CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag Raadscommissie Stadsontwikkeling 15-01-2025

Raadscommissie Stadsontwikkeling 15 januari 2025, gemeente Amsterdam12.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling

SO

Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Vergadering Openbare vergadering van de Raadscommissie Stadsontwikkeling Vergaderdatum Woensdag 15 januari 2025 van 19.30 tot 22.30 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 19 maart 2025

Voorzitter: mevrouw M. Yemane Plv Voorziter: C.A.D.van Munster Portefeuillehouders: wethouders Mbarki en Groot Wassink Portefeuillehouders afw.: wethouders Moorman en Van der Horst Commissiegriffier: R. Willems Commissieondersteuners: A. Dutilh Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Asruf (PvdA), Belkasmi (PvdA), Bouhassani (PvdA), Heinhuis (PvdA), Bentoumya (GL), Nadif (GL), Lust (D66), Schmit (D66), Staartjes (VVD), Veldhuyzen (De Vonk), Krom (Partij voor de Dieren), Hendriks (Volt), Bobeldijk (SP), Hakiki (DENK), Bilgin (FvD), Badal (CDA) Afwezige commissieleden (mk): Overige aanwezigen: Abid (Stadsdeelvoorzitter Noord), Bartelsman (SDC Centrum), Ünver (voorzitter SD Nieuw-West), Strens (Voorzitter SD Centrum)

Algemeen deel, 1 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 19.30 uur en heet iedereen welkom. Hij stelt vast dat er een quorum is. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee, dat de afwezige wethouder Van der Horst wordt vervangen door wethouder Groot Wassink, de afwezige burgemeester wordt vervangen door wethouder Mbarki en wethouder Moorman is niet aanwezig aangezien er voor haar geen agendapunten zijn. Vervolgens dankt de voorzitter wethouder Moorman namens de commissie voor het werkbezoek dat op 21 november jongstleden plaatsvond in Zuidoost. De voorzitter refereert aan het gesprek dat een aantal commissieleden heeft gehad met bewoners die lid zijn van het bestuur van de Alliantie. Wethouder GROOT WASSINK verwijst naar een aantal gedane toezeggingen, die hij tijdens dit agendapunt zal afdoen: − Het onderzoek omtrent de Regiodeal Zaan-IJ is inmiddels door de commissie ontvangen; − De mogelijkheid van het uitsplitsen van Cybers per stadsdeel op buurtniveau is onderzocht. Veel van de indicatoren zijn op wijkniveau en voor een groot deel op buurtniveau beschikbaar. Onlangs is er een nieuwe dataset gepubliceerd op de website van OIS; − Op 25 september jongstleden zijn er zeven bewoners toegetreden tot het Alliantiebestuur met als een van de taken de processen bewaken en financiële stukken worden hierbij geagendeerd. Op deze manier kunnen

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

− − −

−

−

bewoners toezicht houden op financiën, naar aanleiding van de vraag van lid Veldhuyzen; Inmiddels is er de mogelijkheid geboden aan vijf bewoners die zouden toetreden tot het Alliantiebestuur om in gesprek te gaan met de commissie; Lid Bilgin heeft gevraagd om het aanpassen van aanbestedingsregels bij Community Wealth Building. Het college kijkt breed naar het aanpassen van inkoopregels en zal hier later bij de commissie op terugkomen; Lid Hakiki heeft gevraagd of de leden eerder over de bestedingen kunnen worden geïnformeerd dan in 2023 het geval was. De bestedingsplannen 2025 zijn aan de leden gestuurd via de Dagmail van 17 december jongstleden. Deze gaan nu naar de Stadsdeelcommissie ter advisering en de wethouder gaat ervan uit dat ze daarna in de commissie worden besproken; Naar aanleiding van een vraag van lid Bilgin over de stand van zaken bij de actielijnen deelt de wethouder mee dat de tussentijdse rapportage over de eerste helft van 2024 inzicht verschaft in de ambitie. In Q1 wordt ter bespreking het Jaarbeeld van ‘Samen Nieuw-West’ aan de commissie toegestuurd; Lid Veldhuyzen refereerde aan de motie over grassroots in het Nationaal Programma ‘Samen Nieuw-West’. De wethouder geeft aan dat er veel gesprekken hebben plaatsgevonden met grassrootsorganisaties en zegt toe de lijst met organisaties aan de commissie toe te sturen.

1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER geeft aan dat er voortaan sprake is van een tentatieve vergaderorde. Deze hebben de leden op 14 januari 2025 in de Dagmail ontvangen. De voorzitter dringt er bij de leden op aan om bij deze nieuwe vergaderorde zich vooraf aan te melden bij de griffie als men wil spreken. Hij stelt vervolgens de volgende agendawijzigingen voor: − na agendapunt 3, Initiatiefvoorstel van de leden Belkasmi, Asruf en Bouhassani getiteld ‘Jongeren een stevige plek aan tafel’ komt agendapunt 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘1 december maatregelen verordening toerisme in balans’ aan de orde; − agendapunt 5, Tussentijdse rapportage integrale aanpakken 2024 NieuwWest wordt gevoegd behandeld met agendapunt 6, Kennisnemen van de reactie op motie 027 van 24 januari 2024 over het inzichtelijk maken van de financiële en niet-financiële bijdrage van het Alliantiebestuur Masterplan Nieuw-West De commissie gaat akkoord. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 25 september 2024. Het verslag wordt met een aanpassing ingebracht door lid Lust vastgesteld. 1.e. Termijnagenda, per portefeuille Lid HENDRIKS verzoekt het college de termijnagenda voor de volgende commissievergadering te actualiseren. Wethouder MBARKI zegt dit toe.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid HENDRIKS merkt op dat de langetermijnagenda alleen bij de Aanpak Binnenstad is ingevuld, maar nog niet bij de andere Aanpakken. Hij verzoekt de betreffende wethouders dit alsnog te doen. De VOORZITTER stelt vast dat de wethouders dit toezeggen. 1.f. TKN-lijst Lid BADAL geeft aan dat zijn fractie TKN 2 heeft opgegeven. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. Inhoudelijk deel, 2 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. Deze zullen worden bijgehouden door de griffie en de voorzitter. 2.b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER deelt mee dat zich vier insprekers hebben aangemeld: Gabriëlle Meerbach spreekt in namens EWP, inzake agendapunt 2b. Beantwoording raadsadres Techhub EWP. Inspreker MEERBACH beschrijft wat er zich in de afgelopen 40 jaar heeft afgespeeld in de Experimentele Werkplaats en welke plaats deze inneemt in de wijk. Ook geeft zij aan op welke wijze de EWP financieel wordt ondersteund. Vervolgens verwijst zij naar het netwerk Amsterdamse Helden, waarmee EWP in het kader van de Regiodeal samenwerkt. Dit heeft voor EWP niet goed uitgepakt, zoals EWP heeft beschreven in de toelichting van 11 januari 2025, die EWP aan de commissie heeft gestuurd.

EWP verzoekt het college een onafhankelijk onderzoek in te stellen ten behoeve van een inhoudelijke en procedurele beoordeling. Inspreker MEERBACH weerspreekt de aantijging van het Stadsdeel, dat bij EWP de bedrijfsvoering niet op orde zou zijn, waardoor de basissubsidie werd ingetrokken. EWP vraagt het college te bemiddelen bij een schadeloosstelling voor de periode 2024-2027 voor de ten onrechte door de Stichting gemaakte onkosten in het kader van Aanpak Noord en Regiodeal, voor de gemiste voorfinanciering en de subsidiëring. Wellicht is er een andere financiële bron en inspreker MEERBACH vraagt de commissie een gesprek met de verantwoordelijke wethouder te faciliteren. Lid VELDHUYZEN vraagt wat de gevolgen zijn van dit proces voor de betrokkenen bij EWP. Inspreker MEERBACH geeft aan dat het gecertificeerde leer- en werkbedrijf dat EWP is van groot belang is voor de wijk, niet alleen vanwege de opleidingen die EWP verzorgt en waarmee vrijwilligers an het werk kunnen, maar ook het begeleiden van jongeren.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid BELKASMI heeft kunnen constateren dat er al sinds 2014 financiële problemen zijn bij EWP. Er lijkt op dit moment niet veel veranderd te zijn en hij vraagt de inspreker waarom er nog niet tot een oplossing is gekomen. Inspreker MEERBACH geeft aan dat EWP gered zou zijn met een basissubsidie vanuit de overheid. Met alleen vrijwilligers, fondsen en bijdragen van bedrijfsleven en particulieren redt EWP het niet. Lid HENDRIKS vraagt welke afhandeling voor EWP afdoende zou zijn. Inspreker MEERBACH geeft aan dat dit neerkomt op de gevraagde schadeloosstelling en opname van EWP in Aanpak Noord en de Regiodeal. Ook wil EWP in gesprek met de verantwoordelijk portefeuillehouder om te onderzoeken waar er nog geld vandaan gehaald kan worden. Lid BOBELDIJK vraagt of er momenteel ook sprake is van een juridisch conflict met de gemeente. Inspreker MEERBACH geeft aan dat er geen sprake is van een juridisch conflict met de gemeente. EWP betreurt het dat het Stadsdeel voor de Stichting de deur heeft gesloten en alleen nog een afsluitend gesprek wil voeren. Lid BOBELDIJK stelt dat er in dit geval dus nog ruimte is om met elkaar in gesprek te gaan. Inspreker MEERBACH beaamt dit. De VOORZITTER sluit dit deel van het agendapunt af en geeft aan dat dit punt bij de volgende commissievergadering inhoudelijk aan de orde zal komen.

Dingeman Coumou spreekt in namens Wijkcentrum d’Oude Stadt, inzake agendapunt 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘1 december maatregelen verordening toerisme in balans’. Inspreker COUMOU geeft aan dat hij inspreekt namens het platform ‘Het Is Genoeg’. Hij noemt een aantal maatregelen uit de brief van wethouder Mbarki en stelt dat deze geen van alle voldoen aan de voorwaarden van de Verordening ‘Toerisme in Balans’ Er zullen volgens de prognoses jaarlijks steeds meer bezoekers naar Amsterdam komen. Inspreker COUMOU geeft aan dat als deze trend doorzet er in 2030 rond de 80 miljoen bezoekers naar Amsterdam zullen komen. Dit houdt in dat de leefbaarheid in de binnenstad nog meer onder druk komt te staan en dat de eenzijdigheid van de economie verder vergroot. Inspreker COUMOU roept het college op om nu in actie te komen. Het platform heeft aan aantal effectieve maatregelen aangedragen: het invoeren van het ingezetenencriterium en het dichtmaken van de ramen bij de prostitutie op de Wallen. Volgens inspreker COUMOU zal dit vooral het aantal overlast gevende bezoekers aanzienlijk verminderen. Tot slot roept hij het college op om met maatregelen te komen die effectief het aantal toeristen de komende jaren terugdringen. Lid VELDHUYZEN vraagt welke maatregelen volgens inspreker COUMOU wel effect hebben.

Inspreker COUMOU is van mening dat de maatregelen in de brief het slechts een beetje leefbaarder maakt in de binnenstad. Op hoogtijdagen is er echter nauwelijks ruimte voor bewoners, vanwege de grote aantallen bezoekers. Uit onderzoek van een paar jaar geleden bleek, dat als het i-criterium wordt ingevoerd dit het aantal bezoekers kan verminderen met 3 tot 5 miljoen en nu waarschijnlijk nog meer. Door de ramen van de prostitutie dicht te maken zullen de sensatietoeristen wegblijven.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid HEINHUIS vraagt of inspreker Coumou ook andere middelen dan het i-criterium kan noemen die het imago van de stad kunnen veranderen. Inspreker COUMOU geeft aan dat bijna de helft van de bezoekers aan Amsterdam komt vanwege de koffieshops en hiervan wordt veel overlast ervaren. Dat zou minder zijn wanneer Amsterdam probeert haar imago te veranderen en gaat proberen toeristen vanwege de kunst en cultuur aan te trekken. Lid HEINHUIS concludeert dat als de koffieshops meer verspreid zouden worden over de stad dit zou bijdragen aan het aantrekken van een ander soort toerisme. Inspreker COUMOU lijkt het niet zo eenvoudig om de koffieshops uit de binnenstad weg te halen, aangezien de meeste koffieshops hun winst behalen uit de drugstoeristensector. Lid BOBELDIJK vraagt hoe het contact is tussen de gemeente en de buurtbewoners die de overlast ervaren. Inspreker COUMOU geeft aan dat er op de Wallen een overleggroep is en die is vooral praktisch gericht. Hijzelf pleit hier nu voor het opwerpen van een dam tegen de toenemende stroom van toeristen. Buurtbewoners kunnen hierbij weinig bereiken in het overleg met de gemeente. Hij dringt erop aan dat de gemeente nu keuzes gaat maken die ervoor zorgen dat het toeristenaantal de komende jaren niet oploopt.

Michel van Wijk spreekt in namens Bewoners Amsterdam, inzake agendapunt 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘1 december maatregelen verordening ‘toerisme in balans’. Inspreker VAN WIJK wijst op de verwarring die er vaak is over de Aanpak Binnenstad en de Verordening ‘Toerisme in Balans’. Het komt hem voor dat er over de Verordening onvoldoende wordt gesproken. In de Verordening wordt aangegeven dat het streven is om een maximum van 20 miljoen toeristen per jaar te behalen. Echter prognoses geven aan dat het toeristenaantal de komende jaren alleen maar stijgt. Uit de brief van de wethouder noemt inspreker VAN WIJK de maatregel van het onroerendgoedfonds, waarbij panden worden aangekocht om ze een andere bestemming te geven dan toerisme. Dit is echter een proces van jaren. Voor het overige is de inspreker VAN WIJK van mening dat de maatregelen die de wethouder noemt in zijn brief niet voldoende zijn om effectief het aantal toeristen terug te dringen. Hij roept het college op om met maatregelen te komen die wel voldoende effect hebben. Hij hoort graag wat de wethouder bedoelt met ‘actief kijken naar het gedoogcriterium van de koffieshops’. Elena Simons spreekt in namens Stadshart Top, inzake agendapunt 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘1 december maatregelen verordening toerisme in balans’.

Inspreker SIMONS geeft aan dat zij in haar buurt de gemeente mist als slagvaardige en constructieve partner en zij nodigt de commissie uit om op korte termijn met elkaar in gesprek te gaan. Vervolgens beschrijft zij de dynamiek in haar buurt om de binnenstad leefbaar te maken en zij somt op wie daar bij betrokken zijn. De gemeente toont onvoldoende capaciteit om de serieuze problemen aan te pakken, wat bijvoorbeeld ten nadele is voor ondernemers, als zij te maken krijgen met bepaalde maatregelen, bestrijding van witwasserij of kapotte afvalbakken die niet worden vervangen. Zij roept het college en de commissie op om zich aan te sluiten bij de buurtoverleggen met een praktische insteek. Lid BENTOUMYA vraagt op welke manier er met de gemeente kan worden samengewerkt en wie daar bij betrokken zijn. Inspreker SIMONS geeft aan dat de samenwerking vorm moet krijgen door inzet van raadsleden of de wethouder in combinatie met sleutelfiguren uit de buurt. Dan zullen er

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

een aantal ontwerpsessies moeten plaatsvinden met de vraag hoe er een organisatie tot stand kan komen, waarin er structureel en integraal wordt samengewerkt. Lid SCHMIT vraagt wat de kloof tussen het Stadsdeel en de centrale gemeente inhoudt en wat dit betekent voor de binnenstad. Inspreker SIMONS geeft aan dat de communicatie stroef verloopt, omdat ambtenaren vanuit de centrale gemeente soms ook niet meer willen aansluiten bij de gesprekken, omdat ze voortdurend moeten aangeven dat iets niet kan. Lid SCHMIT erkent dat samenwerking tot oplossingen kan leiden en hij vraagt inspreker Simons om een of twee terreinen te noemen waar een verbeterde samenwerking tot oplossingen kan leiden. Inspreker SIMONS stelt dat de essentie is, dat de wijze van samenwerking actief is en integraal, waarbij alle terreinen met elkaar zijn verbonden. Lid BOBELDIJK vraagt hoe de communicatie verloopt met de ondernemers die er juist baat bij hebben dat het toerisme toeneemt. Inspreker SIMONS heeft geconstateerd dat dit ook vaak de mensen zijn die het meest begaan zijn met de buurt en zij is van mening dat de energie moet gaan naar de mensen die zich actief willen inzetten voor de buurt. Hiermee wordt een basis gelegd voor samenwerking vanuit partnerschap. Lid VELDHUYZEN vraagt wie het initiatief voor samenwerking met de gemeente moet nemen.

Inspreker SIMONS lijkt het belangrijk dat de wethouder en de verantwoordelijken voor de diverse beleidsterreinen hierbij worden betrokken. Zij is bereid om de afspraken te coördineren. 2.c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2.d. Rondvraag Lid BELKASMI vraagt of de wethouder in deze Rondvraag een reflectie kan geven op de bijdragen van de insprekers. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat hij het niet gemakkelijk vindt om te reageren op de inspreker EWP in een Rondvraag; het is een omvangrijk onderwerp. Hij herkent zich niet in een aantal uitspraken die door de inspreker zijn gedaan, maar hij vindt het niet passend om in deze vorm daarop in te gaan. In algemene zin geeft de wethouder aan dat er al vele jaren is gezocht naar een financiering voor het EWP. Zowel vanuit het Onderwijs als vanuit de Amsterdamse Helden werd aangegeven dat er onvoldoende grond hiervoor is. De wethouder kent bovendien het Stadsdeelbestuur als een orgaan dat heeft gezocht naar een manier om met EWP door te gaan. De wethouder stelt voor dit onderwerp als bespreekpunt op de agenda te zetten, zodat er voldoende ruimte is voor alle fracties om hier een bijdrage aan te leveren. Lid BELKASMI is het eens met de wethouder.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid VELDHUYZEN is ook van mening dat het onderwerp meer aandacht behoeft dan alleen in een Rondvraag. Hij verwijst naar vier verzoeken die er vanuit het EWP zijn gedaan en vraagt de verantwoordelijk wethouder Van der Horst vooraf aan de bespreking schriftelijk te reageren op deze verzoeken als basis voor het debat met het college. Wethouder GROOT WASSINK is niet bekend met de inhoud van deze vier verzoeken. Hij zegt toe dat als lid Veldhuyzen het college en de commissie op de hoogte stelt van de verzoeken, het college ernaar zal streven om deze vooraf aan de commissievergadering van een antwoord te voorzien. Lid VELDHUYZEN belooft de wethouder dat hij de verzoeken aan hem zal doen toekomen. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. BESPREEKPUNTEN Jongerenwerk 3. Initiatiefvoorstel van de leden Belkasmi, Asruf en Bouhassani getiteld ‘Jongeren een stevige plek aan tafel’ (VN2024-017960) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en beschrijft de vergaderorde bij dit punt. Een van de initiatiefnemers krijgt in drie minuten de gelegenheid het initiatiefvoorstel toe te lichten. Lid BELKASMI stelt dat het vertrouwen in de politiek, vooral in de stadsdelen Noord, Zuid-West en Zuidoost, gering is. Hij beschrijft wat dit gevoel van achterstelling doet met de bewoners van een wijk. Jongeren zien de zorgen van hun ouders en beseffen dat hun kansen op een beter leven niet groot zijn.

Zij hebben echter wel de kennis over wat er moet gebeuren om deze kansen te vergroten. De initiatiefnemers zijn de afgelopen jaren in gesprek gegaan met veel van deze jongeren. Zij zijn de toekomst en deze toekomst moet een stem krijgen. Het initiatiefvoorstel bestaat uit twee delen: 1. betrek jongeren structureel bij de Masterplannen, waarbij er een aantal uitgangspunten gelden: − Representativiteit − Invloed op de besluitvorming − Passende vergoeding − Terugkoppeling van de inbreng − Controle en vrijheid voor hun eigen inbreng 2. voer de concrete ideeën van jongeren uit, drie hiervan lijken de initiatiefnemers uitvoerbaar: − Verruimen van de openingstijden van jongerencentra − Creëren van meer ontmoetingsplekken − Betrekken van werkgevers bij jongerencentra Lid HAKIKI pleit voor openstelling van de jongerencentra in de avonduren, het weekend en tijdens de vakanties. Lid BELKASMI geeft aan dat de voorstellen inzake de openingstijden werden getoetst op wat realistisch en haalbaar is. Hij zal de suggestie meenemen, maar is zich ervan bewust dat dit invloed zou hebben op de budgettering en de initiatiefnemers kiezen voor het model zoals beschreven in het onderliggende stuk.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid NADIF vraagt op welke wijze ervoor wordt gezorgd dat jongeren ook in contact komen met jongeren uit de andere stadsdelen. Lid BELKASMI bevestigt dat deze behoefte naar voren is gekomen in de gesprekken. Hij verwijst hiervoor naar de voorstellen die staan beschreven in de bijlage. Lid BADAL vraagt of de initiatiefnemers contact hebben gehad met de Jongeren Adviesraad Amsterdam. Ook verwijst hij naar een verslag van het symposium van Jongerenwerk Next Level, dat de commissieleden hebben ontvangen. Lid BELKASMI geeft aan dat de initiatiefnemers in dit kader niet in contact zijn geweest met de Jongeren Adviesraad Amsterdam. Met de inhoud van het verslag van het genoemde symposium is lid Belkasmi nog niet bekend en hij vraagt zich af of dit relevant is voor de onderwerp. Lid STAARTJES vraagt de initiatiefnemers te reflecteren op de reactie van het college op het voorstel. Lid BELKASMI stelt dat het voorstel beoogt een grotere groep jongeren structureel en gedurende de gehele looptijd te betrekken bij het Masterplan. Uit de reactie heeft lid Belkasmi niet op kunnen maken dat het college het initiatiefvoorstel overbodig vindt. Lid STAARTJES ontkent dat hij heeft gesuggereerd dat het college het voorstel overbodig zou vinden. Volgens zijn interpretatie van de reactie ziet het college het voorstel meer als ondersteunend van initiatieven die reeds worden uitgevoerd.

Hij vraagt de initiatiefnemers wat er moet worden toegevoegd om het onderliggende voorstel tot een succes te maken. Lid BELKASMI benadrukt dat de initiatiefnemers hun eigen onderzoek hebben uitgevoerd door gesprekken te voeren met jongeren. Lid VELDHUYZEN meent dat dit initiatiefvoorstel zowel aansluit bij de Masterplannen als bij een eerdere motie van lid Khan (DENK) voor wat betreft het betrekken van jongeren bij Samen Nieuw-West. Zijn fractie ondersteunt derhalve het voorstel. Het is in zijn ogen belangrijk om te blijven bekijken in hoeverre de werkwijze van jongerenwerk aansluit bij de behoefte van jongeren. Hij stelt in dit kader de initiatiefnemers voor om een jaarlijkse evaluatie toe te voegen aan het initiatiefvoorstel. Lid BELKASMI geeft aan dat er in het voorstel een koppeling is gemaakt met de P&C-cyclus. Lid HENDRIKS verklaart namens zijn partij steun aan het doel van het voorstel. Evenals de VVD verneemt hij graag wat de concrete meerwaarde is van de voorstellen die worden gedaan. Hij ziet de genoemde voorstellen veelal als ondersteuning voor wat al wordt gedaan. Lid BELKASMI stelt dat als het gaat om de betrokkenheid van jongeren de initiatiefnemers hier een aantal elementen en uitgangspunten aan hebben toegevoegd en er is een aantal concrete ideeën beschreven. Met betrekking tot de openingstijden is dit een verandering ten opzichte van hoe het eerder was.

Lid Belkasmi herkent het beeld dat Volt en de VVD schetsen niet. Lid HENDRIKS erkent de wijziging die te maken heeft met de openingstijden. Hij vraagt de initiatiefnemers of het voorstel van tevoren met de ambtenaren en de wethouder is besproken. Lid BELKASMI geeft aan dat de initiatiefnemers ambtelijke bijstand hebben gevraagd.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid LUST sluit zich aan bij de bedenkingen die de VVD en Volt hebben opgeworpen. Zij benadrukt echter het belang van de inbreng van jongeren en deze moet verstevigd worden. Toch vraagt zij zich af wat dit initiatiefvoorstel onderscheidend maakt van wat er al gebeurt. Lid BELKASMI beschrijft in zijn reactie de rol van de jongeren in de verschillende wijken Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Met het voorstel beogen de initiatiefnemers om de jongeren breder te betrekken dan deze gremia. Om erachter te komen wat de jongeren zelf willen is het belangrijk om naar de jongerencentra toe te gaan en met de jongeren te spreken. Dit is belangrijke input. Deze vorm wijkt dan af van de werkwijzen die nu worden toegepast en die ook goed zijn. Lid Belkasmi zou dit per stadsdeel open willen laten en voor verdere uitwerking aan de Masterplannen en de Aanpak over willen laten. Lid BOBELDIJK stelt dat de Masterplannen niet kunnen slagen als de jongeren er niet bij betrokken worden. Met hun voorstel leggen de initiatiefnemers extra nadruk op het belang hiervan en is de werkwijze om met jongeren in gesprek te gaan waardevol. Lid BELKASMI stelt dat het voorstel specifiek zorgt voor verankering van de input van jongeren voor de gehele loopperiode van de Masterplannen en de Aanpakken. Lid HAKIKI benadrukt nogmaals het belang van opening in het weekend en vakantieperiodes.

Lid BELKASMI is het met lid Hakiki eens dat dit belangrijk is en hij stelt voor dit bij de bespreking aan de wethouder voor te leggen. Lid HENDRIKS vraagt of er inmiddels als een reactie kan worden gegeven op de bedenkingen die het college heeft ten aanzien van de haalbaarheid. Lid BELKASMI legt uit wat het voorstel met betrekking tot de openingstijden inhoudt en dit lijkt de initiatiefnemers een haalbaar voorstel. De VOORZITTER sluit het technische deel van dit agendapunt en gaat over tot het debatdeel. Lid BELKASMI stelt een aantal vragen aan de wethouder: − Wanneer komt er een spoedige uitwerking per Masterplan en Aanpak, waarbij jongeren daadwerkelijk een plek aan tafel krijgen?; − Wanneer kunnen de drie voorstellen tot uitwerking komen?; − Hoe kijkt het college naar de veelvoud van ideeën die de jongeren zelf hebben ingebracht? Lid BILGIN maakt op uit de input die rechtstreeks vanuit de jongeren komt, dat de jongeren geen besef hebben van de initiatieven die al worden ondernomen. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. In aansluiting op de bijdrage van lid Nadif verwijst lid Bilgin naar een rapportage van de Jongeren Adviesraad Amsterdam die aangeeft dat er behoefte bestaat aan contact met jongeren uit andere stadsdelen. Het lijkt hem passend om dit in het voorstel te verwerken.

Lid BADAL vraagt of de kosten die jongerenwerkers hebben met betrekking tot de avondtoeslagen voor de medewerkers worden meegenomen in het onderzoek. Ook wil hij weten hoe de inclusiviteit van de jongerencentra kan worden gewaarborgd, zodat het voor alle jongeren een veilige plek is. Tenslotte vraagt hij hoe ervoor kan worden gezorgd dat er een representatieve groep jongeren aan tafel komt.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid NADIF verzoekt het college om de ook door Forum voor Democratie genoemde verbreding van de contacten met andere jongeren ruimte te geven in de uitwerking van het voorstel. Lid ASRUF brengt aan de orde dat jongeren hebben aangegeven, dat betaalbaar openbaar vervoer een probleem vormt, waardoor het moeilijk is om het eigen stadsdeel te verlaten. Hij wil weten of lid Nadif dit ook betrekt bij haar overwegingen. Lid NADIF ontkent dit. Zij heeft ervaren dat jongeren zich veelal in hun eigen ‘bubble’ bevinden, zowel online als fysiek. Dit initiatiefvoorstel lijkt haar een opening om jongeren met andere jongeren in de stad in contact te brengen. Zulke ontmoetingen kunnen polarisatie tegengaan en begrip voor andere culturen vergroten. Lid BOBELDIJK heeft vastgesteld dat bij de stadsdelen de uitgaven achterlopen op de planning. Hij roept het college op niet te schromen om geld uit te geven als het gaat om de uitvoering van goede initiatieven. Lid STAARTJES vraagt het college welke ideeën en voorstellen er worden overgenomen als de gemeenteraad het initiatiefvoorstel heeft aangenomen. Ook wil hij weten wat het college dan anders gaat doen dan wat ze eerder van plan was. Wethouder MBARKI is het eens met de stelling van lid Bobeldijk die aangaf dat een Masterplan niet kan slagen zonder jongeren.

Dit is de essentie van het voorstel, zoals het college dit interpreteert en waar zij met de partners in het kader van de Masterplannen mee aan de slag gaat. De wethouder noemt hierbij de gemeentelijke verantwoordelijkheden en taken, zoals het Jongerenwerk en hij beschrijft wat dit concreet betekent in de wijk. Vervolgens refereert de wethouder aan zijn brief, waarin hij een aantal concrete zaken noemt, zoals deze zijn opgehaald bij de verschillende Masterplangebieden. Hij licht dit toe en stelt dat het van belang is dat de inbreng van jongeren niet uit het oog wordt verloren. In antwoord op de vraag van lid Bilgin erkent de wethouder het belang van de bekendmaking van de initiatieven bij jongeren. Dit gaat best goed, zoals de bekendheid van het Jeugdfonds Sport, geeft hij aan, maar nog niet alle jongeren worden bereikt, bijvoorbeeld als het gaat om initiatieven op het gebied van sport. In antwoord op de vragen van lid Badal geeft de wethouder aan dat er een transitie plaatsvindt bij het jongerenwerk, maar dit is een proces dat tijd kost. Dit gebeurt in samenwerking met de Jongerenwerk Academie, want deze processen kunnen niet zonder goede professionals. Op de vragen van lid Nadif en lid Bilgin refereert de wethouder aan de Stedelijke Jongerenadvies Raad die zich bezighoudt met de verspreiding van jongeren over de gehele stad.

Er zijn ook initiatieven om jongeren bij elkaar te brengen om polarisatie tegen te gaan, alsmede initiatieven die worden ontwikkeld vanuit het onderwijs, waarbij jongeren van verschillende scholen bij elkaar worden gebracht. Maar het kan altijd meer en beter. Als reactie op de vraag van lid Staartjes geeft de wethouder aan dat dit voorstel vooral benadrukt dat de jongeren in beeld moeten blijven. Vanuit de Masterplannen wordt samen met de partners steeds gekeken waar nog iets extra’s nodig is en jongeren zijn daarbij een cruciale factor. Lid BOUHASSANI verduidelijkt het voorstel nog iets meer door aan te geven dat het vooral belangrijk is dat de plek aan tafel van de jongeren structureel wordt geborgd en dat de jongeren die plek ook de komende twintig jaar behouden. Zij vraagt de wethouder of dit voor het college duidelijk is. Wethouder MBARKI geeft aan dat dit inderdaad strookt met de visie van het college.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid BELKASMI refereert aan de drie uitgelichte voorstellen en zijn vragen hierbij, waar de wethouder nog niet op heeft gereageerd. Wethouder MBARKI heeft aangegeven dat er vanuit de Masterplannen een aantal concrete initiatieven zijn die ook in de brief worden genoemd. Vanuit het jongerenwerk gebeurt er veel. De wethouder concludeert dat de drie voorstellen al worden uitgewerkt binnen de Masterplannen. De wethouder adviseert de initiatiefnemers voortdurend te wijzen op de rol die jongeren moeten hebben. Lid BELKASMI verneemt graag van de wethouder een concrete planning van de drie voorstellen, zoals het verruimen van de openingstijden. Wethouder MBARKI stelt voor om allereerst te inventariseren welke openingstijden er nu gelden op verschillende plekken. Het gesprek over verruimen en/of aanpassen van de openingstijden kan daarna plaatsvinden, maar daar zit ook een kostenplaatje aan vast. Op dit moment geldt de opdracht dat de jongerencentra open zijn op momenten die ertoe doen en worden er centra ingericht op nieuwe plekken. Lid BELKASMI hoort graag een tijdsplanning voor dit proces. Wethouder MBARKI wil allereerst in overleg met de jongerenwerkorganisaties om erachter te komen hoeveel tijd zij nodig hebben. De wethouder zegt toe om hier bij een volgende commissie, wanneer Jongerenwerk op de agenda staat, op terug te komen.

Lid BELKASMI geeft in een punt van orde aan dit te willen bespreken in de commissie SO. Lid ASRUF sluit aan bij de vraag van de SP en vindt het zonde als geld op de plank blijft liggen, terwijl er voorstellen, zoals de verruiming van de openingstijden, haalbaar zijn. Hij hoopt dat het initiatiefvoorstel voor het college een aanmoediging is om het geld wel uit te geven. Wethouder MBARKI is ook van mening dat geld op de plank houden geen doel is, maar dat het moet worden besteed aan wat er nodig is. Lid ASRUF stelt dat het geld werkelijk kan worden uitgegeven aan behoeftes die leven bij de jongeren, zoals hij als initiatiefnemer van het voorstel kan concluderen uit het onderzoek dat hij deed. Wethouder MBARKI vindt het belangrijk dat de gemeente naast de plek aan tafel zoveel mogelijk faciliteiten voor jongeren realiseert. Dit gebeurt in samenwerking met de partners binnen de Masterplannen met de middelen die hiervoor beschikbaar zijn. Het signaal vanuit de initiatiefnemers over de openingstijden is gehoord door de wethouder en hij stelt voor hiernaar te kijken binnen de Masterplannen, al blijft hij bij het standpunt om eerst te inventariseren wat er momenteel aan openingstijden geldt. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en geeft aan dat dit op voorspraak van lid Belkasmi kort wordt behandeld in de raad.

De VOORZITTER schorst de vergadering om 20.53 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 21.09 uur. Aanpak Noord 4. Tussentijdse rapportage integrale aanpakken 2024 Noord (VN2024-017961)

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

De VOORZITTER leidt het agendapunt in. Lid LUST somt een aantal positieve ontwikkelingen op die in deze periode hebben plaatsgevonden. Vervolgens vraagt zij aandacht voor de onderbesteding die aan het einde van 2024 werd verwacht. Hier zijn enkele verklaringen voor te noemen, zoals dat er budget vrijvalt, omdat de kosten van een activiteit op een andere manier worden gefinancierd. Zij vraagt de wethouder te komen met een update van de tweede helft van 2024 voor wat betreft geplande projecten en bestedingen. Zij wil graag weten voor welk percentage er op dat moment sprake is van onderbesteding. Lid BELKASMI vraagt de wethouder op welke wijze er aandacht is in Noord voor de veiligheid, aangezien er in Noord minder middelen beschikbaar zijn vergeleken met Zuidoost en Nieuw-West. Hij verneemt graag zo spoedig mogelijk informatie over het bestedingsplan op veiligheid voor de komende jaren in Noord. Lid Belkasmi sluit zich tevens aan bij de vraag van lid Lust. Lid BOBELDIJK heeft kunnen vaststellen dat de besteding van geld ook voor Noord achterloopt, terwijl de organisatiekosten minder achterlopen. Hij roept het college wederom op om het geld te besteden in de buurten zelf en ervoor te zorgen dat er niet te veel geld op gaat aan organisatie en communicatie. Lid BENTOUMYA vraagt wanneer zij de resultaten kunnen verwachten van de inventarisatie inzake de Waterloopleinbuurt.

Ook wil zij weten welke plek de ondernemers hebben in de samenwerking met de bewoners in Noord. Er zijn immers geen BIZ-en in Noord. Wethouder GROOT WASSINK vindt het lastig om percentages nader te duiden, omdat het ervan afhangt waar dit percentage tegen wordt afgezet. De wethouder erkent dat er sprake is van onderbesteding in het eerste halfjaar 2024 en in de rapportage worden daar verklaringen voor gegeven. Bij controle vorige week bleek de onderbesteding lager dan aanvankelijk gedacht. De wethouder erkent dat veiligheid in Noord een punt van zorg blijft. Er worden incidentele middelen ingezet en de wethouder noemt hiervan een aantal voorbeelden. Deze extra inzet en extra set aan maatregelen is kwetsbaar, aangezien dit afhangt van incidentele middelen. Er wordt geprobeerd om structurele middelen aan te trekken om de basis op orde te krijgen. De komende jaren maakt het stadsdeel aanspraak op een miljoen vanuit de Provincie met gezagsmiddelen. De gemeente vraagt tevens aan de partners uit de veiligheidsketen een bijdrage, zoals dat in Nieuw-West ook het geval is. De wethouder is van mening dat de set aan maatregelen realistisch is en er is een grote ambitie bij het college.

Het bestedingsplan is op dit moment in de maak en de wethouder vermoedt dat bij de Voorjaarsnota 2025 en bij de verdere uitwerking van de verdeling van de middelen ten behoeve van ‘Ongelijk Investeren’ er goede kans is om de ambitie waar te maken en het college zal in aansluiting daarop een voorstel formuleren. De wethouder is het eens met het standpunt van lid Bobeldijk dat de beschikbare middelen direct moeten worden ingezet in de buurt. Hij beschrijft hoe de ontwikkeling van de uitgaven is sinds 2023, al blijft het lastig om een scherpe prognose te stellen in verband met onvoorziene omstandigheden. Ook is er capaciteit nodig die waar kan maken, dat de middelen worden besteed in de buurt waar ze voor bestemd zijn. De ambitie is om ook in 2025 de uitgaven te laten stijgen en de middelen zoveel mogelijk te laten landen in de buurt. B. Abid (Voorzitter DB Noord) geeft aan dat er in plaats van BIZ-en in Noord ondernemersverenigingen zijn en er wordt gekeken naar wat deze verenigingen nodig hebben om zich te versterken. Met de beschikbare middelen wordt er in algemene zin ondersteuning geboden waar dat nodig is en de ondernemersverenigingen komen hiervoor in aanmerking.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

In de Waterloopleinbuurt is fors ingezet om de leefbaarheid en veiligheid te vergroten. Hier start een intensieve gebiedsaanpak. B. Abid snapt de behoefte van de commissie aan informatie hierover en zegt toe te komen met een rapportage. Lid BADAL stelt een aantal vragen: Hij stelt vast dat de uitvoerende directies veelal niet de capaciteit hebben om de Aanpak volledig te ondersteunen en hij vraagt de wethouder hoe dit probleem kan worden opgelost. Om meer inzicht te krijgen in de cijfers lijkt het lid Badal zinvol een maatschappelijke kosten-batenanalyse op te stellen. Hij vraagt naar de mening van de wethouder hierover. In Zuidoost is het tot op heden niet gelukt om een programmadirecteur voor het Masterplan aan te stellen. Lid Badal stelt voor om deze directie niet uit één directeur, maar uit een team van drie directeuren te vormen. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat de geschiedenis heeft geleerd dat het meestal niet goed afloopt met een driekoppig directoraat. Hij heeft er vertrouwen in dat er uiteindelijk iemand zal worden gevonden, maar is bereid om het voorstel van lid Badal in het college te bespreken. Gebrekkige ondersteuning van de Aanpak vanwege tekort aan capaciteit komt slechts hier en daar voor en de wethouder ziet heel veel inzet bij de Aanpakken en dat gaat goed. De wethouder erkent dat bij sommige diensten sprake is van een tekort aan arbeidskrachten.

Hij vindt dat de ambtelijke organisatie wel de tijd moet krijgen om te wennen aan de nieuwe situatie die de Aanpak voor hen betekent. Op de laatste vraag van lid Badal geeft de wethouder aan dat het bij een maatschappelijke kosten-batenanalyse niet altijd duidelijk is wat er dan precies wordt gemeten en hij is hier dan ook geen voorstander van. Het is niet altijd helder wat de maatschappelijke meerwaarde is van een geïnvesteerde euro. De VOORZITTER stelt een wijziging in de agenda voor in verband met de uitloop van de vergadering: Agendapunt 7, Raadsinformatiebrief Community Wealth Building programma 20242025, wordt doorgeschoven naar de volgende raadsvergadering. Bovendien is er een technische sessie met betrekking tot dit onderwerp gepland in maart. De gevoegde agendapunten 5 en 6 worden wel in deze vergadering behandeld. De commissie gaat hiermee akkoord. Masterplan Nieuw-West 5. Tussentijdse rapportage integrale aanpakken 2024 Nieuw-West (VN2024-17962) Gevoegd te behandelen met 6. Kennisnemen van de reactie op motie 027 van 24 januari 2024 over het inzichtelijk maken van de financiële en niet-financiële bijdrage van het Alliantiebestuur Masterplan Nieuw-West (VN2024-17963) De VOORZITTER leidt de agendapunten in.

Lid LUST geeft aan dat er veel binnen het Masterplan goed gaat, maar er is sprake van een onderbesteding in de uitvoering van 25 procent bij de begroting voor het programma 2024 en de feitelijke uitgaven. Tevens is er een overbesteding van ruim 30 procent in de programmaorganisatie. Lid Lust verneemt graag van de wethouder wat er voor Nieuw-West nodig is om een realistischer inschatting te maken voor 2025, aangezien de wethouder in een eerdere situatie bij Zuidoost heeft aangegeven dat dergelijke cijfers berusten op ‘nattevingerwerk’. Lid Lust is van mening dat op grond van jarenlange

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

ervaring die inmiddels is opgedaan in het Nationaal Programma er een accurater beeld gegeven kan worden van wat de programmaorganisatie kost. Vervolgens citeert lid Lust uit de tussentijdse rapportage wat een verklaring is voor de onderbesteding bij de uitvoering. Het lijkt erop dat het lastig is om toezichthouders te werven, terwijl dit bij straatcoaches, straathoekwerkers en een projectwerker makkelijker is. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Lid BADAL attendeert de vergadering op signalen die zijn fractie heeft ontvangen waaruit blijkt dat ouderen onvoldoende worden betrokken bij het Nationaal programma ‘Samen Nieuw-West’ en het Masterplan. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Ook wijzen bewoners op een gebrek aan transparantie. Hij vraagt de wethouder of hij van mening is dat dit beter kan. De bewoners willen meer inzicht in de selectieprocedure van het Alliantiebestuur en lid Badal vraagt de wethouder hoe dit inzicht verbeterd kan worden. Bovendien willen bewoners kunnen controleren dat subsidieaanvragen eerlijk en transparant verlopen. Lid STAARTJES spreekt zijn kritiek uit over het feit dat bespreking van onderliggend onderwerp niet voldoende van de grond komt. Daar komt bij dat er wel wordt vergaderd, maar dat er weinig informatie bij de bewoners van Nieuw-West terechtkomt.

De VVD is tevens van mening dat de beschikbare middelen worden uitgegeven aan de zaken die voor de bewoners minder belangrijk zijn, zoals participatie, communicatie en bureaucratie. Gelukkig gaat er ook geld naar veiligheid. Vervolgens refereert lid Staartjes aan de 55 miljoen euro die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor de VvE-aanpak. Hier is nog weinig informatie over vrijgekomen, zoals wie bepaalt wie het geld krijgt en hoe wordt bepaald dat het op de juiste manier wordt besteed. Lid Staartjes hoort graag van de wethouder wat hiervan de stand van zaken is. De besteding van deze subsidie wordt nauwlettend door het ministerie in de gaten gehouden, waardoor het belangrijk is dat deze middelen, die het verschil kunnen maken in Nieuw-West, op de juiste manier worden ingezet. Lid BOUHASSANI stelt dat er wat haar partij betreft in het Masterplan NieuwWest meer onderscheid moet komen tussen de langetermijnaanpak en de kortetermijnaanpak. Zij krijgt graag duidelijk wat het Masterplan toevoegt aan de initiatieven die de gemeente al ontwikkelt. Vervolgens stelt lid Bouhassani dat het nog niet helder is wat de financiële en niet-financiële bijdragen van het Alliantiebestuur zijn. Dit refereert aan de motie die de PvdA heeft ingediend en lid Bouhassani wil deze nog niet afdoen, maar aanhouden.

Lid BENTOUMYA constateert dat er een spanningsveld bestaat tussen de langetermijnplanning en de concrete stappen die op korte termijn gezet moeten worden, die het vertrouwen moeten herstellen en de bewoners te laten zien dat er daadwerkelijk iets gebeurt. GroenLinks mist in de rapportage de koppeling tussen de losse acties en de algehele doelstelling. Het lijkt lid Bentoumya belangrijk dit duidelijk te maken aan de bewoners. Zij vraagt de wethouder en de stadsdeelvoorzitter hierop te reflecteren. Voor GroenLinks zijn de wijkallianties een belangrijk programmapunt, die bewoners meer stem kunnen geven in het Nationaal Programma. Zij wil graag weten in welke wijken deze allianties zijn opgericht en hoe deze worden betrokken bij de opgave die er ligt. Zij vraagt met name naar de wijkalliantie Wildeman. Als een concrete stap noemt lid Bentoumya het begeleiden van jongeren naar werk. Als punt van zorg hierbij is de duurzaamheid en zij pleit voor meer ondersteuning bij het behouden van een baan. Veel jongeren gaan aan de slag als ZZP en ook dit behoeft begeleiding en ondersteuning. Lid Bentoumya vraagt de wethouder hoe dit vorm kan krijgen. Lid BILGIN stelt enkele vragen:

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Informatie over doorstroom is volgens Forum voor Democratie belangrijk bij het maken van keuzes met betrekking tot volkshuisvesting en woningbouw. Hij vraagt het college naar de resultaten van het onderzoek naar doorstroom, dat heft plaatsgevonden. Lid Bilgin mist informatie over de mobiliteit en de vervoersarmoede en stelt vast dat er geen vervoersorganisaties zijn aangesloten bij de Alliantiepartners. Hij verzoekt de wethouder te komen met een update over mobiliteit. Lid Bilgin heeft verbetering geconstateerd voor wat betreft het publiceren van vacatures op sociale media. Het betreft echter vacatures die worden geplaatst door mensen vanuit hun persoonlijke profiel. Een centrale plek met vacatures lijkt er niet te zijn. Lid Bilgin stelt voor om de gemeentelijke kanalen in te zetten zodat de vacatures meer mensen bereiken en hiervoor op de website een pagina te reserveren met een overzicht van de vacatures. Op dit moment is het voor mensen die aan de slag willen bij het Nationaal Programma een hele zoektocht om bij de vacatures te komen. Lid HENDRIKS geeft aan dat de focus van Volt nu ligt op het vergelijken van de tussentijdse rapportage en het bestedingsplan. Lid Hendriks somt een aantal initiatieven op die wel worden beschreven in het bestedingsplan, maar niet meer voorkomen in de tussentijdse rapportage. Hij vraagt de wethouder of de stadsdeelvoorzitter om opheldering.

Het is lid Hendriks gebleken dat het Nationaal Programma nog niet zo bekend is in Nieuw-West. Om dit te verbeteren stelt hij voor dit in beeld te brengen en middelen te reserveren voor een meer gerichtere wijze van communicatie, zodat bepaalde buurten of bepaalde doelgroepen worden bereikt. Vervolgens vraagt lid Hendriks of het mogelijk is om de niet-financiële bijdragen toe te voegen aan de reguliere financiële rapportages en dit ook te doen gelden voor Zuidoost. Hij stelt twee vragen: − Hoe kan worden voorkomen dat dit soort bijdragen en de eventuele groei ervan zorgen voor ongelijke toegang tot de Alliantie voor kleine grassrootsorganisaties? − Is er een visie die ervoor zorgt dat dit soort betrokkenheid langdurig blijft behouden, zonder vooral kleine organisaties te overvragen? De VOORZITTER schorst de vergadering om 22.50 uur De VOORZITTER heropent de vergadering om 22.53 uur Lid HAKIKI vraagt wat het effect is op de huidige inzet op veiligheid. Wethouder GROOT WASSINK stelt dat het soms moeilijk is om een juiste inschatting te maken van de kosten voor de programmaorganisatie en alle andere onderdelen. Het college is hierover in overleg met het team en de programmadirecteur, want het is voor alle partijen belangrijk om enerzijds de overbesteding en anderzijds de onderbesteding recht te trekken.

De wethouder geeft een verklaring voor het feit dat het lastig is om een inschatting te maken voor een komend jaar. Hij hoopt dat er bij de bespreking van het bestedingsplan een scherper beeld kan worden gegeven. De wethouder kan het eens zijn met de kritiek van de VVD, maar hij geeft tevens aan dat de brief met deze rapportage al op 5 september 2024 is gepubliceerd. Hij beaamt dat het nodig is om scherper te kunnen zien wat de inzet van de coalitiemiddelen is, maar dat is slechts een deel van het geheel. Hier bovenop komen er Rijksmiddelen vrij en wordt er nadrukkelijk gekozen voor bepaalde prioriteiten in de programma’s. De wethouder noemt van dit laatste enkele voorbeelden. De subsidieregeling die voor geldt voor de VvE-aanpak en die wordt gefinancierd uit het Volkshuisvestingsfonds, zal eind Q1 beschikbaar komen. Er is in de uitwerking van het besluit met vertegenwoordigers van de VvE’s gesproken, dit zal worden geëvalueerd. Over de uitvoering blijft de gemeente in gesprek met bewoners en VvE’s. De wethouder is het eens met lid Staartjes en lid Badal, dat er moet worden onderzocht hoe de transparantie verbeterd kan worden. Hij stelt daarbij wel dat dit niet

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente is. Vervolgens verwijst hij naar de afspraken die er zijn gemaakt binnen de Alliantie inzake de subsidieaanvragen. De selectieprocedure voor bewoners in het Alliantiebestuur is in samenspraak met de bewoners opgesteld. De wethouder is bereid om hier meer informatie over te verstrekken, zodat er meer inzicht in de procedure mogelijk is. Lid STAARTJES verduidelijkt dat zijn kritiek niet gericht is op het college, dat op tijd was met de brief. Het gaat hem vooral om de verantwoordelijkheid die de raad in deze heeft. Vervolgens verwijst lid Staartjes naar eerdere rapportage waaruit bleek dat de VvE-aanpak er in de tweede helft van 2024 zou komen en was het al in een vergevorderd stadium. Hij vraagt waarom het dan toch nog een half jaar langer heeft geduurd. Ook wil hij weten waarom het team Wonen Nieuw-West niet is geïnformeerd over de vorm van de Aanpak. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe dat hij bij de volgende commissie terugkomt op de vraag waarom het langer heeft geduurd. De wethouder meent dat de vertraging is ontstaan doordat er veel afgestemd moest worden. Ook wordt er gezocht naar een vorm om de VvE’s breed te ondersteunen. De wethouder benadrukt dat vertraging ook kan optreden, omdat er met alle partijen moet worden samengewerkt en dat neemt soms tijd in beslag.

In antwoord op de vraag van lid Bouhassani zegt de wethouder toe dit opnieuw te bespreken met de Alliantie. Hij heeft er begrip voor dat er behoefte bestaat aan meer inzicht in de bijdragen en die behoefte heeft hij zelf ook. Hij verwijst naar het Jaarbeeld dat de Alliantie binnenkort publiceert en de wethouder verwacht dat dit al meer inzicht zal geven. In de bespreking van het Jaarbeeld kan de raad dan aangeven welke behoefte aanvullend hierop er nog is en de wethouder kan dan de mogelijkheden hiervan aangeven. De wethouder erkent het spanningsveld dat er bestaat tussen de korte- en de langetermijn. Kortetermijn successen dragen bij aan de legitimiteit en de zichtbaarheid, maar deze leggen niet het fundament. Het blijft zoeken naar de juiste verhouding. De wethouder geeft aan dat er bij mobiliteitsorganisaties omstandigheden zijn die het ingewikkeld maken om als partner aan te sluiten bij het Nationaal Programma. Vervolgens stelt hij dat er strikte regels zijn voor wat er wel en niet van de gemeentelijke communicatiekanalen gebruik mag maken en voor de wethouder is het daar plaatsen van vacatures niet wenselijk. Hij heeft kunnen constateren dat de communicatie vanuit het Nationaal Programma verbeterd is, maar hij erkent dat het nog beter kan. De wethouder zegt toe in de bespreking met het programmateam de vraag van lid Bilgin terzake mee te nemen.

De wethouder is het eens met lid Bentoumya dat er een dergelijke spanning bestaat en hij geeft aan dat dit ook steeds een onderdeel is bij de gesprekken om hier een oplossing voor te vinden. Het roept een aantal vragen op over de inzet van de gemeente hierbij. De wethouder hoopt dat in de volgende coalitieperiode het proces kan worden voortgezet met minder problemen en onduidelijkheden dan in de eerste fase. E. Ünver (voorzitter DB Nieuw-West) geeft in antwoord op de vraag van lid Lust een verklaring voor het feit waarom het moeilijk lijkt te zijn om toezichthouders aan te stellen. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met de krapte op de arbeidsmarkt en aan de extra opleidingseisen die aan deze functie worden gesteld. Bij straatcoaches werd het lokaal netwerk ingezet en ook de training-on-the-job en dit verleidt de jongeren eerder om zo’n stap te maken. E. Ünver hoopt dat dit uiteindelijk zal leiden tot groei vanuit straatcoach naar THOR. In reactie op de bijdrage van lid Staartjes geeft E. Ünver aan dat op bepaalde onderdelen, zoals veiligheid, het voor bewoners merkbaar is dat er wat gebeurt. De straatcoaches spelen hierbij een belangrijke rol, zij zijn zichtbaar en versterken het gevoel van veiligheid bij de bewoners.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Lid STAARTJES heeft kunnen constateren dat er veel geld gaat naar communicatie, terwijl dit onderdeel nauwelijks wordt benut. Hij vraagt de voorzitter DB Nieuw-West hoe wordt vastgesteld aan welke prioriteiten de coalitiemiddelen worden toebedeeld binnen het Nationaal Programma. E. Ünver (voorzitter DB Nieuw-West) geeft aan dat zijn ‘likes’ op sociale media zichtbare initiatieven zijn, bedoeld om wat geduld en vertrouwen te bewerkstelligen bij de bewoners. De voorzitter DB Nieuw-West deelt mee dat er een aanbesteding in de markt wordt gezet voor private toezicht in de avonduren. Hierover zijn contacten gelegd met de politie en ondernemers. Lid STAARTJES stelt dat de beste maatregelen de maatregelen zijn die effect hebben en zichtbaar zijn en hier gaat een deel van de coalitiemiddelen naartoe. Een ander deel echter gaat naar zaken die niet zichtbaar zijn voor de bewoners. E. Ünver (voorzitter DB Nieuw-West) blijft herhalen hoe belangrijk de maatregelen zijn, die nu worden getroffen, zoals straatcoaches, private toezicht en het ‘liken’ van posts. De voorzitter DB Nieuw-West communiceert hierover met diverse partijen. Lid STAARTJES geeft aan dat de voorzitter DB Nieuw-West de enige is die de posts van het programmateam ‘liket’. E. Ünver (voorzitter DB Nieuw-West) is zich hier niet van bewust en benadrukt dat hij vanuit zijn eigen rol communiceert met bewoners.

In reactie op de vraag van lid Hakiki geeft de voorzitter DB Nieuw-West aan dat hij hoopt dat de overheid erin slaagt om de veiligheidsketen beter te stutten. In Nieuw-West is hierbij veel betrokkenheid vanuit de bewoners. Hopelijk leidt dit tot een trendbreuk in de objectieve veiligheid en dat die verbetert. In elk geval is het gevoel van veiligheid bij de bewoners groter geworden vanwege de aanwezigheid van de straatcoaches. Dat dit gevoel is gegroeid baseert de voorzitter DB Nieuw-West op de reacties die hij ontvangt van de bewoners. Vanuit de scholen komen signalen dat veel jongeren het liefste zelf willen ondernemen, ook vanwege de problemen die zij ondervinden om de arbeidsmarkt op te komen. Inmiddels zijn er enkele instellingen die de jongeren hierbij kunnen ondersteunen, zoals ‘Boost your Business’ en ‘Business after School’. Lid BENTOUMYA geeft aan dat het ook belangrijk is om jongeren vanuit het Nationaal Programma te ondersteunen die niet doorhebben dat ze aan het ondernemen zijn, de zogenaamde ‘schijnzelfstandigheid’, en dus geen toenadering zoeken tot de genoemde instellingen. E. Ünver (voorzitter DB Nieuw-West) heeft kunnen constateren dat dit de punten zijn waar de jongeren met elkaar over in gesprek gaan. Ze leren van elkaars ervaringen. Er wordt in Nieuw-West geïnvesteerd in de ondersteuning van jongeren die willen ondernemen.

Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat Job Centre zich bezighoudt met de duurzaamheid van jongeren aan het werk. Volt stelde de vraag dat bij eigenaarschap, inclusie en democratie in het bestedingsplan activiteiten genoemd staan, die in de rapportage minder aan bod komen. De wethouder geeft een verklaring waarom er niet is gekozen voor opname in de rapportage. In aansluiting op de vragen van lid Staartjes over communicatie en de reactie van de voorzitter DB Nieuw-West hierop geeft de wethouder aan dat hij een tegenstelling veiligheid-communicatie, zoals lid Staartjes het stelt, niet toepasselijk vindt. In het Nationaal Programma vindt de wethouder communicatie een belangrijk onderdeel, maar hij vindt het niet noodzakelijk om dit per buurt of per doelgroep te onderzoeken; het is al

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

duidelijk dat het nog beter zou kunnen en de wethouder heeft er vertrouwen in dat dit gaat gebeuren. De wethouder zegt vervolgens toe het punt van de Alliantiepartners te bespreken met zijn collega’s. Voor wat betreft de ongelijke toegang voor wat kleinere organisaties stelt de wethouder dat het de wens is, dat iedereen onderdeel wordt van de Alliantie, al kun je niet van iedereen hetzelfde vragen. De toegang zal altijd hetzelfde zijn. Er bestaat hiervoor niet een uitgewerkte visie op papier, maar het doel is om in de haarvaten en in de netwerken te komen, waar de overheid niet kan komen. Hier zijn organisaties en clubjes uit de buurt voor nodig, die als waardevolle samenwerkingspartners worden gezien. Lid BOUHASSANI hoort graag van de wethouder wat het Nationaal Programma toevoegt aan wat er al door de gemeente wordt gedaan. Wethouder GROOT WASSINK hoopt dat het genoemde Jaarbeeld dit duidelijk zal maken. Er is sprake van verschillende stromen: Rijksmiddelen, coalitiemiddelen, middelen van ‘Ongelijk Investeren’ en andere additionele middelen. Lid HENDRIKS pleit ervoor om beter in beeld te krijgen welke organisaties de weg naar de Alliantie weten te vinden en welke niet, zodat er in kaart kan worden gebracht op welke manier de 1,3 miljoen euro het beste besteed kan worden.

Wethouder GROOT WASSINK attendeert de commissie erop dat onderzoeken geld kosten en hij wil ervoor waken dat een deel van het budget aan onderzoek opgaat. Hij benadrukt dat hij via verschillende media heeft kunnen vaststellen dat er een verbeterslag plaatsvindt in de communicatie en de wethouder houdt hier een vinger aan de pols. E. Ünver (voorzitter DB Nieuw-West) antwoordt lid Bentoumya dat de ambitie was om vijf wijkallianties te realiseren en er zijn er drie daadwerkelijk gerealiseerd. In het komende jaar wordt er ingezet om er nog drie te realiseren. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 7. Raadsinformatiebrief Community Wealth Building programma 2024-2025 (VN2024-017989) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissie vergadering. TOEGEVOEGD AGENDAPUNT Economische Zaken 8. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘1 december maatregelen verordening toerisme in balans’ (VN2024-018491) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat A. Bartelsman (SDC Centrum) vragen zal beantwoorden over de adviezen die tijdens de Stadsdeelcommissie vergadering van 14 januari jongstleden zijn aangenomen. De commissieleden hebben de adviezen inmiddels per email ontvangen. A.

Bartelsman (SDC Centrum) geeft aan dat de gemeente al enkele maatregelen met succes heeft ingevoerd, maar de bewoners en de leden van de Stadsdeelcommissie Binnenstad ervaren nog steeds te veel massatoerisme met als gevolg overlast, commercialisering van de openbare ruimte en vele vormen van monocultuur.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 januari 2025

Het SDC Centrum vreest dat de voorgestelde maatregelen door het college bij lange na niet voldoende effect zullen sorteren en de adviezen geven hier blijk van. Sommige maatregelen vallen samen met de Aanpak Binnenstad, zoals de afvalverwerking, het versterken van het Vastgoedfonds, een preventieaanpak van straatdealers en het betrekken van bewonersinitiatieven bij de Aanpak. In de binnenstad is veel positieve energie aanwezig om de leefbaarheid te verbeteren en de gemeente kan hier gebruik van maken. A. Bartelsman roept het college op om verdergaande maatregelen te nemen op het gebied van koffieshops. Deze zijn door de hoeveelheid inmiddels bepalend voor het straatbeeld op de Wallen. Verplaatsen zou een mogelijkheid zijn, maar het lijkt A. Bartelsman tevens zinvol om te onderzoeken of het aantal koffieshops kan worden teruggedrongen. Hij roept het college op kritisch te kijken naar de vergunningen en de gedoogvoorwaarden waaraan een koffieshop moet voldoen. Lid SCHMIT refereert aan het advies inzake het Vastgoedfonds en vraagt of de Stadsdeelcommissie kan inschatten of Amsterdammers zelf ook in het vastgoed kunnen investeren. A. Bartelsman (SDC Centrum) stelt dat vastgoed cruciaal is voor de transformatie van de Binnenstad en het doorbreken van de monocultuur aldaar. Als voorbeeld noemt hij de Zeedijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15299215/1