Definitief verslag RO 30-06-2021
Tekst van het document
Dat vereist vertrouwen, transparantie, een lange termijn visie en investeringen. De ervaring met de gemeente is dat men nog niet op hetzelfde spoor zit. Dit verbaast hem. Er komen steeds meer tegenstellingen. Dat geldt ook voor het huidige bestemmingsplan. Daarbij is een hotel gepland van meer dan 1500 m 2. Het bestemmingsplan Hamerstraat 1ste herziening laat die bestemming bestaan, alhoewel is gevraagd om deze bestemming te verwijderen. Tot zijn grote verbazing weigert het
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
college dit. Een hotel in de buurt van een chemische fabriek is geen goed idee! Het hotel bedreigt de continuïteit van zijn bedrijf. B en W stelt in de nota van beantwoording dat er geen ruimte bestaat voor een nieuw hotelinitiatief. Daarom is het een raadsel waarom die hotelbestemming niet uit het bestemmingsplan wordt verwijderd. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ constateert dat het college in dit geval geen rekening houdt met de belangen van bedrijven. (onverstaanbaar) De heer QUIST vertelt dat de ervaring is dat in alle grote projecten die plaatsvinden rondom zijn bedrijf er weinig sprake is van participatie. Men wordt voortdurend geconfronteerd met reeds genomen besluiten. Behandeling Het lid VERKERKE wijst erop dat uit de stukken blijkt dat er geen hotel mogelijk zou zijn in de Hamerstaat, terwijl er wel een vergunning zou liggen. Hij begrijpt dat die vergunning zou vervallen, maar hoe kan het dan dat die bestemming blijft bestaan? Mevrouw DE BRUINE had dezelfde vraag. Zij heeft contact gehad over die hotelfunctie. Zij heeft begrepen dat er geen hotel komt. Daarom is haar vraag of die horecabestemming 5 er niet gewoon af kan. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat die bestemming voor horeca inmiddels helemaal opgevuld is. Dus er komen daar geen verdere hotelontwikkelingen. Mevrouw DE BRUINE herinnert aan haar vraag, want als horeca 5 eraf is, is de situatie gewoon duidelijk.
Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat die ruimte al is ingenomen o.a. door een hotel dat er al staat. Daarom kan die bestemming er niet afgehaald worden. Er kan dus niks nieuws komen. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp in de raadsvergadering een korte bespreken zal krijgen. 17 Vaststellen van het bestemmingsplan “Kantoren met baliefunctie Centrum” (ZD2021-001088) Mevrouw VAN RENSSEN vindt het een goede zaak dat getracht wordt de grachten en waterwegen zo veel mogelijk vrij te houden van kantoren met baliefunctie, zoals reisbureaus e.d. Zij wil weten hoeveel kantoren met baliefunctie zich nieuw gevestigd hebben langs de grachten sinds juli 2018 toen het bestemmingsplan Winkeldiversiteit werd aangenomen. Er was wel een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen om toch een omgevingsvergunning te verlenen. Is het DB/het college van plan om veelvuldig gebruik te maken van die uitzonderingsmogelijkheid? De heer KREUGER herinnert aan zijn schriftelijke vragen betreffende een pand met een baliefunctie dat aan de Bloemmarkt zit. Hij wil weten wanneer hij antwoord krijgt op zijn vragen en hoe die omstandigheid zich verhoudt tot wat hier nu besproken wordt? Van het betreffende pand zou een winkel gebruik willen maken, maar dat wordt verhinderd, terwijl nu gezegd wordt dat die kantoren met baliefunctie op dat soort plekken niet wenselijk zijn. Hij snapt het niet meer.
Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat het hier gaat om iets dat men verwachte in het bestemmingsplan Winkeldiversiteit te kunnen regelen, maar dat blijkt niet
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
te kunnen. Daarom is er voor deze manier voor gekozen. Voor zover zij weet hebben er zich sinds 2018 geen kantoren met een baliefunctie meer gevestigd langs de grachten. De vraag of stadsdeel Centrum/het college van plan zijn gebruik te maken van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid beantwoordt zij negatief. Die opening moet er echter wel zijn en dat heeft met planschade te maken. Richting de heer Kreuger geeft zij aan dat het antwoord op zijn vragen snel zijn kant op komen. De heer KREUGER wil weten hoe die antwoorden zich verhouden tot wat nu voorligt. Volgens wethouder VAN DOORNINCK ligt dat erin dat het gaat om een andersoortige bedrijvigheid. Het gaat hier om toeristen-aantrekkende baliefuncties. De heer KREUGER vraagt zich af waarom in deze tijd van automatisering nog angst bestaat voor een baliefunctie als het niet voor toeristen is? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat dat de reden is waarom dit bestemmingsplan is gemaakt. Het college wil geen kantoren met baliefunctie langs de grachten omdat dat vanuit RO-overwegingen niet prettig is, want het zijn voornamelijk toeristenfuncties. De heer KREUGER vraagt of het pand waar hij het nu over heeft aan de gracht zit of niet. Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt dat dat pand aan de gracht zit, maar zij gaf reeds aan niet op de beantwoording te willen vooruitlopen.
De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp gehamerd zal worden in de raadsvergadering. 18 vaststellen Strategisch Masterplan Universiteitskwartier (ZD2021-006899) Er zijn drie insprekers De heer Veer op persoonlijke titel Mevrouw Tuboly van Vereniging Openbaar en Leefbaar Binnengasthuisterrein en omgeving (VOLBG) De heer Schoonenberg van VVAB De heer VEER wijst op het kwetsbare karakter van het Binnengasthuisterrein. Tijdens de informatieavond mocht zijn vereniging haar droom voor de toekomst van het BG-plein presenteren. Dat deed hij met plezier. Gezien de veranderingen in het klimaat is het vergroten en vergroenen van de openbare ruimte verstandig. Hij droomt van een ruim plein in een buurt met meer groen. Helaas blijkt dat niet verenigbaar met de bouwplannen van de gemeente Amsterdam. Dat betekende niet alleen het eind van de droom, maar ook het komen van ontelbare woningen. Gelukkig gingen die plannen niet door. Het tweede plan betekende dat een prachtig zonneterras het veld moest ruimen. Het inpikken van de openbare ruimte is het enige thema dat in de plannen is uitgewerkt. Andere thema’s, zoals verduurzaming, zijn blijven hangen in abstracte beleidstermen, die ook steeds verschoven worden naar de toekomst. Dat vindt hij het erge aan het gemeentelijke strategische plan. Hij verzoekt de wensen van de bewoners serieus te nemen.
Hij hoopt dat de plannen nog zo aangepast zullen worden dat zijn aanvankelijke droom alsnog werkelijkheid zal worden. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA heeft begrepen dat er vanuit de buurt veel is meegedacht om tot een goed plan te komen. Zij vraagt de inspreker of hij hierbij ook
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
betrokken is geweest. Is er iets gebeurd met zijn inbreng? De heer Veer herinnert aan zijn presentatie tijdens de informatieavond. Er zijn uit de buurt veel wensen kenbaar gemaakt om dit stukje van de stad te beschermen en groen in te vullen. Dat is echter afgedaan met een aantal abstracte termen. Hij vindt dat een gemiste kans voor de ambtenaren en het college om deze buurt een betere toekomst te gunnen. De heer WARMERDAM begrijpt dat de heer Veer niet tevreden is met de uitkomst van het participatietraject en met het proces ervan. Als dit strategisch masterplan aangenomen wordt door de raad, dan heeft het college de ambitie uitgesproken te blijven participeren met de bewoners. Hoe ziet de heer Veer die participatie dan vanuit de bewoners in die fase van uitvoering? De heer VEER vreest dat die participatie beperkt zal blijven. Veel van de ideeën van de bewoners zijn niet terug te vinden in de plannen voor de toekomst. Hij denkt dat het goed is dat in het begin van een participatieproces te stellen dat het daarbij niet alleen gaat om informeren, maar dat de inbreng van de bewoners een concretere plaats krijgt in het participatieproces in de vorm van co-creatie. Mevrouw DE FOCKERT vraagt de heer Veer één concreet voorbeeld te geven van plannen voor het BG-terrein, waarbij de bewoners een vergroening wilde die nu niet is doorgevoerd.
De heer VEER wijst erop duidelijk te hebben gemaakt hoe het BG-terrein een veel groener uiterlijk zou kunnen krijgen. In het huidige masterplan staat hun groenplan niet uitgewerkt. Er staat alleen mat dat het groen moet worden. Maar hoe? Hij weet dat niet. De volgende inspreker is mevrouw Tuboly. Mevrouw TUBOLY meldt dat o.a. in de nota van beantwoording gedaan wordt alsof de bewoners het concept strategisch masterplan ondersteunen. De bewoners zien hun belangen echter niet vertegenwoordigd. Er is geen draagvlak vanuit de buurt. Dat is vaak genoeg aangegeven tijdens het participatieproces en in een brandbrief op 25 mei 2020. Ook later is er aandacht gevraagd voor de wensen van de bewoners. Er komt geen groene oase. De veiligheid en de bereikbaarheid gaan sterk achteruit. Het belang van een leefbaar en multifunctioneel gebied is volkomen ondergeschikt gemaakt aan het programma van eisen van de UvA. De bewoners hebben niet voor niks een alternatief plan ontwikkeld. Dit SMP heeft een stenen hart en haalt de ziel uit het gebied. Over het participatieproces is veel te zeggen. Zij zijn dat proces ingegaan met het idee dat ze mochten meedenken in het ontwikkelen van het strategisch masterplan. Dus niet alleen om geïnformeerd te worden. Daarom hebben zij via de ombudsman een klacht ingediend over het participatieproces. De nota van beantwoording is onzorgvuldig.
Er waren twee inspraakreacties waarvan zij op de hoogte was en die gemist waren. Reacties zijn inhoudelijk niet beantwoord. De meerderheid van hun vragen is helemaal niet beantwoord. Over de afhandeling van deze wettelijke inspraak hebben zij ook een klacht ingediend bij de ombudsman. In de nota van beantwoording wordt erkend dat de kaarten onvolledig zijn. Als die kaarten goed ingevuld worden, zal zichtbaar worden dat er sprake is van een andere impact op het gebied. Ook verkeersstromen e.d. moeten worden opgenomen in het SMP. Verder meldt zij dat hen informatie is geweigerd. Dat heeft hun inspraakreactie negatief beïnvloed. Zij vraagt de raad kritisch naar het SMP te kijken en de onderdelen in samenhang te zien en zich af te vragen wat het afwegingskader werkelijk voor gevolgen heeft voor de buurt, de stad en de toekomst. De buurt heeft een constructieve bijdrage willen leveren en zij vraagt dit te honoreren door onderbouwde argumenten en inhoudelijke antwoorden te geven. Zij vraagt de bewoners serieus te nemen en nader onderzoek te doen naar de totstandkoming van de plannen en vooral naar de gevolgen van het SMP. De vraag is ook
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
de belangen van de bewoners mee te wegen. De heer BAKKER wijst op het feit dat er sprake is van een Rijksmomument en wil weten wat mevrouw Tuboly ervan vindt dat het gesloopt wordt. Hoe heeft de UvA hierop gereageerd? Mevrouw TUBOLY denkt dat die sloop een heel slecht idee is. Het is niet alleen een monument, maar het bepaalt ook de ruimtelijke structuur van het gebied. Zij vindt dat als het even kan het gebouw hergebruikt moet worden. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoorde mevrouw Tuboly zeggen dat vragen in de inspraak niet beantwoord zijn. Kan zij daar een voorbeeld van geven? Mevrouw TUBOLY heeft een hele lijst van vragen waarop geen antwoord is verkregen. Een van de vragen was waarom er geen groen gecompenseerd wordt op het terrein van het universiteitskwartier. Mevrouw DE FOCKERT proeft uit de inspraak teleurstelling over wat er gedaan is met de inspraak. Wat is er nodig om het vertrouwen in de toekomstige samenwerking te herkrijgen? Mevrouw TUBOLY krijgt graag een toezegging dat het gebouw niet gesloopt gaat worden. Ze zou graag zien dat de ruimte en het groen gewaarborgd worden in het terrein, zodat de stroom studenten niet naar de bewoners getrokken wordt. Mevrouw DE BRUINE hoorde mevrouw Tuboly zeggen dat er stukken van de site waren verdwenen en dat WOB-stukken niet verleend werden.
Wat voor stukken waren dat? Mevrouw TUBOLY antwoordt dat er begin maart een WOB-verzoek is gedaan, waarbij men meer informatie wilde verkrijgen over hoe het participatieproces verlopen is. Verder hebben de bewoners een visie op de buurt ontwikkeld, die is meegegeven tijdens de presentatie van de plannen. Er zijn toen 25 reacties gegeven uit de buurt. Daarop is nooit enige terugkoppeling ontvangen. Op de brandbrief werd pas heel laat gereageerd door de wethouder. De communicatie daarover ontbreekt geheel. Verder zou zij inzicht willen hebben in de vraag of het participatieproces nog wel zinvol was op een bepaald moment, want zij had de indruk dat er achter de schermen al van alles beklonken was. Wat de website van de gemeente betreft; er waren toen kaarten over openingstijden en dag- en avondritmes. Die zijn verdwenen van de website. De heer WARMERDAM heeft een vraag over het ovale paviljoen en heeft begrepen dat de bewoners dat gebouw het liefst zouden willen behouden. Wat zou men van een transformatie van het gebouw vinden? Of moet het gebouw blijven zoals het nu is? Mevrouw TUBOLY denkt dat men wil dat het gebouw behouden blijft, maar waar het vooral om gaat is de structuur van het gebied. Een gebouw is eigendom van iemand. Daar hebben de bewoners weinig over te zeggen. Zij zag het liefst dat het gebouw in zijn huidige vorm bleef bestaan.
De bewoners steunen het behoud van het monument. De volgende inspreker is de heer Schoonenberg. De heer SCHOONENBERG vertelt dat hij en zijn achterban kritiek geleverd hebben op het voorstel om het gebied op te splitsen in twee gebieden met een eigen sfeer. Dat vindt men een verzwakking van het karakteristieke structuur. Dat wijst op het streven van de universiteit om gebouwen te slopen. Zijn achterban heeft bezwaar gemaakt tegen de sloop van het paviljoen, dat van grote culturele waarde is. Hij twijfelt er niet aan dat Monumentenzorg het behoud van het gebouw zal adviseren. Ook architecten
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
hebben zich uitgesproken tegen de sloop van dit gebouw. Het is curieus dat de universiteit reeds heeft besloten om het gebouw niet te slopen, maar te herbestemmen. Dat betekent dat het strategisch masterplan, dat nog voor sloop pleit, dus eigenlijk al achterhaald is. Het is daarom niet te begrijpen waarom de gemeente bij de sloop blijft. Hij roept de raadsleden op niet akkoord te gaan met dit strategisch masterplan, omdat het uitgaat van de sloop van dit paviljoen. De heer WARMERDAM heeft een vraag over het paviljoen, namelijk wat dat gebouw zo uniek maakt en waarom het het beschermen waard is. De heer SCHOONENBERG wijst erop dat het gebouw belangrijk is geweest voor de periode van de stadsvernieuwing in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het is het slot van een tijdperk. Verder is het gebouw heel zorgvuldig vorm gegeven, hetgeen kenmerkend is voor deze architect (Theo Bosch). Het gebouw is kenmerkend voor het BG-terrein. Het gebouw is dus ook cultuurhistorisch van belang. Behandeling Voor dit onderwerp schuift de stadsdeelbestuurder van stadsdeel Centrum, mevrouw Griek, aan. De heer WARMERDAM vindt het goed dat in dit deel van Amsterdam geïnvesteerd wordt. Er moet een balans gevonden worden in deze kwestie. Daarom heeft hij een aantal vragen aan de wethouder. Allereerst het ovale paviljoen van Theo Bosch. Smaken verschillen.
Hij vindt het fantastisch en anderen vinden het ongelooflijk lelijk. De Rijksdienst Erfgoed is kritisch over de sloop van het paviljoen. Wat gaat de wethouder doen met die kritiek? De Rijksdienst lijkt de waarde van het gebouw dus wel te zien. Wethouder Meriani heeft recent nog laten weten dat er niet overgegaan wordt tot overhaaste sloop bij potentieel erfgoed. Voldoet dit paviljoen daar niet aan? Wat betekent sloop voor de identiteit en sfeer van de buurt? Is dit niet nu juist het erfgoed voor te toekomst? Is transformatie echt niet mogelijk? Kan de wethouder een toezegging doen over de toekomst van het Theo Boschpaviljoen waar D66 en de bewoners heel blij van worden? Mevrouw DE FOCKERT is erg aan het nadenken wat zij vindt van het Theo Bosch-paviljoen. Zij hoorde de heer Warmerdam zeggen dat politici geen experts zijn, maar zij mag toch hopen dat zij het inrichten van de ruimte niet alleen laten afhangen van experts. Er moet een totale afweging gemaakt worden. Is de heer Warmerdam het daarover met haar eens? De heer WARMERDAM is dat met mevrouw De Fockert eens. Hij denkt wel dat politici moeten waken uitspraken over mooi of lelijk te doen en hun beslissing daarvan laten afhangen. De schoonheid en de architectonische kwaliteit wil hij wel aan experts laten.
Mevrouw DE FOCKERT vindt het logisch dat het niet alleen van de smaak van politici mag afhangen, maar haar vraag was eigenlijk wat de totale afweging moet zijn voor D66 betreffende het al of niet laten staan van het paviljoen. De heer WARMERDAM zegt dat als het aan D66 ligt dit gebouw zou moeten blijven staan of getransformeerd zou moeten worden. De reden daarvoor is niet dat hij het zo’n fantastisch mooi gebouw vindt, maar omdat experts zeggen dat dit gebouw erg van belang is. Zijn tweede set vragen gaat over het participatietraject en de toekomst. Wat betekenen de zorg van een groep bewoners voor de uitvoering van dit masterplan? Hoe wordt er voor gezorgd dat de relatie en samenwerking tussen de gemeente en de bewoners niet nog verder onder druk komen te staan? Kan de gemeente hier een proactieve rol in pakken?
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
Mevrouw DE BRUINE weet dat het gebouw van Theo Bosch daar sinds 1995 staat. De Bond Heemschut, VVAB en meerdere bewoners pleiten voor het behoud van dit gebouw wegens de architectonische waarde ervan. Het lijkt haar gewoon zonde om een recent gebouw te slopen. Het is niet circulair om dat te doen. Folia van deze maand geeft aan dat dit gebouw waarschijnlijk niet gesloopt gaat worden, maar zal worden opgeknapt. Is de wethouder het met haar eens dat de sloop van het gebouw niet circulair is? Zij is geschrokken van de insprekers en de participatie in dit verhaal. Zij is benieuwd naar de visie van de wethouder op participatie van dit BG-terrein in ontwikkeling. De heer NIJSSEN wil alleen kwijt dat hij hoopt dat dit gebouw op deze manier behouden blijft voor stadsdeel Centrum en dat het gebouw belangrijk is voor het uithangbord van Amsterdam. Mevrouw DE FOCKERT heeft zich afgevraagd wat de samenhang is van al die gebouwen op dat terrein. Zij is er echter nooit achter gekomen hoe het labyrint van het Universiteitskwartier nu eigenlijk in elkaar zit. Dat soort dingen lijkt haar ook van belang bij de te maken keuzes. Zij vindt het Theo Bosch-gebouw gewoon lelijk, maar dat doet er niet toe. Zij is niet geheel overtuigd dat het gebouw gesloopt moet worden en opnieuw gebouwd zou moeten worden.
Zij vindt het wel belangrijk dat wanneer dat inderdaad zou gebeuren, dat in samenspraak met de omgeving gedaan zou moeten worden. Over de participatie is zij best tevreden als zij ziet hoe intensief de buurt en andere stakeholders betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van dit masterplan. Dat neemt niet weg dat zij ook teleurstelling hoorde bij een aantal insprekers over wat er nou met de participatie gedaan is. Zij vond het een goede suggestie van de heer Veer om goede afspraken te maken voor het vervolgtraject over de rol van verschillende partijen e.d. en dat die afspraken goed geborgd worden. Haar vraag is daarom of die afspraken vastgelegd kunnen worden. Zij zou daar ook een speciale rol in willen zien voor studenten, want het universiteitskwartier gaat immers opnieuw ingericht worden en studenten gaan daar intensief gebruik van maken. Zij hoort de wethouder hier graag nader over. GroenLinks pleit ervoor om het verharde deel van het terrein zo groen mogelijk zal zijn. Verder vindt zij het belangrijk dat de invulling van het groen op het plein samen met de bewoners wordt vormgegeven en beheerd. Daar moeten duidelijke afspraken over worden vastgelegd. Het punt van de fietsverbinding vindt zij ingewikkeld. Zij begrijpt dat er veel voetgangers bij zullen komen en zij vreest voor de veiligheid in het gebied.
Zij wil dan ook een toezegging dat die afwaardering er pas komt wanneer dat veilige alternatief daadwerkelijk is gerealiseerd. Zij hecht eraan dat dat deel van het plan wordt voorgelegd aan de raad. Er staat in het plan dat activiteiten die nu op het spui plaatsvinden op den duur binnen het Universiteitskwartier zullen plaatsvinden. Dat betekent voor de balans in de binnenstad dat er verschuivingen plaatsvinden. Zij vraagt om de commissie hiervan op de hoogte te houden. Het lid VERKERKE komt terug op het culturele erfgoed van Theo Bosch. Gezien de mening van experts is het duidelijk dat dat gebouw behouden moet blijven. Ook is opgemerkt dat het gebouw getransformeerd kan worden. De vraag is daarom wat de status in het standpunt hieromtrent is. Het gaat ook om het aanpassen van het Universiteitskwartier, daarom is de vraag of de gemeente ook iets kan betekenen in de gemengde toegankelijkheid van de faciliteiten van het Universiteitskwartier door ze bijvoorbeeld ook met de stadspas toegankelijk te laten zijn. Het is duidelijk dat uiteindelijk de universiteit hierover gaat, maar misschien kan de gemeente daarover in gesprek gaan met de universiteit. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA zal de vragen over het paviljoen niet herhalen. Bewoners hebben bij de inspraak aangegeven dat niet alle vragen beantwoord zijn. Zou
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
de wethouder daarop willen reageren? Waarom wordt er ook geen groen geintroduceerd op het terrein van de UvA. Vindt het college ook niet dat hier meer groen nodig is in verband met de drukte? Wethouder VAN DOORNINCK is blij met de geluiden die willen dat dit deel bij de binnenstad blijft. Daarbij is het ook belangrijk stil te staan bij de wijze waarop de plannen zich verhouden tot de belangen van bewoners. Het participatieproces heeft zich niet beperkt tot de inspraak op het laatste moment. Zij stelt voor dat mevrouw Griek daar straks nader op ingaat en dat zij nu wat vragen beantwoordt. Het participatietraject heeft lang geduurd en ook vanuit de gemeente is er veel onderhandeld. Dat betekent dat er wensen van de UvA en van de gemeente in het plan zitten, maar ook wensen van de bewoners. De eventuele sloop van het Theo Bosch-paviljoen is een duidelijke wens om te komen tot een betere inpassing voor de UvA van de zalen die zij willen en hoe zij dat terrein willen invullen. Daar zitten ook nog voordelen aan, bijvoorbeeld dat er twee overkappingen gecreëerd kunnen worden in plaats van dat er stegen tussen de gebouwen zijn. Maar zij hoorde ook dat daar vanuit verschillende kanten kritisch op gereageerd wordt. Het is niet zo dat het monument zo maar gesloopt wordt. Er moet een goed proces voor worden ingericht en daaraan wordt ook gewerkt.
Er komt een ontwerpprijsvraag om het concept sloop/nieuwbouw goed te onderzoeken en te onderbouwen. Dus daar valt nu geen hard besluit over sloop. Maar in het SMP staat dat dat wel een mogelijkheid is. De vervanging zal in ieder geval moeten opwegen tegen het verlies van de monumentale waarde. In het SMP zijn de kaders opgenomen over de omvang, de hoogte en het oppervlak van het nieuwe paviljoen. Dan de vraag of de UvA toch liever niet zou willen slopen. Ook de UvA moet zorgvuldig met haar budgetten omgaan. Dus ook dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Het gaat een langdurig, want heel zorgvuldig proces worden. Er moet ook nog rekening gehouden worden met een mogelijk beroep tegen de plannen. De UvA heeft daarbij wel aangegeven dat zij tot die tijd het pand goed willen kunnen blijven gebruiken. Dus voorlopig krijgt het allemaal wel een opknapbeurt. Dat is het zorgvuldige proces dat ingezet wordt rond het Theo Bosch-monument. Een van de manieren waarop de zorgen van de bewoners duidelijk geborgd worden, is door het integraal overnemen van het advies van de stadsdeelcommissie. Daar zit heel veel in van het gelopen participatieproces. De bewoners krijgen ook een rol in het ontwerptraject. Dat geldt ook voor de vergroeningsinitiatieven en de fietsroute. Mevrouw De Bruine merkte op dat sloop niet circulair is.
Dat is zo, maar misschien kan de sloop wel circulair worden ingezet. Circulair wil niet zeggen dat altijd alles bij hetzelfde gehouden wordt, maar dat er voor gezorgd wordt dat niks afval wordt. Daarover kunnen nog verdere goede ideeën ontwikkeld worden. Mevrouw De Fockert had een specifieke vraag over de studenten. De Centrale Studentenraad is direct betrokken geweest bij de totstandkoming van het SMP en zij waren ook onderdeel van de programmagroep. De studenten zitten er als gebruikers bij aan tafel. Zij onderhouden ook contacten met de ASVA. Zij kan verzekeren dat die betrokkenheid van studenten ook geborgd wordt in de rest van het proces. De afwaardering van deze fietsverbinding houdt in dat het BG-terrein heringericht gaat worden. De fietsroute wordt omgezet naar voetgangersgebied met fietsmogelijkheid. Dat kan pas als het volwaardige alternatief gecreëerd is, want anders kan er nog niet gebouwd gaan worden. Dat zal dus volgordelijk gedaan moeten gaan worden. Als de raad wil van dit alles op de hoogte gehouden te worden, zal zij er voor zorgen dat dat ergens geborgd wordt. Mevrouw DE FOCKERT zegt aan te hebben willen geven dat het voorstel dat gegeven wordt met de Nieuwe Doelenstraat / Rokin op geen enkele manier voldoet. Daarom is zij benieuwd hoe dat in zijn werk gaat.
Wethouder VAN DOORNINCK legt uit dat het idee is dat direct na het raadsbesluit aan de slag gegaan wordt met wat er nodig is. Zij denkt dat ‘autoluw’ een
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
goed idee is, maar zij weet niet of daar al concrete plannen voor zijn. Het Spui wordt dan enigszins verlaten en dat gaat daar gebeuren. Zij is op dit moment al intensief in gesprek met de UvA om te kijken wat het UvA-bezit is rond het Spui. Zodra daar duiderlijkere ideeën over bestaan, komt zij hierop bij de raad terug. Het lid Verkerke had een vraag over die gemengde activiteiten en betaalbare voorzieningen. Zij weet niet hoe het mensagebeuren tegenwoordig geregeld is. Misschien dat mevrouw Griek daar iets meer van weet, maar als dat niet zo is dan neemt zij dit punt zeker mee voor verdere informatie bij de UvA, want zij denkt dat de UvA meer faciliteiten biedt die door meerderen te gebruiken zijn. Lid VERKERKE weet dat er gebruik gemaakt kan worden als buitenstaander van de mensa tegen het volle tarief. Het is voorstelbaar dat mensen met bijvoorbeeld een stadspas ook in de gelegenheid gesteld worden om tegen een gereduceerd tarief te eten in de mensa. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat het iets te ver gaat om dat in deze commissie te bespreken. Het is wel iets om in de verdere ontwikkelingen met de UvA te bespreken. Mevrouw Bloemberg-Issa had nog een vraag over B3 en de participatie. Zij zal daar naar kijken. Zoals gezegd gaat men een nauw participatietraject in met de bewoners over de tijdelijke invulling. Er kan voor gezorgd worden dat die vraag dan beantwoord wordt.
De groei op de kop van het UvA-terrein is nog niet tot in detail bekend. Het lijkt haar logisch dat alles wat aan groen toe te voegen is ook daadwerkelijk aan het terrein zal worden toegevoegd. Mevrouw GRIEK zal toelichten wat er gedaan is in het participatieproces. Normaliter ligt het initiatief voor een dergelijke participatie bij de initiatiefnemer. In dit geval hebben de bewoners het verzoek aan de gemeente gedaan om de regie te voeren over dat traject. Dat heeft stadsdeel Centrum opgepakt, omdat het een bijzonder omvangrijk traject is en het belangrijk is dat de participatie daarbij goed vorm gegeven werd en wordt. Dat leidde tot een uitvoerig traject van twee jaar met de hulp van een onafhankelijke, externe begeleider. Er zijn zeven meetings, vijf themabijeenkomsten georganiseer drie vervolgbijeenkomsten over uitgewerkte plannen, drie eindfasebijeenkomsten en ook elf klankbordgroepbijeenkomsten. Op verzoek zijn er gedurende het proces extra bijeenkomsten ingepland e.d. Er is geen enkel signaal uit de buurt genegeerd. Het was daarbij steeds de bedoeling om alle belangen zo goed mogelijk op te halen, op tafel te krijgen en te begrijpen, zodat er tot een soort afweging gekomen kon worden. Bij al die bijeenkomsten zijn zowel de belangen van de UvA als van omwonenden en anderen over tafel gegaan.
De participatiebegeleiding heeft gepoogd om daarbij aandacht te geven aan de belangen van de omwonenden of die van de UvA op momenten dat dat nodig was. Men heeft getracht om zo transparant mogelijk te zijn in dat proces. Uiteindelijk heeft dat geleid tot een goed uitgebalanceerd plan dat nu voorligt. Ook bewoners hebben daar positief op gereageerd. De invloed van bewoners is op allerlei punten in het SMP terug te vinden. Zij geeft daar voorbeelden van. Er waren vragen over het vervolgtraject. De stadsdeelcommissie heeft aangegeven dat men het van belang vindt dat betrokkenen in alle fasen van de planontwikkeling in goed overleg blijven met elkaar en dat de gemeente een rol blijft vervullen in de procesbegeleiding. Men wil dat de lasten van de werkzaamheden aan de gebouwen hand in hand gaan met de tijdelijke verbeteringen. Het stadsdeel zal ook zorgdragen voor de continuïteit van de betrokkenheid van de omgeving. Er is een korte enquête uitgevoerd over de wijze van participeren, ook om de bereidheid van de omgeving te polsen om betrokken te blijven bij dat vervolgtraject. Die bereidheid bleek er te zijn en daar is zij erg blij mee. Er zal een aantal stappen genomen worden om het vervolg zo goed mogelijk te borgen. Er is een onderzoek uitgezet naar goed beheer, uitgevoerd door de HvA. Er zal zo snel mogelijk gestart worden met de vervolgactiviteiten.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende besproken is en dat het onderwerp klaar is voor bespreking in de raadsvergadering met een middellange bespreking. 19 Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 ‘Een menselijke metropool’ (ZD2021-006590) Er zijn twee insprekers Mevrouw Hollenkamp van De Tuinen van Westerpark De heer Van der Putten van de Bond van Volkstuinders Mevrouw Hollenkamp wordt vervangen door de heer Davidsen. De heer DAVIDSEN legt uit dat het hier gaat om twee tuinparken die in het Westerpark liggen en daar ontsloten worden. In de Omgevingsvisie worden drie doorsnijdingen van het Westerpark en de tuinparken voorbereid: de ov-corridor en twee fietspaden. De ov-corridor wordt in de nota van beantwoording afgezwakt, hetgeen op een wijze wordt onderbouwd die hij niet goed begrijpt. Hij ziet daarin een aanleiding om die doorsnijding daarom te schrappen. Er is geen sprake van plannen voor een doorgaande weg door het Westerpark voor gemotoriseerd verkeer of OV. Volgens de wethouder is de reden achter de doorgaande weg de noodzaak om Haven-Stad en Bos en Lommer met elkaar te verbinden. Dat blijkt echter niet uit de tekeningen en niet uit de nota van beantwoording. Hij vraagt dat expliciet te vermelden, dan kan er in de toekomst geen onduidelijkheid over ontstaan.
De andere doorsnijdingen, de fietssnelwegen, noemt hij nog onzinniger, want er wordt op geen enkele manier bereikt dat de toekomstige fietsers sneller aankomen bij waar zij willen zijn. Voor deze doorsnijdingen geldt dat in de Omgevingsvisie en de nota van beantwoording op geen enkele wijze is vermeld dat alternatieve routes zijn onderzocht. Ook wordt niet aangegeven dat deze routes geschikt zijn, ook niet met de ontwikkeling van Haven-Stad in gedachte. Die fietsroutes stoppen bij het spoorwegtalud en doorkruisen heel veel wandelpaden. Om deze reden verzoekt hij expliciet om deze routes te schrappen uit deze visie. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoorde de heer Davidsen zeggen dat er alternatieve routes door het Westerpark onderzocht zijn. Zou hij daar iets meer over kunnen zeggen? De heer DAVIDSEN verwijst voor die informatie naar de website van de Tuinen van Westerpark. Er zijn inderdaad alternatieve fietsroutes onderzocht. Het blijkt dat het heel eenvoudig is om met andere fietsroutes hetzelfde te bereiken. Het is hem een raadsel waarom er geen notitie wordt genomen van die alternatieven en waarom die niet worden opgenomen in de Omgevingsvisie. De volgende inspreker is de heer Van der Putten.
De heer VAN DER PUTTEN wijst op het juiste besluit dat deze commissie en deze wethouder eind vorig jaar genomen heeft door de uitvoeringsstrategie Volkstuinen van tafel te halen, wegens de gebezigde centralistische visie en het ontbreken van ieder begrip voor datgene waar volkstuinen voor staan. Hij vindt nog residuen van dat centralistische denken terug in de Omgevingsvisie 2050. Hij ziet dat bijvoorbeeld in de weigering uitbreiding van het aantal volkstuinparken toe te staan voor het hele scala van stadstuinen. Zijn voorstel is in de Omgevingsvisie een zin op te nemen dat er concreet op zoek zal worden gegaan naar locaties die variëren van postzegelformaat tot hele grote gebieden om vormen van stads(?) te ontwikkelen. Verder ziet hij dat er in de praktijk talloze voorstellen worden gelanceerd, die afbraak doen aan die volkstuinparken en aan hetgeen waar zij voor staan. Het Westerpark is daar een voorbeeld van, maar hij ziet ook dat er fietspaden en doorgaande routes worden voorgesteld in de Nieuwe Kern. Hij ziet ook dat er gebieden voor windturbines
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
worden aangegeven zonder dat voldoende wordt doordacht welk effect dat op de kostbare natuur en op de samenleving in volkstuinparken heeft. Zijn voorstel is om in de Omgevingsvisie vast te leggen dat alleen afbreuk van de status van de tuinparken alleen kan worden toegestaan als er sprake is van zwaarwegende redenen. Mevrouw DE BRUINE vraagt de heer Van der Putten aan te geven hoe zijn bond, maar ook de volkstuinparken zijn betrokken bij de planvorming met betrekking tot de verkeerssituatie aldaar. De heer VAN DER PUTTEN zegt betrokken te zijn geweest bij het opstellen van de Omgevingsvisie. In de praktijk ziet hij daar waar het gaat om concrete verkeerskundige maatregelen, dat de betrokkenen pas zeer laat worden geconfronteerd met plannen om doorsnijdende verbindingen aan te leggen. Het Westerpark is daar een goed voorbeeld van. Behandeling Het lid VERKERKE heeft een aantal vragen betreffende de Omgevingsvisie. Het onderwerp segregatie wordt aangekaart in het geheel, zonder dat het onderwerp echt geadresseerd wordt. Met de hoge prijzen en de trage productie in de sociale woningbouw, hoort BIJ1 graag hoe men denkt het tij te kunnen keren. Verder is de vraag of deze visie het volgende college noopt tot meer sociale woningbouw of staat het hen vrij daarover naar believen te besluiten als dat niet strijdig blijkt te zijn met de Omgevingsvisie.
Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Wanneer de bewoners en de democratisering centraal moeten staan, vereist dat dat het overal wordt meegenomen. De heer KREUGER wil uit interesse weten hoeveel sociale woningen er volgens BIJ1 per jaar bij moeten komen. Lid VERKERKE heeft geen concrete aantallen in het hoofd, maar vindt dat er getracht moet worden over de gehele linie niet 40% te doen, maar meer. De heer KREUGER vindt dat een beetje een raar antwoord want 40% van 2000 is anders dan 40% van 4000. Als uitgegaan wordt van de bevolkingstoename, dan zou BIJ1 moeten weten hoeveel woningen erbij zouden moeten komen. Het gaat het lid VERKERKE niet om de aantallen die erbij gebouwd moeten worden. Het gaat om de verhoudingen. De heer KREUGER vindt dit een merkwaardige bijdrage. Iedereen zit in deze commissie om iets bij te dragen aan de stad en dan komt er iemand die zegt dat het gewoon om een percentage gaat en dat die absolute aantallen niet zo heel veel uitmaken. Hoeveel sociale woningen wil BIJ1 erbij hebben voor 2050? Het lid VERKERKE zegt alle sociale woningbouw te willen, desnoods 100% Vervolgens wil het lid Verkerke weten hoe het college erover denkt om grondopbrengsten in dezelfde buurt terug te investeren. Als men zegt dat democratisering centraal staat dan moet men daar consequent in zijn.
Geconstateerd wordt dat ondanks alle prachtige vergezichten de stad steeds minder toegankelijk wordt voor de minder kapitaalkrachtige. De heer KREUGER vraagt zich af waar die investeringen dan vandaan komen, want als 100% in de wereld van BIJ1 sociale huur is, dan wordt er juist minder belasting opgehaald, maar dan wordt er wel juist meer belasting geïnvesteerd. Hij is dan even kwijt waaruit dat potje, waaruit de uitgaven worden gedaan, bijgevuld wordt.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
Het lid VERKERKE is van mening dat er dan geld vanuit het Rijk verkregen moet worden. De kritiek op de ontoegankelijkheid klinken steeds luider. Men ziet liever een homogene stad zonder al te veel rommel. BIJ1 wil daarom weten hoe deze visie georganiseerd kan worden. Hoe is er plek voor daklozen, hangjongeren, ongedocumenteerden en andere outcast. Waar kunnen zij heen? Er lijkt steeds minder plaats te komen voor deze mensen. Dat is onmenselijk. Hoe kan de visie worden ingezet om dit tegen te gaan? Mevrouw DE JAGER wijst op de 700 reacties op de omgevingsvisie. Zij heeft respect voor de verwerking van de zienswijzen in de nota van beantwoording. D66 staat volledig achter de gemaakte politieke keuzes. Bekend is echter dat wonen en werken lang niet altijd een gelukkig huwelijk vormen. Het vraagt flankerend beleid. Zij denkt dat het gaat om zorg voor realistische verwachtingen van mensen die daar gaan wonen, maar ook voor bedrijven die zich daar vestigen. Wat kan de gemeente op dat gebied betekenen? Misschien gaat het om het realiseren van rondetafelgesprekken met vertegenwoordiging van bewoners en bedrijven. Voor sommige bedrijven geldt dat mengen met wonen geen optie is. Amsterdam gaat zich inspannen, zo staat er, om goed samen te werken binnen de MRA om duidelijkheid te geven aan bedrijven over daar waar wel ruimte komt of is.
Gemeenten zijn echter gelijkwaardig en Amsterdam kan niets afdwingen. Bedrijven zijn op zoek naar meer comfort en meer commitment. Zij denkt dat dat een probleem is als het gaat om regionale samenwerking, want er zal van beide zijde instemming moeten zijn. Er kan wel nagedacht worden over een terugvaloptie. Dan de vraag wat er gedaan kan worden als Amsterdamse bedrijven niet kunnen blijven zitten waar ze zitten en niet zo snel een geschikte plek vinden binnen de MRA. Zij hoort graag wat de gedachten van de wethouder op dat punt zijn. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort dat D66 allerlei vragen heeft over wat er voor bedrijven gedaan gaat worden. Maar zij hoorde mevrouw De Jager ook zeggen dat sport heel belangrijk is. Vindt D66 dan ook dat de sportnorm in Amsterdam altijd gehaald moet worden. Mevrouw DE JAGER weet dat de sportnorm er mede door toedoen van D66 is gekomen. In deze visie ziet zij dat die sportnorm ook wat strenger verankerd wordt. Daar is D66 heel blij mee. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA is het dan nog niet duidelijk of D66 de sportnorm ook echt als bindend ziet en dus in alle wijken zoveel vierkante meters voor sport vrij wil maken. Mevrouw DE JAGER weet dat deze discussie vaker gevoerd is. De sportnorm is bindend, maar de vraag is op welke schaal. De heer BOOMSMA kan mevrouw De Jager goed volgen als zij zegt dat er meer aandacht is voor meer ruimte voor industrie en bedrijven.
Maar dat brengt ook een soort onzekerheid met zich mee, omdat dat nog enigszins vrijblijvend is. Vindt mevrouw De Jager daarom dat dat een reden is om dat nog iets aan te scherpen in de Omgevingsvisie in de zin dat als men er in de regio niet uitkomt, het dan in de gemeente Amsterdam moet worden opgelost. Mevrouw DE JAGER heeft deze wens gehoord van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Zij wil voorkomen dat men vervalt in een soort aanpassing van woorden. Maar als de CDA met concrete voorstellen komt, zal zij daar zeker open naar kijken. De heer KREUGER denkt dat waar het de sportnorm betreft, mevrouw De Jager het met hem eens is dat die plannen nog erg zacht zijn. Hij heeft op dit moment nog geen euro gereserveerd zien worden in sportvoorzieningen voor de komende jaren. Gaat D66
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
daar in de komende jaren wel geld op bijleggen? Van de huidige 80 miljoen euro gaat het meeste op aan gewoon regulier onderhoud. Mevrouw DE JAGER denkt dat het verstandig is om een helder beeld te creëren van alles wat nodig is voor de sport in de toekomst. Maar zij vindt ook dat men eerlijk moet zijn over al die genoemde miljoenen die nodig zijn en die een bepaalde concreetheid suggereren, namelijk dat nog niet bekend is waar al dat geld vandaan moet komen. Zij vindt het daarom terecht dat het nu zo in de Omgevingsvisie staat zoals het er staat. Zij denkt dat daar in de volgende onderhandelingen ruimte voor gemaakt moet worden, als men dat belangrijk vindt. D66 vindt ruimte voor sport in Amsterdam in ieder geval belangrijk. Zij wil haar betoog afsluiten met een opmerking over Westerpark. Zij is op de hoogte van alle geuite zorgen en vindt het daarom belangrijk om die zorgen nu niet onbenoemd te laten. In de pers werd zojuist gemeld dat er geen ov-verbinding door het Westerpark wordt onderzocht, maar dat staat natuurlijk wel in de Omgevingsvisie. Hoe zit dat precies? Kan de wethouder daar wat helderheid over scheppen? De heer KREUGER komt terug op de woorden van de heer Van Dantzig dat het klimaat op nummer één tot en met D66 staat als het erom gaat hoe de stad er in 2050 uit moet zien. Hij heeft geen woord gehoord over de transitie.
Hij is daarom benieuwd wat daar allemaal van terecht gaat komen. Mevrouw DE JAGER denkt dat daar in de Omgevingsvisie heel veel over staat. Daar is veel over gesproken voordat de visie in de inspraak ging. Zij denkt dat dat onderwerp nu goed geland is in deze Omgevingsvisie. Mevrouw DE BRUINE wil allereerst weten hoe het afwegingskader met betrekking tot al hetgeen in de Omgevingsvisie staat vormgegeven gaat worden. In het document staat ‘radicaal groen’, maar er staat ook dat de stad veel extra wil bouwen. Wat gebeurt er als dat gaat knellen? Hoe gaat dat uitwerken? Haar volgende punt betreft de inwoners van Amsterdam. Uit het behoefteonderzoek van O+S staat dat de meeste bewoners erg graag hun stadsdeel willen vergroenen. Wat daar dan vervolgens voor moet worden gedaan, dáár zijn de bewoners nog niet zo voor te porren. Hoe ziet de wethouder de concretisering van dat beleid nu voor zich? Hoe wordt het participatieproces daarbij vormgegeven? Zij hoort de wethouder daar graag nader over. Verder het grote punt van Schiphol. Daar gaat de stad weliswaar niet over, maar waar het de ontwikkeling in de komende 30 jaar betreft, staat er weinig over Schiphol gemeld als het gaat om radicale vergroening. Schiphol legt een enorme ruimteclaim op de omgeving. Bekend is wel dat Schiphol een enorme impact heeft, qua geluid en uitstoot, voor de inwoners van Amsterdam.
Daarom verbaast het haar dat in de Omgevingsvisie weinig of geen maatregelen worden genoemd. Hoe ziet de stad Schiphol zich ontwikkelen tot 2050? Recent onderzoek heeft aangetoond dat als Schiphol anders wordt ingericht, er de komende jaren tienduizenden woningen extra bij kunnen worden gebouwd. Zij hoort graag hoe de wethouder dit punt ten aanzien van Schiphol steviger gaat inzetten in de Omgevingsvisie. Wat zijn haar plannen en haar visie op Schiphol? Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort de CU vragen stellen aan de wethouder over de visie op Schiphol. Zij hoort echter ook graag wat de visie van de CU-Amsterdam is waar het krimp van Schiphol betreft. Mevrouw DE BRUINE denkt dat het zeker mogelijk is om te kijken naar krimp. Er moet in ieder geval voor gezorgd worden dat de overlast van Schiphol stopt. Belangrijk is het daarom ook de stad verder radicaal te vergroenen. Zij pleit voor meer visie op dit punt. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA proeft hieruit dat de CU wel openstaat voor krimp. Zij wil daarom weten waarom de CU in 2019 tegen een motie van de PvdD heeft gestemd, waarin staat dat Schiphol zich onvoorwaardelijk zou moeten inzetten om de krimp van het
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
aantal vliegbewegingen vanaf 2023 te realiseren. Mevrouw DE BRUINE kan zich die motie goed herinneren. Haar punt nu is echter dat Schiphol een soort onbenoemde plek lijkt te zijn in de hele Omgevingsvisie. Zij vindt dat daar een heldere visie op moet komen in de Omgevingsvisie. De heer VAN SCHIJNDEL wil weten hoe de CU staat tegenover het idee om het vliegveld in de Noordzee neer te gaan leggen. Mevrouw DE BRUINE geeft aan hierover graag op een ander moment de discussie te willen aangaan, gezien haar beperkte spreektijd. Haar volgende punt is dat van de zoektocht naar zonnepanelen. Daarbij worden nu benoemd de Sloterplas, de Gaasperplas, Waterland en de Nieuwe Meer. Hoe realistisch zijn deze zoekgebieden? Het is evident dat er moet worden ingezet op zonneenergie, maar dat laat onverlet dat die opgave niet opgelost moet worden in deze natuurrecreatiegebieden. De druk op de stad gaat toenemen en de behoefte aan rust en groen in de stad is evident. Zij wijst op de mogelijkheid van schermen op de taluds van de spoor- en metrobanen en langs de A10 te plaatsen. Zij wijst op het initiatief van de Rotterdamse RET met zonnepanelen aan het spoor dat direct energie levert aan het OV. Zij wil van de wethouder horen of deze claim op de genoemde natuurrecreatiegebieden realistisch en nodig is. Ook zij heeft zorgen over het Westerpark en de doorkruising.
Zij wijst op het feit dat de plannen voor de OV-baan alweer achterhaald zijn. Wat betekent dat voor de plannen op de kaart? De heer BOUTKAN komt terug op Schiphol. Hij wil weten of de CU de Luchtvaartnota kent die door het Kabinet is gepresenteerd en waar de CU deel vanuit maakt. Het is natuurlijk een waardeloze luchtvaarnota! Waarom hoort hij dan zo weinig vanuit de Haagse CU? Mevrouw DE BRUINE vindt dat die discussie vooral landelijk gevoerd moet worden. Hier kan worden gereageerd op de Omgevingsvisie. Daar is de wet aan zet in de vorm van de gemeenteraad. De heer BOUTKAN wijst erop dat ‘Schiphol’ echt alleen vanuit Den Haag geregeld kan worden. Dus nogmaals, wat gaat de CU doen om vanuit landelijk beleid te regelen dat er iets gedaan gaat worden aan de hinder van Schiphol? Mevrouw DE BRUINE wijst erop dat het gaat om de formatie. Dus wellicht kan er ook door de PvdA en niet alleen door de CU getracht worden om in de volgende periode daarover iets voor elkaar te krijgen. Mevrouw VAN RENSSEN noemt de Omgevingsvisie een van de belangrijkste stukken van deze periode. Het mooie van de Omgevingswet is dat het niet alleen ziet op de ontwikkeling, maar ook op de bescherming en het behoud van de bestaande leefomgeving. Dat moet dus ook in deze visie gedaan worden. Er wordt voor de uitwerking verwezen naar beleidsstukken, maar zij denkt dat ook hier keuzes gemaakt moeten worden.
Daarbij geldt dat men niet moet denken dat alles maakbaar is, want de stad ontwikkelt zichzelf. Lang niet altijd gebeurt dat langs de kaders die van te voren geschetst zijn. Dat wordt ook gevestigd door de visie. Zij heeft drie punten die zij wil maken. Nummer één is de groene stad. Er zijn vijf strategische keuzes in deze visie, die iedereen omarmt, maar dat geldt zeker voor het vergroenen. Zij is blij met alle genoemde initiatieven op dit gebied. Voor de binnenstad is ook het particuliere groen van binnentuinen essentieel. Zij hoort graag van de wethouder dat deze het eens is met GL dat het belang van het groen in de binnentuinen van essentieel belang is en verder benadrukt kan worden in deze Omgevingsvisie. Te zien valt dat het beheer van het groen samen met bewoners wordt uitgevoerd. Verder wil zij horen of het onderscheid dat in de Omgevingsvisie wordt gemaakt in verschillende typen groen
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
nog slechts een idee vormen dat nog moet worden uitgewerkt en aan de raad zal worden voorgelegd? Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoorde mevrouw Van Renssen spreken van ‘rigoureus vergroenen’. Zij vraagt zich af hoe dat samengaat in een stad als Amsterdam waar ook ontzettend veel gebouwd wordt en het groen veel meer opengesteld wordt voor bezoekers. GL verwijst ook vaak naar privé groen. Is dat rigoureus vergroenen? Mevrouw VAN RENSSEN legt uit dat voor GL zowel de openbare ruimte rigoureus vergroenen is, maar dat geldt ook voor het particuliere groen. Het is én-én. Wat haar betreft gaat het erom veel auto’s uit de stad te halen ten behoeve van ruimte voor vergroening. De heer KREUGER vraagt zich af hoe die vergroening gaat werken. Hij wijst erop dat ‘die tuintjes van meneer Ernsting’ niet lekker lopen. Volgens mevrouw VAN RENSSEN gaat het uitstekend met ‘de tuintjes van meneer Ernsting’. De heer KREUGER noemt zijn opmerking een grapje, maar men moet maar eens gaan kijken in De Pijp ‘het ziet er gewoon niet uit!’ Dus hij is benieuwd hoe dat zelfbeheer eruit ziet bij GroenLinks, want op deze manier werkt het niet. Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt hier aanstonds op terug te komen. In de Omgevingsvisie wordt gesproken over dit gelddakenplan(?), maar er wordt geen tijd aan gekoppeld, maar voor de vergroening van de stad zijn de groene en blauwe daken van belang.
Vorig jaar is haar nog toegezegd dat dit in de Omgevingsvisie zou worden uitgewerkt. Haar vraag is daarom wanneer deze uitwerking verwacht mag worden. Dan de integrale afwegingen, en dat geldt ook voor de klimaatadaptatie, waarvoor concrete maatregelen genomen moeten worden, ook al kost dat tijd, ruimte of geld. Het veranderende klimaat vereist dat nu eenmaal. Zij zal daarvoor nog een motie indienen. De verdichtende stad, de groei binnen grenzen en de meerkernenontwikkeling zijn allemaal ontwikkelingen die zij toejuicht met alle daarmee samenhangende maatregelen en keuzen. Zij is van mening dat men de afhankelijkheid van de auto moet loslaten: meer groen en minder auto’s. De stad bestaat uit meer dan alleen ontwikkeling. Juist ook de bestaande stad moet verbeterd worden. Er moet gebouwd worden aan buurten en gemeenschappen. Voor de inclusieve stad staan de betaalbaarheid en toegankelijkheid voor GL voorop. Zij vraagt blijvend aandacht te besteden aan een betaalbare en bestaande voorraad. In het actieplan Wonen, maar ook in andere programma’s, dient men zich te baseren op deze visie. Dan heeft zij nog een vraag over de wijze waarop de bestaande voorraad verduurzaamd kan worden. Ook daarin moet een integrale afweging worden gemaakt tussen erfgoed aan de ene kant en aan de andere kant duurzaamheid van de bestaande woningen.
Zij vraagt of daar nader onderzoek naar gedaan kan worden en of dat meegenomen kan worden in de bestuursopdracht ‘Erfgoed’. Mensen maken de stad, zo stelt zij. Dat wordt onderkend en daarvoor wordt ruimte geboden, zeker met het stuk ‘Samen stad maken’. Dat kan niet voldoende benadrukt worden. Daarbij ziet zij meer groen door en met bewoners als eerste stap. Hoe kunnen burgers nog meer betrokken worden bij burgerraden, zodat burgers nog meer betrokken worden bij de inrichting van de stad. De heer NIJSSEN heeft het betoog van mevrouw Van Renssen beluisterd en miste daarin toch elementen als bedrijvigheid en ondernemerschap. Hij vraagt of GL daar nog op wil reflecteren. Mevrouw VAN RENSSEN is van mening dat bedrijvigheid en de economische ontwikkeling absoluut bij de stad horen. Zij denkt dat die elementen ook een goede plek
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
hebben gekregen in deze Omgevingsvisie. Dat gaat hand in hand met wat er in de regio wordt gedaan en gedacht. De heer NIJSSEN wil dan weten wat GL denkt over die 150 ha bedrijvigheid die de stad zou moeten verlaten. Mevrouw VAN RENSSEN denkt dat het wat dat betreft goed is dat er naar een balans gezocht wordt. Dat kan met zich meebrengen dat bepaalde functies juist verminderd zouden moeten worden. De heer NIJSSEN wijst erop dat in de Omgevingsvisie zelfs staat dat er een inspanningsverplichting bestaat. Hij hoort de GL-fractie eigenlijk zeggen dat het wel ok is dat 150 ha bedrijvigheid uit Amsterdam verdwijnt. Mevrouw VAN RENSSEN benadrukt te hebben gezegd dat de balans gezocht moet worden. Soms kunnen dingen ook gestapeld worden. Het gaat daarom niet primair om het aantal vierkante meters. Mevrouw VAN SOEST heeft met aandacht zitten luisteren naar het betoog van GL. Kan mevrouw Van Renssen een definitie geven van het gebruik van groen? Hoort daarbij het openstellen van volkstuinparken en het aanleggen van fietspaden daar doorheen? Worden daarin begraafplaatsen ook meegenomen? Wat betekent ‘groen’ voor GL? Mevrouw VAN RENSSEN meent dat mevrouw Van Soest haar ook heeft horen zeggen dat het groen/blauwe netwerk verder uitgebreid moet worden. Zij heeft het dus over het toevoegen van essentiële stukken groen.
Zij heeft het over stadsbos gehad en stadsnatuur en daar horen ook parken bij. Mevrouw VAN SOEST vraagt mevrouw Van Renssen daarbij ook aan te geven wáár dat gerealiseerd gaat worden. Mevrouw VAN RENSSEN meent dat zij dat zojuist gezegd heeft. Bovendien moet zij op haar spreektijd letten. Voor Amsterdammers is de stad onmisbaar als plek van ontmoeting, voor persoonlijke groei, om je te uiten, je te laten troosten, te ontspannen en je te laten inspireren. Dat is voor GroenLinks het uitgangspunt bij deze Omgevingsvisie. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA is van mening dat er sprake is van een klimaatcrisis, die nu al grote gevolgen hebben voor de leefomgeving van mens en dier over de hele wereld. De ontwrichtende gevolgen van deze crisis zullen alleen maar toenemen. De PvdD vraagt zich af of de visie wel voldoende aansluit bij de verschillende klimaatscenario’s. Daarom zal zij volgende week hier met andere partijen een motie over indienen. Zij ziet in de Omgevingsvisie dat groen wordt opgeofferd voor woningbouw, recreatie, sport, maatschappelijke voorzieningen, radicaal vergroenen en veel meer woningen. Dat is volgens haar een loze belofte die niet nagekomen kan worden. Hoe wil het college dat tot stand brengen? Haar fractie had gehoopt dat het college meer duidelijke keuzes had gemaakt. Nu wordt het groen overal opgeofferd voor woningbouw en recreatie.
In gevelgroen kan de Amsterdammer niet recreëren. De groennormen zullen overal gerespecteerd moeten worden. De struinnatuur, scheggen en volkstuinen moeten met rust gelaten worden. Er moeten geen gebouwen geplaatst worden in de Sloterplas of in de Noorder IJplas. De PvdD heeft met deze Omgevingsvisie zorgen over de rust en de biodiversiteit, want alle groen wordt klaargestoomd voor meer recreatie, openstelling, meer bezoekers. Dat is voor velen een beangstigend toekomstbeeld. De heer KREUGER heeft laatst gelezen dat het nog nooit zo goed is gegaan met
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
de biodiversiteit in de stad. Daarom begrijpt hij niet wat mevrouw Bloemberg-Issa hierover zegt. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA denkt dat dat op sommige locaties zo zal zijn, maar zeker niet op alle. Het is duidelijk dat in een stad als Amsterdam heel veel groen verdwijnt. De heer BAKKER hoort mevrouw Bloemberg-Issa zeggen dat ‘radicaal vergroenen’ niet in de Omgevingsvisie genoemd mag worden. Als verklaring zegt zij nu al te zien dat alles opgeofferd wordt. Het lijkt erop alsof zij zegt dat zij nu al ziet dat die Omgevingsvisie niet gaat lukken. Hij begrijpt dat niet zo goed. Enerzijds ziet zij alle groen verdwijnen en als er dan een visie komt die radicaal wil vergroenen, dan kan dat niet. Dat is een rare tegenstelling. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wijst erop dat Nederland nog maar 15% heeft van de biodiversiteit vergeleken met peiljaar 1750 over volkstuinen. Op dat vlak staat Nederland onderop Europese lijstjes. Wat zij wil duidelijk maken is dat men in een beleidsstuk allerlei zaken kan benoemen, maar dat het ook moet worden uitgevoerd. In elke raadsvergadering probeert zij duidelijk te maken dat er weer ergens groen wordt opgeofferd. De heer BAKKER wil weten of mevrouw Bloemberg-Issa het met hem eens is dat een visie niet hetzelfde is als de uitvoering ervan. Hij begrijpt haar betoog niet.
Mevrouw BLOEMBERG-ISSA meent misschien niet duidelijk genoeg gemaakt te hebben dat de nu voorliggende visie niet strookt; dat er niet radicaal vergroend kan worden én volledig bebouwd kan worden. Daarom wil zij ook weten waarom in de visie wordt gezegd dat de volkstuinen gaan bijdragen aan meer groene ruimten voor alle Amsterdammers en dat wegens de overbelaste stadsparken. Waarom is er dan niet gekozen voor meer openbaar groen? Waarom moeten daar de volkstuinen voor open worden gesteld. De heer BAKKER vindt het dan helemaal raar worden als gezegd wordt dat men niet wil bouwen in de stad. Dat is toch bizar! Mevrouw Bloemberg-Issa weet heel goed dat er niet voldoende woningen zijn in Amsterdam. Als er niet voldoende gebouwd kan worden in de stad, dan gaat er dus in het groen gebouwd worden. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA meent dat ook de SP weet dat de PvdD niet tegen bouwen is. De partij is wel tegen meer bouwen dan de bevolkingsgroei vraagt. In Amsterdam wordt er op dit moment meer gebouwd dat de bevolking toeneemt. Dat gaat duidelijk niet samen met het behalen van de groennorm of de sportnorm, zodat er een prettiger leefomgeving ontstaat voor al die Amsterdammers die hier een woning willen.
De heer KREUGER vraagt zich af goed gehoord te hebben dat de PvdD zojuist zei dat er meer huizen bijgebouwd worden dan er wegens de bevolkingstoename nodig zou zijn? Mevrouw BLOEMBERG-ISSA probeerde duidelijk te maken dat de PvdD van mening is dat er in Nederland voldoende ruimte is om te zorgen voor goede en betaalbare woningen en dat daarin politieke keuzes gemaakt moeten worden. De PvdD kiest ervoor om de gebieden waar veel veehouderij is veel ruimte te maken voor natuur en wonen en in steden waar heel veel verdichting plaatsvindt goed gekeken moet worden waar nog gebouwd kan worden. Daarom wil de partij niet meer bouwen dan het bevolkingsgroeipercentage in Amsterdam. De heer KREUGER concludeert dat er dus ook in landelijk Noord gebouwd moet kunnen worden, aldus de PvdD.
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Concept Raadscommissieverslag, woensdag 30 juni 2021
RO
Mevrouw BLOEMBERG-ISSA benadrukt dat de PvdD ervoor is om het groen rond de stad ook groen te houden. Mevrouw VAN RENSSEN vindt de keuze van de PvdD niet realistisch. Klopt het dat de PvdD mensen de toegang tot de stad wil ontzeggen en dat ze maar ergens in de Peel moeten gaan wonen? Mevrouw BLOEMBERG-ISSA benadrukt dat haar partij wil dat de stad een prettige en groene leefomgeving is voor de Amsterdammer. Dat betekent dat er goed gekeken moet worden waar er gebouwd kan worden en hoe de groen- en sportnorm behaald kunnen worden. Mevrouw VAN RENSSEN constateert dat iedereen een leefbare stad wil, maar dat betekent ook dat er ruimte is voor nieuwkomers. Zij ziet dat de PvdD kiest voor een hek rond Amsterdam. Voor GL is het én bouwen én groen. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA is het niet eens met die woorden. Zij vraagt zich vervolgens af hoe leefbaar Haven-Stad wordt met die hoge bouwdichtheid en weinig groen. Zij maakt zich zorgen over de groen- en sportnorm voor Haven-Stad. Zij wijst op de PvdD-motie die vorig jaar is aangenomen om Westerpark buiten de groennorm van Haven-Stad te houden. Het stuit haar tegen de borst dat de wethouder toch delen van Westerpark meeneemt in de groennorm. Ook de maatregelen betreffende de fiets en de volkstuinen ziet zij als een grove aantasting van het groen.