 zou komen. Wethouder IVENS kan nu niet zeggen wat de status is. Hij zegt toe er snel achteraan te zullen gaan. Mevrouw VAN SOEST vraagt wanneer de schriftelijke vragen over bodemverontreiniging in het Oosterpark beantwoord worden. De einddatum was 5 januari. Wethouder IVENS wijt de vertraging aan het kerstreces. Hij heeft de ambtelijke reactie op de vragen nog niet onder ogen gehad. f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt dat met het ingaan van het nieuwe RvO de regels voor het agenderen van TKN-punten zijn veranderd. Wil een lid een TKN-stuk agenderen, dan dient deze dat uiterlijk 13.00 uur op de dag vóór de betreffende commissievergadering schriftelijk aan te geven bij de commissiegriffier, vergezeld van een motivatie.
De vergadering beslist dan of de stukken in kwestie voor de daaropvolgende vergadering kunnen worden geagendeerd. Deze nieuwe regeling zal zij vanaf de volgende vergadering toepassen.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
De heer HAMMELBURG verzoekt TKN-2 te agenderen. Hij wil de uitkomsten van de brief met de wethouder bespreken. De heer LEENDERS bedankt de wethouder in verband met TKN-5 voor de uitgebreide beantwoording van de motie. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich geen insprekers aangemeld. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag De heer HAVELAAR vraagt in verband met reiniging of er in Amsterdam een infrastructuur voor bedrijfsafval bestaat, waarbij hij bijvoorbeeld denkt aan restaurants die hun afval via een abonnement op laten halen. Kan de gemeente van die infrastructuur gebruikmaken nu alle horeca en de meeste winkels gesloten zijn? Wethouder IVENS dankt voor de goede suggestie. Er wordt inmiddels al gebruikgemaakt van de overcapaciteit bij grotere commerciële inzamelaars, die door de lockdown minder werk hebben. De gemeente zet hun wagens tegen betaling in. Met de verlenging van de lockdown zal opnieuw overlegd worden over de inzet van deze wagens. Mevrouw VAN PIJPEN wijst op het probleem van veel en verkeerd aangeboden afval. Het is van belang om actieve Amsterdammers te betrekken om hun buurt schoon te houden, zoals met de adoptanten van afvalbakken.
Zij hoorde van zo’n adoptant dat men het zwaar heeft door de huidige hoeveelheid afval. Met name de weekends zijn een probleem, omdat de ondersteunende dienst van de gemeente dan niet bereikbaar is als problemen opgelost moeten worden. Zij vraagt of het mogelijk is om die ondersteunende dienst in het weekend voor de afvalbakadoptanten beschikbaar te stellen. Wethouder IVENS antwoordt dat aan die mogelijkheid kosten verbonden zijn. Momenteel wordt bekeken of het mogelijk is om incidenteel op zaterdagen van die dienst gebruik te maken. Als dat structureel het hele weekend moet gebeuren, kan hij niet binnen het gestelde budget blijven. Daarover zou bij de voorjaarsnota gesproken moeten worden. Daarbij komt het probleem van werken op zondag. De discussie met de OR over de roostersystematiek zal daardoor niet vergemakkelijkt worden. Hij complimenteert overigens de containeradoptanten met hun gigantische werk. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt waar het vet waarin de oliebollen gebakken werden heen moet. Je kunt het inleveren bij een van de afvalpunten, maar die zijn soms ver weg, vooral als je maar een klein flesje frituurvet hebt. Zij vraagt of het mogelijk is om op meer plekken in de stad een inzamelpunt voor frituurvet te organiseren. Kan over dat onderwerp ook meer gecommuniceerd worden? Het frituurvet mag niet in het riool verdwijnen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
Wethouder IVENS erkent dat hij aan dit probleem onvoldoende aandacht heeft besteed. Hij zegt toe er later nog op terug te zullen komen. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt wat de reden was voor het opstappen van het bestuur van het Huurdersnetwerk Amsterdam. De huurders hebben er recht op om dat te weten. Wethouder IVENS is het met dat laatste eens. Hij zal vragen of het Huurdersnetwerk daarover op zijn site wil communiceren. De heer HAMMELBURG dankt de wethouder voor de verbetering bij het inzamelen van kerstbomen. Het verschil was goed zichtbaar. Toch ziet hij in de straat veel kerstboomstapels te dicht bij gevels staan, met alle veiligheidsrisico’s van dien. Gaat de wethouder daar nog naar kijken? Wethouder IVENS antwoordt dat de brandweer nog heeft meegekeken naar de locaties. Er zijn al kerstbomen ingezameld vóór de jaarwisseling. Mogelijk kunnen de locaties nog beter nog beter en veiliger; daar zal voor volgend jaar nog naar worden gekeken. 3. Openbare Ruimte en Groen: Instemmen met een krediet voor de herinrichting van delen van het Noorderpark (ZS2020-010328) Mevrouw VAN SOEST merkt op dat haar fractie met dit voorstel akkoord gaat. Mevrouw BAKKER merkt op dat haar fractie, net als indertijd toen het ging over het Rembrandtpark, het Martin Luther Kingpark en het Sloterpark, tegen zal stemmen.
Het is goed dat er in de parken wordt geïnvesteerd, maar dan niet met die zware nadruk op intensiever gebruik. De stad moet niet volgebouwd worden. Als men daarmee stopt, komen de groene gebieden onder minder druk te staan. Bovendien investeert men met dit krediet in een nieuw evenemententerrein met daarbij ruimte voor een terras, midden tussen de kinderpoelen. Vrachtwagens van 11 m lang zullen worden verwelkomd. Er wordt op die manier ook geïnvesteerd in verharding, drainage en verlichting. Haar fractie heeft liever dat men het ruigere groen en de bomen laat staan en de herinrichting achterwege laat. Mevrouw VAN PIJPEN is erg blij met de investering in de parken om ze toekomstbestendig te maken. Het is tijd om de oude plannen voor het Noorderpark tot realisatie te brengen. Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Bakker dat de inhoudelijke kant van dit plan al eerder is vastgesteld. Het gaat nu om het benodigde krediet. Dat het zo lang geduurd heeft, is omdat hij eerst dekking wilde vinden voor het beheer en de onderhoudslasten. Dat is nu gelukt. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht voldoende behandeld is en gehamerd kan worden in de raad. Bouwen en Wonen 4. Het realiseren van studentenwoningen in leegstaande hotels (ZD2020-014983) Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil graag meehelpen om de woningnood onder studenten op te lossen.
Die is vergroot door het aan banden leggen van het woningdelen een jaar geleden. Zij wil de studenten steunen die een kamer zoeken, maar dus ook alle
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
aanbieders van studentenkamers en iedereen die wil bijdragen aan het verminderen van de woningnood. Opmerkelijk was de wat zure reactie van wethouder Ivens op AT5 op het bericht dat leegstaande hotels tijdelijk aan studenten worden aangeboden. Positief was dat de wethouder met de hoteliers in gesprek wil gaan over de mogelijkheden. Zij vraagt wat uit die gesprekken naar voren is gekomen en wat de concrete gevolgen voor studenten zijn. Verder heeft zij schriftelijke vragen gesteld over het tekort aan studentenwoningen en andere studentengerelateerde zaken. De wethouder geeft aan dat bij hem geen officiële definitie bestaat van studentenhotels. Erkent de wethouder dat deze vorm onder studenten bestaat en vrij populair is? En hoe kijkt de wethouder naar de mogelijkheden om deze studentenvorm te ondersteunen en te versterken? De heer HAMMELBURG wijst op de huidige crisis en de duizenden hotelkamers die al lange tijd leegstaan. Dat is zonde voor de hoteliers, maar ook voor studenten en starters en thuiswerkers die af en toe op een andere locatie zouden willen werken. De reactie van wethouder Ivens op AT5 was wat terughoudend. ‘Zuur’, zoals mevrouw Naoum Néhmé het betitelt, zou hij het niet willen noemen. Hij vraagt hoe de gesprekken tot nu toe verlopen zijn.
Welke vindingrijkheid kan de wethouder tonen? Kan hij ervoor helpen zorgen om studenten, starters en mensen die zoeken naar een plek om tijdelijk te werken binnen de coronaregels een plekje binnen de hotels te geven? Dat zou een win-winsituatie kunnen opleveren. Mevrouw VAN SOEST ziet op pagina 28 van Gebouwd in Amsterdam een analyse van de woningbouwproductie, waarbij de speciale doelgroepen genoemd worden. Er zijn in totaal bijna 1600 sociale huurwoningen opgeleverd aan woningbouwcorporaties. Maar tel je de woningen voor studenten, jongeren, statushouders en rolstoelgeschikte woningen bij elkaar op, dan komt er een ander getal naar voren. Welke doelgroep valt niet onder de sociale huurwoningen? Waar blijven de ouderen in dit verhaal? De heer LEENDERS herinnert eraan dat zijn fractie begin mei 2020 al voorstelde om hotels die het niet gaan redden te transformeren naar woningen. De VVD voegt daar nog kantoren aan toe. Hij vraagt of daarover gesprekken worden gevoerd. Hij sluit zich aan bij de vraag van de heer Hammelburg. Is de hotelmarkt echt bereid om hotels te transformeren naar woningen, voor studenten of ouderen? De heer MANGAL weet ondanks alle cijfers in het stuk nog steeds niet hoeveel studenten gehuisvest moeten worden. Hoeveel zijn dat er? Men benadrukt dat er voor de gemeente Amsterdam niet zoiets als een studentenhotel bestaat.
Maar er blijkt wel een in aanbouw te zijn. Er komt nog een ‘not for tourists’-hotel bij, gericht op internationale studenten, trainees en expats. Er is geen sprake van prijsopdrijving. Hij is blij dat de gemeente onderzoekt of leegstaande kantoorpanden omgekat kunnen worden naar studentenwoningen. Studenten volgen het onderwijs momenteel online, waarvoor zij bij hun ouders terechtkunnen. Dit in tegenstelling tot gezinnen die vanwege de crisis op straat zijn komen te staan, of de inwonende mantelzorgers van wie de oudere wellicht aan corona is bezweken. Graag ziet hij dat de studentenhotels ingezet worden om daklozen tijdelijk te huisvesten. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? De heer VAN DEN HEUVEL vraagt welke rol de huurbescherming heeft in de gesprekken van de wethouder met hoteliers over studentenhuisvesting. Een student zal een goede prijs moeten bestalen voor een hotelkamer. Als het toerisme weer aantrekt en de huurbescherming onvoldoende is, zal de student weer snel op straat staan. En juist dan heeft die behoefte aan een kamer in Amsterdam, omdat tegen die tijd de universiteiten fysiek weer van start gaan. Hoe staat het met de huurbescherming? Worden door de hoteliers voor dit doel contracten gebruikt? Zo nee, hoe gaat men er dan mee om? De heer FLENTGE begrijpt dat hotels in tijden van crisis een deel van hun kamers ter beschikking aan studenten wil stellen.
Het is ook begrijpelijk dat studenten daarvan gebruikmaken. Toch dient men hierbij voor de lange termijn vraagtekens te plaatsen, want
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
het gaat om de rechten van huurders en de prijsbepaling van de kamers. De bescherming van studenten is en blijft essentieel. Hij vraagt of dit een route is die voor de lange termijn iets oplevert. Moet men die richting op? Er moeten kamers komen die vallen onder het woningwaarderingstelsel, met contracten en huurbescherming. Hoe ziet de wethouder de huidige planvoorraad voor jongeren- en studentenwoningen? Is die genoeg om plek te bieden voor jongeren en studenten nadat hun campuscontract is afgelopen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt waarom je naar de lange termijn moet kijken als het probleem nú speelt, vanwege corona. Verder vraagt zij of de heer Flentge bekend is met de cijfers die het college heeft gegeven bij de monitor kamerverhuur, over de enorme tekorten aan studentenwoningen in Amsterdam. Wat wil de SP daaraan doen? De heer FLENTGE antwoordt dat je de tekorten aan studentenwoningen niet oplost door studenten tijdelijk in een hotel te huisvesten. Je zult voor de lange termijn voldoende huisvesting moeten hebben, en niet alleen voor studenten maar ook voor jongeren. Er moet dus voldoende planvoorraad zijn voor betaalbare studentenwoningen en jongerenwoningen. Dat vergt iets meer regulering, iets minder markt en meer afspraken maken. Dat hotels voor studenten opengaan in tijden van corona is prima, maar toch is dat geen oplossing voor de lange termijn.
Als de coronacrisis voorbij is, zullen die hotels weer terug willen naar normaal. De studenten komen dan op straat te staan. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ denkt dat studenten heel blij zijn met die al dan niet tijdelijke hotelkamer, ook al is het geen structurele oplossing. Zij is het eens dat de studenten wel tijdig moeten weten wanneer ze weg moeten; ze mogen niet binnen een week op straat staan. Het valt haar op dat de SP alle voorstellen van de laatste tijd om het aantal studentenwoningen te vergroten heeft verworpen. Ook heeft de SP bijgedragen aan het beknotten van het aantal studentenwoningen, zoals bij het woningdelen. De heer FLENTGE reageert dat de studentenhuisvesting ook in tijden met de VVD in het college een terugkerend thema was. Er werden op grote schaal studentenwoningen bij gebouwd, terwijl er toch steeds tekorten bleven. Dat zal helaas niet snel opgelost kunnen worden. Het is niet zo dat de verkameringsregels belemmerend hebben gewerkt voor de studentenhuisvesting. Slechts in dertien wijken blijkt het vol te zijn. In vele tientallen andere wijken is er dus nog extra ruimte om woningen te verkameren. Het is zelfs de vraag of de regels in de huisvestingsverordening niet te ruim zijn gesteld. Er zijn nog steeds voldoende mogelijkheden voor verkamering. Je moet goed in de gaten houden dat het ook voor Amsterdammers leefbaar blijft.
Een appartement boven je dat gesplitst wordt in vieren, kan een zware belasting betekenen. Een structurele oplossing voor het tekort aan studentenwoningen is de bouw van meer studentenwoningen. Daarvoor moeten voldoende afspraken gemaakt worden met bouwers. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of de heer Flentge suggereert dat studenten in wijken waar de quota voor woningdelen overschreden zijn, hun heil moeten zoeken in wijken waar geen overschrijding is. De heer FLENTGE antwoordt dat er nog in heel veel wijken mogelijkheden zijn voor verkamering. Je kunt je afvragen of dat op termijn niet wat anders moet. De heer HAMMELBURG merkt op dat het erom gaat aan studenten, en anderen die in het gedrang zitten, tijdens deze coronacrisis een oplossing te bieden, ook al is die tijdelijk. Is de SP bereid om te kijken naar tijdelijke oplossingen om te zorgen dat gebruikgemaakt kan worden van de capaciteit van hotels? Later kan er verder gepraat worden over structurele oplossingen. De heer FLENTGE antwoordt dat hij goed begrijpt dat studenten in coronatijden naar hotels toestappen voor een tijdelijk verblijf. Het is ook begrijpelijk dat hotels daarin
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
geïnteresseerd zijn. Hij heeft echter de indruk dat men van liberale hoek de studenten wel heel enthousiast richting hotels stuurt. Dan vraagt hij zich af wat dat betekent voor de huurrechten van studenten. En wat voor de prijs die ze moeten betalen? Hoe zit het met de rechtsbescherming van het woningwaarderingsstelsel? De heer HAMMELBURG herhaalt dat hij zich wil bepalen tot de huidige coronacrisis. Er zijn momenteel studenten in de knel die vragen om een tijdelijke oplossing. Is alles voor de SP mogelijk om in deze coronatijd een oplossing te vinden voor studenten, dus zonder taboes? Hij wil het daarna ook graag hebben over de duizenden studenten- en jongerenwoningen die nog gebouwd moeten worden. Natuurlijk moet ook gekeken worden naar de betaalbaarheid. De heer FLENTGE antwoordt dat hij taboeloos naar oplossingen wil zoeken. Er moet vooral ook gezocht worden naar oplossingen voor de lange termijn. Wethouder IVENS merkt op dat er door de hotels behoorlijk veel vragen zijn gesteld over wat ze wel en niet in hun hotels mogen doen. Op de gemeentelijke website is een aantal van die vragen beantwoord. Er is een verschil tussen opvang en wonen. Bij wonen is er een huurcontract en staat iemand ingeschreven. Er is ook opvang waarbij iemand zich inschrijft in de basisadministratie. En dan is er huren waarbij iemand huurbescherming geniet.
Hoteliers zijn met name beducht voor dat laatste. Met huurbescherming kunnen ze mensen er niet meer zomaar uit krijgen. Opvang is geen wonen en in een hotel wonen is wellicht niet ideaal, bijvoorbeeld omdat je er niet kan koken. Studenten maken momenteel ook gebruik van enkele honderden landingsplaatsen voor internationale studenten. Studentenhotels waren bedoeld als alternatief voor studentenwoningen. Met steun van de VVD zijn die studentenhotels in de vorige collegeperiode uit de lijst wenselijke opties geschrapt. Het is de bedoeling om studenten een eerlijk contract te geven voor een betaalbare studentenwoning. Dat neemt niet weg dat er nog een aantal nieuwe studentenhotels zal komen. Geplande hotels kunnen omgezet worden in studentenhotels. Het is duidelijk dat er voor studenten meer woonruimte moet komen. Binnenkort wordt verder gepraat over de voortgang van het plan studentenhuisvesting. Amsterdam is in Nederland een van steden die het meest bouwt voor studenten. De gemeente laat daarmee zien dat er structureel aan een oplossing gewerkt wordt. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat hij het rapport Gebouwd in Amsterdam niet bij de hand heeft. Zij moet haar vraag daarover technisch indienen.
Ouderen kunnen inderdaad ook in die hotels gehuisvest worden, maar de hoteliers lijken niet bereid om hun hotels structureel om te zetten in woningen met vergunningen en bestemmingsplanwijzigingen e.d. Ze willen in tijden van tijdelijke leegstand wel mensen huisvesten. Dat kunnen studenten zijn, maar ook is de suggestie gedaan economisch daklozen onderdak te bieden. Daarvoor zijn arrangementen opgezet. Wel gaat het dan om andere prijzen dan hoteliers gewend zijn met 15 euro per dag. Verschillende hotels doen mee en huisvesten inmiddels 200 economisch daklozen tijdelijk in leegstaande hotelkamers. Het gesprek met hoteliers daarover blijft doorgaan. Hoteliers gaan er wel vanuit dat de toeristenstromen weer aan zullen trekken. Het blijft dus opvang. De heer LEENDERS complimenteert de hoteliers die meewerken aan de opvang van economisch daklozen. In mei 2020 heeft zijn fractie voorgesteld om hotels structureel te transformeren naar woningen. Hoteliers zijn daar niet happig op. Hij vraagt hoe dat komt, gezien het feit dat sommige hotels structureel te maken hebben met een lage bezettingsgraad. Wethouder IVENS antwoordt dat het dan moet gaan om hotels die ook voor corona al te kampen hadden met een lage bezettingsgraad. In het algemeen denken hoteliers dat ze na de coronacrisis weer gewoon terug kunnen naar het oude.
Er is nog steeds een behoorlijk verschil tussen een huurprijs en de overnachtingsprijs van een hotel. Hij is graag bereid het gesprek aan te gaan met hotels.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
De heer LEENDERS wijst erop dat sommige hotels een jaar met een lage bezettingsgraad zitten en dat gewoon kunnen lijden. Voorstelbaar is het dat het voor hotels interessant kan zijn om tijdelijk dan wel structureel te transformeren naar woningen. Wethouder IVENS antwoordt dat de hotels wel geïnteresseerd blijken in tijdelijk opvang. Tijdelijk ombouwen naar woningen kan niet. Het vraagt ook behoorlijk wat om woningen te transformeren naar woningen. Woningen moeten een keuken hebben en aan andere eisen voldoen dan een hotelkamer. Voorstelbaar is het wel dat hotels die sowieso niet goed lopen kunnen worden getransformeerd naar woningen. Daarvoor zijn dan wel omgevingsvergunningen e.d. nodig. De heer VAN DEN HEUVEL constateert dat VVD en D66 de inkomsten van hoteliers belangrijker vinden dan de huurbescherming van studenten. Daarom wil hij weten hoe het zit met de huurbescherming, contracten en de huurprijs. En weet de wethouder hoeveel studenten op dit moment gebruikmaken van de mogelijkheid van hotels? Dat aantal moet dan waarschijnlijk bij het aantrekken van de toeristenstroom opnieuw gehuisvest worden, omdat ze dan op straat komen te staan. Wethouder IVENS antwoordt dat studenten vooral naar de landingsplaats voor internationale studenten getrokken zijn. Die contracten zijn ook meestal weer beëindigd, omdat ook nu het aantal internationale studenten nog blijft groeien.
Hij weet dus niet het aantal studenten in hotelkamers. De hoteliers willen voorkomen dat de studenten huurbescherming krijgen. Wel kent hij het aantal van 200 in het arrangement voor economisch daklozen met een huurprijs van 15 euro per nacht. Dat aantal zit dus inderdaad zonder woning als de toeristen weer terugkomen. Uiteraard is de situatie van economisch daklozen anders dan die van studenten. Vaak hebben ze alleen maar even een plek en opvang nodig, waarna ze zichzelf weer kunnen redden. De heer HAMMELBURG vindt het fantastisch dat er 200 arrangementen zijn voor economisch daklozen. Hij vraagt of iets soortgelijks ook mogelijk is voor studenten. En kan de wethouder op korte termijn per brief informatie geven over de gehouden gesprekken? Om hoeveel hotels en hoeveel kamers ging het? Hoeveel studenten zouden daarvan gebruik kunnen maken? Wethouder IVENS wijst erop dat dit het dossier van andere portefeuillehouders, namelijk de wethouders Kukenheim en Everhardt, raakt. Het gaat niet om ‘wonen’, maar om ‘opvang’, ‘verblijven’ of ‘hotels’. Hij kan dus geen brief met informatie over dit onderwerp sturen. Het college richt op economisch daklozen omdat daar grote druk bestaat. Mogelijk zou men als aanvulling op de arrangementen wellicht ook studenten zo aan tijdelijk onderdak kunnen helpen. Toch zijn voorlopig de economisch daklozen nog niet volledig geholpen.
Die hebben behoefte aan tijdelijke opvang om daarna weer verder te kunnen. In eerste instantie zal het college zich dus op economisch daklozen richten. Als het met beschikbare kamers zo stormloopt dat er niet voldoende economisch daklozen voor zijn, komen studenten wellicht in beeld voor een tijdelijk arrangement. De heer HAMMELBURG vindt dat onvoldoende; het gaat hem om het hier en nu. Hij vraagt meer urgentie aan de kwestie te geven, want anders moet hij het agenderen voor de raadsvergadering. Wethouder IVENS antwoordt dat elk hotel dit nu al kan doen; daarvoor hebben ze het college niet nodig. Hij weet ook niet hoeveel hotels dit nu al doen. Het enige wat het gemeentebestuur doet is informatie geven over wat wel en niet kan. Die speciale arrangementen zijn er voor de kwetsbare groep die niet binnen het programma kwetsbare groepen geplaatst kan worden. De heer HAMMELBURG verzoekt dit onderwerp op de raadsagenda te plaatsen. De VOORZITTER concludeert dat dit punt geagendeerd wordt voor een korte
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
behandeling in de tweede raadsvergadering na deze commissievergadering, dus die van 10 en 11 februari. 5. Nibudrapport ‘De financiële positie van huurders in Amsterdam’ (ZD2020-014588) De heer LEENDERS wijst erop dat 42% van de sociale huurders, wat neerkomt op bijna 60.000 Amsterdammers, in een financieel zorgelijke situatie verkeert. Door de crisis is dat aantal nog verder toegenomen. Het is teleurstellend dat de stijging van de huren in het kader van de prestatieafspraken nog in stand blijft. De corporaties schijnen wel te kijken naar mogelijkheden binnen de bestaande afspraken. Toch moet het duidelijk zijn dat de corporaties een maatschappelijke taak hebben. Ze dienen ervoor te zorgen dat mensen betaalbaar kunnen wonen, wat dus voor 42% van de huurders niet zo is. Hij vraagt hoe de gemeente op afzienbare tijd deze 60.000 Amsterdammers gaat helpen om uit deze penibele huursituatie te komen. Verder vraagt hij hoe flexibel die prestatieafspraken zijn. Ze zijn nu twee jaar oud, en van die twee jaar heerst er al een jaar een coronaepidemie die voor sommigen de bestaanszekerheid nog verder onder druk zet. In de samenwerkingsafspraken staat dat gemeenten, huurderskoepels en corporaties op grond van het Nibud-onderzoek in 2020 gezamenlijk vaststellen of de afgesproken huursomstijging voor de periode 2021-2023 en betaalbaarheid in brede zin moeten worden herzien.
Als deze 42% en de coronacrisis daartoe geen aanleiding geven, wat kan dan wel een reden zijn om de stijging van de huren te herzien? Mevrouw VAN SOEST merkt op dat in het rapport meerdere maatregelen staan vermeld die als financiële hulp kunnen worden ingezet. Zo is in het woonlastenakkoord afgesproken dat corporaties de huur verlagen van huurders die drie jaar of langer onder een inkomensgrens zitten van 120% van het wettelijk sociaal minimum. Is de wethouder bereid om hierop wat meer actie te ondernemen? Mevrouw DE JONG sluit zich aan bij de woorden van de heer Leenders. Zoals mevrouw Van Soest aangaf, bestaat er al een heel mooie regeling voor mensen met een te hoge huur en een laag inkomen. Zij kunnen lage huren krijgen. Kan dat nog meer onder de aandacht worden gebracht? Kunnen corporaties aangespoord worden om dat meer bekend te maken bij huurders? Verder vraagt zij of de corporaties momenteel de afspraken over middenhuur nakomen. Recent zag zij een kleine woning van 43 m2 die voor 1400 euro werd aangeboden, wat niet overeenkomstig de afspraken over lage middenhuur is. Die prijs was bedacht door een externe taxateur. Na enige ophef is de prijs aangepast. Ook de processen zijn daarop nog eens herzien, zodat er een goede check komt en goed nagedacht wordt over een reële vraagprijs van een organisatie met een maatschappelijke opgave.
Zij vraagt of de wethouder zicht heeft op het aantal woningen dat in middenhuur wordt aangeboden. Is dat in lijn met de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt waarom het college een Amsterdamse versie van de verhuurderheffing heeft ingevoerd door de OZB te verhogen, die rechtstreeks moet worden doorbelast aan huurders. Mevrouw DE JONG antwoordt dat de OZB-verhoging generiek is. Er zijn veel meer huiseigenaren dan woningcorporaties in de stad. Zij neemt aan dat mevrouw Naoum Néhmé bedoelt te zeggen dat het tijd wordt de verhuurderheffing af te schaffen. In ieder geval blijkt dat mevrouw Naoum Néhmé de verhuurderheffing geen goed idee vindt. Daar is zij blij verrast over. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is het eens dat er meer woningeigenaren in Amsterdam zijn dan corporaties, maar die laatste bezitten wel bijna 180.000 sociale huurwoningen. Op die manier verhoogt GroenLinks de lasten voor 180.000 huishoudens met lage inkomens. En dan wijst GroenLinks naar Den Haag met zijn verhuurderheffing.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
Mevrouw DE JONG wijst erop dat de verhuurderheffing van Den Haag, die corporaties moeten betalen aan het Rijk voor het verhuren van sociale woningen, veertig keer zo hoog is als de voorgestelde OZB-verhoging. Het Rijk maakt dat de corporaties geen financiële ruimte hebben. De heer MANGAL sluit zich aan bij de woorden van de heer Leenders en mevrouw Van Soest. In Het Parool van eergisteren las hij dat de woonlasten voor Amsterdammers in 2021 bovengemiddeld toenemen. De inflatie is 1,4% en landelijk nemen de woonlasten voor huurders met 8% toe. Amsterdam spant dan ongeveer de kroon met een stijging van 18,2%. Gaat de woning over naar iemand anders, dan neemt de huur soms met meer dan 50% toe. Ondertussen sluiten veel kopers hypotheken over tegen bedragen van drie, vier of vijf ton tegen 1 of 2% rente. Dat komt neer op een gemiddelde maandelijkse rente van 300-500 euro. Dat kan je vergelijken met een gemiddelde sociale huur van 750 euro, waarvoor je dan ook nog een kleiner huis krijgt. Daarnaast staat in het rapport dat veel lagere huren procentueel meer verhogen. Alleen door de huurtoeslag zijn die woningen dan nog betaalbaar. Het is dus de overheid die de verhogingen van de corporaties betaalt. Hij vraagt of dat inderdaad zo is. De heer FLENTGE sluit zich aan bij de woorden van de heer Leenders.
Hij maakt zich zorgen over deze groep, ook omdat alle inspanningen om de lasten voor deze groep wat te verlichten maar deels werken. Voor veel mensen hebben die niet het gewenste effect. Hij vraagt wat de corporaties zouden kunnen doen voor deze groep mensen. Wethouder IVENS merkt op dat een grote groep huurders in de financiële klem zit. Ze hebben moeite om rond te komen, blijkt duidelijk uit dit rapport. Daarom moet de gemeente in haar armoedebeleid blijven investeren. Daar moeten nog extra accenten gelegd worden. Op basis van dit rapport kan geconcludeerd worden dat het woonlastenakkoord werkt. Hij is er trots op dat dit lokale woonlastenakkoord, dat in Amsterdam structureel doorgezet wordt, nu ook landelijk gekopieerd wordt. Deze eenmalige huurverlaging moet goed onder de aandacht van huurders gebracht worden. De huurderskoepels zullen dit inbrengen in het volgende overleg met de corporaties. Hij antwoordt de heer Leenders dat hij graag af wil van de huurverhoging. Woonbond en Aedes hebben indertijd inflatie plus 1% afgesproken voor Amsterdam, omdat anders beknibbeld zou moeten worden op de verduurzamingsopgave bij nieuwbouw. Hij wil graag meer verduurzaming, meer woningen laten bouwen en lagere huurprijzen. Er is gezocht naar evenwicht tussen al die belangen. Zonder de landelijke verhuurderheffing kan dat evenwicht veranderen.
Hij weet niet of de corporaties de afspraken over middenhuur nakomen, omdat de monitor over de prestatieafspraken nog niet gereed is. De ervaring is dat corporaties de afspraken meestal redelijk goed nakomen. Er worden geen afspraken gemaakt over huurhoogtes van geliberaliseerde woningen boven de middenhuur. Hij antwoordt de heer Mangal dat de overheid inderdaad deels betaalt voor de huurstijging via de huurtoeslag. De reden dat de huren stijgen is dat de corporaties enorm veel belastingen moeten betalen aan de overheid. Hijzelf maakt zich het meest zorgen over het deel van de huurstijging dat niet via de huurtoeslag terugkomt bij de huurder. Tweede termijn De heer LEENDERS is teleurgesteld in de geringe flexibiliteit van de prestatieafspraken. 42% van de huurders van corporaties kan zijn huur maar moeilijk opbrengen en zit daarmee in een vervelende situatie. Er is ook sprake van een pandemie. Toch zitten die afspraken zo muurvast dat er maar weinig mogelijk is. Hij begrijpt overigens wel de achterliggende financiële keuzes. Zijn fractie wil graag vinger aan de pols houden bij deze 60.000 Amsterdamse huishoudens die financiële moeilijkheden hebben. Hij vraagt de wethouder om over een halfjaar terug te komen met nieuwe cijfers om te zien of het aantal daalt of toeneemt. Graag doet hij dit debat dan nog eens over om te bekijken of er iets mogelijk is.
Er zijn woningen in Amsterdam Noord die het laagste energielabel hebben en
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
waar mensen in de financiële problemen zitten. Hij wil graag een koppeling zien tussen het verduurzamen van de woningen en mensen die het financieel moeilijk hebben, zodat die direct profiteren van de daaruit voortvloeiende daling van de energielasten. Er moet creatief gekeken worden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt waarom de wethouder een Amsterdamse verhuurderheffing heeft ingevoerd, als hij zich zorgen maakt over de financiële positie van Amsterdamse huurders. Zij doelt op de OZB-verhoging die 180.000 huurders kan raken. Wethouder IVENS wijst op de relatief lage OZB in Amsterdam. Tegelijk met de OZB-verhoging heeft het college extra armoedegelden toegezegd. Wil mevrouw Naoum Néhmé écht iets doen voor de financiële positie van huurders, dan moet zij haar pijlen richten op de landelijke verhuurderheffing. Daar ligt het grote probleem. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat de heer De Vries in De Telegraaf uitgehaald heeft over de OZB-verhoging die sociale huurders gaat raken. Het valt haar op dat linkse partijen die aan de macht zijn hun eigen lastenverhogingen maar heel klein vinden, vergeleken met wat uit Den Haag komt. Wethouder IVENS had het fijn gevonden als er meer rijkscompensatie was gekomen voor de maatregelen die genomen zijn in de coronacrisis. Voor een groot deel heeft Amsterdam dat echter binnen de eigen begroting moeten oplossen, wat dan zo solidair mogelijk gedaan wordt.
Er moest gezocht worden naar mensen die een extra bijdrage konden leveren. Het voorliggende rapport rechtvaardigt de verhoging van lasten voor mensen die dat kunnen betalen, als maar gezorgd wordt voor compensatie voor mensen die in de knel zitten. Daarom moet iedereen iets extra’s betalen, en voor de groep die dat echt niet kan opbrengen komt er extra armoedegeld. Hij is blij mevrouw Naoum Néhmé als medestander te vinden bij de bescherming van mensen met de allerlaagste inkomens. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ benadrukt dat het collegebeleid juist de groep mensen met de allerlaagste inkomens raakt. Waarom heeft men dat gedaan? Wethouder IVENS antwoordt dat er voor een sluitende begroting gekozen is voor een OZB-verhoging voor alle groepen. Tegelijkertijd is er meer armoedegeld om te zorgen dat alle Amsterdammers een betaalbare huur houden. Dat heet solidariteit. Zonder deze lastenverhoging had het gemeentefonds aanzienlijk omhoog moeten gaan. Hij antwoordt de heer Leenders dat vorige keer al gesproken is over de energielastendaling, naar aanleiding van de discussie over de ontwikkelbuurten. Hij zal daar snel nog een keer op terugkomen. Over een half jaar zal er niet veel nieuws te melden zijn. De gewenste effecten zullen dan nog niet zichtbaar zijn. De prestatieafspraken zitten financieel gezien inderdaad vast, maar juist op dit onderwerp bestond er binnen de afspraken ruimte.
De huidige cijfers verrasten hem niet. Dat er mensen in de knel komen was bekend. Het is heel mooi dat er een rijksmaatregel bijgekomen is. Hopelijk verandert die nog iets voor de huurders. Toch wil hij de corporaties niet opdragen om minder woningen te gaan bouwen of minder verduurzaming te doen. Op zoek naar evenwicht is hij daarom niet afgeweken van wat de Woonbond en Aedes hebben voorgesteld. Dat had overigens wel gekund, maar dan moet de gemeente wel aangeven wat er minder gedaan kan worden. Een louter inflatievolgende huurontwikkeling heeft geweldige financiële gevolgen. De corporaties moeten dan ruimte krijgen voor aanpassing van andere afgesproken prestaties. Het liefste zou hij inderdaad de huren bevriezen. De heer LEENDERS merkt op dat hij het onderwerp graag aan de orde wil stellen in de gemeenteraad. De woningcorporaties hebben betere resultaten geboekt op een aantal verduurzamingsambities dan afgesproken in de prestatieafspraken. Er is dus misschien wel ruimte. Verder kunnen de 160.000 Amsterdammers in financiële problemen niets met het feit dat de cijfers van 2019 pas laat beschikbaar komen. Hij wil vinger aan de
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
pols houden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp op de agenda komt van de tweede raadsvergadering na deze commissievergadering, dus op 10-11 februari. Een korte bespreking is dan voldoende. Zij schorst de vergadering van 10.35-10.45 uur. 6. Monitor kamerverhuur tweede halfjaar 2020 (ZD2020-014787) De heer VAN DEN HEUVEL leest in deze monitor waarvoor hij de invoering van dit beleid al waarschuwde. Er wordt geen ruimte geboden aan differentiatie per wijk. Bovendien laat deze monitor zien dat het woningdeelbeleid op deze manier verkamering buiten de ring drukt, naar wijken waar je het helemaal niet wilt hebben. Een voorbeeld vind je in Noord. De Waterlandpleinbuurt en de Buikslotermeerbuurt zijn beide heel groot en hebben heel veel eengezinswoningen en flats. Het gaat om enorme wooneenheden. Als je daar een groot quotum overheen legt, zorgt dat voor uitgebreide mogelijkheden voor een verdergaande verkamering. Het beleid heeft wel een stop gezet voor de verkamering in West. Hij vraagt wanneer meer bekend wordt over de leefbaarheidstoets. Verder merkt hij op dat in Noord, maar ook op plekken buiten de ring, veel grondgebonden woningen staan. Dat zijn gewone rijtjeswoningen met gezinnen. Op dit moment kan er niets gedaan worden tegen de verkamering daar. Er is daar volop ruimte voor.
Hij vraagt of de wethouder bereid is om een verbod op te nemen in de Amsterdamse huisvestingsverordening voor verkamering van grondgebonden woningen. En wanneer zou dat uitgewerkt kunnen worden? De heer HAMMELBURG vraagt of de heer Van den Heuvel wil dat studenten en starters kansen houden op de Amsterdamse woningmarkt. Woningdelen is vaak de enige oplossing. De heer VAN DEN HEUVEL verwijst de heer Hammelburg naar de inbreng van zijn fractie bij debatten vorig jaar over dit onderwerp. De heer HAMMELBURG hoort van de heer Van den Heuvel dat het woningdelen in veel Amsterdamse wijken volledig aan banden moet worden gelegd. Dat zou de kansen voor studenten en starters om een plek te vinden beperken. Is de ChristenUnie voor of tegen woningdelen in heel Amsterdam? De heer VAN DEN HEUVEL antwoordt dat hij daar voor is. Daarbij merkt hij op dat er nog meer regels moeten worden gesteld voor woningdelen. De monitor laat zien dan tussen 1 april en 1 oktober in volle wijken toch hier en daar toenames zijn. Waarschijnlijk zijn dat nieuwe aanvragen die op dit moment lopen. Deze zullen afgewezen worden, omdat het quotum bereikt is. Hij vraagt of er een snellere afhandeling voor die gevallen mogelijk is, om de verkeerde indruk te vermijden dat verkamering toch mogelijk is. Verder vraagt hij of er op grond van de quota al aanvragen afgewezen zijn.
En hoe zit het met wat rechtswege verleende vergunningen? Daarvan was een enorme bulk in maart vorig jaar. Zijn die op een goede manier verwerkt? Of moest de gemeente vergunningen voor verkamering van rechtswege verlenen omdat de gemeente het zelf niet rond kon breien? Er wordt opgemerkt dat het heel lastig is om meer duidelijkheid te bieden omtrent de pandquota. Voorstelbaar is het dat er inmiddels voor een aantal gebieden of wijken wel een beeld bestaat van panden die vol zitten. Is het mogelijk voor de volgende monitor een lijst op te stellen van panden waar het quotum bereikt is? En zo niet, waarom kan dat niet? Kan dat bij een wijk wel, maar niet bij verschillende panden zoals flats? Hij vraagt of de publicatie van aanvragen nu op een goede manier gaat. Er bestonden zorgen van burgers over dit onderwerp. Is het zeker dat alle aantallen in deze monitor kloppen?
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
De heer HAMMELBURG merkt op dat hij bij invoering van dit beleid zijn zorgen naar voren heeft gebracht over de beschikbaarheid van woningdeelwoningen voor starters en studenten. Bij de huidige krapte op de woningmarkt is het heel belangrijk dat starters en studenten de mogelijkheid hebben om een woning te delen. Om die reden heeft hij per motie gevraagd om deze halfjaarlijkse monitor. Er is nog veel ruimte over voor woningdelen, rekening houdend met de buurten waar het aantal woningdeelsituaties zo toegenomen is dat overlast ontstond. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de heer Hammelburg het met haar eens is dat de verkamering aanleiding geeft tot veel overlast. De heer HAMMELBURG antwoordt dat woningdelen op zichzelf niet veel overlast hoeft te geven. Wel zijn er soms concentraties, waarbij veel te veel mensen in een beperkte ruimte wonen. Daarom wil zijn fractie woningdelen beter spreiden over de stad. Dat wordt mogelijk gemaakt door dit beleid. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoe groot volgens de heer Hammelburg een kamer mag zijn. De heer HAMMELBURG antwoordt dat daarvoor goede regels zijn, zoals vastgelegd in de verordening. Zijn fractie heeft ingestemd met het beleid en was tevreden met het aantal vierkante meters per kamer. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of het klopt dat de heer Hammelburg zich zorgen maakt over de beschikbaarheid van kamers voor starters en jonge professionals.
De heer HAMMELBURG bevestigt dat. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat D66 woningdelen ernstig bemoeilijkt heeft met quota. Daarom zitten nu dertien wijken op slot voor studenten. Deze motie heet ‘Monitor verkamering’, maar eigenlijk moet die ‘monitor killen’ heten. De heer HAMMELBURG vindt dat een onzinnige voorstelling van zaken. Uit de cijfers van de monitor blijkt dat er nog zeer veel ruimte is voor groei van woningdeelsituaties in de stad. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het niet aangaan om studenten die met veel moeite een kamer hebben gevonden in een van de dertien volle wijken, te zeggen dat ze in heel veel andere wijken nog terechtkunnen. Studenten begrijpen dat niet. De heer HAMMELBURG antwoordt dat studenten kunnen zien dat het nog steeds mogelijk is om vergunningen aan te vragen in veel delen van de stad. In dertien wijken is het quotum bereikt, maar er zijn in totaal 99 wijken. Er is dus veel ruimte voor groei. Met mevrouw De Jong heeft hij een motie ingediend over het publiceren van de vergunningen online en het informeren van belanghebbenden. Uit de brief en de beantwoording van de wethouder begrijpt hij dat persoonlijk informeren te ingewikkeld is. Hij vraagt een update over het publiceren van de gegevens online.
Mevrouw DE JONG merkt op dat het beleid erop gericht is om enerzijds verhuurders makkelijk een vergunning kunnen krijgen, zodat alle huurders legaal kunnen wonen, en anderzijds een rem aan te brengen op het aantal woningdelers in bepaalde wijken. Buurten moeten in balans blijven. De visies zijn verschillend. De ChristenUnie vindt dat er veel te veel mogelijkheden zijn om te verkameren buiten de ring, terwijl de VVD van mening is dat het woningdelen ‘gekilld’ is. Haar fractie vindt dat dit rapport juist een gemêleerd en ook positief beeld laat zien. Er zijn heel veel vergunningen aangevraagd. Veel verhuurders hebben de kans gegrepen in de drie maanden die ze daarvoor kregen. Daarmee is in een aantal buurten
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
het quotum bereikt. Tot vreugde van de buurtbewoners komen daar geen woningdelers meer bij. Sinds april zijn er veel minder vergunningen aangevraagd. De enorme toename lijkt dus gestopt, maar er blijft ruimte voor woningdelen in de stad. Nog niet de helft van het totaal aantal beschikbare vergunningen is nu afgegeven. De angstbeelden die de VVD vorig jaar schetste zijn ongegrond gebleken. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ reageert dat het geen angstbeelden waren, maar feiten. De coalitie kon er weinig tegenin brengen, omdat het gewoon waar was. Wat zegt mevrouw De Jong tegen studenten die een kamer hebben gevonden, maar bijvoorbeeld niet in de Hoofddorppleinbuurt terechtkunnen, omdat die vol is? Zegt ze dan: ga maar naar Noord? Mevrouw DE JONG antwoordt dat juist in de Hoofddorppleinbuurt verhuurders tot 1 april vergunningen hebben kunnen aanvragen voor woningdelen. Als het goed is, heeft die student daar dus te maken met een vergunde situatie. Is die er niet, dan komt er inderdaad geen nieuwe woningdeelvergunning bij. Een kamer zonder vergunning kan helemaal niet aangeboden worden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ stelt zich voor dat een huurder om de een of andere reden niet in staat was om een vergunning aan te vragen voor 1 april. Mevrouw De Jong maakt de student in kwestie daar dan slachtoffer van. Misschien had de student al in de kamer gewoond voor de nieuwe regels.
Wat zegt mevrouw De Jong tegen de studenten die niet kunnen blijven wonen in hun huidige kamer, bijvoorbeeld in de Hoofddorppleinbuurt? Mevrouw DE JONG antwoordt dat er speciaal voor die situatie een motie is ingediend, om te zorgen dat vergunningen nog drie maanden langer aangevraagd konden worden. Daaraan is zoveel ruchtbaarheid gegeven, dat je mag aannemen dat iedere verhuurder en huurder dat zal hebben gehoord. Zij herhaalt dat de angstbeelden van de VVD ongegrond zijn gebleven. In een opinieartikel in Het Parool had mevrouw Naoum Néhmé het destijds over ‘ondoordacht beleid’, ‘veel te krappe quota’, ‘Amsterdam waar geen student meer kan wonen’, ‘Amsterdam wordt onbetaalbaar, ontoegankelijk en ongastvrij’, ‘het kameraanbod zal drastisch inkrimpen, zo niet verdwijnen, want dispuut- en studentenhuizen zouden niet langer worden toegestaan’. Gelukkig bleken die angstbeelden onterecht. Studenten kunnen gelukkig nog in Amsterdam wonen. Nog niet de helft van het beschikbare aantal vergunningen is afgegeven. Tegelijkertijd komt er door de quota meer balans in de buurten. Tussen 1 april en 1 oktober zijn veel minder vergunningen aangevraagd. Mag men daaruit concluderen dat er rust is en dat de verkamering een halt is toegeroepen? Nog steeds zijn er zorgen van bewoners over de leefbaarheid van hun buurt. Soms grote zorgen, en soms wat minder.
Dat laatste geldt voor West, waar veel vergunningen zijn afgegeven en de quota bereikt zijn in een aantal buurten. Maar de mensen lijken er redelijk gewend te zijn aan verkamering. Er zijn zorgen en klachten, maar minder dan voorheen. Zij is blij dat daar quota zijn. De luidere signalen komen van buurten waar relatief weinig vergunningen zijn afgegeven, zoals in Nieuw-West en Zuidoost. Zij vraagt hoe dat komt en wat eraan gedaan wordt. Naar haar idee bestaan er drie oorzaken. Er worden veel vergunningen aangevraagd, dus hebben mensen het idee dat er veel gaat gebeuren. Daarnaast kan het gaan om illegale verkamering, waarbij de vraag is waarom daar niet op wordt gehandhaafd. Ook kan het dat in de betreffende buurten sprake is van een combinatie van woningdeelsituaties, splitsen en verkoop van sociale huurwoningen, met een toename van de vakantieverhuur. Zij vraagt de wethouder extra aandacht te besteden aan de plekken waar de signalen zo luid zijn. Wil hij de stadsdeelbestuurders in stelling brengen, zodat die goed kunnen toetsen op de criteria bij vergunningverlening? Er zijn gevallen waarbij vergunningen zijn verleend terwijl het pandquotum al bereikt was. Zij sluit zich aan bij de vragen van de heer Van den Heuvel over het monitoren van pandquota. Wil de wethouder
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
ervoor zorgen dat juist daar wordt ingezet op de handhaving en de aanpak van illegale verkamering, als daarover signalen binnenkomen? Zij vraagt verder hoe het gaat over de ontwikkeling van de leefbaarheidstoets. Veel partijen willen zo’n toets, zodat meer maatwerk geleverd kan worden. Wanneer komt dat? Komt het gekoppeld aan een gecombineerd quotum voor verkamering, splitsing en vakantieverhuur? Mevrouw VAN SOEST vraagt mevrouw De Jong wat zij verstaat onder ‘verkamering’. Vroeger kon een student een kamer huren van een bewoner. Nu kopen speculanten woningen op om ze onmiddellijk te verkameren en tegen hoge huren aan studenten te verhuren. Wat is het verschil met vroeger? Mevrouw DE JONG antwoordt dat mevrouw Van Soest het heeft over hospitaverhuren. Iemand heeft een kamertje over en verhuurt dat. Bij de huidige verkamering wordt een appartement gedeeld door drie of meer volwassenen zonder familieband. Soms wordt er een wandje geplaatst, zodat meerdere kamers ontstaan. Men propt dan zoveel mogelijk starters of studenten op een kleine oppervlakte. Dat leidt tot overlast en men verdient er veel geld mee. Mevrouw VAN SOEST vraagt of het geen tijd wordt om daar iets aan te gaan doen.
De student of starter is met die verkamering toch niet geholpen? Is het niet beter om het aantal vergunningen in te gaan krimpen? Mevrouw DE JONG is het eens dat er een goede balans gezocht moet worden. Het aantal woningdelers in een buurt moet aan een maximum gebonden worden. Met de huidige huisvestingsverordening is een quotum ingevoerd van 5% van de grote woningen per buurt. Zeker in de buurten in West waar de quota bereikt zijn, is men blij dat er geen vergunning meer bij komt. De heer LEENDERS is blij met de vragen van de ChristenUnie en GroenLinks. Opvallend in deze monitor is dat er vanaf maart eigenlijk vrijwel geen vergunningen meer zijn aangevraagd, terwijl men inschat dat er nog veel verkameringssituatie onvergund zijn. Er zijn nog ongeveer 37 vergunningen te vergeven. Er blijven kennelijk veel situaties onvergund, wat de vraag oproept of men de handhaving niet vreest. Uit de beantwoording van vragen die de PvdA in stadsdeel West stelde in verband met verkamering blijkt dat er nog geen handhavingscijfers bekend zijn van 2020, ook niet van de eerste twee kwartalen. Wanneer mogen die cijfers verwacht worden? Ook uit die beantwoording blijkt dat er geen integraal overzicht bestaat van het totaalaantal overlastmeldingen. Hij doelt daarbij op melding bij Zoeklicht, Loket Zorg en Woonoverlast, etc.
Kan de wethouder zo’n integraal overzicht leveren? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat haar fractie geen voorstander was van dit beleid. Er zijn andere instrumenten om overlast aan te pakken, zoals de leefbaarheidstoets. De heer HAMMELBURG vraagt welke beleid mevrouw Naoum Néhmé precies voorstaat. En welke uitwerking moet dat hebben? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij in haar opinieartikel in Het Parool van vorig jaar enkele ideeën naar voren heeft gebracht. Een daarvan was de leefbaarheidstoets. Daarmee zou maatwerk mogelijk worden. En waar de overlast inderdaad voorkomt, zou je anders kunnen kijken naar situaties met woningdelen. Mevrouw DE JONG vraagt of mevrouw Naoum Néhmé nog steeds achter haar woorden staat van vorig jaar, dat kamerverhuur en woning delen met dit beleid onmogelijk zouden worden. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat zij daar nog steeds achter staat.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
Mevrouw DE JONG vraagt of mevrouw Naoum Néhmé werkelijk beweert dat alle studenten de stad uitgejaagd zijn. Wonen er geen studenten meer in Amsterdam? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat er in dertien wijken honderden studenten niet kunnen blijven wonen, of terechtkunnen. Zij wil graag naar individuele gevallen kijken. De heer HAMMELBURG vraagt of mevrouw Naoum Néhmé het met hem eens is dat er in 86 Amsterdamse wijken nog ruimte is voor woningdelen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt dat een irrelevant argument. Mensen willen blijven wonen waar ze wonen. Je wilt met de huidige woningkrapte geen studenten wegsturen om maar ergens anders een woning te zoeken. Zij vraagt hoe het college aankijkt tegen de dertien wijken die al vol zitten. Worden de afgegeven vergunningen daar ook gebruikt? Hoe wordt gehandhaafd? En waarom kan het college geen cijfers geven over de pandquota? Hoe kan je zonder die cijfers vergunningen afgeven? Heeft het college de indruk dat de overlast waardoor dit beleid werd ingevoerd nu is afgenomen? Zo ja, waaruit kan dat afgeleid worden? Zijn er signalen dat nu veel illegale situaties ontstaan, zeker in de wijken die vol zitten? Wethouder IVENS merkt op dat volgens de afspraken in de eerste periode wat nauwgezetter zou worden gemonitord, om te kijken of er inderdaad sprake was van een enorme hausse aan aanvragen, en dat daarna de aanvragen rustiger zouden gaan.
Hij antwoordt mevrouw De Jong niet te weten of er daarna rust op het dossier is. Hij weet ook niet of er niet allerlei situaties onvergund blijven. Maar hij is nog niet gerustgesteld; het is nog niet zeker dat men er nu de vinger achter heeft. Net als de heer Leenders is hij van mening dat het handhaven echt belangrijk is. De integrale handhavingscijfers komen altijd na een kwartaal. Met de jaarrapportages in maart of april zullen ook de handhavingsjaarrapportages komen. Zeker is het dat er heel veel situaties in de stad zijn waar de vergunning niet is aangevraagd en die toch verkamerd zijn. Hij antwoordt de heer Hammelburg dat nog niet altijd voor mensen te zien is welke vergunning op de woning zit. Er is gekeken naar de privacywetgeving om te weten te komen wat wel of niet openbaar gemaakt kan worden. Daarvoor moet nog wel een voorstel komen over de manier waarop het inzichtelijk gemaakt gaat worden. Hij antwoordt de heer Van den Heuvel dat de aanvragen op zichzelf wel snel kunnen worden afgehandeld, als het quotum bereikt is. Maar wegwimpelen kan je ze niet, want ze moeten serieus genomen worden. Iemand kan namelijk tevoren zien of het quotum vol zit, en doet dan toch een aanvraag. Vermoedelijk denkt zo iemand dan dat hij bezwaar kan maken tegen de afwijzing. In verband met de bezwaar- en beroepsmogelijkheden moet de aanvraag altijd zorgvuldig behandeld worden.
Er worden inderdaad ook vergunningen van rechtswege verleend. Dat gebeurt altijd te veel. In september heeft hij navraag gedaan. In de periode tot aan september bleken 21 vergunningen van rechtswege verleend te zijn. Hij is al eerder ingegaan op de pandenquota. Die zijn enorm ingewikkeld te realiseren, omdat er veel huizen zijn en dus ook veel blokken die als een pand gezien gaan worden. Hij zal daarop verder ingaan in zijn beantwoording van schriftelijke vragen. Hij antwoordt mevrouw De Jong dat het kan zijn dat de onrust zich verplaatst. De vorige keer was er een inspreker die het onder andere had over de Valutaboulevard, waarbij het ging over woningvorming. Van een zelfstandige woning werden meerdere gemaakt. In dat gebied van de Valutaboulevard vindt ook verkamering plaats. Mensen weten vaak niet eens of het een zelfstandige of onzelfstandige woning is. Meerdere onzelfstandige kamers heten verkamering, wordt het zelfstandige woningen dan is het woningvorming. Hij is bereid om de betreffende portefeuillehouders aan te sporen om goed op de vergunningverlening te letten. Het zou wel goed zijn om de handhaving daarop te richten, maar hij is het ook eens met de heer Leenders die erop wijst dat er heel veel vermoedelijk onvergunde situaties zijn in de stad. Moet je daar niet ook achteraan gaan? Het gaat erom zo snel mogelijk zekerheid te krijgen voor de huurders. Dit speelt
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 13-01-2021
WB
niet exclusief voor Nieuw-West of Zuidoost. Bij lang niet alle plekken waar overlast wordt gemeld, vraagt men of het verkamerde situaties betreft. Het is dus lastig met een overzicht te komen. Voorkomen moet worden dat er voor iemand die overlast wil melden aan een hele checklist moet worden voldaan. Hij begrijpt de vraag over de leefbaarheidstoets. Moet er niet veel meer naar de wijk gekeken worden? Mevrouw Naoum Néhmé vroeg over de individuele leefbaarheidstoets, met de onzekerheid voor de degene die een pand koopt of hij al dan niet een vergunning krijgt. Daarover is uitgebreid gesproken in het verleden. Het is belangrijk dat iemand tevoren weet of hij een vergunning gaat krijgen. Wat betreft de vergelijking met de rest van Nederland moet men bedenken hoe de woningprijzen in Amsterdam verschillen met elders. Voor de leefbaarheidstoets per buurt wordt onderzoek gedaan bij het WiA. Daarin wordt een vraag gesteld over de verkamering. De volgende WiA komt begin 2022 naar de commissie. Daarmee zou dan gevarieerd kunnen worden in het percentage. Hij antwoordt de heer Van den Heuvel verder dat hij deze rapportage niet zag als grond om beleidswijzigingen voor te stellen. De heer Van den Heuvel wil eengezinswoningen uitsluiten van verkamering, en dat snapt hij. Eengezinswoningen zijn schaars in de stad. Maar portiekwoningen zijn dat ook.