CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag RO 20250416

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 16 april 2025, gemeente Amsterdam13.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie

RO

Raadscommissieverslag, 16 april 2024

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Vergaderdatum Woensdag 16 april 2025 van 13.30 tot 16:40 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 21 mei 2025 Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Van der Horst Commissiegriffier: mevrouw Nieuwenhuis, G. Hoff (commissieondersteuner) Verslaglegging: mevrouw Röling (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Aboelkasem (DENK), Ahmadi (De Vonk), Alberts (SP), Aslami (D66), Emmerik (PvdD), Von Gerhardt (VVD), Konings (VOLT), Lochtenberg (CDA), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GL), Taj (GL), Van Schijndel (FvD), Taşliyurt (D66), Veenhoff (GL) Afwezige commissieleden: Brante (JA21) Overige aanwezigen: Annelies Daalder (Rekenkamer), Jurriaan Kooij (Rekenkamer), Jan-Bert Vroege (bestuurder Stadsdeel Oost)

1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering RO en stelt vast dat er sprake is van een quorum. b. Mededelingen De VOORZITTER heeft verschillende mededelingen. Zo deelt de voorzitter mede dat het lid Brante van JA21 zich heeft afgemeld. Wethouder Van der Horst zal de commissie voor het grootste gedeelte te woord staan en wethouder Groot Wassink zal het agendapunt erfpacht voor zijn rekening zal nemen. De rekenkamer Amsterdam is aanwezig voor de bespreking van agendapunt 3 en bij agendapunt 5 is, Jan-Bert Vroege, lid van het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Oost aanwezig zijn. Wethouder VAN DER HORST deelt over de bij de vaststelling van de investeringsnota Buiksloterham aangenomen motie 1258.20 mede, dat inzake de snelle aanleg van gebruiksgroen in Buiksloterham met betrekking tot kavel 18 a, er het nieuws is dat ze tijdelijk sport en spel op deze kavel gaan inrichten en vanaf de meivakantie ook gebruikt kan worden door de buurt en de scholen in de omgeving, die hierover ook worden geïnformeerd. c. Vaststellen agenda De Partij voor de Dieren heeft de ingediende actualiteit ingetrokken, omdat dit bij agendapunt 3 behandeld wordt. Punt 6 wordt direct na de rondvraag besproken.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

De agenda wordt vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare RO-vergadering van 19 maart 2025 Het verslag van de openbare RO-vergadering d.d. 19 maart 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda’s en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Het lid VON GERHARDT vraagt naar de schriftelijke vragen over de vakantiewoningen die sinds oktober 2023 open staan en de afgelopen twee commissies is hem beloofd dat deze er echt aan zouden komen, maar dit is nog niet gebeurd. Het lid agendeert nu de schriftelijke vragen als agendapunt voor de volgende vergadering. Het lid ASLAMI wil de punten over de beleidsadviescommissie erfpacht en de pilot geschillencommissie erfpacht op de agenda zetten voor de eerst volgende commissie. Het lid VAN SCHIJNDEL zegt dit punt afgevoerd te hebben, omdat zij willen dat de nieuwe, door D66 aan te voeren wethouder, de gelegenheid heeft zijn licht hierover te laten schijnen en vraagt om uitstel. Het lid ASLAMI geeft aan dat de ontwikkelingen rondom de erfpacht te belangrijk zijn om daar mee te wachten. De VOORZITTER stelt vast dat de leden hiermee instemmen, wat betekent dat de punten geagendeerd worden. f. Tkn-lijst Op verzoek van het lid Lochtenberg wordt tkn-stuk 5 geagendeerd. Op verzoek van het lid Von Gerhardt wordt tkn-stuk 4 betrokken op het moment dat de meer jaren prognose grondexploitatie komt. g.

Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er is één stuk binnen gekomen van de stadsdeelcommissie Zuid Oost met betrekking tot agendapunt 3, waarbij zij hebben laten weten geen toelichting te willen geven. 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER wijst er op dat er ook een schriftelijke bijdrage is toegevoegd. Bij punt 2b: Sabrina GROSSMAN spreekt in op persoonlijke titel en geeft aan dat de gestelde doelen over toegankelijkheid van de stad Amsterdam zeer onvoldoende zijn ten opzichte van de nood van toegankelijkheid in de stad. De gestelde doelen bevatten getallen die

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

nergens in de buurt komen van de hoeveelheid mensen die bijzondere benodigdheden, beperkingen en of ziekte hebben, die vanwege de inrichting van de stad geïsoleerd, uitgesloten en in spanning en in afhankelijkheid verkeren. Zo staan er constateringen die niet kloppen met de werkelijkheid. Het is onmogelijk om in contact te komen met iemand bij de gemeente die over toegankelijkheid gaat via 14020 en de robot vertegenwoordiger heeft überhaupt geen vat van handicap. Inspreker vraagt of de commissie het VN-verdrag Handicap wil lezen, zich wil verdiepen in de leidraden van de NEN 9120. De norm is een uitwerking in praktische richtlijnen van de Europese norm. Inspreker roept op de gestelde norm toe te passen, zodat het voor iedereen duidelijk is wat zij mogen verwachten van de toegankelijkheid van een gebouw. Ook roept de inspreker de leden op zich te verdiepen in CROW, dat een slimme en praktische oplossing bedenkt over infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer. Inspreker noemt het doel van de gemeente, ‘ieder kind kan buiten spelen’, gebrekkig, omdat ieder kind buiten zou moeten kunnen spelen in gelijkheid en in gelijke hoeveelheid. Daarvoor moeten alle speeltuinen voor iedereen toegankelijk zijn en elk trottoir hiernaartoe zou veilig moeten zijn voor elk kind. In de openbare ruimte kan er rekening worden met bijzondere benodigdheden en handicap.

De huidige gebrekkige doelen van de stad sluiten grote gedeelten van deze groepen mensen uit. Inspreker vraagt namens duizenden mensen om zo snel mogelijk een toegankelijkheidscommissie aan te schaffen, ook voor publiek bereikbaar en dat ook contact heeft met bewoners. In het VNverdrag Handicap leest, dan komen ze erachter dat er amper ergens aan voldaan is en dan gaat inspreker ervan uit dat de leden ook met prioriteit en intensiteit aan de slag gaan. Als de stad toegankelijk wordt, zal iedereen erop vooruit gaan. Bij punt 3: Tania DAVISON, spreekt in op persoonlijke titel. Inspreker is de organisator van het Dockyard Festival wat sinds 2017 op het N1 terrein plaatsvindt. Zij hoorden afgelopen zomer dat zij in 2025 niet het hele terrein mochten gebruiken. Het zuidelijke deel zou hen worden ontnomen en zij moesten dit voor henzelf houden. Later kwamen zij er achter dat het terrein vrij moest worden gehouden voor Stadsnomaden, terwijl Stadsnomaden niet vallen onder een bedrijventerrein. Waarom moet hun festival wijken voor iets wat niet in het bestemmingsplan staat? En waarom wil de gemeente hun afspraak zomaar veranderen? De wethouder zei volgens inspreker onlangs dat de N1 geen geschikte plek is voor Stadsnomaden en gaf zelf aan dat de evenementen daar gewoon door kunnen gaan.

Inspreker vindt dit heel mooi, maar vraagt zich af waarom zij horen dat het terrein niet vrij wordt gegeven. Inspreker voelt zich van het kastje naar de muur gestuurd. Wat betreft de veiligheid wijst inspreker op de gasleiding die onder de N1 loopt. Bij hun festival is dit nooit een probleem, maar volgens inspreker is 24/7 bewoning veel moeilijker te beheersen. De gasleiding verplaatsen zou miljoenen kosten. Ook buurtbewoners vrezen dat dit geen veilige en gezonde situatie is, omdat kwetsbare mensen een stabiele, toegankelijke omgeving nodig, geen afgelegen terrein vol gevaren. Dockyard Festival is altijd veilig en professioneel georganiseerd. Zij houden zich aan de afspraken. Hun editie in 2025 dreigt te verdwijnen. Het is nooit formeel besloten dat de Stadsnomaden naar de N1 gaan. Zij staan nu met lege handen vanwege iets wat misschien niet doorgaat, terwijl eerder was beloofd dat de festivalkalender tot 2026 zou doorlopen. Inspreker roept de leden op in te grijpen en N1 vrij te geven voor het Dockyard festival. Desgevraagd geeft inspreker aan dat zij een paar weken geleden zijn gebeld door de beheerder van het terrein, dat het festival toch niet mag plaatsvinden. Bij punt 6: Rob DE WILDT spreekt in op persoonlijke titel, om zo te reageren op de aanpassingen van de buurtstraatquotes (BSQ) in 2024 en 2025.

Jaarlijks worden die aangepast en dat gebeurt voornamelijk door indexering van de ene kant van de aanpassing van de WOZ-waardes en aan de andere kant herbouwkosten van woningen. Inspreker begrijpt niet hoe de gemeente aan de indexering de herbouwkosten komt en heeft daarom dit onder andere gevraagd aan de BDB, het bureau wat de gemeente gebruikt om een bouwkostenindex te produceren en zij zeiden dat ze niet snapten met welke index de gemeente werkt. In 2024 steeg de BDB index met bijna 10 procent steeg en de bouwkosten volgens de gemeente 5 procent. Het effect van één procent verschil in de bouwkosten, is

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

gemiddeld twee procent in de BSQ die dan hoger wordt. Door lagere bouwkosten te rekenen krijg je hogere grondkosten. Ook bij SEO heeft inspreker deze vraag ook neergelegd, maar zij hebben hier niet naar gekeken. Het gevolg van dit alles is dat de gemeente met te lage herbouwkosten rekent en daarmee een te hoog BSQ percentage, wat ten koste gaat van de erfpachters die te hoge grondkosten in rekening gebracht worden. Inspreker is van mening dat dit gecorrigeerd moet worden. Op de vraag of de indexering dan een product is van eigen makelij, zegt inspreker geen idee te hebben hoe de gemeente omgaat met de berekeningen van het bureau. Ook kan inspreker niet uitleggen waarom de gemeente het CBS cijfer niet gebruikt. Het CBS heeft een bouwkostenindex voor nieuwbouwwoningen, onderscheidend naar input en output index. Daarbij wordt bij de output index de marktontwikkeling meegenomen. Het verschil is dan nog veel groter, want dan zou over twee jaar gerekend, rekent de gemeente met acht procent bouwkostenstijging en het DBD komt met dertien of veertien procent en het CBS aan bijna twintig procent. Blijkbaar meent de gemeente dat aannemers in deze gemeente veel goedkoper werken dan elders in het land. Desgevraagd geeft inspreker aan dat de verschillen voor de erfpachters heel groot zijn. Volgens inspreker zou een betere bouwkostenindexering de grondprijs ongeveer kunnen halveren.

Bij punt 7: Lia KOUWENHOVEN spreekt in op persoonlijke titel. Inspreker zegt dat zij een bezorgde bewoner van Slotermeer Nieuw West is die wil dat de bebouwing in de Lutkemeerpolder stopt en dat er een grote, groene, agrarische oase komt, ook vanwege de noodzakelijke lokale voedselvoorziening van de stad. Inspreker verwijst naar eerdere noodkreten en vraagt zich openlijk af wie er echt luistert naar de zorgen van de bewoners van Nieuw West. Zien ze dan niet wat er zich aftekent in de Lutkemeerpolder? En hoe verstrekkend de komende decennia de gevolgen zijn voor Nieuw-West. Het stadsdeel is een van de armere stadsdelen waar veel problematiek speelt rond gezondheid. Hittestress die gaat toenemen bij het volstorten van beton in de Lutkemeerpolder, levert jaarlijks een toename van 36,5 vroegtijdige sterfgevallen op, alleen al in Nieuw-West. Ze bouwen voor leegstand, want er staat al ruim vierhonderdduizend vierkante meter aan distributie leeg in Amsterdam. Inspreker vindt de reeds gebouwde hallen niet passend en verwijst naar de uitdrukking, ‘alles van waarde is weerloos’. Ook verwijst inspreker naar de tentoonstelling van Anselm Kiefer en zegt dat kunstenaars als Kiefer indringend en overstijgend aangeven dat wat zij aan het doen zijn met hun aarde en hun laatste vruchtbare agrarische polder in Amsterdam.

Inspreker roept de leden van de commissie op om naar de polder te komen, de tentoonstelling van Kiefer te bezoeken en zich diepgaand te bezinnen op wat zij niet verder mogen laten gebeuren. Als commissie kunnen zij een krachtig signaal geven door niet mee te buigen met de oude reflexen van economische efficiency, maar te kiezen voor waarde creatie, sociaal, economisch, ecologisch en cultuur. Inspreker roept op tot het stoppen met bebouwing en verharding in de Lutkemeerpolder en de bewoners van NieuwWest niet in de steek te laten. Desgevraagd zegt de inspreker dat het haar inspireert om door te gaan, dat nog steeds een groot stuk niet bebouwd is. Wat betreft de gevolgen die verstrekkend zijn, licht inspreker toe dat het ook gaat om wateroverlast en gezien de geopolitieke situatie, hebben zij als Amsterdam mogelijk ook lokale voedselvoorzieningen nodig. Ook wijst inspreker op de verkeersinfarcten die enorm gaan toenemen. Inspreker bevestigt dat er haars inziens al begonnen is met de tweede fase. Iris POELS spreekt in op persoonlijke titel als klimaatburgemeester Amsterdam. Al jarenlang klinkt er een luide roep van tientallen Amsterdammers die ook ingesproken hebben om te stoppen met de vernietiging van Lutkemeerpolder. Inspreker maakt zich grote zorgen en gelooft dat er nog steeds verandering mogelijk is, als de politiek de moed heeft.

Een bestemmingsplan kan ook veranderen en bewoners kiezen voor een mooie en leefbare stad voor iedereen. Zij delen tienduizenden gifvrije biologische zonnebloemzaadjes uit, waarvan een groot deel uit de Lutkemeerpolder, handmatig gesorteerd door honderden mensen. De zaden dragen het verhaal van de Lutkemeerpolder de stad in, zo vertelt inspreker over de schoonheid, de waardevolle bodem, hoe oud de grond is, de biologische groente en tot voor kort was het een uniek vogelbroedgebied. Ook vertelt inspreker het

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

verhaal van de corruptie, dat het bouwen van grote, zware dozen op de laatste vruchtbare kleigrond van Amsterdam nog steeds doorgaat. Grote Tegelijk zien ze op Funda ongeveer 400.000 vierkante meter aan bedrijfshallen die worden aangeboden. Het is een bedrijventerrein op de verkeerde plek, met zeer grote, nadelige gevolgen voor hun stad en leefomgeving. Is dit het idee van de gemeente Amsterdam van een betrouwbare overheid, een circulaire economie, van brede welvaart? Gaat het dan alleen om geld? Wat is de prijs van de vernietiging van de laatste horizon van Nieuw-West? Wat kost het verdwijnen van een broedplaats van de kievit en de 36,5 vroegtijdige sterfgevallen? Inspreker roept op om eens te gaan kijken in de Lutkemeerpolder en de vernietiging te stoppen. Maak ruimte voor leven, maak ruimte voor democratie. In het stadsdeel waar 24 procent van de bewoners laaggeletterd is, begrijpt men heel goed waar het hier omgaat, een groot voedselpark waar zij trots op kunnen zijn, dat is wat Nieuw West nodig heeft. Het kan nog steeds. Stop met de vernietiging van de Lutkemeerpolder en maak ruimte voor betrouwbare democratie. Wat betreft de ontwikkelingen van de laatste drie weken, zegt inspreker te merken dat er beweging is, dat mensen bereid zijn te redden van wat nog te redden valt. Los daarvan zien ze dat steeds meer mensen en bedrijven hun steunen.

Gevraagd naar de verkeersvoorzieningen, zegt inspreker dat het kruispunt bij de Etnastraat met de Ookmeerweg al regelmatig vaststaat. Een ander probleem is dat de brug naar Lijnden niet meer verbreed wordt en dat er geen afslag is vanaf de snelweg. Dat betekent dat al het verkeer de stad in moet, wat veel fijnstof geeft. Er komt wel een turbo rotonde, maar de wegen worden niet verbreed. Inspreker voorziet dat die turbo rotonde het probleem niet gaat oplossen. Jesse BUSSER spreekt in namens Research Master Environmental Humanities, Vrije Universiteit Amsterdam. Inspreker geeft aan dat hij is opgegroeid in een dorp aan de rand van waar ooit een polder was. Nu is dit helemaal volgebouwd. Inspreker vond het een openbaring om te zien hoeveel activisten zich schaarden achter de vraag, een immer groeiend landschap van beton, is dit hoe zij willen dat de stad eruit ziet? Zij komen hier om dit soort vragen te stellen. Hoe ziet een duurzame stad eruit? Hoe bereiden ze de stad voor op de toekomst en wiens toekomst krijgt daarbij de hoofdrol? De gemeente Amsterdam benadrukt dat distributiecentra noodzakelijk zijn om de groei van de stad bij te houden. Groeiende steden over de hele wereld worden geteisterd door luchtvervuiling, hittegolven, droogte en overstromingen. Distributiecentra maken deel uit van de infrastructuur die aan deze problemen bijdragen.

Belangrijker is het dat de kinderen van Amsterdam niet zullen leren waar voedsel vandaan komt en hoe planten groeien. Het voedselpark is met een plan gekomen om de Lutkemeerpolder in te richten voor gemeenschapslandbouw, een levend klaslokaal. Met de vraag, hoe ziet een duurzame stad eruit, nodigen zij de commissieleden uit het land niet als handelswaar, maar als gemeenschappelijk goed te zien. Het vergt van hen de economische stroomversnelling af te remmen en te luisteren naar vormen van kennis die niet worden meegenomen bij stedelijke besluitvorming, zoals de kunde van telers, de kennis van de grond, de aandacht voor zorgzaamheid. Met de vraag, hoe ziet een duurzame stad eruit, nodigen ze hen uit concepten als betrouwbaarheid, groei en waarde met een nieuwe blik te bekijken, met de ontwikkelingen van de afgelopen decennia in de achtergrond. Ze vragen om de stad en haar bewoners dit kleine stuk vruchtbare zeeklei te gunnen, als ruimte voor ecologische verbeelding, als plek waar ook de toekomstige generaties, met hun voeten in de modder en hun hoofd in de wolken, kunnen ervaren hoe Amsterdam hun vraag, hoe ziet een duurzame stad eruit, beantwoordde.

Desgevraagd geeft aan dat de interactie die de Lutkemeerpolder geeft, om zelf met het eten wat ze eten in contact te komen, te kijken hoe iets duurzaam kan worden gegroeid, iets anders is dan recreatief rondwandelen of op een herdenkingsplaats komen. De VOORZITTER bedankt alle insprekers voor hun bijdragen. c. Actualiteiten d.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

Rondvraag Het lid ASLAMI heeft een vraag over de locatie N1. Voor dit festivalseizoen is besloten de festivalkalender één op één te kopiëren. In beantwoording van schriftelijke vragen van collega’s Von Gerhardt en Moeskops, heeft het college aangegeven dat locatie N1 nog beschikbaar is, ongeacht wat er besloten wordt rondom de Stadsmonaden. Ook is eerder aan Dockyard festival gecommuniceerd dat zij het gehele terrein mogen gebruiken, maar nu blijkt dat zij alsnog een groot deel van het terrein niet kunnen gebruiken. Kan het college uitleggen waarom het nu toch lijkt dat het standpunt van het college is gewijzigd? En hoe verhoudt zich tot eerdere toezeggingen van het college? Wethouder GROOT WASSINK heeft twee correcties hetgeen het lid Aslami stelt. De zuidpunt is zeker geen heel groot deel van het N1 terrein en er is absoluut veel contact geweest met de inspreker. De wethouder geeft aan binnenkort zelf ook met de inspreker om tafel te gaan. De inspreker gaf ook aan dat vorig jaar al is aangegeven dat de zuidpunt mogelijk klaargemaakt zou moeten worden voor de Stadsnomaden. Omdat de kalender is gekopieerd, kan het festival in die zin gewoon doorgaan, maar de zuidpunt wordt gereserveerd, zoals ook besproken met de inspreker. Als college zijn zij op zoek naar een andere plek voor de Stadsmonaden, maar vooralsnog is N1 niet uitgesloten.

In de communicatie is wel degelijk aangegeven dat een klein deel van het kavel mogelijk gebruikt zal moeten worden voor voorbereiding, maar zij zijn nog steeds op zoek naar een andere locatie die zij zouden kunnen inzetten voor het huisvesten van de Stadsnomaden. Het lid ASLAMI vraagt wat dit betekent voor Dockyard. Kunnen zij dit jaar hun festival houden? Wethouder GROOT WASSINK meent dat hij deze vraag al heeft beantwoord. Het lid VON GERHARDT meent dat er nog wel wat verwarring blijft. In de beantwoording van de schriftelijke vragen is aangegeven dat het festival in 2025 op de normale manier kan doorgaan. Nu is het toch wel het geval, dat het wat kleiner moet, wat gevolgen heeft voor de capaciteit waar een ondernemer rekening mee moet houden als ze dat gaan plannen. Wanneer komt daar nu definitieve uitsluitsel over? Ze kunnen niet pas een week van tevoren bepalen hoe groot het festival kan gaan worden, dat moeten ze een aantal maanden van tevoren weten. Kan de wethouder daar zo snel mogelijk uitsluitsel over geven. Wethouder GROOT WASSINK vindt de suggestie dat zij pas drie dagen van tevoren met een festivalorganisator in overleg zouden treden bespottelijk. Zij hebben eerder aangegeven dat op de zuidpunt mogelijk voorbereidingen zouden moeten plaatsvinden. Het festival is daar eerder van op de hoogte gesteld. In die zin is er niks veranderd.

Het lid VON GERHARDT zegt dat het punt zit bij dat de wethouder blijft zeggen, dat het mogelijk om de zuidpunt gaat. Het is belangrijk om daar zo snel mogelijk uitsluitsel over te geven. Wanneer is de wethouder van plan om uitsluitsel te geven of deze organisatie wel of niet gebruik kan maken van deze zuidpunt? Wethouder GROOT WASSINK zegt dat zij al veel eerder tegen de organisator gezegd hebben dat de kleine zuidpunt niet beschikbaar is, maar de rest van het festival gewoon doorgang kan vinden. Dat is wat zij steeds hebben gecommuniceerd. Ook hebben zij aangegeven dat zij ondertussen zoeken of er mogelijk een andere locatie beschikbaar is voor de Stadsnomaden. Zodra ze die puzzel hebben opgelost, horen zij dat. BESPREEKPUNTEN Ruimtelijke Ordening 3

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Bouwen aan de complete stad (VN2025-004832) De VOORZITTER wijst op de bijdrage van de stadsdeelcommissie Zuidoost. De voorzitter heet de leden van de rekenkamer van harte welkom. Annelies DAALDER geeft een toelichting op het rekenkamerrapport. Zij zijn dit onderzoek gestart vanwege het grote maatschappelijke belang van woningnood en de inspanningen van de gemeente om die te verlichten. De gemeente wil ook complete wijken bouwen met alles wat nodig is om daar goed te kunnen leven. De insteek van dit onderzoek is om te leren van hoe het tot nu loopt in transformatiegebieden. Hun hoofdboodschap is dat de ambities voor de groei van de stad niet in balans zijn met de mogelijkheden. Dit geldt nog meer voor de gebiedstransformaties waar het gaat om een verbouwing van bestaande wijken met kantoren en bedrijven. De verwachting is dat het beoogde aantal woningen gebouwd zullen worden, maar de ambities voor de complete wijken staan onder druk. Zij hebben gezien dat met gedrevenheid en inzet wordt gewerkt. Er wordt naar slimme oplossingen gezocht, waardoor toch wel veel is bereikt. Tegelijkertijd lopen zij in de stad tegen de grenzen aan. Zij denken dat meer realisme noodzakelijk is, zodat er een evenwicht ontstaat tussen ambities en mogelijkheden. Op basis van het onderzoek hebben zij elf aanbevelingen gedaan.

In de laatste aanbeveling komt alles samen, daar gaat het om in evenwicht brengen van de ambities voor de groei van de stad met de mogelijkheden. In hun aanbevelingen dragen ze oplossingsrichtingen aan voor de knelpunten die ze signaleren, waarbij zij zich realiseren dat bij hun aanbevelingen fundamentele keuzes spelen. Zij vinden het begrijpelijk dat het college niet direct een standpunt inneemt in hun reactie op de aanbevelingen, maar zij missen een aankondiging van wanneer het college dat wel zou doen. Zij adviseren de raad het college te vragen om in een plan van aanpak te verduidelijken wat het college gaat doen met de aanbevelingen, in beeld te brengen wat er meer mogelijk is en vragen het college daar zo over te rapporteren dat dit een goede basis is voor een gesprek met de raad. Want het gaat om fundamentele keuzes en de raad is de plaats waar hierover gediscussieerd moet worden, anders worden deze keuzes bij de uitvoering gemaakt. Geen keuzes maken is daarmee in zichzelf eigenlijk ook al een keuze die gevolgen heeft. Zij hopen dat het rapport bij kan dragen van het voeren van het debat. Het lid VON GERHARDT vraagt of zij kunnen vertellen op welke termijn er keuzes gemaakt moeten worden, voordat ze zien dat het fout gaat of dat ze niet de complete stad kunnen bouwen.

Hoe snel moet dat gebeuren en wat zijn de gevolgen als ze dat te laat doen? Annelies DAALDER vindt dit een complexe vraag, want het is niet zo dat ze per se vandaag keuzes moeten maken. Maar alles wat moet gebeuren in de planning van woningbouw, zeker het bouwen in transformatiegebieden, kent een lange termijn. Het gaat nu om fundamentele keuzes die ze met elkaar goed moeten bespreken. Dat is niets iets wat ze op de lange termijn moeten schuiven, maar in de komende maanden met elkaar zouden moeten bespreken. Het lid VON GERHARDT wijst erop dat in het rapport wordt gesteld dat bijsturen negatieve effecten heeft. Zeggen zij dan ook dat de keuzes die ze nu maken, dan niet voor de huidige transformatie moeten gelden, maar meer voor de nieuwe projecten moeten gelden? Annelies DAALDER stelt dat het hier gaat om verschillende dingen. Zij hebben gezien dat bijsturen soms heel negatief kan uitpakken, maar er zijn verschillende keuzes die ze kunnen maken die niet hoeven te leiden tot dat soort gevolgen. Ze denkt dat er een onderscheid is in zaken die ze moeten bespreken en waar ze een keuzes in moeten maken. Er zijn zeker dingen die voor de korte termijn doorgevoerd kunnen worden, maar ook keuzes die ze voor de lange termijn maken.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

Het lid ASLAMI vraagt naar de aanbeveling dat ze minder moeten sturen op kavels, maar meer op gebiedsniveau moeten sturen. Annelies DAALDER zegt dat zij hebben gezien dat als ze sturen op kavelniveau, het heel moeilijk is om bepaalde ambities met elkaar te verenigen. Terwijl als ze op een hoger niveau sturen, het makkelijk is om bepaalde ambities met elkaar te verenigen. Het risico is dat als ze de moeilijke dingen vooruit schuiven, dat ze aan het einde van de gebiedsontwikkeling met de moeilijke dingen blijven zitten. Ze moeten daar ook een evenwicht in vinden. Het lid ASLAMI vraagt wat betreft het vastleggen van plannen, op wat voor detailniveau dat zou moeten. Ook vraagt het lid wat voor impact dat heeft op het ambitieniveau versus wat ze als haalbaar achten. Annelies DAALDER geeft aan dat bij eigenlijk alles het gaat om een soort van balans. Soms worden er vooraf hele gedetailleerde plannen gemaakt, wat dan in de praktijk heel moeilijk blijkt te werken. Dan is het moeilijk om dat bij te sturen. Ze kunnen natuurlijk niet alles loslaten en willen wel bepaalde ambities uitspreken voor een gebied, maar juist omdat het in transformatiegebieden ook om een lange periode gaat, is het moeilijk om nu te beslissen waar over tien jaar behoefte aan is als het gebied vorm heeft gekregen.

Het lid TAJ viel het op dat in het rapport weinig werd gesproken over de landelijke kaders en de landelijke financiële bijdrages die mogelijk zouden kunnen helpen om juist wel aan de ambities te voldoen. Kunnen zij daar op reflecteren? Annelies DAALDER stelt dat het zeker zo is dat landelijke kaders ook een rol spelen, maar zij hebben zich voornamelijk gericht op waar Amsterdam wel invloed op heeft als stad zelf. Het hoort bij hun wettelijke taak om te kijken naar wat het college van Amsterdam doet en of het zijn belofte waarmaakt. Er zijn ook problemen waar de gemeente heel moeilijk een rol in kan spelen. Het lid TAJ valt het op dat de middelen komen vanuit landelijk beleid. De ambities als stad kunnen ze proberen waar te maken met de middelen die de stad nu heeft, maar ze kunnen ook altijd kijken naar welke andere middelen, welk beleid, daar invloed op heeft. Annelies DAALDER zegt dat het lid hier gelijk in heeft, maar dat zij hier niet specifiek naar gekeken hebben. Het lid VAN SCHIJNDEL neemt het project Baak, in de NDSM werf, als voorbeeld. Daar staan hele hoge grondprijzen in, dus bij afkoop van eeuwigdurende erfpacht, is bij de meeste woningen de grondprijs 200.000 euro. Het gaat bij elkaar bijna om één miljard euro wat dat dan binnenkomt als dat wordt afgekocht.

Dan moet het toch mogelijk zijn om daar de groenvoorzieningen, scholen, dokstersparkatijken, winkelgebieden, vanuit te betalen. Jurriaan KOOIJ zegt dat ze niet specifiek gekeken hebben naar dit project. Er wordt heel veel geld met gronduitgifte verdiend, maar tegelijkertijd wordt daar op ingezet om dit soort projecten mogelijk te maken. Of een project uit kan komen met de opbrengen uit de grond, hangt ook af van de ambities die zijn gesteld, dus het samenspel daarvan. Het lid AHMADI is benieuwd naar wat er nog kan gebeuren in deze projecten die al voltooid zijn, waarbij gebrek is aan maatschappelijke voorzieningen of bijvoorbeeld de bereikbaarheid heeft moeten leiden. Zien zij daar wel ruimte om daar op in te zetten en te zorgen dat deze gebieden uiteindelijk volwaardige leefgebieden worden. Jurriaan KOOIJ refereert aan de aanbeveling dat bijsturen ook effect kan hebben en merkt daarbij op dat zij niet direct adviseren zomaar in te grijpen bij lopende projecten. Het is goed om je dan te laten informeren wat daar dan de negatieve consequenties van zijn. Het zou kunnen zijn dat de ruimte dan beperkt is, dat weten zij niet precies. Er zitten

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

ook wel opmerkingen in die wel al eerder in gang kunnen worden gezet om lopende projecten meer in de gewenste richting te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om te kiezen voor meer budget om in leefbaarheid te investeren tijdens de ontwikkeling. Het lid MINDERHOUD geeft aan dat in het rapport geschreven staat dat er ook bij Amstel III positieve ervaringen zijn met woningbouwcorporaties, als het gaat om het waarborgen van woningen in het betaalbaar segment, ook ten aanzien van voldoende binding met de buurt. Dat ambtenaren hebben ook aangeven dat ze graag samenwerken met woningbouwcorporaties. Hebben ze ook vernomen wat de gemeente kan doen om die relatie te verstevigen? Zodat die binding met de buurt, en ook in termen van het betaalbare segment, beter gemaakt kan worden. Jurriaan KOOIJ zegt dat ze niet heel concreet een handreiking hebben gekregen hoe woningcorporaties beter ingeschakeld kunnen worden. Wel hebben zij vernomen dat zij soms wat belemmeringen hebben ervaren, wat ook met hun eigen financiële mogelijkheden te maken heeft. Het lid VAN SCHIJNDEL zegt dat bij het allergrootste transformatieproject, HavenStad, hem vanuit de ambtelijke organisatie wordt verzekerd dat die maatschappelijke voorzieningen allemaal keurig zijn ingetekend. Hebben zij gekeken of dat juist is? Jurriaan KOOIJ zegt dat zij niet naar dit project hebben gekeken.

Het lid LOCHTENBERG vraagt hoeveel ambtelijke capaciteit vrij kan komen, als ze minder gedetailleerd hun plannen vastleggen, zoals bij aanbeveling drie. Jurriaan KOOIJ zegt dat zij dat op die manier niet in beeld hebben. Het lid VEENHOFF heeft een vraag over het vooruithalen van investeringen, waaronder groen. De gemeente moet dan iets meer risico nemen, omdat ze dan nog niet weten wat de baten zijn, daar pleit de rekenkamer voor, maar daar zou dan een buffer nodig zijn in het vereveningsfonds. Kennen zij gemeentes waar die buffer daar wel is? En aan wat voor ordergrootte zouden ze dan moeten denken? Jurriaan KOOIJ geeft aan dat de buffer waar zij voor pleiten niet specifiek voor groen is. Die buffer is bedoeld om te voorkomen dat projecten te veel mee moeten bewegen met de economische winden die waaien. Daarmee krijgen ze meer stabiliteit in ontwikkelingen en zou het mogelijk zijn om ambities op groen meer stabiel uit te voeren, omdat ze dan minder snel moeten bezuinigen op het moment dat er economische tegenwind is. Op basis van dit onderzoek weten zij niet of andere gemeenten dit soort buffers hebben. Amsterdam heeft zelf ook op een bepaalde manier buffers in het vereveningsfonds zitten. Zij pleiten ervoor om daar een schepje bovenop te doen.

Het lid VEENHOFF zegt dat in het rapport ook staat dat ze meer risico moeten nemen met alvast investeren voor het plan, omdat het zulke lange projecten zijn en de transitie ook lang duurt en dat daar ook een buffer voor nodig is. Jurriaan KOOIJ zegt dat het klopt dat zij pleiten voor eerder investeren in leefbaarheid en erkennen dat dit geld kost, wat er nu onvoldoende is, maar benadrukt dat dit niet hetzelfde is als de buffer waarbij ze bij economische tegenwind voor pleiten. Eerste termijn Het lid EMMERIK vindt het rapport buitengewoon alarmerend, maar niet verrassend. De conclusies bevestigen wat zij al jaren zeggen, namelijk dat er een ernstig gebrek is aan realisme in het Amsterdamse bouwbeleid. Vervolgens citeert het lid uit het rapport en stelt dat deze kritiek behoorlijk is onderbouwd. Zij krijgen van het college een reactie terug zonder concrete toezeggingen. De rekenkamer waarschuwt expliciet. De

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

reactie van het college werkt de indruk dat de bestaande praktijk volstaat en er geen aanpassing nodig of wenselijk is. Dit is precies waar het mis gaat, want de rekenkamer vraagt om keuzes en het college komt niet echt met een expliciet standpunt over de aanbevelingen en er is geen vooruitblik of belofte dat dat later alsnog komt. Dat vinden zij onacceptabel, want het gaat hier om fundamentele keuzes die bepalen of Amsterdam een leefbare stad blijft. Wat gaat de wethouder concreet voor actie ondernemen, behalve er van leren? Kan de wethouder aangeven welke extra stappen zij gaan zetten of niet, en waarom? En hoe kunnen ze garanderen dat deze stad leefbaar, sociaal verbonden en klimaatbestendig blijft? Het lid MINDERHOUD geeft aan dat zij als fractie de afgelopen jaren aandacht hebben gevraagd voor een stad als thuis. Wat hen betreft is dat een stad waarbij iedereen de vrijheid heeft om gelukkig te worden en te zijn. Het is een stad waarin een huisarts, zorg en steun op loopafstand zijn, waar je genoeg plek hebt om te sporten, te spelen en kunst te maken en te ondernemen, en een buurt met winkels die aansluit bij de behoefte en een buurt waar kinderen naar een goede opvang kunt brengen zonder een half uur in de auto te zitten en ’s avonds plek hebt om vrienden te ontmoeten. Deze voorzieningen vormen de lijn die van een verzameling woningen een buurt maken.

De rekenkamer constateert een ontwikkeling die velen al dagelijks ervaren, namelijk dat deze lijn onder druk staat. Het uitgangspunt van het bestrijden van de woningnood, is dat het bouwen van zoveel mogelijk woningen, vanzelf leidt tot meer kansengelijkheid, meer vrijheid en uiteindelijk meer welzijn. Meer aanbod zou voor minder druk op de woningbouw moeten zorgen. Maar mensen constateren ook steeds vaker dat het aantal voorzieningen en de kwaliteit daarvan niet meegroeit en in het slechtste geval niet aansluit bij hun wensen en behoeften. Er bestaat een wezenlijk risico dat Amsterdammers zich vervreemden van hun stad. Dit manifesteert zich in de verschillende delen van de stad. In de H-buurt worden er honderden woningen bijgebouwd, maar is het de vraag of er plek is voor een lokale organisatie en een huisarts die haar praktijk noodgedwongen vanuit een sociale huurwoning runt. In Nieuw west komen bewoners steeds vaker in opstand tegen sloop nieuwplannen, omdat ze zich afvragen wat er wordt teruggebouwd. In het centrum rukt de monocultuur op en de vastgoedspeculatie ook. In Weesp dreigt een woonwijk uit de grond te worden gestampt met onvoldoende voorzieningen, waar kinderen te weinig plek hebben om te spelen en te sporten en waar ouders steeds verder moeten rijden voor kinderopvang. De andere kant van het verhaal is waarom ze deze bouwambitie hebben.

Het aantal mensen dat in Amsterdam dakloos is of dreigt te worden, wordt nu geschat op vijftienduizend mensen. Het vinden van een passende woning wordt steeds moeilijker, jongeren wonen te lang thuis en ouderen vinden geen woning om naar door te stromen. Tegelijkertijd is het rapport van de rekenkamer over voorzieningen hard en biedt het aanknopingspunten voor verbeteringen. De fractie wil beginnen met een motie voor een onderzoek naar de noodzaak van een draagkrachtoets, als onderdeel van het plan van aanpak. Met een draagkrachtoets zou per stadsdeel getoetst kunnen worden tot welke investeringen en voorzieningen noodzakelijk zijn om zoveel mogelijk woningen te bouwen. Deze toets gaat verder dan de huidige referentienorm, want de toets neemt ook de druk op bestaande voorzieningen in omliggende buurten mee. Er moet worden bepaald of de bestaande voorzieningen in de omliggende woningen ook uitgebreid, opgeknapt of aangepast moeten worden, of dat de druk op de voorzieningen verlicht moet worden door bij te klussen op de referentienormen die ze al hebben binnen de wijken die ze nog gaan bouwen. De vraag is niet of Amsterdam moet blijven groeien, maar hoe deze verantwoord kan plaatsvinden. De afgelopen decennia hebben laten zien dat het bouwen van woningen zonder gelijktijdige investeringen in voldoende voorzieningen, leidt tot overbelasting en toenemende ongelijkheid.

Zonder voldoende lijm valt de stad uit elkaar. Het lid ASLAMI kan zich grotendeels scharen achter de woorden van het lid Minderhoud en vraagt naar het idee van de draagkrachttoets, hoe dat zich verhoudt tot de aanbevelingen van de rekenkamer en wijst op aanbeveling drie. Het lid MINDERHOUD zegt dat aanbeveling negen en tien voornamelijk aansluiten bij de draagkrachttoets. Het lid denkt dat zij met de draagkracht toets inzichtelijk kunnen

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

maken op welke voorzieningen druk blijft liggen in de omliggende buurten dan wel in de buurten die ze nog gaan ontwikkelen. Het lid ASLAMI is het eens met dat het belangrijk is dat ze besluiten nemen op basis van informatie en inzicht en kan zich voorstellen dat er een dashboard bij kan helpen. Daarbij merkt het lid op dat zij dit nu al hebben met de referentienorm, waar ze op wijkniveau al aangeven wat ze per inwoner nodig is aan voorzieningen en hoe het er daarvoor staat. Het lid MINDERHOUD zegt dat de referentienormen uitgaan van een x aantal type voorzieningen per inwoner in een nieuwe wijk. Tegelijkertijd betekent dat nog niet genoeg, wanneer de druk op de voorzieningen in de bestaande wijken al zo hoog is, dat als je op basis van de nieuwe bewoners zou besluiten een x aantal voorzieningen toe te voegen, omdat er nog een stuwmeer is aan mensen die wachten. Het lid ASLAMI is het eens met het lid Minderhoud, daar het lid ook constateert dat de afgelopen decennia in vele buurten te weinig geïnvesteerd is in deze voorzieningen. Het zou dan ook heel wat waard zijn dat als er initiatieven zijn voor sportvoorzieningen, dat ze daar dan ook als gemeente en raad daar dan ook welwillend tegenover staan. Het lid MINDERHOUD had het voornamelijk over publieke voorzieningen.

Het lid VON GERHARDT vraagt of de draagkrachttoets dan alleen geldt voor nieuwe projecten of ook voor projecten die nu al gaande zijn. Het lid MINDERHOUD vraagt zich af of het haalbaar is dit te doen op de buurten die ze al aan het ontwikkelen zijn. De rekenkamer vraagt het college met een plan van aanpak te komen en het lid hoopt dat de draagkrachttoets in dit plan van aanpak terug kan komen. Het lid VON GERHARDT vindt dat verstandig en vraagt dat als een draagkrachttoets dan niet goed uitpakt, dat dan ook een reden is om te stoppen met de hele verdichtingsopgave in dat gebied. Het lid MINDERHOUD zegt dat dit niet het geval is, maar wel een reden is om te kijken naar hoe ze voldoende voorzieningen kunnen blijven toevoegen. Zijn fractie roept nu op om in ieder geval inzichtelijk te maken wat de druk op de voorzieningen nu is en wat dat betekent voor alles wat ze proberen te bouwen in de stad. Het lid KONINGS zegt dat het lijkt dat het nu weer een instrument wordt, een soort papieren tijger, waar ze uiteindelijk niet zoveel mee doen. Zou het er dan niet toe moeten leiden, dat ze daar dan niet meer bewoners zouden moeten toevoegen? Het lid MINDERHOUD denkt dat het er toe moet leiden dat ze een goed gesprek voeren over hoeveel woningen ze dan moeten toevoegen en wat de randvoorwaarden zijn.

Het lid VON GERHARDT stelt dat de rekenkamer heel terecht stelt dat er keuzes gemaakt moeten worden, omdat de ambities van de stad niet in evenwicht zijn met de financiële mogelijkheden van de stad. Het lid vraagt zich af welke keuzes het lid Minderhoud gaat maken, als het lid meer ambities wil. Het lid MINDERHOUD zegt dat het lid Von Gerhardt hem dan verkeerd hoort, omdat hij aanbeveling negen en tien heeft proberen te concretiseren. Wanneer ze het hebben over de uiteindelijke keuzes die gemaakt moeten worden, ze dat moeten bezien als onderdeel van de hele opgavelijst van de gemeente. Er zijn overal tekorten, op basis van dit rapport moeten ze niet alles over de boeg gaan gooien, maar goed en verstandig moeten besluiten op basis van de juiste inzichten en daarvoor dient die draagkrachttoets.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

Het lid VON GERHARDT zegt dat de rekenkamer eigenlijk stelt dat doordat zij veertig, veertig, twintig bouwen, het vereveningsfonds leeg is en er te weinig geld is om die voorzieningen te kunnen bouwen. Als ze nog meer voorzieningen gaan bouwen zoals het PvdA wil, gaat dat de gemeente meer geld kosten. Waar gaat de PvdA dit van betalen? Het lid MINDERHOUD geeft aan dat hij hier niet op vooruit gaat lopen. Het lid VON GERHARDT vindt dit heel bijzonder, omdat heel het rekenkamer rapport er juist omgaat dat ze te veel willen en dat daar geen geld voor is. Die kritiek van het rekenkamerrapport wordt zo door de PvdA van tafel geveegd. Als ze meer voorzieningen willen, zullen daar meer financiën tegenover moeten staan. Het lid MINDERHOUD zegt het rekenkamer rapport anders te lezen. Ze kunnen zich alleen toeleggen op het advies dat er meer geld bij moet, maar tegelijkertijd zijn er ook andere aanbevelingen over het meer inzichtelijk maken van wat de druk op de voorzieningen is en wat de randvoorwaarden zijn van woningbouw. Die draagtoets sorteert daarop voor. Het lid VEENHOFF zegt dat zij voor forse uitdagingen staan om betaalbare woningen te bouwen, waarbij voldoende ruimte is voor voldoende groen en voorzieningen. Ze willen een stad waarin je fijn kunnen wonen.

Het ontwikkelen van plannen kost wel vaak zo’n tien jaar, inclusief ambtelijk rekenen, tekenen, participatie en advies van stadsdelen. Als het plan dan hier op tafel komt, kosten aanpassingen veel geld. De oplossing moet in een veel eerder stadium komen. De rekenkamer concludeert dat de huidige kaders bij transformatiegebieden tekort schieten, bij inbreiding en verdichting. Meer dan de helft van de woningen worden in dat soort gebied gebouwd. De normen voor sport, groen en voorzieningen zijn eigenlijk voor nieuwe wijken die worden gebouwd en daarom passen ze niet. Dat is precies wat zij eerder hadden geconstateerd, vooral betreft het groen. Daarom hebben zij in januari het initiatiefvoorstel, “een stem voor groen”, ingediend. Daarin hebben ze een aantal oplossingen genoemd die mogelijk ook toepasbaar zijn voor de andere referentienormen. Het gaat erom heel vroeg alle belangen even zwaar met een stem aan tafel te krijgen. Nu is dat niet het geval. Het is niet zo gek dat het aantal woningen dan de overhand krijgt en zij achteraf veel te laat in het proces pleisters proberen te plakken. Soms zullen beter passende normen betekenen dat er op een plek minder woningen worden gerealiseerd, maar vaker zullen die duidelijke kaders zorgen dat er ruimte en noodzaak komt voor creativiteit en meebewegen.

Dat is ook wat zij lezen in het advies van Zuidoost, dan gaat het er niet om wat ze ergens kunnen doen, maar wat ze moeten doen in de openbare ruimte. Die verschuiving moet plaatsvinden. Zo’n complete stad is geen extraatje, maar een fundamentele vereiste, wat dat ook mag kosten. Het lid VON GERHARDT hoort hier ook allemaal extra wensen. Aan welke knop zou GroenLinks willen draaien om ervoor te zorgen dat er meer geld in het vereveningsfonds zit, zodat ze deze ambities en wensen waar kunnen maken. Het lid VEENHOFF zegt dat ze hier heel goed naar moeten kijken en verwijst ook naar het antwoord van de PvdA. Dat kunnen ze niet zonder cijfers, wat binnenkort ook op de agenda komt. Het gaat het lid er veel meer om dat ze veel meer op preciezer niveau op dat moment een afweging van al die belangen kunnen maken. Het lid VON GERHARDT stelt dat in het rekenkamerrapport heel duidelijk staat, doordat ze al die eisen stellen, proberen ze het zo financieel haalbaar te maken, dat ze die projecten uitknijpen. Ze hebben meer financiële ruimte nodig. Hoe wil GroenLinks dit creëren en zijn ze welwillend om bepaalde ambities los te laten? Het lid VEENHOFF gaat het om de afweging en stelt dat ze de ambities niet moeten loslaten, omdat ze wel moeten weten waar ze naar toe willen.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

Het lid VON GERHARDT zegt dat de rekenkamer concludeert dat die ambities hun juist in de weg zitten. Is GroenLinks dan bereid die ambities los te laten? Het lid VEENHOFF zegt dat het lid een andere probleemanalyse maakt en dat het er om gaat dat ze niet op tijd in beeld is, waardoor ze geen slimme oplossingen kan vinden. De rekenkamer suggereert dat ze uitgepraat zijn met slimme oplossingen, maar het lid betwijfelt dit, ook gezien het aantal aanbevelingen van de rekenkamer. Wat betreft de leef kwaliteit in de woningen, wijst het lid erop dat ze in de afgelopen tien jaar ze vooral kleine woningen hebben gebouwd met maar één raam. Licht en ruimte zijn essentieel, zeker in een tijd waarin eenzaamheid toeneemt. Ze hebben al beter beleid ontwikkeld voor hoogbouw, maar het gaat daarbij niet om de brede basis van het gebouw, waar vaak de meeste woningen zich bevinden. Dat punt missen ze in het stuk van de rekenkamer. Niet alleen de publieke ruimte is relevant, maar ook binnen doet het er toe. Mogelijk komen ze daarvoor met een motie of initiatiefvoorstel. Ze horen graag of de wethouder hun pleidooi wat betreft de passende kaders onderschrijft dat die er al vanaf het begin al zijn, want dan kunnen ze bouwen aan een complete stad die ook toekomstbestendig is, waar ze ook investeren in een leefbare en duurzame leefomgeving voor morgen.

Het lid VON GERHARDT noemt de conclusies van het rapport van de rekenkamer helder, pijnlijk en broodnodig en bevestigen wat zij als VVD al langer zeggen. Deze gemeente wil te veel, met veel te weinig realiteitszin, met onaantrekkelijke wijken als resultaat. Wijken die bestaan uit kleine huurappartementen zonder noodzakelijke voorzieningen en groen, die ook nog eens slecht bereikbaar zijn. Dat maakt Amsterdam onaantrekkelijk, vooral voor gezinnen. Als ze werkelijk willen bouwen aan een stad die stad die betaalbaar, bereikbaar en leefbaar is, moeten ze keuzes durven maken. Ze lopen nu vast in een zelf opgelegde complexiteit. De combinatie van veertig, veertig, twintig, grondprijsbeleid, sturen op kavels en verdere gedetailleerde eisen, zorgt dat ze vastlopen. De VVD pleit voor een omslag. De rekenkamer is helder, de gemeentelijke ambities voor de groei van de stad, zijn niet in evenwicht met de financiële mogelijkheden. De enorm slechte stand van het vereveningsfonds, maakt dat ze bij elk project het onderste uit de kan proberen te halen, wat ook volgens de rekenkamer ten koste gaat van voorzieningen en de kwaliteit van woningen. Ze zullen dus ambities moeten loslaten en financiën op orde krijgen. De VVD wil een complete stad en maakt daarvoor keuzes.

Ze zullen veertig, veertig, twintig los moeten laten om de gemeentelijke financiën op orde te krijgen en lagere grondprijzen moeten vragen, zodat ook gezinnen in deze stad kunnen wonen. Het lid MINDERHOUD verbaast zich over het pleidooi van de VVD voor lagere grondprijzen om grotere gezinswoningen te bouwen. Waar komt dat geld dan vandaan? Het lid VON GERHARDT zegt dat dit kan in combinatie met het loslaten van veertig, veertig, twintig. Het lid MINDERHOUD vraagt voor wie ze dan precies bouwen. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat ze bouwen voor starters, gezinnen, mensen zoals het lid en het lid Minderhoud. Het lid MINDERHOUD vraagt naar de aankoopwaarde van een gezinswoning. Het lid VON GERHARDT spreekt over woningen tussen de drie, vijf en zes ton. Daarmee kunnen ze echt een stad worden waar ook weer de middenklasse plaats heeft. Het lid ASLAMI stelt dat de VVD enerzijds pleit om aan financiën te werken, anderzijds pleit ze voor lagere grondprijzen en vraagt om een reflectie van de VVD. Het lid VON GERHARDT stelt dat een vrije sector woning de gemeente qua grondprijs dertig tot vijftig keer meer op dan een sociale huurwoning. Als zij veertig, veertig,

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

twintig loslaten, dan levert dat het vereveningsfonds honderd miljoen euro per jaar op. Daarmee kunnen zij ook voor gezinswoningen de grondprijs verlagen. Het lid ASLAMI snapt best dat je wat aan de percentages kunt doen en dat dit effect heeft, maar begrijpt niet dat het lid Von Gerhardt dat ze op voorbaat al zegt dat ze lagere grondprijzen gaan rekenen. Het lid VON GERHARDT zegt dat het ontzettend belangrijk is dat ook gezinnen in deze stad kunnen wonen en daarvoor deze keuze te maken. Het lid ASLAMI vindt dit een onverstandige keuze, omdat Amsterdammers uiteindelijk meer geld kwijt zijn en daar minder voor krijgen. D66 kijkt naar een complete stad, dat ze kijken naar doorstroom en woningen toevoegen waar behoefte is. Ze willen geen stad met heel veel rijke mensen en heel veel sociale huur. Het lid VON GERHARDT wil juist voor de middenklasse bouwen en dat doen ze op dit moment niet. Ze zien gewoon dat ze zo een onleefbare stad bouwen, ze zullen geld in het laatje moeten brengen en keuzes moeten maken. De VVD pleit ervoor om veertig, veertig en twintig los te laten om een complete stad te behouden. Het lid AHMADI zegt dat de VVD uren ontzettend onaantrekkelijk gemaakt en de sociale huursector uitgekleed. Deze stad maakt juist de keuze om de huurder bij te staan en betaalbaar wonen mogelijk te maken. Het lid VON GERHARDT zegt veel linkse mensen te kennen met een koopwoning.

Het lid LOCHTENBERG concludeert dat ambtelijke teams enorm hun best doen om te vechten voor elke woning in uitdagende omstandigheden, maar toch lukt dit onvoldoende, want het college haalt geen enkele doelstelling. Het college wil veel, maar bereikt te weinig, onder andere omdat ze het budget er niet voor hebben. De echte conclusie van het rapport is dat er gebrek is aan realisme. Perfectie is de vijand van het goede en het lid ziet dit terugkomen op het Marineterrein. Zij sluiten zich geheel aan bij aanbeveling drie om minder gedetailleerd vast te leggen wat de plannen zijn, zodat er meer ruimte blijft voor flexibiliteit. Kan de wethouder aangeven hoe ze deze aanbeveling wil overnemen? En kan de wethouder reflecteren op de verdeling van een derde, een derde en een derde? Het lid KONINGS sluit zich aan bij de Partij voor de Dieren dat het een alarmerend rapport is. Er moet zeker wat worden gedaan met de aanbevelingen en de bestuurlijke reactie die er nu ligt had wat hun betreft wat meer urgentie mogen uitstralen. Dit rapport verdient een stevigere reactie en ze verwachten een plan van aanpak binnen een half jaar. De hoofdconclusie van de rekenkamer vraagt erom dat ze op korte termijn fundamentele keuzes te maken over de toekomst van hun woningbouwopgave.

Worden er ambities bijgesteld of worden financiële mogelijkheden verruimd? Het lid ABOELKASEM vindt het geen verrassing dat het rapport een zorgwekkend beeld schetst. De bouwambities van de stad staan onder druk. In de praktijk zien ze dat de groei niet in balans is met de financiële realiteit. Ze bouwen steeds kleiner, wat gevolgen heeft. Amsterdamse gezinnen zijn genoodzaakt de stad te verlaten. Dat is niet de stad waar zij aan willen bouwen. Hoe gaat de wethouder dit probleem aanpakken? Wat is de langetermijnvisie, om te zorgen dat ook gezinnen een plek gewaarborgd krijgen in deze stad? Waar ze bouwen aan woningen, bouwen ze ook aan gemeenschappen. Het lid vraagt ook aandacht voor de rol van religieuze instellingen in de stad en verwijst naar meerdere aangenomen moties die oproepen om religieuze instellingen te erkennen als onderdeel van de stedelijke identiteit en van de sociale en ruimtelijke infrastructuur. Wat gaat de wethouder doen om ervoor te zorgen dat er ruimte komt voor religieuze instellingen binnen hun stad?

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

Het lid VAN SCHIJNDEL vraagt aan het lid Minderhoud waar de tijd is gebleven van Wibaut en van De Miranda. Toen bouwden ze wijken met alles erop en eraan. Nu is de NDSM werf helemaal mislukt. Het lid vraagt de wethouder om een QuickScan voor de transformatieprojecten die eraan komen, om te kijken of alle voorzieningen wel zijn ingetekend. Veertig procent van de NDSM werf zijn expats. Is dat een evenwichtige spreiding van de woonmogelijkheden in de stad? De bouwambities worden niet behaald, dat is heel jammer. Er moeten voorzieningen komen en er moet worden gebouwd voor gezinnen. Inderdaad grotere woningen leiden tot relatief minder grondinkomsten voor de gemeente dan kleinere woningen, daar moet het college een mouw aanpassen. Daarvoor is het loslaten van veertig, veertig, twintig, essentieel. Het lid ASLAMI zegt dat het rapport van de rekenkamer de vinger op de zere plek legt. Onvoldoende groen en te weinig voorzieningen zijn geen details, maar de fundamenten van een leefbare stad. Betaalbare woningen zijn keihard nodig, maar zonder voorzieningen doen ze Amsterdammers tekort. D66 wil bouwen aan de toekomst, complete buurten, ruimte om te leven, maar tegelijkertijd moeten ze er ook voor zorgen dat ze opknappen en de inhaalslag maken ten aanzien van de voorzieningen en ook de broodnodige woningen toevoegen. Het lid sluit zich voor een groot deel aan bij de woorden van de PvdA.

Daarbij merkt het lid op dat dit geen tegenstelling hoeft te zijn, want met voldoende middelen is er die tegenstelling tussen wonen en leefbaarheid er niet en roept op hier op in te zetten. Het lid steunt de oproep van de rekenkamer tot een eerlijke introspectie, ook hier richting collega’s in de raad, maar roept ook om vooruit te kijken. Het lid vraagt het college in het plan van aanpak verschillende scenario’s uit te werken, inclusief de keuzes die daarbij horen, en leg daarbij de keuzes voor aan de raad. Op dit punt overweegt het lid ook in de raad een motie in te dienen. Het lid ALBERTS zegt dat op verschillende momenten door verschillende sprekers wordt gezegd dat de rekenkamer de vinger op de zere plek legt. Vervolgens komen er oplossingen uit, waarvan ze zich afvragen welke zere plek ze nu precies bedoelen. In de tijd van Wibaut en De Miranda, investeerde de overheid in woningen. Sinds de bruteringsoperatie hebben ze het afknijpen van woningbouw meegemaakt. Dat betekent dat als ze nu als stad, die een complete stad wil zijn, ze moeten roeien met de riemen die ze hebben. Dat het niet lukt, is nogal wiedes als je dat geld tekort komt. Dan moet je niet gaan draaien aan knoppen, waardoor die complete stad op de knop gaat, maar juist je pleidooi houden bij degenen waar het hoort, de moordenaars van de volkshuisvesting.

Ze zitten nu met een stuwmeer als het gaat om sociale woningbouw. Afgelopen keren heeft het lid bij investeringsnota’s elke keer de vinger op de zere plek gelegd, waarop ze telkens te horen krijgt dat de sociale woningen een buurt verderop komen. Uiteindelijk is het resultaat misschien wel wat ze in Rotterdam de Rotterdamwet noemden, namelijk dat alle sociale huurders de stad uitgaan. Dan is de stad helemaal leeg voor de middenklasse. Zij hebben ook gewaarschuwd dat als ze het vereveningsfonds aangrijpen, veertig, veertig, twintig eruit gaat. Maar de vraag naar sociale huurwoningen is gigantisch. Ze kunnen wat doen aan leegstand, maar het blijft gerommel in de marge, ondanks het grondige werk van de rekenkamer. Het lid VAN SCHIJNDEL stelt dat in die tijd ook niet gebouwd werd door een gemeentelijk bouwbedrijf. Het lid ALBERTS antwoordt met ‘ja en’. Wethouder VAN DER HORST is de rekenkamer zeer erkentelijk voor het uitgebreide werk en denkt ook dat er een paar vingers op zere plekken worden gelegd. In een reactie daarop hebben zij geprobeerd aan te geven welke zij ook zien, wat ze herkennen, wat ze daar aan doen en wat ze leren. De wethouder vindt het terecht als de rekenkamer zegt dat ze meer verwachten van het college als het gaat om de moeilijke keuzes voor de toekomst.

De afgelopen periode hebben ze terecht een hele grote woonambitie gehad, want er is een enorm woonprobleem en tegelijkertijd hebben ze gekozen voor veertig, veertig en twintig en voor het bouwen van een complete stad. De

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Definitief raadscommissieverslag, 16 april 2025

RO

wethouder denkt dat ze er echt wel trots op mogen zijn, dat ze in zo’n moeilijke tijd, waarin de woningnood hoog is, maar ook de roep om die complete stad en betaalbare woningen, dat ze dat zijn aangegaan. Wat ze wel zien, is dat ze ook realistisch moeten zijn, maar dat ze in deze tijd echt de motor hebben aangezet om meer woningen te bouwen zonder hun idealen los te laten. De wethouder denkt dat het heel goed is om in het plan van aanpak van alles op tafel te leggen, want de raad verdient het, ook in de volgende periode, om hele goede keuzes te kunnen maken, die heel goed onderbouwd zijn. Ze moeten de scenario’s van een derde, een derde, een derde bouwen, van wat veertig, veertig, twintig is en van wat dertig, veertig, dertig is op tafel leggen. En wat is het als ze nog meer woningen willen bouwen? Want die vijfenzeventig halen ze op dit moment dit niet. Als ze daarin nog iets anders willen, zullen ze daar nog verder in moeten zakken. Willen ze dat en wat levert hun dat op? Ze moeten kijken dat ze het vereveningsfonds gezond houden, zodat ze kunnen investeren in buurten zoals de Wildemanbuurt, maar ze moeten ook kijken naar wat het kost in de maatschappelijke voorzieningen. Ze willen in het plan van aanpak alles heel inzichtelijk op tafel leggen, zodat het voor de raad ook inzichtelijk is welke knoppen er zijn.

Dat het college op dit moment vasthoudt aan de ambities die ze op dit moment hebben, staat vast, maar het is heel gezond om alle opties in beeld te hebben, omdat ze al minder dan een jaar naar de volgende gemeenteraadsverkiezingen zijn. Zij willen dat een volgend college goede afwegingen kan maken. Het lid ASLAMI vindt het heel verstandig dat de wethouder toezegt de verschillende scenario’s uit te werken en dit voor te leggen aan de raad. Kan de wethouder de woningbouw aantallen en wat dat gedaan heeft voor de percentages die zij voor ogen hebben en wat ze hebben gerealiseerd daarin meenemen? Wethouder VAN DER HORST kan dat toezeggen. Het is goed om terug te kijken en breed te kijken, zodat ze ook bredere afwegingen kunnen maken. Er is natuurlijk veel meer dan aantallen woningen versus veertig, veertig, twintig. Het gaat er veel meer om waar ze bouwen en welke wensen ze daarbij hebben. Tegelijkertijd moeten ze in gedachten houden dat ze niet per kavel kijken. En de vraag is ook of ze dat allemaal zo per jaar moeten berekenen, zodat ze iets meer vooruit gaan kijken. Het lid VON GERHARDT vraagt of in de analyses ook kan worden meegenomen of uitnamen van het vereveningsfonds bijdragen aan de druk op de stedelijke vernieuwing. Wanneer zou de wethouder dit met hen kunnen delen? Wethouder VAN DER HORST vindt het prima om daarnaar te kijken, maar kan niet zeggen wanneer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15578065/1