Definitief verslag raadscommissie Stadsontwikkeling 03-07-2024
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling
SO
Raadscommissieverslag, 3 juli 2024
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Openbare vergadering van de Raadscommissie Stadsontwikkeling Vergaderdatum Woensdag 3 juli 2024 van 19.30 tot 22.30 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 25 september 2024
Voorzitter: mevrouw M. Yemane Plv Voorziter: C.A.D.van Munster Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink Portefeuillehouders afw: wethouders Mbarki, wethouder Moorman en Van der Horst Commissiegriffier: R. Willems Commissieondersteuners: A. Dutilh Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw A. Bouhassani (PvdA), mevrouw Y.E. Bentoumya(GroenLinks), mevrouw M. Lust (D66), de heer L. Staartjes (VVD), de heer J.A. Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), de heer I.N. Hendriks (Volt), de heer E. Bobeldijk (SP), de heer K.M. Kreuger (JA21), mevrouw F. Hakiki (DENK), de heer T. Bilgin (FvD), mevrouw C.K.E. Kabamba (Lijst Kabamba) Afwezige commissieleden: de heer R.B. Havelaar (CDA), de heer K.S.N. van der Veen (GroenLinks) Overige aanwezigen: de heer Boom ( SDC,‘Gewoon Beter West’), mevrouw R. de Zwart (SDC Nieuw-West), de heer D. Janssen (SDC), de heer E. Ünver (voorzitter db SDC Nieuw-West)
Algemeen deel, 1 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 19.30 uur en heet iedereen welkom. Hij stelt vast dat er een quorum is. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat de afwezigheid van wethouder Moorman gevolgen heeft voor de agenda. Zie 1.c. Ook deelt hij mee dat Volt de wens heeft uitgesproken om op locatie te vergaderen, maar volgens het Reglement van Orde is dat niet toegestaan; de vergaderingen van de raad en de commissies dienen in het stadhuis plaats te vinden. Bij wijze van experiment echter zal de volgende vergadering op locatie worden georganiseerd. De mededeling van de heer Van der Veen (GroenLinks), inzake een werkbezoek aan Zuidoost blijft achterwege in verband met zijn afwezigheid. 1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om de agendapunten betreffende Zuidoost door te schuiven naar de commissievergadering van 25 september 2024 vanwege de afwezigheid van wethouder Moorman wegens ziekte. De commissie gaat hiermee akkoord.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Lid BENTOUMYA stelt voor om de agendapunten 3, 4 en 5, inzake Nieuw-West, gevoegd te behandelen. De commissie gaat hiermee akkoord. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 15 mei 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.e. Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen op- of aanmerkingen op de termijnagenda. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft het volgende voorstel tot agendering in de volgende commissie ontvangen: Op verzoek van lid Belkasmi wordt TKN-punt 1, Aanpak Noord-Regiodealfinanciële informatie (Toezegging besteding middelen oude en nieuwe Regiodeal), geagendeerd voor de volgende vergadering op 25 september 2024. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. Inhoudelijk deel, 2 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2.b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich geen insprekers gemeld. 2.c. Actualiteiten en mededelingen Er zijn geen actualiteiten of mededelingen. 2.d. Rondvraag Er zijn geen rondvragen aangemeld. BESPREEKPUNTEN Masterplan Nieuw-West 3.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Masterplan Nieuw-West Jaarplan (VN2024-008820) Gevoegd behandeld met 4. Masterplan Nieuw-West bestedingsplan (VN2024-008878) Gevoegd behandeld met 5. Uitvoeringsprogramma ‘Wij maken Samen Nieuw-West’ (VN2024-007051) De VOORZITTER leidt het agendapunt is en geeft aan dat een aantal leden van de SDC Nieuw-West een toelichting geven. Mevrouw R. de Zwart (SDC) stelt dat, hoewel er veel goed gaat in het plan ‘Samen Nieuw-West’, zij toch een aantal aandachtspunten aan de orde wil stellen, waarbij in algemene zin het plan op het gebied van uitvoering te ingewikkeld is en de doelen niet concreet genoeg. Dit geldt bijvoorbeeld voor de beschreven verandertheorie. Er hebben in het kader van het democratisch karakter veel mensen een inbreng, maar dat vertraagt het tempo en brengt een grote werkdruk met zich mee voor de programmamanagers. Ook is er sprake van versnippering van het programma, waardoor het geheel onoverzichtelijk wordt. Het programma heeft SMART-doelstellingen nodig ten aanzien van prioritering en fasering. Het blijft ook lastig om bewoners te vinden voor het besturen en andere taken en dit stagneert de voortgang. In Nieuw-West is er sprake van een groter lerarentekort dan in andere delen van de stad en ook is er sprake van verloedering van panden. Mevrouw De Zwart vraagt hoe deze noodgevallen op korte termijn kunnen worden opgelost.
De structuur van het plan heeft tot gevolg dat uitwerking lang duurt en dit is slecht voor het vertrouwen. Het is tot nu toe onduidelijk wat de bijdrage is die de Allianties leveren. Het antwoord zou in Q3 worden gegeven. Mevrouw De Zwart benadrukt dat de vele vrijwilligers de bijdrage van de Alliantiepartners verdienen. Een veelgehoorde klacht is dat vaak dezelfde organisaties in beeld zijn en mevrouw De Zwart pleit ervoor dat er meer inspraak moet komen van de bewoners om te voorkomen dat bepaalde organisaties het teveel voor het zeggen krijgen. Het uitgangspunt van het plan is dat het eigenaarschap ligt bij de bewoners. Hiervoor ziet mevrouw De Zwart kansen bij Community Wealth Building en bij coöperaties. Zij vraagt zich af wat het plan betekent voor de kleine organisaties die van hieruit juist een ‘boost’ moeten krijgen. Zij roept op tot meer transparantie in het kader van eigenaarschap. Tenslotte vraagt zij hoe er wordt gemonitord. De heer D. Janssen (SDC) is betrokken bij twee werkgroepen ‘Kansen voor de Jeugd’ en ‘Wonen en Leefomgeving’. Hij brengt in zijn bijdrage een aantal structurele problemen onder de aandacht. Eind 2023 werd bekend dat Nieuw-West het grootste lerarentekort heeft in Amsterdam. Dit heeft grote gevolgen voor de kansengelijkheid.
Als een van de oplossingen kunnen ambtenaren die de overstap willen maken naar het onderwijs een ‘terugkeergarantie naar de gemeente’ krijgen. Hij spreekt de hoop uit dat de uitvoerders van het plan met deze ambtenaren zullen samenwerken om dit initiatief verder vorm te geven. Ten tweede brengt de heer Janssen de vindbaarheid van het Nationaal Programma onder de aandacht. Hij noemt een aantal mogelijkheden om het Programma zichtbaarder te maken voor meer bewoners, zoals online marketing, flyers en hergebruik van de grote billboards die tijdens de verkiezingen werden opgehangen op strategische plekken. De voorstellen nopen echter tot creatiever omgaan met het budget.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Tenslotte verwijst de heer Janssen naar de website van het Nationaal Programma, waarop volgens hem veel belangrijke informatie ontbreekt, hoewel een half jaar geleden al werd gevraagd om de informatie toegankelijk te maken voor alle inwoners. Lid STAARTJES vraagt mevrouw de Zwart of de notulen van de vergaderingen, zoals deze ook aan de raad zijn gestuurd, een feitelijk en compleet beeld geven van wat er besproken wordt. Mevrouw De Zwart (SDC) antwoordt dat de notulen van het opgaveteam aanvankelijk inhoudelijk tekort schoten, maar dat daar nu verbetering in is gekomen. Lid STAARTJES vraagt de heer Janssen naar een voorbeeld waaruit blijkt dat ‘het onmogelijke mogelijk’ is gemaakt. Ook wil hij weten hoe de Alliantie heeft gereageerd op de suggesties van de heer Janssen inzake het communicatiebudget. De heer Janssen (SDC) geeft aan dat hij de suggesties nog niet heeft gedaan. Verder noemt hij enkele voorbeelden van het ‘onmogelijke mogelijk maken’ vanuit de kansen voor de jeugd: Vanuit het Nationaal Programma Nieuw-West is er geld beschikbaar gesteld om de jongeren die buiten beeld zijn te bereiken middels sleutelfiguren. Dit geldt ook voor ondersteuning van de groep Ongedocumenteerden. Lid BENTOUMYA vraagt aan de heer Janssen met welk doel hij de jongeren die buiten beeld zijn wil bereiken.
De heer Janssen (SDC) geeft aan dat het doel is om sleutelfiguren vanuit het budget te ondersteunen. Ook noemt hij het voorbeeld van het initiatief ‘Speelgoed-Plus’, dat in kaart wil brengen hoeveel ouders van kinderen met een beperking in Nieuw-West er ondersteuning nodig hebben. En zo zijn er ook andere doelgroepen die ondersteuning nodig hebben. Lid BOBELDIJK vraagt mevrouw De Zwart op welke wijze de Alliantie het Programma helpt om de genoemde vertraging van de uitvoering op te lossen. Mevrouw De Zwart (SDC) gaat ervan uit dat de Alliantie ook beseft dat het traag gaat en dat dit te maken heeft met de structuur van het Plan. Veel vergaderingen, velen die een inbreng willen en dat maakt het nemen van besluiten ingewikkeld. Lid BOBELDIJK vraagt of de Alliantie dit ook onderkent en benoemt. Mevrouw De Zwart (SDC) heeft wel eens horen zeggen dat het tijd wordt om iets te gaan doen en zij maakt hieruit op dat het besef er is bij de Alliantie. Lid HENDRIKS vraagt of er in de SDC wordt gesproken over de onderbesteding, die wordt genoemd in het Jaarverslag. En zo ja, wat wordt hierover gezegd? De heer Janssen (SDC) geeft aan dat dit nog niet is besproken, maar de SDC vraagt zich af wat hiermee wordt gedaan. Belemmerende factor is, dat het Jaarverslag en aanverwante documentatie op de website niet zijn te vinden.
De VOORZITTER rondt dit deel van de vergadering af en stelt voor te gaan beginnen met de eerste termijn van de besprekingen in de commissie. Eerste termijn
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Lid BENTOUMYA brengt de Community Wealth Building onder de aandacht, waarbij de nadruk ligt op eigenaarschap. Zij stelt dat de ‘rijkdommen’ die ook in stadsdeel Nieuw-West aanwezig zijn niet altijd terechtkomen bij de bewoners. Zij vraagt heeft aan aantal vragen aan de wethouder: Kan de wethouder een update geven over de voortgang van Community Wealth Building? Hoe is de wisselwerking is van lokale inkoop en het opzetten van de coöperatieve bedrijven? Wat is de stand van zaken met de toetreding van bewoners tot het Alliantiebestuur? Lid STAARTJES vraagt wanneer volgens GroenLinks er sprake is van een goede uitvoering van de Community Wealth Building. Lid BENTOUMYA legt uit dat bij Community Wealth Building het geld dat wordt verdiend terugvloeit in de gemeenschap. Dit houdt in dat de bewoners van het stadsdeel kans maken op banen in het stadsdeel, dat er coöperatieve bedrijven worden opgezet, waar bewoners uit het stadsdeel onderdeel van uitmaken en dat de lokale economie in Nieuw-West wordt gestimuleerd door lokale inkoop. Lid STAARTJES wijst vooruit naar een mogelijke reactie van de wethouder als hij zou aangeven dat dit allemaal nog niet plaatsvindt. Wat betekent dit voor GroenLinks? Lid BENTOUMYA geeft aan dat haar beschrijving van Community Wealth Building een andere manier van werken vergt.
Er worden bepaalde doelstellingen omschreven in de bestedingsplannen en zij vraagt zich af hoe het hiermee staat. Zij vervolgt haar vragen aan de wethouder: Wat zijn de regels bij het toetreden van bewoners tot het Alliantiebestuur? In het kader van diversiteit; hoe wordt Nieuw-West gerepresenteerd? Kan de wethouder al iets bekend maken over de structurele en incidentele middelen die de Alliantiepartners ter beschikking stellen? Bij overprogrammering is er vaak meer vraag dan capaciteit en zij vraagt de wethouder dit toe te lichten. In het kader van de programmalijn ‘Veiligheid’ vraagt zij zich af hoe de informele organisaties hierbij betrokken zijn. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de online-jongerenwerkers? Wordt dit ook stedelijk opgepakt? Lid KREUGER vraagt waar de programmalijn ‘Veiligheid’ van wordt betaald en welke stappen hierin zijn gezet, aangezien er in de begroting staat dat hiervoor geen geld wordt uitgetrokken. Lid BENTOUMYA stelt voor dit aan de wethouder voor te leggen. Zij heeft echter gelezen dat de programmalijn ‘Veiligheid’ bestaat. Zij vervolgt haar vragen aan de wethouder. In aansluiting op de eerdere motie van GroenLinks, inzake de buurtbanen, vraagt lid Bentoumya naar de stand van zaken en of er een link is met het Nationaal Programma.
Welke plek heeft de problematiek rondom ouderen in het Nationaal Programma? Lid BOUHASSANI begint haar bijdrage met een beschrijving van haar jeugdervaringen bij het opgroeien in Geuzeveld Nieuw-West. Zij beschrijft hoe de bewoners van Nieuw-West hun bestaan opbouwen in een wijk waar armoede heerst. Zij benadrukt de kracht van de mensen die in dit stadsdeel wonen, een stadsdeel dat volgens haar te lang ongemoeid is gelaten door de overheid. Zij heeft aan aantal vragen voor de wethouder:
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Het Plan heeft een tijdsloop van 15 tot 20 jaar en zij vraagt hoe kan worden voorkomen dat er versnippering plaatsvindt. Wat gaan de bewoners op korte termijn merken van de activiteiten onder andere met betrekking tot de slechte staat van de woningen en de rommel op straat? Lid KREUGER vraagt naar de mening van de PvdA over de inhoud van het Masterplan Nieuw-West. Lid BOUHASSANI geeft aan dat de PvdA bij iedere bijeenkomst haar mening geeft over de situaties die besproken worden. Zij adviseert lid Kreuger om de eerdere verslagen te lezen. Lid KREUGER wil alsnog graag weten wat de PvdA vindt van de genoemde onderbesteding, van de beschrijvingen van acties die niet concreet aangeven wat er is gedaan en wat het effect is geweest. Lid BOUHASSANI ziet het Masterplan als een plan om extra te gaan investeren in een wijk die langdurig is verwaarloosd. Dat gaat gepaard met problemen, maar dat neemt niet weg dat het Plan bestaansrecht heeft. Lid KREUGER verwijst naar de controlerende functie van de raad en mist een kritische houding hierbij van de PvdA. Lid BOUHASSANI kijkt ernaar uit om hier in deze commissie met JA21 over van gedachten te wisselen. Zij besluit met de vraag aan de wethouder wanneer en hoe er gemeten gaat worden of de gestelde doelen zijn behaald. Zij erkent dat niet alles gemeten kan worden, maar hoopt op mogelijke sturing hierin.
Lid BOBELDIJK geeft namens zijn fractie aan dat hij zich kan vinden in het Masterplan. Hij vindt het echter zorgelijk dat in de begroting de kosten van Communicatie overschreden zijn en voor alle andere posten geldt onderbesteding. Na zoveel jaren zou hij een andere verhouding verwachten. Hij stelt een aantal vragen: Hoe kijkt het college naar de voortgang nu het Programma al zo lang bezig is? Wat vindt het college van de verhouding ‘communicatie’ en de rest van het programma? Welk perspectief ziet het college voor de komende jaren? Lid BILGIN valt het op dat er sprake is van onderbesteding, terwijl er in het Masterplan sprake is van goede activiteiten waar geen geld aan wordt toegekend. Als voorbeeld noemt hij de bestrijding van de criminaliteit, waarvan het onduidelijk is welke middelen hiervoor worden uitgetrokken. Ook het coachen van jongeren ter preventie van schooluitval lijkt effect te sorteren, maar ook hiervoor worden niet genoeg middelen beschikbaar gesteld. Lid Bilgin verwijst vervolgens naar de bibliotheekvisie van wethouder Moorman die zij onlangs presenteerde. Het is hem duidelijk geworden dat onder jongeren behoefte is aan een bibliotheek en hij pleit ervoor een bibliotheek te plaatsen in Nieuw-West.
Hij vraagt de wethouder te onderzoeken of hiervoor extra middelen vanuit het Rijk kunnen komen, bijvoorbeeld via een subsidie die het Rijk volgend jaar wil gaan geven aan bibliotheken. Vervolgens pleit lid Bilgin voor transparantie bij de opgaveteams, bijvoorbeeld door publicatie van wat er op hoofdlijnen daar wordt besproken. Lid STAARTJES refereert aan de eerdere opmerkingen over de inhoud van de notulen en vraagt of lid Bilgin deze problematiek herkent.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Lid BILGIN beaamt dit. Hij beschrijft vervolgens de problemen die hij ondervindt wanneer hij de gewone man op straat wil verwijzen naar de inhoud van het Masterplan. Hij gaat ervan uit dat de bewoners van Nieuw-West wel willen weten wat de nieuwste ontwikkelingen zijn. Het is voor FvD belangrijk dat er duidelijkheid komt over de Community Wealth Building, die door GroenLinks wordt gepromoot en waar veel geld naartoe gaat. Tot nu toe bleef dit vaag en lid Bilgin stelt voor om hierover een technische sessie te organiseren. Er zijn voor lid Bilgin nog vele vragen hierover onbeantwoord. Tenslotte verwijst lid Bilgin naar een artikel in Het Parool over jongeren met een migratieachtergrond die moeilijk aan een baan kunnen komen. Hij vraagt de wethouder of hier een link is met het Nationaal Programma Nieuw-West. De VOORZITTER inventariseert de behoefte aan een technische sessie inzake de Community Wealth Building. Lid VELDHUYZEN verwijst in een punt van orde naar het initiatiefvoorstel hierover van het lid Nadif van GroenLinks, waarmee wellicht een hoop vragen al worden beantwoord. De VOORZITTER adviseert de leden hier kennis van te nemen en ook de reactie van de wethouder af te wachten, alvorens er sprake is van een technische sessie. Lid STAARTJES acht het van het hoogste belang dat het National Programma Nieuw-West hoog op de agenda blijft staan van minister Keijzer.
Hij roept de wethouder op minister Keijzer uit te nodigen om haar te tonen hoe hard de gelden voor Nieuw-West nodig zijn. Het zou volgens lid Staartjes echter een nadelig effect kunnen hebben als de minister de jaarrekening onder ogen krijgt, waaruit blijkt dat er veel is blijven liggen. Het heeft dan volgens hem ook geen zin om bijvoorbeeld bij de staatsecretaris om geld te vragen voor een vaccinatieprogramma in Nieuw-West. Volgens de VVD moeten de bestedingen doelmatig, doeltreffend en transparant zijn. Aan transparantie ontbreekt het echter alhoewel uit de bijdragen van de Stadsdeelleden blijkt dat er veel vergaderd wordt. Maar de notulen geven geen compleet beeld. De VVD is erover verheugd dat het grootste gewicht van de bestedingscapaciteit komt te liggen op de toezicht in het programma Veiligheid. Hier zijn op zich voldoende middelen voor beschikbaar, maar ontbreekt er voldoende menskracht. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. De VVD beschouwt de Community Wealth Building als een experiment waarvan zij niet het vertrouwen heeft dat dit zal lukken. Vandaar dat hij de vraag wanneer er bepaald wordt dat het experiment is gelukt niet alleen stelt aan de wethouder, maar ook aan de raadsleden. Lid BOBELDIJK hoort graag wat het antwoord van lid Staartjes is op deze vraag. Lid STAARTJES geeft aan dat dat is als de beloofde miljarden binnenkomen.
Lid BOBELDIJK vraagt om bevestiging van zijn aanname dat lid Staartjes pas tevreden is als de miljoenen euro’s die in de CWB worden gestopt miljarden euro’s rendement opleveren. Lid STAARTJES beaamt dit, aangezien dit refereert aan de belofte die is gedaan. Lid BENTOUMYA geeft aan dat na een lange tijd neo-liberaal beleid met marktwerking hoog in het vaandel er nu gekozen moet worden voor een andere werkwijze om te komen tot lokaal eigenaarschap. Dat heeft een lange looptijd nodig. Er zijn voorbeelden in het buitenland die aantonen dat het mogelijk is om het geld dat verdiend
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
wordt in het stadsdeel behouden kan worden voor het stadsdeel. Lid Bentoumya hoort graag het antwoord van lid Staartjes op zijn eigen vraag. Lid STAARTJES bestrijdt dat in Nederland marktwerking op nummer 1 staat. Voor hem is lokaal eigenaarschap een holle term. Er gaat elk jaar 2,3 miljoen naar CWB en hij wil daarom zeker weten dat dit geld doelmatig en doeltreffend wordt besteed. Lid BENTOUMYA benadrukt dat het belangrijk is om te investeren in Nieuw-West, een stadsdeel dat volgens haar te lang verwaarloosd is geweest. Zij vraagt lid Staartjes of hij het ermee eens is dat het lokale eigenaarschap, dat een lange aanlooptijd nodig heeft, belangrijk is voor de bewoners van Nieuw-West. Lid STAARTJES geeft aan hoe belangrijk hij het vindt dat er flink wordt geïnvesteerd in Nieuw-West en dat is juist de reden dat hij kritisch is op het experiment. Hij stelt voor om het geld dat er ligt te gebruiken voor de noodzakelijke acties, zoals het herstellen van schade aan vastgoed vanuit een op te richten fonds dat hiervoor is bedoeld. Lid BOUHASSANI kan zich vinden in het voorstel van de VVD om schade na een explosie zo snel mogelijk te herstellen. Maar zij geeft tevens aan dat er hiervoor een verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaren van deze panden om de schade snel te herstellen. Zij vraagt de VVD hoe het met zo’n fonds in zijn werk gaat.
Lid STAARTJES is het eens met de PvdA dat vastgoedeigenaren de eindverantwoordelijkheid hebben. Vanuit het fonds kan er een voorschot worden gedaan en er is geen sprake van een gift. Lid BOUHASSANI vreest dat mensen in de problemen komen als er sprake zou zijn van een lening die terugbetaald moet worden. Lid STAARTJES heeft er vertrouwen in dat verzekeraars voldoende geld hebben om uit te keren, zodat het bedrag kan worden terugbetaald. Lid KREUGER uit forse kritiek op het gemeentebeleid ten aanzien het investeren in Nieuw-West. Hij somt op waar het beleid op neerkomt: alleen maar vergaderen, waarbij er ook nog eens geen of nauwelijks correcte notulen worden gemaakt. JA21 vindt het teleurstellend dat het niet duidelijk is wat er gebeurt en wat de effecten ervan zijn. Lid Kreuger heeft kunnen vaststellen dat er sprake is van onderbesteding, behalve bij ‘Communicatie’. Ook lid Kreuger is van mening dat dit stadsdeel te lang ongemoeid is gelaten en het verbaast hem dat dit heeft kunnen gebeuren vanuit de PvdA. Lid BOUHASSANI vraagt in reactie op de analyse van JA21 wat deze partij vindt dat de juiste route is om stadsdeel Nieuw-West erbovenop te helpen. Lid KREUGER adviseert om te stoppen met wat in zijn ogen marketingacties zijn, zoals Masterplannen.
Concreet komt het er voor JA21 op neer dat er goede docenten voor de klas moeten komen, dat er gewerkt wordt aan veiligheid, dat de openbare ruimte er verzorgd uitziet en dat er sprake is van een goede afvalverwerking. Dit kan volgens JA21 ook plaatsvinden zonder een masterplan. Lid BOUHASSANI twijfelt eraan door de nonchalante toon van lid Kreuger die zij meent waar te nemen, of JA21 de problemen die spelen in Nieuw-West serieus neemt. Zij vindt dat het belangrijk is dat de commissie hier serieus met elkaar over spreekt en ook komt met concrete oplossingen. Lid KREUGER geeft aan dat hij zojuist concrete oplossingen heeft genoemd voor problemen die er zijn in het stadsdeel. Ook verwijst hij naar de controlerende taak van de
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
raadsleden door het stellen van kritische vragen aan het college. Hij is van mening dat de PvdA instemt met een falend beleid van de gemeente, zoals dat wordt omschreven in onderliggende stukken. Hij baseert zijn standpunt eveneens op zijn ervaringen die hij opdeed als bewoner van Nieuw-West. Lid BOUHASSANI spreekt haar teleurstelling erover uit dat zij en lid Kreuger als lotgenoten komend uit dezelfde buurt niet met elkaar kunnen optrekken in het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het stadsdeel. Lid KREUGER definieert het verschil in standpunten van de PvdA en JA21, waarbij de PvdA instemt met het beleid en lid Kreuger zich door dit beleid geschoffeerd voelt. Lid Kreuger vraagt het college wat er al is gebeurd en hoe meetbaar kan worden gemaakt wat de effecten hiervan zijn. Lid BENTOUMYA hoort graag van lid Kreuger hoe de probleemanalyse van JA21 luidt als het gaat om de structurele problematiek. Voorts dringt zij er bij JA21 op aan om constructief mee te denken over het oplossen van de problemen, hetgeen uiteindelijk immers ten goede komt aan de inwoners van Nieuw-West. Lid KREUGER herhaalt de vier speerpunten waar JA21 oplossingen voor wil vinden. Lid BENTOUMYA vraagt of JA21 ook het standpunt inneemt dat structurele problematiek vraagt om een structurele aanpak, al vergt dit een lange adem.
Lid KREUGER is van mening dat GroenLinks voorbijgaat aan alle vier de speerpunten die hij noemde indien lid Bentoumya dat afdoet als ‘straat schoonvegen’. Lid BENTOUMYA vraagt lid Kreuger nogmaals naar zijn probleemanalyse en de oplossingen die hij voor ogen heeft voor de problemen in Nieuw-West. Lid VELDHUYZEN geeft aan dat hij samen met de PvdA ook wel enige kritiek heeft op het Programma. Ook toont hij begrip voor de frustratie van lid Kreuger inzake de onduidelijkheid bij het uit te voeren beleid. Toch mist hij vanuit JA21 concrete beleidsvoorstellen om het Nationaal Programma te verbeteren. Lid HENDRIKS geeft aan dat het jaarverslag overzichtelijk is, maar aan inzichtelijkheid te wensen overlaat. Met betrekking tot de onderbesteding vraagt lid Hendriks aan de wethouder of aan de stadsdeelvoorzitter of de verwachting is dat dit wordt ingelopen. Hij vraagt zich af wat dit voor gevolgen kan hebben voor de toekomstige begroting. Hij wil tevens weten of er bij de Alliantie eveneens zorgen zijn over de onderbesteding. Evenals lid Bentoumya gaat lid Hendriks ervan uit dat de middelen die bestemd zijn voor Nieuw-West ook terecht komen in Nieuw-West en dat er geen bedrijven van buiten Nieuw-West worden ingehuurd. Hij vraagt de wethouder en de stadsdeelvoorzitter dit toe te lichten.
Het bevreemdt lid Hendriks dat er meer dan begroot is uitgegeven aan Communicatie, terwijl er nog veel bewoners zijn die niets afweten van het Masterplan. Bij de volgende begroting wordt er ongeveer 250.000 euro meer uitgegeven dan in het afgelopen jaar. Lid Hendriks wil weten of dit dan voldoende is om alle bewoners van Nieuw-West bekend te maken met de plannen voor Nieuw-West uit het Nationaal Programma. Lid Hendriks benadrukt het belang van investeren in marketing om ervoor te zorgen dat het plan breed gedragen wordt. Lid VELDHUYZEN heeft een aantal vragen en opmerkingen:
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Wat betekent het voor het programma dat er veel middelen doorgeschoven worden naar 2024, terwijl er onder andere een nijpend lerarentekort bestaat waar geld naartoe moet? Kunnen de voorwaarden van de diverse en inclusieve bewonersvertegenwoordiging transparanter worden gemaakt? Wat zijn de geldende definities van diversiteit en inclusiviteit in deze en door wie wordt bepaald dat hier sprake van is? Veel bewoners voelen zich niet of niet op de juiste wijze vertegenwoordigd. Lid Veldhuyzen stelde eerder al vragen over het waarborgen van de diversiteit en de inclusiviteit voor het ontwerpteam dat de toetreding van bewoners aan het Alliantiebestuur regelt. Nu wil hij graag weten hoe de keuze voor deze vijftien personen wordt gemaakt. Hij vraagt de wethouder toe te lichten hoe het kan dat er een half miljoen euro is besteed aan communicatie, terwijl de resultaten hiervan matig zijn. Ook voor Lijst AV ontbreken er nog veel resultaten, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid. Het verheugt lid Veldhuyzen dat de input van Lijst AV is meegenomen in het uitvoeringsprogramma. Er is steeds meer aandacht voor bewonersvertegenwoordiging, constateert lid Veldhuyzen. Hij vraagt de wethouder aan te geven in hoeverre dit wordt getoetst of gemonitord.
Hoe wordt er gewaarborgd dat bewoners die betrokken worden in het AB en de OT’s hun taken ongehinderd kunnen uitvoeren? Kan de wethouder toelichten hoe het staat met de financiële transparantie, waarbij bewoners controle kunnen uitoefenen op de financiën? Tenslotte verwijst lid Veldhuyzen naar de motie van Lijst AV, inzake de ‘grassroots’ organisaties, waar nog geen afdoening van heeft plaatsgevonden. Lid Veldhuyzen hecht eraan te vermelden dat zijn partij ondanks enige kritiek vertrouwen heeft in het plan. Lid LUST vraagt wat de stand van zaken is van de besteding van de beschikbare middelen ten behoeve van de uitvoering en zij wil weten of deze ambitie matcht met de realisatie. Ook wil zij weten of er projecten zijn die vertraging hebben opgelopen en noodgedwongen gepauzeerd zijn, zodat er aanspraak werd gemaakt op projecten van de reservelijst. Wat heeft de wethouder of de stadsdeelvoorzitter zichzelf tot doel gesteld in 2024 met betrekking tot de uitvoering van dit Masterplan? In de raadsbrief van 16 april jongstleden staat vermeld dat een aantal bestedingsvoorstellen nog niet concreet uitgewerkt is, maar dat deze uitwerking op een later moment zal geschieden. Zij vraagt de wethouder aan te geven wanneer de verdere concretisering plaatsvindt.
Betekent dit overigens dat de projecten welke het betreft nog niet zijn gestart? Het is voor D66 cruciaal om bewoners maximaal te laten participeren om juist de integrale benadering van deze programma-aanpak te bewaken en om draagplak voor dit Masterplan te creëren door concrete resultaten breed te communiceren en zichtbaar te maken. Dit zal bijdragen aan de geloofwaardigheid en de integriteit van de ambities en dit zal uiteindelijk helpen de vertrouwenskloof te dichten tussen het politiek bestuur en de Amsterdammer. Lid HAKIKI brengt in haar bijdrage de meetbaarheid van de bestedingen in. Het is voor DENK belangrijk om te weten of de investeringen de gemeente dicht bij de doelstellingen van het Masterplan brengt. Zij vraagt de wethouder waarom de commissie nu pas de stukken met betrekking tot 2024 heeft ontvangen. Haar partij heeft er behoefte aan, dat het bestedingsplan van 2025 uiterlijk eind dit jaar wordt besproken in de commissie SO en zij vraagt de wethouder dit toe te zeggen.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Tenslotte vraagt lid Hakiki aan de wethouder waar de 600.000 euro die werd besteed aan Communicatie specifiek voor is gebruikt en wat het zou moeten opleveren. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat hij in samenwerking met het db van Nieuw-West heeft gekeken naar prioriteiten die, in het kader van het Masterplan, opgepakt kunnen worden. De heer Ünver zal hier later verder op ingaan. De wethouder stelt dat het lerarentekort een hoge stedelijke prioriteit heeft, waar de gemeente veel geld in investeert. Dit betekent helaas niet dat het lerarentekort in onder andere Nieuw-West gemakkelijk kan worden opgelost. De aandacht die hier vanuit het college en de raad naartoe gaat helpt wel, maar niet al op de korte termijn. De wethouder benadrukt dat het jaarverslag gaat over de besteding van coalitiemiddelen en hoe deze zijn geraamd. In het Masterplan spelen verschillende middelen een rol, waaronder de Rijksmiddelen en de bijdragen van de Alliantiepartners. De wethouder snapt de bezorgdheid van de commissie inzake het onderdeel Veiligheid, waar geen middelen voor worden vrijgemaakt. Vervolgens somt de wethouder op welke bedragen er zijn binnengekomen vanuit de Rijksoverheid en waarvoor dit geld bedoeld is in het kader van het Nationaal Programma.
De onderwerpen met betrekking tot de veiligheid die genoemd zijn in de uitwerking in het jaarverslag zijn betaald vanuit de middelen die zijn ontvangen voor ‘Preventie met Gezag’. De wethouder geeft aan dat er duidelijk is aangegeven welke interventies er zijn ingezet, het gaat hierbij onder andere ook over de buurtrechtspraak. Lid BOBELDIJK begrijpt dat de wethouder het heeft over de Alliantie, maar hij zou het liefst het verhaal van alle drie de financierders tegelijkertijd voorgeschoteld krijgen. Zo worden de vragen over veiligheid zoals deze zijn gesteld voorkomen. Wethouder GROOT WASSINK heeft er bij de Alliantie op voorspraak van de raad op aangedrongen om inzichtelijk te maken welke investeringen er door de partners zijn gedaan in het kader van dit programma. Zo zijn er in combinatie met Rijksmiddelen honderden miljoenen euro’s gekomen voor woningbouw. De wethouder zegt toe om in de vergadering met de Alliantiepartners de wens over te brengen van de gemeenteraad om meer integraliteit te zien. de raad kan de wethouder aanspreken op wat de gemeente doet. Lid BOBELDIJK geeft aan dat het hem gaat om de timing en dat hij de gegevens van de verschillende partijen graag tegelijkertijd ontvangt.
Lid STAARTJES sprak eerder over de coalitiemiddelen die terughoudend besteed werden met betrekking tot veiligheid, maar hij heeft ook kunnen waarnemen dat er andere potjes werden genoemd. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat de opmerkingen over verbetering van de integraliteit terecht zijn. Er is vaker gesproken in de raad over duidelijkheid in sturing, monitoring en helderheid in bestedingsvoorstellen. Daarom verbaast het de wethouder niet, dat er nu sprake is van onderbesteding, aangezien hij ervan uitgaat dat er op dit moment sprake is van een transitiefase. Op 13 maart van dit jaar is de monitoring vastgesteld en dat was hierin een belangrijke stap. In reactie op de vraag van lid Hakiki geeft de wethouder aan dat hij ook zou willen dat het bestedingsplan 2025 aan het einde van dit jaar besproken kan worden. Het jaarverslag van 2024 is al op 16 april aan de commissie aangeboden. De wethouder beaamt dat dit eerder had gemoeten, maar dat er tijd is gestoken in het vormgeven van de processen in deze transitiefase. Lid HENDRIKS geeft aan dat het jaarverslag voor hem overzichtelijk genoeg is, maar hij hoort de wethouder andere bedragen noemen dan erin staan. Hij vraagt of er behalve de bedragen genoemd in het jaarverslag nog andere bedragen zijn binnengekomen.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat er drie financieringsbronnen zijn voor dit Programma: Rijksmiddelen, waarbij een gemeente kan intekenen op verschillende potjes, en de wethouder geeft aan waar Amsterdam voor heeft geopteerd; Coalitiemiddelen ter beschikking gesteld aan de gemeenten plus middelen vanuit de gemeentelijke organisatie zelf, in het kader van ongelijk investeren; Bijdragen van Alliantiepartners. De wethouder is verantwoordelijk voor het aandeel vanuit de gemeentelijke organisatie en hoe de coalitiemiddelen worden besteed. Als Alliantiepartner heeft de wethouder geen zeggenschap over het handelen van de Alliantie, maar hij vraagt de Alliantie wel om inzichtelijk te maken wat zij doet. Lid KREUGER vraagt de wethouder zichzelf te beoordelen met een cijfer inzake de bestedingen die genoemd worden in onderhavig stuk. Wethouder GROOT WASSINK benadrukt dat hier sprake is van teamwerk en hij zich hier niet persoonlijk op kan beoordelen. Ook geeft hij aan dat een deel van de activiteiten voortkomt uit reguliere beleidsprogramma’s. Hij noemt hierbij het voorbeeld van de buurtbanen bij de aanpak ‘Iedereen Kans op Werk’. De wethouder acht het terecht dat er onderbesteding is opgetreden en het geld volgend jaar in te zetten voor hetzelfde doel, om meer effect van de besteding te sorteren.
Lid KREUGER meent dat, hoewel er sprake is van teamwerk, de wethouder politiek verantwoordelijk is. Vanuit dat perspectief vraagt hij de wethouder nogmaals te beoordelen met een cijfer. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat hij politiek verantwoordelijk is. Zichzelf een cijfer geven acht de wethouder zinloos, aangezien hij meent dat lid Kreuger dit cijfer al heeft bepaald. Lid KREUGER geeft toe dat hij een laag cijfer in gedachten heeft. Hij haalt de woorden van de wethouder aan dat het geld nuttig besteed moet worden en niet aan hobbyen. Het lid Kreuger is ervan overtuigd dat het concept van Community Wealth Building voor de bewoners van Nieuw-West van geen betekenis is, aangezien zij niet zullen weten wat het inhoudt. Hij adviseert de wethouder vaker het stadsdeel te bezoeken als hij denkt dat het anders is. Wethouder GROOT WASSINK meent op basis van de vele bezoeken die hij heeft afgelegd in Nieuw-West, dat Community Wealth Building van belang is voor de inwoners. Hij oppert dat lid Kreuger wellicht de impact van de projecten in dit kader onderschat. Lid BOUHASSANI verwijst naar een eerder ingediende motie van haar partij over de financiële en niet-financiële bijdragen van de Alliantiepartners. Zij vraagt de wethouder wanneer de raad informatie hierover krijgt.
Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat hij dit bij de Alliantie heeft ingebracht en aan de raad heeft gemeld dat deze informatie in Q3 wordt gegeven. De Alliantiepartners hebben zich bereid verklaard deze informatie inzichtelijk te maken om aan te tonen welke impact zij hebben in dit stadsdeel. Voor de wethouder is deze informatie van belang om in gesprek te kunnen blijven met de Alliantiepartners. In antwoord op de vragen van GroenLinks over de Community Wealth Building deelt de wethouder mee, dat er ten behoeve van de voortgang een team is gevormd en dat er drie actielijnen zijn uitgezet. Hiervan wordt na de zomer een update aan de raad gegeven. Er vinden al wel gesprekken met een aantal ankerinstituten plaats en er wordt bijvoorbeeld gekeken of er vanuit Inkoop een ankerinstituut kan worden gekoppeld aan een onderneming.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Lid BENTOUMYA benadrukt het belang van de coöperatieve bedrijven in een dergelijk verband en zij verzoekt de wethouder dit goed op elkaar af te laten stemmen en hiervan een terugkoppeling aan de raad te geven. Wethouder GROOT WASSINK heeft begrip voor dit verzoek, maar geeft tevens aan dat het hiermee ingewikkelder wordt, aangezien ook Nederlandse en Europese regelgeving een rol spelen. Dit is echter geen reden om het achterwege te laten. De wethouder zegt toe dat hij gaat controleren of de motie van lid Veldhuyzen over de ‘grassroots’-organisaties nog niet is afgedaan en komt hierop terug. Hier vallen ook alle initiatieven en bewonersorganisaties onder. De wethouder erkent dat de contacten vaak zijn met dezelfde mensen en dit moet veranderen. Het is daarom belangrijk om een manier te vinden om ook mensen die buiten beeld zijn te kunnen benaderen. De wethouder geeft aan dat er op dit moment extra buurtbanen voor het stadsdeel Nieuw-West zijn gerealiseerd. De wethouder zal nog voor de zomer met zijn staf de doorontwikkeling van de buurtbanen bespreken en de raad hierover informeren. Bespreking kan dan al snel na het zomerreces plaatsvinden. De SDC heeft het bestedingsplan unaniem aangenomen en een van de accentpunten is ‘Ouderen’. Het doel is de bekijken hoe ouderen benaderd kunnen worden en ze te begeleiden naar een beter passende woning.
Er worden coaches ingezet om ouderen met een migratieachtergrond te bereiken. Deze ontwikkeling is in de beginfase en er is ruimte voor verbeteringen en aanpassingen. De wethouder beschrijft het spanningsveld waarin actielijnen lopen die een lange aanlooptijd nodig hebben en de diepgevoelde wens van de SDC en de gemeenteraad tot snel resultaat. Het doel van de gesprekken die de wethouder voert is om sneller tot concrete resultaten te komen. Als voorbeeld geeft hij aan dat vaccinaties een onderwerp van gesprek zijn geweest met wethouder Scholtes. De wethouder is het eens met de opmerkingen die zijn gekomen vanuit de commissie over communicatie. Het effect hiervan laat te wensen over, maar verbetering zal nog meer geld gaan kosten. Ook de wethouder zou willen dat alle inwoners van Nieuw-West op de hoogte zijn van het Nationaal Programma, hetgeen nu nog lang niet het geval is. Lid BOBELDIJK geeft aan dat zijn verwachting voor de volgende jaren is dat Communicatie een onderbesteding krijgt en de andere onderwerpen een overbesteding. Het komt hem voor dat de wethouder het hiermee eens is. Wethouder GROOT WASSINK spreekt dit enigszins tegen, aangezien hij vindt dat onderbesteding niet als doel op zich moet gelden. Maar hij beaamt dat in de toekomst Communicatie niet de grootste uitgavenpost zal zijn.
Inmiddels is de wethouder erachter gekomen dat de motie over ‘grassroots’ is afgedaan bij de raadsbrief van 15 mei jongstleden. Lid VELDHUYZEN verwijst naar het tweede deel van het dictum hierin dat het college verzoekt om te blijven terugkoppelen over de ontwikkelingen dienaangaande. Lid Veldhuyzen heeft deze terugkoppeling nog niet waargenomen. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe dat dit wordt meegenomen. In reactie op het voorstel van lid Bilgin over de bibliotheek zegt de wethouder toe hierover te gaan spreken met wethouder Moorman. Vervolgens beschrijft de wethouder het probleem van de jeugdwerkloosheid en het college meent er goed aan te doen hierin te blijven investeren. De heer Ünver zal dieper ingaan op de initiatieven die vanuit het stadsdeel plaatsvinden. Aan lid Staartjes geeft de wethouder aan dat hij zich moet houden aan de hiërarchie zoals deze wordt bepaald door het Rijk en dat alleen de burgemeester als voorzitter van de raad in overleg kan met de minister.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
De wethouder realiseert zich dat lid Staartjes nooit vertrouwen heeft gehad in de Community Wealth Building. Hij hoopt dat hij lid Staartjes bij de besprekingen na de zomer dit vertrouwen kan geven. Aan lid Hendriks deelt de wethouder mee, dat onderbesteding een onderwerp van gesprek is, bijvoorbeeld als er Rijksmiddelen zijn ontvangen die de onderbesteding kunnen verklaren. Voor de wethouder streeft noch naar over- noch naar onderbesteding, maar wil dat de gelden ten goede komen aan het stadsdeel. De wethouder gaat ervan uit dat het genoemde communicatiebudget voldoende is om het doel te bereiken. Mocht er behoefte zijn aan meer geld, dan zal de wethouder dit allereerst aan de gemeenteraad voorleggen. Het is niet aan de wethouder om diversiteit en inclusie te definiëren. Wat de deelname van bewoners betreft, daar zal de voorzitter van het db later op in gaan. Als antwoord op de vragen van lid Lust geeft de wethouder aan dat hij na het zomerreces zal komen met een update van het bestedingsplan en de realisatie. Dan vindt er beoordeling plaats door de raad. De wethouder erkent dat overprogrammering is toegepast en hij legt uit dat dit komt dat de realisatie afhankelijk is van externe factoren, zoals mankracht. Als hiervan niet voldoende aanwezig is, kan het zijn dat een activiteit niet kan worden uitgevoerd.
Vervolgens geeft hij aan dat er geen grote projecten op de plank zijn blijven liggen. Als dit dreigde te gebeuren, dan zou de onderbesteding daarvoor ingezet zijn. Tot slot spreekt de wethouder zijn wens uit dat er in een synergie van langdurige systemische verandering dingen verbeterd worden en tegelijkertijd zichtbare resultaten geboekt worden in het kader van ‘de basis op orde’, die door mensen worden herkend als een interventie van het Nationaal programma. Lid VELDHUYZEN vraagt de wethouder wat hij ervan vindt als bewoners in de gelegenheid worden gesteld om de middelen te controleren. Wethouder GROOT WASSINK kan zich vinden in dit voorstel en zal dit oppakken. Lid BILGIN verwijst naar de bestaande Aanbestedingswet, die zou kunnen verhinderen dat er een koppeling kan zijn tussen de ondernemingen en de ankerinstituten. In het verleden kwam eens ter sprake dat het college zich ging beraden over deze Aanbestedingswet en het lijkt lid Bilgin gunstig voor het Nationaal Programma als deze wet versoepeld wordt. Hij vraagt de wethouder wat de stand van zaken is met betrekking tot de Aanbestedingswet. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat Aanbesteding zich bevindt in de portefeuille van de wethouder Inkoop. Zij is vanwege het onderdeel Inkoop in de Community Wealth Building hierbij betrokken.
De wethouder zegt toe hier na de zomer schriftelijk of mondeling bij de raad op terug te komen. Lid LUST herhaal haar vraag over het ontbreken van een nadere uitwerking van een aantal bestedingsvoorstellen. Betekent dit dat een aantal projecten niet gestart is? Wanneer kan de raad de nadere uitwerking tegemoet zien? Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat er momenteel 105 actielijnen zijn voor de komende vier jaar. Deze kunnen niet allemaal tegelijkertijd worden opgepakt, al wordt er door de opgave teams gewerkt aan het uitwerken hiervan en het inrichten van acties en werkgroepen. De wethouder ziet erop toe dat in de reguliere rapportage updates hierover worden meegenomen, zodat de raad kan zien welke er wel zijn opgepakt en welke later in de tijd zijn geplaatst. Lid KREUGER vraagt wie de ‘community’ is bij de Community Wealth Building. Wethouder GROOT WASSINK geeft aan dat dit iedereen in Nieuw-West is.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
De heer E. Ünver (stadsdeelvoorzitter Nieuw-West) gaat vragen over veiligheid en huiselijk geweld beantwoorden en hoe de rol van informele partijen is geborgd. Over dit laatste geeft de heer Ünver aan dat deze borging plaatsvindt binnen de werkwijze van het Stadsdeel. Vanuit het verleden zijn informele partners ingezet om een koppeling tussen formele en informele partners te bewerkstelligen. Inmiddels is een deel van de informele partners verworden tot langdurige relaties en in die zin zijn het partners van het Stadsdeel geworden. Hier zit vaak een netwerk omheen die de officiële, formele partners niet hebben. Hij noemt hier een aantal voorbeelden van en geeft aan dat er belangrijke signalen komen vanuit dit netwerk, die terechtkomen bij de vertrouwenspersonen. Het online-jongerenwerk is een beleidsstuk van de stad en wethouder Mbarki heeft hiervoor een kader door de raad laten vaststellen. Op dit moment loopt er een procedure om in 2025 in Nieuw-West een kernalliantie ‘Jongeren’ in te stellen. Een van de opdrachten daarin is om voor de komende zes jaar online jongerenwerk te organiseren. Op stedelijk niveau wordt hiervoor de Amsterdamse Academie Jongerenwerk opgericht om meer grip te krijgen op de uniformiteit en de kwaliteit van het jongerenwerk. Participatie van de bewoners is ook voor de SDC belangrijk.
Dit wordt gedragen door zowel het Alliantiebestuur als het programmateam. Op dit moment zijn er vijf bewoner-bestuurders toegetreden en zij hebben gezamenlijk maximaal een jaar de tijd om vijf bewoners als vast lid te selecteren. In het kader van diversiteit zullen drie daarvan jongeren zijn. Voorts pleit de heer Ünver ervoor om in het kader van het Nationaal Programma in nauwe samenwerking met de gemeente open te blijven staan voor ideeën, eigenaarschap en betrokkenheid. De explosie waarvan onlangs melding werd gemaakt in de media, heeft schade aangericht aan panden van een vastgoedeigenaar. De heer Ünver beschrijft welke situaties er zich kunnen voordoen en wat de redenen kunnen zijn dat de schade niet direct hersteld wordt. Hij geeft aan wat bewoners en de SDC kunnen doen om de beschadiging op een creatieve manier te verhullen. Maar hij benadrukt dat het belangrijkste is dat de schade zo snel mogelijk wordt hersteld. De SDC is daarbij deels afhankelijk van de bereidwilligheid van de vastgoedeigenaren. De heer Ünver heeft kunnen vaststellen dat de corporaties inmiddels wat sneller werken. Hij roept de gemeenteraad op om de SDC hierbij mogelijkheden te bieden. De heer Ünver stelt dat wanneer een stadsdeel te lang is verwaarloosd en er dan een langlopend traject volgt, dit conflicteert met het motto ‘de basis op orde’.
Hiermee verwijst hij naar de bijdrage van lid Kreuger die met klem aandringt op eerst schone straten en andere hoogstnoodzakelijke veranderingen in plaats van alleen kijken naar vergezichten. Vanuit de onderbesteding op de coalitiemiddelen is er voor gekozen om anderhalf miljoen euro te reserveren voor Toezicht en Handhaving in de Openbare Ruimte (THOR). Er wordt tevens meer ingezet op enkele andere openbare-ruimtevraagstukken. Het Stadsdeel heeft van het college 4,1 miljoen euro incidenteel gekregen als voorschot op het ongelijk investeren in de volle breedte. Van dit geld is in het eerste jaar anderhalf miljoen euro ingezet op straatcoaches, in 2025 wordt dat 2,2 miljoen euro. Als tweede is ervoor gekozen te investeren in een schone en veilige openbare ruimte en tenslotte gaat er aandacht naar de EZ-component. Hiermee beantwoordt de SDC voor een groot deel snel aan het doel ‘de basis op orde’. De heer Ünver verklaart enkele van de keuzes die hierbij zijn gemaakt. Voor hem is de basis pas echt op orde als er meer agenten zijn en er meer toezicht en meer handhaving plaatsvindt. De heer Ünver benadrukt het belang van de straatcoaches die uitkomst bieden ten behoeve van het veiligheidsgevoel op straat.
De heer Ünver zou van hieruit willen doorontwikkelen en de straatcoaches vanaf 2025 het perspectief willen bieden om medewerker van THOR te worden of uitstromen richting het politieapparaat. Als aanvulling heeft de stadsdeelvoorzitter ervoor gekozen om beveiligingsbedrijven in te huren voor de nachtelijke uren. Het is een optie waarvoor hij met enige aarzeling heeft gekozen, maar het biedt een oplossing in deze tijd van schaarste bij de politie.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Lid BOBELDIJK is het er niet mee eens dat de inzet op veiligheid wordt gestimuleerd door de politiek rechterkant. Volgens lid Bobeldijk heeft rechts juist altijd bezuinigd op veiligheid. De heer E. Ünver (stadsdeelvoorzitter Nieuw-West) geeft aan dat zijn keuze om volledig in te zetten op veiligheid wordt geleid door de situatie die zich voordoet. Als de veiligheid is geborgd kan er daarna inzet worden gepleegd op andere terreinen. Over diversiteit blijft het gesprek met het Alliantiebestuur gaande en de vijf bewoner-bestuurders zullen het verschil moeten maken. Met de Programmabureaus is afgesproken dat zij zelf een diversere samenstelling organiseren. Vervolgens schetst de heer Ünver de problemen die spelen bij jongerenwerk. Zo geldt er bijvoorbeeld vaak last-in, first-out. Ook zijn er vele vormen van structurele uitsluiting. Lokaal organiseren met mensen die elkaar kennen kan hierin het verschil maken. Op dit moment wordt het traject uitgewerkt om het mbo hierbij te betrekken. De VOORZITTER inventariseert de behoefte aan een technische sessie inzake Community Wealth Building. Lid VELDHUYZEN geeft in een punt van orde aan dat hij graag de programmadirecteur zou willen spreken. De VOORZITTER concludeert dat dit voor meer leden geldt. Lid HAKIKI is op onderzoek uitgegaan in Nieuw-West en kan vaststellen dat er al veel goeds tot stand komt.
Zij benadrukt tevens dat er nog een lange weg te gaan is, maar het gaat de goede kant op. Hiermee complimenteert zij de heer Ünver. De heer E. Ünver (stadsdeelvoorzitter Nieuw-West) bedankt lid Hakiki voor het compliment, maar geeft tevens aan dat er bij hem ook een beetje een gevoel van schaamte is naar het stadsdeel toe dat zo lang verwaarloosd is geworden. Hij voelt een zekere verantwoordelijkheid om voor de bewoners van Nieuw-West recht te zetten wat scheef is gegaan. Dit zal een lange adem vergen en het is zijn inschatting dat de bewoners dit kunnen accepteren. Hij belooft de raad dat hij zal blijven benutten wat er beter en meer kan. De VOORZITTER concludeert dat er voldoende animo is voor de technische sessie inzake Community Wealth Building. Tweede termijn Lid HENDRIKS constateert dat er in de commissie behoefte is aan controle, toezicht en grip op de Masterplannen. Hij roept de commissieleden op vooral kritisch te blijven maar wees ook een ambassadeur van de plannen en blijf zichtbaar in de stadsdelen. Aan de heer Ünver vraagt lid Hendriks wat deze commissie kan doen voor het Masterplan Nieuw-West. De heer E. Ünver (stadsdeelvoorzitter Nieuw-West) bedankt de commissie voor haar geduld en haar constructieve houding. Hij realiseert zich dat geduld niet oneindig is, en de vragen over de besteding zijn dan ook terecht in zijn ogen.
Hij vraagt de commissie om het college scherp te houden op de inzet op ongelijk investeren in den brede. De heer Ünver is van mening dat het programma het voornamelijk moet hebben van de gemeente Amsterdam, aangezien het onzeker is of het Rijk de komende 20 jaar investeren zal in dit deel van de stad. De VOORZITTER stelt vast dat het punt hiermee voldoende is besproken. Masterplan Zuidoost
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling
SO
Conceptraadscommissieverslag, 3 juli 2024
Dit agendaonderdeel wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 25 september 2024 6. Masterplan Zuidoost Jaarplan 2023 (VN2024-008813) 7. Masterplan Zuidoost Bestedingsplan (VN2024-008880) De VOORZITTER geeft aan dat de volgende commissievergadering op locatie zal plaatsvinden op 25 september 2024 en sluit de vergadering om 22.00 uur.
17